De legerbode

605 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 14 Octobre. De legerbode. Accès à 24 mars 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/b27pn8z09f/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

\A October 1916 Nnmmer 330 den Dinsdag, Donderdag en Zaterdag verschijnende Dit blad is VOOR DE BELGISCHE SOL-DATEN bestemd ; iedere compagnie, escadron of batterij ontvang-t tien of vijftlen Fransche en Nederlandsche exemplaren. Lsiei vas lut BelpS Parlement in lut Tehnis voor Oorlogs-Iovaliaien Eenige leden van het Parlement hebben Woens-dag namiddag een bezoek gebracht aan het Tehuis voor ooi'Iogsinvalieden te Sainte-Adresse. De keer Schollaert, voorzitter van het Werk en voorzitter van de Kamer van Volksvertegen-woordigers, heeft hua een ontbijt aangeboden, dat zij samen met 800 verminkten van het Depot genomen hebben. Aan de eeretafel hadden plaats genomen, naast de heer Schollaert, de heeren ministers Berryer, Carton de Wiart, Van de Vyvere, Se-geps, Renkin, Goblet d'Alviella, Poullet, Van-dervelde en Hubert. Verder bemerkte m en de heeren Focquet en Dnfrane-Friart, senatoren ; de heeren Gilles de Pelichy, Van Cauwelaert, Brifaut, Ramaeckers, Hubin, Colaert, Neven, Destrée, Lorand, Feron, volksvertegenwoordigers; de heer Pauwels, grif-fier van de Kamer ; kapitein graaf de Renesse, cammandant van het Tehuis ; majoor Dr Lebrun, bestuurder van het Tehuis ; majoor Dr Smets, bestuurder van het Belgisch militair gasthuis te Havre ; de luitenants Dr Leynen en Dr Legrand ; de luitenants beheerders Brouyère en Libert ; de eerwaarde heer Dubois, aahnoezenier. De heer Schollaert, in naam van de ofïlcieren en soldaten, heeft de leden van de regeering en van het Parlement bedankt voor de eer die zij hem aandeden door dit gesticht te bezoeken. Zich tôt de soldaten wendend zegde hij : « Deze heeren zijn gekomen om de werken te bewon-deren die gij, ofschoon verminkt, hebt uitsge-voerd ; weldra zullen zij u in uwe verschillende werkhuizen ontmoeten en zich rekenschap kun-nen geven van het werk dat gij in stilte verricht met het doel u een nieuw vaderland te verwer-ven en u een nieuwen haard te scheppen. » De heer voorzitter heeft de toewijdings voile geneeslieeren begroet die geen enkele gelegen-lieid lieten voorbijgaan om onze soldaten zoo-veel mogelijk al de lichamelijke vermogens terug te geven die zij door hun roemvolle wonden verloren hadden. « Gij zult zien, » zoo ging de heer Schollaert voort, « hoe zij zich eene plaats in het burgerlijk leven voor morgen voorbereiden, door te trachten om, dank aan de kennis van sommige stielen, niet langer schatplichtigen van onze vijanden te zijn. Voor sommige verminkten heeft het T huis getracht leerwerkplaat.sen op te richten, te: einde technische werldieden te scheppen ; s te zeggen keur-arbeiders, die lî Verpfliij aan je Failie van lililairen Daar talrijke lezers ons vragen gedaan hebben over het laatste wet-besluit dat de vergoeding regelt, toegekend aan de familie van de militai-ren, laten wij hier enkele vragen volgen, met de antwoorden die ons daarop door de bevoegde diensten werden gedaan : i° Is het wet-besluit van toepassing voor bezet België, voor wat de vergoedingen betreft ? Antwoord ; Ja. 2° Hebben de belanghebbenden, die in het be-ret gebied gebleven zijn, nog recht op de vroege-re vergoedingen ? Antwoord : Ja ; de rechthebbenden hebben eteeds, in bezet België, door de zorgen van het gemeentebestuur, de vergoedingen ontvangen. Zoo zal het ook blijven ; de belanghebbenden zullen voortaan recht hebben op dezelfde vergoedingen, zooals deze krachtens het jongste wetsbesluit vermeerderd werden. 3° Zullen de rechthebbenden die in het bezette land gebleven zijn, bij terug-werkenden maatre-gel het verschil tusschen de nieuwe en de vroe-gere vergoedingen ontvangen ? Antwoord : De wet heeft voor niemand terug-werkende kracht ; zij zal eerst van af 15 October haar voile nitwerking hebben, zoowel in bezet België als elders. Laat ons hierbij voegen dat eene bijzondere schikking van het Wet-Besluit, den belangheb-bende de verplichtiiig oplegt binnen de drie niannden zijne vergoeding te vragen ; daart.i k. u hij zijn recht niet meer doen gel den door hun ontwikkeîing hun lichamelijke onbe-kwaamheid zullen weten te vergoeden. » Vervolgens sprak de heer Schollaert een woord van lof over het zedelijk karakter van onze verminkten : « Zij zijn dapper geweest op het slagveld ; en zij zijn dapper hier. Het zijn echte Belgen, rustig en bescheiden ; ik ben altijd fier de handen van deze helden van den Yser te drukken. » De heer Carton de Wiart. minister van justi-cie, drukte in naam van de leden der regeering, in naam van zijne collegas en vrienden, aan den heer Schollaert al zijne dankbaarheid uit. « Het is goed, het is hartversterkend, » zoo stdlde de minister vast, « zich hier onder leden van het Parlement, onder Belgen terug te vinden om zijn wilskracht door dezelfde ondervindingen te sta-len. Het is hartversterkend vast te stellen, hoe iedereen, op het gebied dat hem eigen is, een hatelijken vijand tracht te overwinnen, de een-dracht te bewaren die alleen de beslissende en volledige zegepraal kan verzekeren en mede te werken tôt het herstel van ons vaderland. « Wij zijn den heer Schollaert dankbaarheid verschuldigd omdat hij ons toelaat dit roerend en schoon werk te bewonderen, dat als een geluk-kig tegenbeeld is van de Duitsche gruwelen en verschrikkingen. Men had kunnen denken dat het gebannen België minder geneigd Was om aan zijn lierstel te arbeiden, daar het nog zoo smarte-lijk is gewond. Integendeel werd ook deze in-spanning op bewonderenswaardige wijze vol-bracht. Een groot getal Belgische soldaten, die in dienst van het vaderland werden gewond, waren bezorgd voor hun toekomst en voor de toekomst van hen die hun duurbaar zijn. Deze dapperen, zooals de reizigers waarvan de Heilige Schriftuur spreekt, hebben den goeden Samari-taan ontmoet, die hun naar een gesticht bracht met familiaal en wetenscliappelijk karakter en hun met nieuwe wapens in den strijd om het bestaan heeft voorzien. Zij zijn als het zinnebeeld van ons vaderland, dat zich zelf ook nimmer liet ontmoedigen. » De heer Colaert, volksvertegenwoordiger en burgemeester van Yperen, bracht op zijne beurt hulde aan de roemrijke verminkten die heden nog medewerken aan het herstel van België, Hij begroette den voorzitter van de Kamer, de spil van geheel het werk, dat te Sainte-Adresse werd opgericht en dat het prachtig gesticht, dat de minister van oorlog te Vernon oprichtte,waar-dig is. De heer Poullet, minister van kunsten en wetenschappen, sprak enkele woorden in het Vlaamsch in naam van de regeering, voor wie het een grondbeginsel is de taalgelijkheid te eerbie-digen : « Wij ziijn hier gekomen,» zoo verklaarde de minister, cr om in naam van de Belgische wet-gevende macht de helden van den Yser te begroe-ten. De geheele wereld heeft u zijn bewondering voor uw soldatenmoed uitgedrukt. Heden komen wij de prachtige hardnekkigheid bewonderen, waarmede gij u gereed maakt, om het beste deel uwer krachten tôt het herstel van België te besteden. Wij zijn komen hulde brengen aan het bewonderenswaardig voorbeeld van toewijding dat den heer Schollaert gegeven heeft, en het is met ontroering, dat ik hem, in naam van u allen, begroet. » Deze versclttillende redevoeringen worden geestdriftig toegejuicht, terwijl de fanfare van de Invalieden, bestuurd door den heer Tancré, de nationale Jaymnen, benevens enkele plaatse-lijke liederen en volksliederen en een keurig repertorium laat hooren. Het bezoek <ier werkhuizen greep vervolgens plaats; iedereon bracht van ganscher hart hulde aan dit mooie menschlievend werk van de Oorlogsinvali eden te Sainte-Adresse. Le Havre brenef huids aan dan Yssr De Commis sie van het stadsbestuur van Havre, gelast een anderen naam te geven aan de Quai de Hambour g, heeft Woensdag avond voorge-steld aan de leden van den municipalen raad, dien kaai te noemen Quai de V Yser. Het voor-stel werd aan genomen ; de Raad heeft alzoo a hulde willen brengen aan onze moedige bondge-nooten en vftreeuwigt de herinnering aan een issen fie overwinuinge i * au den grooteu , T>. Twee Jaar Hâter Het was gisteren twee jaar geleden sedert da Belgische Regeering zich te Havre kwam vesti-gen. Zij kwam er inderdaad aan boord van de* înailboot Pieter-de-Goninck op 13 October 191 & tegen den avond aan. Door de zorgen van den heer maire Morgandt en van den heer Brelet, prefekt van de Seine, had men de gebouwen te Sainte-Adresse spoedig ia orde gebracht ; de leden van de Belgische regeering moesten ze, om zoo te zeggen, maar inhul-digen.De meeste waren ternauwernood voltooid en in aile haast moest men hun toilet makeu en ze van de noodige meubelen voorzien. * * * Aïs wij Le Havre zullen verlaten hebben, zullen deze gebouwen in onze oogen een histo-rische waarde hebben. Wij zullen niet vergete* dat het binnen hunne muren is dat door onz® regeering zooveel groote beslissingen genomem werden om ons vaderland op prachtige wijze ta herstellen, om allerlei sociale, militaire en finan-cieele vraagstulcken op te lossen ; vragen betref-fende de gezondheidsleer, andere bestemd om de heilige eendracht te versterken door leden in het kabinet op te nemen, die tôt allerlei politiek# partijen behooren, enz. ¥ * * Als wij, op het uur van den terugkeer en van de zegepraal, ons Sainte-Adresse zullen herinne-ren, zullen wij een ontroerde gedachtenis wijden aan hen die hier bezweken bij de taak die zij ondernomen hadden, aan den heer Louis Huys-mans, staatsminister, wiens vaderlandsch testament, het laatste werk van een groot patriot, d« Legerbode hier heeft overgedrukt ; aan den heer Davignon, lid van de regeering, oud-ministep van buitenlandsche zaken, wiens roi in den nacht van 2 Augustus 1914, zoo edel en recht* schapen was. Wij zullen evenmin den heer Hennion verge-ten, den ouden politie-prefekt, die een jaar lang het moeilijk ambt uitoef'ende van bijzonder com-missaris van de Fransche bij de Belgische regeering.Aan hen allen wijden wij, op dezen gedenk» waardigen dag, eene ontroerde herinnering. Hua verdwijning is des te pijnlijker, daar zij ons moesten verlaten alvorens de eindoverwinning ta beleven, waaraan allen, ieder in eigen gebied, zoo dapper hebben medegewerkt. . ' i m . i u mi—P-H-—M Hulp aan de Krljgsgetangenen Het gezamenlijk opsturen van brood aan d« Belgische krijgsgevangenenin Duitschland, is op 1 Juli 1916 begonnen. Het geschiedt onder toe-zicht van de « Nationale Vereeniging voor Hulp aan de Krijgsgevangenen » en onder de leiding van de Fransche regeering. Door het stelsel der gezamenlijke verzending ontvangt ieder krijgs-gevangene 2 kg. brood per week, 't Spreekt vaa zelf dat de dienst zeer ingewilckeld is ; er moet gezorgd worden voor de uitdeeling buiten da kampen, daar onder andere waar onze moedige medeburgers gebruikt worden in de velden en in de mijnen. Maar de dienst is goed ingerichfc. Overal heeft het centraal koiniteit van Havre zich de medewerking kunnen verzekeren vaa gevangenen, die nauwgezet zelf zorgen voor da bevoorrading van makkers die op zeer grooteu afstand verblijven. a We moeten hulde brengen », zei onze staata» minister Cooreman, voorzitter van het werk, « aan onze « correspondenten », om de groote toewijding welke ze in de meeste gevallen aan dea dag leggen, zoover dat ze hunne persoonlijka belangen opofferen voor die van andere. Door alzoo te handelen, geven ze een heerlijk voer-beeld van onbaatzuchtigheid, den naam van Bel? waardig, dien ze met zoo'n reclitmatige flerheid dragen.» Mochten de woorden van den heer Cooremaa diegenen b» reifc r.v cricht zijn. Het zal liuu wcivci ' zijn.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De legerbode appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1914 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes