De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

279 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 15 Juillet. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 26 avril 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/ft8df6m68j/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Jaargang : No.162 Donderdaés SS «liait S Cerw. DE VLAAMSCHE STEM ren volk zal niet vergaan! ALGE^EES^ BELGISCH DAGBLAD Eetidracht maakt macht REDACT1E- EN ADIVIlNISTRATiEBUREELEN ■ KAIVERSTRAAT 64, bovenhuis, AMSTERDAM. Tclefoon No. 997.2 Noord. Haofdopstellen: Mr. ALBERiK BESïifARTE. Opstelraadr CYRIEL BUYSSE - RENÉ DE CLERCQ — Dr. A. JACOB - ANDRE DE RIDDER. ABOSNBMENTSPKIJS (bjj vooruitbetaling): Voor Nederland per jaar gld. 6.60 — per kwartaal gld. 1.75 — per maand gld. 0.75. Voor Belgii!, Engeland, Frankrijk en andere landen dezelfd» prijzon, met verhooging van verzendingskosteu (2y, sent per nummer), A D VERTENTIES : 20 Cent per regel. lu luiiek io Nederland t8 zet duidelijker de synthese der inetmc a ûponbaringon Tan een ras m onmiddellijl !f;rM»bare symbolen om, dan een bopaal, 1 Mhrerk hetwelk de grens der imddelmatag. der dagelijksohe yoortbrengselei K|o»rain als onze oiSen Mdhaftighsj. '«oosd wordt door het kleineeren van 's vij ,'ds «nteer, ware het niet verstandîg onwc t id » blijven van hetgeen hij schept, doo |C -îrelk hij ziin ziel openbaart ol verruadt. 1 In dit opzicht is het sdhouwspel (1er deemste • „ vau de Duitsche muziek, door haarzelf be c -en in eene concertcnreeks van zeldzam Toiaaaktheid onder leiding van M. Mengol r van veelbeteekenend belang. Ik zou niet durven bevestigen dat dit ha ,wM; Mengelberg beoogde doel zij. Het muzikale dilettantisme, vrucht van eei Sarfetochtelijk pogen, vélo jaren lang volge i'oiiden door cîo voornaamste hoofdlciders dezei .in Nederland, is diep in het Nederlandsclu T;k doorgedrongen, om de grootste muziek < Aebbers in verrukking te brengen. ' i;. rouir a an zijne- zegepralcnde onderneminj nn volksopvoeding in zake muziek en ool rondor t wij te! voor ;t overige gehqorzamenc trn zijne electicve of voorvaderlijkc verwant . 'an. îieeft M. Mengelberg deze concerten-•k?, waro Oôstenrijksch-Duitsche muziekcam p5„ae, gewijd aan de twee belangrijkste perso nàîiteiten, die niet aile en do Duitsche muziel-sinds Wagner, waarvan zij eenigermato de de-cadento epigorien zijn, beheersenen, maar ool' r r^enwoordigon : Gustaaf Mahler er Richard Strauss. Aan onze lezers die het niei Tcton deel ik eerst. en voor a f medo dat do eer-jtoovérleed'in 1911 en dat de tweede het ma-ni-iest. der 93 „intellectueelen" niet teekende. !Iet is waarlijk boeiend, zich eene ge-daohte to kunnen vormen van zulke belang-•i!;o trerken in den evolutiegang der muziek. û t aanhooTen van zulke volmaakte uitvoe-rinzen.M. Mengelberg is een sympathieke en ou de !:-;nnis onzer landgenooten ; de musici en de niuziekliefhebbers in België herinneren zich ; de heerlijke uitvoeringen die hij te Brus-s :l?idde, met welk een duivelsche bezieling deze ' :r.e man straaîde aan den muzieklessenaai en hoe hij van mâat tôt maat groeide— indien ikditgewaagd beeld mag gëbruiken — tôt hii met zijn ontzaglijk gebaar het gansche orkost overheersohte, dat geëlectriseerd werd door d;:cn tooverstok. die Ijeurtolings het onweder ::heen te doen losbarsten. bliksemstralen te jchieten of na/ar willekeur do rust en den cMiii bracht in de opgctogon aaal. Het war^n or.rergôtclijko uren ! Gelukkigo Bataviercn, cic voor zich zulk kunstenaar houden, die in staat i; do menigte tôt gêestdrift op te voeren! Door hot l)ewonderen.swaardig orkest van het Cçnjprtgpbouw, zoo lfnig en zoo veelomvat-•?nd, zoo goed iu 'h an den, dat het» de bedoe-lingen van zijn leider vooruitloopt, worden de ■ :rken tôt hnn hoogtepunt van esthetische ïjarde gebracht en hebben zij de gewenschte ■^rffaarden om op hun bost te worden beoor-v:;M.Hij echter die niet met Duitsche vooroordee-!ni doortrokken is ; hij die niet ganschelijk ver-zviigd is' door deze zwaar te verteren, alhoe--:1 smakelijke en sterk geurende voeding, hnt tôt het inzicht. dat "Wagner, op het ' " gtepunt van de overv/inning der kraclit, richeelf begraven heeft in eene profetische apotheose dor deemstering van gansch de Duitsch» muziek. ifahler noch Strauss geven er nîeuw leven s n, net zoo min als zij haar verbreeden : zr drijven haar tôt in de uiterste verfijning. Hij, Gagner, was een genie, zij hebben zeker talent en zijn personaliieiten van eersten rang, ma-ai niets raeer ook : personaliteiten met een buiten-sporig temperament. Zij zetten Wagner niet îMrt,- alhoewel hun leunst uit do zijne voort-Hoe hem voort te zett-en, die aile bronnen had nitgeput f Toch verschillen zr | ' essentieel van hem, en brengen ons nietî bzondér nièuws. ^elke o.erdreven lpftuitingen zal het na-^lacht te herstellen hebben! TCcmt mer ' niet dikwijîs toe "Mahler als de heden--aagsohe Beethoven te bestempelen ? Anderer -wn nog verder, en noemen de eene, dan de zadere zijner symphonieën, de tiende van Beethoven, waardoor zij laten hooren dat in 'ien Mahler de wegen van den grooten mees-:;r volgt, hij het door Beethoven nagelaten erf-I:?el nog zou verrijkt hebben. Ehwel, neen. is het volstrekt niet. De erfenis van Beethoven bevindt zich niet meer in Duitschland »^j| zijn de echte zonen van Goethe", roepi Romain Rolland uit, hij het kind van Frankrijk ('*t het beste wisi door te dringen in het Ger-ftaansche muziekwezen, hetwelk hij daarbij be-~ondert. Hij had kunnen voortgaan, zeggendo nPn onze musici die van Beethoven." i In deze dagen van intons leven, die wi; coonnaken, is mon ernstig blootgesteld^ gan îjchelijk partij te kiezen voor een st^rk individu ''3t ons de ontwikkeling van gansch de keter verbergt, en waarvan het voorloopig do laatstf ■chakel is, zonder dat dit wil zeggen dat het ■ noogtepunt zij der curve, net zoomin als de e'nduitkomst. Beethoven is een top, hij verwezenlijkt op d< ®«est volstrekte wijzo de essentieele muziek il tore bepaling : „de kunst om met klanken u j-enken". En hoe zegeviert hij niet in de ver '-Ven paradijsrreugde, zoo geestelijk en tocl 200 edel menschelijk van de koorode der No , ® terwijl de snijdende, gedwongen lael To innerlijke bitterheid en ontmoediging zo( Va|sch klinkt in Z a r a t h u s t r a! wa de verheven evangelies der muziek, dit ^thoven ons gaf in zijn werk en terwijl al di andere musici van Duitschland zich een klein S011^" afbakenen m het domoin der romanti sctle I>uitsche intimiteit, staat Wagner op ruw en geweldig als een Natuurkracht. ;*aast Beethoven, en niettegenstaande d' ^nnischo samenhang in het muzikale weefse r "®t^elk hier niets te maken heeft —, naas eethoven is hij een Barbaar, een heerlijk Wbaâr overigens, een Siegfried met al zij: aatuurdriften, heelemaal onwetend omtren EQed en kwaad, edel van natuur, die nog 8 **®î>jes (Jaat staan de uitmuntendheid de> ®nziek) eindigt in een boetvaardigen Pcursi • >°mdat „Gott mit uns" is; dit ailes ge met de nog nooit ondervonden betoove nK der n-tcest zinnelijke muzikale genieting -Haar^ welk een afgrond tnssdhen aen ,,rij weelen", onstoffelijken vorm der zuiver iziokgedaclite van Beethoven en het zwar e^aarte van het barbaarsche drama. zou eene prachtige vergelijking kunne . n tusschen de ontwikkeling van het Wa< jl^aansche werk en de organisatie van d weroH>ijko macht sinds do hegeim nie van Pruisen. De overeenkomsten zijn ver-bazond.Do Grieken brachten hunne atlileten in beelc i en dit gaf ons een Phidias of een Praxiteles. Do Germanen hebben hun profetisch epos het is het werk van Wagner, dat ailes bevat de ramp der macht er bij bogrepen. De sap-. rijke openbloei der „onstuimige krach ton': , verandert echter bij de volgelingen in eer ^ lomp aanbidden der kracht. j Beethoven dacht geheel en al in muziek ; L bij Wagner beheerscht de muzikale gedachte van uit don hooge do ruw-opgevatte begrlp-[ pen, die de spelers van het drama der men--schelijke hartstochten belichamen. Bij Mahler en bij Strauss — niettegenstaan-. de, om het nog eens te lierhalen, de tochnischt samenhang, die hier voor 't oogenblik niets ir te zien heeft — is de decadentie klaarbliike-; lijk. De muziek ondersteunt zichzelf nog alleer [ door het programma, dat uitdrukkelijk der vorm in 't levèn roejrt. Er is geen volstrekt* muzikale vorm noch zuivere gedachte in Iiur muziek meer: het is eèn muzikale illustratie onder Nietzscheaanschen invloed. De hoogste lof, dien men zulke muziek kan toezwaaien, is te zeggen dat zif zich vereenzel-vigt met den nationalen geest zelf van he1 ,,eenvormig-gemaakte" Duitschland — mer weet wat. dit zeggen wil! Dat Mahler naderhand het programma zijner symphonieën weggelaten heeft, zoo-doende de aanmatiging uitend, dat zij aaz zichzelf genoeg hebben. maakt ze niet beter. Dat hij soms bewust of onbowust aan Beethoven denkt. brengt ons enkel de logge en kostbare gebouwen der *,,parvenus", waarin mon met hedendaagsche grondstoffen op lompe manier do versierende gratjes van vroegor na-bootst, in het geheugen. Op zuiver muzikaal gebied moot men vast-stellcn dat bij Strauss, net zoo goed als bij Mahler,. een klaarblijkelijk gebrek aan inspi-ratie — hetwelk een zeer juist woord is en wàartegen men zich ten onrechte kant — ge-paard goat met een buitengewone bekwaam-lieid.Zij verwezenlijken het optimum der muzikale organisatie. Bij elken stap opent zich een vonster cp het domoin van aile musici van Germanie, Frankrijk en Navarre, hetwelk echter weer dra verborgen wordt achter een weefsel van rijke kanten. Strauss ondergaat daarbij den betooveronden invloed van Italië. Wij zullen den Duitschen kunstenaars zelfs niet verwijten dat zij lijdën aan een gebrek aan smaak, iets wat onbekend bij lien is, en het ware kinderachtig verder aan te dringen. Maar die leemte leidt tôt een gebrek aan kritiek in de keus van het ontleende. Do platte Italiaansclie mëlismen wemelen bij Richard Strauss. Zijne Ariane te Naxcos, dio zeker niet tôt zijn slechtst-e werk behoort, op zichzelf beschouwd en met in zijne betrekkelijke waarde ten opzichto van het groote muzikale ver-banc! — bevestigt deze ongedurigheid van het Zuiden,. ^io M. Remain Rolland zoo juist bij Strauss aantoonde. Het is een teeken des tijds: de olifant danst op de koord. Er wordt een ruim gebruik gemâakt van do menigvul-dige Wagneriaansche werkwijzen, zonder dat men spreken kan van eene stelselmatige ontwikkeling der Wagneriaansche methodo. In-tegondeel, do geest staat er heelemaal mode in tegenstelling: terwijl bij Wagner de muziek-gedachte de opperste ontwikkeling van een grootsch grondrythmo in 't leven roept en zich omkleedt met vormen, ontstaan uit primaire beginselen — en ik denk hier aan de eer-ste ma ten van het Rijngoud, octaaf, kwint, dan harmonieken, oerwezen der dingen, verinenig-vuldiging, dan het dooreenkrioelen der wezeriB, spontaan, uitdrukkingsvol symbool van het ontstaan der werelden — zien wij integen-deel bij Strauss de koudheid van de uitsluitend bewuste werkwijze do schoonheid on-vruchtbaar maken door eon zoeken naar een vooropgezette verstandelijko, ja zelfs letter-kundige uitdrukking. .Bij wijze van voorbeeld, wijs ik op het uit verscliillende oogpunten te kritiseeren do-sol-do Namur-thema, uit het begin van Zarathustra. M. Mengelberg heeft de tweedo, do dorde en de vierde symphonie van Mahler geleid. Dezo werken, van reusachtigen omvang, geven een gedacht van do traditioneele mis-opvatting welko men in Duitschland over het woord : cjrootte heeft, maar zijn gewijd brooe voor de virtuooze kapellmeisters, made in Ger-many.Wat beter te zeggen over de uitvoering, dan dat zij de volmaaktlieid zelve was? Dr. Richarc Strauss leidde zijne SympJionischc Gedichten, Also sprach Zarathustra, programma van Nietzsche; Don Juan, programma van Lenau ; Tyl Eulenspiegel, waarin niets ik van den edôlen lield van Vlaanderen ; T o d u n d Erklarung, ' programma van Alexander Ritter. M. Strauss, die de meest beweeglijke dei orkestleiders was, is stijf geworc)en, hetgeen de nutteloosheid van ' het zwieren mot een : stokje, al was het dan nog een van een maar-schalk, bewijst. Wat er ook vati zij, op een grond " van barbaarschheid vindt dezo muziek liare eenheid in de ,,betoovering der kracht". Het zijn groote oorlogsfresken van een altijd 1 eenderen oorlogszuchtigen grondtoon, begon-1 nen door Wagner; door zijno opvolgers ten 1 dienste gesteld van het pangermanisme en van het Duitsche korporalisme. Het is een krach-! tige training van de oorlogshartstocliten, er 1 men moet erkennen dat men op zekero oogen-■ blikken — wanneer do 6amenkomst van al d< nevro-fisieke werkingen, samengehoopt met 1 een reusaehtige kennis der stijgende ontroe-ringen, hun hoogtepunt bereiken in het los-1 barsten van al die klankvolle krachten — he » brutalo en ruwe magnetismo van deze ontzag wèlckende dingen ondergaat, in dewelke d( - overtolligo hypertrophie der ineenzetting on 5 eindig de innerlijke grondwaarde op het ge 3 bjed van het zuivere muzikale inwezen over - treft. , Maar het hedendaagsche Duitschland is he-land van aile welgedaanheid, het rijk van d< î bloodaandrangen. 1 Zulks vindt men in do muziek van Strauss t kolos met leemen voeton ! > De werken van Mahler en Strauss ziji i monsterachtig: het is een tcratelogisclio kunst t maar het ware dom te ontkennen dat mei 1 onder de uitsluitende aanroeping der brutal' i" gedachte van kraeht geeno brokjes schoon heid vindt in een volstrekt to veroordeele] geheel. Men moge zeggen dat deze kunst il overeenstemming is met de wanstaltige vei . gissing der Duitsche ,.kultur" ; goed, maa - dat zij deze door hare innerlijke waardo ver e ontschuldigt. dat niet. Deze kunst verplettert e maar verheft do ziel niet ; haar invloed zel is verderfelijk, vooral voor de toondichters. a Ik heb in 't begin gezegd dat do Fransch musici nu do erfgenamen der gedachte va: e Beethoven zijn. Misschien zal ik eens de ge „ legeidieid hebben di^ aan to toonen, bg oon bespreking van César Franck. Men is er in Nederland op lange niet van overtuigd, naar het mij toeschijnt. Geduld, het zal komen! En M. Mengelberg zal er niet van verdacht worden medo to doen aan de politiek van den sterkste, indien hij uit eenvoudig ^neutralisme" het volgende jaar aan de moderne Fransche muziek geeft wat hij in dit seizoen gaf aan de Oostenrijksche en Duitsche, wanneer in Nederland de laatste bewonderaars, weinig overtuigd ten slotte van het prestige ) van het Teutoonsche juk, liunne, laatste bégog-chelingen zullen hebben zien wegsmelten. LOUIS VAN DER SWAELMEN. Belgiâ en de HedsrlandscSie Handel. In de ,,Vlaamsche Stem" van 28 Jutti 1 hebben wij den hoofdredacteur van de pangermaaneclie ,,Toekomst" met recht en reden verweten te verdraaien den zin en de strekking van eene redevoering die jhr. Carton de Wiart, minister van Justitie te Lyon heeft uit-gesproken. De heer von Vro-denburch besloot zoo maar dat de Belgische regeering verkondigde dat zij het zich tôt eene roepin^ achtte Nederland te treffen in datgene wat voor de Nederlanders hoofd-bron is voor hunne welvaart en Irunnén onbelemmerden handel, ook met België." We zénden den tekst van die beschuldi-ging aan den minister die toen eene reis deea in Engeland en eindsdien naar Le Havre is teruggekeerd. Hij schreef ons den volgenden brief: .Le Havre, 6-VII-15. Waarde heer du Caetillon, Het artikel van ,,De Toekomst" waarop u mij ne aandacht liebt willeh vestigen, bewijst ten overvloede dat de schrijver, wiens goëde trouw ik niet in twijfel wil trekken, de tekst van mij ne redevoering te Lyon niet kent. Hoe is het mogelijk dat hij mij ik weet niet welke ideeën toeschrijft die de economisclie ontwikkeling van Nederland bedreigen, wanneer ik nevens de heeren Beernaert-, Tydeman, Heemskerk en andere Nederlandsche staatsmannen een der vlij-tigste bewerkei-s van Nederlandsch-Belgi-sche verstandhonding ben gewee6t. Mijns erachtens bestaan er geene landen wier economische solidariteit mij meer vooraan schijnfc te staan dan deze welke de lotsbe-sfcemming van België en Nederland ver-eenigt.De eenige economische vraag, die ik ;te Lyon heb aangeraa-kt, betrof het verîv^al van het Frankforter verdrag van 10 Mei 1871. Daardoor had Bismarck, die de l..-bandeling van de meest begunstigde natie. tusschen Frankrijk en Duitschland, had opgedrongen, tolwetten verwekt, waardoor de kleine landen, zooals het onze in meer dan eene gelegenheid hebben geleden. Ik heb er mij enkel bij bepaald op die vraag te duiden. Ik heb den tijd niet om haar hier te ontwikkelen, zooals het behoort. Het is echter niet aan te nemen dat een Hollandsche patriot in deze gematigde op-merking afleidingen vindt die een Duitsche polemist niet zou verlooehend hebben. Uw zeer genegen, H. CARTON DE WIART, ■I Hier liggem WoSfsklemmen. De Deutsche Tageszeitung" herinnert met enkele woordjes den roeanrijken Grul-dens-porenslag en besluit met de woorden: ,,Mogen de Vlamingeu steeds darakbaar hun groot verleden herdenken en er te-vens uit leeren dat zij voor hun volksbe-staan uit het Westen niets te verwachten hebben. maar wel van de Duitsdhers, die 1 den Ylaamsohen voLksaard zullen sbubte1)! en tôt hoogsten bloei brengem." ,,Timeo Danaos et dona ferentes". .Wij vreezen den vijand, al brengen zij ons ook geschenken. Yan overweldigers neemt men geen geedhenken aan. Het feit, dat men van de bevolking van .Elzas-I/otharingen, . Polen, Sfcftileeswijck-Holstein goe»n tevre-den burgers van het Duitsche rijk heeft kunnen maken is een geweldige aanklacht tegèn de politieke bekwaamheâd der Duitsche" regeering, die natuurlijk ons, Vla-mingeai, ons Belgen, zondter onderscheid van taal of ras. ook als paria's zou be-handelen.Daarom gelooven wij in de Duitsche be-lofte niet. Als de Duitschers den Belgi-schen bodem verlaAen en de schade he<r-steld hebben, dan zullen de Vlamingon wel bij maohte zijn de vollodige liervor-ming hunner rechten te bekomen. Uit list vergofcen bloed van Ylaming en Waal groeit een herboren België, ^vaa^ gelijke rechten en plichten, een tweetalig volk tôt ijzervaste eenheid zullen 6meden. Ten slotte nog een. bemerking aan de ,,Deutsche Tageszeitung", die o.a. zegt: ,,Die Vlamlande selbst waren ,,K.ern-deutech." Dit is een grove historische leugen. De pangermanisten, die onze s taal als een dialect van het Duitsch be-schouwen verwarren de benamingen . dietsch en duitsch, wat ean hemelsbreed verscliil is. Na zooveel rampe n over ors 1 land te hebben zien brengçn, kunnen wij best dusdanig flikflooien en ijdele beloften missen. jaae: BOO'NEN. — » • « OU-* Zie ©tiz.© ÉeÊegs-ammen f en Saatst© 5©gerb®r5ch4en - op de derde bladzîjde 'l kleinekroniek. Kern. „Ongelukkig de voikeren die niet uit eigen beweging hunne standplaets nemen om het leven te beschouwen : het zyn^groote kinderen, welko zich gedwee laten leiden door wie lien het meest vle\jen of overschreeuwen kan." F. A. SNELLAERT. Viaamsoh Leven te Brussel. Er komt eindelijk wat. leven onder de Brus-selsche Vlamingen, schrijft do ,,Gaz>et va-n Brussel". Verleden Dondcrdag (8 Juli) kwam de Katholiëke Ykameche Bond in het VI. Huis bijeen, om te bera.odsla.gen over den tooatand, waarin thans ons Vlaamsche Volk verkeert. De zitting werd geopend onder voorzitter-vsc-liap van den ondervoorzitter, advocaat d e S m e t. Een goed honderdtal leden waren aan-wezig.Na in eenige woorden het doel van deze vergadering te. hebben uiteengezet, verleent de wa^irnemende voorzitter het woord aan M. L r n b r i c h t s. We zijn hier bijeengekomen, al dus spreker, om te onderzoeken wat ons Vlamingen te doen staat. In de eerste dagen van den oorlog werd er een godsvrede aangekpndigd. Niemand zal durven bev/eren, dat do Vlamingen liem niet trouw geëerbiedigd hebben. De franskiljons echter, hebben dien godsvrede op eene schandelijke manier geschonden. Sedert maanden doen geheimo vlugschriften de ronde, die al wat Viaamsoh is op de ge-meenste manier bevuilen en bezwadderen. ; Dat deze werking door middel van naa<m-looze papieren systematisch gevoord wordt-, hoeft geen verder betoog. Het feit dat ze in al do hoeken van het la-nd, op hetzelfde oogenblik verspreid waren is daar een afdoende bewijs voor. Over de behandeling van onze Vlaamsche soldaten aan het front, zegt spreker dat er in de j,Vlaamsche Stem", welke toch niet van overdreven Vlaamschgezindhoid kan bescliul-digd worden. brieven van Vlaa mâche soldaten opgenomen werden, waaruit blijkt, dat onze jongens die daar zoo rijkelijk hun bloed ver-gieten en die de groote meerderheid van het Belgisch léger uitniaken, gestadig in hun taal-gevoel gekrenkt worden. Zeker moeten we voor-zichtig zyn b\j de beoordeeling van berichten voor de echtheid waarvan we onmogelyK kunnen in-staan, doch er is een spreekwoord dat zegt: „geen rook zonder vuur". Van den anderen kant zien we dat de Belgische bestuien van den oorlog gebruik maken om de taalwetten, welke reods vroeger niet eerljjk toe-gepast werden, nu nog meer over het hoofd te zien. De nieuwe sohoolwet, die we met zooveel rnoeite hebben doorgekregen, wordt op taalgebled ook niet toegepast.- Het Duitsch bestuur, dat vol gens het inter-nationaal reclit de wetten van het bezet gebied moet toepasaen, komt ook aan dien plicht te koit. Tegenover zulk een toestand bl\jft er ons niets over dan elke wetsovertredinç aan de bevoegde overheid bekend te maken. Het is niet omdat het oorlog is, dat we moeten laten hegaan ; 85 jaar lang hebben wy geleden en gestreden, indien we thans de handen niet uit de mouwen steken, loopen we gevaar van al de vrucbtén van onzen 85-jarigon taalstryd te zien verloren gaan. We knnneu het niet genoeg lierbalen, en dit moet te Iîe Havre, te Berlijn en desnoods te Par\js worden voortgezegd, wy willen niètsterven, we willen noch verfransclit, noch verduitscht worden, maar we willen ons zelf blyven en niet anders (toejuichingeo). * » « Op deze redevoering volgt eene belangwekkende gedachtenwisseling. Een enkel lid drukt er zyn sp^jt over uit, dat in de huidige omstandigheden de X. V. B' eene vergadering belegde ; verder verklaart h y dat we van het vreemd bestuur geen gunst mogen vragen. Hierop antwoord Mr. L a m b r i c h t s dat we van het vreemd bestuur hoegenoamd geen gunsten verlangen, doch enkel de eerlijke toepassing der bestaande taalwetten, iets waartoe het volgens het intcrnationaal recht verplicht is. (AIg9meene toestemming). Mr. D e M e t e r laat opmerken, dat toen de Brus-selsche balie tegen een maatregel van het vreemd bestuur protesteerde, niemand haar optreden misplaatst vond, er is dus geen reden opdat de Vlamingen zouden vreezen, hetzelfde te doen. (Instemming). Trouwens de franskiljons zullen de Vlamingen in elk geval verdacht maken, indien ze tegen wetsovertredingen van wege liet Duitsch bestuur protest aanteekenen, zullen ze zeggen dat ze met den vyand heulen en indien ze laten begaan zullen ze beweren dat de Vlamingen nu zwygen omdat het Duitschers zyn die de wet overtreden, terwyl ze tegen wetsovertredingen door Belgische besturen begaan wel durven opkomen. Vervolgens wyst li\f op sommige feiten die bewyzen, dat in verschillende gevallen de Duitschers alleen het Duitsch en het Fransch ge-bruiken.Indien de Duitschers, aldus spreker, zich willen laten verfranschen, zoo hebben we daar niets tegen, maar wij Vlamingen willen ons zelf blyven. Gelach en toejuicjiing.) Vervolgens wordt er besloten aan het bestuur van den bond volmaclit te verleenen om al de wetsovertredingen aan de bevoegde overheden bekend te maken. Nadat de voorzitter de leden had bedankt voor hun talryke opkomst en er nog eens dennadruk op gelegd had. dat wat er ook moge gebeuren, het Vlaamsche VoFk nu meer dan ooit vast besloten is geen rust te nemen voordat het eindelyk behandeld wordt zooals een beschaafd >oîk het verdient, wordt de vergadering opgeheven. Ruperi arooke f. Over den aan de Dardanellen door een zon-nestoek getroffen, overloden zevencntwintigia-rigen Engelschen dichter Rupert Brooke, schrijft R. van Stuwe in ,,De Nieuwo Gids" : Rupert Brooke was geen groot dichter, maar hij zou het geworden zijn. Fijngevoelig en heel knap, een zanger, geestig en melodisch, ging er van hem een charme uit, onmogelijk to weer-fctaan. Hij heeft betrekkelijk weinig geschroven. Denk aan de nalatenschap van Kcats, die zes-en-twintig was, toen hij stierf, aan Shelley. Maar hij heeft ons toch verzen gegeven, die een waardev'ol bezit zullen blijven, als ze zijn saamgegaard en uitgelezen door een t-oegewij-den vriend. Men zal ze vindén in weekbladen, in revues en in bloemlezingen, want, jong alf hij was, hebben niet minder dan drio verzame-laars, — Sir Arthur Quiiler-Oouch, Aelfrkïa Tillyard en E. M.(arah) — zijn werk an liun anthologieën opgenomen. Men vindt ze in ..Th< Oxford Book. of Victerian Verse", ,,Cambridge l'octs" 1900-^-1013 en ,,Georgian Poetry" 1912 Het zijn echter aile verzen, gesclireven voor zijr wereldreis, die heto tôt mensch en dichter Tijpeï zou. Men zal ze zorgzaam moeten 6chiften zooals Brooke zelf zou hebben gedaan indien l'i had geleefd* Wij moeten ons niet beklagen, dat de bundel klein zal zyn. Rupert Brooke is een schoonen doed gestorven. De Goden hadden hem lief en ze namen hem jong tôt zich. De gedenkteekenen te Waterloo. De Leeuw van Waterloo werd in 1823—1826 loor de Nederlandsche Regeering opgericht op de plaats waar de Prins van Oranjo in den slag gewond werd. In de buurt van de lioeve ,,La Haie Sainte" rijaen het gedenkteeken der Hannoveranen, 3en Pyramide en het gedenkteeken voor kapi-tein Gordon. Ten Zuiden van de herberg ,,La belle allian-îe", Avaar zich het lioofdkwartier van Napoléon :>evond, werd in 1904, ter herinnering aan den aatsten aanval van maarschalk Ney, aan het loofd van de Garde, de Fransche adelaar, door jérome, opgericht. Ten slotte staat in het dorpje Plancenoit, ben Oosten van Waterloo, ook een Pruisisch gedenkteeken. Het Arbeids- en Voedingsvraagstuk in het Croot-Hertogdom Luxemburg. Een Brusselscli corresix>ndent schrijft aan de „N. Rett. Ct." : Ten slotte nog enkele opmerkingen over den sçonomischen toestand van het groothertog-:lom, waar, zooals bekend, de landbouw en de nijn-nijverheid de grootste takken van bedrijr nitmaken. Reeds bij het begin van den oorlog fertrok van de 12,000 Italiaansche arbeiders, lie in de inijnen en bij de hoogovens werkzaam îijn, de overgroc-te meerderheid naar het va-lerland terug, hetgeen tengevolge heeft dat îeze industrie nog maar met 50 percent der jewone productie kan werken. Van de andere bedrijven hebben vooral de [.ypografen en de liandscthoenmakers, wel'-'.e aatsten vooral op export naar Engeland wer-<en, van den oorlogstoestand te lijden geliad, naar nu doet zich het eigenaardige verscTiijnsel ^oor, dat de werkloozen in deze takken van lijverheid er niet toe te brengen zijn het ge-orek aan arbeidskrachten in de fabrieksdistnc-ben, dat v<x)ral te Escli b.v. groot is, aan to gaan vullen. Zij blijven lievdr in de stad Luxemburg zelf en vinden daar hun brood '"'ij werken aan wegen en dergelijke, welke do staat heeft ter hand genomen om de werkloos-lieid te kunnen bestrijden ; hun aantal bedraagt ongeveer 2000. Wat het voedingVraagstuk betreft het volgende. De Duitsche regeering heeft in strijd met de bepalingen van het Tolverbond den uû"-voer naar het grootliertogdom verboden, waarop de Luxemburgsche regeering antwoorddo met uitvoerverboden van paarden, vee en der-gelijke ; en nu doet zich het merkwaardige feit vcx>r, dat een dezer dagen gehouden in6pectio over de aanwezige voorraden heeft uitgewezen, dat er overvloed van vee en gebrek aan vee-vooder is. Besprekingen over de vraag hoe dczen mi^stand op te lossen, zijn op dit oogenblik aan den gang. Daar in gewone tijden het voor het greot-liertogdom benoodigde moet over Antwerpen placlit ingevoerd te worden, was het zaak tijdig maatregelen te nemen om dreigend gebrek te voorkomen ; de staatsminieter Eyschen is er dank zij zijn onvermoeide pogingen in geslaagd ook hier het gevaar te bezweren. Het oorspron-kelijke plan om het groothertogdom te voor-zien door do Amerikaansche hulpcommissU? voor België, waarvoôr onze Regeering do grootst mogelijke medewerking had toegezegd, stuitte af op een voletrekte weigering van Engeland hieraan zijn goedkeuring te hechten. Den heer Eyschen is het toen gelukt met Zwit-serland een overeenkonist aan te gaan, waarvoor hij te Berlijn en Parijs medewerking kon verkrijgen ; over Fransche havens, Zwitserland en Duitschland komen nu twee keer per maand veertig wagens meel het groothertogdom binnen, telkens onder geleide van een Zwitserscli officier. Het resultaat ,dat de staatsminister op die wijze bereikt heeft, is zeker prachtig te noemen, vooral waar de oogst van dit jaar, tengevolge der groote droogte, naar men vreest niet zooveel zal geven als men gehoopt had. Het spreekt dan ook vanzelf dat aile Luxembur-gers hun grijzen staatsminister, dio reeds m zijn veeljarige loopbaan zooveel voor lien allen deed, eenparig dankbaar zijn voor dit nieuwe bewijs zijner vaderlijke zorgen en zich alge-meen gelukkig prijzen in deze moeilijke tijden zulk een man aan het hoofd der regeering te weten. Een kind cm de ocrlog. Een treffende en teere orrtmocting die êen Duitsch soldaat met een West-Vlaamscli meis-jo had, verhaalt een korrespondent van het A. EbL: Dat aardige kind met haar vertrouwe-lijke oogon komt tôt den soldaat, van wien zij wist, dat hij spoedig naar het front zou gaan. ,,Ach menoe.r de soldaat! ik kom u vragëb, wilt gij mij een groot genoegen doen?'' ,,Zeker mijn kind!" was 't vrien-delijk antwoord. ,,Nu, neern dan dezen sinaasappel van mij aa-n, en ik zal u mor-gen vragon, wat ik van u begeer." Den volgenden morgen komt de kleine terug; in haar hand draagt zij een klein pakje, ze maakt dat met bevende vingerbjes voor-zichtig open. Er liggen twee portretten in. ,,Van mijn Vader en van mijn broer" zegt de kleine. ,,Beiden zijn zij in den oorlog; ach meneer de soldaat, bezie ze eons goed, dat ge ze kent. Aïs gij nu in dén oorlog zijt, gaatgij ze dan ni et dood-s c h i et e n?". Men moet wel een hart van steen hebben, om door dat roorend vertrouwen, die be-minnelijke naïviteit. van dat kind niet getroffen te zijn. Is die vraag van da.t kind niet een beroep op het gerweten en het hart van al dio menschen, die den oorlog hebben ontketend en bestendigen ? ,,Als gij u niet verandert. en wordt als de kinder-kens, zegt Jezus, zulkt gij het koninkrijk der hcmelen niet ingaa.n." Volkskunde. „Wanneer wy op onze wandeltochtjes,langsbosch en velden", schryft ons mevr. J. C i e t e r s— D'hooge, „een hond ontmoetten, waarvooi wy bang waren, dan ging het : Ik Rom over den heil'gen Livinus zyn graf Zonder stolc of zonder staf. Kwaden hond en byt my niet Ik zal n helpen in 't verdriet". Ook dit versje hoort thuis to St. Lievens-,-HîKithem-"(arrondissement Aalst), s Hog kerals die seler leden te zwijgen. Al langer hoe schooner. «Nu komen ook do Duitsche jezuieten uit hun schelp om tegen het fransch boek ,,La Guerre allemande et le Catholicisme protest aan te teekenen. Dit )x>ekje ligt, dunkt me, den Duitschers zwaar op de maag. In ,,De Tijd" vinden wij hun oordeel zonder eenige aanteekening opgenomen. Moeten wij er uit besloten. dat „De Tijd" met dit protest instemt? Wat er ook van zij, in dit protest komt do volgende zinsnede voor : „Wij verzetten ons er tegen, dat men over Duitlandschs aandeel in het ontstaan van c«en oorlog en over de liouding onzer dappere soldaten in de bezette gebieden op grond van partijdige beridhten en Iboven^Lien 'injet een zekerheid oordeelt, die eerst na lange, van beide - zijden ingestelde onderzoekingen en na , kennisneming van vele tôt nog toe onboreikba-re documenten, kan gerechtvaardigd worden". Welnu} zoo die zinsnede niet getuigt van krasse onwetendheid, dan "geeft zij bewijs van-onbeschaamde kwaadwilligheid. Onwetendheid is het niet, want de duitschd jezuieten zullen toch wel bekend 'zijn met hetgeen er te Leuven b.v. met hunne belgische ordebroeders gebeurde. En de beulen die daar te werk gingen, zijn ,,dappere soldaten?" Het zouden ^partijdigo berichten" zijn d® brieven van kardinaal Mercier en bisachop lleylen?... Dat do Duitsche jezuieten beginnen met die gestaafde feiten te wederleggen ; zoo niet, heeten wij hun verwijt van partijdiglieid 'n schandige handelwijs en doembare mouwve-gerij.Pilatus, in zijne tijd, zal ook wel ellendige joodsche kruipers ontmoet hebben, die zijn-schijnheilig liandenwasschen goedkeurden. En echt pilatuswerk verricht heden de Duitsche macht met haar aanhang bewerende geen scliuld to hebben in de moorderijen van tal van weerlooze priesters en burgers in België... Het voldoet ons niet dat men zwere in 't aanschijn der wereld: ,,Onze soldaten zijn te eerlijk en te dapper om de hun ten last gelegde gruwel-daden gepleegd te hebben"'. Neen, dit voldoet ons niet; zulke redeneering is flauw, is on-eerlijk, zelfs al ligt ze in den mond van duit-sclie jezuieten en duitsche kardinalen. Waarom 3n kat ge^p kat genoemd? Als men de losban-digheid en wreedheid ' niet wil, niet durft schandvlekken, dat men ze dan toch niet ko-me looehenen, wanneer het bloed den slachï-offers nog rookt, de weergalm hunner akelige doodskreten nog niet uitstierf. Zoo gij uwe ,,dappere" «soldaten oubokw iam aclit om die moorderij van duizenden onschul-digen te hebben gepleegd, wie dan, brave Duitsche jezuieten en Cic., wie dan maakte er zich schuldig aan, wie ? Waren het misschien de Belgen zelven, die monsters, zooals uwe kranten zonder onderscheid ons afschilderden toen gij ons arm vaderland overronipelde ? Wie was het dan? Want met onweerlegba.ro~reicer-heid is vastgesteld, dat afschuwelijlre moorl?-rijen hebben plaats gehad. Daar hoeven 'zooveel opzoekingen niet voor gedaan. En Wanneer kardinaal Mercier voorsteldo dio t pzoo-king samen met duitsche overheden te doen, waarom werd het geweigerd? Gij kondet ze nochtans instellen, want gij zijt de meesters ! Een laatste woord. De getuigenis onzer Belgische bischoppen, onder wier oogen de ;/c-brandmerkte gruwelen laats grepen ; de getuigenis onzer rampzaligo landgenooten, die in de arme slachtoffers hunne priesters, hunne ouders, bloed ver wanten nog beweencn, — dio onwraakbaro getuigenissen zijn zeker zooveel waard, zijn meer waard dan de ongegronde getuigenissen of protestaties van Duitsche je-zuieten en bisschoppen, die niets 'zagen, niets hoorden van hetgeen zij zoo fleemend looehenen. En van Duitsche jezuieten verwondert die handelwijze des te meer. Dragen zij als ballin-gen het klaar onweersprekelijk bewijs niet rondom, hoe onverdraagzaam de hecrschappij van het Duitsche Rijk hen verdneef uit hun hun vaderland? Kust, Duitsche Paters, kust do hand van den dwingeland die u slaat : het staat u vrij... Maar komt ons, Belgen, de hand in het aangezicht niet slaan of wij betalen u met gelijke munt. Ah, gij hebt weleer onze gastvrijheid gekend en misbruikt... doch go zult* ook onze Belgische ,,dankbaarheid" nog leeren kennen! Wij verzekercn u dit! EEN BELGISCH PRIESTER. FSandrsa—WalSo^Sa. Flandria'—Wallonia ! Zoetgezielde nachtogalen, Vroom en vlijtig, blijde en vlot Zin^Gn hier twee t-alen Twee gesneden t-alen, ja— Naar één God 1 Flandria—Wallonia ! Vroede bijen, blije vlinde-r», Blond het' eene, 't ander zwart, Wonen hier twee kinders, Twee beminde kinders, ja— Met één hart. Flandria—Wallonia ! Op den akker, in de mijnen, Elk zijn arbeid vol gewins, Elk genoeg en 't zijne, Twee staan hier te werken, ja— Naast één prins. Flandria—Wallonia ! Vlaamaclie leeuwkes, Waalscho haantjes Op de tinnen v.appeiiend staan, 5lw€C gevierde vaantjes, Twee gevierde vaanbjes, ja—: Eén landsvaan. Flandria—Wa-llonia ! Valit er oorlog bin den lande Met gevaar voor lijf en haard, Zwaaien hier twee handen, Twee gespierde handen, ja—• Een zwaard ! Flandria—-W alloni?. ! In den oorlog, langs de dijken Van den Nethe- en I.Tzervloed, Storten hier twee lijkerr, Twea beweernde lijken, ja— Eén schoon bloed. Flandria—W allonia ! B&n memorie, een historié; Uitgemoord en doodgebrand, Eén zij graf en glorie; Ma ûdria—Wallbnia ! Één VRIJ LtAND. P, FLEKRrÀCKBRS, S.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes