De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

308109 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 05 Fevrier. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 25 avril 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/599z030554/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

xtà «jraai°g&an£. jg»> M» !>**» Û3 VriJdag s r cttïnas^ »M5 vt "2S©ï"i£S>.- DE VLMMSCHE STEM ALGEMEBN BELG1SCH DAGBLAD I len volk zal ni et vergaan! Eendracht maakt mac ht! I'redactiebureel i PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. — De Vlaamschs Stem verschljnt ta Amsterdam elken dag des morgens ip vier bladzijden. Abonriementspr\]'s Yooruitbfttaling : Voor Holland eu België per jaar / 12.50 .— per kwartaal / 3.50 — per maand fX.'l5. Vocr Engeland en Fraukryk Frs. 27.50 per jaar — ïVs. 7.50 per kwartaal — Frs. 2.75 per maand. HoofdopsteUer : Mr. ALBERIK DESWARTE. Opstclraad s CYRIEL BUYSSE — RENÉ DE CLERCQ - Mr. LODEWIJK DOSFEL Mr. JAN EflGEN. — ANDRE DE RIDDER Voor ABONNEMENTEN wende men zich tôt de Administratie van het "blad: PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKONDIGINGEN wende men zich toi de Firnia J. H DE 8USSY, ROKIN 60, AMSTERDAM. ADVER.TENTIES : Sà Cents "per regel Korte Inhoud. Je M a d z ij d e : Voor d© Kunst. — E. Cox. Aan den Yser. — P. J. Bccker. Kleine Berichten. Over ,,De Vlaamsclie Leeuw." — Dr. A. Jacob Je b 1 a d z ij d e : Uit het Vaderland. Brieven uit Limburg. — Jaak Boonen. Uit de Kempen. De absolut© Kameel, — O. K. Plus que Parfait. (-5). — Cyriel Buyssc. 3e b 1 a d z ij d e : De Europeesche Oorlog. Brieven uit Parijs. — Wilma Knaop. Telegrammen. Tôoneel. — André de Biddcr iebladzijde: Iagezonden Stukken. Voor de Kunst. Wij moeten ons met angst afvragen hoe befc.ekonomisclie en intellektueeie leven van België terug zal opleven na het eiude van den. ver^hrikkelijken strijd, welke op ons grondgobied. gevcerd wordt door een tegen-ftander die ais ]>rinçiep liet terrorisme aan- illlcV. Zekçr iç het betrekkelijk gemakkelijk'* monumenten lier op te richten ; steden te lierbouweaï ; hruggen, wcgen, spoorwegen terug in crde te maken. Maar liet is niet voldoende de omlijsting van liet leven te hersftellen; liet i? noodza-kelijk dat hefc leven zelf verrijze. Zoo niet zal België het uitzicht krijgenvan ©en land door het oor-logsgeweld verwoest, ate in de verre tijden der barbaarsche invallen — iets wat zeker roeer in harmonie is met de Duitache kul-tuur-, dan deze eeuw van groote wetenschap-pelijke'onfcdekkingcn en de vrijmaking van het geweten. De beschaafde wereld kan on-itiogelijk ©en onderdrukken van het zoo le-vendige en eigenaardige nationale Belgi ;cke leven gedoogen, evenmin dat een land. het-v.elk een Gezell© en Verhaeren voortbracht, verandere in een woestijn, waarin een uit-geputte bevolking een plantenleven zou slijten. Want deze onderdrukking zou in aile landen een moreel nadeel veroorzaken; iets wat met een achteruitgang in den loop der ideeën zou gelijkstaan. België was, ter oorza.ke van zijn aard-rijkskundige Hgging, ec-n samenvloeiings-punt der Latijnsche en Germaansche be-schavingen. De 6amenvoegingen der internationale politiek hadden, per toeval, het vonder eene'r samensmelting deser twee groote en voornaamste Europeesche stroo-mingen bewerksteliigd, en België kon de uereld het voorb&eld geven van een zeer oorspronkelijk land, vraar de nationale geest met een zeldzaam gclnk had veten voordeel te trekken uit het feit dezer twee besehavingén, die in werkelijkheid zoo ver-scbillen en wier onderling wedijveren mu der voomaamste faktoren van den voorluit-gang is. Bij 't meerendeel onzer sclirijvèrs vinden wij de bekommernis van den latij?;-schen vorm, dezen onnavolgbaren vorm, r'ie ook het meest logische is, alsmede de ger-maaneche diepte der gedachte, haar ziu voor kleur en gevoel, en deze samensmelting van elementen heeft meesterwerken voort-gebracht, welke diep het leven weergeven, dikwijk de verheerlijking van het leven zijn. Ons land was nog niet rechtstreeks on stelselmatig een gedachteazaaier, verre van daar ! Ons volk miste die gevorderde ont-^tkkeling, welke wij oprecht bij de Noor-deivolkeren bewonderen ; ondanks t-alrijke pogingen welke bij ons a-angewend werden, had ons volk nog niet leeren lezen. Maar wij kunnen zeggen dat onze litteratmur Duitschland veroverd had en dat onae beroemdeFransch sohrijvende letterkundigen aïs Charles de Coûter, Verhaeren en Mae-fc^Tlinck niet minder bijval in het vaderland van Goethe oogstten, dan onze Via mi ngen, bijv. Stijn Streuvels, in Frankrijk bij het ontwikkelde publiek verwierven, hetwelk in hem een van deze frescoschilders zag, oie de inen&chheid op een goddelijke wijze ver-jfcaan.Onze schilders, onze beeldhouwers werden -bewonderd in Venetië, zoowel als te Mnn-Aen, Weeiien en Londen ; onze musici heb- ; ben de wereld rondgerreisd met onze meea-ters van de viooî en van het klavier. In eenige maanden tijds hebl>en de 4 ist idhtende en plun de rende legers- van Kaiser den rustigen tu in verwoest . n onze hoop blceide. Het Belgische uiife$B£esla£eHi uitfi^Putj vraaç^ een / schuiloord en hulp aan hen, die gisteren nog zijne bedrijvigheid, zijn rijkdcin en zijn niet te bedwingen willen tôt voorbeeld namen. En al de naties hebben in 't liarte de plotselinge leegte gevoeld, welke in de gedachtenbeweging ontstond door de ver-strooiing van dezen bedrijvigen korf. Wij, Belge n, kunnen geen oogenblik aan-nemen dat België Duitsch worde ; onze geest weigert zelfs te bedenken dat er een land ter wereld zij, dat niet aan onze zijde zou zijn omhet levensrécht en de vrijheid der kleinere volken te verdedigen. Maar zelfs indien onze bodem gezuivei-d is van de barbaarsche horden — zoo deden zij zich door hun optreden kennen —, de diepe wonden zullen blijven, en ons nationaal leven zal niet van den dag van morgen herboren worden, welke geldelijke schadeloosstellin-gen men ons ook aanbiede. De meest ver-koelde harten kunnen niet onverechillig blijven, na de danteske angsten, welke wij be-leefden en nog beleven zullen. Want deze slachting neemt toe, cnverzœnlijk, krank.-zinnig, monsterachtig, elken minuut, elke seconde... De puinen en de rouw stapelen zich op en zullen voortgaan zich op te sta-pelen, waarsohijnlijk nog verschrikkelijker dan zij tôt hiertoe waren, zonder dat uit aile ed'elmoedige borsten in het Heelal een luide kreet vau protest opgi, en men eindelijk aan deze vandalen de stilte oj>legge alsmede den eerbied der rechten van de ne-vennaaste, de bescherming van het nien-schelijke leven, volgens de eenvoudigsto regels van het menschenrecht. Wij twijfelen niet aan de wiisk.'acht cnzer kunstenaai"s, onzer denkers. Mij v-'Cten dat zij hun nooden zullen te boven komen en dat hun werken van .morgen ons ziilien wroken door ons beroemder te maken. Maar lioevele opkcmende krachteu heeft het, ooiiogsgeweld niet vernielcî ; hoeveel werken werden niet in de kiem gestikt, en voora-l cnroogeUjl: gemaakt? Het is tijd dat Gods zwaard den wilden tocht der heiligschennera tôt staan brenge! EUGÈNE COX. Advokaat bij het Beroepshof te Brussel. Aan den Yser. Wij ontringeri het gedicht ,.Aan den Yser", door P. J. Becker opgedragen aan Zijne Excel-lentie Baron Alb. Fallon, gezant van België te ;s-Gravenhage. en het verzoek het onzen lezers aan te bieden. Gaarno voldoen \vij aan dien wensch. Gij dapp're fiere Vlaarnsche leeuw, Bezield met heldenmoed, Nog eens geeft gij een schrik'bre schreeuw. Bewakend goed en bloed. Te lang reeds heeft men TJ getard, Met . liât én knechterij. Te lang reeds was uw klauw verward, Maak nu haar weder vrij. Men daciit, 't was met uw kracbt gedaan, Gcbroken was uw uiacht ; Gij liet hen ru&tig in dien waan, V'ergaârend niêuwe kracht. Men ziet het aan den Yser thans, 3oms roodgekleurd van bloed, Sij vreest nog geen Uhlanenlans, Maar vat ox>nieuw steeds moed. Grij wilt, het koste wat het wil, Er boven op, of onder. Al hieldt g' U ook een wijle stil, Wij zien nu -t groote wonder: jij ■n ijkt niet, hoe de vijand dreigt, Maar sluipt steeds naderbij, Hoezeer g' ook van verinoei'nis hijgt, Sewond aan boret en zij'. [Jw Koning sprak tôt TJ, vol trouw : ,TJw woonsteê is verbrand. Bet land verkeert in smart en rouw, [s' bijna overmand". ,Strijd voort! Herneem wat m1 U ontstal, 5n doe den vijand vliên. Hen wil uw algeheelen val. jetemd wil men TJ zien". ,0, Vlaarnsche leeuw, hef op uw kop!" 5n overal in 't ronde, kVeerklinkt dan door 't geweervuur heen >teeds: „Leuvenl Dendermonde !"• tfaar boven ailes hoort mijn oor, Jet welbekende, schoone koor: ,Zij zullen hem niet temmen, j 5oolang een Vlaming leeft, : Soolang de leeuw kan klauwen, Soolang hij tanden heeft". P. J. DECKER, October • Amsterdam, —— 1914. yovember, t Kleine Kroniek. De Rederijkerskamer ,,De Heilige Ceest" te Brugge. We hebben het inziclit enk.ele folkloristisclie stukjes, die aan de geschiedenis onzer Vlaamsclie gemeenten verbonden zijn, te geven in ons blad. Dit is het eerste. Eertijds bestond te Brugge een rederijkers-kamer die haar naam eu kenspreuk ontleendé aan een wondenbare gebeurtenis. Op zekeren "Witten Douderdag zaten teu hui-î ze van Jan van Hulft dertieu Bruggelingen vroom .te praten over het godsdienstige feest, toen opeens een duif kwam binnenvliegen met in den bek de zinspreuk Myri tvercfc is hcmel* lyk. Haar spreuk en blazoen had de Brugsche Kamer aan deze gebeurtenis te danken. In het huis waar zij had plaats aehad werd jaar-lijtks een herdenkmgsmaal gebouden, waarop een gedicht werd voorgelezen op het lijHen van den Zaligmaker en den gildebioeders zoetgemaak'-ten wijn werd voorgezet. Dit feest liad plaats op den Donderdag voor Pasclien. Op een bo%rd in de eetzaal van de broederschap kon men nocr op ;het einde van de zeventiende eeuw de namen van de dertien mannen lezen, die liaddcn deelgenomen aan het vronie gesprek. Durtsche humaniteit. Onder het hoofd ,,Grenzen onzer humaniteit" komt een schrijven in de ,,Kreuz-zeitung" er tegen op, dat de Duitsehe re-geering moeite doet, om de bevolking van het bezette gebied voor verhongering te be-waren.,,Op kosten der Duitschers eene bevolking te onderhouden — zegt de schrijver — waarvoor de mogelijfcheid bestaat, dat zij," afgezien nog van liare eigen regeeiing en; bondgenooten, door de neutrale landen kanj worden geholj^en, zoude niets minder daii4 waanzin beteekenen." En verder, na gewezen te hebben op de belemmering door Engeland ten opziclite van den graantoevoer : ,,Tegenover znlk een misdadig streven kan niet dikwijls en luid genoeg verkondigd worden, dat een. Duitsch soldaat zijn riem uit noocî ook niet het minste dichter aan moet. snoeren, vôôr tri al ter de daarvoor bezette 8treken aan een hongertyphus zijn prijsge-ocvtn."Belgen, ontlioudt het. België en Japan. Wij hebben het genoegen, hieronder een fragment over te nemen, van een brief, den 26sten December 1914 geschreven door den heer Emile Couteur, consul van België te Kobe en hier den lsten dezer aangekomen. ,,Overigens doe ik mijn best om een ac-tieve pers-propaganda te maken, teneinde den.stroom van sympathie te verbreeden, die zich in geheel Japan openbaart voor ons lij-dend en vertreden vaderland. Ik houd mij eveneens bezig met het inzamelen van gelden voor onze gekwetsten en andere landgenoo-ten in ballingschap. De Japansche pers maakt onophoudelijk met, lof melding van de daden van onzen grooten Koning, wiens offerzucht en zeld-zamen moed zij bewondert." Beiangstelling uit hee! verre landen.. . Indien het nog moest vastgesteld worden hoe groot de sympathie is, die; voor onze arme landgenooten in aile landen brandt door de zielen, zou een nieuw bewijs te vin- ; den zijn in het nieuws dat ons toekomt uit Crisfcobal (Panama). Een Nederlandsche ; dame heeft daar in 't veiTe Amerika, met ! de hulp van hare zoontjes, boeken, tijd- | schriften en kleeding voor de Belgische vluohtelingen en geïnterneerden verzameld. Deze gift is ter beschikking van de af4ee-ling Amsterdam van het Algemeen Neder-Iandsoh Verbond gesteld. De eerste kist is op weg; andere zendingen volgen. De di-rectie der Kouinklijke Nederlandsche Stoom-l>oot Maatschappij (Ivoninklijke West.indi-ache maildienst) heeft zich dadelijk welwil-knd bereid verklaard de zending vrij van vracht af te leveren. Hoe heet men zulke fiandelwijze. De ,,Westminster Gazet" vertelt het vol-^endc nopens de Duitsche officieren te Dostende legerend : De commandant bood voor eenige dagen )en feestmaal aan zijne officieren. De go-neraal weigerde de kosten ten beloope van î7,500 frank, te bétalen, maar gaf den bur-jemeester van Oo6tende bevel die 37J dui-:end te betalen, zooniet zouden 10 der bizon-ierste burgers vastgezet worden. En wat de Pruisische officiers hadden ver-îten en gedronkon mocht de .stad betalen. En dan komen Duitsche bladen met ang-tig-vreeeelijk gezicht vertelleh dat Duitsch-and niet langer, België eteu kan ver-ichaffen ! 1 Voorhistorische ,,Kultur". In het ,,Algemeen Handeleblad" van 2 dezer troffen wij den voigenden slotzin, met betrekking tôt een aan de ,,Vorwarts" ontleend verhaal over de behandeling vaii een Engelsohen krijgsgevangene in Duitsch-land : ,,Uit dit verhaal blijkt, dat in het Duitsche gevangenkamp de onderofficieren met een zweep rondloopen, om de gevangenen onder appel te houden, en daar van ook ge-brnik; — of moeten wij zeggen misbruik — maken.'-' Het wil ons voorkomen, dat de zweep niet tôt de militaire attributen behoort en zelfs Michel niet verstandig doet, cultuur-historisch terug te 6pringen naar de tijden van Uncle Tom. Overigens kunnen wij het ons wel verklaren, dat wie geen gezag kan uitoefenen door moreel of maatschappelijk overwicht, zijn toevlucht neemt tôt ge-weldpleging — voor zoover hij zelf geen ge-vaar loopt... Hunne eischen zijn al veel verminderd. De correspondent van de ,,N. C." schrijft uit Veurne aan zijn blad : ,,Meer en meer kom ik tôt de overtvdging, dat de Duitschers door een forsclien slag hopen een zoodanig succès te liebbenj dat het hun mogelijk maakt een gunstig compromis te erlangen. Hieruit zou dan ook verklaard moeten worden hun optreden ter zee met hun duikbooten. Deze meening steunt op feiten, die ik waarneem, en uit de stem-ming der krijgsgevangen Duitsche officieren. Van verplettering van Éugeland en Frank-1 ijk spreken ze niet meer. Ik vrceg enkelen hunner wat ze dan dacli-ten met België te doen? Hierop was hun antwoord, dat zij dit niet alleen te beslissen hadden. Wanneer slechts de Duitsche han-del en industrie weer kou herleven, zou men al zeer tevreden zijn, meende een zoon van een fabrikant uit Gronau. Hij zelf was vrijwillig in dienst gegaan bij de genie — hij is ni. werktuigkundig ingénieur — om-dat de Duitsche industrie in de eerste plaats door dezen oorlog bedreigd werd." Dus niets anders meer dan de zekerlieid dat hun handel en nijverheid zullen herleven.... Zag geheel het Duitsche volk dat eens klaar in, wat zou er niet gebeuren ? Ze meenen het waarlijk al. Te Brussel is er spanning tusscheu de Duitschers eu de Belgische Balie. Heerschap Von Sandt, het hoofd der Duitsche bureel-krabbers, maakte voor eenige dagen aan meester Theodor Léon, Volkevertegenwoor-diger te Brussel en stafliouder der Orde, een klacht over tegen een Brusselsch advocaat wegens nalatigheid in het beheer van be-Iangen, heni door een Dusseldorfsch huis toevertrouwd, het slot echter van Von Sandt's brief verklaarde, dat moest de be-schuldiging gegrond blijken ,,het• keizerlijk ,,gouvernement verplicht zou zijn andere ,,maatregelen te nemen om de Duitsche bc-,,langen te vrij waren". Mr. Theodor heeft zoo 't behoort op deze bedreiging geantwoord. Na protest getee-kend te hebben tegen die beschuldiging, verklaart de Stafliouder : ,, — De Belgische balie gaat er groot op, ,,in het uitoefenen van zijn edel ambt, al-,,leen aan zijn geweten te gehoorzamen, ,,te spreken en te handelen zonder haat eu ,,zonder vrees, te blijven, wat er ook nit voortspruite, onversaagd en onlaakbaar. ,,Laat me toe er bij te voegeu dat de ,,balie geen administratie-lichaam is, maar ,,wel een zelfstandig en vrij organisme. Door ,,de wétgeving, nevens de rechters geplaatst „om samen met heu het gemeene werk der ,,rechtvaardigheid te bewerkstelligen, door ,,eeuwenoude tradities beschermd, kan de ,,balie nocli voogdij noch toezicht van welke ,,politieke macht ook dulden. Zelf stelt zij haar levenswijze en hare inricliting vast ; ,,en ontvangt van niemand noch bevelen, ,,noch aaumaningen. ,,Deze vrijheid zonder banden, oefent zij ,,uit ni«t ten voordeele harer leden, maar ,,ten bate van hare zending. Zij wekte ,,in haren schoot meer tucht dan hoovaar-,,dij; zij schiep een streng wetboek over ,, ambtseerl i j kheid ,,Door het vertrouwen mijner confraters ,,aan het hoofd der balie van de Belgische ,,hoofstad gej^laatst, zou ik aan mijne drin-,,gendste plichten tekort schieten, eischte ik ,,onze voorrechten, thans bedreigd, niet op ,,tegenover een vreemd beheer met dezelfde ,,eerbiedige vrijheid als we 't zouden doen ,,tegenover een Belgisch minister!" j Dat is een onvervaard antwoord ! ] Maar waarlijk, voor wie 't bedenkt zou je i niet meenen dat de Duitschers reeds de op-perbazen zijn in België en ook van ons volk een bang slayenvolk zuHen ma-Jven. ênulleni i: Weldadlgheid. Wij hebben het bezoek ontvangen van d< heeren gebroeders Kessner, die ten bate var het Beigisclie Roode Kruis gravures ver koopen, de verschrikkelijke verwoestingei van Leuven ei. van Dinant voorstellende Het zijn pijnlij.ke maar overtuigende bewij zen van ,,Duitsche cultuur". Dat de Relger en onze noordelijke breeders, de Nederlan ders, den Samaritaanspenning voor eer werk van barmhartiglieid over hebben, ah zij cle gebroeders Kessner in de vervullinc van hUÙ ATijwilligen liefdadigheddsplichî ontvangen of "ôîlfeaioeten zullen. Verscliillen-de Anisterdamseh"ë> schouwburgen liebber hun vrij en toegang V^rleend. De heer Var der Aa, consul van Beîgië te Amsterdam, heeft zich willen belastenl de opbrengst var den verkoop der vermelaje jj;avur<fs aar hare bestemming te brengen Van Vlaamsch© fiorheid. De Duitsche grooten, zoowel als de Duitsche kleinen, schijnen liet bij zonder op prijs te stellen, door cle bevolking van ons ver-overd Vaderland te worden gegroet. Er wordt hun al zoo wainig eer Ijewozen door de beschaa,fde wereld, dat zij maar besloten hebben den. schijn te redden en per procla-matie de bevolking van België te verplich-ten elken vertegenwoordiger van '6 Kaisers oppermachtige figuur te groeten in vollen deemoed des harten. En zoo gebeurde het, dat eenigen tijd ge-leden te Meenen aangekondigd werd, dat voortaan aile burgers den Duitschen officieren en soldaten hulde zouden moeten brengen. Het bevel was gegeven en, weest gerust, uitgevoerd zou het moeten worden ! De Pruieen hebben er slag van om hun wil door te drijven ! Maar, ditmaal hadden zij buiten onze dappere Vlaamsclie broeders gerekend ! Want 's anderen daags liepen al de Meenena.irs blôotahoofds, onder een plas-senden regen ; doornat, met druipende haren, maar met opgeheven hoofd, in de fiere trotschheid van vrije Vlaarnsche zonen ! Zie onze telegrammen én laatstelegecberichfen op de derde biadzijde Éser „Sb Vlaaische Leeaw" Zij zullen hem niet temmen Den fieren Vlaamschen leeuw Al dreigen zij zijn vrijheid Met kluisters en geschreeuw. Zij zullen hem met temmen, Zoolang één Vlaming leeft, Zoolang de Leeuw kan klauwen, Zoolang hij tanden heeft. Zij zullen hem niet temmen, Zoolang één Vlaming leeft, Zoolang de Leeuw kan klauwen, Zoolang hij tanden heeft. De tijd verslindt de steden> Geen tronen blijven staani De legerbenden sneven : Een volk za] niet vergaan. De vijand trekt te velde, Omringd van doodsgevaar Wij laclien met zijn woede, De Vlaamsclie Leeuw is daar. Hij strijdt nu duizend jaren Voor Vlaandren's dierbaar lot. En nog zijn zijne krachten In al haar jeugdgenot. Als zij hem machteloos denken En tergend met een schop, Dan recht hij zich bedreigend En vreeselijk voor lie» op. Wee hem ! den onbezonnen, Die, valscli en vol verraad, Den Vlaamschen Leeuw komt streelen En trouweloos hem slaat. Geen enkle handbeweging Die hij uit 't oog verliest, En, voelt hij zich getroffen, Hij stelt zijn maan en briescht. •Xr Op 22 Julie 1847 dichtte de Gentse too-îeelschrijver Hippoliet van Peene îet bovenstaande lied, dat bestemd was om iens het nationale lied der Vlamingen te vorden. Van Peene stond toen in het middelpunc 'an het Vlaamse tooneelleven te Gent. Tôt ;iiji knn« j^eho^orcien o. », de toençiaaLB gççr geprezen tooneelspeler K a r e 1 O n d e r e e t en de jonge musicus K a r e 1 Mi ry. In het begin van Augustu>, op een gc-zellig avondje ten liuizc van Van Peene, merkte iemand op, toen het gesprek op het Volkslied kwam, hoe jammer het was, dat de Vlaamse Beweging geen strijdzang en het Vlaamse volk geen nationaal lied be-zaten. ,,Vàn Peene luisterde met aandacht terwijl hij gedurig, zooals 't zijn gewoonte w-as, zijn bokkenbaardje streelde"» Hij dacht bij zichzelf aan de verzen die hij enige dagen te voren gesohreven had. ,,Drie dagen nadiên" verhaalt E dmond Lauwers, een jongere tijdgenoot, ,,kwam van Peene naar 't lokaal van Broedermin en 2'aelyvcr, het Gentsche tooneelgenootschap, nam- Karel Ondereet, die alsdan nog eene schoone barytonstem bezat, ter zijde en beiden trokken naar boven in de repetitiekamer. Eenige oogenblik-ic€.n later hooi^den wij boveugenoemde, onder de begeleiding van Van Peene die op zijn viool ^aan 't krabbelen" was, zoo als . hij het zeidé, het lied beproeven. Wij luis-tei-den naar dieiï-in den begin ne onverstaan-baren zang — Van Peene speelde de viool, ja, maar niet zooals ' -Vieuxtemps of Paga-nini — die ons al langs"bf/r ?neer begon te bevallen. Door nieuwsgierigheiti -j'^nigedre-ven, trokken wij met eenige leden ilavr boven. ,,Is er geen belet" vroeg de oude E?' felinck. ,,Binnen," antwoordde men. .gWat is hier gaaiide?" sprak vriend Gustaa^ Ver-haeghe. ,,Hier is gaande", antwoordd« Karel Ondereet, ,.dat Van Peene eenen volks-zang gedicht heeft met muziek van zijnen neef Karel Miry, een lied dat binnen eeu-wen nog de Vlamingen in geestdrift brengen zal!" Een uur later deden wij met on-geveer 20 leden, en voor de eerste maal ,,De Vlaamsclie Leeuw" met voile stemmen in de lucht weergalmen."'' Het verhaal — uit het Gedenkboek (1887) van Lauwers — werpt een eigenaardig licht op het.ontstaan van het lied der Vlamingen Vooreerst eohter bleef de nieuwe strijdzang slechts in engere kring bekend. In de Gentse straten weerklonk hij voor het eersfc op 13 Augustus, toen bij gelegenhoid van Van Peene's zes en dertigsten verjaardag Broedermin en Taelyver de tooneelschiijver een-serenade bracht. Lauwers verineldt, dat liet lied ,,eenen onbeschi-ijfelijkeu geestdrift verwekte en onder donderend handgeklap herhaalde malen werd toegejuicht en gebis-seerd."Echter eerst in liet volgende jaar zouden de Februari-gebeurtenissen te Parijs, die ook in België grote onrust hadden gewekt en t-alrijke krijgshaftig gestemde îiederen deden ontstaan, ook de Vlaamse Leeuw meer naar voren in de opeubare beiangstelling dringen. Op 27 Februarie, op een toneeluitvoering van Broedermin eu Taelyver, wordb in de zaa-1 verlangd dat het lied op het toneel zal worden gezongen, ,,maer de politie," lezen we in een blad uit die tijd, ,,den inhoud van dit schoon nationael volkslied niet kennende, heeft verzoeh^«-k—■ msn er voor dit mael zou ven afzion, aan alsdan ook zonder tegenstreving iv rr^n hoorzaemd. Wij hopen dat het welhaest iu Gent algemeen bekend en gezongen zal worden." De geschiedenis van de populariteit van cle. Vlaamse Leeuw, hoe hij het Lied der Vlamingen is geworden, is nog niet geschre-ven. In 1848 en de eerste jaren na zijn ontstaan had het te kampeu met S n e 1-1 a e r t's ,,Krijgslied" en. De L a e t's en Belpaire's ,,Vaderland", beide uit 1848; het eerste was te Gent, het laatste te Antwerpen zeer populair. Maar een strofe als de volgende, uit het .,Kryslied" : Welaen. Kameraden, ten stryde j^esneld ! Voor vryheid en eere gevochten î Gr}Tpt moedig het wapen, geen v^yand geteld. .Hoe velen u aenvallen mogten ! En roepen wy moedig het Vaderland aenï Dat durven de vlaemsche gezellen bestaen: en een ,, Vaderland "-strofe als: Kom, ontrol den leeuweustandaert î OpI voor Vorst en Vaderland! Kom! de vrijheid van den landaert Ï6 bedreigd met 6inaed en schand! Op ! staet op ! by krygsgsdommel, Kom! Broeders naer het veld! Luistert, ginder 6laet de trommel Die ons reeds de zege meldt! O Vaderland! o Vaderland! Aen u myn hart, aen u myii' hand ! O Vaderland! o Vaderland! D heilig Vaderland! zijn tezeer uitingen van de zeer bizondert stemming die in 1848 heerste, dan dat de Iiederen waaraan zij ontleend zijn zich met-tertijd konden handhavén : ■ > de Vlaaiusô LeeuWi 1 à. JACQ&

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection