Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen

265 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1918, 15 November. Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen. Konsultiert 19 Juni 2019, https://hetarchief.be/de/pid/n29p26qx1w/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Orgaan van den Antwerpschen Diamantbewerkers Bond en der Federatie van Vakbonden De redakîie behoudt zich voor, irigezonden stukken al of niet te plaaïsen VERSCHIJNT BIJ GELEGENHE1D Redaktie en Administratie : Plantijnie» West, 66, Antwerpen De val van een stelsei Het in eirudelij'k gedaan met de re/usachbîg-st« moordpartij welk« d» wecreM ook te *ajn-schouwen kreeg. Einde lijk ! En tooh haidden wiij, en weil die m ©est en met ans, cms de ontvangat van dit einde andlers voorgesteld. Toen alom het kamon rornme,lde, het mopr-dien iin massa onzer knaipste jonigel&ngschap en huisvadetrs, onverpooad zijnen gang gïmg, de eene stad na de andere met den grand gelijk gemaakt werd... toen wairen wij van ineeniirag het haîf te zulem besterven van weugde wanneer het eerste vrede signa al weerkliinken zou. En het ia zoo md«t. Het ik hefcl veel miinder zelfs. Wel heeredht er vreu.gde, zeeT groote vreug-de zelfs dat eimdeliijk dit bloedig spel, met zâjn waligeliijk gevolg van woeker en volksuit-hongening, die ornui twiischbare echiande onzer eeuw, zign einde gevonden heeft. Maar' van die dlol'le, ailes-overstelpende vreugde, daar-vian ziet men niet». De reden diaiairvan i« met verre te zoeken. De belaingstelling van ons volk i» verplaatst. Men ziet mit, angstig gespanmen, in eene an-dere richting, naar airudere gebeurtenissen, vain nog grootere beteekenils zeifs voor de toekomst der vollkeren, voor huin gekik ein vtrij-heid, dam dezen uiitzonderHjk barba ars oh en oorîog zelve. Reeds lang toch voor het laaitste salvo nog onmeadbogerud een deel onzer jorugens de reeds geko ester de hoop vain terugkeer naar den huiselijken haaird onibnain... reeds liang daarvoor tooh wetfd het kiàjgsgerucihit al over-stemd door het verbijsterend snel itoenemende gedommel eener vliug naderernde, nieuwe wereldorde. Vlugger dan de «Vrede » spoede de «Nicu-wt Tirjd» zich voor t. En voor de witte vredes-v,lag geheschen kon worden, wapperde reeds de roode vaian vain het «Internationale Socialisme» op het Keizerlijke Pailïjs in Berlijn, de symbobeke buTcht tooh van het militarisme, vain het buirgerlijke autoaratiarne. lEin het iiis niet daiar laJlleen dat die roode vaan wappert. Het overwieidiigerid grootste deel van Euiropa ligt reeds oinder haire pdooien. En dat zegt niet aan de voJkerein «vrede tôt dat deze of gene weer eens belust is op buit, op landeren gromidgebied » dait spreekt, die , roode vaan, vain een eeuwigen, een duiurza-men, omgeatoorden vrede. Dat is het wat een deel der aandiacht op-slurpt wefflce amdea* geheol naar den vrede gaian zou. Het oude Europa, dat dioorheen heel onze tijdirekemng, aain de spiits stond en niu, door den oorliog, zich die eerste plaats door Ame-rika ontinemen zag... het oude Europa keert plotselings de ibanikroet gemaEikte staatsrege-lSlng, met hare oorlogen en kapiitalistische ver-driikking, den rug toe, slaat een nieuwe rich-ting in, naar een « Nieuwe Tijd», naar eene meer menschelijke staatsregeling, nieiar eene wezenlijke volksregeering welke alleen bij imaohte is verdere oorliogen te voorkomen. Miiddel'erwijl men in Amerika, het liand van ihet, nu mog in aanzien stijgende, groot-kapita-Ittsme, den hier zoo zeer bewonderden président Wifeon, met zijne mooie idealen, bru-taalweg aan de deur zet — omidat het groot-kapitaîisme v«n geene idealen nooh volksvrij-hed'en weten wili — middelerwijl zwenkt Europa de nieurwe' richting in, laat het burgerlijk autocratische regiem, met zijne oorlogen, vo'ikseliende en onmondigheid, links liggen en herneemt weer, door de vol'ksregeeringen, de spiits der bescihaving. Dat verdriingt nu gedeeJlteiKijk den afschuw voor het doorstane leed en gruweien, de vreugde over het neerwerpen der barbaren-nw«î>enen.W*nfc bij d*m audit n*iiur k«t ei*de j d»r moomdorij, leefd» tooh iin d* volkeran de onrust vooor da gevolgen ; d«n «ngst dat weer op het «rbeiidend» vO'ik «Ileen, ma de oorlogs-ftilende, oak dt» geivoigen d»arv*an, de b»ta-Eing daarvan zou geladan worden. En enkel de iang verwi»cht« «Nieuwa Tijd» de Democratischo, d® Volksregeering kan ver-hinderen diat, rïia in idien t vain het autoorati-sche kapitEilisme do slachtoffers te hebben moeten leveren, het eigemiijke volk ook nog de gebroken potten geheel en al betalen moet, de liasten opbrengen aan de ziich ointzaigïijk rijk geiwoekerd hebbende, ou/d« en nieuwe kapitafeten. De roode vliag wappert reeds boven de grootste Staten' van het oude Europa. Voor on# niet als een symbool" van boljevisme of anairchisme — diiie eene uitspatting daairstel-len in tegenovergestelden zin ails het nu weer eens iin het volkerenbloed gedoopte kapita-listische steJnel — maaur wel als eene aankon-/dli'giing van een «Nienwe Tijd», eene meer humane wereldorde... een tijdperk van alge-meenen, duuirzamen wektand, door vrede en arbeid. Het oude regiem heeft gefaald en «tort in ellka-ar, met een domderend geraas, enkel over-•temd dioor het gedommel ider in a-antocht zijinide nieuwe werelid-orde. Het i» wel te begrijpen dat het vieugdege-voel over den eiinidelijken vredo daardoor eeniigsziin® afgeleid wcxrdt. Want viijheid en gelluk ziijn bij machte de nievelen der doorstane ellenda weg te vagen. L. V. B. Twee gebeurienissen in de Oiamantnijverheid ËËM MAKLAIVK Zooals wij reeds in ons vorig nummer ver-îneld hebben hàd zaterdag 26 October de plechtig-e opening- plaats.der heropgebouwde lokalen van de «Diamantclub». Alhoewel gezien de tijdsomstandigheden, heel de pleclitigheid van een ingetogen aard was, had de mooie, nieuwe « Beurszaal » schoon in h.iren eenvoud,tocb een feestelijk aanzien. Wat op dien oogenblik nog aan dia-mantnijveraars in onze stad aanwezig was, was zo") goed als in zijn geheel, opgekomen. Ook de Besturen van Antwerpen. en der bijzonderste voorsteden waren goed verte-genwoordigd. Den heer burgemeester De Vos had er zelfs aan pebouden deze gebeur-tenis van bôteekenis op-nijverheidsgebied.... eene soort begin toch der heropricliting van ons land,... in persoon te komen bijwo-nen.Een gevoel dat zeker de heeren Van Bey-len en Hellings, Melis en Bogaert, schepen en Gemeentesecretarissen ran Antwerpen, Borgerhout enBerchem en zoovele anderen, enveneens wel zal aangespoord hebben die plechtigheid met hunne tegenwoordigheid te vereeren. Buiten de verschillende overheidsperso-nen, hadden ook een deel vooraanstaanden op handels- en nijverheidsgebied enz. door hunne aanwezigheid blijken gegeven van de groote belangstelling in deze bijzonderste onzer instellingen. Zoo o.a. den heer Beule-kens,bestuurder der «Banque Général Belge» welke zoo nauw met onze nij verheid verbon-den is ; den heer Haes, bouwmeester en te-vans ontwerper van het plan tôt heropbouw, het Dagelijksch Bestuur van den A. D. B. enz. enz. Den heer J. Praats verwelkomde in eene gepaste, zakelijke rede, de verschillende overheidspersonen en gasten en dankte hen namens de «Diamantclub» hartelijk voor de verleende belangstelling. Waarop den heer Burgemeester De Vos het Clubbestuur van liarte geluk wenschte met de buitengewone blijken van initiatief en doorzettingskracht in zulke tijden ; hen voor de toekomst niet alleen allen voorspoed toewenschte maar daarbij tevens de volmon-dige verzekering gaf dat immer op de joviale, krachtige medewerking van het Gemeente-bestuur zou kunnen gerekend worden. Daarop werd door der. heer Willem Van Bijswijck, bestuurder der «Diamantclub» in eene uitvoerjge, zakelijke rede, de geschie-denis dezer instelling gemaakt. Eene ge-schiedenis van een grocpje nederigen, met enkel veel durf en ondernemingsgeest, die door hun onverpoosd werken en zoeken, van d» «Diamantclub» onbet®«k«n»nd als zij to«n was, op een dertigtal jaren de groote mach- ' tige instelling maakten die wij nu kennen en welke onbetwistbaar, in onze nijverbeid, waar ook ter wereld, haars gelijke niet heeft. Door île Heeren Alfred Van Eeckhoven, namens deBelgische J uweliers-Vereeniging, De Jongh namens de «Beurs voor Diamant-handel », en Van Berckelaer namens den « Antwerpschen Diamantbewerkers-Bond », werd het Glubbestuur daarna nog een hartelijk woord van gelukwensch toegestuurd, waarbij door laatstgenoemde in 't bijzonder de nadruk gelegd werd op de groote betee-kenis der aanwezigheid van de verschillende gemeentelijke Overheidspersonen en tege-lijkertijd den wensch uitgesproken eener goede, beleidvolle samenwerking in de naaste toekomst tusschen Overheid en Nij-verheidsleiding van aile genre. Na afloop der offieele plechtigheid vorm-den zich in de heldere mooie zaal vele groep-jes, waar levendig en zoo zorg- als hoopvol de noodwendigheden en goedekansen onzer Belgiscbe Diamantnijverheid in de naaste toekomst besproken werden. ^ Dat was zeker wel niet het minst beteeke- nende van dezen beteekenisvollen dag. * Den dag volgende op hetgene M'ij hierbo-ven vertelden, werd in diezeifde zaal, groo-tendeels door zijn initiatief en vooruitziende doorzettingskracht zoo spoedig terug ter be-schikking gesteld, den heer Willem Van Ryswyck gevierd, als zijnde dan vijf-en-twintig jaren Seeretaris en Bestuurder der «Diamantclub». Geen zweem nu van den eenigszins stijf-vormelijken toon, welke immer in min of meerdere mate aan eene officieele plechtigheid verbonden is. Lang reeds voor het ge-stelde uur vulde eene menigte ledan en gasten, Glubpersoneel en Oorlogsweezen de mooie Beurszaal voor zooverre zij niet door geschenken en bloemen ingenomen was. Een atmosfeer van vrolijke spanning heerschte er tusschen die velen. Zoo bijna of allen voor enkele oogenblikken het gevoel der benarde omstandigheden afgeschud hadden, om met aile hun vermogens hunne voile waardeering te kunnen betuigen aan den man welke nu reeds een kwart eeuw aile initiatief en werkkracht, het beste wat zij-nen begaafden geest opleveren kon, gegeven had ten dienste der Diamantclub in 't aigemeen, en harer leden in 't bijzonder. Dien geest van bijzonderetoegenegenheid en de buitengewone ovatie waar in hij zich geestdriftig uitte, bij het binnentreden van den jubilaris, zal dan ook wel diens hoogste belooning geweest zijn ; dieper in zijn ge-moed doorgedrongen zijn zelfs dan de prach-tige geschenken en overheerlijke bloemen waarmede een gedeelte der zaal gevuld was. Wij kunnen echter niet nalaten ook daar eens even bij stil te staan. Al was het dan maar al enkel ten pleziere onzer talrijke, in Jiet buitenland verblijvende betrokkenen, welke daardoor van het genoegen beroofd waren er aanwezig te zijn. Op de eereplaats, midden in den achter-grond der zaal verraste on» van verre reeds het levensgroote portret van den feesteling, een waar kunstwerk van de hand van den gekenden Antwerpschen kunstenaar Piet van Engelen, en den Heer Van Ryswijck van wege het Bestuur der « Diamantclub » aangeboden. De Juweliers-Vereeniging had een kost-baar ivoren beeld aangeboden, door Proffe-sor A. Van Beurden. Den A. D. B. eene vaas en de Beurs voor Diamanthandel een koffie-servies in zilver. In ditzelfde metaal was er ook een heerlijke korf met bloemen gevuld vanwege de nieuwe afdeeling der Juweliers-Vereeniging : deze der Patroons-Goudsme-den. ^ Bijzondere opmerking viel het prachtige album vanwege de in Holland verhlijvende Diamantairs, ten deel. Alsook een reusneh-tige bronzen penduul met historische beel-den en reliefteekening. Terwijl verder nog Bureelgerief door het personeel der "Diamantclub vazen door de gebroeders Lom-maert ; kristalworken van verschillende vrienden; bloemenkorven der «Banque Ge-nerale Belge» het «Diamantinstituut voor Oorlogsweezen» van het personeel der com-mércieele inrichting tôt haverbewerking enz. enz. Het was den heer J. Praats welke namens het bestuur der «Diamantclub» den jubilaris het prachtige portret aanbood, nadat hij hem in eene mooie, hartelijke rede gezegd had hoezeer den heer Van Ryswijck door hen allen gewaardeerd wordt en zijn werk op prijs gesteld. Daarna sprak den Heer Constant Schmit, namens de Juwèliers-Vereeniging, waarna den heer Arnold Spira, namens de in Holland nog verblij vende leden der Club, het mooie dank-adres voorlas en het pracht-al bum, met op perkament aller handteeken, overhandigde. Zakelijk en duidelijk was den lof welke door den heer De Jongh, namens de Beurs voor Diamanthandel, aan de hand van eenige grepen zijner werkzaamheden, den heer Van Ryswyck toegezwaaid werd. Den heer L. Van Berckelaer voorzitter van den A. D. B. sloot zich namens het arbeiders-element volmondig bij de hulde aan van zoovele zijden den Jubilaris gebracht. Spreker zegde vooreerst al van deze gelegenheid ge-bruik te willen maken om den heer Van Ryswyck eens hartelijk te danken voor zijne zoo groote als# joviale medewerking bij het ver-zorgen der ongelukkigsten onder ons : onze tuberculose leden. Terugkomende op hetjubileum zelve her-innerd spreker er aan van welk eene enorme beteelcenis die vij-f-en-twintig jaren waren in dewelke den heer Van Ryswyck het beste deel van zijn leven en geest aan de Diamantclub en de nijverheid gaf. Want er is wat gebeurd in dit kwart-eeuw in ons midden. Bij het begin dezer periode toch waren noch ons bedrijf, noch de zakenmenschen van groote beteekenis ; de arbeiders zelfs een doorloopend voorbeeld van spot en mis-prijzen. Maar zooals deze laatsten zich, door organisatie en ontwikkeling, eene bescha-ving hebben toegeeigend,waardoorzij boven de meesten hunner kameraden der andere bedrijven uitblinken....zoo hebben de zakenmenschen zich hunnerzijds, in die zoo korte tijdsruimte, tôt eene hoogte en beteekenis opgewerktwelke onze diamantnijverheid tôt eene der schitterendste onzer stad verheven heeft. En het zal zekerlijk nu wel het oogenblik zijn, zegt Van Berckelaer, om nadruk-kelijk te wijzen op de overwegende roi door het vreemde element hier sinds jaren geves-tigd,in dezen voorbeeldeloozen aangroeivan macht en aanzien gespeeîd. Tôt dien enormen aangroei van het zaken-cijfer diende de « Diamantclub » wel als het voornaamste steunpunt, Vandaar ging de ijzeren tucht uit, die stevige gezonde rege-ling welke vertrouwen bracht en dus groei-kracht verleende. Door zijn vijf-en-twintig jaren lang werken aan het grootmaken der * Club heeft den huidigen jubilaris dus onbetwistbaar en in groote mate bijgedragen tôt den algemeenen, buitengewonen bloei onzer nijverheid hier, tôt de uitzonderlijke wel-vaart daarvan uitgegaan. Dat is het eerste deel van Van Ryswyek's groote werk, zegt spreker, en herinnert or vervolgens aan hoe hij den feesteling leerde kennen en waardeeren in het andere deel, waaraan hij met zooveel ijver en doorzicht zich van ai' het begin der oorlogsperiodo heeft toegewijd : de Belgische Juweliers-Vereeniging. Van af de eerste dreiging van buitenaf waaruit ons bleek dat gepoogd werd van onze uitzonderlijk ongelukkige toestanden misbruik te maken om onze nijverheid hare toekomst en aanzien te ont-nemen, vondenw ij in den Heer Van Ryswyck een zoo onvermoeibaren als scherpzinnigen medewerker. En met trots zooals hoopvol kunnen wij bij deze gelegenheid, nu tevens den gezichteinder zich verruimd en de eerste vredessymptomen zich gelden doen, er op wijzen hoe, door die samensmelting aller beschikbare krachten van goeden wil, onze diamantnijverheid nu nog zoo goed als vol-komen intact is...., de eenige misschien in ons gansche land welke nog over zoo goed als aile gereedschappen en machienen be-schikken kan, geheel gereed is voor den komenden economischen strijd. Dat is de eerste maar dan ook zeer betee-kenisvolle vrucht der joviale samenwerking hier vroeger onbekend, tusschen de groote groepeeringen onzer nijverheid. Den heer Van Ryswyck doorzag daarvan onmiddelijk de beteekenis. En het is dan ook in deze zoo moeilijke dagen vooral dat wij hem leerden kennen en leerden waardeeren... niet alleen voor wat hij voor onze nijverheid gedaan heeft in dat halve, werkzame menschenleven dat hij achter zich heeft, maar voor hetgone hij er nog van beteekenis, van enorme beteekenis voor doen kan in de toekomst. In den heer Van Ryswyck vonden wij om het zoo eens te zeggèn, net buitenmate ge-schikt element om als verbindingsteeken te dienen tusschen de twee zoo machtige groepeeringen van zakenmenschen en arbeiders. Door zijne verstandige, taktvolle en onver-moeibare medewerking konden wij hierver-wezenlijken wat nog nooit bestond, wat niemand als mogelijk voorzag en toch zoo onmisbaar is : eenheid in werken ter aller VRIJDAG i5 November 1918 4"' JAARGANG n 6

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen gehört zu der Kategorie Oorlogspers, veröffentlicht in Antwerpen von 1915 bis 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume