De Belgische standaard

659 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 24 Juillet. De Belgische standaard. Accès à 24 août 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/3n20c4th5t/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

a r. ■ wwrr-ac fc'w mnsamkwam N 110 ▼lif oemtiemen het nommer «t-' Zaterdag 24 Juif '9H . De Belgische Standaard XHx- Taal en Volk DAQBÎ^AD Voor God en Haard en Land < OE il STJHRB» ssrsDhijsl dsgrils. bocneœeDtsprijs voor 50 oummers bij vooruitbetaiing. Voor de solda fceo, : 3,50 fr. ^or de Elct-solflatea — in 'i lattd 3.5a £r. j bnitm 't land 4.5a fr. tnàU.H p■ w txt-mtlart» vam «M nummer wordttt i»vraaçà, wordl di abonntmtnti < indtr. Bestuurdw : MLDEFONS PEETERS. ( VASTE QPSTBL.LERS î M. E. BELPAIRE, L. CUYKERS, ViôtOF ¥AN6RAMBEREMC f -S Bertrand VANDERSCHEL3EK Jua! FiLLIAERT. j r _ v ^ £ Voor aile mededeelingen zich wenden tôt : Villa MA COQUILLE» Seedijk DEPAPiME. Aankondigingen : 0.23 fr. de regel. — Reklamen : 0.40 fr. de regel, Vluchtelingen s 3 inlassehingen van 2 regels, 0.50 fr. Konin^inne Nummer 21 Juli en Koninginnedag. Hare Majesteit heeft, ingezien den droeven tijd, het verlangen uitgedrukt dat op Haar verjaardag geen bijzondere, fees-telfjkheden zouden plaats grijpen. — Toch kunnen we niet nalaten heden onz° dank-barf. en vereerende gevoelens lucht te geven. Koninginnedag ! Op dezen dag luiden wij de onathankelijk-heidsverjaring in van ons duurbaar land, omdat nù de verpersoonlijking van de vrij-heid zoo heerljjk tôt haar voile recht komt in het lijden dat docr Haar, ie Koningin, en door allcn werd geleden voor diezelfde vrij-heid en diezelfde onafkankelijkheid. (1) Zij 00k heeft zoo dikwijls de fiere glorie gekend van ons volk in ieest, in ons vlam-mende 00g gezien de liefde tôt het Vorsten-huis, uit ons borsten hooren galmen in Sinter Goedele-kerk, het machtige Te Deum. Wel hebben in rerafgelegen kerken, op vreemd< n bodem", huldezangen wecrklonken; wel hebben banieren gewapperd op 't strook-je vi ijgebleyen grond... Maar dit ailes heeft or. s'toch schrijnend herinnerd dat de vijand nog op den Yzer ligt, met daarachter het verdrukte Vaderland... Maar 00k en iuist door 't lijden, werd in onze zielen watker gcschud, en door de herintiering aan dit lijden ishooger opgerezenhet vroeger ingedom-melde gevoelen van eigen grootheid en Va-deriandsliefde. Nu beseffen wij wat betee-k-nt : Onaihunkelijk en vrij zijn ! Hier ri;st het beeld van onze Koninginne. 'f Is aan de maat van het lijden dat men de grootheid van de liefde kent. Heeft één vrouwe binst dien tijd meer geleden ? De heidendaad van eene moeder in 't lijden is niet : Haar zelve ten beste te geven; maar wel : Haar eigen kind te offeren. En dit offer beefc onze Koningin aan 't Land gebracbt. Niet één kind heeft ze zien armoê lijden en sterven ; maar zoovele Belgen — allen liaar kinderen — zijn gevallen. Tusschen ons, — haar zieleigen volk,— en het volk dat eens haar volk was, stroomt een zee van tranen en bloed, rijst een muur van ijzcr en staal. En die muui wil ze recht houden totdat de zegen het werk bekrone van Eer, en Recht, en vrijheid. Eensgezind en eendrachtig onder den moe-derlijken zegen van onze Koningin, willen wij Vlamingen en Walen, strijden tôt den laatsten druppel bloeds voor onze onafhanke-lijkheid.Dit zuiien wij winnen! I. PEETERS. Heilwensch. Ik heb den wensch menigmaal uitge' dru'.t België, na dit schromelijk bloed-blad, le zien terugkeeren tôt de dager van 't jaar '30, toen één zelfde adem aile geesten doordrong, aile gemoederer als op vleugelen droeg, adem van een-dracbt en vaderJandsliefde die ons de zoo schoone als juiste nationale leuze schonk. Dat die wensch eens wezenlijk-he; kan worden, is aan menig troos-tend voorteeken reeds te merken, maaj daf: de Vooïzienigheid zelve die kente-ring voorbereid.de, wordt bewezen dooi de gelijkenis tusschen het vorstenpaai var« toen en dat van nu. Leopold I had al de hoedanigheden van een Koning-Stichter : wijsheid, doorzicht-, beleid, menschenkennis, i)N. cl. R. We gaven geen bijzonder nummer ter gele-genheid der Nationale feest. • i° Omdat men ons officieus had gemeld dat men dit • jsar niet s zou doen. 20 Te meer omdat wc van zin waren samen te vicrea het nationale feest en het Kc.ninginne feest. De Moeder Langsheen de Noorderzee Bij 't bruischen, van de baren, zat mijmerend te staren, Een Koningin in wee. — « 0 Moeder, hoor mijn beê, ik ben nog jong van jaren, maar 'k vrees niet de gevaren ik ga met Vader mêe ! » — Zoo sprak een vorstenkind. — « Maar liefje toch, waar vindt mijn heldje zulk gedachte ? — — « Bij Vader en bij U ! » — — « Kom, eerst een kruisje en nu, Ga, prins, uw makkers wachten t... Aan onze Koninginne! Kon ik malen, 0 Koninginne ons aller minne Met gouden penseel en hemelsche kleur ! Te midden rozen — en leliëngeur Op drieluik wou ik toovren, Met lauwren omloovren, Op een veld van azuur, Uw englenfiguur ! De Vorstin Een wreede en plompe reus sprak barsch toc haar gemaal : — « Laat door I Ik wil door uwen staat !» — « Om moord te plegen dat nooit ! » was 't fiere wederwoord en aller wegen kwam 't volk, den lande trouw, en fier op 's konings taal. — « 'k Ga toch » sprak weer de reus. Maar moedig, zonder praal, wil Albert met zijn heir den vuigen roover tegen. — Wie strijdt voor eer en recht is zeker van de zege — en de eed'le vorst-enhand omknelt het heldenstaal ! En zie ! als uit den hemel neergedaald staat zij des vorsten genialin, een engel aan zijn zij, omhelst haar koning teer, en, midden vreugdetranen, daar fluistert zij hem toe : « Mijn schat, mijn heldentolk ik ga met u! We strijden <aâm voor land en volk! Ter zege trok het heir met wapperende vanen !.... De Troostengel Met diep-doorboorde borst in wijd-doorploegde velden lag een dier koene helderi, te hijgen van den dorst. Als iemand wagen dorst hem hulp te biên, dan welden en staken smartenspelden. Hij lijdt en zucht : «mijn.. vorst...» — « Wel vriend, U lijdt zoo'n pijn ?» sprak zacht een serafijn. 't Was onze Koninginne ! En zoete Iei ze een ioen, lijk er.kel Englen doen.... — « Nu sterf ik graag, vorstinne !.. » THEO WALTER 1 ! kracht en vastheid van wil. Wie, die onzen Koning volgde in de zoo benau-wende omstandigheden van dezen on-gehoorden oorlog, zou Hem dezelfde gaven durven verweigerfcn ; zou kunnen ontkennen dat Hij zijn grootvader even-aart, ja, in stillen heldenmoed over-treft ? Doch het is geen Koning Albert-num-mer dat wij heden uitgeven ; het is een blij en erkentelijk Elizabeth-nummer, eene hulde aan onze beminde Koningin, de Moeder van haar volk. En Haar 00k kunnen wij niet beter prijzen dan met de gedachtenis in te r®epen onzer eer-ste Koningin, Louise-Marie, Leopold I's Gemalin. ! In de vereering dier zoete figuur werd ik grootgebracht. Mijne grootouders, ! Gouverneur en Mevrouw Teichmann, j waren door hun stand zelf in nauwe aan- I raking met de Koninklijke familie, ea | altijd heb ik van onze eerste Koningin ' hooren spreken als van eene heilige, een toonbeeld van aile deugden, een engel van vroomheid en menschenliefsie. Het j gasthuis door mijne tante, Constance Teichmann, zaliger gedachtenis, ge-sticht voor de lijdende kindertjes der \ volksklas, droeg immer den naam : Kin- î dergasthuis Louise-Marie. Toen de Koningin vroegtijdig over- j leed, was het rouw in aile harten, en in jj vroom aandenken bleef steeds haar ver- l eerde naam bij 't Belgische volk. En nu dat ons land uit een ontzet- ( tende ramp, roemrijker, eendrachtiger, ! fierder en zelfstandiger zal opstijgen, ji staat weer e«n bekoorlijke gestalte ne- ? vens ce wieg onzer hernieuwde nationa- 1 liteit, de gestalte van Haar die moedmet I toewijding paart, sterkte met zachtheid, I eenvoudigheid met echte koninklijkheid; | die heel en al verstand is om het lijden i te heelen en liefde om het te begrijpen. ; Heil en hulde aan Haar ! Zij heeft niet gewild dat haar feest j gevierd worde in een land van rouw, f maar voor eens zullen wij ongehoorza-me kinderen wezen. Wij kunnen onze }' liefde en dankkaarheid niet bedwingen. j Wij moeten roepen : Lang leven en ge- f luk aan de Moeder van haar lijdend volk, | Koningin Elizabeth. M. E. Belpaire. \ i Verzinnebeeld lk heb haar reeds meermaals gezien, ; 's avoirds, warineer de zon gezonken was, ver S in de ruischende zee, wandelend in de laatste lichtschemeling, het strand langs, aan de zijde | van den grooten Koning, het hoofd van het | land. En toen heb ik altijd gedacht hoe heerlijk ? verzinnebeeld lag het vaderland in hen beiden. jj Ons volk heeft in de zware beproevingen van ï deze oorlogsramp, op de hoogte van den troon \ gevonden de fiere trots en de onuitputtelijke é liefde, waarnaar het haakte. Een hoofd en een I hart. Een geleider en eene moeder. Nu is daar-■ van het besef over ons gekomen als een klaarte | en een schittering, en we danken den hemel ; dat in deze oogenblikken van uiterst schril i lijden,ons is geschonken geweest de zekerheid j van de toekomst in de kranigheid van Hem l door de zalvende heeling en de warme troost | van Haar. Want wie haar noemt denkt op de ; liefde, en de liefde, als een kleinood gedragen, is allemachtig. Zij is de liefde in den avond om i de zege te zijn van den morgen, zege gedragen I door dezen aacht heen op de kracht van haar ; vorst. Ons land ligt nu in den avond van zijn i bestaan en die avond is tragisch getint als de j tragische ondergang van eene bloedige zonne. In de donkere loopgrachten huivert het bloed van onze jongelingsbloem ; ;verder 't land in, denken eenzame moeders op 't lot van hunne zonen en door hunne zonen op 't Vaderland; hier en elders schreien zoovelen. Maar in den avottd begrijpt men ailes, voelt men ailes en weet men ailes. De bloemen rijpen door den nacht heen, de hooge boomen ruischen hun droomen in 't donkere. En met den morgen vaart de kracht van 't leven door de natuur, die heerlijker openpraalt onder de geborene liefde. Zoo ligt ons volk nu te wachten in den avond. De kracht van 't mannelijk leven is voor allen openbaar geworden. Wij hebben den koning gevonden, thans wordt de naken-de bloei verwacht van de liefde, die het lijden van duizenden en duizenden heeft gekend, be-grepen en getarscht en daarvoor zelf aile machtig moet zijn.Steunen de soldaten op den Koning, de lijdende en de verdrukte bevolking bouwt op haar, die Koninginne is. Want zij, als oppervorstin van een volk, is duizendvou-dig maal moeder, heeft duizendmaal geleden in al haar kinderen.Nooit i» ze gekaakt geworden,nooit is ze gevallen onder de onmenschelij-ke smart. Ze bleef recht ! Ze heeft haar volks-lijden gedragen op de sereene sterkte van haar onuitsprekelijke liefde, geschraagd en gestut door de betrouwende kracht,en ia den avond van haar volk rijst ze thans, ongerept als een heer-lijke beiofte, die rijp en zwaar gedragen, de volledige belooning zal zijn van het heil. Haar liefde is haar sterkte geweest en op deze vrouwelijkte sterkte - de liefde - bouwt het mannelijk vaderland, het strijdende, het lijdende - de willende kracht -,en het hopende volk. J- Filliabrt. I Koningin Elisabeth. Hoe na is zij komen te staan aan 't hart van ieder van ons, Vlaming of Waal ! Van 't begin af, wel is waar, was zij populaire, voor hare ernstige opvatting van hare plich-ten als rrouw, als moeder en als vorstin. Wie is niet meer indachtlg hoe diep wij ge-troffen werden, eenige jaren geleden, toen de sombere mare van haar zwaar-zick-zijn zich schielijk verspreidde ; hoe groot onze vrees was haar al te vroeg - zooals Koningin Louise-Marie - te moeten verliezen, en met' welk gevoel van dankbaar geluk wij, na lan-gen tijd, hare herstelling vernamen ? Sindsdien verstreken ettelijke jaren, en over ons land barstte de gruwelijkste der rarn-pen los. Zonder te aarzelen, met kalme grootheid, bracht onze Koning de pijnlijkste offers j en betrad den koninklijken weg der smart. | Maar hij bleef niet alleen om dea zwaren j lijdenslast te t®rschen langs de bloedige baan. s Gansch zijn volk volgde hem, getrouw tôt ! aan den dood; en nevens hem stond zij, zijne jj edele gemalin, de moeder zijner kinderen,die | geworden was *îe moeder van zijn volk. Ja, die naam komt koningin Elisabeth toe, f met al wat dat schocne woord behelst aan \ liefde en toewijding aan den eenen kant, aaa l echt geloof en verknochtheid aan den an- jl derea. Wie heeft nooit gezien of gehoord met | welk kinderlijk vertrouwen de soldaten naar haaropzien? Wanneer hun iets oatbreekt, of wanneer zij toekemstplaxanen bouwen, die gevaar loopen tegen vele hinderpalen te moeten stuiten, wat zeggen ze dan ? « Daar moet ons Elisabetje maar voor zorgen ! » Is dat met diep aandoenlijk ? Zoovele vorstinnen sleten hua leven in on-genaakbare afzondering, op verrea afstand van hun volk, onwetend van zijn lijden of geluk. Niet zoo, Koningin Elisabeth.. Zij kent haar volk, ze gaat er gemeenzaam mêe om : en zij wordt op de handen gedragen, omdat zij het volk, haar volk, ons volk, oprecht be-mint ; want de liefde roept de liefde. Bitter en zwaar moet zij geleden hebben ge-durende deze schromelijke tijden ; de on-herroepelijke scheuring tusschen het land waar zij geborea werd en het land dat het hare werd door haar huwelijk, tusschen de magen die ze ginder liet, en hem dien zij ge-volgd was, heeft haar hart wreed doen blee-den. Gelijk de Heilige Elisabeth van Portugal kende zij de schrijnende smart, de hache-lijkste twisten te zien woeden tusschen dezen die haar het duurbaarst waren; maar met die grootsche simpelheid die haar, zooals haar dertiende eeuwsche naamgenoot, eigen j is, deed zij hare keus, en gaf aan ons volk in \ liefderolle toewijding terug, al wat zij aan- ? bittere teleurstelling aldus ondervond. Slil kwijt zij zich van haar liefdewerk,een-voudig, ja, bijna schuchter, en kent noch praal noch pochen. Tôt allen gaat zij ; met voorkeur tôt de gekwetsten, die zij met een woord opbeurt, eene lekkernij brengt, eene snuisteri] of bloemen ; maar 00k tôt hen die, kioek en gezond, den vijand ginder in de loopgraven trotseeren. Zonder vrees voor den dood die daar altijd op den loer staat, wandelt zij tusschen de soldaten, of bliift in hun midden zitten. « Ik ben zoo klein, de dood zal mij niet treffen » ; zegt ze met een glimlach. Met die woorden en menig andere, vangt zij voor altijd de harten van onze soldaten, en van ons allen. Niet alleen voor hen die hun bloed op 'tslagveld vergieten is zij moedarlijkbezorgd; evenzeer voor de moederlooze kindertjes, de verlatene kleentjes van ons beproefd Vlaan-deren. Methonderden worden de armekleint-jes, van ailes ontroofd door den woedenden storm, naar den vreemde gebrach', uit de verschrikkingen van beschieting en brand. Maar vooraleer zij den moedergrond verla-ten, wie weet voor hoe lang, is zij daar, en heeft voor ieder kleintje een liefkoozing, en is voor alien bekommerd, en laat de aanmin-nigheid van haar warm gemoed over al die schaapkens stralen. Koningin Elisabeth heeft den weg gevonden tôt het hart van al hare onderdanen. Groot en klein, arm of rijk, tôt allen heeft ze 't woord gericht die weerklank in hunne ziel kon vinden. In de moeilijkste tijden, heeft ze getoond waarlijk tôt haar zwarc taak op^ewassen te zijn, zoadat haar naam in aile harten zijne plaats vindt, nevens dien van onzen vorst. België, het zwaar geteister-de BelgiS, is gelukkig het lijden van zijn vor-stenpaar te mogen deelen, en is er fier op ge-leid te worden door zulken Koning, door zulke Koningin. L. Duykers. ONZE KONINGIN. Als we denken op ons glorierijk België.aan wiens hoofd staan de moedige Koning Albert en de liefelijke, edelmoedige Koningin Elizabeth; dan gaat ons gedacht als van zelfs terug, naar het België van 1599 - 1621, toen het schier onafhankelijk leefde, onder den scep-tervan de hartelijkste vorsten, die 't vroeger ooit rnocht kennen. Filips II, alhoewel een genie, en machti-ger van brein dan zijn vader, kon er niet toe-komen de fiere koppigheid onzer yoorvade-rea te breken. Vrij en vrank, ontdaan van aile boei, en los van allen dwang, wilden ze leven in hua weelderige gouwen. En teiaden raad, schonk hij onze fiere provinciën dien Mail en die Vrouw, tôt wie heden n©g 't dankbaar hart der Belgen gaat. Ze weten immers, nu nog, hoe hartelijk ^e Aartshertogen waren met de voorvaderen, hoe edelmoedig om ze te troosten en te steunen in leed en last, en ze op ie leiden in kunst en weten-schap.Albert en Isabella ! zelfde namen nu ! Ze troonden saara over 't rustige, rijke volk, dat 't werk niet vreesde, en kunst en weten-schap minde. Thans staat Hij aao 't hoofd van 't helden-heir dàar.... waar vroeger 00k zijn roemrijke voorzaat vocht en won .En Zij... Ze gaat langs 't woelige strand of in de stille duinen tôt de onversaagde krijgers. Ze treedt zacht, tôt bij de sponde van hen die vielen. Een woord van haar lippen en één blik van haaroogen, zeggen, tôt 'thart van hen die lijden ; hoe diep ze hen bemint. Zij gaat nog staan dàar, waar kindertjes samenkomen ... &m te vertrekken naar verdere oorden. Ik zie 't daar vosr mij, 't welsprekende lichtbeeld : ie Koningin in 't midden der kleinen Ze houdt een meisje, dat een bloemtuil in de handjes draagt, dicht tegen haar gesloten. îag men ooit een Koningin zoo minzaam en îenvoudig met haar volk ? Neen ! want nooit rond men Vorstin, met zuîk een hart tenzij îen Elizabeth van Hongarië, een Elizabeth /an Portugal, wier naam Z'j draagt en wier roetstappen ze volgt. 't Hart van Isabella van Spanje was goed-leid... maar ze deed niet wat ze wilde. Ze lag

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Belgische standaard appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à De Panne du 1915 au 1919.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes