De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

286056 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1915, 28 June. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Seen on 22 August 2019, on https://hetarchief.be/en/pid/h41jh3f62q/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

! gerste JMârgàng Nô. 14^ Maatidag, 28 Junï 1915 S Cent DE VLAAMSCHE STEM 0 volk zal met vergaan! ■ ALGEMEEM BELGISCH QAGBLftP Eendracht msakt macht! REDACT3E- EW AEK3SN!5TKAT!EBUREELEN s KALVERbTRAAT 64, bovenhuis, AMSTERDAM, Telefoon No. 9222 Noord. s MoQiisiogtSiiGlEes*: 5VSr. ÂL3ERSK DESWARTE. OpsieSra'acS: CYRSEL BUYSSE — RENÉ DE CLERCQ — AtëDRË DE RIDDER, ABONNEMENTSPJRJJS (by vooruitbetaling) : Yoor Nederland per jaar gld. 6.60 — per kwartaal gld. 1.75 — per maand gld. 0.75. Yoor Belgit5, Engeland, FraûkiTjk en andere landen dezelfde prjjzen, met verhooging van verzendingskosteu (2J4 cent per nummer), A DVEE.TENTIES: 20 Cent per regel. I Morgen versebilni ons biad ep vjsr pagsrsa's. Soreken is plicht. In miiu artikel van 23 Mei 1.1.. over „d< Beleische en de Vlamingen" schree î °dat wij al s Vlamingen den hoogstei oriiî stellen °P het behoud van den Belgi jftn staat als politieke onafhankelijk! "lit was naar aanleiding van Dirk Hoek' 1 j„ Peu Hàag verschenen boekje „Vlaande m en de Belgicche Kwestie"— waarvai ikheti» etmda.., bonum bcaamde, dat al dus luidt: ; . , .. Belgio hersteld, maar zoo, dat beide ziji tolen zich autonoom en in foederalistischo an veerszijds in evenwioht houden — wn MU van het zaïivel-e standpunt des rechts ret yuriger dan 'ièdére'andere deze oplos sing van het cultureelé vraagstuk begee renî" — . A Daarop richt rnij het in Le Havre ver sânjnend Belgisch blad Le XXe Siècle d. vol°eiide, trouwens welwill-ende,' kritiek to< (nr° van 18 Juni 1.1.): „Dat is noch heel duidelijk, noch hee gelukkig, en we zbuden graag uitleggin< vragen, was het niet, dat wij met onzei coufrater Monet achten, dat deze redetwis ten cebeel te onpas zijn. Wij verkiezen, a onzeJ.andgenooten, Vlamingen en Walen te bpzweren, op de meer dan ooit dringendi noodzakelijkheid te denken, om de gevarei van morgen te keer te gaan, ailes uit dei weg te ruimen wat ons voor den oorloj heeft verzwakt. " • Ailes uit den weg ruimen wat ons vooi den oorlog heeft verzwakt... Wie die eenij çevool voor België hoeft, wil dat niet greti| onde'rschrijven ? Doch: Ten eerste, wat heeft ons ver zwakt — en ten tweede, ho« dat uit dei weg gerudmd 1 Op beide vragen zullen wij in onze eerst volgonde artikels antwoorden, waarbij wi gclegenteid zullen heibben bovenstaande* for rauiil omstàndig toe te lichten^namelijk deelen zich autonoom en in foederaiistischeï pu veerszijds in evenwiclit houden." * * ât Voorop echter stel ik, dat een eerlijke openbare en volledige gedaohtenwisselin« niet ïeb minst in deze dagen mispl'aatst o: ongo\v?nsoht is. Jui&t terwijl.het Vlaamsch< volk en het "Waalsche "beide, ter geestdrif tige bewondering der meaischheid, samei hiai teste bloed voor België plengen, is d< tijd hefc raeest geschikt om aan al diegenen die in de polit-kke leiding van 't gemeen zame vaderlând deel hadjden, h-ebjben o: hebfcen zullen, voor oogen te leggen lo. d< oorzaak van België's zwakheid in 't ver leden, 2o. het redmiddel in de toekomst. Immers, van nu af aan, zonder verwijl lebben Walen en Vlamingen het recht, j; den plicht, tôt aile politiekers en regeerings mannen met klem en nadruk de vraag t< stellen : ,,Wij die voor België thans goed en blced lijf en leven veil hebben, wat zal het on: goven, wat behoudt "het ons voor, wanneei we door ons strijden en lijden, door on: streven en sneven België's bestaan zullei gered liebbsn?" 0f zal men het aandurven die vraag t< ontcuiiken met het benauwde antwoord: »,'E3Tàt uw bloed vergieten, jongeois, daar na zult gîj -weten wat gij er aan hebt?" — Is dàt de taal van Staatsmannen ? Laa aan onmondige lrinderen zeggen : ,,Weetî zoet en braaf, daarna kent ge uw beloo mng, ' Maar "dat men aan twee ontvoogde deraocratisch aangelegde stammen Vlamingen en Walen, in onomwondei mannelijko taal zeggo uit wat hun Belgi 8006 toekomst bestaat, welke rec-htsbedee Hng hun gewaarborgd is. Zoo weten te; de Belgisch3 broeders wat hun il hsfc gemeenschappel ijk huisthouden te wacli etaat. En zoo weten ten minste de hel den voor het veroveren van wat ze stri ■ dûn ala leefuweii. nosn. vcoral geen zwijgen ni ^oroomvalligheid ! Bij die gruwelij'kst Dût:ons!e beproeving, moet wel integende< dadelijik en duidelij.k gesproken worden, on bevangen en oprecht, eerlijk en nadrukke ; 1,' bsdaard en zakelijk, in aile weder zljdsoh vertrouwen. Waar broederveete ui çusveiitand kan spruiten, is zwijgen ui den booze. Het is geen dag te vrceg om reeds nu d 11611 voor te bereiden, die den terugkee ^1€,t Vaderland kunnen maken tôt he ^ilen naar een haven van peis en eer racht, van verzeening en samenwerkin ^sschen aile burgers, dank zij een total oplossing, eens en voorgoed, van de kne' , '3 taalkwestie, met haar onmeetbai rugwerking op geheel het maatechappf f k*», zoo economisoh als cultureel, o p- de bestaans- en ontwikkelingsvoorwaai L01.1 .r'er twes ondersoheidene volken die d ^gische natie uitmaken. | j ,mmers' "wat zou het ons, Belgen, bâter va ? waarhorgen van de bestendigin Vpn,, .vre.^e binnen Europa helpen uil c ten, indien wij niet terzelfdertijd trael de V°°j ^e.^erei^en de bestendiging va ca!Î \re hinnen de grenzen van ons vr g«vochten vaderland? Vajoafr veronderstel, dat wij, uit naam va 0- i1 "aQl^sc^16 plichtsbetrachting, aan onze \-onrl °m ^aamsche zelfstandigheid hetz zwijgen opleggen, ziet da glg. e Stéch niet in, dat de eenige ui' ^ monder tegenspraak of verz< ' te laten stijgen, over de meer dan ooit dringende levenskwestie voor het Vlaam-I sche volk, thans reeds luid sprekende gtem-: men uit Holland en uit Duitschland, die s zich veeleer weinig bekreunen om het be-i houd van het Belgische staatsverband ? Ik denk hierbij onder anderen op : in Nederland, Dirk Hoek, door de XXe Siècle zelf genoemd, en S. H. E. Domela | Nieuwenhuis Nijegaard (1); — in "Duitsch-î land, dr. P. Oszwald der Universiteit te Leipzig ; Conrad Berchling, in de Deutsche L Vortràge Iiamburgischer Professoren; prof. dr. F. W. Freiherr von Bissing, hoog-5 i leeraar te Muiichen, zoon van den goever-I neur-generaal in België ; en ja dezte làat-ste 5 zelf, in een in de ,,Diisseldorfer" General Anzeiger" verschenen interview. Ti.-. 1 En terwijl er aldus door Groot-Neder-landsch gevoelende, Vlaàmschgezinde Hol-landers of door den vijand zelf over de 1 Vlaamsche Beweging onder de aandacht der ■ wereld wordt geschreven en gesproken, ko-5 men weldenkende landgenooten hona fide ' aan ons, Vlaamschgezinden, zeggen: ,,\yaar het gaat over de onmiddellijke toekomst van wat U naar de natuur zelve het dichtst aan 't harte ligt, laat de vreemden spreken, maar gij, laat varen aile mede-1 zeggensohap." * Om al die bedenkingen herhalen wij, in het diepe besef der verantwoordelijkheid ^ van elken Belgischen publicist : Spreken om > klaarheid, denken om waarheid, gevoelen 1 om liefde, ijveren om bijlegging, taal- en rassenvrede door rechtsorganisatie bewer-^ ken, nu en thans, zonder uitstel tôt mor-» gen, omdat lieden reeds is-een dag van gis-5 i ting en wording. 1 Buiten deze gedragslijn is er .-.lleen poli-1 tiek van kortzichtigen of taktiek van zwak- > kelingen. Mr. ALBERIK DESWARTE. (1) Hier moet noehtans worden aangestipt dat de heer Dirk Hoek schrijft: „België hersteld. maar zoo (enz. — zie begin van dees ons artikel) wie zou niet - vuriger dan iedere andere dezo oplossing..'.... begeeren?" (Ik cursiveei-.) En de Heer S. H. E. Domela Xieu n eu-huis: ,,Yolgt de tegenwoordige Belgische regeering een nieuwe koers in een werkelijk-nationaa^&|lgische richting, d. w. z. door beide-j^jtijlHfeieelten hun meest voUe^ge ont- s a m e n^BH|^ît e verkrijgen," dri tir txiWwfryehv cl JSfederlaWr *n, aile Groot-Nederhtnders dit nieuwe België als een gelukkig# oplossing begroeten en aanhangen. (De Tijdspiegel, 1 Juni, 191o. — Ik cursiveer.) Edoch, schrijver noemt deze oplossing een voorloopige : Later — r zegt hij — zou in;mers een Groot-Nederlandsche : staat moeten komen. ■ «= ■■ : Een Boekje am : Belgische Lettsrkunde. > De groote Fransche schrijver, Remy de . Gourmont, voorzeker de bezonderste criticus 'en de meest eigenaardige literaire filosoof van zijn land, heeft daar even een boekje ^ over „La Belgique littéraire" uitgegeven, dat van onze zij de enkele woorden commen-, taar' verdient. Want droevig is 'ttûj dieu heel vôornamen man,.waar het de Belgische literatuur geldt, dezelfde leemte in zijne ' bevoegdheid te ontdekken, als in de cultuur , van den eersten, den besten gebroken-ar-? men-en-beenen journalist. Ik doel hier allér-eerst o]> de geringe kenriis van de Fransch-Belgische letterkunde zelf bij het meerendeel der Fransche recensenten, maar eveneens ^ en méer in ;t bezonder op de schromelijke miskenning onzer eigen, Vlaamsche literatuur. Men schijnt in Frankrijk heelemaal " niets van het bestaan eener Vlaamsche let-: terkunde af te weten. De ,,Belgique litté-u raire'' blijft dus. voor de Fransche intellec-tueelen, alleen uit Fransch-schrijvenden be-' staan. Zoo komt het dat een groote geest als ' de Gourmont, waar hij zijn nieuw boekje 1 ter eere van België in de wereld zendt (,,pour rendre justice aux meilleurs représentants de l'art et de la pensée d'un petit 1 peuple héroïque et malheureux" —- hetgeen 1 beteekent : „om liulde te brengen aan de " beste vertegenwoordigers van de kunst en " den geest van een klein, heldhaftig en onge-" lukkig .volk") geen woord weet te melden over de kunst en de letterkunde van de t groote meerderheid di'er bevolking: het in-e tellectueele .Vlaanderen... en destengevolge 1 onrecht pleegt tegenover hen die voor het - behoud van dat land, en van die cultuur - heldhaftig sneuvelen, elken dag... Laat ons maar bekennen dat onze WTaal-t sche broeders ten groote deele de verant-t woordelijkheid van Frankrijk'fe onweteud-heid dragen. Hoe gemakkelijk ware 't voor e hen, die in al de Fransche tijdschriften te-r huis hooren, nu en dan iets van het literair t streven hunner Vlaamsche landgenooten - bekend te maken. De mogelijkheid dezer g practische nationale solidariteit schijnen ze, e echter, niet te bevroeden. Uit onverschillig- heid, uit afgunst, uit afkeer, uit onwetend-e heid? Dé Vlamingen hebben daarentegen, - genoeg propaganda gemaakt in Vlaanderen p zelf en in Nederland ten bate van onze Bel-■- gisch-Fransche literatuur. 't Pleit voor hun-e nen kunstzin, voor hunnen vaderlandschen trots en voor hunne breedgeestigheid... Een nieuwe uiting van die onverschillig-a heid onzer eigèn Fransche schrijvers tegen-over de literaire beweging van Vlaanderen, zal men vinden in 't nieuwe boek van Emile ii Verhaeren, La Belgique Sam filante, waar ij eveneens het ,,Belgisch" genie verheerlijkt wordt en op den prachtbloei der Belgische q intellçctualiteit, kunst en literatuur gewe-n zen, maar zonder erkenning van Vlaande-ij ren's deel in dien weelderigen lente-bloei, in n die geurige hergeboorte. En Verhaeren noch--, tans kent onze schrijvers... Stijn Streuvels >t en Karel van de Woestijne bijv. behoorer | tôt zijn vrienden, zenden hem getrouw | hunne werken en ontvangen geregeld de zijne... Waarom heeft Verhaeren-, die vriendschapsbanden indachtig, niet eens den naam dezer twee heel. groote confraters in zijn geheugen teruggevonden, en iets van de schoonheid en van de oorspronkelijkheid van hun werk, toen hij zijn stuk over België's literatuur neerpende? Wel brengen én Verhaeren en de Gourmont hulde ,,au génie flamand' , maar dan ! spreken ze over dien Vlaamschen geest — als ,,Vlaamsche" uiting — als over iets heel eerbiedwaardigs, dat in het grijze, stille verleden ligt en dat, heden ten dage, alléén in de Fransch-schrijvenden, wier wieg op Vlaamschen bodem stoud, nog voortleeft, ! verbonden natiuirlijk met het vcivauft der Latiniteifc... Maar voor het wondere voortleven van dien geest, door al de tijden en ook heden, voor de onverbreekbare leefbaarheid van onze volkskracht, voor de rijkheid van den oogst, die, jaar lia jaar, even weelderig, uit den vruchtbaren Vlaanderen-grond gedeit, en eerst nu weer, na eeuwen van literaire sluimeririg, forsch en frisch zijne aren naar omhoog stuwt, zijn ze blind... Aan mannen als Verhaeren vergeeft men die miskenning, des te moeilijker — veel minder goedwillig dan aan een vreemdeling lijk Remy de Gourmont — daar ze zelf van Vlaanderen's herwording getuige zijn ge-weest, daar ze vooral heel hun eigen leven, heel hunnen roem, aan Vlaanderen's inge-ving, aan Vlaanderen's traditie, aan Vlaanderen's zon, lucht en land te danken hebben, aan wat in hun Fransch werk spreekt van Vlaamsche bezieling, van Vlaamsche stoerheid en kracht, van Vlaamsche kleur en rhythmè... van ailes wat gelijktijdig hunne schoonheid — die van een Emile Verhaeren, een George Rodenbach, een Camille Lemonnier, een Max Elskamp — en die hunner Vlaamschschrijvende land- en streekgenooten uitmaakt Want niet toevallig handelt Remy de Gourmont in zijn nieuwe handleiding, die zeer onvolledig is, trouwens, juist en schier uitsluitend over die Fransch-Belgen, welke van Vlaamschen bloede zijn, welke in ' de Fransche literatuur ,, l'accent flamand" hebben doen' zingen:... Georges Rodenbach — van denwelken hij gefcuigt, dat hii zijn mystischen zin ontleende ,,non pas en des chapelles espagnoles, ni en des cathédrales françaises, mais en des béguinages flamands"—, Emile Verhaeren -— en hier ook weer raakt de fijne zin van de Gourmont het iniierlijke wezen van Verhaeren's eigen-aardigheid, waar hij gewaagt van ,,la poésie d'un flamand, qui aimait tout de sa terre natale, depuis les arômes champêtres jusqu'aux coiffes des paysannes, Flamand par l'âme, par les yeux, non par la langue" — Max Elskamp en Charles van Lerberghe — ,,tous deux de souche flamande" — Camille Lemonnier — een der heerlijkste vertolkers van ons volksleven, een der kleurigste schil-ders van onze Vlaamsche natuur, in boeken zooals Un Mâle, Le Mort, Le vent dans les moulins, Le 'petit homme de Dieu — Georges Eekhoud — ,,qui aimait Anvers, aimait sa campine", die altijd onze eigen Vlaamsche zeden en onze geschiedenis beschreef, in Les fusillés de Matines en La nouvelle Cartilage en Les Libertins d'Anvers — Maurice Maeterlinck, die aan Ruusbroeck en onze middeleeuwsch mystiekers, aan onzen folklore en onze oude volkslitératuur het beste .van zijn werk heeft ontleend of geroofd. Aan de echte Walen de zuivere ,,Là-tijnen" leent de Gourmont slechts luttel aandacht en in velen hunner ziet hij alléén maar nasprekers van Baudelaire, Mallarmé of de Herédia... Al de groote figuren onzer Fransch-Belgische literatuur zijn Vlamingen... en dàt erkent ook de Gourmont, na zoovele anderen, die het uitdrukkelijk of impliciet lieten hooren, waar hij alléén aan de schrijvers van Vlaamschen huize in zijn geschiedenis der Belgische letteren eene eerste-rangs plaats afstaat... Met fierheid mag deze heel hooge en onverwachte hulde aan ons ras worden opgeteekend. Een lesje voor prof. Sarolea, de verwoede ,,latinist en anderen: want het beste wat de zoo-ge-zegde ,,Latijnsche" cultuur levert — waarom toch die eeuwige eu nuttelooze discussie over ,,latinisme", ,,germanisme" en andere ,,ismen", die we individueel toch zoo weinig als levens-echte werk elijkheid voelen? — komt van Vlamingen voort... Hun werk behoort dus tevens tôt het Vlaamsch en Fransch gemeenebest... En zooaïs de Vlaamsche ziel nooit volledigere en échoonere incarnatie heeft beleefd dan in De Coster's Uilenspiegcl, on-danks het Fransche Woord, zoo viert de diepte, de ruimte, de moderniteit van den J Vlaamschen geest en de Vlaamsche kunst tôt in de Fransche letterkunde triomf... Maar daarom ook wordt het tijd, dat die 'geest, niet onder een masker van ^belgicisme", maar openlijk ah Vlaamsche c/ecst worde gehuldigd... door de Franschen aller-eerst, maar vcornamelijk door de Fransch-Belgen zelf... En tijd wordt het ook om aan de wereld kond te maken van het bestaafi van een volledig-Vlaamsche literatuur, Vlaamsch niet alleen door de bezieling, maar Vlaamsch ook door de taal... ANDRE DE RIDDER. u.aaa, ■ e—<BHI Leest deze week: EEN I! VAN liSEIS DOOR iVSAIIRITS SABBE. KLEINE KRONIEK Om haar rnan te bezoeken. Tn één der gepasseerde nacliten hoorden eenige Hollandsche soldaten, die in de buiten-ste linie der grenswacht op scliildwacht ston-den, cen klagelijk kindergeschrei. Toen zij op onderzoek uitgïngen, vonden zij in een stuk land een uitgeputte Belgische vrouw met twee jonge kinderen. Zij brachten vrouw en kroost in cèn in de nabijheid staande waclithut en nadat zij haar wat drinken en een paar reepen chocolade hadden gegeven ('t was ailes waar ze over beschikten) bereidden zij voor vrouw en kinderen van hooi en stroo cen nachtleger, waarbij de overjassen on mantels der soldaten als dekking dienst deden. Den volgenden mor-' gen reeds vroeg klopten zij een in de nabijheid ■u onenden boer op en vroegen huisvesting voor de vrouw en haar kinderen. Op de meest liefde-rijkè wijze werden ze daar erpleegd en werd hun een zacht bed gegeven, waar de vrouw van haar vermoeienissen kon uitrusten. Zij was" van een der dorpjes van achter Luik . vandaan, vertelt de ,,N. \enl. Ct.", en liad de geheele reis te voet afgclegd. Zij v.jlde haar eehtgenoot bezoeken, die in Harderwijk was t geïnterneerd. De soldaten der grenswacht brachten, met behulp van eenige burgers, wat geld bij elkaar, zoodat de vrouw met haar kinderen per trein naar haar echtgenoot kon rci-'zen. ^ Persproces. TYjj vernemen dat de Ylaming MaUrits dosson een Belgisch blad, in het Fransch opge-steld, en in Holland verschijnend-, voor eerroof ^aat vervolgen voor de Hollandsche rechtban- • kcn. Hoe pijnlijk hem dit besluit moet vallen, liij heeft gelijk zich niet te laten lasteren in • den vreemdc. bladesn. Onder dien titel lezen we liet volgende in de .,Telegraa.fM : Men verstrekt ons inzage van een lijst, waarop de buitenlandsche dag- en weekbladen -v oorkomen, die voortaan uitsluittnd in Duit-sehe hôtels en restaurants ter. lezing zullen worden gelegd. Tevens wordt den Duitsclien hotelhouders, liandels'lieden en indiustrieelen aangeraden, hun advertentie<5 slechts te plaat-sen in bladen, die op dezo lijst worden genoemd.De volgende Nederlandsdke kranten vindeii v/ij vermeld : N e d e r 1 a n d : ,.De Maasbode". ,;Dé Nieuwe Courant", ..Xieliwe Rottërdamsche Gourant'', ..Vaderland", ,,Limburger Koe-rier" en ,jStandaard". Ket Russlsch leger door een Duitscher. beoordeeld. Aan het ,,Berliner Tageblatt" wordt uit het oorlogsperskwartier, volgens de Korr. Norden gemeld, dat de sedért 2 Mei buiten aile ver-wachting vlugge' vorderingen der verbondeD troepen aanleiding hebben gegeven om rnindei gunstig over liet weerstandsvermogen der Rus-sen te spreken. De waarheid is, dat de verbon-denen een t-aaien en dapperen tegenstandei tegenover. zich hebben, zegt het B. T. Een der medewerkers van het zelf de blad. ma.joor Moraht, schrijft anderzijds: ,,Rus-land heeft in dezen bewegingsoorlog die der Galicischen pôsitiekrijg verving, getoond, dal het de kunst verstond, om zijn . reusachtigc legermachine te gebruiken, zelfs in de ongun-stige omstandigheden van een terugtocht. Re serves' werden aangevoerd en in de linie gc plaatst, versterkingen kwamen uit de achter lioede — misschien ook van andere fronten — per spoor, ten einde, trots den nitgeputten toe stand ,ran het léger, door middel van nie nve kracHten- de beslissing ui^ te stellen. Waarom Duitschland zou moeten den strijd wfnnen. Prof. Steînnictz is in Bërlijn geweest en me' vernieuwd enthousiasme is hij vandaar terug gekeerd. In het Juni-nummei* van ,,Do Tijd spiegel" geeft hij zijn indrukken weer, en vas ter dan ooit is hij overtuigd, dat Duitschlam ovèrwinncn moet en misschien ook wel over winnen zal. ,,De No l.' onderzoekt het artikel en geef eenige o]">merkingen over de bijzonderste stël lingen va:i den professor ten beste. Duitschland m.oet win'nen, beweerfc prof Steinmetz, omdat het een joug land is, tegen over Engeland en Frankrijk. Men kan ove die vergelijkingjf ten minste wat Engeland be treft, niet overeenstemmen, dit eéne staa. todli vast. Maar België is ook een jong land En hetzelfde geldt voor Rusland, Italie, Ser vie, Monténégro, Japan, Canada en Australie Oostenrijk en Turkije daarentegen zijn zeker niet minder dan Engeland en Frankrijk, ou< en afgeleefd. Aan de eene zijde dus niet min der dan aclit jonge landen, die het volgen prof. Steinmetz winnen moeten en straks mis schien twaalf, als ook Bulgarije, Griekenland Rumenië en Amerika zich bij de Entente aan sluiten, en aan de andere zijde slechts één Het is ons niefc reoht duidelijk, hoe Duitsch land het' winnen kan, terwijl Oostenrijk e: Turkije den strijd verliezen en hôe de neder laag van Engeland en Frankrijk toch de over winning brenge^i kan aan hunne jeugdige bond genooten. Wij begi'ijpen ook niet lx?st waaror Duitschland 7.icb, omdat het jong is, mag uit breiden ten koste van België en België nie ten koste. van Duitschland." De tweed e liewering van prof. Steinmet te weten dat Middel-Europa belang heeft b een sterk Duitschland, neemt .,Dc Ned." oo niet aan. . Maar wij willen vooral onderschrijven wa dit bezadigd blad ant woord t op het beroep da prof. S'teinmetz doet op.de Duitsche beschs ving. ,,Wij gaan voor een oogenblik geheel nie hem meê, m a ai- wij zouden hem alleen wille viagen, of de beschaving van Frankrijk e Eugeland niet minstens even hoog staat a die van Duitschland. En welk land heeft voc de beschaving van Europa meer waarde da Italië? Noord-Nederland echter dankt zijn beschaving in de eerste plaats aan België. V Zuid-Nederland kwam zij tôt ons, toen <1 beste zonen van België bij ons een toêvlucT zochten en vonden en onder deze omstandû heden gaat ons het behoud der Belgische b< scliaving allereerst ter harte. De triumf va Duitschland daarentegen beteekent ook c triumf van Turkije, en over de Turksche b< schaving zouden wij gaarne nog een weini door prof. Steinmetz worden voorgelicht.;4 Vaderlandsche liederen. — Stuurt ons Yaderlaudsche liedereiiî Vaderlandsche liederen moeten wp hebben ! Dat riepeu sedert eenigen tijd onze soldaten tôt het .ministerieel kabinot. Pas had de boer de Broqueville kennis van dat vèrlangen, of hij antwoordde : ,,Ge zult ze hebben, moedige vrienden". De heer minister heeft niet gewacht te vol doen aan den wensch waardig van mannen die strijden voor een ideaal en voor een principe: Vaderland en Yrijheid ! En daareven vertrokken naar het Belgische front en naar de instructiecentrums cen hon-derdduizendtal exemplaron der vaderlandsche liederen, evenveol voor do zonen van Wallonie, als voor de kinderen van onze.Vlaamsch© gou-wen.Benevens ons ,,Nationaal Volkslied" is er een keuze gedaaan onder onze meest gekende plaat-selijke zangen. Vôor de Dalen : Vers l'Avenir" ; ,,Flotte petit drapeau"; Valeureux Liégeois". Yoor de Ylamingen: ..Het Lied der Vlamingen"; ..Strijdkreet" ; „Dc Vlaamscho Lceuw" ; 3,Arteveldelied". Het lied is oud, schrecf reeds Plutarchos; ja, maar uit zijne tonen klinkt liefde. De Liefde hier is het gloeiende verlcngen der jeugdige zielen naar den Yadergrond ; en dat is voor den mensch. de sterkste, liefde, het edelsto en meest verhevene der gevoelens. Aan 't fiere land, waarvoor ons vaadren stre- den, Behoort ons hart, behoort ons goed en bloed ! Werd ooit de grens door vreemden over- schreden, Wij schoten toe. met fieren heldenmocd ! Wat is er meer eeuwig jong dan die vurige strofen van onze live ,,Brabançonne" ? Hij leèft crin, de machtige ademtocht, die ons in deze bittere dagen bezielt, die ademtocht, die onze zielen trillen doet ter verdedi-ging van éénzelfde heilige zaak. In de bitterheden van de ballingschap, als in de loopgraven, overal verkwikt hij onze liar-ten. Het vaderlandsch lied is als een plant ge-groeid uit een grond vol levensblijhoid en hoop; hare bloem verspreidt een geur die onze zinnen bedwelmt en ze aanwakkert, evenals een warme en krachtige wijn, evenals een goddelijkc drank. O, Vaderland ! 0 vrijheid! Gij adelt ons gevoel; Wij zweren ook met blijheid: "Uw toekomst is ons doel! yertrckt^ ]iV'\ o zangen, i-.-r^cky n.i.ir r-n/^ ons leven verkwikt in droefheid en in blijheid, en het ook nu steunt in deze dagen van zware, maar voorbijgaande beproevingen. Een Duitsch dagblad in Nedeàland. Tegelijk met de opricliting van ,.de Nieuwe Uitgevers-Maatschappij" door het driemansebap van de ...Toekomst" is te Heerlen verschenen het ,,Limburger Tageblatt", Zentral-organ fur Hollàndisch-' nnd Belgisch-Limburg und die angrenzenden Gebiete. Waarom? Wij lezen het volgende in do „Gazette de Lausanne" : ,,De voordracht over de onzijdigheid van België, welke M. Warnant, advocaat bij het , beroepshof te Luik, zinnens was te Bazel te houden, werd door den raad van Bazel (stad) verboden. Men weet dat deze voordracht, van eene vol-maakte waardigheid en welvoegelijkheid in • verscheidene Zwitsersche steden gehouden werd, zonder het miuste incident, de minste klacht uit te lokken." Waarom heeft men te Bazel deze Belgische voordracht over onze onzijdigheid verboden? Wij begrijpen zulks niet en kunnen ons niet voorstellen dat de Zwitsersche overheid, die aile maatregelen nam om de onzijdigheid van haar eigen land te verzelceren, aan een Belg wil verbieden het goede recht van zijn land openbaar te verdedigen. Een nieuw strijdmiddel. ' Men weet dat het beste middel, om de onderzeeërs te bekampen, in het ramijen dezer vaartuigen bestaat. De Duitschers hebben er ■' gebruik van gemaakt om de vijandelijke onderzeeërs in een •hinderlaag te lokken. Ze plaat-seu een periscoop boven de mijnen die ze in zee strooien. De vijandelijke destrayers stoo-men op den ]>eriscoop van den onzichtbaren onderzeeër toe eu varen te pletter op de mijn. ' Waar er te bedriegen valt... De Duitsche spionnen. Al zijn de Duitsche spionnen nog zoo moc-dig en glad, schrijft de ,,Tel." de Engelsche ' heeren censoren zijn hen bij gelegenlieid do baas af. ,,Tante zeer ziek ; vader overleden" —. aldus s liiidde 't onscliuldige telegrammetje, dat on-làngs uit Londen geseind werd naar een neu-traal land. De slimme censor liet zich ni-?t " ontroeren door zooveel rampzaliglieid, en zonder iets te veranderen aan de bey?ekenis van " het telegram, — \erzond hij het aldus: 1 ..Tante zeer ziek. Vader dood." En hij smaakte het vriendelijke genOegeu, " deri volgenden morgen een telegram te ope a m. " dat aan den afzender van het eerste geri< lit I was, en dat „naïef", de volgende wonderlijke vraag stelde: ^ ,jYader dood of overleden. ?'? Ie Rechters die de wetten overtreden. '•) Antwerpeih Boven teekent krachtig protest c aan tegen een nieuw vergrijp tegen de taal- vvetten in bezet België gepleegd: t .,Telkens do Assisen zittirig houden, wordt t zulks aan 't publiek medegedeeld bij middel * van officieele plakbrieven. Nu' weer hangt zulke ..Ordonnance" op de muren en borden t der stad te lezen, geteekend door den eerstén II voorzitter van het Beroepshof te Brussel. De a tekst is twectalig, maar bij liet Nederlandsch. s dat onderaan staat, is. zeker om de A'iamingen i" te krenken, het woord vertaling gevoegd. a Wij hebben gezien dat Ylaamschgezinden e daarop een zegeltje hebben geplakt, met de t veelbeteekënende woorden: „iiïerbicdiyt de e taal onzer Vlaamsche soldaten. In Vlaavdcr&u t Vlaamsch !" Zij hadden er nog kunnen bijvoegen ,,Heeren Belgische rechters, leeft onze wetteu n na!" — Immers, wij hebben eene taalwet -\an e 18 April 1898, waardoor officieel onze taal de ■- gelijke geworden is van de Fransche. zoodai g in het hoonende woprd ..vertaliug'- eene rechtsschennis ligt.?- TiBkomstmuzieb. In afwachting dat freiherr von Vreden-burch, den pangermaan van de bloedroode Duitsche ,,Toekomst", de namen vail de nevens ds. Giran te bannen Belgisch jour-nalisten opgeve, hebben wij nog een eitje met hem te pellen. Conséquent met zijn veldtocht van, trou-welooze verdachtmaking en geheime aanhitsing, verdraait die gentleman den zin en de strekking van eene redevoering, die de heer Canton de Wiart, onze minister van Justitie te Lyon uitsprak. Freiherr von Vredenburch beslùit zoo maar ,,dat de Belgische regeering verkondigt dat zij het zich tôt eene roeping acht, Nederland te treffen in datgene wat voor de CNederlanders hoofd-bron is voor hunne welvaart in hunnen on-belemmerden handel, ook met België." En met Olympische rust gaat hij voort: ,,Bijzonder pijnlijk is het voor ons, Neder-landers, dat juist een Belgische minister deze onvriendschappelijke houding heeft willen inluiden. In de afgeloopen jaren is dezerzijds in samenwerking met vele Belgen van invloed getracht nauwere banden, niet het minst op het gebied van handel en ver-keer, aan te knoopen; in de afgeloopen maanden heeft het Nederlandsche volk, zonder te vragen wat het ko3tte aan inspan-ning en geld... en ook aan verdriet en ont-nucbterinjg, deernis getoond met on hulp ge-boden aan de Belgen die zijne gastvrijheid ■ inriepen; in den allerjongsten tijd zelfs. heeft men gedoogd, dat op onzen vrijen bodem Belgische vluchtelingen hunne ge-wone veeten onderling bleven uitvechten en zelfs van onze pers gebruik maakten om hunne asperaties en idealen te verdedigen en hun wrok tegen liunne vijanden te luch-ten. Er is, rekening houdende met den bij-zonderen gemoedstoestand waarin zij wel moesten verkeeren, niet gevraagd of zij wel cens vergaten dat zij in een onzijdig land vertoefden, menige uiting, - menig van ouv dankbaarheid gctuigend optreden is of wordt met den m an tel der naastenliefde be-dekt.' Nog meer, ter wille der Belgen is onze belastingdruk verzwaard zonder dat ^^n^d^v^^^^^e^ioodzakelijkheid daar- beleedigingcn scliree<f om rampzaligen hate-lijk in de oogen van den Ned-erlanders te maken, moet hij gegrinnikt hebben. Kan iemand met meer misprijzen zich over vluchtelingen uitlaten? Zou men niet mo-gen besluiten dat de Belgen d^e naar het buitenland vluchtten voor de kogels ôn de brandtoortsen der goede vrienden van de bloedroode ,,Toekomst", in hun land hadden moeten blijven? Trots von Vredenburch zal het steëds eene ëer voor1 Nederland blijven het toevluchtsoord geweest te zijn en van de Vlamingen, die in de XVIe eeuw, zich aan de brandstapels van Philips II onttrokken, en van, de Fransche Hugenoten vervolgd door Richelieu en mede door den Zonnekoning en thans voor de Belgen Heeft Engeland hetzelfde niet gedaan toen de Fransche republikeinen de Oranjevorsten en zoovele andere Nederlanders verplichtten in zee te steken? Ondanks all^ slechtheid die de femelaars der menschheid toedichten, blijven Goddank ! de menschenliefde — de gastvrijheid steeds bestaan. Men moet von Vredenburch heeten om daarover anders te denken. Dagbladscîirijvers zijn van beroep wieuws-gierig. Daarom zouden wij eens nacler willen omschreven iien de inspanning, het verdriet — de ontnuchtering en vooral het geld dat de Belgen dien pangermaanschen Mar-tinus van de naastenliefde hebben gekost. Dat moet iets verschrikkelijk zijn te oor-deelen naar het lamento van zijn toekomst-muziek.Kan hij ons' ook niet met feiten inlichteu over ,,het menig van ondankbaarheid ge-tuigend optreden" van onze landgenooten? Hebben zij misschien ongelijk niet in hun hemd, met het strop aan den hais, naar Brussel te trekken om er den voeten van den hofgeneraal von Bissing te kusseci en om hem genade te smeeken? Mogelijk. De Belgen schatten vooral hefc demago-gisch gekwetter van den stokconservàtieven freiherr von Vredenburch, wanneer die man welke veel van aardsçlie goederen fichijiit te houden, van de verzwaring der belastin-gen ter wille van de Belgen gewaagt. Uit achting en uit dankbaarheid vôor het Nederlandsche volk willen wij nu niet daarover in débat treden. Wij vergenoegen enkel te zeggen dat de Hollandsche handel, die mede een zware crisis doormaakt, weet wat het vertier is der vele gegoede Belgen. Dat is wel het averechtsche van diën handel te willen fnuiken. Maar moest het eenmaal ge-beuren dat de stem van Martinus von Vredenburch in breeden kring weerklank yond, dan verzekeren wij, Belgen, dat wij, na den vrede, nog krediet genoeg zullen vindeji om ailes terug te betalen wat wij aan geld, verdriet-en ontnuchtering hebben gekost. Wij zullen er echter vooral voor zorgen dat de centjes, die freiherr von Vredenburch en schildknapen van de ,,Toekomst" bij den ontvang'er moeteii afdokken ter wille van de Belgische outlas, die liun het leven in Holland zoo bitter maken, eerst worden uitge-keerd ën dan nog met kroos van kroos. Het zou ons waarlijk grieven moesten wij voor een dubbait.je dankbaarheid verschuldigcl zijn aan cen. geentleman wûens wapeu-spreuk stellig niet is ,,Res sacra miser." LEONCE DU CASTl'LLON.— ^ i.n£) ■ — De plichten van elken Viaming ten opzichîe der Vlaamscho Stem zijn: INTEEK EN EN î AANBEVELEN1 jy3. E D E W E R K E N (

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad belonging to the category Oorlogspers, published in Amsterdam from 1900 to 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods