De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

379064 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 28 Octobre. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 18 juillet 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/8g8ff3n13h/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

[ £erste Jaargang No. 233 Donâeraag, 2® Octoioer 1915 S ceiî| ■ DE VLAAMSCHE STEM ien volk zal met vergaan! ALGEMEEN BELGBSCH DAG3LAD Eendracht maakt i|R| RCDACTIE- EN ADIÏIINISTRATIEBUREELEH i PALEISSTRAAT 31. boïenhuis, AMSTERDAM. Telefoon No. 9922 Noord. Onder leiding van RENE DE CLERCQ en Dr. A. JACOB. ABONNE11ENTSP.RIJS (bjj vooruitbetaling): Voor Nederland pu jq.u , — per kwartaftl gld. 1.75 — per maand gld. 0.75. Voor België, Engeland, PranS|H on andere landen dezelfde prjjzen, met verhooging van verzendmgskosten (2U uci^H per nummer), A DVERTENTIES 20 Coiit per regel. h Resntvaardiging van net tasche eîasidpuaî. De Nieuwe Amsterdammer" beyat, van de liand van der Vlainingen oude vriend, den Heer L. Simons, een merkwaardig jjoofdartikel, waarin de schrijver een on-derzcek doet naar ,;Het Laatste Geloof" Jeœr tijden. Dit is meent hij, liéfc Nationalisme. „En 1 gla we verder-. onderzoeken wat de offer-vaardigheid voor dit nationalisme zoo sterk maakt dan komen wij tôt de kern van zijn wezen, en vinden aïs laatst Geloof: het Zelfbehoud. Wij willen'ons zelf zijn. En wij gevoelen allen dit het best en sterkst te knnnen blij-vcn binnen de sterkte van den National en Staat. Het is nièt voor het h-bstract begrip vende Satie, nie t. voor het scam h o'origheids' Içyrip van den Staat, dat men ziefi doode/i laat en doedt, maar voor den triumf en- de onfffhmkelijliheid van het eigen wezen, dat iaarmet vervlochten. is. Deze oorlog is de glorifieatie van het op-perst Individualisme. Voor de Renaissance liet Individu tôt iclfbcwustzijn teruggevoèrd had," waren de meeste légers huurlegers in dienst van Vorst of Land. En pas in de 19e eeuw, toen het individualisme zich openbaarde in het de-mocratisch streven : ,,om van èlk wezen in het oroot volksgeheel een ikheid te maken", werd het léger meer en meer volksleger en begon ieder medestrijder te gevoelen hoe zijn kil besloten lag in dei handhaving van zijn cigeo Gemeenebest. Jîet is dit demqcratisch nationalisme, dat heb demccratisch internationalisme verslagen heeft. Maar ditzelfde democrcitisch nationalisme maakt ook voor altijd, in de toeko-'/nst, elke, fritieke overheersching va>n het eene volk over het ander tôt de m&est omtaibiele jnachtsjjositie ter wereld. He."b stelt als nood-zakelijkheid vast: eerbiediging van zijn on-bedwingbare, explosieve kracht. Het doemt elke wereldheerschappij tôt een onvermijde-lijk einde: Het zelf geloof en zelfbesef der ydkercn met wezenlijk onderscheideme eigen-hid is nièt te temme-n; het nationaal indivi-dualwne wil geëerbiedigd zijn als het per-mniijk zelfbesef. (Deze) kracht, die zich zoo onverwacht en op eigen wijze geopenbaard heeft, werkt voort. Het laatst Geloof, dat in zoo bloedige offtf's zijn onv&rwoestbaarheid bewijst, zal de reddmg van E wropa. blijkm, als het een-maal verstaan wordt, en zich openbaren kan in zijn reëeler vorm: eener eenheid in ge-ttrbiedigde verscheidenheid en pcrsoowZijk-htid".Dit artikel nu komt ons voor de meest volmaakte rechtvaardiging te zijn van de door ons blad voorgestane politiek, dio ons Dcg onder de oogen gekomen is. Ook wij Vlamingen voelen dat wij ons niet »voor het abstract begrip van de — Belgi-6che — natie, niet voor het samenhoorig-heidsbegrip van den — Belgisohen — Staat, kunnen en mogen laten dooden", maar dat liet resultaat van deze worsteling moet zijn de eerbiediging van het nationaal individualisme 66k van het Vlaamschc volk. Ook wij, Vlamingen, meenen, dat het democratisch nationalisme, dat sedert de middeleeuwen in het Vlaamsche volksbe-v?ustzijn is ingeworteld, in de toekomst ook ^ machtspositie van den Belgischen Staat als instrument ter pol'itieko overheersohing ■van Vlaanderen door Wallonie een... zeer „onstabiele" zou makon. En als wij, ten slotte, Zelfbestuur binnen ^et Belgische Staatsverband beide voor Vlaanderen en Wallonie wenschen, deen *'ij niet anders dan een politiek middel aan-*ijzen waardoor de Belgische Staat een ,>çenlieid" kaoi blijven in geëerbiedigde ver-^heidenheid van de persoonlijkheid der beide iu hem levende volkeren, en werken ^.'j aldus, op onze wijze, mede, aan de ver-^erkelijking vam het Laatste Geloof, dat 18 : aan de Redding van Eui-opa- H. JAPICKX. Bostuuriijke Schsiding. ï,: nummer 231 hebben wij melding gc-ftauht van het eerste artikel van mr. Van -'•■ii' flaert over Bestuurlijke Scheiding, en ons voorbehouden daaroj) terug te *°>hen. Intusschen ontvingen wij van een onzer (lnd'jeno'ote?i het volgende siuk, dat ter yedachtenbepaling alreeds dienen ^eoâter Vaji Cauwelaert awaait de plak. dat de kwestie der bestuurlijke scheiding ,,zonder het consent van de VlaaShsclie ge-meenschap gesteld is". En zonder eenigo aarzeling, omdat hij het doet met voile helderheid van inzicht", bevestigt ,,liij" dat op dit cogenblik de eisch van bestuurlijke scheiding ontijdig, onnuttig (nutte-loos) en verderfelijk i6 en dat bestuurlijke scheiding in den eigenlijken ziii van het woord onnoodig is om aan de Vlaamsche bevolking, , in een vrij en grondwettelijk* België, zooals het was voor den oorlog, de volheid van hare levensrechten en van haar geestelijke en economische ontwikkeling mogelijk te maken/' Wie dien zin met aandacht leest moet er uit opmaken dat volgens van Cauwelaert Vlaanderen's recht niet eens een grond-wetherziening meebrengt. Meent hij dat werkèKjk? Dan kent hij wel uiterst weinig van de Vlaamsche Beweging. Er zijn — wij weten het — wel Walen geweest die onder de leuze ,,bestuurlijke scheiding" eigenlijk een politieke verdeeling van België beoogden. Doch ook een Waaî, de heer Jennissen, heeft de bestuurlijke scheiding uitsluitend al6 een element in den taalstrijd klaar bepaald in de volgende rege-len (ik resumeer): ,,Er zijn drie wijzen om de taalkwestie in België te règelen: 1.) de tweetaligheid, 2.) het Fransch al6 algemeene taal zoo-wel van Vlaanderen — naast het Neder-landsch — als van Wallonie. 3.) De scheiding.. Deze scheiding omschrijft hij aldus (let-terlijke vertaling): ,,Als gij gelijk hebt, dat Vlaanderen weer ,,geheel Vlaamsch moet worden — dit lafid ,,is toch zoo weinig, zoo oppervlakkig ,,Fransch — waaroin zouden er dan geen ,,maatregelen genomen worden om het lot ,,van Wallonie te verzekeren ?De Vlaamsch-,,gezinde theorie — die ik om vele redenen ,,aanneem, o.m. omdat ik demokraat ben, ,,stelt de territoriale status tegenover de ,,personeele status van vele Vlamingen die ,,zich enkel uit zelfzucht willen verfran-,,6chen. Nu, wat in Vlaanderen waar is, ,,moet liêt, volgens het beginsel van vader ,,Kant, insgelijks in Wallonië zijn... Ik ,,wil dat het Vlaamsch eene vreemde, over-,,bodige taal weze in Wallonië." , ,Dit is de b e s t u u r 1 ij k e s c h e i-d i n g."^ En hij voegde er nog aan toe — aldus goed het onderscheid aangevend: ,,En waarom zouden Avij ook de }x>litieko scheiding niet voltrekken?" Over een politieke scheiding werd nog niet gesproken en de Vlamingen hebben er tôt nu toe niet voor geijverd. Zij hebben zich beperkt tôt den eisch van t a a 1 h o m o g e n e i t e i t der tw.ee Belgische landsdeelen. Maar daartoe moet art. 23 der Grondwet Avorden herzien. Dit artikel, een laatste overschot van den haat tegen het Neder-lahdsch, een der wortels van de revolutie van 1830, waarop in den laatsten tijd de Franschgezinden zich beriepen in hunnen strijd tegeu de Vlaamscîie eisohen, dit artikel moet plaats maken voor een ander, waardoor het Nederlandsch als de landstaal voor de Vlaamsche gewesten en het Fransch als de landstaal van Wallonië wordt uitee-roepen.Dit beginsel, eenmaal aangenomen, moet in aile staatslichamen en andere rechtsin-stituten worden doorgevoerd: de Universi-teit van Gent moet vervlaamscht worden, de laatste onderwijswet moet aan de herziene grondwet aangepast worden, hier en daar moet misschien de grens der rechterlijkc kantons herzién worden enz. Eens dat het beginsel is aangenomen, is dit ailes het werk van een Comité van uitvoering, dat binnen een bepaalden tijd ailes zal moeten doorvoeren onder contrôle van het parlement, maar gebonden alleen door de Ietter en den geest van het nieuwe grondwetsar-tikel.Zoo wordt dan in korten. tijd het geheele taalvraagstuk, dat al zooveel geharrewar heeft veroorza-akt, eens voor altijd opgelost voor zoover dat in een grensland als het onze mogelijk is. De bestuurlijke 6cheiding waarvoor wij strijden is dan ook niet, een stel uitgewerk-te hervormingen, maar een nieuw beginsel dat den grondslag van den staat zelve ste-viger moet leggen en dat de geheele wetge-ving zal doordringen ten voordeele van het Vlaamsche en het Waalsche volk, ter versterking van aller gehechtheid aan het Belgische rechtsgeheel, ten nadeele slechts van enkele Brusselsche expansionisten. Die bestuurlijke scheiding is steeds de wensch geweest van aile Vlamingen. In 1840 pleitte Jhr. Ph. Blommaert er voor. (Zie VI. Stem, nr. 229.) In 1846 schreef J. C. van Theelen:. ...,,Niets kan België dus van den ondergang redden dan eene administratieve scheiding van het G e r m a a n s c h (Vlaemsch) on het G ail i se h (Waelsch) gecîeelte van België. In aile landen van Europa, waêr evonals in België, twee of meer vcrschillende volken zich onder hetzelfde be^ind bevinden, bestaat er administratieve scheiding. In Rusland, bij voorbeeld, wordt de finnische volksstam in het finish Ijestuurd, en niet in het rii6sisch. (Do finnische krijgslieden onder anderen worden in hun tael lieveeligd..." (Nota bij Van Theelen's vertaling van Hof-kens werk over de Vlaamsche beweging). In 1856 was het verslag der Vlaamsche Com mifsie waaraan ook vader Conscience en Snellaert deelnamen, in den grond e-cn pleidooi voor bestuurlijke scheiding. In 1870 schreef Léo Van der Kindere: De eerste hinderpjen tôt de heropbeuring (van het Vlaamsch) is de Belgische Grondwet zolve. Hoedanig ook hare platoni6ciio verkla-ringen, omtrent het vrij gebruik der talen eigenlijk wezen mogen, Grondwet, trouw aan den geest die haar bezielt; is in den g^ond j anti-Vlaamsch., ■> _ J ♦ KMIUU^CII /ziuitru iwan iieuuun i hunne taal te gebruiken in aile omstandigihe-den des levens. Zij zullen Vlaamsch spreken in aile officieele vergaderingen en met aile over-heden ; lager-, middelbaar- en hooger-onder-wijs zal men in hefc Vlaamsch verstrekken ; Arlaamsche rechtbanken zullen bestaan van laag tôt hoog met Vlaamsche recliters en advokaten ; het loger zal ingedeeld in Vlaamsche regimen-ten en Waalsche regimenten; kortom, de officieele taal der Vlaamsche gouwen zal de Vlaamsche zijn". (Revue de Belgique 15 Decem-ber 1870.) In .1898 eischte de Vlaamsche Volksraacî herziening van art. 23 der grondwet. In 1906 ter geleigenheid van de 50ste ver-jarinig der ,,Vlaamsohe Commissie" gaven de heeren Frans van Laer, L. Plessei*s, en Bosschaert een boek uit ,,Het Vlaamsoh program" dat steunde op het princiep der taalhomogenieteit. In 1914 schireef ,,I>e Anaamsche Hoogc-school" : ,,Wij erkennen aan 't franskiljonisme geen recht op bestaan en nemen niet aan, dat de be-st^endiging van de oorzaken, waaruit het frans-kiljonismo groeit, van de omstandigheden die het ontwikken, gerechtvaardigd zij". (Do j Vlaamsche Hoogeschool, 4e jaarg. no. 3.) Steeds hebben aile Vlamingen betracht: In Vlaanderen Vlaamsch en ( niets dan Vlaamsch. De heer Van Cauwelaert die zoo sin'alend spreken durft over gebrek aan kennis bij 1 zijn tegenstrevers schijnt van de Vlaamsche traditie niets te kennen. Hij praalt met staatsmanszin ( ?) maar moet nog in de leer bij onze groobe voorgangers. En in dezien tijd dat sommige regeerings-personen hunne antipathie voor het Vl'aam-sche belanig niet meer wegstekeii ; In dezen tijd dat internationale machts-verhoudingen en overeenkomsten de kracht der verfransohing misschien zullen ver-grooten ; Nu meer dan ooit moet-.i v/ij er naar streven ineens de toekomst der Vlamingen als Nederlandsch-sprekend voùc te waarborgen. : Opdat wie voor België voohten geen ver-moord Vlaanderen zullen terug vinden. N. N. le Crisis in het Afiomeeii Idsilanisi IfcÉail Men schrijft ons van geachte zijde: B. De Consequenties. (I) , Ook de crisis in den Vlaamschen tak van den Ncderlandschen stam is, in wezen, een con-flict tusschen Volk en Staat(svorm). Is zij voor oningewijden eene verrassing: reeds lang voor den ooriog belioorde voor elk die zich van de ontwikkeling ' der Vlaamsche, Gedachto op d<3 hoogte hield, duidelijk te zijn 1 gcworden dat, te eeniger tijd, een uitbarsting A olgen moest : de Vlaamsche Beweging nader- ; de, langzaam maar zeler, tôt haar natuurlijk j eindpunt. i . In haar ctrste stadium ^ne taalbeweginrj in I vrij engen zin (wij spreken hier niet van de 1 , Beweging zooals zij door de grooto leiders als Willems en Conscience werd opge^'at. maar over haar populaire gedaante), werd zij, in een tweede stadium, alias eene algemeene cxdtuur- \ beweging. In het nastreven van hare cultuuiidealen j echter beepeurde de Beweging alras, dat de voornaamste liindierpaal voor de verwerkelijking lag in do bestaande wetten en instituten. ! Zoo wendde zich de Vlaamsche Beweging in een derde stadium. t-ot de politiek, wat des te gereedelijker ging, daar d.> Belgische politieke \ partijen er beiang in zagen zich wederkéerig ( tôt de Vlaamsche Beweging te wenden. < Zoo werd de Vlaamsche Beweging niet een poJitielce, maar eene verpolitiekte beweging; werkte zij zich niet op tôt eene eigen Vlaam- j sche Politiek, maar meende zij de . Belgische Politiek tôt bereiking harer doeleinden te kun- i nen gebruiken,... met het verrassend en ver- ( bijsterend resultaat, dat zij door en voor de -Belgische, anti-Vlaamsclie doeleinden misbruikt f werd. ^ De voornaamste leiders in dit laatste stadium der verpolitiekte Vlaamsche beweging waren drie vlaa;mschkundige en rederijke politieke . £ partijhoofdon : Van Çauwlaert. lcatholiek, t Frank, liberâal ; Huysmans, socialist. i De ontnuchtering was snel en volkomen. • Bij de behandeling van legerwet en school-wet bleek het karakteristieke in d© liouding • de'zer niannen, dat zij ,,door en do^r" i f Vlaamschgezind waren o]î aile uren van dag I en nacht, behcdve op die critieke moment en, ; > waarop er voor de Vlamingen iets kon bereikt i worden. i Dan, op die oogenblikken, was steeds de Vlaamschgezindheid ,,ontijdig" ; ,,inoppor-tuun" ; en onderwierpen zij zich gedwee aan : de fransquillonsche leiders hunner partijen. « In dit stadium waren echter de vrije, niet { aan de Staat gebonden Vlaamsche leiders en ] denkers eene nieuwe evolutie begonnen. . Zij waren tôt het inzicht gekomen, dat niet in personen; niet in toestanden, niet in wetten de oorzaak des kwaads gelegen was, maar dat juist het werktuig — het Belgische staats-wezen, — waarvan men zicli, naievelijk, tôt dusverre had willen bedienen om de gewraakte personen, toestanden en wetten te verbeteren, de eenige producent dier verfranschings-pro-ducten was. Reeds Vermeylen zeide het op felle en scherpe wijze, in zijne ,,Kritiek der Vlaam-solie Beweging!' ; de Raet op zijn beurt, sprak het duidelijk uit in zijn ,,Vlaamsche Volks-kracht" ; en ook Meert toonde zich, blijkens zijne uitspraken omtrent bestuurlijke scheiding, van deze inzichten verre- van afkeerig. De oorlog nu heeft, wat vo'ordien slechts m de leidende kringen der Vlaamselie Beweging knopte. plotseling tôt rijken bloei - gebracht. Geen wonder. s De oorlog toch riep de Vlamingen op tôt i verdediging van den tôt dusverre met zekere' £ goedmoedige onverschilligheid beschouwden bel- P gischen Staat. < Geen wonder, dat de Vlamingen zich begon- ( nen te bezinnen, waarvoor zij eigenlijk streden. Men worstelde om het belioud van den staat : r voclit men ook voor 't behoiul van het volk? s De vraag was wreed, zonder. twijfeH maar | noodzaketijk. Aanvarikelijk traehtten d«> Staat sche leiders >iot Vlaamsche volk gevust te stellen: na den î krijg zou ailes Pais ende, vrêe zijn..,3 | i geering zelf zich niet officieel uitsprak, de leidende Tegeeringskringen en regeeringsbladen in hunne officieuze uitlatingen zich vrijwel geheel op het officieele Fransche standpunt stelden : dat deze oorlog als een soort rassen-krijig van 't „latinisme" tegenover 't ,,germanisme" moest worden opgevat, en dat men, in uitgebreido kringen, tegenover de nationaal voelendo Vlamingen al even vijandig was ge-stenid als tegen den buitenlandschen vijand. Toen werd ,, spreken plicht". Zoo kwam de Vlaamsche beweging in haar vierdo huidige stadium, waarin ze tôt een politieke beweging evolueert, met eigen, van de Belgische politieke partijen onafhankelijk, Via amsch-n àti ona 1 istifecl i program: zoo ont-staat, duidelijk voor elk die niet willens blind is, eene Vlaamsche Nationale Partiî die, alleen en uitsluitend, . de nationale belangen nensclit te behartigen, en welker docl dus met h r t doel van het Algemeèn Nederlandsch Verbond identiek is, hoewel hare middclen, die politiek zijn, van die des Verbonds zullen blijven verschillen. Deze geheele ontwikkeling der gebeurtenis-sen was aan de in het verbond leidende per-goonlijkheden blijkbaar volkomen onopgemerkt v oori>jjgegaan. , Althans, èn bij het begin van den oorlog en nog thans? vind men in Hoofd- en Groeps-be-stuur niannen, die pleiten voor ,,ons Belgische sustervolk", en die in de meening ,,de Belgi-«he zaak te kennen", met de grootste gemoeds-l'ust spreken over ,,de Belgische volksziel" mz., — als of het niet bdhoorde tôt het a. b. c. van aile flaminganten (d.w.z. van aile Vlamingen in wie, naar het Verbondsprograni het V iaanischo .,nationaliteitsgevoel" tôt bewustr sijn gekomen is) dat er evenmin een Belgiscli ,,volk" als een Oo.stenrij'k-Iiongaarscli- of een Clroot-Britsch- of Ierlandsph volk bestaat; en lat de ,,Belgische volksziel", waaromti*ent do lieer Van Cauwelaert, in zijne Vlaamsch-ge-?sinde dagen, zich pxet zoo bit ter en snerpend >arcaame heeft uitgelaten, inderdaad slechts in Beulemans levende is. Deze schuldige onbekendheid met de latente Vlaamsche crisis, moest natuurlijk, in de actie ran het Hoofdbestuur ten opzichte van Vlaan-loren tôt voortdurendo venvarring leidèn. Dit blijkt duidelijk uit de tragiscll-comische inconsequentie waarin het Hoofdbestu/ur zich, in zijne houding tegenover Vlaanderen gedu-rende den oorlog heeft verward. Men vergeliike slechts de beide hoofdepisodes der Verbonds-actie.le Episode. Bij den aanvang van den oorlog ontstond rooral van Belgische zijde eene pressie, om liet Verbond zioh onomwonden, ten gunste van België tegenover Duitschland te doen partij îemen. Het Hoofdbestuur weigeitle. Terecht, naar )nS inzicht. Want de aan.val van Duitschland, hoe laa-k-laar ool<, was volstrekt niet tegen het Vlaam-iohe Volik en de Nederlandsche stambelangen ;ericht, <en braelit die ook, als zoodanig, geen schade toe. Het was eenvoudig een kwetsing van de souvereiniteit van den Belgischen Staat. Met het Staatswezen heeft et-hter een Stain-rerbond als zoodanig geenerled betrekking; en dus lag liet niet op den weg van 't Verbond, tegen de neutraliteits.schending als zoodanig to protesteeren : vooral niet, wijl er speciaal usschen den Belgischen Staat en het bewuste leel van 't Vlaamsche volk eene onmiskenbare ipanning bestond... In plaats van deze juiste motiveering gaf nen echter eene geheel andere en zeer onjuiste. Men beriep zioli namelijk op... de neutrali-eitsverplichting. die allen Hollanders en dus >ok het Hoofdbestuur in dezen oorlog was >pgelegd. Men. vreesde der Duitsche Regee-•ing en daardoor der subsidieerende Holland-jelie Regenring lastig of oraangenaam te zijn. Dit .motief ru was geheel onvoldoende. Het itaat vast, dat, ook in een neutraa-1 land, èn <n ; . het voMèddg recht beesit-en hunne sympathiën te uiten, zonder dat lit aan vreemde regeeringen aanstoot mag ' çeven. 1 Indien dus, volgens het Verbondsdoel, een i rotes t tegen de schending van stoffelijke of i • teestelijko belangen van 't Vlaamsche volk 'b.v. de verwoesting van Leuven) noodig of | ' îuttig ware geacht, had nimmer de wensch : 1er Hollandsche »S'taafs-vertegenwoordigers le vertegenwoordigers van den Nederland-chen Stam mogen terughouden onafhankelijk ■an elke politieke consideratie hun plicht (bin-icn de .wettelijke grenzen) te volbrengen. Zoo gaf deze, in zich-zelf juiste eerste beslis-ing, door de onjuiste motiveering, aanleiding ot zeer emstige aanv>(len, die hadden kunnen rermeden worden, indien men zich van den anvang af op het zuivere Verbondsstandpunt îadde gesteld, en de noodige Sta,m-&ctie niet ran het Hollandsche Sfaais-belang had laten fhangen. Een der heftige aanvallers an het Verbond ras de bekonde avteur Cyriel Buvsse, die op datante wijze zijn ontslag als Verbondslid tam. In Vlaanderen, waar. het bewustzijn van het iTerbondsdoel levendiger i6 geblevon, keurde n de handelwijze van het Verbond goed : en le heer Meert diende een geweldigo afstraf-ring toe aan den heer Buvsse. die het Jtam-Verbond in dienst van de politieke be-angen van den Belgischen Staat had willen itellen • „Ik ontzeg aan den heer Buysse, sehreef de heer Meert in ,,Neerlandia", aile ge-zag om uit naam der Vlamingen te spreken. De heer Buysse die jaren geleden op de Vlaamsche Beweging gesmaald heeft — als ik liet wel heb is van hem de uit-drukking : de sloot der flamingantery —, is lator bijgedraaid. Maar in onze gelederen stond hij nooit. Het is mil niet bekend, dat hij ooit door eenigo daad blijk gegeven heeft van be-langstelling in den arbeid van de Vlaamsche Beweging. Wel ie mij bekend, dat toen Vermeylen hem verzocht om onze Beweging tôt verovering van een Vlaam- i sche Hoogeschool door het gezag Tan zijn 5 naam als sëhriiver kracht bij te zetten, hij ; dit geweigerd heeft." 1) En toen nacîerliand de znak toch weer ter i prake kwam, kon het Hoofdbestuur zich niet en onrechte op de door ook door ons erkende 1 mtoriteit van den van aile politieke banden ( n belangen vrijen Vlaamschen gi-oepsecretaris, 1 len heer Meert beroepen en de zaak voor afge- ? !aan verklaren. 1 „Hooger reehter" —heette het in de Mémo- ^ ie van Antwoord — ,.erkcnt het (Honfdbe- 1 funr) in (de zaak van het Verbond tegenover f 'laanderen) in Tlolland n\et.,> j Tôt zoover ging ailes — behoudens de on- ^ ui^o T^i;veering; — goed. Maar let nu op de f 5e episodel j 3 Kerr,. Over vier jaren, toen de verstrooyde elemen-ten van den Vlaemsclie» geest nagezocht en vereenigd werden, wilde iemand ons de onnio-geiykheid aenwyzen van tôt een wensckelyk emde to geraken. Het gesprek had langs een water plaets; wij smeten een steentjen iii de kom en wezen op den steeds grooter worden-den cirkel. Omtrent dienzelfden tyd bevonden wy ons in gezelschap met een Waelschen per-soon, die een niet onaenzienlyk ambt be-kleedt in do regterlyke samenstelling. ,,Het is tegen de Hollanders niet alleen, zeide hy, dat wy Walep onze omwenteling gemaekt hebben : het Vlaemsoh zoo wel als het Hollandsch stond ons in deh weg." Zoo sprak men in 1836; doch toen was Vlaenderen nog de leven-looze keisteen, waerop het stael nog niet beproefd was. F. A. SNELLAERT. (1840) Denemarken en Nederland. Dr. Annie Posthumus, toegelaten als privaat-locent in de moderne Deensch-Noorweegsche philologie aan de TJniversiteit van Amsterdam, opendo Maandagmiddag haar collèges met een Dpenbare les over de geestelijke betrekkingen tusschen Denemarken en Nederland. In het bijzortder behandelde zij het tijdperk van de 16e en 17o eeuw, toen er op staatkundig en 3p handelsgebied nauwé verbinding tusschen de beide landen bestond.en de verhouding op sïeestelijk gebiod zoo was, dat Nederland- de gevende, Denemarken de ontvangende partij «as. In de 16e eeuw, den tijd van de Deensche vroeg-renaissance, toen de voornaamste in-vlocdsstroom met do Hervorming uit Duitschland kwam, ging een humanistischo onder-stroom van Nederland uit. In do 17e eeuw, toen Denen de wetenschap aan de Nederlandsche universiteiten zochten, stond de Latim-teit in Denemarken in nauwe verbinding met de Nederlanden. Nederlandsche invloed toonde aicli in do bouw- en schilderkunst ; op het ge-bied van de letteren daarentegen hield de taal een nadere aanraking tegen. De stroom, die van Nederland naar Denemarken uitging) was een onderdeel van den grooten stroom der Renaissance, die van het zuiden van Europa zijn weg nam over het ivesten naar het noorden. Spr. wees er op, dat er geen sprake kan zijn van een zoo diepgaan-den invloed uit Nederland, dat aan de Deensche cultuuruitingen daardoor een nieuwe rich-ting werd gegeven. Op liet eind van de 17o eeuw toen de werking van do Renaissance in Nederland ten einde liep, hield ook de nauwe verbinding tusschen Nederland en Denemarken op. Tôt den tegen-ivoordigen tijd toe zijn de betrekkingen tusschen beide de landon niet meer zoo belangrijk geweest als in Nederlands bloeitijdperk. Als voornaamste geesteïijk contact tusschen Nederland en Denemarken in den tegenwoor-ligen tijd noemde spr. de Deensche romanlite-ratuur, die sinds het midden van de 19e eeuw in ons land door vole vertalingen bekend is geworden. Invloed op do Nederlndsche letter-kunde oefenen zij niet, maar ze zijn toch een bewijs, dat.er belangstelling voor Denemarken in ons land bestaat. Zooals naar Scandinavië in het algemeen in den laatsten tijd in ons land de blik gericht wordt, zoo heeft ook Dene-narken voor ons beteekenis. In Denemarken liangt de gangbare kennis )mtrent Nederland nog samen met het Nederland van de 17e eeuw en de tegenwoordige cul-buur van Nederland gaat vrijwel aan Dene-narken voorbij, maar de Denen hebben waar-leering en gevoelens van vriendschap voor Nederland als herinnering aan den tijd van lauwere verbinding bewaard, een factor. die Qiogeli.jk in de naaste toekomst van beteekenis ïan blijken to zijn. De Weîchsel als verfteersvveg. Ten gevolge der verandering in den Pool-schen toestand vraagt ook de ontwikkeling van den Weichsel ;>ls verkeerweg meerdere belangstelling. De llussische regeering lieeft îicraan weinig aandacht geschonken en van-îaar, dat de Weichsel, niettegenstaande aile latuurlijke voordeelen, als verkeersweg. ver sij andere stroomgebieden in l^eteekenis is ichtérgebleven. Ten deele is dit wellicht toe jQ schrijven aan de zeer grooto lengte van len rivierloop in verhouding tôt het stroom-;ebied. De afstand van monding tôt oorsprong (in het Jablonkagebergte) bedraagt in hemels-jreedte 504 K.M., ter wijl in werkelijkheid de fivier een lengte van 1017 K.M. heeft. Daar-van bevinden zich 413 K.M. op Oostenrijksch, 141 op Russische, 222 K.M. op Pruisisch ge-bied, terwijl het geheele stroomgebied 198.510 K.M. 2 omvat. Bevaarbare zijrivieren zijn links de Przemsza en do Brahe, rechts de Du-aajec, San, Narew en Boeg. Het stroomgebied ivordt verder door het Brombergkanaal met do Netzo verbonden, door het Augustowokanaal net de Njemen en door het Duieper-Boeg-ka-aaal met den Dnieper. Het verval tusschen Krakauu en Sandomir bedraagt bijna 30 c.M. per kilometer, van Sandomir tôt Warschau )l.m. 25, van Warschau tôt de Duitsche grens al.m. 19 c.M. Russische metingen geven aan, îat de stroomsnelheid tusschen 45 cM. en L80 c.M. per seconde varieert. Bij lagen wa-berstand is de snelheid van ongeveer 240 c.M. voor. Op 100 à 140 dagen in het jaar is de Weichsel bevaarbaar voor schepen met 70 tôt 105 cM. diepgang, op circa 30 dagen is een liepgang van 1.30 M. mogelijk, doch op 80 à 100 dagen is de rivier onbevaarbaar wegens ^obrek aan water en slechten toestand van de »raargeul. Van Kraukau tôt Sandomir kunnen cleinen schepen met een last van 1000 pud 16.380) zich bewegen, doch verder stroomaf-vaarts ook groote vaartuigen. De scheepvaart op het Russische traject verd. in den laatsten tijd door vijf groote en senige kleine reederijen onderhouden, waarvan de grootste zeven passagiersbooten, te samen voor 2200 personen, bsnevens 4 sleep-Dooten, 2 motorbooten, 31 goederenschepen en jovendien 3 stoombooten in de vaart heeft. Bij Thorn passeerde in 1914 afwaarts 712.475 ;onnen den Weichsel, 76.731 tonnen rivierop-vaarts. De voornaamste uitvoerartikelen zijn uiker, zemelen, graan, zarlen, liout, lijnkoeken, lardappelmeel. Ingevoerd worden looistoffen, isfalt, bars, quebracahout en in den laatsten ijd vooral ook lluss. petroleum. Het laden en lossen der goederen is vrij astig, daar overal laadhellingen ontbreken. )ok bestaat er een tekort aan spoorwegver-(indingen en is de slechte toestand der be-trating bij de losplaatsen een bezwaar. Ook nist men verbindineen met de and°re water-vegen in het Russische binnerland. De croote (oeveelheden Russisch hout, die de Cellulose-abriek in Wloclawek noodig heeft, moeten b.v. >er spoor worden aangevoerd. Daartegenover taat, dat de Russische regeering de sclieep-■PAri stennd^ door linn'- van vrii te itellen. Er bestond alleen een kotelbelasting iaar hot verwarmd oppeivlak geheven, terwijl j de plezierbooten in Warschau 50 kopeken per 1 ^ j jaar en per passagiersplaats moesten betalen. : De vrachtprijzen zijn zeer hoog. Van Dantzig 1 ] tôt Warschau berekendo men 90 Pfennig per \ 100 K.G. sleeploon. Niettegenstaande den in i vergelijking met andere Duitsche waterwegen sleclit te noemen toestand van den Weichsel y i , is de opbrengst van het scheepvaartverkeer ï < • toch aanzienlijk te noemen. Een prospectus van de in 1913 gestichte Vennootschap voor handel en scheepvaart deelde daaromtrent het H , volgende mede: Wanneer men 9.4 millioen pud ■ j opwaartsche en 6.8 millioen pud afwaartsche ! vrachten aaimeemt, d.w.z. een vierdo van liet ; normale verkeer op den Weichsel, dan wordt 1 voor vrachten Danzig—Warschau 160,000 roe- H ! bel, Warschau opwaarts 134,000 roebel ont-vangen. Daartegenover staan algemeene be j drijfskosten tôt een bedrag van 92,300 plus 71,460 roebel, dus een winst van 130,240 roebei H | of meer dan 40 % over liet ter inschrijving aan j geboden kapitaal ad 1 millioen. Daarbij moe i ten nog worden gevoegd, de niet onbelangrijk I ontvangsten uit locaaî verkeer. De genoemd I getallen wijzen uit, dat de Weichsel, ofschoon , op het oogenblik minder belangrijk dan de 1 ander Duitsche waterwegen, toch een gewicli-| tigo roi heeft to vervullen. De behoefte dei ! Poolsche volkshuishouding, die voor een groo! deel neerkomen op het màssaverkeer van land-bouw- en industrie-artikelen maken een ver betering van dezen watenveg dringend noodig. In do toekomst zullen de bestuurders van Polen dus do belangrijke taak hebben plannen hiervoor uit te werken en de middelen tôt ver-wezenlijking er van aan to wijzen. In Zwitserland. Marcel Ray schrijft in liet ,,Petit Journal ' over do drukkendo toestanden, waaronder 't hotelbedrijf in Zwitserland te lijden lieeft Interlaken, Lugano en het Engadin, noemt hij treurige woestijnen. Wel is waar zijn er Zwit- |H sers die zeggen, thans voor het eerst van hun land te kunnen genieten, nu er geen vreemde-lingen zijn, maar over het algemeen heersckt er een gedrukté stemming. Vroeger kwamen er naar Zwitserland drie en half millioen vreemdelingen toeristen en i zieken. Sedert September 1914 vertoefden in j de hôtels «ledits 500,000 bezoekers, zoodat het 1 aantal tôt 14 % van liet normaal is gedaald en j een groot aantal der bezoekers zijn nog Zwit j sers. In liet Engadin al 1 « en kwamen jaarlijk 1 50,000 vreemdelingen thans ongeveer 1000 ; Daarbij moet men in aanmerking nemen JjB een vijf do gedeelte^van de Zwitserscho bevo, . king leeft van het vreemdelingen verkeer. j Het zwaarst hebben de groote hôtels te j lijden met hun weelderige inrichtingen ; veL j zijn dan ook gesloten. De kleinere hôtels we ; ken met minder ^icrsoneel, hebben hun prijze' j verlaagd en trachten zich er doorheen te si a a ! met behulp van de banken, die in Zwitserlaii' | veelal achter de hôtels staan en zich thans r 1 geklelijk opzicht zeer hulpvaardig toonen. Ooj I denkt men er aan, de hôtels te veranderen i' sanatoriums voor de gewonden, terwijl de ko< ten daai-toe door verschillende regeeringen zou den moeten worden betaald. Daarenboven ka" men rekenen op do bijzondere uitgaven va de gegoede gewonden. .Een afgezant van de-: Paus onderhandelt te Bern, over dit plan, zoodat men de hoop niet behoeft op te geven, d . het zal worden verwezenlijkt. Het ijzeren geld in Duitschland. ( De ijzeren 5 pfennig-stukken zullen e n, . van deze maand in circulatio worden gebrach Do Koninklijke Munt te Berlijn stelt van e.;' H voor 5 millioen mark aangemunto 5 pfennig- « stukken er 3 millioen voor beschikbaar. ^ j Ofschoon de nieuwe munten van Siemens l Martin-ijzer zijn vervaardigd, zullen zij met , rosten, daar zij op een bijzondere wijze zullen ' worden verzinkt. Zij zijn nagenoeg zwart van kleur. j Oorlogsgedïcht. ,,De Volksstem", een te De Père, Wisconsin (Vereenigdo Staten) versckijnend Katholiek Vlaamsch blad behelst van de liand van Alfons van E me len het volgende ,.0or-logs gedidit" : Wat komt men nu helaas nog to beleven, Het 36 te wreed in onze negentiende eçuw, Waar vele menschen van sclirikken eji van beven. Die reeds gedompeld zijn in smarte en ge\*een. Een wreede oorlog is uitgebroken, Bijna lieel Europa is nu in st-rijd, x Hoe vele mensohen zijn er in rouw gestoken, Door de oorlogsgruwelen en barbaarschbeid. Reeds vele jaren leefde België in vrede, Dat het verkregen had voor langen tijd, I11 België werd er niet meer gestreden, Want België was onafhankelijk. Over Belgisch grond mocht geen enkele vijand steken, Dat was verboden door de oorlogswet. Duitschland komt er deze wet te breken, Lafhartig heeft hij België in rouw gezet, • Duitschland kwam den oorlog te verklaren, Aan Frankrijk, zoo als een ieder weet, Frankrijk vreesde niet voor de gevaren, Al was Frankrijk seffens nog niet gereed, Opdat Duitschland gemakkelijk Frankrijk zou kunnen verslagen AVilde het over den kortsten weg langs België gaan ; Rechtvaardig België kon dit niet verdragen. Moedig lioudt het do Duitschers aan de grenzen staan. Duitschland kwam aan België te smeeken Do handen vol gevuld met goud en geld, Neemt dit aan, 6prak het, en laat mij uw grond oversteken. , Dan zijn al do Fransclien op korten tijd neer- geveld. Maar Koning Albert die kwam er dan te spreken.Met eene .stem vol reclit en vol geweld : Neen, nooit zal ik hier mijn eed vërbreken, Want mijne eer is meer waard dan al uw geld 1 Duitschland kon zijn woede niet meer bedaren-En met een stem vol onrecht en, vol scliand. Kwaiîi het lafhartig den oorlog te verklaren Aan België aan een ona.fhankeliik land. Van dan af is het oogenbl'k verschenen Van haat en nijd. tegen Duitschlands dwHrçc- landij, Die dwingelandij moet voor eeuwen zijn ver- dwenen, Daarom staan vele landen elkander bij. Gij . weet un ook. gii aile brave l'oden, Hoe laf dat Duitschland den oorlog doet, Onzijdise booten zoo den grond in schieten. Zclfs doen vergieten onschuklig vrouwen- en kindercnhloed. Daarom vraag ik de zegepraal voor llus^and en voor Servie. Ook voor Italie. Encrelard en Frankrijk. MaarJ|^^raag dan ook voor h^t rechtvaar-dige Bolgië, on- Alfons

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection