De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

502 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1915, 01 March. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Seen on 26 May 2019, on https://hetarchief.be/en/pid/bg2h70923f/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

I eerste Jaargang N°. 29 Maandag 1 Maart 1915 <5 Cerats DE VLAAMSCHE STEM 4LGEMEEN BELCIISCH DAGBiÂD I [en volk zal ni et ver gaan! Eendracht maakt machtl REOACTIEBUREEL: PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. - TELEFOON No. 9922 Noord. De Vlaamsche Stem verschijnt to Amsterdam elken dag des morgens op vier bladzijden. Abonnementsprys by vooruitbetaliug : Voor Holland en BelgiS per jaar / 12.50 — per kwarfcaal / 3.50 — per mnand / 1.25. Vocr Kngeland en Frankryk Frs. 27.50 per jaar — Fra. 7.50 per kwàrtaal — Frs. 2.75 per maand. Hoofdopsteller s Mr. ALBERIK DESWARTE Opstelnaad : CYRIEL BUYSSE — RENE DE CLERCQ Mr. JAN EGGEN. - ANDRE DE RIDDER Voor ABONNEMENTEN vende roen zich. tôt do Admmistratie van het blad : PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKONDIGINGEN wende men zich toi de Firma, J, H DE BUSSY, ROKIN 60, AMSTERDAM. -A DVEPlTENTIES : 25 Cents per regel De Vlaamsche Stem verschijnt heden op zes bladzijden. Korte Inhoud. ]e bl'a cl as ij d e: Het manifest van Josson ©n Reinhard. .— : Léonce du Catillon. Kleine Kroniek. De doortocht der Duitschers te Surrice. — Aline de Viericz de Tenh<i<m. 3o b I a d z ij d eT Hit het Vaderland. De Amerikaansche opinie en de verwoesting ran Leuveru Uit de Kampen. Kunst. J a nt je Verdure. (7). —- St-ijn Streuvels.. 3e blad z ij de: Algeraeen Overzicht. Brieven uit. Londen. — John Adams. Telegrammen en Berichten. Eogeland—België: 1870—1911. — Cov JS.Q.S-hnd-er.Je b 1 a d z ij d e: Voor do TJitgewekenen. Elfde Verslag der Onderzoekscommissie. Teutonsche overpeinzingen. Overzicht van Tijdscliriften. :■> en 6e bladzij.de: De Belgiscllo Heldenlijst. Het Manifest van Josson • -i en Reinhard. ! Onder dien titel ontvangen wij volgend ituk, onderteekentl door eeti onzer gun-stigst bekende schrijvers der Vlaamsche Beweging. Het daarin. besproken ,,Mani-fesfc".-pnbliceerd.cn wij uit doenmentair oog-punt r.Tti ont de beteekenis der namen van twee in Bclgie ook zeer geachte voormannen onzer Bewcging. De ,, Vlaamsche Stem" acht te moeten de gastvrijheid harcr kolommen verleenen aan aile wcldenkende Vlamingen, niet in j weerwil, maçtr juist om wille van zekere \ versclieidenhcid in hunne zienswijzen no- \ petit tijdelijke en hoezeer, onverwachte j kwesties van den dag. Ons dagblad is in deze tijden het eenig ; ■'vrij, buiten aile ccnsuur verschijnend or-gaan der Vlamingen. IIet moet dus open staan voor aile diegen-en, die het wèl mee-nen met de bclangen van ons volk, onzen stam, onze taal, zonder dat er een andere aansprakelijkhèid daardoor ontsta dan deze der eigen onderteekenaars van derge- lijke debatartikels als hetgeen volgt. • • • Uit liet Belgische dorpken, waar de vader-landsche driekleur steeds wappert, schrijf ik dit woord betreffende het Yerdrag aan het „Vlaamsche Stem" van 3 Februari 1.1. Aile Belgische patriotten zijn het eens ' om te schandvlekken de misdadigers die twist en tweedracht onder de Vlamingen en Walen zaaien, wanneer het vaderland uit duizend wonden bloedt en ligt te zieltogen onder den ijzeren hiel va^i den trouweloozen en kreeden vijand. Dat naamlooze aanvallen zijn gebeurd om enkele Vlaamsche voormannen en de Vlaamsche beweging zelve hatelijk te maken, is maar al te waar, doch wie kan verzekeren dat zulks uitsluitend het werk is van fransjdljons'? Het fecit cui prodest" is hier geen te verwerpen aximona. Het is zeer wel mogelijk, da,t Dnitsche stokebra-nden de hand in het spel hadden, ten einde oneenig-heid te verwekken waarnit de vreemde dwinger veel verwacht. Tracht hij niet te verdeelen om te heerschen? Ik beklaag techtzinnig mijne landgenooten die in zijne netten loopen ter wille van speldeprikken, die hoe onbehagelijk ook, toch niet te verge-lijken zijn met de gruwelen van den oorlog en het lijden van onze bevolking, getroffen door dien geesel. Waarom niet grootmoedig blijven ? Overigens is de taalquaestie in België eene ïôak die ons Belgen alleen betreft. Het oogenblik is ongetwijfeld zeer elecht geko-zen om daarover t-e twisten onder de oogen van den vijand die van België een tweede Polen wil maken. Als we lust hebben zullen wij, na den vrede en in onderstelling dafc net gekwelde gemeenzaam vaderland weer yrii komt. dank aan het versiofcen bloed van onze Vlaamsche en Waalsche jongens, onder het heldhaftig beleid van den Koning aller Belgen, die beklagenswaardige familie-ruzie herbeginnen en voortzetten, wel te v-ev-staan als dit nog noodig zal blijken. Ik ben immers vast overtuigd, dat de oplossing van ' de taalquaestie dan op wieltjes zal loopen, omdat Walen en Vlamingen, die, zij aan zij aan den Yser hebben gestreden, die hunne steden en dorpen door de dragers der ,,Kultur" hebben zien verwoesten, die daardoor hunne have en goed, hunne dier-baarste wezens hebben verloren en voor wie de hooggeroemde Deutsche Treue gelijk staat met snoodheid en verraad — elkander z,uill©n hebben begrepen, ©lka-nder zullen be-minnen als broeders in het door hen vrij ge-vochten vaderland. Wel is waar hebben klaarziende Duitschers thans ingezien wat aartsdomme streek de regeering van Berlijn heeft' begaan toen zij onze dierbare Vlaamsche gewesten deed of liet bezetten. uitzuigen, platbranden en onze weerlooze landgenooten vermoorden. Nu immers poogt men den Vlamingen stroop aan den baard te strijken; zekere voormannen te vleien en tam te maken, twee Vlaamsche universiteiten te beloven, als wij er maar ééne verlangen, in een woord dé duit-sche overheersching op het Vlaamsch ele-ment te vestigen en bestetidig te maken. Ge-lukkiglijk is îiefc aantal Vlaamsche landver-raders het spreken niet waard. De duitsche zendelingen kloppen aan doovemans deur. En mocht het gebeuren, dat hun gekonkel en geknoei meer ingang zou vinden, bij Vlamingen, die zich noemen voormannen der Vlaamsche beweging, het Vlaamsche volk, dat steeds zoo vreeselijk lijdt, zou als één. man optreden om ze te verlooeheuen en te bekampen. De gesneuvelde Vlaamsche hel-den zouden uit hun graf rond Luik en Ant-werpen, en mede uit de verdronken beemden van Veurne Ambacht opstaan om die ater-lingen loon ïiaar werken te geven. Zoo spreekt ons volk. Hoe zou een volk kmmen worden de bondgenoot van de brandstichters van Aerschot, Leuven en Dendermonde, van de vernielers der wereld-beroemde hallen van Ieperen; van de moor-denaars van mannen, vrouwen en kinderen; van de lafaards die onschuldige Vlaamsche burgers voor zich deden stappen in het heet-ste va.n het gevecht, van de vandalen. die zoovele Vlaamsche moeders en meisjes ver-krachtten en bezoedelden ? Denken de duitsche Uebermenschen misschien, dat ons volk zoo kort van geheugen is? Het heeft zelfs nog niet vergeten de gruwelen der fransche Sankulotten. Hoe zou het dan vergeven en vergeten de Hunnendaden van de lieve Ger-maansche broeders van over den Rijn ? Het speet me dus dat de onderteekenaars van het Vertoog ,,geen woord van afkeuring voor de Duitscho barbaren vonden. Welnu wij, Vlamingen, van het rechter bed drin-ken klaren wijn en geen troebel bier. Moet men misschien uit dit zwijgen besluiten dat het stuk verscheen onder duitsche censuu?, daar aile soortgelij-ke druksels aan die voor ons, Belgen in het bijzonder zoo verafschuw^ de inrichting zijn onderworpen. Dit zou zeer erg zijn, des te meer daar beide onderteekenaars van dat ,,Vertoog" het satisfecit van een Brusselsch blad aan-halen. Welnu, onze landgenooten in den vreemde moeten weten, dat bedoelde krant als een paddestoel is opgeschoten. Zijne rédacteurs zijn twee gebroeders. De een is Bel-gisch staatsbeambte, de ander vertaler en misschien mederedacteur van het te Brussel verschijnend anti-maçonmek maandblad. Die nieuwerwetsche journalisten hebben de duitsche wreedheden in eigen land veront-schuldigd. zoo niet verdedigd. Kardinaal i Mercier werd door die jonge lui beslist af-gekeurd. Zoo kras was hunne duitsche ge-zindheid dat, zoo vertelde mij onlangs de be-stuurder van een'tijdelijk niet meer verschijnend Vlaamsch dagblad, dat de Vlaamsche boeren uit den omtrek van Brussel de ver-koopers van die krant uit hunne dorpen ver-joegen.Het is stellig, dat het leger meer Vla-mingen dan Walen telt, de Vlaamsche bevolking is immers talrijker dan de Waalsche, doch zijn de Walen minder vurig, wanneer het geldt België te bevrijden ? Uit eigen ondervinding-kan ik mededeelen dat, toen ik uit Brussel met vrouw en kroost ben ge-vlucht om op daadwerkelijke wijze mijn land te kunnen dienen, ik twee Walen uit Char-leroi, vader en zoon, over de grens bracht. Beiden doolden reeds acht dagen rond en gingen ^et leger vervoegen. Ik mag u verzekeren^' dat wij niet eens over den taalstrijd hebben gesproken, maar wel over middelen om België weer vrij en onafhankelijk te hel-pen maken. Ik mag ten slotte nog getuigen dat, zoo talrijke Vlaamsche jongens naar het leger trekken, er vele Walen zelfs uit ver afgelegen provinciën, over de grens geraken, vast besloten hun bloed voor ons vaderland te vergieten. In aile geval meen ik, dat de verschij-ning van het .,Vertoog" onder de oogen en misschien wel onder de censuur van den vijand, die steeds het land bezet houdt, streng af te keuren is. De onderteekenaars hebben eenvoudig gearbeid... voor den koning van Pruisen. LEONCE m CATILLON. Kleine Kroniek. Militaire noodzaak of ,,Wij strijeten tegen geen burgers". De Duitsche militairen, iia liet schcnden van ! aile niogelijke en onmogelijke bepàlingcn van het Volkerenrecht, en in 't nauw gedreven door het aanklagend vragen aan gansch de beschaaide wereld, hebben al spoedig een vaste formule uitgevonden en telkens luidt liet ant-woord ,,militaire noodzaak''. Militaire noodzaak was de schending van de Belgische onzij-digheid, de verwoesting onzer sclioonsto stederi, de gruweldaden be<lreven op onze ongewapen-de mannen en vrouwen, het in den grond boren van handelsschepen enz. Ailes wordt daardoor verontsehuldigd en goedgepraat. Wie er niet mee tevreden is en onderzoek verlangt, kan wachten tôt na den oorlog, wanneer de zege-vierende legere van Zijne Islamietische Majes-teit Wilhelm II R. I. ran hunne plezierreis naar Parijs zrullen uitrusten in den goeden grond van Vlaanderen... Dan zullen wij eens in do soep komen roeren en heel dat vieze kostje in de goot gooien, bij slijk en dergelijk vuil. Maar, al'hoewel ze nu heel druk praten en schrijven over de overwinningen en de zege-tochten en de kranige houding der soldaten en de fameuze tochten van onderzeeërs, toch 'blijft al dat kletsen sleclits komedie, en als aile ko-medie'geen werkelijkheid, maar fantazie, gebo-ren in het brein van min of meer vernuftige tooneelschrijvers. Overwinningen en zegetochten, die hebben, ze vooreerst al niet te boeken; dô houdirig' der soldaten kunnen jîo kranig noemen, voor zoover zij geen rekening houden met de talf rijke desei-teurs, en de onderzeeërs hebben to^ liiertoe zoo goed aïs geen kwaad gedaan. Wel hebbeii zq onschuldige burgers en burge-ressen gefusilleerd, steden verwoest, handelsschepen naar de haaien gezonden, maar daar mogen we nu toch niet veel over zeggen, niet-waar. aangezien hunne kultur zulk optreden volkomen rechtvaardigt en goedkeurt. Doch voortaan zullen ze ook betèr doen wat minder te praten en zichzelf in zoete illusies op to stoven. Die datum van 18 Februari heeft heel wat beroering gebracht in de... Duitsche wereld, térwijl het overige deel van onzen aardbol or tamelijk kalm onder gebleven is. Bowijs hiervan is het feit dat op 19 Februari (een dag na de bedreiging dus) -te Rotterdam zes Kngelselie booten aangekomen zijn. Dit bewijst:l) dat onze Engelsohe bondgenoo-ten heel wat moediger zijn dan onze bèminne-lijke vijanden, lieusch heel dapper wanneer het er oni gaat ongewapenden naar het Paradijs te helpen, maar angstvallig aile uniformen van de bondgenooten en vooral hun oorlogsbodems vermijdend en 2) dat al hun dreigen en gewel-dig sohreeuwen op niets anders uitloopt dan op de gerechtvaardige spottende houding van allen, zoo strijdenden als neutralen. . .Daarom zeg ik als Hollander, dat ik thans liever zou behooren tôt de vertrapte Bolgische natie dan tôt het geweldige en machtige Duitschland." Zoo spreekt Frederik van Eeden, een neu-traal, en voor ons is zijn oordeel meer en veel-zeggender dan aile Duitsche uitspraken en aile Duitsche kultuurmotieven. Klbbelarljen om mondvoorraad. Uit Weenen wordt bericht, dat de Oosten-rijkers zich ongeduldig betoonen met betrek-kingr tôt de traagheid der regeering om liaar besluiten ten opzichte der levensmiddelen te nemen. De burgemeester van Weenen, verge-zel van den voorzitter der Kamer van Koop-handel, heeft den eersten minister bezocht en er bij hem op aangedrongen, dat vaste maat-regelen zouden worden genomen om de stad te voorzien van voldoende hoeveelheden graan en meel. Hij vraagt, dat Hongarije verplicht worde om Oostenrijk het ontbi-ekende te leve-ren en aile in Oostenrijk en Hongarije bestaan-de stocks in onderlinge gemeenschap worden gesteld om, buiten plaatselijke invloeden om, door de centrale overheid uitgedeeld te worden. De minister heeft de verzekering gege-ven, dat het kabinet de aangelegenheid zou be-studeeren.De duidelijke tegenzin y an Hongarije om zich te ontrieven van wài-ook uit zijn exeedent \an granen ten gunste van Oostenrijk, heeft groote verontwaardiging te Weenen gewekt. Het gebrek aan melk doet zich in de hoofdstad gevoelen, terwijl de aanvraa.g snel vermeerdert in verband met het groote. aantal zieken en gewonden, die tegenwoordig in de hospitalen verzorgd worden, en ook omdat het publi'ek meer melk als voedsel verteert, sinds het vleesch te duur is geworden. Het is wel een merkpaal in de grescliiedenis der oorlogen, dat, om maar wat to noemen, in den krijg van 1870—'71 te Parijs eerst hon-gersnood werd creleden, toen de Duitschers reeds eenigen tijd voor de stad stonden, de Germanen en hun bondgenooten hun maag al danig voelen jeuken, terwijl nog geen enkele vijand voor Berlijn, Weenen of Budapest gepos-teerd is en de Duitschers zich zelfs meeren-deels op vijandelijk gebied bevinden. Dat is, dunkt ons, een der sterkste bewijzen van liet treurige bankroet der teutoonsohe militaii'e or-ganisatie. De ,,Kultur" slaat er een allermalst figuur meê! Wat het gebrek aan mededeelzaamheid der Hongaren betreft — wel, men verwondere er zich niet te sterk over. Rliapsodisten zijn geen rantsoemsten. En Magyaren houden niet van magere jaren. Zie onze telegrammen en laatstelegerberichten op de derde bladzijde. Wij vestigen de aandacht vari onze lezers op het op blz. 4 affgedrukte Elffde Verslag der Commissie tôt Onderzoek naar de schending der voorschrifften van het volkenrecht en der oorlogswetten en gebruiken. MWarschau moet Ingenomen worden". Men seint uit Petrograd dat op een Duitsch krjjgsgevangéne een dagorde werd gevonden door een Duitsch generaal ondçrteekencî, waarin het volgende vooi komt : Wij naderen Warschau, de lioofdplaats van Polen, waar onze soldaten sedert zes maanden hun bloed vergieten. Onzo vijand heeft groote troepenmachten rond die stad vergaard, doch hij schijnt reeds te ] hebben begrepen dat niets aan onze aanvallen kan weerstaan. Dë inneming van Warschau zal voor Duitschland het sluiten van voor ons gunstige vredes-voorwaarden voor gevolg hebben. Daarom moeten de Duitsche soldaten nog eene uiterste poging doen. Warschau moet ingenomen worden. Pays de Franco. Uit Frankrijk ontvingen we van een vriend enkele zichtkaarten voorsbellende de verwoestingen door de Duitschers ver-oorzaakt te Nieuwpoort, kiekjes van ons leger te Veurne enz. Al deze kaarten ver-schijnen in eene serie die voor algemeenen titel draagt ,,.Pays de France". We wisten niet dat Nieuwpoort, Veurne enz. op Fran-schen bodem lagen... Apen aïs soldaten. In het begin van den oorlog zag ik in een 3>uitseh liumoj'istisoli weekblad — ik meen, dat het de ,,Lustige Blatter'' was, eene t»3eke-ning op liet tit-elblad, welke een aap voorstelde in Fransche uaiiform. De grimnrigo uitdrukking van z'n ruigen kop en de zwan3 boomtak, die hij vastklemd» in een van z'n poothanden, niaakten hem tôt een geducht wezen. Er stond bij geechreven, dat dit de laatste oproeping was van de ,, grande anmée". Men h ad nu ne-gers, Japanners vochten mee in den wereld-krijg, verder Turco's, Gulirka's — ik geloof, dat ze zoo heeten — -menschen die op kamee'cen ctred»3n, menschen * die iheerlijk met br-îede messen konden werken, menschen met slingers, enfin van allerlei soort van volk. Maar dit was dan het laatste oorlogssnufje : apen. 't Was 'n teekening, die heel vernuftig was gevonden: Zooveelste regiment Gorilla's uit Sénégal, 't Was werkelijk heel aardig, heel leuk zou men hier zeggen in Holland. Maar 't is wel intéressant, dat de teekenaar — die toch mecr.-de, dat hij louter fantasie gaf — de vaarho.d naaapte, tenminste wat Engeland l>etreffc. Ik sprak namelijk dezer dag^n 'n kennis van me. 'n degelijk, vertrouwbaar persoon, die m Engeland eenige maanden •— als gewond Be'glsch soldaat — werd verpleegd. En die vertelde ?ne — 't kostté me moeite om wat uit 'm te krij-gen — die vertelde me, dat hij verschilbnie keeren wagens met apen had gezien -cp li*>t geveclitsvedd. En deze dieren werden gobruikt om de veldtelefoon te leggen, in boom en en zoo. Vlug als katten gaan de apen ;n de boo-men zeide hij me, en haken daar den telefoon-draad vast echter 'n takje. 't Is heel slim uit-, gedacht. En men kan zich goed voors';eùten, dat *t nuttig is en practiscli. Immers '.i aap doe dit in een vierde van den tijd, dien 'n soldaat er voor noodig heeft. Of is 't îaar een legende ? Duitsche Lyriek. Ook Gerhart Hauptmann heeft zijn oorlogs-bijdrage geleverd; voor een Duitsch nummer van de ,,Oesterreichische Rundschau" stond hij dit gedicht af: Komm, wir wollen 6terben gelin, in das Feld, wo Rosse stampfen, wo die Donnerbiichsen stehn, und sioh tote Fàuste krampfen. Lebe wohl, mein junges Weib, und du Sâugling, in der Wiegen! Donn ich darf, mit tràgem Leib, nicht daheim bei euch verliegen. Diesen Leib, den liait ich hin Flintcnkugeln und CJranaten ; eh ich nicht durchlochert bin, kann der Feldzug nicht geraten. Komm, mein lieber Kamerad, dass wir beide, gleicli und gleiche, heut in Reih und Glied Soldat, morgen liegen Leich an Leiche. Bleibe still, mein Vaterland, seinetwegen, meinetwegen, wenn ins blutige Ackerland wir uns blutend niederlegen. Mussen wir zu frlihe fort — nun, gehab dich wohl und bliilic ! Gute Nacht, sei unser Wort: gute Nacht, auf morgen friihe! Uit deze rijmelarij blijkt duidelijk, dat de tooneelschr ij ver iGenhart Hauptmann geen : dichter is. Voorts, dat hij dermate met gansch zijn wezen in het tooneelmatige is, dat hij zich verbeeldt Hauptmann in een loopgraaf, onder een regen van kogels te zijn, terwijl hij, met een kogelfleschje spuitwater voor zich, aan zijn schrijftafel rustigjes en luetigjes zit te rymelens 1 De doortocht der Duitschers te Surioe. (Vervolg.) ERRATUM. In ons nummer van gisteren, in de Noot van den Opstclraad, staat te lezen: ,,Het g'eldt hier een geschri-ft van een ooggetuige, die alleszins bereid is, om zich, zoo noodig, met naam en toenaam bekend te maken." Bit ,,zoo noodig'' was te veel, vermits de schrijfster van dit pakkend verslag ons heeft. toegelaten hùren naam voluit te pu-bliceeren, zooals dit reeds in ons nummer van gisteren onder het eerst gcdcelte van dit verslag verscheen. I * * i Wij werden langs den weg naar Roone-denne gevoerd. Recht6 en' links waréai de liuizen reeds afgebrand, o.a. dat van den h-eer Tichon, gemeontesecret-aris, van den heer Stanislas Buniiaux, van burgemeester Delcourt, geheel de aangrenzende arbeiders-wijk, dit ailes was afgebrand. De gebouwen | der school en van het gemeentehuis waren het nog niet; de kerk evenmin. Zoo kwamen wij aan ,.aux Fosses". Daar lagen in de gracliten, lijken van Fransche soldaten en van paarden. Rechts en links, vele Duitsche soldaten met mitraljeurs : zij staken de vuisten naar ons uit en bedreig- j den, ons met liunne revolvers. Welhaast, deed men ons den weg verlaten en leidde ons links op een stuk bedricht land, van-waar we Romedenne en andere verder gele-gen dorpen konden zien. We waren daar 50 tôt 60 personen, mannen en vrouwen. Het was omtrent kwart over zeven des morgens. Op dat oogenblik leidde men de vrouwen aan den eenen, de mannen-aan den anderen kant. Een officier kwam ons in 't Fransoh zegen, met een sterk Duitsche uitspraak : ,,Gij verdient aJIen gefusdljeerd te worden; een klein meisje van 15 jaar heeft op een onzer oversten gesohoten ; maar de krijgsraad heeft besloten dat alleen de mannen zullen gefusiljeerd worden; de vrouwen zullen'ge-vangen blijven." Onbeschrijfelijk is wat nu gebeurde. Er stondeui daar aohttien mannen. Benevena de pastoors van Anttée en On-liaye, en de Gaspard, was er nog onze pas-tcor, Poskin en zijn schoonbroeder de heer Schmidt, dan Jaques en zijn zoon Henri, een geheel jonge knaap van nauwelijks 16 jaar; verder Gaston Burniaux, zoon van den postbode, Léonard Sounioy, zijn schoon-zoon Durdu en Camille Soumoy ; verder nog de bovengenoemde Balheur en Billy, deze laa.tste met zijn zoon van omstreeks 17 jaar; eindelijk, was er een mail van Onhaye en 'n andere van Dinant, die een toevlucht waren komen zosken te Surioe, dan nog twee andere, wier namen mij niet te binnen komen. Het sclieelde weinig of liet kleine zoontje van den heer Schmidt werd bij hem ge-plaateîb. Hij was ternauwernood 14 jaar oud; de sioldaten aarzelden ; toen stootten zij hem plotseling achteruit. Op dit oogenblik, zag ik een jongeren Duitschen solda-at — ik zeg 't openhartig — die zoo aangedaan was, dat worden. Eenigo oogenblikken verliepen; daar onder onze verschrikte blikken en te midden , van de kreten der vrouwen die riepen : ,,doodt mij. ook, doodt mij ook", niettegen-staande het geroep der kinderen, stelde men de mannen op een rij aan den kant van den hollen weg, die van den hoofdweg naar het beneden-dorp loopt. Zij zeiden ons vaarwel, , de eenen met de hand, de anderen met hun pet of hun hoed. De jonge Henri Jacques steunde op één der priesters, als zocht hij bij hem hulp en bijstand en hij schreeuwde: ,,Ik ben te jong, ik heb den moed niet om te sterven." Ik kon niet langer dit gezicht , verdragen, keerde mij ter zij de en bedekte mijn oogen met mijne handen. De soldaten schoten een salvo en al de mannen stortten inéén. Men zei mij: ,,Kijk, ze zijn geval-len". Eenigen waren niet op slag dood ; het eene of andere lid bewoog nog; de soldaten maakten ze af met kolfslagen op het hoofd, en onder hen den eerw. pastoor van Surice, wiens hoofd, naar mij later verteld werd, gruwelijk misvormd was. Zoodra de moor-derij kiaar was, plunderden de Duitschers de lijken; zij namen de uurwerken, de rin-gen, de geldbeugels en de brieventasschen. De heer Schmidt droeg bij zich, volgens verklaring zijner vrouw, omtrent 3000 frank; zij werden gestolen; de heer Jacques was ook dTager van een belangrijke som: zijn vrouw kon het juist» bedrag. niet zeggen. Ondertusschen brachten de Duitsche soldaten een zekeren Victor Ca vil lot op en voor dat hij zelfs aangekomen was op de plaats waar de anderen zooeven gefusileerd waren, schoot men op hem ; ik zag hem ronddraaien: zijn lijk viel in den hollen weg. Een ontzettende angst greep ons aan. De moeder van den pastoor was zoo verslagen bij het gezicht van den moord op haar zoon, een zoo stillen en zoo goeden priester, dat zij niet weende, maar aldoor herliaalde: ,,Hoe vreeselijk, hoe vreeselijk!" Thérèse l Poskin liep yan haar moeder naar haar zuster, bleek als een .doode. En vrouw Schmidt barstte in trannen los. Zij kende eenigo woorden Duitsch, en, met haar klein dochtertje aan haar zijde geklampt, had zij vergeefs niedelijden afgesmeekt voor haren man, zeggende — hetgeen ook werkelijk waar was — dat zij niet ter plaatse woon-den en er toevallig verbleven. En die kleine, die op het laatste oogenblik, tôt haar vader riep: ,,Vergeef mij, vader, zoo 't u ooit verdriet deed!" Het was aangrijj^end. De vrouw van Leopold Burniaux, die voor de derde ma-al een harer zoons onder hare oogen zag vermoorden, liep rond, aldoor, met verdwaasden blik, roepend: ,,Laat ons gaan, laat ons gaan!" Maar we moesten blijven. Ondertusschen zag ik ons huis ook vuur vatten. evenals de kerk en de school. Het was eerst 's middags dat die gebouwen instortten. Als ik het vaderhuis zag op-. vlammen- en zooveel herinneringen verdwij-nen, neep mijn hart verder toe en ik dacht aan al die dingen, waarvan ik zocfveel hield en die ik niet meer zou terugzien. Ik had, daags te voren, in een reiszak al ons zilverwerk gestoken, een zilveren cliristus-beeld, twee engelen en zes kandelaars ook van zîlver, samen met onze juweelen, en ik had dien reiszak in een der wijnkelders doen leggen. Dit was, ik zie nu duidelijk .in, dat dit de slechtste bergplaats van aile was, want, zooals ik later vernarn. hadden de Duitschers, voor het huis in brand te steken, het huis van onder tôt boven door-zoclit, den wijn meêgenomen, den reiszak en ailes wat hen aanstond. Zoo werd mij door geburen gezegd dat de soldaten ook den wijnkelder van Stannislas Burniaux geplunderd hebben en dat de • plunderîng van a-1 de liuizen in den nacht van Dinsdag begonnen, den geheelen Woensdag geduurd heeft. Sindsdien heb ik geheord dat de brandkast van mevr. Laurent-Mineur door dynamiet werd open gerukt; het zilverwerk lag er verwrongen in: heb werd weggeno-meii en men heoft ook de èffeoten -cnwâar-de-papieren genomen ; • half verbrand heeft men wat verder op een steen enkele terug-gevonden.Ik zet mijn verliaal voort. Mijn broeder Ernst hâd zich in dien ^easelijken naclit van 24 op 25 Aug., in den kelder vaJi de boerderij verscholen, met zijne vi-ouw en zijne dochter. Toen zij soldaten zagen aan-komen, vluohtteai zij ' in een biezenveld dichtbij en bleven er tôt den dageraad ; da "i bereikten zij het. bosch. Zijne vrouw en Margriet verborgen zich in een soort grot, terwijl mijn broeder den omtrek ging onder-zoeken. Eensklaps werden de vrouwen om-ringd door een vijftienta.1 soldaten die over-al rondsnuffelenden. Een hunner sclioot zijn, revolver af en Margriet werd aan den voet geraakt. Zij begon te roepen en een der soldaten trok liaar bij de twee voeten naar buiten. Zij bloedde hevig : heur moeder volgde haar en men leidde haar naar de strafuitvoeringsplaats waar wij vereenigd waren en waar het drama zou afgespeeld worden. Daar haar schoen vol bloed stond en zij niet loopen kon, oaiderst&unde liaar een soldaat ; een Duitsch geneesheer deed haar sclioeisel af en lei een verband. Maar zijne goede daad vergalde hij dcor een spotwoord, lia den kogel uitgehaald te heibben, zei hij al lachend : ,,Het is een Franhche kogel!" Ik beefd© bij 't gedacht mijn broeder to zien opkomen ; maar mijne schoonzuster fluisterde mij toe: ,,Hij is in veiligheid". Een beetje later vond ik hem terug: hij was achtervolgd gevs'eest door eèn Duitscher die zeven maal op hem geschoten had, zonder hem te treffen. Na die uren van doodelijken angst} gaf men ons een pas of liever gaf men dien aan een man die op dat oogenblik uit de richtil]g, van Romedenne kwam, met bevel ons te ge-leiden 't zij naar Omezée, 't zij naar Rosée. Streng werd ons verboden elders te gaan. Vooraleer de baan te mogen oversteken, moesten we wachten dat de Iegerbenden, diq begonnen op te trekken, voorbij waren. Er was voetvolk, paardevolk en vele auto-mobielen ; ook vele officieren te paard ; men zei, dat een der zoons van den Keizer onder hen was. en dat hij naar Dbcroi ging. Ik heb vergeten te zeggen, dat voor het fusilleeren van onze àrme medeburgers, de duitschers voor ons een miltraljeur gebracht hadden, als moesten wij allen te samen ver-moord worden. Maar na korten tijd maakte men er rechtsomkeerd mede, om ze met de andere te laten wegvoeren, waarmede de Dnitschers begonnen de eerste huizen van te vernietigen. Sinds dien werd mij gezegd dat de kerk en 120 huizen in den asch gelegd werden. Eens de baan over, langs een zeer grooten omweg in de richting vân Fraiichimont, gingen wij om Surice hecn en bereikten Omezée. Ondertusschen duurde de brand voort: het huis van den paardesmid Baix, stond in laaie vlam, deze van Cogniaux-Fer-range, van mevr. Laurent, van Cuvelier, den chiooreifabrikant, waren reeds in den asch geleid en, lij'k ik het hooger zeide, roof den de soldaten ailes meenemend, tôt zelfs jam-potten. 15 Octeber 1915. ALINE DIERICX DE TENELAM. (Wordt, vervolgd.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad belonging to the category Oorlogspers, published in Amsterdam from 1900 to 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods