De legerbode

289 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 22 Septembre. De legerbode. Accès à 20 août 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/3775t3gj25/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

den Dlnsdag, Donderdag en Zaterdag verschljnende Dit blad is VOQR DE BELGISCHE SOLDATEN bestemd ; iedere compagnie, escadron of batterij ontvang~t tien of vijftien Fransche en Nederlandsche exemplaren. TE DRIE-GRACRTEN IN 1915 Een Roerende Episode Een van onze militaire geneesheeren, aie onlaiigs Werd gerapatrieerd nadat de Duitschers hem gedu-rende meer dan twee jaar hadden gevangen gehouden. heeft aan een vriend die het ons wel wilde mededeelen, een kort verhaal gedaan van de om-standigheden waarin hij, met nog een handvol van onze dapperen, gevangen genomen werd. De gebeurtenis dagteekent van einde Maart 1915, ougëveer ééne maand vôôr den bekenden aanval dien de Duitschers op Steenstraete richtten, met behulpvan stikgassen. Sedert eenigen tijdvertoonde hij een bijzon lere bedrijvigheid in den sector van de Yperlee, en bijzonderlijk in de richting van Drie-Grachten, waar hij moeite deed om over het kanaal te komen, dat daar de eenige scheiding tusschen de Btellingendér beide tegensireverswas.Onze troepen bezetten den linkeroever, te midden van de over-strooming, in stukjes loopgraaf die men moeizaam te midden van al het slijk had aangelegd. Te Drie-Grachten zelf, waar de brug vernield was, verde-digde een banika.de den overtoeht. De kelder van een klcine hoeve daar viak in de nabijheid, en die cJoor het bombardement was vernield, -diende tôt df hkïag en gevechtspost aan den commandant van de compagnie. Gij kent de stellingen, sehvijft ons een ge» tuige, aan wien wij het verhaal ontleenen. Wij bevonden ons, kapitein Yan de Patte, commandant Blanegarin en ik, in den kelder; pa een zeer hevig bombardement, dat reeds van 's morgens vroeg duurde, komt een granaat er midden in ontploffen en bedelft ons onder allerlei puin. Onmiddeilijk zegt commandant Blanegarin ons naar de dekkingen tegaan, die op de linker-zijde gelegen zijn, aan genen kant van het kleine kanaal dat langs den weg liep. Hij zelf begaf aich naar zijn machinegeweren, bij de barrikade. Wij slopen van granaatkuil naar granaatkuil, tôt aan een dekking die nog ongedeerd was, want op dat oogenblik reeds was de stelling geheel overhoop geschoten. De meeste dekkingen bestonden niet meer ; de oever, die geheel dooreen geschoten was, bezat geen de minste verdedigingswaarde meer. Voortdurend sloeg cen zeer hevig vuur van granaten van 10.S en 15 rond ons neer, die ailes vernielden, en van gra-naatkartetsen die boven de baan ontploften en aldus den weg aan aile hulp of aan allen terug-tocht afsneden. Het was een echt mirakel dat al degenen die zieh met mij bevonden niet in onze dekking werden gedood of gewond. Tegen het vallen van den avond verminderde het vuur een weinig en commandant Blanegarin, die reeds ernstig gewond was, gaf bevei al de beschikbare mannen naar de barrikade te zen-den, daar de machinegeweren buiten dienst waren gesteld. Daar op dat oogenblik eenige mannen er zieh naartoe wilden begeven, begon de vijand met maaiend machinegeweervuur den top van het taluds schoon te vagen. Wij lagen iaar plat op onzen buik ; de kogels floten 75 cm. fcoven ons hoofd. Plots gelukken de Moffen er in over de barrikade te komen, ondanks de bewonderenswaar-dige zelfopoffering van Blanegarin. Tôt driemaal toe zwaar gewond, had hij herhaalde malen ge- Kardinaal Mercier en de Duitschers In de kringen van het Vatikaan verzekert men dat het geschil tusschen kardinaal Mercier en da Duitsche regeering elken dag nog scherper wordt. Twee verslagen werden onlangs op het Vatikaan ingediend, sehrijft het blad Les Débats. Het eerste uitgaande van kardinaal Mercier, waarin 's Pausen aandacht wordt gevestigd op de schending van het kerkelijk recht door enkele Duitsche bisschoppen, die, toegevend aan den drang der Duitsche regeering, inbreuk hebben gemaakt op de kerkelijke rechtsmacht van den aartsbisschop van Mechelen ; het ander ingediend door de Duitsche regeering, die protest aantee-kent tegen 's kardinaals houding, wien men ver-:wijt zicli al te vinnig le hebben uitgelaten tegen de Duitsche overweldigers op eeucouferentie vaa *£cestelijke». weigerd zieh achter hét front te doen vervoeren. Op het oogenblik dat hij een voorgevoel had van den aanval, was hij tôt bij een grocpje gewonden gestrompeld, daar dicht bij, in de puinen van eene herberg en, met bloed bedekt, had hij hua gezegd : « Vooruit jongens, dat al degenen die nog een geweer kunnen vast houden, zieh met mij komen laten dooden. » Maar de Moffen hadden reeds eene voetbrug over het kanaal geworpen, en het gevecht was van korten duur. In onze dekkingen waren wij zelf in een oogwenk omsingeld, op den oever zelf onder enfileervuur genomen, terwijl andere Moffen er in gelukten door te sluipen heelemaal aan het uiteinde van de landtong waarop wij ons bevonden. Onze mannen hadden niet kunnen vuren zonder de onzen zelf te treifen. Op o minu-ten was heel de zaak gcregeld. Het bombardement had, overigens, dat wat er nog van onze mannenoverbleef in kleine groepjes aî'gezonderd, en daar het geweld er van ailes overtrof wat ik tôt dan toe gezien heb, ze half krankzinnig van angst gemaakt. Zoo worden we dus door den vijand in looppas over de. voetbrag medegevoerd. Ik duik naar be-neden op kans te verdrinken ; ik wordt wel wat hardhandig opgevischt en nu op weg naar de Duitsche loopgraven ; ze waren buitengewoon sterk, allen boven den grond gebouwd, met ge-pantserde knzematten : Een ontzaglijk werk, vergeleken bij 't geen we zelf op dat oogenblik hadden kunnen aanleggen. Men bracht ons eerst naar een klein gehucht op de baan naar Merckem, geloof ik. Wij waren aangevallen door twee compagniën van de 45* re-serve-infanterie-divisie ; wij waren nog slechts met een handvolletje weerbare mannen. De Minister van Oorlog betuigt zijne voldoening over onze Onderricbtingskampen Aïs gevolg aan het bezoek dat hij gedurende de laatste dagen der maand Augustus aan de kampen van Auvours en van Parigné-I'Evêque bracht, heeft de minister van oorlog aan luite-nant-generaal de Selliers de Moranville, zijne betuigenis van voldoeuing in de volgende be» woordingen gestuurd : Ik houd er aan u mijne groote voldoening uit te drukken over hetgeen ik heb kunnen bestatigen. Het onderricht der troepen, hun bestuur, de huishoudens, de lokalen, maken het voorwerp geener enkele bij» zondere opmerking uit. Het dresseeren der tuchtkompaniën en der A. K. der H.K. laat niets te wenschen over; deze laatste, die gekantonneerd zijn, geven geene enkele aanlei-ding tôt klacht van wege de inwoners die ik onder-vraagd heb. Het betaamt er de kaders geluk over te wenschen. De marche-kompaniën der instruktiekam-pen zijn zeer wel onderricht. De tevredenheid van den minister, voegde de luitenant-generaal L. I. G. er bij, zal voor ons allen ook eene aanmoediging wezen, die onze pogingen zal aanwakkeren, om voort te gaan op den weg der volmaking en om nog vollediger te verwezenlijken hetgeen het Belgisch Vaderland van ons verwacht. Nog aangaande de moord op Miss Cavell Enkele nadere bijzonderheden zijn ons aangaande den moord op Miss Cavell nog toege-komen.Toen de moordenaars hun slachtoffer in het gevang van St.-Gillis kwamen afhalen, was het o uur in denmorgen. Enkele ziekenverpleegsters, leerlingen van Miss Cavell, stonden aan de ge-vangenis ten einde haar voor de laatste maal te zien. Maar zij werden in hunne verwachting teleurgesteld. De beulen hadden voor de gelegen-heid een gesloten auto genomen. Toen de wagen verscheen, viel een der vriendinnen van de held-haftige ziekenoppasster in bezwijming. Te 6 uur keerde de auto terug en door het geopend portel bemerkte men den hoed vaa het ami sluclîtoffei' der Duitsche laffuai-d*» Rusland en Belgie • ——— Indrukwekkende Plechtierheid in het Belgisch Groot-Hooïdkwartier Op 18 September 1917 is kapitein Prejbiano, Russisch militait' attaché, aan het Yserfront, overgegaan tôt het uitreiken van verschillende eereteekens door de Russische regeering ver-leend, aan het hoofd van den Algemeenen Leger-staf en aan verschillende officieren van het Bel» gisch Groot-Hoofdkwartier. De achtbare vertegenwoordiger van Rusland heeft, bij deze gelegenheid, er aan gehouden da roenxrijke daden te herinneren van het Belgisch leger, waarbij hij gansch dezen langen oorlog heeft doorgebracht, van Luik tôt aan den Yser. Hij herinnert eveneens de geestdrift die er bij de legers van Galicië werd gewekt door de Bel-gische phalanx, wier auto-kanons men steeds in het heetste van het gevecht ontmoette, hetzij onder Brody, Brzezany ofTarnapol. Ten slotte bracht kapitein Prejbiano hulde aan den arbeid van de B'flgische werklieden die, sedert 1914, hun teehnische kennis ten dienste van zijn land hebben gesteld. In zijn geestdriftige slotrede, vatte de militaire attaché bondig het werk van Koning Albert samen en bevestigdede onwankelbare sympathie van Rusland jegens België. Hierouder den ttekst van deze treffende reda van kapitein Prejbiano : « Het is op een bijzonder ernstig uur dat Rus* land doormaakt, dat mijne regeering er aan gehouden heeft hare onwankelbare sympathie jegens België te bevestigen en aan een zeker getal officieren eereteekens toe te kennen, als blijk vaa dankbaarheid voor de diensten door hen aan het Russisch leger bewezen. Ik ben gelukkig en trotsch, dat ik door mijn regeering werd belast om u, Mijnheeren, deze nationale ordeteekens te overhandigen en het recht te hebben u de verzeltering te vernieuwen dat Rusland. ondanks aile opofîeringen, den strijd tôt aan het einde met zijn roemrijke Bondgenooten zal voortzetten. « Het Rusland van heden zal niet vergeten wat het aan uw edel land en aan uw roemrijken Vorst schuldig is. Luik, Dixmuiden, de Ysep zullen voor eeuwig in gouden letteren in het geschiedboek van den grootsten aller oorlogea gegraveerd blijven. <r Door zieh niet tevreden te stellen met den fol dien haar op het Westelijk front was aan-gewezen, heeft de regeering des Konings er her-haaldelijk aan gehouden Rusland ter hulp te komen ; door het de Belgische auto-kanonnen te sturen, die een zoo roemrijk aandeel in Galicië, tijdens de laatste tragische gebeurtenissen genomen hebben ; de Belgische arbeiders die in onze fabrieken werken, dat ailes zal een duurzamen band te meer blijven tusschen het Russisch eu Belgisch volk. u Ook kan ik u bevestigen, Mijnheeren, dat Rusland nimmer zijn verbintenissen jegens België zal vergeten. Terwijl ik u verzoek de broeder-lijke gelukwenschen van Rusland te aanvaarden, verzoek ik u. tevens een hoerrah aan te heffen ter eer van uw grooten Koning, van zijn leger en zijn volk ! » Tragische samenvallende Feiten Het gebeurt soms dat tragische feiten aardig samenvallen. Zoo vermeldt men dat de kapitein-commandant D..., der karabiniers, werkzaam bij het loopgraafgeschut, den 4 September j .1.. door een granaat aan het Yserfront werd gedood, en dat denzelfden dag dat dezes moeder het tijdelijke met het eeuwige wisselde. Nog een ander vreemd samentreflën : Onlangs werden op het Franseh front twee gebroeders door dezelfde granaalscherf gedood. Het waren de twee zonen van den ontvanger van belastin^ gen eener gemeente nabij de stad Lyon. Beide joDgens waren tweelingsbroedex-s en behoorden tôt de klas van 1916. Te zamen naar het front vertrokken, hadden beiden dapper hunne plicht volbracht en nooit elkaar vei'lalen. |Je dooti geif keçi't 2e met gesciieideo. 22 September 1917 Nirm-mer 47?

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De legerbode appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1914 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes