De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven

264 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1917, 22 April. De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven. Konsultiert 20 Juli 2019, https://hetarchief.be/de/pid/mp4vh5db9x/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Tweede Jaargang, nr 16. Prijs per nummer : 5 centiemen. Zondag, 22 April 1917. De Gazet van Leven >j i' - "I ABONNEMENTSPRIJS : Per jaar .... __2,50 fr. ]Voor 6 maanden . . 1,25 fr. Voor 3 maanden . . 0,65 fr. ALLE BRIEFWISSELINQ TE ZENDEN : Naamsche Vest, 41, HEVERLEE (Leuven) Postcheck-rekening' Nr 242 \p Elke medewerker blijft verantwoordelijk vooiV zijn opstel. , Ongetffkende brieven of bijdragen worden ' niet in aanmerking genomen. Handschriften worden niet teruggegeven. 1 USJ AANKONDIGINGEN : Naar overeenkomst. F" BOEKBESPREKING : Het inzenden van één *— exemplaar geeft recht op vermelding ; twee exemplaren op bespreking. [_ Rond de Mexikaansche omwentelingen. 't Schijnt alweer of Mexico aan 't roeren ging. Vijf jaren lang nu heerscht in dat onveilig land de omwenteling, en hoewel men in Eu-ropa over 't algemeen de opeenvolging dier omwentelingen toeschrijft aan persoonlike oorzaken, toch liggert de wortels elders in diepe ekonomische en sociale geschillen. Het Mexikaansch ras is noch verlaagd, noch uitgeleefd, en bracht het eerste koloniaal leven er verwoesting en bloedvergieten, toch heeft de Mexikaan zijn tijn verstand, zijn klaarzien-den en overleggenden geest ondanks ailes behouden. Voeg daarbij dat de afstammelingen van Montezuma zeer gehecht zijn aan den grond dien ze bewonen en er in hooge mate op uit zijn het eigendomsrecht ervan te zien eerbiedigen, en ge zult een klaar zicht hebben in de overwegingen die ik volgen laat. In het karakter van het Mexikaansch leven ligt de knoop van het Mexikaansch vraagstuk. In Mexiko behooren de gronden aan groote eigenaars < hacenvados » en hunne bezittingen zijn soms zoo groot dat het den bezitter onmo-gelik is ze totaal uit te baten. De Mexikaansche boeren bewerken de gronden, dikwijls onder toezicht van Spaansche meestergasten, die hen niet altijd op zachte wijze behandelen. De Mexikaansche burger houdt niet van omwentelingen, en 't voorbeeld van de Sierra de Puebla staaft het. Men had hier wel aan de boeren twee of drie piasters te beloven om op te staan, en omwenteling te maken ; 't ging niet, want de boeren zijn daar kleine eigenaars geworden die allen in rust willen leven en werken. Vroeger nochtans, onder Francisso Lucas hebben de Mexikanen geoorlogd ten tijde dat Porfirio Diaz van zich liet hooren ; en "t is deze zelf, die, na den strijd, de rijke provincie van Sierra de Puebla onder de manschappen van zijn Luitenant Lucas liet verdeelen. Die krijgs-mannen zijn boeren, welstellende boeren geworden en vragen naar geen oorlog meer, integendeel. , In de andere streken van Mexiko, benijden de arme boeren hunne vrienden uit de Puebla, en zien soms met onrustwekkend verlangen op naar hunne meesters, en de gronden die onbewerkt blijven en waar zij ook enkele aren van bezitten willen. De grondbezitters, de grondverdeeling liever, is een der oorzaken der menigvuldige omwentelingen in Mexiko. Dit is zoo ontegensprekelik waar, dat aile oproermakers het volk mee kregen, dan alleen als er sprake was eene andere grondverdeeling te zullen invoeren. Men vraagt zich af of die grondregeling wel zoo noodzakelik is dat men, om ze te bekomen, een land jarenlang in omwenteling stort ; of ten andere, die grondregeling niet gebeuren kon als in de Puebla ? Hier juist komen andere faktoren in werking, en indien het agrarisch vraagstuk de grond-slag is der omwentelingen, toch is hij alleen gebruikt als agitatiemiddel. De grondverdeeling kan in Mexiko geregeld worden, want de be-volking is tamelik gering en de middelen zijn er groot. Ekonomische belangen beletten er de regeling van en dringen de eerste oorzaak op het achterplan. Mexiko heeft om zijne menigvuldige rijk-dommen uit te baten, op vreemd kapitaal moeten bouwen. De Vereenigde-Staten waren de naaste geburen en vroegen niet beter dan hunne kapitalen in winstgevende zaken te plaatsen. De Amerikanen zijn gekomen, maar zijn weldra op de Europeanen gebotst. Uit de wrijving van beider belangen kwam een ruwe Stoot, en de Amerikaansche politiek wilde maar niet aannemen,dat zelfs in een land van Amerika als Mexiko, Europeanen hun concurrentie mochten aandoen. (Slot volgt) R. V. « Kleine Kronijk De bestuurlijke scheiding is een blijvende maatregel. Een Nederlandsch blad stelt deze vraag : " Autonomie is wenschelijk voor Vlaanderen, maar mogen de Belgen ze aa»nemen, wanneer ze door den overwinnaar wordt verwezentlijkt ? „ De heer M. Kufferath, bestuurder van de Munt-schouwburg en talentvol journalist geeft op die vraag hetvolgende openhartig antwoord : " Men moge het willen of niet, maar het zal moei-lijk zijn, wanneer Belgie hersteld wordt in zijn on-afhankelijkheid, achteruit te laten stoomen, terug te komen op die bestuurlijke scheiding en er de gevolgen van te doen verdwijnen. Daarin zou de kiem liggen van betwistingen en wrijvingen tus-schen Walen en Vlamingen, waaruit een troebele en moeilijk op te lossen toestand zou kunnen ont-staan „ Er zijn dus menschen die gezond redeneeren. „ De Prankiljons zullen wel weten te zeggen dat Kufferath pro-Duitsch is, omdat hij voor den oorlog een groote vereering gevoelde voor Wagner en de Duitsche muziek. Wat de « Opinion Walonne » er over denkt. De Walen die te Parijs onder werkzame Pransche censuur de " Opinion Walonne „ uitgeven ijveren, wij hebben er reeds meermalen nadruk op gelesrd voor federalisme, d. i. voor bestuurlijke scheiding. Het Aprilnummer (van 1 tôt 15) handelt bijna uit-sluitend over den stap van den Raad van Vlaanderen, met de er uit voortvloeiende gevolgen. Boven-aan zet de redactie deze woorden : " La lutte continue. Vive le fédéralisme belge ! „ (De strijd duurt voort. Leve de bestuurlijke scheiding in België). Het blad veroordeelt onvoorwaardelijk degenen die de autoriteit van de Vlaamsche afgevaardigden in twijfel willen trekken, en steekt den draak met die struisvogelpolitiek. " Het is een niet te looche-nen feit, zegt Raymond Colleye, dat die zeven woordvoerders van den Raad van Vlaanderen vôôr 1914 in de Vlaamsche politiek een gewichtige roi hebben vervuld. Het baat niet dit te ontkennen. Er zouden voor de Belgen slechts ontgoochelingen uit voortvloeien. Men vraagt zich inderdaad af waarom de Belgische kringen (Stoofhaken en Cie) zich zoo opgewonden hebben bij het spektakel der Berlijn-sche reis, indien er dan toch maar kwestie was van een komedie uitgedacht d^or eenige aan Duitschland verkochte politikasters ? „ Kortom de " Opinion Wallonne „ schat de ge-beurtenis naar haar werkelijke waarde. " Méditons, zegt zij ten slotte, et rions des déclamations de tel gazettier qui veut clouer au mur d'exécution les flamingants compromis (!) avec M. von Bissing ou bien avec M. Bethmann. Il faudrait un grand mur !, Het salaria der gemeentebedienden. De voortdurende stijging van de kosten van het levensonderhoud lokt van aile kanten aanvragen uit met het oog op verbetering aan te brengen in den financieelen toestand der bedienden van de openbare besturen. Het meerendeel der gemeentebesturen van Groot-Brussel heeft de kwestie in overweging genomen, waarvan de belanghebbenhen met begrijpelijk on-geduld de oplossing verwachten. Het schepenkollege van Elsene heeft in deze reeds een overgangsmaatregel genomen. Te reke-nen van 1 Mei zullen de salarissen van het geheel personeel op voorhand uitbetaald worden. m. a. w. iedere bediende zal dien dag in werkelijkheid één-maal dubbel salaria ontvangen. Dat Leuven er zich aan spiegele. De kleine naties. Wij lezen in het Nederlandsch blad " De Stan-daard „ onder dezen titel : Warme toejuichingen vond het toen uit den En-gelschen regeeringskring de pakkende leuze uit-ging : " Engeland vat het zwaard op voor het on-afhankelijk bestaan der kleine naties. „ Met terugslag op België, voelde al wie meeleeft, de veerkracht die in dit woord school. Reed» voor den oorlog was het zoo beteekenisvol 'door een Engelsch staatsman beleden : " The small nations are the sait of the earth. „ (Het bederfwe-rend zout schuilt in de kleine volken.) Doch hoe warm men deze Engelsche gedachte ook toejuichte, het bleek telkens te haperen bij de toepassing. | Denk maar aan lerland. Daar woont een Keltisch volk, dat niets met den Engelschen Volksaard ge-meen heeft. Men zou dus denken, dat Engeland beginnen zou met lerland zijn zelfstandigheid te hergeven. Doch niets ervan. Eer is het derwijs door Engeland gekneld, dat half lerland naar Amerika uitweek. Egypte was van ouds een zelfstandige natie, en het was dat eeuwenlang eer er van een Engeland sprake was. Toch overheerscht Engeland heel Egypte. Thans met Nubië en Soedan erbij. En niet anders is het aan de Kaap. Naar de Kaap bracht Nederland 't eerst een de-gelijke volksplanting. Noodgedwongen moest die uitwijken naar den Oranje-Vrijstaat en Transvaal. Toch werden beiden vrijstaten ingeslokt. En zelfs in Londen worden mannen als Botha en Smuts thans door het Engelsche goevernement verheer-jijkt.Nu helpt dit wel niet. Uit ailes tocht blijkt, hoe 't verzet in lerland een steeds hartstochtelijker karakter aanneemt, en ook uit de Kaap hoort men opnieuw, hoe de Nationale partij zich steeds vaster aaneensluit, stoerer onder Hertzog optreedt en steeds hartstochtelijker naar de herwinning van haar vrijheid durft grijpen. Doch de Regeering stoort zich aan niets. Aldoor blijft zij in haar officieele woord heel Europa door ro^pen voor de " kleine natiën » maar zelv» o »o heel Knropa voor in het stelselmatig ten onder houden van de " kleine natiën „ waarop ze beslag legde-Zelfs België weet hier van te verhalen. Ook in België is de " Vlaamsche natie „ sinds 1830 steeds onderdrukt, Ook die natie voert thans het pleit voor haar eerstg«boorterecht. En nu liet het zich voorzeker denken, dat men uit Engeland riep : Vlaanderen en Walenland heide, vry maar saam onder eenzelfden koning ! „ Doch ook wat Vlaanderen betreft, heult de Engelsche regeering met wie de " kleine Vlaamsche natie „ ten onder wil houden. Geen stem ging uit Downingstreet voor de vrij- j making van Vlaanderenland op. , Van Cauwelaert en de reis naar Berlijn. . Wij hadden nooit durven denken dat Van Cauwe- ] laert het beginsel der reis naar Berlijn zou hebben , goedgekeurd. En toch deed hij dat in 't jongste nummer van "Vrij België,. 1 Hij bespreekt namelijk het manifest der stoof- < haken en tracht het argument te weerleggen als { zouden de stoofhaken onkonsekwent gehandeld j hebben door zich met hun verzoek naar Berlijn te wenden. ( Van Cauwelaert ziet er, zegt hij, heelemaal geen > kwaad in dat men naar Berlijn ga. Het komt er 1 maar alleen op aan wat mener gaat vragen. Nu dat j wij wat anders te Berlijn zouden vragen dan Van Cauwelaert is al lang geen geheim meer, maar het neemt niet weg dat hij het beginsel van de ( reis niet afkeurt. Zeggen dat het juist daardoor ( was 'dat anderen zich laten afschrikken ! \ Van Cauwelaert is echter vermoedelijk van ge- ^ voelen dat zelfs Havermannen zullen moeten eindi-gen met die van Berlijn aan één tafel te gaan zitten als er van vrede zal kwestie zijn. Minister Schollaert. r De "Nieuwe Rotterdamsche Courant,, ontvangt uit Havere volgend bericht : Minister Schollaert is c zeer ernstig ziek. s De gezondheidstoestand der koningin. c De "Giornale d'Italia,, schrijft dat de koningin r Elisabeth ziekelijk is en eene reis in Italië doet. c Prinses Marie-José is in het instituut van Ste-An- li nonciade te Poggio Imperiale geplaatst, waar zij g haar opvoeding zal voltooien. v Uit den haak. t De medaljes, die door de provincie Brabant wor- 1; den afgeleverd. voor de taks op de honden, dragen r een uitsluitend Fransch opschrift. Sedert wanneer is Brabant nu weer een Waalsche provincie ge- g worden 1 <j Menschenrassen. z " Er zijn slechts drie menschenrassen : de adel, r de middenstand en de dienstbare stand, die van L elkander evenzeer verschillen als porcelein, tin en J] grof aardewerk. „ ^ De dame die dit gevoelen in een gezelschap P uitte, waar een bediende tegenwoordig was, beval 11 deze eenige oogenblikken later, om do dienstmeid met het kind boven te roepen. De knecht ging v hierop aan den trap sfaan, en riep zoo hard hij u kon : " Oud aardewerk ! breng 't klein stukje a porcelein eens boven. „ " IETS VOOR IEDERE WEEK De Buiten. Beatus qui procul negotiis... « Gelukkig hij, die verre van 't gewoel der » steden, in kalme rust zijn eigen erf be-» ploegt ». Zoo zong de Latijnsche dichter en bij aile volkeren hebben de dichters hem nage-zongen omdat die landelijke gerustheid hun iets zoo bekoorlijks scheen dat zij onvermijde-lijk het geluk moet aanbrengen. Virgilius echter en de andere Parnassus-be-stijgers die met hem instemden zouden ver-baasd staan te zien als ze op dit oogenblik het ondermaansche diep even bezochten. En zij zouden verre moeten zoeken eer zij een vreed-zaam plekje vinden zouden om die hoogge-vierde rust te genieten. Want overal op hunne wegen zouden zij ontwaren de puinhoopen die de menschelijke tweedracht er wist te zaaien ; overal zouden zij hooren het gebulder der alvernielende kanonnen, de bittere klacht der weduwen en weezen, de jammerkreten van de rampzaligen die de honger foltert. Misschien wel in een afgelegen dorpje van Skandinaviën of op eene berghoogte van Zwitserland mochten zij, bij uitzondering, een houthakker of een herder ontmoeten, die zich aan de wereldcrisis niet stoort. Overal elders is het de onrust, de angstige gejaagdheid, de onzekerheid om den dag van morgen, en de schuchtere hoop op een spoedigen vrede. Maar de bekoorlijke kommerlooze rust, vroeger zôô geprezen, en nu slechts zôô gewaardeerd is het aardrijk antvloden. De zalige eenvoud van den veldeling, tevre-ien met zijn lot, is ook verdwenen. De nijvere landman is sjacheraar feworden, en — procul legotûs 1 — doet aan négocié. Hij, die zoo mild iet graan rond deelde dat de zegen des hemels n de voor deed gedijen, hij laat het nu zich jntwringen door het geweld of door het lokaas /an ongehoorde woekerprijzen. En die brave ieden, wier goedheid alom bekend stond, /echten nu mêe in den onmenschelijken twee-strijd, waar de hongerlijder kampt voor zijn îooddruft, en waar de andere rijkdommen rergt in ruil van een bete broods ! Verre van mij het denkbeeld een oordeel te rellen ! De oorlog heeft te allen tijde een ge-ieelte der bevolking, hoe gering ook, verrijkt, erwijl de overgroote meerderheid het hoofd nikte onder de zwaarte der smarten. En aan le negotiemannen vragen zich met een kleine vinst tevreden te stellen zou zooveel kans îebben van welgelukken, als van onze buiten-nenschen te eischen dat zij hunne waar zouden ifzetten aan den zelfden prijs als vôôr den •orlog. Het eigenbelang regeert zoo vaak de laden der menschen, en dit eigenbelang v«r-vaarloozen is iets heldhaftigs wat men van een [ewoon sterveling niet vergen mag. Er is nochtans iets veranderd in onze hou-ling tegenover de menschen van den buiten. 'ij zijn de meesters van den dag, en — is het echtzinnig of niet — wij groeten hunne ipperheerschappij. Wij beginnen een onder-cheid te maken tusschen de prachtartikels die e stad ons zoo kwistig wist te leveren en de oodzakelijke levensmiddelen die de Buiten ns bezorgde. En velen bekennen dat zij onge-jk hadden den arbeid van den landman niet enoeg te waardeeren en zijne taak als niets-^aardig te beschouwen. Nu de nood ons nijpt ekennen we volmondig : We hebben ons iten verblinden door klatergoud ; de ware ijkdom is bij den boer. Mochte het eene les zijn voor zoovele jon-ens van den buiten die van den klaver naar e biezen loopen. Ze laten zich verleiden door oogezegde groote dagloonen en door luid-uchtige en toch zoo ijdele stadsvermaken. >eze les moge hun van nutte zijn. 1k zeg hun îet den Franschen schrijver Pierre 1' Ermite : !est«z chez vous ! Blijft thuis ! bij uwen gezon-en veldarbeid ! Ademt de frissche buitenlucht i, bebouwt uw land. Die arbeid sterkt uwe iden, en houdt u de harten rein. Niet altijd ult hij de beurs met goudstukken, maar hij rengt brood in de schapraai en aardappelen an den disch. En ik ken menig stedeling die let zijn goud, in deze tijden, aan dien karigen ost niet geraken kan. 1BO,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven gehört zu der Kategorie Oorlogspers, veröffentlicht in Leuven von 1916 bis 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume