De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk

363158 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 30 Mars. De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk. Accès à 26 mai 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/0k26971h9c/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Cercle Jaargang. Nr i3. — 3o Maart 19x8. i "Mii'i'unn»nuriwiniii Prijs : 10 centiemen. Derde Jaargang, Nr i3. — 3o Maart 1918. DE EENDRACHT Prijs per Jaargang fr. 5.20 » » drie maanden » i.3o Postchekrekening Nr 86. Weekblad voor het Vlaamsche Volk | Redaktie en Bureel ; Prinsesstraat, 16, ANTWERPEN. 1^1 Einde Maart eindigt het eerste kwar-taal van dit jaar. Een aantal abonnementen moeten her-nieuwd worden en onze 110g niet ge-abonneerde lezers hebben gelegenheid op ons blad in te schrijven. Wij vestigen er nogmaals de aandacht op dat aile abonnenten, zô6 oude als nieuwe, het bedrag hunner inschrijving moeten storten op onze postchekrekening n° 86. Proefnummers voor het wervén van nieuwe inschrijvers zenden wij op aan-ïi'aay.Met 1 April a.s. wordt het bureel van ons blad overgebracht naar 108, LANGE NIEUWSTRAÂT ANTWERPEN P A ASCHMIJMER1NT G. Ik wandelde langs de bottende dreef, nevens den blauwen, rimpelloozen vijver, ;n den zoclen lentenamiddag, midden eene weelde van geur en kleur en zang... In de verte huilden de oorlogsmonsters... en ik mijmerde: Ailes rondom mij spreekt van verrijzenis en herleving; ach. zou voor de vierde maal de redelooze natuur den met rede begaafden mensch beschamen: Ach, Lente, zoete Lente, hoe hadden wij çssmacht naar u gedurende de strenge winter-! dagen en gewenscht : Mogen sneeuw en ijs tlan smelten, opdat weer groene, hoopvolle lentestonden dagen ; want -vyij snakken naai jubelenden vogelzang in plaats van naar de krassende raven op de bevroren velden; wi hunkerden naar het loopende water, niet meei de stijve, ijzîgfv ko-rst zonder beweging er leven, maar naar het murmelende en kabbe lsnde water, het golvende water met de glin-sïtitnde, vlietende wellen, het gladde en hei rimpuhge water onder de zuchtende koelte; >vaiaxm hemel en aarde zich spiegelen, het watej ' met springende levende vischjes en de blank< zwanen, die roerloos rusten midden den vijvei | of hunnen kop duiken midden het groene j rtvischende riet, terwijl de kikvorschen kwaken de schrijverkes spelen, de muggen gonzen ei de zwaluwen swicheiswatelen in de zoele zonne wij smachtten naar het botten en groenen il | woud en wei en op den akker, naar de frieschi : morgend- en avondtochten, naar de kleurigi îonnetafereelen. naar het loeiende vee m d< bonté weide en den levenslnstigen -landbouwei op den akker. Wij verlangden de zon, hei licht, de warmte. het leven en de vreugde En nu was dit ailes werkelijkheid geworden lijk telkenjare de lente ontwaakte na den langer winterslaap . . En lijk telken jare jing d< Kerk mede vieren het feest der Verrijzenis het feest van Jésus verheerlijking, ian Jesu: triomf op helle en dood het grootsche toonee der jubelende schaar van millicenen christenei met op den achtergrond de kriekende dageraac van den Paaschmorgen en de zegepralendi ! Christus, schitterend als de zon, in al de prach Zijner Goddelijke en Merïschelijke schoonheid | omgeven door den straalkrans Zijner groot ' overwinning.. . En daarom zal de dag der Ver rijzenis eenen bijzonderen naam verwerven hij zal Dominica heeten, de dag des Heeren de dag van het eeuwig Alléluia, « omdat oj iien dag Dood en Leven een reusachtig twee «evecht hebben aangegaan, en de Meester de Levens heeft den dood neergeveld. De Hee is waarlijk verrezen ! Alléluia ! » Maar in de verte bromde het kanon ; daa lagen de volkeren elkander te verscheuren mid den de weelde van den lentenamiddag, di was het werk van den vrijen wil, die zoi zslden den « gosden wil » omsluit!.., Och indien de regeeringen doof blijven voor he gereutel van millioenen stervenden en het ge kreun der verminkten, hoe zouden zij luisterei naar den verlokkenden zang der ontwakend' natuur, naar de vermanende stem der Kerl van Christus ?... Sinds drie jaar en half kwijnt de wereld il den winter van den wereldkrijg. Aan de koud noorderfronten en in hetwarme Tweestroomen land. waar nooit een sneeuwvlok glmsteri ligt de liefde-vastgevror«n onder den ijzigcj wind van den haat, die de wereld omgierl Aile verkeer ligt stil op de stroomingcn de Wroederliefde, die het menschdom moeten vo< den.-. 't Is de winter der vernictlging ! .. O, Vlaamsche volk, wanneer daagt voor i de Lente, de voile, onvergankeiijke lente vo< uwe Vlaamsche zonen en dochters ? Indien d ijskoude organismen eener regeering doof bli ven-voor de stem der natuur, der ontwakend lente, o Vlaamsche volk, gevoelig volk va groote kunstenaars, waarom vaart niet de rillin der verrijzenis door het hart van al uwe telgei evenals door uwe weelderige landouwen ? Zu gij dan weder den Goeden Vrijdag uitbeelde en nietzegepralen met deu opstaanden Christu Aeh, mijn velk, men heeft niet gezaaid t nwen schoot het levenwekkende woord, mat men heeft u gêvoed met leugens en bedrog... e nu kiemt langs aile kanten haat en verachting Het heeft mij immer geérgerd, dat het grooi jebod der Liefde, zelfs door de schijn-bestc onder de christenen, zoo menigmaal in letiger achtige beschimpingen en verguizingen vei trapt wordt ; maar nooit wellicht zijn meer algi meen, meer onbezonnen, meer onvoorwaa-rdelij beschuldigingen naar het hoofd geslingerd d( strijdende Vlaamschgezinden van heden ! E oorlogsneuroze, de verafgoding eener valscl: vaderlandshefde heeft aile gezond oordeel g dood; onder de bannier der « patriotards > staa nu aile machten samengesnoerd, zelfs de mee tegenstrijdigste, tegen dit ééne hedendaagscl bedrijf : het activisme! Aile machten, voor; de tinancteele staan nu samen gekqppeld oi het volk te bedriegen en aan te hitsen. Al die vaderlandsliefde, die zich verschuilt achti de tooverwoorden : reclitvaardigheid, doorvecl ten tôt het einde ; ah, die liefde, die voc ailes en onvoorwaardelijk gaat tôt eenige b pa^lde personen, waarvoor ze ailes zegt willen offeren, maar die niet gaat tôt de mas< van het bloedeigen volk, dat weg kwijnt va zedelijken en stoffelijken nood, als die vade » -iandsjiefde, die als iets ijdels in de lucht hang dit Eaoordende verg ik, dat het misleide, onb zonnen volk aanvaard heeft voor sterkend« levensdrank; die vaderlandsliefde die zoove jeugdige, rechtzinnige talenten heeft doen ve twijfelen en gebroken, omdat ze hen trof hun vrijheid hunne eer, hun geweten? O, d verguizingen, die ons hart deden bloede •mdat zij kwamen, dikwijls van de hoogg plaatste, door ons meest geliefde en nog mee vereerde personen, Wanneer wij in het dieps onzer overtuigihg toch "handelen moeste wanneer Wij, door de openbare meening bekla deor vroegere vrisnden verlaten, uit onze kri 122 gen buiten gesloten, onz«n laatstsn toevlucht namen in den tempel des Heeren om daar te bidden, zoo menigmaal en zoo hartstochtelijk: « Heer, laat ons niet wanlcelen en den strijd verlaten. . Heer, Gij zijt getuigen, dat onz# meening heilig is; Heer, bewaar ons toch in onze idealen ; verdrijf de wolken der valsche vooroordeelen, opdat wij begrepen worden in onze handelingen en niet medesleept door den stroom der halfslachtigheid, waartoe do beko- ring ons lokt om niet gebroken te worden ! » * * * De leugen heeft ons vijanden gemaakt, maar 00k duizenden geloofden niet, die niet laten blijken durfden ! Ja, duizenden gelooven in d« waarheid van den huidigen Vlaamschen strijd, ! in het diepst van hun gemoed ! O, katholieke Vlamingen, waarom handelt gij niet ? Gij hebt .-_ze gevolgd de Vlaamsche idealen en eeuwigen trouw gezworen, op de Palmenzondagen van Ingoyghem, van Roesselaere, wanneer het hosanna weergalmde en de feestrilling door de luchten voer; doch ziet, het uur des gevaars heeft geslaan, het uur der beslissing, en gij weifelt? Uwe Vlaamsche idealen staan voor den rechterstoel der openbare meening, opge-ruid door zoovele moderne schriftgeleerden en farizeërs, waarom staat gij niet op als getuigen ter ontlasting en vreest gij om liet woord van gelijk welke dienstmeid ? Waarom vlucht gij weg van den bloedigste statie van den Vlaamschen kruisweg ?... * * $ Ik wandelde langs de bottende dreef, en reeds dropten de sterren één voor één in de duistere oneindigheid... Een matelooze vrede lag op den lande... maar in de verte huilden de oorlogsmonsters ! O, volkeren der wereld, o volk van Vlaanderen, wanneer daagt voor u de vrede met den dageraad der opstanding ?... Ach, de triomf van Paaschmorgend was de verheerlijking van den Goeden Vrijdag", Tiet Alléluia was de zegezang der geslachtoffsrde Liefde ! Voormannen des volks, weest ze in-dachtig de eeuwige les des Kruises ! Niet de haat tegen den vijand regeere, maar de liefde tôt uw volk, de ware liefde, alleen mogelijk door de kennis van uw volk, door het torsen van het kruis samen met uw volk en te peilen de gap»nde diepte der wonden van uw volk .' Ach, zij dage de lente van den vrede in de liefde ! Moge midden den groei en den bloei der natuur, derozige dageraad der Opstanding, dagen voor de wereld en voor Vlaanderen ; wanneer, lijk eens de logge steen, die het , Leven kerkerde door de Almacht werd weg-gewenteld, de ijskorst van den haat, die op ! het menschdom drukt zal smelten.om de zuivere wateren der Liefde de wereld te laten door-aderen tôt aan het krieken van den Jongsten : Dag L LUPI. rxnuâsmii: 1 w > m Mil iri u 11 1 mi 11 nm niiiwn n OsoisiBshtert Bedenkingen. ; 1 | Dd aktivistische pers is weer duchtig 1 in totiw om toch maar precies te kunnen aanwijzen welke passieve stellingen laat-: stelijk opgegeven werden, hoc ver de ; nieuwe, vooruitgeschoven verse hansin-gen, die, blijkens het laatste Vrij IBelgië ; nummer dat binnen liep, Van Cauwelaert en Hoste en Opdebeek weer gingen ' inné,men, nog wel van het Aktivistisch 5 bolwerk verwijderd mogen zijn. r Die berekeningen zijn wei zeer naief en worden 00k telkens ijdel bevonden. ï Maardat de wenschen de feitelijke evolutie t zoo ver vooruitloopen, doet zeer sympa-î thiek aan. Verraden zij niet hoe groot het verlangen is, niet zoozeer naar een 1 kapitulatie van, dan wel naar een ver-1 zoening met strijdbroeders, door veel : misverstand en een niet weg te looche- I rien temperamentsverschil, door enkele , principieele bezwaren en gewichtige op-: portonistische l^erekeningen, een beetje vervreenid, die andere wegen gingen en in soms bitleren strijd verwikkeld ge-raakten ? r Telkens van Cauwelaert tegenovei Havere wat krasser van zich ai durfl spreken — tôt stouter daden is liet tôt 'r nog toe niet gekomen — zien enkele akti-e visten hem reeds met vliegende vaandek 1- naar hun kamp overloopen. Wat aanlei-e ding geeft én aan Monet en Du Castil-" Ion om de mar.nen van Vrij Belgu * eens duchtig te bewijzen dat zij eigenlijl* li maar verkapte aktivisten zijn én aar II Vrij België om in een volgend nummei ^ Havere weer wat met rust te laten er x de aktivisten nu eens een voile vrach n liefelijkheden naar het hoofd le gooiei ! en zoo aan heel de gemeente te toonen da e zij met dit gemeen volkje, ondanks d< lasterpraatjes van het Belgisch Dagblad ni les te maken hebben... P,n dan slaa de verzoenend sterr.ming van de goedigi k aktivisten, die maar niet begrijpen hoi 8 de passieven de met de beste bedoelin e gen toegestoken hand zoo hoonend vaj 5- zich af kunnen stooten, leelijk om. Zi " worden dan gewoonlijk wel een beetj> e giftig en geven Vrij België dan wee il eens een vettige veeg uit de pan. Di n bittere persuitlatingen worden dan doo J' Vrij 'België graag geënregistreerd. Be t wijzen die hatelijkheden niet overduidelijl >r dat zij. verre van gemeene zaak te makei E- met de aktivisten eigenlijk hun mees ;e geduchte en daarom 00k meest gehati 'n tegenstanders zijn ? r- Wie dit spelletje haast wekelijks koi t- nagaan, geraakt er innig van overtuig. e" dat onhandige verzoeningspogingeneigen [ç lijk maar telkens aanleiding tôt nieuw r- verbittering geven. n * * * n, e- Wij kunnen het streven naar verzoenin st nog al begrijpen. De aktivisten zijn no te niet zoo sterk en talrijk dat zij bij hu propaganda-en staatsorganisatievverk nie n- innig de medewerking van enkele flink 1 passieven zouden wenschen. En aan uit-noodigingen van passieve zijde om het aktivisti>che boeltje in de lucht te laten vliegen ontbreekt het 00k niet. Van Cauwelaert zou natuurlijk niet liever wenschen dan ons de enkele positieve resultaten door de aktivisten binnenge-haald (en die te scherper de kale misluk-king van de loyale politiek der passieven doen uitkomen) te zien opgeven. Er is niets zoo vervelend voor een zelfbewust leider dan de aanhoudend plagende gedachte dat een deel van het leger wegens meeningsverschil een ande-ren weg uitging om een eigen kansje te wagen en wel eens den slag t'huis halen kon. Als al de bevelhebbers ge-meenschappelijke verantvvoordelijkheid dragen en de troepen in vaste rangen ééfi strijdplan volgen. berust men licht in een nederlaag omdat er geen zonde-bok gevonden kan worden aan wiens persoonlijk wanbeleid de ramp toe te schrijven is. Doch hoe mal zou de. de positie van van Cauwelaert b.v. niet worden aïs de loop der gebeurtenissen nu eens moest (ik zeg niet aantoonen dat de aktivistische gedachtengang theo-retisch onaantastbaar ge weest is), maar de aktivisten voor goed in 't zadel helpen ? Het onfeilbaar leidersgezag waarmade hij zoo herhaaldelijk het aktivisme als de oiimogelijkste dwaas-heid die wanhopige heethoofden maar kunnen uithalen gedoodverfd heeft, zou een leelijken deuk krijgen op het oogen-blik dat hij zelf, om zich niet voor immer buiten de nieuwe Vlaamsche gemeenschap verbannen te houden en zijn schitterend talent aan de groote volkszaak te kunnen wijden, zich aan de door de aktivisten geschapen poli-tieke toestandeu daadwerkelijk zou aan te passen hebben. Maar door die bittere noot zou hij onvermijdelijk moeten bijten als de eenige toekomstmogelijk-heid waar de Vrij Belgische politiek reke-ning mêe hield : een onvoorwaardelijke ontruiming van België door de Duitschers, zich nu eens niet verwezenlijkte. En daar dit juist de eenige eventualiteit is wairop he; aktiv-isï&û in zijn huidigen vorm niet al te best berekend is, zou dezelfde kapitulatie ons in het Ugenover-gestelde geval te wachlen staan. Als wij voor ons zelf verlangen dat de voor-waarden niet al te vernederend zouden zijn in dit geval, mogen wij 00k andeten den terugkeer niet al te lastig maken, blijft het aktivisme meester van het terrein. Het is geen oneer en geen verraad een politieke gedragslijn gevolgd te hebben waarran de uiteindelijke mis-lukking actiteraf de ondoelmatigheid aantoonde. Nog een derde mogelijkheid blijft open : zoovvel de passieve als de aktieve politiek loopt op een liasko uit. Dat kan best gebeuren. Als de Duitsche politiek het aktivisme moet lossen en Havere zoo oppermachtig wordt dat zelfs het verzet van al de S'osfhaken in Vlaander»n haar anti Vlaamsclie politiek niet meer vermilderen kan. Dan bleef er ons niet veel meer over dan maar één blok te vormen en dadelijk door gemeenschappelijk verzet te redden wat nog te redden valt. Maar ernstig valt er voor te vreezen dat in de bit-terheid van het nederlaag-bekennen wederzijdsche verwijten een verzoenende stemnling leelijk zouden vertroebelen. Wanl de passieven zouden natuurlijk de gansche schuld op onzen rug schuiven, omdat onze radikale politiek veel on-verschilligen voor goed afkeerig van ons niaakte, de Regeeringspartij tôt de scherpste a nti-Vlaamsche reakte dwong, gevaarlijke interventie's uitlokte. Op hunne beurt zouden de aktivisten aan Vrij Belgie kunnen verwijten dat zij de uitwerking van hunne politiek « met het mes op de keel » die wijze vrees inboe-zemen moest aan onze bestrijders, leelijk verzwakt hebben door ons steeds maar als een macht- en gezaglooze bent wanhopige onverantwoordelijken af te schil-deren. Met veel recht zouden wij dan op de onverantwoordelijke dwaasheid kun-: nen wijzen waarmee zij, uit vrees voor enkele ellendige regeeringsagenten als t du Castillon, steeds meenden te moeten ; uitbazuinen dat de aktivistische hervor-; mingen in het bezette land voor hen niet bestaan. Noodigden zij hier Havere 1 niet naievelijk uit, kreeg h-t de macht j weer in handen, al deze 00k door lien ; noodzakeiijk geachte maatregelen, die r bij gemeenschappelijke verdediging der ; vollrokken feiten niet licht weer onge-r daan zouden kunnen gemaakt worden, maar te vernietigen zonder de vaste c Wciarborgen te bezitten dat wij dadelijk i iets deugdelijks in de plalats krijgen ? t .1= * * Een volledigeovereenstemming is thans 1 nog niet te bereiken omdat beide partijen 1 voorloopig al niet. veel meer gedaan hebben dan theoretisch bewezen dat zij : de zaak bij het rechte eind houden. De gebeurtenissen, die in de laatste maanden zôô erg in het nadeel van de passieven draaiden dat zij vlug hun Eouding tegen-g over Havere hebben moeten herzien, g kunnen 00k nog wel eens tijdelijk de n aktivisten in het ongelijk stellen. Wij zijn toch 00k niet onfeilbaar. Nu de e beide politieke groepen zich tôch een- 124 maal gevormd hebben en het dubbel-bedreigde Vlaanderen naar beide zijden verdedigen, zonder dat een opklaring in de toestanden oas thans reeds toelaat een front, waar voortaan geen gevaar meer zou dreigen, te ontblooten,zullen-wij maar liefst niet te veel woorden verspillen aan beschouwingen over een mogelîjke een-drachtige samentrekking van aile Vlaamsche strijdkrachten. Dat Vrij België geleidelijk enkele geloofspunten van het Aktivistisch program overneemt beteekent nog geen trapsgewijze bekeering tôt het aktivisme, brengt de eindelijke eendracht 00k al niet veel nader, want wij gaan immers 00k steeds verder en verder ! Wij achten het een verblijdend ver-schijnsel dat langzamerhand hatelijke persoonlijkheden (zooals er een half jaar geleden nog tusschen Van Cauwelaert en Léo Meert uitgewisseld werden, enkel tôt heimelijk jolijt der Franskiljons), langzamerhand door een nog onbestemd streven naar toenadering verdrongen worden. Maar men ga 00k hier zonder over-ijling, die de zaak slechts schaden kan, te werk. Als wij niet begrijpen dat aktivistische sympathiebetuigingen voor Vrij 'België slechts hinderlijk en kom-promitteerend zijn en reaktie moeten uitlokken, gaan wij al het goede dat voor ons uit de fiankstelling van Van Cauwelaert en Hcste nog voortvloeien kan bederven. Zooals Dr. Jacob het onlangs in zijn merkwaardige Conscience-voordracht te Antwerpen nog gezegd heeft is de split-sing van het Vlaamsche leger in passieven en aktieven een teeken van kracht, als wij de gemeenschappelijke Vlaamsche idee, door geen laster noch verdachtmakingen geschonden, maar boven ons houden. Wie de eendracht zoo spoedig mogelijk weer hersteld wil zien» moet maar zoo hard mogelijk wroeten om de rich-ting waartoe hij behoort te doen zege-vieren. Geen thec retische vitterijen en geen gevoelsantithesen scheiden ons. Wie de opportunistische twistvraag uit de wereld wil helpen, moet maar zoo vlug mogelijk door het veroveren van beklijvende resultaten aantoonen dat de andere richting een verkeerd spoor opliep. Zoolang de mogelijkheid open blijft dat de aktivistische hervormingen de nadeelen, die voor ons Vlaanderen uit een passief débâcle zouden kunnen voortvloeien nog eens neutraliseeren zul-len en wij zelf de veilige overtuiging bezitten dat de Vrij Belgische groep eventueel een aktivistischen aftocht nog dekken zal, moesten zij maar begrijpen dat het verstandig is zoo weinig mogelijk afbreuk te doen aan het werk dat langs de andere zijde verricht wordt. Dat de Vlaamsche beweging, in plaats van aich aan één enkele eventualiteit te bin'den, haar voelhorentjes tôt Berlijn en Havere uitstrekt, is een zeer groot geluk. Want tusschen Havere en Berlijn gaat de groote strijd. De uiteindelijke machtsverhouding tusschen Havere en Berlijn zal het moeten uitwijzen welke Vlaamsche fraktie diplomatisch de knap-ste geweest is of althans het meeste geluk had bij haar partijkiezen. Ik geloof dat, nuchter beschouwd, de strijd tusschen Aktivisme en Passivisme eigenlijk maar een kwestie van kamer-strategie is. LOURS. Groodsiageo van onze âsweglog Er wordt veel gewerkt om onze meisjes uit hun langer, droomzvvaren slaap te doen ontvva-ken .. Er wordt veel geschreven, veel gesproke», opdat ze de hoopvolle verwachtingen emdelijk zouden beantwoorden en tiink medewerken aan de grootsche, maar zware taak. Meestal wordt htm een heerlijke toekomst voorgespie-gelt, een mooie, blijde zonnedag na het bange btrijden in droet'-donkere nachten. De strijd zelf wordt nog meer behandeld en men begint met blinkende, scherpe wapens uit te deelen, zjnd'i zich af te vragen, of de zwakke, blanke vrôuwer.handjes die wel kunnen hanteeren. Is uat niet een beetje de paarden achter den wagen spannen ? Aan iiet optrekken van het gebouw wijdt in:n al zijn krac'nten, de kiistbaarste bouw-stoffen worden niet gespaard. Bij den eersten rukwind nochtans zal ailes ineenstorten als een kaarten liuisje : men heett verzuimd grondsla-gen te leggen. Alvorens h t ontluiken van de meisjesbewe-ging te verhaasten zou men haar bloei moeten verzekeren, niet den bouwgr^nd d ep om te delven en stevige grondslagen te leggen. De eeme degelijke grondsl-g is gewis het plichtbesef. Wanneer we een blik werpen op heel de Vlaamsche beweging, stijgt het schaam-terood ons tôt achter de ooren : de vromven hebben hun plicht niet al een verzuimd, maar schandelijk miskend. Ze hebben de beweging Uit al hun macht tegengewerkt : zij hebben het huisgezin verfranscht, zij hebben hun kinderen in een vreemde taal doen opvoeden, zij hebben hun dochters naar verfranschte kostscho-len gez-'nden, en daar ook waren het vrouwen die het begonnen werk met bewonderenswaar-dige bezorgdheid vo'tooiden. Maar nu is de blinddoek van onze oogen gevallen en we hui-veren, wanneer we terugblikken in het verle-den .. Allen hebben niet evenveel misdreven, miar de beste zondigden nog door kcrttde on-verschilligheid. Het is nog niet te laat otn allés te herstellen, Wij zulien ons Vlaanderen innig liefhebben en ter wille van die lietde zal ons vee! vergeven worden. D t weze dan ook de tweede grondslag : de liefde tôt Vlaanderen, de liefde tôt België, zoo ge wilt, want feitelijk zijn beide hetzeltde : Beig é bestaat mderdaad uit Wallonie en Vlaanderen. Dat Vlaanderen tel misdeeld. was zal ieder recliKehapen har t bekennen. Den voorspoed van Vlaanderen be-oogen is ons een groote leemte vullen, en België moet ons daarin dankbaar zijn liulp verleenen. Indien ik meer uitweidde over d!e Vaderlandsliefde zou het beleedigend worden, d*ar ze toch wel het sterkste natuurgevoel is, aan iederen mensch eigen. De liefde tôt Vlaanderen zal een hei der licht werpen op de heerschende wantoestanden ; ze zal dan beroep doen op het rechtvaardigheids-gevoel. Hier leggen we weer een grondslag : 3e rechtvaardigheid Heel onze ziel hu kert naar rechtvaardigheid ; overal woekert onrecht, altijd wordt de kleine door den sterke verdrukt, geweld kampt zegevierend tegen Recht en men deinst schuw achteruit voor dien gapenden afgrond. Ook in Vlaanderen pleegde men steeds het gruwelijkste onrecht, ook "Vlaanderen werd verdrukt, ook Vlaanderen streed hopeloos voor zijn heiligste rechten. Peilt stouten vrij heel de diepte van den afgrond : Uw hoofd znl duizelig worden, uw oogen zullen weenen. . Maar wijkt niet terug ! Houdt uw blik gericht op het einde-00s wee en maakt het voornemen, legt den eed af, niet te rusten vooralleer ook gij het offer zult gebracht hebben, dat het Recht \an u eischt ! Zoovelen offerden hun gansche leven : denkt aan de voorvechters, aan de baanbre- kers. aan de stichters van de Vlaamsche be- " I weging. Dankbaarhe-d en eerbied wellen in uw ziel op en die gevoelens maken een nieuwen grondslag uit. Ôverweegt, hoe hard de strijd viei aan hen, die gansch alléén stonden tegen-over machtige vijanden, gaat even na. wat al moeite en tijd het vergde, een wet te doen stemmen, die nochtans een levenszaak was voor Vlaanderen ; herinnert u, hoe ze bespot en ver-guiid werden en toch stonden, pal en heerlijk schoon, in de verlatenheid en m>'kenning. We kunnen hun slechts één blijk van dank-baarheid geven : hun werk voortzelten, als man in politieke kringen, als vrouw in de beicha-vingswereld. Wij katholieke me.sjes, mogen niet vergeten, dat de hoofdgrondslag van onze beweging moet zijn : ons Geloof. iiet gebed I zal dan ook het machtigste Wapen voor ons I worden, het wapen dat de eindzegepraal ver- I zekert aan al wie b trouwf en volhardt. I Laat ons nu met yertrouwen den eersten I steen van het gebouw plaatsen, want de grond- I slagen liggen diep en zijn niet alleen een zekere I steun, maar ook wellende levensbronnen die I gestadig een eeuwig-jonge lefenskracht door de I beweging zullen doen stroomen. I Vlaamsche meisjes, neem nu met vaste hand I de wapens op voor Vlaunderen en het Recht ! I I-IADELIJN. I KRONIJK uit BEU88BL I Als jongen, heb 'k de franschsprekende I Brussel».ars maar eigenhjk in een ding he I yigj benijd. Zij konden aan al de boeken I geraken, aan al de werken die ze verlangden. I Ze moesten nooit zoeken, nooit moeite doen. I 't Lag er als op te rapen. Zij hadden boe- I kerijen, groote, moderne boekerijea en prop- I vol. En, ik, ik kon zoo zelden 'n vlaamsch I boek bekomen, en 'k hunkerde er zoo naar. I 'k Vond dat het dol-zalig moest zijn, de wer- I ken van de lieve'ingsschrijvers te kunnen ver- I slinden niet een of twee, die ze van iederen I schrijver in al do kleine boekerijtjes hadden, I maar allemaal, compleet, van het eerste sta- I melwerk tôt het boek van gisteren en 't werk I dat versch van den drukker kwam en nog I naar inkt ruikte. I O zoo iet» was wanhopig-vervelend. Je moest I van de eene bibliotheek naar de andere loopen. I «file» doen, wterkomen, je klampte kennissen I aan of ze dit en dat boek niet hadden. Koopen I kon je bijna niet, ze warcn zoo dtiur, centen I had je niet weg te gooù n en bij Lebègue I moest je altijd wachten. 'k Weet niet hoeveel I tijd ik versleten heb om 'n aantal boeken van I Streuvels, waar k toen als ieder vlaamsch I studentje mee dvveepte, gelezen te krijgen. I Dat moet jaren geduurd hebben Zoo'n toe- I stand was belemmerend voor de letterkundige I en artistieke ontwikkeling, orde en methode I volgen was onmogelijk, je moest maar « péle- I mêle» lezen, zooals, het in de handen viel. I Zooveel schoons dat je zoo moest missen. I 't Is misschien om al den last en moeite ■ om aan een boek te geraken dat je er zoo I ontzettend veel van hield. Dat was oek «l'art I pour l'art», het boek om het boek, om hun I vorm, hun gewicht, hun zwaarlijviglieid of I hun pluimgewicht, om het omslag, om 't papier I en de letters. Ja vooral die dikke vette letters I op dat geelachtig-velijnpapier. Je kon boeken I zoenen en de vingers aaiden er met genot I over. En eens er over gebukt, was je verloren I voor ailes rond je, je leefde met 't boek mee I of je overheerschte het en op afstand zag je I 't wonder leven en gebeuren. „ I Ja, 'k was hevig jaïoersch op m'n makkers I die geen last hadden om te lezen al de wer- H ken die ze maar begeerden Wij hadden en I hebben te Brussel geen boekerij n. Ja natuur- I lijk die van 't Davids- en Willemsfonds, der I maatschappijen, kringen en patronaten. Doch, I juist die hebben nooit, zooals ik hooger zei, I iets volledigs. Van iederen schrijver eenige boeken. Dat is zeer loffelijk, en dat is zelfs ■ heel goed om je 'n gedacht over 'n letterkun- I dige, over z'n stijl en manier te geven. Maar B die ljoeken zijn ook meestal zoo akelig inge- I bonden, beduimeld en met blaren uit; je be- I grijpt 'n kostelooze volkboçkerij. In de Keur- I boekerij van de Stormstraat hadden ze ook I dat gebrek aan kompleetheid. De boeken waren fl en zijn er proper maar als je dan een geka- H talogeerd vond dan was het weg of te Leuven I in het moederhuis. of de juffers gaven ziah H de moeite niet die eeuwige vlaamsche boeken I voor dien lastigen klant te zoeken. Die was B geen ladder-opklimming waard. Waarom nam I hij geen fransche boeken als de anderen ? • En om al die reden heb ik dikwijls gedroomd B van 'n boekerij te Brussel eene m het genre H van de «Bibliothèque Universelle'), 'n prachtige H « up-to-date » boekerij Nou zooveel boeken hoe- H ven we niet te hebben, zooveel zijn er overigens H in het Vlaamsch niet : 2S0.000 ! Al hadden I we er maar eenige duizenden in drie of vier- H dubbel voor 't gemak, keurig ingebonden, in H 'n nette ruime zaal, al moest ieder vlaming H nu wat betalen. Wat 'n ongehoord geluk. H Dat is noodig. broodnoodig. Voor al de H Vlamingen die houden van lezen en schrijvers, H voor jongens en meisjes die andere lektuur H dan de detectievenromannetjes on bibl. rose en anderen rommel zouden vinden, voor de v studenten en intellektiieêlen voor de dokumen-tatie, voor werklieden om vakboeken enz., noodig opdat de Brusselaars zouden zien, H met eigen oogen zien, dat er vlaamsch werk en een nederlandsche kultuur bestaat, dat het ■ mogelijk is een bomvolle boekerij met uitslui- ■ tend nederlandsche werken te vormen, noodig H omdat de bibliotheek een volksuniversiteit is, H daarom en om nog veel andere reden. H En ze zal komen. Van betrouwbare zijde H verneem ik dat er 75 000 fr. zijn gestemd om H 'n vlaamsche boekerij op te richten in de H

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1916 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection