De fabriekarbeider: orgaan van den Belgischen Fabriekarbeidersbond

98 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1914, 01 März. De fabriekarbeider: orgaan van den Belgischen Fabriekarbeidersbond. Konsultiert 20 Juli 2019, https://hetarchief.be/de/pid/cn6xw48j57/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

De Fabriekarbeider Orgaan van den Belgischen F?abriiek:arbeicïersborid REDAKTIE EN ADMINISTRATIE : Diepestraat, 152, Antwerpen VIJFDE JAARGANG NUMMER 2 MAART 1914 De minister met goede bedoelingen.... Goede bedoelingen? Die hebben de ministers allemaal... eer ze het zijn. Maar van die goede bedoelingen \omt gewoonlijk weinig in huis eens dat ze J^onjor-tabel met hun hespen op de ministerieele kussens zitten. Het schijnt dat we in ons land een minister van arbeid rij\ zijn, een man die vroeger procureur geweest is aan de rechtban\. De weldaden, die het ministerie van Arbeid, op de arbeiders heejt doen neerkpmen zijn zoo luttel geweest, dat we nooit veel gewaar wer-den van het bestaan van dit Ministerie. In de laatste weken nochtans hebben we WEL ondervonden dat er tusschen de ministers ook een meneer loopt, die Hubert heet. Maar het was tôt onze schade... Het is een \lein manneken. Maar dat pleine manneken heejt in den laatsten tijd verdomd leelijJ^e stre\en uitgehaald, stre\en die hem ha-telijk gémaaty hebben bij de heele bewuste ar-beidende fiasse van ons land. Zijne laatste streek verdient hier aangehaald te worden. De mijnwer\ers kjagen sinds lange jaren over de lange wer\uren der mécaniciens in de mij-nen, die gelast zijn met het op- en neerlaten van het personeel, het materieel en de \olen. Die arbeid vergt de grootste geestesinspan-ning, want de minste onoplettendheid kan de grootste rampen veroorza\en. Welnu tôt in den laatsten tijd moesten die menschen twaalf uren op hunnen post staan, en aile veertien dagen zoo maar 24 uren ! ! Dat Was onmenschelij\. Dat Was spelen met het leven der delvers van het zwarte goud. Daaraan moest een einde \omen. Een voorstel werd in de Kamers gedaan tôt beperl^ing van den arbeidsdag dier menschen. Toen stond de kleine Hubert recht en hij zei, dat hij toch zulfye goede bedoelingen had, dat hij van meening was dat de mécaniciens maar acht uren moesten werk.en, dat het niet noodig was dit door de wet te doen bepalen, want dat hij dit bij \oninklij\ besluit zou doen uitvaar-digen.En, wonder boven wonder, hij hield woord! Een k°ninklijk. besluit werd uitgevaardigd op 10 December 1910. Maar voor de bestuurders der kplenmijnen was dit maar 'n waardeloos papiertje, want ze veegden er triomjantelijk hun zolen aan. De mécaniciens werkten acht uren aan het op- en neerlaten der bal^en, maar ze bleven twaalf uren in de mijn! Een echt schandaal ! Op de zitting der Kamer van 26 Februari nu, ging er eindelijk een einde aan dit schandaal gesteld worden. Een voorstel Maroille-Mabille, den arbeids-duur der machinisten op 8 uren bepalende, ging onvermijdelijk gestemd worden. De meerderheid der Kamers scheen er toe geneigd. En weer is de kleine Hubert opgestaan... En hij heejt eens te meer getoond wat hij is: de sluwe advo\aat der zak.enmannen, der pa-troons, de saboteur der wer\er s wetten, de ver-stokte vijand van aile hervormingen die den arbeid moeten ten goede \omen! Hij die zegde zulfye goede bedoelingen te hebben, die meende dat acht uren arbeid voldoende waren, was nu tegen het voorstel Maroille-Mabille ! ! Hij scheen nochtans niet veel bijval te hebben en naar aile waarschijnlijfyheid ging hij eene smoutpeer ontvangen van belang. Maar die meneer Hubert heejt meer «chance» dan een boe-renjon\.Er zitten in de Kamers ook liberalen en even-als de kleri\alen zijn ze verdedigers der belan-gen der bezittende k.las. Een redplank werd minister Hubert toegesto-ken door... den liberalen meneer Masson, die eens te meer bewerkstelligde, het liberaal-kjeri-\aal verbond, op den rug der werkjieden. Hij stelde een amendement voor den arbeidsdag bepalende op negen uren. Hij heette dit een vergelijk■ De heeren stelden zich t'akk°ord, ten nadeele der wer\lieden. Het amendement Werd gestemd. De toer was gespeeld! Beter kon niets aangetoond worden dat, wan-neer het de belangen van den geldzak geldt, liberalen en kjerikalen aan dezeljde lijn trek_ken- Moraal dezer historié: Liberaal en klerikaal? Koek éénen deeg ! JAN. Kronijk der Vakbeweging De Duitsche centralisatie De wettelijke toestand der duitsche vakbonden is maar heel wankelbaar. Het vereenigings-recht wordt wel is waar erkend maar, onder voorwendsel van de vrijheid van den arbeid te vrij waren, worden aile praktijken om de wer-kers-koalities sterk en afdoende te maken met de uiterste strengheid gestraft. Er bestaat in Duitschland geene wet op de beroepsvereenigingen. Deze zijn onderworpen aan de wetten op de vereenigingen in t alge-meen. Deze wetten verschillen van staat tôt staat en zijn heel dikwijls niet veel meer dan echte politiemaatregelen. * * * Zooals wij in onze vorige kronijk zegden hebben aile hinderpalen, die de vakbeweging in den weg stonden en nog staan, niet kunnen beletten dat ze bij onze broeders van over den Rijn eene reuzenvlueht genomen heeft. Drukking der wetten en het verdeelen der werkerskrachten hebben niet kunnen beletten, dat de roode vakbonden met reuzenschreden vooruitgingen en dat ze thans staan als reuzen tegenover de christene en liberale die daartegen-over maar dwergen zijn. In 1903 telden de roode vakbonden 887.698 leden, waarvan 40.666 vrouwen. Volgens het verslag van Karel Legien, de internationale se-kretaris, dat loopt over het jaar 1911, telden zij het kleine cijfer van 2.320.986 leden In het enkele jaar 1911 wonnen zij zoo maar 271.997 leden. Bijna drie honderd duizend ! ! Hetzelfde verslag meldt ook, dat er einde 1911, 191.332 vrouwen vereenigd waren in onze vakbonden. De liberale vakbonden daarentegen telden slechts 107.743 leden en de christene 340.957. Hadden we geen gelijk toen we zeiden dat diegenen welke door het stichten van liberale en christene vakbonden, verdeeldheid hebben willen zaaien onder de arbeidende klas, deerlijk schipbreuk hebben geleden? * * * En nu nog n paar woorden over de organise der duitsche vakbonden. Sinds het kongres van 1892, gehouden te Halberstadt, is die als volgt : De vakbonden van eenen zelfden stiel of van eene zelfde nijverheid vormen eene nationale centrale, het is te zeggen zij vormen slechts één bond voor het Duitsche rijk. Deze centralen zijn met elkander verbonden door de «General kommission», wat wij hier de Syndikale Kommissie heeten. Dan zijn er nog plaatselijke federaties van vakbonden zooals wij die ook in ons land ken-nen.Die plaatselijke federaties houden zich bezig met kwesties die eene zelfde plaats aanbelan-gen, zooals: kiezingen voor de goedemannen-raden, de plaatsingsbureelen, het oprichten van schuilplaatsen enz... De centrale bonden maken, zooals wij reeds zegden, eenen enkelen vakbond uit voor heel het land. Zij zijn samengesteld uit afdeelingen. De bijdragen worden bijna totaal in de centrale kas gestort welke de uitgaven dekt der afdeelingen.Aan het hoofd der centrale staat een centraal bestuur dat beslist over het aangaan van sta-kingen.Dit centraal bestuur wordt gekozen door de afdeelingen die aile twee of drij jaar een congres houden. De verschillende centralen houden bijna aile drij jaar een nationaal kongres, dat overgaat tôt de benoeming der algemeene kommissie. Deze kommissie wordt bijgestaan door een syndikaal komiteit dat aile drij maanden ver-gadert en waarin elke centrale een afgevaar-digde heeft. Die generale kommissie voert de algemeene propaganda, zij centraliseert al de inlichtingen welke de werkende klasse kunnen aanbelangen en geeft een blad uit dat, evenals bij ons, ((Het korrespondentieblad» heet en dat een overzicht geeft van al de gebeurtenissen welke zich voor-doen in de duitsche en vreemde vakbonden, der loonbewegingen en stakingen, der diskussies in de arbeidersmiddens, der organisaties der pa-troons, enz... * * * Zooals onze kameraden hebben kunnen zien is onze beweging geheel en gansch geschoeid op den leest der duitsche vakbeweging. Deze laatste heeft haren bijval en snellen groei voornamelijk te danken gehad aan hare innerlijke organisatie. Met taaien wil en onverpoosd werken zullen we dezelfde uitslagen bekomen. JAN.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De fabriekarbeider: orgaan van den Belgischen Fabriekarbeidersbond gehört zu der Kategorie Socialistische pers, veröffentlicht in Antwerpen von 1910 bis 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume