De legerbode

947 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1915, 09 September. De legerbode. Konsultiert 18 Juni 2019, https://hetarchief.be/de/pid/wd3pv6c108/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

DE LEGERBODE den Dinsdag, Donderdag en Zaterdag verschîjnende Dit blad is VpÔR DE BELGÏSCHE SOLDATEN begtemcl ; iedere compagnie, escadron, of batteïûj ontvangt tien of vijftien Fransche en Nederlandsche exemplaren. Oorlogspoëzie Het is bijna eene overbodige waarheid hier te vertellen dat deze oorlog een diepen indruk op onze poëzie en op heel onze letterkunde zal achterlaten. De tragische gebeurtenissen die wij nu reeds sedert raeer dan één jaar zien ontrollen, zuflen airt sleehts het maatsehappelijke en het econo-mische leven eene totale verandering doen orçder-gaan, maar ookdebestàande geestesstroomingen zullen dezen diepen indruk gevoelen, terwijl 'vvij andere en nieuife richtingen zienontstaan. Dat de poëzie eene der allereersten de-Z#in-vloedenzou onder gaan, is sleehts nataurlijk. De poëiie is eene uiting van de diepe ontroering des gemoeds. Na de eerste oogenblikken van zeraftw-schokken^e gebeurtenissen, zoohaast het morcele evenwicht weer was hersteld., moestert zoarfele jonge dichters, die door den oorlog getroffen 'wa-ren, naar de pen vatten om hun gemoetd!. te luckten. Zoo hebben wij dan ook nu reeds eene gébeele oerlogspoëzie zien ontstaan. Het proza heeft tôt nu toe rainder dien ra"Vloed ondev^aan; de prozaschrijver reageert mindfSr op de eerste indrukken ; zijn werk, vooral Warineer het van laugen adem is, heeft kalmt een bez&digd-heid noodig. Maar daar de indruk bij hei» niet rainder diep was, blijft het aiet te betwijfeîsjti of wij zullen de nieuwe riçhting daar eerst liater waarnemen. Enkele pittige soldatenbrij'ven, meestal in het te Lenden uitgegeven weeS:£>lad De Stem nit België verschenen, zoo vol tintehji&den liumor, vol rake, levendige beschrij vingen*. .hebben reeds getoond wat men in die riçhting ver-wachten mag. Twee wçrken van langeren adem, vaal twee bekendeschrijvevs, de meest belcende Vla?Jitische schrijvers, zagen ook reeds hetlieht : Het otjrlogs-dagfeoek van Stijn Streuvels en dat van Karel ^ an de "VVoestrjne. Het eerste, met zijne >misse-lijke, verwaande « objectiviteit », zijn rgebrek aan gemeenschapsgevoelen, aan ruirnen e<iik en aan warae mensc^ielijkheid, is voor velefti eene zoodanigç ieleurstelliug geweest, dat mén zich ging afvragen of de uitgave van een dejrgelijk werk op dit oogeabKk, 200 niet eene dajad van landverraad, dan feoch eene onvergeeflijifce on-voorzichtizheid en gebrek aan takt was geweest. Als men daarbij de înnige diep ontroei-dle blad-zijden verselijkt die Karel Van de Wopstijne • aan het lijden van zijn land en zijn volk eb zijne » orstea heeft gewijd ; als 111 en denkt arotn den ingehouden toon van zooveei sobere blai^zijden die nochtans in het bezette land, onder iden ve-roveraar gesehreven werden, moet men aich niet meer afvragen wie van beiden de sehrijver van de toekomst is, wie best de gedachtew, en de idealen van de toekomst weergeeft. îsde oogstophetprozaveld. voorloopigfalthans, nog sehaarseh, op het gebied der poëzie hebben wii reeds heel wat meer te vermelden. Voor wie de toestanden in Vlaanderen van vôrtr deii oorlog ieade, leed het geen twijfel of wij aoudfen eene riike oorlogspoëzie zien ontluiken. Nooit had Vlaanderen zooveei dichters geteld als in den iaatsten tijd. Het woord van den ouden Jakob Tan Maerlandt : 't dichtet al wat den lepel lekt! heeft nooit meer gegolden dan die laatste jaren voôr dea oorlog. Wie telde de talrijke .blaadjes en tijdsehrifties die ontstonden en weer verdwe-nen gelijk de bladeren der boomen ? \eel kaf was er onder het koren ; veel ijdel ea kieu?5°°s, oneeht werk, al voelde men ook hier en daar wel eene oorspronkeKjke stenrf 0 een sterker toon. Maar onder den sterken .era van de harde werlcelij kheid heeft men leeren ?ea ait de diepe ontroering van het gemoed. ^omiaige van onze jonge dichters namen de ^js naar H^lland ; zij kendeïi het leed van het a'i'npehap.hetheimwee, het verlangen naar het ïaderhaig en den geboortegrond. Anderen, de jongew® en de talrijksten, namen plaats in de ang^n der verdedigers van het vaderland ; zij 1. den veldtocht mee en daar op dien e "Jd net gemoed'noig het meest ontvankelijk ii zoudea zij catuurliik on lvri^che wiize eene uiting geven aan de talrijke indrukken die zij hadden opgedaan. Vele van onze jonge intellectueelen vonden hunne plaats in den ambulancie-dienst, meestal onderwijzers of jonge pries ter s, heel dat jonge, kranige geslacht dat reeds vôôr den oorlog zoo krachtig de hand aan het werk sloeg voor de herleving van Vlaanderen. Andere jonge geeste-lijkendeden dienst als aalmoezeniers, en op welke wijze zij hnn plicht wisten te vervullen, getuigen de talrijke eervolle onderscheidins^en die men hier op de bladzijden van den Légerfrode zelf kan naslaan. Het i^ uit deze rangen ook dat wij het frisclie gelnid van de nieuwe poëzie hoûren op-rijzen.Nog is het natuurlijk onmogelijk daarvan eenig overzicht te geven ; nog is het oogenblik allerminst geschikt voor poëzie, voor letterkundige tijd-schritten of dagbladen. Maar in de enkele Ylaam-sche bladén. die reeds spoedig verschenen zijn, ook de gedichten opgeduikt in bladen lijk de liel-giscke Standaard, de Stem uit ISelgië, de VlaUm-sche Stem'—vôôr ditblad, door eene verrader-lijke streek, eene verkeerde riehting uitging, die door aile Vlamingen vci'oordeeld wordt — ên in het minstniet in de LegerbodezeXÎ, hebben enkele gedichten gage Yen die als letterkunde eene blij-vende waarde zullen hebben. Een jong dichtor, op wiens talent de oorlog wel den besten invloed heeft gehad, is Fritz Francken, van wiens hand hier ter plaatse enkele zeer sehoone gedichten verschenen. Welke kraeht, welke diepte en rijkdom ligt er niet in strofen als : De vûêten teû bloede en de oogen vol spijt, O ! kruisweg van dorpen en steden, En'l hoofd als een klok die de hemelen splijt, Zoo ben ik uw bodem betreden. Van Fritz Francken hebben wij wel de meeste oorlogsgedichten ; naast de verbeten woede, de smart en den harfcstocbtèlijken Pruisenhaat om het vemielde vaderland, om de platgetrapte akkers en de verbrande kunstschatten, vindt men bij hem de marinelijke opwekking tôt den strijd : Mannen, met de vuist bereid, Mannen, die in slilte lijdt, Mannen van de gilden ; Mannen, wie vermaagschapt aijt Aan den beraldieken tijd Der beleeuwde schilden. Terzen van dezelfde vlucht, van dezelfde kraeht, zijn er meer; al de gevoelens, de indrukken van den soldaat te veïde, heeft hij vaak op treffende wijze weergegeven : De innige ontroering bij 't zien van de graven van zooveei gevalleû helden, het spleen en de verveling van de lange uren werkeioosheid, de hoop op de bevrijding, heeft hij soms op prachtige wijze weergegeven. In een der sclioonste gedichten beschrijft hij de velden aan den Yser : 't Is eender waar gij de oogen slaat In deze blakke velden : Daar staat een liouten kruis gepiaHt, Daar îiggen doode helden. Wie de verzsnvan Fritz Francken van vôôr den oorlog gelezen heeft, die wel niet onaardig waren maar waarvan het dilettantisme soms toch zoo onecht klonk, zal onmiddellijk voelen hoe de werltelijkheid, hoe de diepe ontroering Voor het leven, hier een waar talent heeft dôen ontluiken van wiens verdere ontwikkeling veel te verwachten valt. ( Wordt voortgezet.) Paul Kenis. Vredes^Voorwaarden Ziehier de voorwaarden van den vrede zooals de volksmond ze te Antwerpen zingt : Belgift krijet de glorie, Frankrijk de victorie, Engeland de eer, Rusland krijgt nog meer ; Oostenrijk trekt naar huis, Zoo arm als een luis, En als er niets moet verloren loopen, Krijgt den Duitsch den hond zijn... pooten EERVOLLE ONDERSCHEIDINGEN voor Roemrijke Daden . in. ■ Ontviûgen : Het militair eersteakexi der 2e klasse : Thisquenn*e,M., korp. bij de zoekliehten, ic L. D.ï Gekwetst bij een bombardement lerwijl hij eene drin-gende herstelling aan zijn tuig uitvoerde. zet zija werk voort vooraieer zich te laten wegbreugeu. Reeds vroeger om zijn schoon gedrag bij legerdag-order vermeld. Gerakkts, .)., sold. Q* lin. : Soldaat vol toewij-ding en aan de tucht gewend. Werd den 18 Octobre 1914 zwaar gewond toen hij eenen gekwetste op een door een fel vuur bestrekea steenweg ging op-nemen en hem een heel eind ver voortslerpte. Vinters, Liegkois en Van Kt.sxÈz, soldaten der genie, 2e L. D. : Hebben grooteu moed on lofl'elijke1 toçwijding aan den dag gelegd met, «it vrrjen wil, onder :s vijands vmir, werken van belang te gaan volvoeren, gedurende tien op elkaar volgende naeh-ten.Yan- Wesemael, C. F., soldaat 14« lin. : Op een vooruitgeschovçn pofitvan -vvac'ht zijnde. heeft kalmte en koelbioedigheid aan den dag gelegd met voort te gaan geihtreude eene felle en iangdurige beschif-ting waar te nemên ton einde zijnen postcommaH-dant in te lichten over de beweging'eri van den op korten afstànd geposteerden vijand. Goôssevs, M., soldaat 12« lin. : îs zijnen gekwet* sten makker gaan halen in eene vooruitgeschovea loopgraaf, ondanks de kogels die over zekere punten van den weg vlogen, en heeft hem op zijnen mg terrnggebraeht. Deloheï.us, li.-M., Sergeant lin. : Osn zijn steed» schitterend getlrag bij loopgraaf- als bij patroeHe-dienst, dat hem reeds een vermelding bij dagoyder van het regiment, heeft doen verkrijgen ; tijdens een nacht van Angustus 1315, braêht hij eenengeWondea soldaat zijûer palcoelje in onze liniën tefng. BEKTnA.Nû, Ë.-J., soldaat-ziekendrager bij het 1* jag. te voet : Schoon gedrag van het, begin van den veldtocht af, waarvoor hij reeds den 5 Jimï 1915, bij dagorder van de divisie werd vermeld ; in Augastus laatstleden, onder een bombardement van zwtaar geschnt dat verscheidene uren duurde, ontrnimt hij, terstond de gekwotstennaar een gedekte schtiilplaats. VerlindeK, J. M. R., sold. 3« À : Blijft dapper c^» zijnen post gedurende eene zeer juiste beschieting £ snelt een zwaar gekwetsten en onder_ de puinen beclolven makker ter hnlp. Pxrkin, L. A. L., soldaat 9« Un. : Steeds moedig en koelbloedig, inzonderheid in den ioop van eenen patroelje-dienst in Augiistns 1913, waarbij hij gewond werd. Prkser, P., korporaal, Ie karabinlers : Heeft her-, haaldelijk blijken van moed en toewijding geleverd; werd doodelijk gektvetst met in volien dag in eene loopgraaf van 1« linie een sehietgat aan te leggeu om een vijandelijkén post te bestrijden welke die loopgraaf met slrtjkvnur beschoot. SenSique, sold.-grenadier : Gedurende een bombardement maakt hij twee volkomen ondergedoï». ven zijner kameraden vrij, en draagt alleen een der-den gewonden soldaat tôt één Vlot om dezen weg' te voeren. "s Anderenôaags bood hij uit vrijen wil zich aan om op patroelje in de nabijheid der Duitsche posten te gaan. Naykau, brigadier, A/1 D. C. : Verbindingsagent, bleef steeds op zijnen post in de meest neteiigste»1 toestanden ; dapper soldaat in de voile beteekenis,' van het woord ; heeft zich onderscheiden van het begin der krijgsverrichtingen at'met twee bij gebrek aan voorwagens tijdelijk in brand gelaten muoitie-wagens te redden. Henoiuckx, kanonnier A/1 D. Ç. : Heeft zich vaa het begin der krijgsverrichtingen af onderscheidea met in den loop van een gevecht twee, bij gebrek aan voorwagens, tijdelijk in brand gelaten munitie» wagens te redden. Hobben, 1« wachtm. taalman bij het Britscha leger : Bclast met eene batterij gedurende den nacht te leiden, heeft kalmte en koelbioedigheid aan dea*1 dag gelegd, in den loop van een bombardement' waardoor de colonne werd overvalien. Spelmans, J., sold. 47e werkers-compagnie A. G. 5\ Bleef vrijwillig op een zeer gèvaarlijke plaats e» werd daar doodelijk gekwetst. Verriest, sold. A/3 : Gekwetst zijnde. bleef op zijnen post ofschoon zijne batterij geweldig wera' bestookt. Le Cocq, J., sold. S. L. D. : Ommiddeliijk na d* ontploffing van het fort van Loncin uit dit fort ge-, raakt, is aaar terstond met twee kameraden terug-, gekeerd om het leven van luitenant-generaal Léman te redden die zich in de onmogeliikheid bevond alleea buiten te geraken en gevaar liep door de gassen, voort-komende van de onlplofîing, verstikt te worden. Dreelin'g, R., sold. A/3° Br. 3« L. D. : Werd zwaar gekwetst toen hu aan de bedieaing van de stukkea 9 September 1915 TVnmm.er 156

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De legerbode gehört zu der Kategorie Oorlogspers, veröffentlicht in Antwerpen von 1914 bis 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Themen

Zeiträume