Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen

212 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1917, 14 Juli. Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen. Konsultiert 25 Juni 2019, https://hetarchief.be/de/pid/qj77s7jq0k/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

STNDIKAAL MEDEDEELINGSBLAD Orgaan van den Antwerpschen Diamantbewerkers Bond en der Federatie van Vakbonden De redaktie behoudt zich voor, ingezonde stukken al of niet te piaatsen VERSCHIJNT BIJ GELEGENHEID Redaktie en Administratie : Plantijnlei West, 66, Antwerpen België's Toekomst Er zijti er hier in België ook een deel die van een economisschen oorlog droo-men.Zouden die menschen eenig begrip hebben van den toestand waarin ons land zich zal geplaatst vinden wanneer eindelijk aan dezen onmenschelijken strijd eens een einde zal gekomen zijn. Natuurlijk neen ! Want het zou nu toch wat al te dwaas zijn,met de wetenschap in zich geruimen tijd met een paar zoo goed als lamme beenen geplaagd te zullen blijven luidop te gaan droomen over bokspartij en en hardlooperij. Een economischen oorlog.... met wat ? Met welke wapens ? Met welke nieuwe offers ? Een deel fabrièken en mijnen zijn ont-redderd ; machienen, çereedschappen, grondstoffen, enz. verdwenen. En de werkkrachten ? Heeft men er in de leidende kringen al wel eens aan gedacht, ernstig op nage-ciacht, in welk een toestand ons land na dezen krijg met zijne beschikbare werkkrachten zal geplaatst zijn ? Het is waar dat deze gruwelijk, alge-meene moordpartij bijna geen Europee-schen Staat gespaard heeft. Overal zijn den God Mars zware menschenoffers gebracht. Bij honderdduizende zijn de beste, jonge werkkrachten, zonder tellen, gesmeten in den bloedigen,schandelijken moordkuil waarin de alleen tôt regeeren der volkeren bekwame !!??!! hoogere klasse Europa, de geheele wereld gestort heeft. Dat geld voor andere dus ook. En laat ons zelfs aannemen dat het percentage gesneuvelden voor ons niet hooger wezen zal dan dit voor onze buren, onze con-currenten het geval zal zijn. Maar voor ons is dat niet het eenige. Wij zullen nog wel andere verliezen op ons bilan te brengen hebben, wanneer achteraf de rekening zal worden opge-maakt. En wat nog erger is, verliezen van zulken aard dat zij bij onze buren, onze concurrenten toch achteraf, als een winstpost zullen kunnen aangeteekent worden. Duizenden onzer arbeiders toch en waaronder zeer velen onzer beste werkkrachten op allerlei gebied, zijn van bij het beginne af, naar aile kanten uitgewe-ken. Er zijn er daarvan eninaanzienlijke aantallen, zoowel in Duitschland als in Engeland, in Holland als in Frankrijk, om nu de het meest in aanmerking ko-mende staten maar eens te noemen. Het gevaar daarvan ware niet zoo groot geweest had dezen krijg eenkortverloop gehad. Hoe langer echter den oorlog duurde hoe meer zich velen daar ter plaatse deden waardeeren, hoemeer zij zich daar inburgerden. Hoe langer den oorlog nog voortduren zal hoe grooter dit aantal. Daarbij komt dan nog, als een bijge-voegden schadepost, zich de behande-ling wreken waarvan onze arbeiders hun levenlang hier het slachtoffer zijn geweest de langdurige werktijd, de lage loonen, het uitzonderingsartikel 310, dat den werkman zwaar straft maar al wat patroon is voor een zelfde soort misdrijf vrij ui1 laat gaan. Het een met het ander dus, de moeite die overal zal gedaan worden om aile goede werkkrachten te behouden, de be tere behandeling op de meeste piaatsen daar dan zij hier gewoon waren, zal on-tegenzeggelijk voor gevolg hebben dat minstens een deel onzer, hier en daar zal geankerd blijven. Dat beteekend dus voor ons land ge-woonweg eene beduidend grootere afna-me van goede werkkrachten dan dit bij onze buren het geval zal zijn. En ik druk op goede omdat om die te behouden natuurlijk de meeste inspanning zal gedaan worden. Buiten de algemeene verliezen dus die wij ongeveer in gelijke hoeveelheid, pro-portioneel dan, met onze buren — onze toekomstige concurrenten toch — hebben zullen,mogen wij er nu alvast op rekenen hen nog een deel van het ons overblij-vende gedeelte werkkrachten te zullen moeten afsta'an. Wat dubbele winst voor hen beteekend, dubbel verlies voor ons. Terwijl wij dan daarbij nog een enor-men tijd zullen te verliezen hebben, bij het herbeginnen der menschelijke toe-standen, door het eerst en vooral nood-zakelijke heropbouwen en hernieuwen van wat vernield of weggevoerd werd. Iets wat in andere staten toch niet in de-zelfde mate het geval zal zijn. Zouden deze welketothiertoegeroepen waren om eene leidende roi te spelen, zouden allen welke een weinig belang stellen in de toekomst, in de toekomstige welvaart van ons in dit beestige tijdperk zoo zwaar beproefde land Zouden die niet met ons de meening kunnen gaan dgelen, dat er wat meer reden, noodzaak zelfs bestaat in die richting te kijken, tegen die dreiging maatregelen zien te treffen, dan te droomen van een dwazen economischen oorlog na dezen ? Of is men soms van meening dat wij enkel bestaan om de belangen van ande-ren te dienen ? dat wij niet aan onze eigene toekomst denken, daarvoor niet zorgen moeten ? L. V. B. Diamantnijverheid DE TOESTAND De minst duidelijke berichten waarover wij, betreffende onze nijverheid nu beschikken kunnen, zijn deze welke Amerika en Duitschland be-treffen.Van eerstgenoemden staat wisten wij dat er zoo goed als geene werkeloosheid is; dat de ioorien tôt op hetz#lfde peil van voor den oorlog zijn teruggebracht, den werktijd gehandhaafd was opde acht-en-veertig uren en de organisatie steeds klimmende bleef, zoowel in ledcntal als in aanzien en kracht. Een verzoek van over enkele maanden reeds aan den A. N. D. B. te Amsterdam gericht om geene formulieren voor Amerika meer af te leve-ren bleef nog steeds gehandhaafd. Daar er echter geene ingrijpende wijzigingen vandaar uit mede-gedeeld werden, kunnen wij niet anders dan aan-nem#n dat bovengemelden goeden toestand zich nog steeds bestendigd. Van zooverre ons uit Duitschland echter bekend is, doet de toestand zich daar minder rooskleurig voor. De meeste diamantbewerkers vielen onder de opgeroepenen voor den krijgsdienst. Terwijl dan verder de maatregelen tegen de diamantnijverheid in het buitenland getroffen natuurlijk nog het hunne bijbrachten. Berichten dienaangaande kwamen ons den laatsten tijd echter, noch reoht-streeks noch onrechtstreeks toe. De laatste berichten aangaande de Fransche vakgenooten wijzen duidelijk op eene voortgezette aktviteit der organisatie en een doorloopend goede toestand der nijverheid. Men weet dat daarxjoowel als in Antwerpen de patroons onmiddelijk den oorlogstoestand geex-ploiteerd hadden om hunne gedemoraliseerde arbeiders met hongerloonen af te schepen. Erger nog, had men hen zelfs een lageren werktijd op-gedrongen.Zooals echter dnze lezers ook reeds bekend is had eenigen tijd daarna, toen Le Geury uit den krijgsdienst ontslagen was, dezes energiek optre-den met de krachtige hulp die hij af en toe van den nog onder dienst zijnde Danrez ontving en met tevens het opleven der nijverheid voor gevolg dat langzamerhand de loonen terug omhoog werden gebracht en de werktijd hersteld. Op het voortzetten dier werking wees het nu onlangs ontvangen bericht waarop ik hierboven doelde, en hetwelk melde dat in St. Claude (Jura) een strijd wa3 uitgebroken ter verkrijging van 10 °/0 loonsverhooging. Terwijl een kort daarop volgend bericht mededeelde dat de staking ge-wonnen was. Dat dien strijd daar op zoo'n korten tijd en in het voordeel der arbeiders kon afloopen is natuurlijk een doorslaand bewijs van den goeden gang der zaken daar. Voor wat betreft Amsterdam gaven wij in het vorige nummer het uitgebieide overzicht van de hand van H. Polak. De Voorzitter van den A. N. D, B. voorzag daarin voor de eerste weken geene verbetering in de, den laatstan tijd wat grootere werkeloosheid aldaar ; wat tôt nu toe bewaarheid is. Voor wat de loonen der melèe en gropsliipers betreft, was ik in de gelegenheid zelve vast te stellen dat die van goed tôt uitstekend gingen. De verdiensten der kleinslijpers zijn echter ailes behalve goed. Wat zeker wel voor buitenstaanden en zelfs der tncerderheid van de vakgenooten ver-wonderlijk schijnen moet, voor een centrum waar elk, patroon zoowel als arbeider, lid is van zijne wederzijdsche organisatie. Voor ons echter, met onze diepe kennis der mentaliteit onzer vakgenooten waar ook, met het begrip van den invloed dien de gebeurtenissen, den toestand der nijverheid op hunnen geestestoe-stand uitoefenen, met de ondervinding tevens aangaande het slechte systeem, bij het in bewer-king geven van klein en achtkant gebruikelijk, een systeem dat heel den risico op den arbeider drukken doet — voor ons zeg ik heeft dat ver-schijnsel niets vreemds, Zoolang toch zulk een entre-prise-stelsel in voege zal blijven zullen ook en dat bij elke intredende werkeloosheid, onmiddelijk de verdiensten verminderen. Eene krachtige organisatie zal wel kunnen remmend, nooit echter totaal voorkomend werken in deze. Hier in Antwerpen, waar nu niets als klein brillant en achtkant bewerkt word, doet zich datzelf-de verschijnsel dus natuurlijk in nog erger mate gevoelen. Het entre-prise-stels laad hier ook nog den arbeider zoo goed als de geheele gevolgen der ab-normale duurte der arb?id«benoodigheden op de schouders. Terwijl natuurlijk den psychologischen toestand der diamantbewerkers hier nog oneindig meer gedrukt is, hunne weerkracht veel mirrder dan elders. Eea toestand waarvan door vrijwel de meeste patroons, en in 't bizonder door de tus-schenpersonerij onbesehaamd gebruik wordt ge-maakt om hunne werklieden tôt het uitergte uit te persen. De onmenschelijk dure klateersel, maar vooral de snijpoeder, wordt daarbij nog vervalscht tôt uiterste. Zonder de minste gewetensknaging fcren-gen sommige tusschenpatroontjes entre-prise wer-ker of soins zelfs den oorspronkelijken werkgever groote sommeil in rekening voor vuilen, onwaar-digen rommel welke de arbeiders als smeersel ge-geven wordt. Met het gevolg natuurlijk dat het werk nog slechter toont dan het in werkelijkheid is, den werkgever minder geleverd krijgt voor minstens evenveel onkosten, den arbeider met minder verdienste huiswaarts gaat. Wanneer men bij dit ailes nu nog in aanmerking tieemt den toi welke onze nijverheid in het buitenland betalen moeWJm eenigzins in het leven te kunnen blijven, de overgroote sommen welke namelijk aldaar moeten betaald worden om eener-zijdsch het ruw vrij te krijgen en anderzijdsch het geslepen te doen aanvaarden, dan krijgt men een redelijk getrouw beeld van den waarom der nog lagere verdiensten hier dan dit, voor dit soort werk, in Amsterdam reeds het geval is. Den A. 15. B. heeft zich niet geheel en al blin-delings afgewerkt tegen dit, nu toch niet gansch te bestrijdan kwaad. De grootste kracht is ont wikkeld in die richting welke voor de toekomst van de nijverheid van de meeste beteekenis zijn moet. Door juist en taktvol optreden, door zich zoo goed mogelijk aanpassen aan den niet te verwij-deren, heerschenden toestand, is een reuzen-sehrede, een enormen vooruitgang gemaakt in het brengen van organisatie in aile branchen, in aile centra der diamantnijverheid. Geen centrum meer waar geene organisatie bestaat, zoowel van werkgevers als van werknemers. En bestaat en zullen er nog wel eenigen tijd bestaan, kleihe wrijvingen-gevolgen van het jarenlange inge-groeide wantrouwen tusschen de twee groepen de hoofdleidingen toch zijn het sinds lang eens over den in te slagen weg. De algemeene erken-ning nu invoering zelfs mits een paar overgangs bepalingen, van de acht-en-veertig-uren- week, door de Juweliers-Vereeniging, is daarvan toch wel een klaarblijkend bewijs. Eene bron van wrijving, van strijd zelfs, is daardoor nu toch reeds formeel weggenomen. De toenemende werkeloosheid der laatste -tijden het verminderen zelfs der kwaliteit van het werk heeft niet kunnen verhinderen dat langsom meer de anarchie uit de nijverheid verdreven werd in Antwerpen en omliggende, de organisaties overal in min of meerdere mate erkend en zelfs begrepen worden waar anders enkel de naam al niet zonder wantrouwen te.verwekken kon genoemd worden. Waar de diamantnijverheid echter wel de grootste, de meest verassende wijziging heeft onder-goan is wel in Engeland. Voor den oorlog toch was er in Londen eene organisatie, bij ons Wereidverbond aangesleten, ornstreeks een dertigtal leden tellende ; een aantal zoo ongeveer gelijk met het getal der aldaar toen verblijvende diamantbewerkers. Op het oogen'olik dàt ik dit schrijf nu zullen er aldaar, ailes bijeengerekend, wel eene kleine dui-zend beoefenaars aanwezig en werkzaam zijn. Dat mag dus wel degelijk verassend genoernd worden. De oorspronkelijke aldaar bestaande organisatie, heeft dan ook al deze werklieden niet gewoon weg bij zich opgenomen, maar vond het niet meer dan juist, dat zij gegroepeerd werden in eenp spéciale (Réfugée) afdeeling, met een afzonderlijk bestuur en administratit. Het spreekt natuurlijk van zelve, dat de daar-heen gevluchte patroons al onmiddelijk van den toestand gebruik maakten om de zuigpomp op de arbeiders te piaatsen. Een langere werktijd werd ingevoerd terwijl kleine loonen betaald werden. Bij herhaling hebben wij hier reeds aangetoond hoe, door samenwerking van bestuur en leden, maar vooral door dat zoo goed als allen zich bij de organisatie hadden aangesloten, aan dat ge-doe spoedig een einde werd gemaakt. Onzegoede Antwerpsche bondsleden, welke aldaar in beduidend aantal hun verblijf hadden genomen, vorin-den de kejrn dier groep, verleenden er hunne energie aan. Na New-York zullen dan ook in Londen en Birmingham de loonen wel het hoogste staan. Een goed werkman toch verdient aldaar van vier tôt vijf pond per week. * Alhoewel gezegde groep nu eigenlijk eene afdeeling van de Londensche organisatie is, bleef zij echter in karakter en wezen een deel van den A. D. B. Wat ook in de statuten vastgelegd is. Daarin toch vindt men o. a. vermeld, dat bij het weerkeeren van den normalen tijd, wat zich dan in kas bevindt, naar de als moederorganisatie door de leden aanziene A. D. B. wordt overge-bracht.Van beteekenis is wat ikin de laatste twee alinéa aanhàal, vooral voor het begrip van de verdere ZATERDAG 14 Juli 1917 3"' JAARGANG n' 8

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen gehört zu der Kategorie Oorlogspers, veröffentlicht in Antwerpen von 1915 bis 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume