Gazette van Gent

349592 0
09 October 1914
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1914, 09 October. Gazette van Gent. Seen on 25 April 2019, on https://hetarchief.be/en/pid/g15t72bp45/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

247e JÂARo N* 245. B. 5 CENTIEMEN VRIJDAG-, 9 OCTOBER 1914 GAZETTE VAN GENT IHSCHRIJTIirOSPBIJS S VOOR GENT Î VOOR GEHEEL BELGIE : Een jaar ...... fr. 12-00 Een jaar fr. 13-00 6 maanden ..... » 6-50 G maanden » 7-75 3 maanden » 3-50 3 maandei ..... » 4-00 Voor Rolland : 5 franl: per maanden. Voor de andere landen : fr. 7-50 per 3 maanden. NIEUWS-, HANDELS- EN ANNONCENBLAD Gesticht in 16©7 BESTFUR EW REDA€TIE VELDSTRAAT, 60, GENT TELEFOON Nl 710 De bureelen zijn open van 7 ure 's morgends fot, 5 ure 's avonds• De inschrijvers buiten de stad Gont moeten hun abonnement nemen ten postkantoore hunner woonplaats. DE EUROPEESCHE OORLOG Geene Hfficiëel# ^ededeelingen DE BESCHIETING van ANïWERPEN HET FRANSCH KANON VAN 75 HOE LANG ZAL DE OORLOG DUREN? DE TOESTAISI) TE BKLSSEL In Belgîe Er werden geene oflicieele mededeelingen ge-daan.Dat de regeering naar Oostende vertrokken is, beteekent niets buitengewoons. Bij den tocht op Parijs, vertrok de Fransche regeering naar Bordeaux. In Frankrijk Op het oogenblik van ter pers te gaan, heb= ben wij nog geen officieele mededeeling ont-rangen.Er moet gezegd worden dat aile telegrafi* sche gemeenschap is afgesneden. De toestand der verbonden légers is echter gunstig. Het is niet meer aan de Aisne dat het hoofdbelang van den strijd op het spel staar, het is naar het Noorden, dichter bij ons land, zoo dicht zelfs, dat wij hier kunnen nagaan dat de vijand niet talrijker meer is, alhœwel vele troepen iiit het centrum en Lorreinen zijn weg= getrokken. Wij mogen hopen, dat wij het grootste deel der ons voorbehouden ellende reeds doorwor* steld hebben. IBESIIETM SU ANTWERPEH De telegrafische betrekking heel en al met IÂntwerpen afgebroken zijnde, is het zeer moeilijk om te weten te komen wat er eigen-lijk in en rond de forten gebeurt. En het is teeds meermaals gebleken dat men niet altijd onvoonvaardelijk moet gelooven wat de vluch-'elingen in huime ontroering vertellen. Na dagen lang van heldhaftigen strijd, moes-ten onze soldaten toch voor de meerderheid terugtrekken, vooral sedert enkele forten ge-Tallen waren en de Duischers over de Nethe gwaakten. Deze hebben dadelijk hun zwaatr geschat opgesteld, van waar zij de stad Antwerpen kunnen beschieten. De berichten van de eerste uitwerkselen zijn zeer uiteenloopend en tegenstrijdig ; terwijl de eenen spreken van de Zuidstatie die jetroffen werd, vermelden' de anderen dat het Justiciepaleis in brand staat. Men denkt dat het zwaar geschut der I)uit schers opgesteld is bij Lier, Willebroeck en Boom. Onze vijanden zullen er vanwege onze forten nog harde noten te kraken krijgen 'ooraleer nog te kunnen vooruitschrijden. Om den Duitschers te beletten over jle Schelde te komen en de fortlijn op den lin-«r oever te bereiken, heeft de Belgische ge-oi« de bmg van Temsche en da brug van Boom doen springen. De forten zijn door Engelsche troepen be- zet, die de verdediging tôt het uitersto zullen volhouden en wier oversten, die de bewegin-gen der legers in de andere deel en van het land kennen, het volste vertrouwen hebben. Het wordt bevestigd dat de beschieting donderdag avond begon. Het vuur werd in den beginne, vooral zoo niet uitsluitelijk, ge-richt op de Zuiderwijk, Hoboken, Berchem en Wilryck. Daken waren daar in brand gekomen, die dadelijk gebluscht werden. Zoodra de beschieting begon, werden de ge-kwetsten der ambulanciën in de kelders gebor-gen ; ook de inwoners namen de vlucht in hunne kelders. Te rekenen van 8 ure 's morgends, werden de gekwetsten langs het Land van Waas, naar Brugge en Oostende gevoerd. Talrijke inwoners ontvluchtten de stad. Hoe iaug zai de oorlog durer. ? Voor de Academie der zedelijke en staat-kundige wetenschappen te Parijs, heeft de ge-kende staathuishoudkiuidige, de heer Paul Le-ri y-Beaulieu gehandeld over de economische gevolgen van den huidigen oorlog. Hij heeft vooreerst aanigetoond, dat de helft van het menschelijk geslacht rechtstreeks of onrechtstreeks bij den oorlog betrokken is. De volledige bevolking der aarde woirdt op 1700 millioen inwoners geschat. Nu, langs onzen tant zijn er in ronde cijfers 321 millioen, als volgt te verdeelen : Rusland, 171 millioen ; Frankrijk, 39 en een half millioen; Engeland, 45 millioen; Belgie, 7 en een half millioen; Servie, 4 en een half millioen ; Monténégro, een half millioen, Ja-pa, 53 en een half millioen. Onze vijanden tellen : Duitschland, 66 en een half millioen ; Oosteiirijk-Ho'iigarie, 49 en een half millioen inwoners. Dat maakt reeds 437 en een half millioen nienschen. Dan komen nog in rekening de 420 millioen inwoners der koloniën, aldus te ver deelen : 12 millioen voor Fransch-Afrika ; 25 millioen voor het Britsch Dominion (Canada, enz.), 320 millioen voor Engelsch-Indie, 63 millioen voor de andere, in den oorlog gewikkel-de Statan van Europa. Er zijn dus 857 en een half millioen mensche-lijke wezens die, on der een of anderen vorm, van den huidigen oorlog te lijden hebben. Voor hoe lang? Zich die vraag stellende, merkt de heer Le-roy-Beaulieu aan, dat de stevige militaire in richting van Duitschland, die zich sinds bijna eene halve e«uw tôt den oorlog voorbereidde; voor het oogi-nblik het verschil in aantal ver-goedt: 116 millioen voor Oostenrijkers en Duitschers ; 321 voor ons. Maar Rusland met zijn ontzaglijken voorraad manschappen en het be-wonderenswaardig aa-ndeel van het Britsch k eizerrijk geven aan de bondgenooten eene bijna onbeperikte vernieuwingskracht. Het is uit dien hoofde, dat de oorlogsduur kan vsrlengen, alhœwel er uiterste grenzen aan zijn, want Duitschland heeft dezelfde ver-nieuwinigskracht niet, en van nu af heeft het, volgens de uitdrukking der Engelsche staat-kunde, het maximum zijner krachtontplooiïng geg-even. Hoeveel tijd zal er noodig zijn om het neer te slaan 1 Werkelijk oordeelt_ de heer Paul Leroy-Beaulieu — tenzij zich volstrekt doorslaande krijgsverrichtingen voordoen, die ook wel kunnen niet gebeuren, geziein de voorwaarden van den modernen oorlog — dat de oorlogsduur vooral zal afhangen van het zedelijk weer-standsvermogen der betrokken natiën en van de niet-strijdende gedeelten dier natiën. Buiten de legei-strook is het maatschappelijk leven niet ondeirbroken en feitelijk zijn er miaar tw.ee nijverheden onmisbaar gedureode den loop eener wirijving zooals deze : de voedings-nijverheid en deze der oofrlogsmunitie. Voor de eene gelijk voor de andere ontbreiken de werk-kra-ohten noch bij ons, noch bij de anderen, maar wat kan ontbreken, dat zijn de grondstof-fen.En zonder moeite toont de heer Leroy-Beau-lieu aan, alhoewel eene ganisch affiliait end e blokkeering oninogelijk weze, dat die grond-stoffen zekeren dag aan onze vijanden zouden ontbreken, — het weze binnen vier, binnen vijf maanden of langer, — terwijl de bondgenooten, met de zeeën voor hen open, de zege-praal mogen afwachten en voort kunnen leven. Het Fransch kanon van 75 Wij spraken reeds terloops over dit kanon. Na den oorlog van 1870 werden in Frankrijk ieverige studiën gedaan tôt het verbeteren van de veldartillerie, gesteund op het Duitsche model, geladen wordende langs de kulas. Men kwam tôt het rookloos buskruit, maar niets werd nog gevonden om het achteruitloopen der stukken te beletten, waardoor het kanon na iedeir schot zijn mikpunt verloor. Men moest dus na ieder schot herbeginnen te mikken. Zoo kwam het dat met de kanonnen Bange, van 80 Lot 90 millimeters, maar een maal per minuut kon geschoten worden, terwijl de Duitsche mo-dellen sneller konden vureai. Maar te rekenen van 1896, begon men in de technische kringen de gedachte te verspreiden, Dm een frein aan te brengen tusschen het kanon en het affuit. In Duitschland en in Frankrijk werden de studiën in het grootste geheim voortgezet. In Duitschland brachten zij het kanon voort, dat il!ans nog gebruilct wordt en in Frankrijk het ireldkanon, model 1897, waarvan het kanon 75 3 e laatste voltooiïng is. De Duifcschers bekwamen kloeke stnkken lie vlug kunmen geladen worden, maar het iffuit slaat nog weg en schaadt aan het mik-sen en âan de juistheid van het schot, of aan rime snelheid ; indien men geene rekening îoudt van de juistheid, kan het kanon 8 tôt 10 naal per minuut schieten. In Frankrijk echter verkreeg men een licht, cloek en gennakkelijk te vervoeren stuk, dat sonder verandering aan het mikpunt 25 schoten >er minuut lost. En aile die verbeteringen we'-ien in een,s en volledig verkregen. Eens het kanon op het affuit geplaatst, îfordt het affuit stevig in den grond beves-âgd ; het mag tijdens het schieten niet ver-"oeren ; integendeel glijdt het kanon op eene ange glij.baan, boveo op het affuit vastge-naakt, terwijl een elastieke band het achter-litslaan belet en het kanon op zijne eerste Diaats terugbrengt, zoodra het werptuig afge-schoteji is. De Duitschers hadden metalen veeren ge-îruikt, maar deze kunnen breken of door het î bruik verslappen ; in Franlkrijk heeft men ien voorkeur gegeven aan den "hydropneuma-;ischen rem", die volgens het algemeen gevoe-en een echt wonder is. Na het eer&te schot, als ailes geregeld en vastgezet is, volgen al de andere werptuigen juist dezelfde vlieglijn en gaan op 2000 meters, door hetzelfde gat eener schijf ; tevens wordt het minimum van tijd bereikt, door het aan-nemen van eene zeer eenvoudige kulas, het uitdenken van een onafhankelij<ke "hausse", het gebruiken van volledig schiettuig, dat de kardoes en den houwitser bevat, en door deo "caisson" juist op de hoogte te brengen van het kanon, eindeHjk door op juiste wijze de taak der soldaten voor den dienst van het kanon te bepalen, zoodat in het gevecht ieder maar eenvoudige teekens mioet verrichten, die niet de minste overweging vereischen. Voor het kanon van 75, zijn de " gargonsse" en het werptuig vereenigd in een enkel lichaam, de kardoes. Het werptuig, dat het meest ge-bruikt wordt, is de shrapnell, aldus genoeamd naar den uitvinder, den Duitschen kolonel Shrapnell. De Fransche shrapnell is een lang-vormige houwitser, wegende 7 kil. 200 m., met een diameter van 75 millimeters. Hij is langs buiten omringd met een koperen band, plooi-baar metaal, die de obturatie van het stuk verzekert en die, zich in de groeven van het kanon drângdnde, het werpttaig doet rond-draaien. De wanden zijn dik genoeg om weer-stand te bieden aan de uitdrijvingskracht van het buskruit, en langs binnen zijn groeven aangebracht, die, op het oogenblik dat de shrapnell ontploft, dezen in een zeker getal stukken doen springen, juist van grootte, om hun akelig werk te volbrengen ; maar, aange-zjen dit getal stukken onvoldoende zou zijn, is de houwitser opgevuld met 300 looden kogels, ieder 12 gxammen wegende, die met de scher-ven van het tuig in aile richtingen geslingerd worden. De ontploffing van den shrapnell moet nog op het gepaste oogenblik voortgebracht worden ; dit geschiedt door de "fusée", een kleln wonder, van vernuftige juistheid. Deze fusée, die in den punt.van den houwitser gevezen wordt, bevat eene kleine lading buskruit, die van zelf ontbrandt, bij middel van een "percuteur", zoodra het werptuig het kanon ver-laat.De ontploffing deelt zich mede aan de hoofd-lading springstof, door de tuisschenikonist van eene sameiistelling, die in een looden buisje zit, gelijk de gekende Bickford-wiek. Het is noodig dat de ontploffing gebeure op een be-paald punt van de vlieglijn, boven en v66r het terrein, waar de vijandelijke troepen zich bevinden ; de uitslag wordt op automati-sche wijze verkregen door het hoedje van de "fusée" op een cirkel met afgeteekende gira-den te verdraaien. Men scheurt dan op eens zekere lengte het looden om'hulsel af, schroef-vormig rond de springlading gerold, die in het midden van de " fusée" brandt ; men ver-mindert op die wijze het staafje, dat het vuur brengt tôt aan het achtereinde van den shrapnell.In één second dus kan de soldaat, die het afstand door den overste aangeduid. Dit is het kanon bedient, de "fusée" regelen, volgens den grondbeginsel van het schieten met branden-den leidraad, die in de artilleriegevechten de hoofdrol speelt. Indien, door de eene of andere reden, het werptuig niet omtplofte v66r het neervallen, wordt de ontploffing door den schok ran den val zelf veroorzaakt. Andere tijden andere bondgenooten Honderd jaar geleden brak Wellington met de hulp van de Pruisen, de macht van Napoléon, te Waterloo. Dezer dagen nam lord Wollesley, de achter-kleinneef van den IJzeren Hertog (Welling ton) zijn eetmaal in een befaamd restaurant te Parijs. Hij was op weg naar het hoofdkwartier van het Britsch legerkorps. Daar komt hij samen met Charles Ney, h"r tog van Elechingen, de afstamjeli^ig van Napoléon zijn grootmarsohalk, die als taalman gehecht is bij den Britschen staf. VerminMngen door den oorlog Dr Henry de Varigny schrijft een belangrij artiikel over de verminkingen (afzetting vaj ledematen of deelen van ledematen) door de oorlog of ten gevolge ervan. Gedurende de eerste maand heelkundi werk in het Vichy Hospitaal, zijn ruim 60 operatiën gedaan, zoowat 20 per dag. Dat ge tal, zegt de heer Varigny, is waarlijk klein i ve>rgoflijki|rig mdt !het aantal gewjonden, da' bij de 7000 bedroeg. En bij die 600 operatië: van de eerste maand oorlogsdienst, gereken tôt 17 september, zijn geen tien afzettingei moeten gedaan worden. Dat is weinig, zeer weinig, in vergelijkin, met dergelijke oorlogsgevolgen, 40 à 50 jaa geleden. En de evenredigheid der verminkin gen zal gering blijven. Gelukkig voor onze ge wonden, aanziet men ze niet langer meer al een onderscheidingsteeken. TE BRUSSEL. De heer Max Da heer Max, burgemeester van Brussel heeft nieuws van zich laten hooren. De heer Max is te Namen in eene vestin; gevangen, en wordt door de Duitschers met di rneeste voorkomendheid behandeld. Zelfs werc hem toegelaten, in gezelschap van een officie: eene wandeling in de stad Namen te doen. De toestand te Brussel G|isteren spraken wij met een burger taijt JBrussel, die twee dagen had besteed om t< (jent te geraken waar zijne familie verblijft en morgen gaat beproeven weer in Brussel t< komen. Die man zegde ons dat de Brusselsche be volking vooral te lijden heeft van het gebrel aan tijdingen over den gang der zaken, en ool door de gedurige vernederingen welke de Duitschers haar doet ondergaan. De inneming der forten werd te Brussel aan-gekondigd als volgt : "Tijdens den aanval op Antwerpen,werden da forten van Lier, Waalhem, Koning&hoyckt en de tusschenischansen genomen. In de tusschen-gevoegde stellingen werden 35 kanonnen genomen. De opening in de omheining der bui-tenforten laat toe de binnenste omheining en de stad aan te vallen." Naast dit bulletijn, werden twee dreigbe-richten aangeplakt, luidende als volgt : " In den avond van den 25 september,werden de spoorbaan en de telegraaf op de lijn Loven-joul-Vertryck onbruikbaar gemaakt. Deze twee gemeentesn moesten er den 30 september, 's morgends, rekening van geven en gijzelaars lever en. In het vervolg zullen de dichtsbij gelegen ge-meenten, of zij al dan niet medeplichtig zijn, zonder genade gestraft worden. Daartoe zullen gij'zelaars genomen worden kl al de gemeenteri nabij de bedreigde s,poorbanen en bij de eerste poging om de banen, den telegraaf of den tele-foon te vernielen, zullen zij door den kop geschoten worden. Daarenboven hebben de troepen, die gelast zijn met het beschermen der banen, het bevel ontvangen al wie op verdachte wijze de spoorbaan, of de telegraaf- en telefoonverbindmgen nadert, door den kop te schieten. (Get.) Von der Goltz, V eldnjaax&chalk. De andere plakbrief is niet min dreigender : "Herhaalde aanvallen tegen Duitsche troepen en aanslagen op spoorbanen of telegraaf-en telefoonlijnen, door burgerlijke wielrijders, verplichten mij al de verkeersverloven te ver-nietigen, die aan burgers afgeleverd werden, krachtens mijn besluit van den 17 septembtr 1914. Indien, een aangehouden wielrijder verdacht wordt van een aanslag tegen de spoorwegen, telegraaf- of telefoonlijnen, of voornemenis te schijnen de Duitsche troepen aan te vallen, zal hij krachtens de krijgswet door den kop geschoten worden. Feuilleton der GAZETTE VAN GENT. I DE LIGHTEK01 Sl'AB ROMAN UIT DE KAAP. I G»eden morgend, mijnheer Retief, zegde ■ «astello op zijn zachtsten en onbeschaamd ■ ! -n toon,, zoodra wij met elkander sprekei I «onden, gij zijt vandaag vroeg op de been. Hei ■l! *erkelijk een genot, iemand ta ontmoeten ■oi« zooveel over heeft voor de jacht als gij. ■t ^oec^en morgend, antwoordde ik niet a ■'■s beleefd ; wat hebben wij daar 1 Een Bosch ■lesman ? II il een Bosehjesman, zegde Castello .om z''n verbazing. Maar de kleini ■ -tiurk ig z66 gewond, dat gij nauwelijk; ■ jl' wggen, wat "Bosch" en wat "man" is. Id t een beetje nauwkeuriger het pal letf 200 onverscbUlig was neergelegd, en zaj ■y? toenemende verbazing, dat het arme H schepsel aan de rechterzijde haast aai I ® was gesneden. Zijn arm en zijn beei ■ ren één en al bloed en naakte beenderen ■fi"" ,1a,t is hier in 's hemelsnaam gebeurd ■n-P ik. I £ m'Jn^eer Retief, zegde de Spanjaan I WvZI,n verraclerlijk lachje zijn dunnen zwai l'îjrn i?7*1 °Ps^tijkend,daar gij zulk een scher I zijfc, en zoo zeer naar inlichtinge: I M! ~ ^wee uitstekende eigenschappen -I W]«»j j vertellen, dat die kleine dief van he ■ ''"-arginda in ons bosch rondzwierf, loe Ik ® °P e«n vetten springbok, en toen in d ■ Het ^r"yal terecht is gekomen, die zware klei ■ ] '^eren tan den ; en daar lag hij te schreei ■U een varken, toen wij nem met gebre I "«en vonden. Brul nog maar eens, vriem je, voegde hij erbij, het gewonde lichaam mel den voet aansitootend. De Maleier lachte en ik voelde de woede ir mij opkomen. Nu ik den Bosehjesman van na bij bekeek, zag ik, dat hij heel anders was dar donkerder en kleiner, minder leelijk en stevi ger gebouwd. Tôt mijn verbazing droeg hij eei soort van hemd van donkere, zachte stof, er zijn seherpe, rustelooze oogen staarden mi, zoo droevig verlangend aan, dat het mij piji i deed. Zijn ooren waren uitgescheurd en bloe den, en, wat ik het vreemdst van ailes vond in zijn voorhoofd was een groot kruis gesne ; den, waaruit aan beide kanten het bloet , druppelde. -- Wat zijn dat voor sneden in zijn voor [ hoofd t vroeg ik ; en zijn ooren bloeden ook ! -— Wel, zegde Castello, op denzelfden ter genden, spottenden toon, het was toch jam , mer, hem de eeuwigheid in te sturen met dea s gouden ringen in zijn ooren, hij hield een paa î zware gouden ringen in de hoogte, daarom nan ik ze hem af. Op mijn kantoor thuis heb i] ; een heele verzameling van zulke sieraden. He r kruis is het symbool, dat bij zijn doop be hoort; het is de beste zegen dien ik hem koi ! geven. Nog iets, mijnheer Retief? i Weer lachte de Maleier, en ik merkte op hoe kwaadaardig scheel hij mij aankeek. O, di j Maleier was een juweel ! — Ja, zegde ik, nog één ding, mijnheer Ca j stello. Wat wilt gij met hem doen ? ; — Ja, antwoordde hij, dat is waar ook, w: p verspillen onzen tijd, Abdulla ! Pak hem aa y uw kant op en loop dan voort. Wij dragen hei naar de rivier, waarheen reeds zoovelen va ^ zijn makkers hem zijn voorgegaan. Ruw pakt hij den venninkten arm beet, keek mi,j aar e en voegde erbij : Wees zoo vriendelijk, uit de n weg te gaan, mijnheer Retief, zoodat wij d plechtigheid ten einde kunnen brengen. — Leg hem neer! riep ik. Zoo waar ik lee: [. gij zult geen stap verder doen 1 > Wild stroomde het bloed door mijn aderen en met moeite bracht ik de woorden eruit. Il schrikte van mij zelf. Ook Castello was woe dend. Dat zag ik, ondanks al zijn geveinsde on verschilligheid, aan de manier waarop hij dei Bosehjesman neerlegde en mij aankeek. — Gij zijt onbeschaamd voor een bijwoner riep hij. Hoe durft gij mij op mijn eigen gronc aanspreken 1 Wees zoo goed, dadelijk uit dei weg te gaan, of mijn jongen zal het u leeren Abdulla ! , In een oogenblik was mijn besluit genomen Menige slaaplooze nacht is het gevolg gewees l van mijn dwaasheid, en toch weet- ik niet, of il wel anders had moeten handelen. Ik was ra zend van drift bij het zien van den verminktei Bosehjesman, die mij lag aan te staren, bij di gedachte aan dien moord met voorbedachtei rade, bij de herinaering aan Stoffel en de ver ontwaardiging sleepte mij mede. Abdulla met den voet wegstootend sprong i] naar den Spanjaard toe. Zijn bleek gezicht ej zijn groote, verschrikte oogen zullen mij nooi ; uit de gedachte gaan — dat was het eenig -wat ik zag. — Lafaard ! Schurk ! Moordenaar ! pak aan schreeuwde ik, en gaf hem met mijn sjamboi , een slag over het voorhoofd. Toen hij achterui s wankelde, gaf ik hem nog een slag naar de: anderen kant, roepende : Dat is voor Stoffel Bij den tweeden slag viel hij neder, doch wa spoedig weer op de been ; twee witte strieme: j kruisten elkander op zijn voorhoofd, als d a sneden bij den gewonden Bosehjesman. Mte q een vloek sprong hij op mij af ; ik zag een me n in zijn hand, en ik zag ook, hoe Abdulla ove e den grond rolde, gestruikeld over den voe i, van Klaas. n In een oogenblik had ik Castello bij de e pels, en met een kunstgreep, dien ik bij d Korannas geleerd had, deed ik het mes ove f, het veld vliegen. Toen was hij geheel in mij macht. God heeft mij meer kracht geschonke , dan aan anderen. Indertijd heb ik een jongen 03 den nek gebroken met mijn handen, en Castello was maehteloos in mijn greep als een kind. God moge het mij vergeven, doch ik wil-i de hem worgen. Maar God dank, dit werd mij bespaard. Marion haar woorden kwamen mij ! in de gedachte, en toen Castello hijgend ver-l slapte onder mijn handen, liet ik hem los en i wierp hem verachtelijk van mij af. Bewusteloos viel hij naast den Bosehjesman neder. Abdulla schreeuwde dat hij dood was. Doch na eenige oogenblikken kwam Castello t langzaam weer tôt bewustzijn, stond op, wierp £ mij een blik vol haat toe, en mompelde : — Wij spreken elkander nader ! > Op den arm van den Maleier geleund verwij-î derae hij sioh met moeite. i — Wel, Klaas, zegde ik: bekommerd, toen hij weg was, wat moeten wij nu beginnen 1 Wij hebben ons wat schoons op den hais gehaald ! i Hoe krijgen wij ons vrachtje naar huisî i —- Wil Baas hem mede naar huis nemen ?riep fc Klaas met overholen verbazing. Baas, hij is s maar een Bosehjesman. — Bosehjesman of niet, zegde ik, hij is ziek ! en gewond, en gij en ik moeten ons best doen £ om hem te helpen. Klaas, loopt gij nu eens t naar die but daarginds, en zeg : De Baas moet i een deken hebben. Al is hij oud en gescheurd, I breng het in ieder geval gauw hier. s Wij maakten een soort van hangmat, zoodat a do gewonde ledematen rustig konden liggen, 8 en sneden een draagstok uit het kreupelhout, t en zoo droegen wij den armen kleinen Bosch-s jesman in triomf tusschen ons beiden naar de r farm. Wat de dwerg zelf gedurende dien tochf t dacht, weet ik natuurlijk niet. Hij laç dood-stil. Ik verbaasde mij over zijn uithoudingsver-n mogen. Zijn stoïcijnsche moed steunde nem. e Bij het hek ontmoetten_ wij Marion. Zij wai r naar den tuin aan de rivier geweest, en brachl n een arm vol bloemen mede naar huis. Zij zag u er zoo friBch uit, dat men zich haar gem&kke lijk kon voorstellen als de engel van den dage-raad. Haar eer&te woorden waren echter zui-ver aardsch. — Het ontbijt is gereed, zegde zij, de hand boven de oogen houdend. Zijt gij gelukkig geweest op de jacht î Wel, mijnheer Retief, zegde zij opeens verwonderd, wat brengt gij daar-mede ? — Juffer Atherstone, antwoordde ik, wij hebben uw raad en uwe handigheid noodig. Deze arme Bosehjesman is in een luipaardklem geraaJct. Zijn arm en zijn been zijn gebroken. Wat moeten wij met hem beginnen î —Oeh, die arme jongen ! riep- zij medelij-dend, en liet de meeste bloemen vallen, och, hoe vreeslijk ! Leeft hij nog t Gij moet hem naar de ■— breng hem maar dadelijk in de keu-ken — of — neen, breng hem hier in het le-dige kantoor ; daar kunnen wij gemakkelijk een bed voor hem opmaken. Sanna, haalt gij moeder en help haar de oude matras hierheen brengen, die in de provisiekamer ligt, en kom gauw terug. Al pratend sloot zij de deur van een kantoor-fcje open, waar wij onzen last neerlegden. Hoe komt het toch, dat vrouwen bij ziekten en lijden zulke wonderen kunnen verrichten? Ik had met Klaas uren lang kunnen ploete-ren, zonder gedaan te krijgen, wat vanzelf scheen te gebeuren onder de leiding van Marion. Hier een handreiking, daar een bevel, en het kantoortje werd een ziekenkamer, en een ziekenkamer die geleek op de poort des Hemels. Sanna en haar moeder, de dochter en de vrouw van Stoffel, werden tôt verpleeg-sters aangesteld onder het oppertoezicht van hare meesteres, en hoe zij ook over deze bui-tengewone vriendelijkheid mochten denken, zij vervulden trouw haren plicht. (Wordt voortgezet.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Add to collection