Vooruit: socialistisch dagblad

166 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1915, 06 August. Vooruit: socialistisch dagblad. Seen on 24 August 2019, on https://hetarchief.be/en/pid/jh3cz33b94/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

©rufcster-Uîtgeeïster **$&* ABONNEMENTSPRIJS Sam: Maatschappij H ET LICHT ^Sft W /wm pfy® IBl W jS| BELGIE bestuurder t «||& R0 W l||yà MÊf |ë|» !v|*"1 2f$v Kl M faUji L^;'îi Oele maanden. . . , . tr. 3.2* P. DE VISCH. Lsdebcrg-Gen» M g§É Pt| §11 Ppl SlilS^É^ 11! H fâ pif Ze» ,r- 650 m Jr M MM S B i m m *<»**« "1250 . . REDACTIE . . mm m M m, Jf II -m m j/ Ri SI *a*o-e«t**»ifcpQ«W» ADMINiSTRATlE ^f|f MfogS^ «rf-^SL. _ DEN VRCEMDE „ *si® sEEsa'ss' «®fciafcsSS» ^toisas» "^asïjiâo»»^ gîy.wlin.r,» ■ffcifffo-jiKai Drit raaanden US&geliJks Orgaan der Befyische W@pk!iedemciî4if — Verschjjnende allé cfagen. ONS ZONDAGSBLAD Met eene novelle van een jong schrijver : P. C. Waerens, wordt het nieuwe nummer ingeleid. Zoowel als opvatting dan als bewerking neemt Verloofd rang naast het beste van wat in ons Bijblad uit de jongere Vlaamsche letterkunde werd opgenomen. Onmiddellijk daarop volgen D?ie Schemerliedj3S van Ray Vere, eene andere jonge letterkundige kracht. Mooie verzen, prachtige beelden, spéciale, eenigszins decadente psychologie, zijn de kenmerken dezer pennevruch-ten.G. Werkers, aan de lezers van « Vooruit » goed bekend, levert ons eene belangwekkende studie over C. Bes'naird Shaw, de groote Engelsche tooneel-schrijver.In De Notendop vinden we eene kleine, fijne novelle die als een meester-stukje gelden mag. Ze îs geteekend Jan Bruylants Jz. De ontknooping van Kars eerste ïiefde, door L. Van Iloprick, is zoo onverwacht als behendig geschetst. L. Terneus gunt ons een blik in Cent in vroeger tijd, en geeft tal van bijzon-derheden over het leven onzer voorouders, eene f:uw geleden. Het derde ver-volg van Pax H ©minibus, waarmede het eerstkomend nummer besluit, leidt ons stilaan tôt de slotscene die knap wordt voorbereid en de geoefende hand van den gevierden tooneelschrijver verraadt. DE VERRA8SING. — Daarenboven, om het afsterven van Jaurès te her-denken, zal met het Zondagsblad aan aile gewosie lezers en koopers onzer Zon-daguitgave kosteloos een prachtig buitentekst-portret van Jaurès worden be-steld. Dit mooi portret, op glacé-papier gedrukt, zal als sieraad der huiskamer graag worden ontvangen. Voor buÊtengcwone of niet-lezers van 't Zondagsblad zal het portret afzon-derlijk worden verkocht aan den prijs van 5 centiemen. Dit weze voor aîlen eene aansporing regelmatige lezers van het Zondagsblad te worden en te blij-ven. ES IS SEEH ARMOEDE, MAAR VEEL 6ELG VANDOEN vvij ucuuai ccui pet eu. z,umngc dagen gehad en er was veel volk op den wandel. Langs onze steenwegen die naar den buiten leiden, was het eene processie van .volk. Van verscheidene kanten trof ons dezelfde opmerking : Ge zoudt niet zeggen dat het oorlog is, 't geiijkt beter op eene kermis. Het zijn gelijk al heeren en dames. Het en trekt op geen armoede, enz. Deze beoordeeling is ailes wat licht-iinnig is en zij verdient geene goedkeu-ring.Omdat een paar duizend menschen uit wandelen gaan en nog behoorlijke kleedij bezitten, daarom zou er geene armoede heerschen ? Er zijn vooreerst nog menschen die zoo gelukkig zijn hun vol loon te genieten, ja er zijn uitzonderingen, die nu zelfs meer verdienen als in gewonen tijd. De eene zijn dood is de ander zijn brood, blijft nog altijd waar. Maar dit twee kategoriën vormen toch, om de waarheid te zeggen, maar cane kleine minderheid, over geheel de bevol-king gezien. Wat beteekent dan die stroom van wan-delaars?Wel, dat er nog vele werklieden en kleine burgers hun zondagpakje, waar-voor de meesten groote zorg aan den dag leggen, bewaard hebben en het bij gele-genheid eens aantrekken. En als er zijn die nog een nieuw klee-dingstuk of een compleet kunnen kooperi hebben, dan bewijst zulks dat zij over een spaarpotje beschikten, dat zij konden en taochten aanspreken. Dat is eerder van aard om hen tôt eer te strekken, en het bewijst hoeveel veran-dering ten goede de socialistische en de cooperatieve beweging in de zeden en de gewoonten der arbeidende klasse hebben verwekt. Maar zelfs als gij die kategorie mee-telt bij de zondagwandelaars, blijven zij toch nog altijd eene minderheid. # # « Het is zonderling dat al die kritiekers, die uit het getal zondaggasten het besluit trekken dat er geene armoede bestaat, blind blijven voor een ander soort van wandelaars. ZiJ zien namelijk niet het grooter aan-tal, zoogenaamde wandelaars, die gedu-rende de weekdagen onze groote openbare plaatsen vullen, met versleten werkkleê-ren aan, geschaard in groepen, discutee-rend met den stempcl der ellende en van den honger op hun vermagerd wezen, of attend op de banken, treurig, schier we-ienloos, met gebogen hoofd, droef naar "en grond starend. .Die kritiekers zien de massa slenteraars met, die door de stratôn kruisen en be-geeng voor de vitrienen kijken der nog t HJk-gevulde magazijnen en winkcls. /'J zien de honderden en duizenden I met die soep en brood gaan halen in de I n;ukens, of zich tôt de onder-; 5tdndskomiteiten van allen aard wenden. -ivic js-iiLxcK.cis> uucn zien ue moeice met de moeders en de vaders te gaan onder-vragen in de werkersbeluiken en zelfs op de voorstraten, om te vernemen hoeveel honger en armoede er gelegen wordt. Deden zij dit wel, dan zouden zij hunne beknibbelingen niet durven uiten. * * * Er heerscht veel armoede in normalen tijd en er zou nu geen schijn van zijn? Dat is krankzinnig! De overgroote meerderheid onzer fa-brieken overschrijldt de 24 uren per week niet als werktijd. Duizende werklieden verdienen door buitengev/one stadswerken 12 fr. in de weelt Op de fabrieken verdient de meerderheid niet eens zooveel. En onder al die werklieden zijn er ve-len, die in gewonen tijd weekloonen had-den van 20 .tôt 30 fr. Trots de pogingen der stad om werk te geven, trots ailes wat de fabrikanten aan goeden wil getoond hebben, orn hunne nijverheid gedeeltelijk in gang te houden, niettegenstaande zijn er nog zooveel menschen die totaal werkeloos zijn en van onderstand moeten leven. En dan zou men nog durven zeggen dat er geene armoede is. 't Is bespottelijk, ja schier misdadig. Laat ons met fierheid en trots vaststel-len, dat onze werkende bevolking met veel kalmte en wijsheid deze pijnlijke période doorworstelt, zonder tôt nuKeloos maar eerder gevaarlijk geweld zijn tce-vlucht te nemen. Dat 00k is een bewijs dat het klassen-bswustzijn bij de werkers gestegen is, en dit diploma van wijsheid, van gezond verstand heeft de werkende klasse hon-derdmaal verdiend. . F. H. Nijwfieiis- m ■ Handelskring vêisîî ilsïst Beknopt overzieht van den nijverheidstoe-stand, te Gcnt, op zijne vraag ter hand gesteld aan liet burgerlijk bcstuup van Oost-Vlaanderen. AANHAN GSELS Ziehier de bijzondere verslagen, die wa-ren toegevoegd aan het algemeen verslag, dat in een vorig nummer verscheen. GROEP I K ATOEN SPINNERIJ De toestand dezer nijverheid legt zich uit in twee woorden : Een groot getal fabrieken ligg&n sedert maanden stil. De andere werken 24 uren per week met een beperkt geta.1 spillen. Eea volledige stilstand staat voor de deur. Inderdaad : Het Amerikaanseh katoen, ten gevolge der opeischingen, ontbreekt. Slechts nog een zeer kleine voorraad van Indisch katoen biijft in magazijn. Anderziids ds iaooco Driizen d&r toebe- hoorten, noodig tôt de fabrikatie, doen de înkoopprijzen, in buitengewone mate, stij-gen.Deze toestand wordt nog verwikkeld door geldelijke moeilijkheden. De geldmiddelen ontbreken ten gevolge van den achterstel der betalingen van de opeischingen. De schrijver, (g.) : De Cnyf. GROEP II K ATOEjS' YV E VERU Het jaar 1914 begon in slechte voorwaar-den voor de weefmjverheid. De aanvraag was bijna nul, de verkoop zeer gering en de koopwaren bleven in magazijn, de stocks gevaarlijk vermeerderende. De oorlog kwam dezen toestand nog ver-ergeren. Gedurende een zekeren tijd, be-vonJ zich Gent, die de groote, bijna de eeni-ge voortbrengster is van geweefselen, ten gevolge der onderbreking van het verkeer, in de onmogelijkheid zijne voortbrengseten, in het overige van het land, te verzetten ; daar uit volgde, dat, in het begin vaai 1915, de magaijnen vol staken van goederen. Deze toestand is, in de laatste maanden, geheel gewijzigd. De vraag van het klien-beel is een weinig tcegenomen, en de ver-zendingen zijn kunnen hernomen worden. Langs den anderen kant heeft het duitsch leger veel opeischingen gedaan, en de stocks bijna geheel uitgeput. Deze toestand is niet zonder ernstige gevaren. Ongetwrjfeld heeft het kliënteel zijn laatsten voorraad uitgeput, wanneer de geweefsels ontbreken zal het niet meer kunnen bevooraad worden, om in de be-hoeften der bevolking te voorzien gedurende clen winter van 1915-1916. Anderzijds kan men niet verwachten dat de voortbrengers aan het te kort verhelpen, integendeel. De vormindering der werk-uren, de scha^rschheid der grondstoffen, waarvan de prijs dagelijks verduurt, de geldelijke moeilijkheden waarmede een zeker getal nijveraars hebben te kampen, zijn zoovele hindernissen welke beletten dat de voortbrengst verbetere. Men mag beves-tigen dat voor Gent en omliggende, in ver-gelijking met het jaar 1914, de voortbrengst sleohts nog een derde bedraagt. Het ware wenschelijk dat hoegenaamd niets meer wordt ger"\men van de loopen-de voortbrengst, daar deze volstrekt noodig is voor het onderhoud der bevolking. Het ware 00k noodig, dat de verzendingen, ten gevolge van bestuuriyke- en andere formaliteiten zulke aanzienlijke vertragin-gen niet meer ondergingen. Eindelijk ware het wenschelijk, dat aller-minst een deel der opeischingen werde be-taald, ten einde de geldelijke moeilijkheden, welke verscheidene patroons daardoor ondervinden, te keeren. De voorzitter: (g.): Jean Voortman. GROEP vin GAREKBLEEKEItlJ De toestand is erbarmlijk. De spinnerijen werken slechts 24 uren per week, en moe-ton hare voortbrengst aan de duitsche over-heid afstaan, die de garens ongebleekt verzendt. Om deze reden hebben de bleekerijen niets meer te bleeken, waardoor zij geheel en al stil liggen. Om dien toestand te verhelpen, zou het noodig wezen, dat de spinnerijen toch ten minste over deelbare voortbrengst beschik-ken, dewelke zij vrijelijk in België en in de onzijdige landen, als Spanje, Holland, Zwitserland, enz., die de afneemsters zijn der gebleekte garens, zouden mogen afzet-ten.De Duitsche overheid zou 00k moeten ver-staana, dat zij hare facturen van gebleekte garens betale. Zij zou zich 00k moeten in-spannen zekere nosdige vcortbrengselen te verschaffen, welke voor het oogenblik over-duur ! of onmogelijk zijn te vinden. De verzending der briefwisseling met de onzijdige staten zou moeten vrijelijk ge-schieden.Kortom : al de bleekerijen liggen stil. BLEEKERIJEN DER GEWEEFSELS De toestand die tôt hier toe ellendig was, wordt in een slag hopeloos. De weverijen die nog 24 uren werken, zien zich heden verplicht de toelating te vra-gen, om hare voortbreng<selen ten bleek te mogen geven; deze vragen ziijn of zouden kunnen de oorzaak wezen van opeischingen. Al de bleekerijen van geweefsels liggen heden stil, uitgezonderd eene enkele, doch zij voorziet weldra hare poorten te moeten sluiten. Meer nog voor deze nijverheidstak dan voor de vorige, ontbreken de allernoodig-ste grondstoffen ofwel kosten deze fabel-achtige prijzen. Voorbeelden: de zuren zijn onvindbaar, het aardappelmeel, dat in normalen iijd 24 frank kost, bereikt heden 115 frank. Om deze nijverheid te doen herleven, moeten dezelfde middelen worden aange-wend noodig voor de voorgaande. Kortom, al de gestichten zijn gesloten, bij uitzondering van eene, die welhaast 00k zal sluiten. (Get.) G. VAN OOST. N. B. — In een ander verslag, dat veelal avereenkomt met voorgaande verslag, wordt nog vermeld, dat er op 60.000 werklieden i3.000 onvrijwillige werkeloozen zijn. Daar-in wordt 00k gezegd. dat de fabrieken bin-□en twee maanden aile zullen stilvallen. Ûî?er dejeserven Voordracht gehouden in « Ons Huis » op Donderdag 29 Juli, door Dr. Van deVclde. Mijn beste toehoorders en toehoor-deressen,Als ik U spreken zal over de Reserven, dan zal ik het niet doen op politiek noch op financieel gebied. Ik wil u iets vertellen over de voorraden, die men vindt in de Natuur. Daar mijn vak de wetenschappen behelst, is het me gemakkelijker een derge-lijk onderwerp te behandelen, dan wel een financieele of politieke Lwestie te bespre-ken.De natuur is zeer rijk aan voorraden. Juist lijk een maatschappij veel verrichten kan, als z.ij een groote geldreserve bezit, -— zoo 00k kan er in de Natuur oneindig veel gewerkt worden, dank zij de onberekenbare Reserven, die ze bezit op allé gebied. Hier 00k dient de voorraad tôt iets. Ik wil eenige voorbeelden aantoonen van reserven in de Natuur, om daarna te doen uitschijnen welke de roi is van reserven. Nemen we een tarwekorrel, en maken we daarvan een doorsnede. Twee belangrijke deelen, inwendig gelegen, zullen we ontdek-ken : 1) de kiem, 2e) het kiemwit. De kiem is een plant in miniatuur : ze bezit1 een worteltje, een stengeltje en een een-voudig blaadje. Die kiem zal later aanlei-ding geven tôt de volmaakte plant. Maar, om aan te groeien tôt' volmaakte plant, tôt een tarwehalm, moet dit dwerg-plantje voedsel hebben. Geen groei trouwens, zonder voedsel. De voodsc!voorraad bestaat in die tarwekorrel onder den vorm van kiemwit. De kiem is in omvang veel kleiner dan het kiemwit (1/10). De kiem benuttigt het meeJ van het kiemwit — dit is niets anders dan meel — om op te wassen. Het is dat iiieel dat wij menschen aan de tarwekiem ontnemen, om het dan zelf te gebruiken : het kiemwit dat eerst een reserve was voor de tarwekiem, is nu een voedingsreserve ge-worden voor ons. Een andere vorm van reserve vinden wij bij de zwaœnjen, waartoe vele soorten plan-ten behooren zooals : paddestoelen (toove-raarsbrood), schimmels, gist, bakteriën, enz. De zwaatnen vermenigvuldigen zich, door middel van kleine, mikroskopische or-ganen, sjîoren genoemd. De sporen gelijken op zaden, maar verscliillen er evenwel van, door het feit dat de zaden een kiem bevat-ten, en de sporen niet. Voor de voortplanting echter, hebben zaad en spoor dezelfde beteekenis. De sporen ontstaan, telkenmale de levensvoor-waarden ongunstig worden voor de zwam,de moederplant. Een spoor heeft den vorm van een bolletje, in een omlralsel gewikkeld, dat hard genoeg is om te weerstaan tegen mo-gelijke vernielingsoorzaken. Dit is reeds een gedeeltelijke verzekering voor het in leven blijven der sporen. Om de voortplanting nu zcker te maken, zorgt de moederplant voor milioenen sporen. Hier komt de reserve voor onder den vorm van tallooze sporen ; het is een leveasreservc, die de toe-komst verzekert. Een dergelijke reserve zijn de oneindig talrij'ke eieren van den Maring b. v., (wat men hier noemt «kietje») ; éôa enkele haring geeft ongeveer 80000 eieren! Waarom is dit aantal-eieren zoo groot? Om de voortplanting te verzekeren. Want vele eieren worden eerst en vooral vernield ; daarbij, eens de eieren afgeworpen zijn, kijkt de moeder-visch er niet meer naar. Slechts weinige eitjes op die vele duizenden schenken het leven aan een vischje : de familie is toch versterkt. Weeral levens-reserve. Wat iiîn nu landen die uitsterven, en landen die aangroeien in bevolking? De eerste zijn er die geen reserve aan binderen hebben, terv/ijl de tweede er wel een hebben.En bij de bloe:ucn is het stuifmeel niets anders dau een levensvoorraad. Het stuifmeel bestaat uit eene groote hoeveelheid mikroskopische bolletjes, waarvan de roi is bloemen te bevrucliten. Het stuifmeel, voortgebracht door mannelijke organen, moet1 op het vrouweJijk voortplantings-orgaan van een bloem terecht komen, om deze te bevruchten. Die mikroskopische korrels worden verspreid door dierea, en door den mensch; het is echter gemakkelijk te begrijpen, dat er door dit «reizen» vele korrels te niet gaan, en dat, indien er geen duizenden waren, het veeleer gebeuren zou dat een bloem niet bevrucht worde. Nog eens een levensvoorraad in den vorm van tallooze stuifmeelkorrels. Ik zou nog een aàntal andere voorbeelden kunnen aanhalen, om tôt de eind-konklusie te komen, dat Reserve in de Natuur een algeuicene regel is. De reserven bestaan niet alleen in de levende Natuur, maar 00k in het « leven dat niet leeft », d. i. de anorganische wereld. In de natuur kan er niet gewerkt worden zonder een zekere voorraad kracht. De scheikundige produkten b. v. zijn slechts onderhevig aan verbinding of ontbinding, door het feit dat ze een inwendige reserve kracht bezitten; ontploffingen zijn een ge-volg van de spontané werking dezer kracht; andere stoffen moeten geprikkeld worden om in werking te komen. Dit ailes behoort tôt de Scheikunde, waar de studie der krachtreserven een ieer gewichtige roi speeltr Ik wil u eenige intéressante gevalilen van een dergelijke reserve laten kennen. Het vvater bestaat m ovorvloed op onzen aardbol. We zien de zeeën, de meeren, de stroomen ; er bestaat echter nog een onzien-baar, of liever ontastbaar water, het water dat schuilt binnen in zek.ere vaste stoffen. Dat water is er aanwezig ais innig verbon-den aan die stoffen, of enkel als aanklevend vocht. Als men inclitdroge grond b. v. in een proefbuisje Verwarmt, dan ontstaat er op den wand van het proefbuisje een damp, het is water. De grond die droog seheei;, bevatte toch water. Dit doet ons begrijpen, dat op droge gronden toch plauten kunnenl leven, omdat die grond slechts den schijn heeft droog te zijn, en wel water bevat. De grond bezit een voorraad water ; dit water is niet innig verboaden aan deo grond. Het meel houdt 00k een watervoorraad in. Die voorraad is hier ten onzen nadeele, want luchtdroge meel bevat 15 °/. water. Als er meer dan 15 p. h. water in het meel is, bederft dit heel rap, en schimmels komen daarop. Voor die schimmels is het water dan een goede voorraad, en het is juist1 daartegen dat de mensca moet strijden. Groenten en vruchten bevatten eene on-eindige hoeveelheid water : op 1 kgr. aard-appelen lijn er slechts 250 gr. vaste stof en 750 gr. water. Aardappelen houden nog minder water in dan zekere andere groen-ten, zooals sla b .v., «water drinken of sla eten is juist gelijk». Dat de vruchten veel water bevatten (appels 80 p. h.), bewijst ons hun gebruik des zomers tegen den dorst. Bij de zwamiucn, is het water gehalte der eetkampemoeljiën soms 91 p. h. Droogt een dergelijke zwaarn en ge zult zien wat er over biijft ! , We vinden in de groensels en de vruchten een water voorraad, die niet ta misprijzen va'.t, vooral als hij bij de hand is. De grond bevat niet alleen een wat'er-reserve, maar 00k een voorraad meststof-fen. Waar zelfs geen landbouwer den grond bemest heeft, groeien toch planten, en soms nog veelvuldiger dan op onze best aange-legde akkers. Van waar komt dan het' voedsel, dat de planten doet groeien? Gedurende duizende jaren hebben uitwerpselen van dieren, in ontbinding verkeerende stoffen, lijken, bladeren afval, enz., enz., zich ver-zameid in den grond. De aïvalreserve wordt gebruikt door de opwassende planten. Het voornaamste bestanddeel dat de planten aan dien afval ontleenen, is de kooistof, die een zuivere scheikundige stof is. Als men aardappelmeel verbrandt, dan wordt het zwart : het bestanddeel kooistof laat zich zien. Bijna aile voedingsstoffen zijn voorraden kooistof voor ons lichaajn, dat 00k bijna uitsluitend uit kooistof bestaat. Sui-ker, vleesch, eiwitstoffen, enz., zijn voorraden kooistof. Die kooistof is innig ver-bonden aan de ander samenstellende be-stanildeelen dezer stoffen, in tegenstelling met het water in de aarde bevat, dat er slechts aaaklceît. De lucht is voor ons een reserve zuurstof :, zonder zuurstof geen leven. Vele scheikun-. dige stoffen bevatten de zuurstof, in vorm van verbinding. De zuurstof is er vcrdielxt,' d. i. is er aanwezig van veel kleiner volum» dan da.t ze in de vrije lucht bestaan. Aile# wat verdicht is wil een grooter omvang nemen ; geperst water b. v. wil zich uitzet-ten : er bestaat een spanning tôt uitzetting. Dit gebeurt 00k met produkten die zuurstof in verdichting bezitten. B. v. Saîpeter, bevat 4S p. h." zuurstof. 1 kgr. salpeter bevat ongeveer 400 1. zuurstof, die hier gebonden is, en van de eerste de beste gelegenheid zal gebruik maken om zich te bevrijen. Ala de zuurstof ontsnapt. heeft er een ontplof-fing plaats door het vergrooten va» volum® De voordrachthouder doet nu eenige proefne-rtiingen met saipctci", waa.rvan hij dë zuurstof doet ontsnappen, welke ontbinding eç,n hevige verbranding teweegbrengt. van e&.i stukje houtskool ia het gesmolten salpeter geworpen ; met kalciHinsulfaat, dat 36 p. b. znurstof bevat, en gemongd met zwavel ?jeen zuurstof afscheidt, omdat zijne werking te traag is, maar dat door toevoo-ging van kalciumchloraat, werkzaam v/ordt, waardoer er eene ontploffing ontstaat met voortbr^nging van zuurstof. Dit iwwijst dat de éene stoffen gierig zija om zum-stof te geven, terwijl de andere de zuurstoi rap afstaan. In aile geval zijn de produki/en die zuurstof bevatten, voorra-deïi zuwrstof, die wij kunnen gebruiken. Er bestaan nu 00k reserven kleurstofîon, waarvan de aniline kleuren de voornaamste zijn. In een klein fleschje aniline, is er eene oneindig groote reserve bevat. Als men een zeer klaine hoeveelheid aniline in een glas water doet', dan kleurt het watsr zich paars, ®n men mag dit gekleurde water zeer veel vferdunnen om het nog gekleurd te lien. Welk besluit moet men uit dit ailes trekken? In welke mate strekt het ten onzen dienste f Juist lijk de scheikundige stoffen niet beter vragen dan te werken, zoo moeten wij 00k wevken. Kunnen en willen zijn twee reservea waarover wij beschikken, twee reservesa die ons leiden tôt kennen. Welnn, gebruikan wij die reserven, als we kunnen en willan. zullen we leeren, en als we lee-ren zullen we kennen. Welke mooie voorraad en<*rgie ! In het leven is de kennis het gewichtîgste. de kans tôt leven moeten we zelf maton, door werken, door het gebruik 1 der'beidi* reserven. Het leven k een pa^rd- 31 ' îaas» -• 2 rnjs per nuaimer : voor Belgie ceatiemen, vooi den reomde 5 ceatiemen Ta Tsiafoon: Hadactie 247 - y miiiisti>aMe VrMdaq 6 OOQST 191 ù

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Add to collection

Periods