De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

187862 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 06 Fevrier. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 24 août 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/s46h12wg51/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Bersie Jaargang V°. G gaterflag 6 Feoruari i9is S Cents '■ > i ii n ■*». DE VLAAMSCHE STEM AI>liJtSiWlLfc;i^rN 13 ISATIS 19 «£11 OAtiBI^AB £00 vofk zal ni et ver g aan! Eendracht maakt macht! BEt"pALEIS^RAATE3i; AMSTERDAM. - TEUFOON No. 9922 Noord. )g Vlaamsehe Stem verschijnt te Amsterdam elken dag des morgens m vier bladzijden. Âboimomentsprijs bg Yooruifcbetaling : Vooi Hollsad en Belgîë per jaar / 12.50 — per twartaal / 3.50 — per maattd /1-25. Voor Engeland en Frankrjjk Fra. 27.50 per jaar — Frs. T .50 per kwartaal — Fra. 2.75 per maand. Hoofdopstellen : tir. ALBERIK DESWARTE. Opaiefaaad : CYRIEL BUYSSE — RENÉ DE CLERCQ - Mr. LQDEWIJK DOSFEL Mr. JAN EGGEN. - ANDRE DE RIDDER Yoor ABONNEMENTEN vende men zich tôt de Admiuistratie van het blad : PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKONDIGINGEN wende men zicli toi de Firma J. H DE BUSSY, ROKIN 60, AMSTERDAM. A DVEBTEKTIKS : £"5 Cents per regel Korte Inhoud. bladzrjdet Ons redit om te leven, — iw*ç ï© C%£rcg+ Heimwee. — Albert Dtcôewe^ Verzoek. — Mies Kievits* Klein© Kroniek. Xxxlewiik de Raedt. — Albertk Dcswcurtc. jjjt de Rommelkast. -tb S,. van Chandelier.je bladzijde: XJît het Vaderland. Uit de Kampen. . Plus que Parfait (6^ — Cyricl-Buyss^. bladz ijdeï De Europeesoho Oorlog. Brieven uit Antwerperu — Albert van Jlock, Telegrammen. Po P licht der neutraleai. — IX Oyerzicht van Tijdsohriften. ie b la dz ij de: . ~ p0 Verslag der Commissie tôt omterzoeK, Ingezonden stukken. Onze geïnterneerde soldâtes* 1ns Recht om te feven. Wreed is het wachten in een woonst waar een mensch zal uitgedragen worden. Wie hem na is en door lijden veel moest ondervinden, voelt alreeds voor langen tijd îijn eigen beste krachten neergedrukt,' zijn iiefdevermogen verminderd, zijn lust naar vreugden gedoofd. Hier, in de donkere kamer, wordt het liem plotseling klaar, hoe ellendig het er uitziet in de puinen van zijn h art. Wie kan daar vroo zijn, tenzij de onbewuste ? Wie lachen, tenzij een kind h Un wcet iemaud een tergender leven dan een zingenden vogel in een sterfhuis? De overledene niet alleen gaat voor de mensch-heid verloren. Met elken lieven doode jterft ieto liefs in ons. Waar ecbter een volk verdwijnt, wordt da wereld armer. In de groote familie der j^meuleyin? 7-ijn de volkeren broeders, en geen wordt weggerukt of aile wordeai ge-troffen. Een wezen van een ander orde, een muziek van eigen klank, een ontplooien van oorspronkelijk willen en kunnen, een Sôlfstandige schoonheid, roeit men niet uit noch legt men stil, zonder dat aile wezen, kracht en schoonheid in het algemeen er nadeel door lijden; Het geldt hier als ner-gens meer : bseek een schakel, gij breekt de keten. Zoo zijn er, in zake kunst, geen beter internationalisten dan de nationalisten Gij dan, die ijvert voor natuurschoon, en u geërgerd voelt om het verdwijnen van een fraai plekje; die weeklaagt om het uitroeien van ons raargeworden bossclien, om 't vellen van een statigen boom, of het dempen van een helderen vliet ; gij die, trotsch op edel mensclienwerk, schermt yoor schoone tempels, beelden, schilderijen, vloekend op den verwoestingswaanzin schier onvermijdelijk voortgestuwd door verdere uitbreiding van nijverheid en handol ; gij die ailes wilt redden wat maar te redden valt, en, moet er alweder een mooie trap-^vel geslecht worden. hem zorgvuldig laat af- en uitbreken, zonder schending, steen voor steen, of hij in zijn geheel kunne her-steld worden bij het optrekken_ van een nieuw gefoouw — kunt gij lijdelijk toezien als gansch een volk beroofd wordt van zijn taalsohoon, zijn edgeuzelf-zijn, en voile schatten geect verdonkeremaand voor d© komende geslachten '? Indien gij ge«n muggen afslaat om ke-melen ts 6li'kken, antv/oordt: Waar bleef liet greotste dfiel der kunst, in België, zoo Vlaanderen ni«t Vlaamsch was? Mag de vreemdeling, als hij maar eenigszins voor hooger leven bevattelijk is, ons bcxven zelf-moord ook niet diefstal te zijnen opzichte ten best© leggen, zoo we ophouden Vlaming te zijn? 't Ts waarlijk bedroevend om zien hoe, klein België en groot Europa door, de Vlaamsehe kunst hemelhoog wordt ge-roemd, terwijl door zoogenoemde. kultuur menschea niet« wordt ongepoogd gelaten ©m onzen volksaard te vernederen en te ojidermijnen. En zeggen dat, in elk oord der wereld, al wie sclioonheid lief heeft moest recht6taan ora een ra6 te verdedigen, tet' eenige in het Noorden, dat in natuur-îiiken aanleg voor kunst Italië en oud-Grie-kenland op zijde streeft. Laat de voorstanders, die, van het îiieu-werwetech© in ons heiligste streven, ach-teruitkrniperig Wandalenwerk willen ont-dekken, een eenvoudigen spie^el ter hand nemen: echaamrood zullen ze in een zinken, als er schaamte nog is in de praalzieke krin-gen der modemakende onnatuur. Want hoe wonderlijk het hun veryalscht gehoor mag tsoeklinken ; wie, binnen of buiten België, Vlaanderen kent en niet voor Vlaanderen is, stelt zichzelf buiten het kunstzinnige, en bijgevolg buiten de ontwikkelde en be-Bchaafde menechheid Laat, terwijl zij lijden en strijden, som-migen onverschillig toezien en vooizelen vroolijk op als bewuste en onbewuste kana-ries. Niet in «n sterfhuis «chatert hun spet: Oud-Vlaanderen onfrwaant leeft, en arbeidt opnieuw voor de wereld. JlENé SE CLERCQ. Heimwee. «Si" Il Bij ongébieideMen vloed van stoimwolk'en gaat mijn blik weêr naar t zuiden en mijn gedachten toeven te An'bwerpen waar thans het truis verlaten staat en de kamers zoo eonzaiam zijn en kiL Begemvlagen sohieten neer, sabelend stad en Iand. % Groote heimwee zakt weer in de onbewogen diepte van 't harte. Heimwee naar warmen haard en koesfcerend tehuis, naar moederoog en vaderwoord. Heimwee naar de Scheklestad en haar door den regen bestroopte en besmeurde straten, waar wij in. 't voile genot onzer kwaadgeluimdheid mogen drassen in 't slibberige slijk en sar-ren op modderopspattende taxi's, karren, tramways, op voorbijgangers en op garde-vils. Heimwee naar onze hel verlichte kroe-gen en restaurants, naar genever van Meeus en garsten van Jt Nachtlicht, naar de zoete oogen van onze rilde schoonen en de zonnige vroolijkheid van Antwerpenschen boemel. Heimwee naar de gezellige praatjes met viiendeaa en bekenden, naar flarninganten en vulgarisateurs, naar landdagen en meetings, optochten, manifestaties waar leeu-wen dansen en liederen kransen, naar 't zotte van straatslijtersgezeur en de gore winden van 't politiek geMete. Heimwee naar worstenbrooden, babbe-laara, smouttebollen, kletskpppen, biebbol-len, naar de zoete weeïg riekende wafels der Carnotstraat en 't rinzige gesmook van patatfriteskramen. Heimwee naar het slenteren langs Meir en leien, naar 't gapen op landverhuizers en naar het opbrengen van fielten en ra-bauwen.Heimwee naar onze wattige wolken en blauwe luchten, naar 't gokreun van draai-orgels en 't sler>end roepen onzer mossel-vrouwen.Heimwee naar den zang der Schelde, vrije deining van grootsche baren, het ge-ratel van windassen, 't sleuren van ket-tingen, naar den loomen stap der zv^rare paarden en het schokken van natiewagens, r.aar 't schrille gefluit der locomotieven en het dreunend schreeuwen van stoomfluiten, naar den besuikerden, bepetrolieden weg-langs kaai en loodsen, naar den sterken sehommel van komende en keerende schepet;, naar Hindoesche gezichten en Congoleesche tronies, naar 't vloeken der matroj&en en het ruwe woord van havenman eh dokwer-kers, naar de bezopenen van den Luienhoek, naar de wrange en warm© stanken van ha-venslob en vreemde goederen. Heimweô naar mijn schoone stad, met •haar gothiek en kronkelende straatjes, naar den adern van haar ziel en de stem van ha.ar hart. Heimwee naar 't Beiaardlied, 't zicht van onzen hoogen toren en naar d-en zwaren roep van Carolus. Heimwee naar oude straatjes en de zoete Lieve vrouwkens. boven 't stille gouden liclitje der veraering ; naar ailes wat in ons gedragen werd en geboren is, gewass?en en vergroeid, wat in ons leeft, lieft, wilt «n zwilt, met zijn diepe smarte en hel le vreugde. Heimwee naar den goeden tijd, nog zoo jong en toch reeds zoo ver en oud, naar ons vaderland, naar den stillen vrede die ons aaide als een moederkus. Heimwee naar het blije leven dat in vrijheid openloech en opensloeg eu toen, wij koning eu vaderland eerden in de onvervalschte oprechtheid van ons nonchalent gemoed. Heimwee naar onze vrijheid en onafhan-kelijkheid bewaakt en bewaard door broeder-liefde en volkeren trou w. Heimwee naar 't bloed onzer jongens gestort tôt wijding van ons verleden en de heerlijkheid van onze hechte, zonnige, ko-rinklijke toekomst. ALBERT DECOENE. VERZOEK. Praehtmen6ch ! in deze droeve tijden Zijt Gij het, Koning, die het lijden Verzacht van 't volk, verguisd, gesard ! Voret, door het toeval aangewezen, E>oor eigen kracht glansrijk gerezen Tôt Koning van ons aller hart — Wij weten dat Gij durft te sterven, ...Maar wij... wij kunnen u niet derven Gij, fiere Koning zonder land, Weee pries ter van uw moedig leger, Maar maak ons arme hart niet leêger. Door Zèlf te worden do offerand. #IES KIEVITS. Kleine Kroniek Dappere vrouwen! Onze vaders zijn opgetrokken om- het leoid te verdedigen en strijden nu, dag voor dag, uur voor uur, in 't machtige willen te winnen, den heldhaftigen kamp. Onze moe-ders zijn gebleven in het trouwe land, waar onze vreugd is en ons lijden. Daar wachten zij tôt zij keeren zullen, zegerijk, vrij, heldengroot. Soma toch wordt het verlangen te bran-dend ; soms schreit het heimwee in het teere vrouwenhart. Verlangen naar den goeden, zachten lieveling; naar vader, die zijn plicht vervult, trouw aan het ideaal van vrije menschelijkheid.... Dan begint de lijdenstocht, dan gaan hun moeë, uitgeputte schreden naar verre dagen van smart en gruwel.... Zoo besloten drie vi-ouwen uit Charleroi den tocht te aanvaarden, liever de gevaren der reis trotseei'end, dan langer nog in on-zekerheid to blijven omtrent het lot hunner echtgenooten. Den eersten dag gei'aakten zij niet verder dan Huy, waar zij den nacht doorbraohten. Den volgenden dag werd de reis voortgezet en brachten zij het tôt Luik. Hier moesten zij. twea lange dagen door-bi'engen, wachtend tôt de ,,Kommandan-tur" de goedheid zou hebben hun een pas te verstrekken om de grens over te komen. Twee dagen is feitelijk nog niet lang, en wij mogen liieruit opmaken, dat de Komman-dantur nog al goed geluimd was (waar-; scliijnlijk om de laatst behaalde overwin^ r»ing(??) te herdenken). De drie Waalschê moeders bereikten eindelijk Holland's vei-^ ligen bedem, en van Maastricht ging he4/ iœlitetieeks naar Vlissingen. Hier wachtte Len ©eu nieuwe teleurstelling. Wie beproefd-wordt, moet leeren dragen de ganeche pijn en de gansche ontgooclieling Door de steeds toenemende uitwijking van Belgeu naar Engelaad waren aile beschikbare plaatsen aan boord van de pakketboot reeds dagen op voorhand besprokeu! Er schoot niets anders over dan te wachten, geduldig, de hoop brandend in 't harte en lichtend in de bezielde oogen. Nu zijn ze in Frankrijk, nu zullen zij weten de blijde tijding van leven of de droeve mare van onver.biddelijken dood. Dappere vrouwen, Belgischs vrouwen, onze moeders ! Personencultus. In de ,,Munchener Neueste Nachrichten" vertslt een zekere Ludwig Ganghofer de wonderlijkste dingen ever zijn Kaiser. Zoo rnoet deze eens de volgende merkwaardige v/oorden hebben gesproken : ,,Velen, die naar het uiterlijk oordeelen en ona barbaren noemen, schijnn het groote onderscheid tusschen beschaving en cultuur niet te kennen. Engeland is een hoogst be-schaafde natie — dat bemerkt men in den ontvangsalon. Maar cultuur hebben betee-kent het hoogste moraal en nauwgezet ge-wete-n be«itten. Dat nu hebben mijn Duit-schers. Wanneer men in het buitenland zegt, dat ik s'treef naar de stichting van een wereldrijk, dan is dat de grootste dwaashedd. Maar in de moraal, het geweten en den ij ver van de Duitschers scliuilt een kracht, die de wereld zal veroveren." Twee uitspraken verwonderen ons in deze historische woorden. Ten eerste wisten wij niet, dat de Duitschers naar het uiterlijk zoo erg op barbaren Iijken, doch nu de Kaiser het zelf hceft gezegd, voegt het ons niet daarover in discussie te treden. Ten tweede vernemen wij, dat ,,Kultur" iet« veel hoogers en nebelers is dan ,,bescha-ving,,) en dat sleclits het Duiteche volk zich tôt de duizelingwekkende ,,Kultur"-hoogte heeft opgeheven. Dat bevoorrechte volk staat, wat ,,de moraal, het geweten en den ijyer'' betieft, oneindig ver boven de andere naties, zoodat het vanzelf in staat zal zijn, ,,de wereld te veroveren". Wij zouden niet durven zeggen: ,,Een weinig geduld, s.v.p.", doch kunnen ons overigens best veorstellen, dat waar de Kaiser in hoogst-deszelfs persoon zijn volk zoo'n kleurige pluim op den hoed steekt, de Germaansche onderdanen — waaronder Ludwig Ganghofer — een personencultus voor hun heer-scher kweekon, die den niet-Teutonen som-tijds voorkomt een soort van godslastering to zijn.... Ons feuilleton. D© uitgevers Van Holkema & Warendorf verzoekeu ons te berichten, dat het — trouwens met hunne bercidwilligo toestemming over-gedrukte — feuilleton ,,Plus-que-Parfait" van Cyriel Buyss© eerst verscheen in het tijd se' • Groot Nedèrla.ndy December-aflevering 19 ZI® onze telegrasnm en laatstelegerberichi •: op de derde b!adzij Craaf Bernstorff plagiaris. De ,,Nation", een te New-York verschij-nend dagblad, vestigt de aandacht op een redevoering, die graaf Bernstorff den 6den Novembor 1909 heeft gehouden in de Ame-rikaansche Academie van Politieke en Sociale Wetenschappen te Ph.iladelphia, en wel over ,,de ontwikkeling van Duitschland ak werel-dmacht". Die rede trok indertijd ten zeerste de aandacht en doet het nu nog. Men komt nu echter tôt de merkwaardige ontdekking, dat het ,,famose" ding van het begin tôt het einde een tekstueele ver-taling is van een Engelsch werk van mistress Iîarbutt Dawson, een jaar tevoren in Lou-den verschenen, met de aanteekening: ,,alle rechten voorbeliouden ' '. ,,Mijn troost", eclireef de Engelsche schrijfster, ironisch, naar aauleiding van dit onbeschaamde plagiaat, ,,is deze, dat, waar de graaf Bernstorff van twee Duit-sche auteurs passages weêrgeeft, waarvan ik mij heb bediend onder het noemen van de schrijvers, hij zich onpartijdiglijk het vaderscliap van die passages toekent, even-als trouwens van de rest". Gajiz wunderbar! Wie herkent in die werkwijze niet de methode van ,,Das abeo-lute Kameel", die wij in een vorig nummer van ons blad hebben trachten te kenschet-Ben? Volgens de laatste berichten is graaf Von Bernstorffsheim doende, zich het auteursrecht van zijn rede te verzekeren... ! Van het zich toeëigenen van anderer werk tôt het zich meester maken van anderer land — ,,il n'y a qu'un pas". Alleen gaat het laatste minder gemakkelijk, nietwaar, ,,grosse, edle Nation" 2 Het Rouzenbeen en de Reuzenstraat te Hamme. Dit is weer eeu schetsje uit ,,Den Vlaam-schcn Volksmoud" : In overoude tijden woonde een reus te Hamme bij Dendermonde. Een andere hield verblijf over de Durm© in het land van Waas. Op eekeren dag )>egonnen zij te twisten, wie van hen beiden de langste was. Toen zij te Thielrode kwamen, waar men juist een kerk aan 't bouwen was, bleek het dat zij beiden met de hand tôt boven aan de muren reiken konden: zij legden er elk-een steen op. Somraigen beweren dat de reuzen met zijn drieën waren en er van den twist niets aan is: zij waren enkel bijeengekomen om een kerk te bouwen, en dit wel zonder steigers, daar zij lang genoeg waren om l$t zonder te doen. Een der reuzen, die aan de ri vier woonde, liad noch schuit noch pont noodig om die over te varen, maar hij waadde er door zooals een gewoon mensch door een beelcje. In het portaal van do kerk te Hamme hing nog zeventig jaar geleden links van den be-zoeker het dijbeen van een dier reuzen: het was vier voet en zes en een halven duin lang (Waassclie maat) en op de dunste plaats was de omtrek dertien duim. Vele jâren geleden werd het in de Durme opgevischt en sedert zorgvuldig bewaard. Het volk droeg het bijna zoo'n grooten eerbied toe als aan de reliquieën der heiligen. De straat waar de Hamsche reus zou ge-woond hebben, heeft nog steeds de Reuzenstraat.Het verkropt Konijn te Kortrijk (1840). En nog een sclietsje uit ,,den Ylaamschen Volksmond", en er komen er meer... leeft heel de ziel van ons volk niet in al die legenden en overleveringen ? Mijn oude nicht Godelieve leeft nog — zij is zeventig jaar — en ofschoon het nu reeds omtrent vijftig jaar geleden gebeurd is, ver-telt zii ons het geval alsof het^ pas gisteren was. Zij was op haar twaalfde jaar, toen zij op een mooien zomerschen Zaterdagavond haar moeder hielp bij het schi*obben van het huis. Toen het werk gedaan was gingen zij samen ep den dorpel zitten ©m wat te kouten. Het sloeg toen elf uur. Er was geen mensch in de straat te zien. Maar opeens zagen zij aan het einde vam de straat eon licht dat in felheid steeds toenam en vanuit twee brandpunten sohiîlijk flikkerden op de twee -\Touwen. Beiden sprongen op en renden het huis in, de onder-en 1)0vendeur achter zich dk'ht werpend. Mijn nicht greep den bezem en stopte het moosgat. Het verkropt konijn trok langzaam roorbij. Zi,i konden het merken aan het licht dat door het sleutelgat heendrong en zoo helder was, dat men in den winkel in een boek had kunnen lezen. Hoe haastig zij ook was weggesneld door den schrik,.had toch mijn nicht Godelieve genoeg van het verkropt konijn kunnen zien, om zijn gedaante nooit meer uit het geheugen te verliezen. Het was zoo groot als een kat en sneeuwwit van kleur. Zijn oogen brandden, ; gelijk mijn nicht zeide, als twee karbonkels. ? 1nrt een halve eeuw wordt het verkropt meer gezien. Het had een zaehten ;d geen mensch kwaad als het niet rand. Bij valavond kwam het in zijn de Stadskraan zitten. En stout wilde het een© in zijn schootsvel îar het verkropt konijn sprong zijn aaar de keel en wierp hem achter-o . Leie. De geest was verdwenen en s kg^i er.a| niet een nat pak. Een Vlaamsch Voorman herdacht. Lodewijk de Raet. f lu mijn baliingschap is me, enkele dagen geleden, de ongelooflijke treurmare toege-komen: de Raet is dood! Strak staar ik voor me, verbluft, benauwd, en twijfel Een maand geleden spraken we elkaar over het kwellende heden, over den door-somberen crisis, en verlieten elkaar, toch met een warmen handdruk bezegelend het uitgesproken vertrouwen in Vlaanderens, in Belgiës her-opstanding uit puin en assche, uit moord en bloed Nu meldt men mij: ..Hij is plotseling g©-storven aan een beroerte, wijl hij werkend aan zijn schrijftafel zat." Midden al de rampen di© ons vaderland te-ioieren, is het verdwijnen van Lodewijk de liaet niet een der minste. Wanneer toch mag onze Vlaamsehe Be-weging hopen terug te vinden een strijd-kraclit van die beteekenis, een kamper zoo rijk begaafd, wiens wei'ken mogen heeten te zijn een .steeds wellende bron van stevig weten-schappelijke bewijsvoering ten bato der Vlaamsehe zaak ; wiens openbaar optreden als man van de daad zoo wijs en zoo ingrijpend was, dat van hem kan worden voorspeld: Hij geeft den zegevierenden doorslag tôt het veroveren van het Vlaamsehe Hooger Onderwijs. Een bijzonder ongeluk volgt de Vlaamsch© Beweging in haren gang, het jeugdig afsterven van een heele schaar uitst^-cende krachten: Albreclit ïtodenbach, Frans de Cort. Tony Bergma.nn, Herman Sabbe, Juliuy Frederichs, Arthur de Vos. Lodewijk de Raet. Onlangs verloren wij twee alom vereerde, in den strijd gi'ijs geworden VJaamsche kam-pioenen: Kareî Bals, den oud-burgemeester van Brussel, Max Rooses, de wereldberoemd-hoid op het gebied van kunsteritiek. Na Max Rooses' afsterven verving l>e Ra^t hem als Voorzitter d©r (tweede) Vlaamscht Hoogeschoolcommissie. Dit. zegt genoeg hoe lioog wij a.llen, zijn medeleden der Commissie, hem sehatten. Wanneer eens, in het herworden vrije en voor.spoedige België. de geseliiedenis van d© Vlaamsch© Universiteit wordt geschreven, zal op de allereerst© plaats schitteren d© naam van Lodewijk de Raet. Wel raakt reeds het verslag der efficieel© Vlaamsch© Commissio van 1856 het vraagstuk van het hooger onderwijs aan, maar voor eeuwig blijft ï)e Raet's naam onafscheidbaar van d© organische, trapsgewijze, maar stelsel-matige en volledig© ver vlaamsch ing der hooge-scliool van G en t. Toen ik in 1893 op d© Brusselsch© universi-teit aan kwam, gevoelde ik m© onweerstaan-baar aangetrokken door di© eigenaardige, rijke persoonlijkheid, die m© in den Vlaamschen vStudentenkring ,,Geen Taal Geen Vrijheid" voorkwam als het edelste en rolmaakste type van den modernen, wetenschappelijk aange-legden en meteen kunstigea flamingant. Hij was van toen af een harmonisch geheel van schrijver (©en echt fijn© prozaïst), van econo-mist, van kunstkeaner (een hartstochtelijk WagDeriaan) en van spreker. De dorr© gegevens der statistiek wist hij — en ïater hoe langer hoe beter — in te kleeden m een heerlijk gewaad van idealisme. Het idealisme zrjner natuur was sehering en inslag zijner Vlaamschgezindheid. Over ,.Hooger Onderwijs voor het Volk" schrijft hij zelf: ,.D©z© onderwijsinrichting was steeds het voorwerp mijner geliefkoosde studio". Reeds in 1892 gaf hij uit, in medewerking met Pie ter Tack, een geschrift betiteld: Het .jUniversity Extension Movement" en zijn toepassing op> de Vlaamsehe beweging. Dit is het Kvstoriscïie uittjcmgspunt geweest van ail© inrichtingen va* wetenschappelijk© ror-spreiding voor het rolk zoo over de Waalsche als over de Vlaamsehe provinciën. En aansehouw nu de ©enheidslijn die loopt door al zijn bedrijvigheden heen: Het zelf de jaar 1892 schrijft hij over ..De Hoogeschool en do Gesehiedenis ; in 1895 heeft hij het over ,,De Hervormmg der Belgische Hooge-scholen" ; in 18?)7 over ,,De Vlaamsehe Hooçe-school ©n het Hooger technisch onderwijs1" ; in 1906 over ,,D© Vlaamsehe Hoogesehool en de eisehen van den tijd". la 1896*, op het 23Ô Taal- «n Letterkundig Congres t© Antwerpen, werd eene Commissie benoemd met Prof. Julius Mac Leod als verslaggever — om rapport uit te brongen over de wenschelijkbeid van ©en Noderlandsche Hoogesehool in Vlaamsch-België. Dat verslag werd in 1898 op het Congres te Dordrecht uitgebracht en goedgekeurd. Nù trok De Raet met pen en woord te velde tegen wat hij noemde ,,de leemten en gebreken van het stélsel Mac Leod". Twee kampen vormden zich tengevolge daarvan tussenen d© fla-minganten, tôt eindelijk het Algemeen Nederlandsch Verbond, groep België, een tweede Hoogeschoolcommissie in het leven riep, samengesteld uit een vijftigtal universitaire Vlamingen van aile politieke gezind-heden, met Max R-ooses als voorzitter en De Raet als verslaggever. Onzo vriend legdo een volledig en diep inge-studeerd wetsontwerp voor (Juli 1908) mot ©en omvangrijke toelichting, uitmakend een document van aller eerste gehalto. In opdracht van de commissie werd door de heeren Franck, Anseele, Van Cauwelaert, in de zitting der Kamer van Volksvertegenwoor-digers van 31 Maart 1911, neergelegd ©on Wctsvoorstcl betreffertde het tadlgebrv/ih aan de Staebtsîooogescholen. Door een© ontbinding der Kamers vorviel het voorstel, dat weer in de zitting van 19 November 1912 word inge-diend, en dat naar aile waarschijnlijkheid in het najaar vaa 1914 behandeld zon goworden zijn, hadde niet de Europeesch© oorlog »ich ontketend. Wat de roi van Lodewijk de Raet in dit allés kenschetst is, dat hij met een ongcëven-aard talent vrist door te drijv?n de grortdge-; dachte die hoofdzakelijk zijn stelsel van het stelsel Mao Leod onderscheidt zi^n leidmotief, dat hij zelf als volgt 6amenvat: Sedert ik pas student was, in 1891. was in mijn geest de vervlaamsching van het hooger technisch onderwijs steeds onafhankelijk van do vervlaamsching van de vier fïcultoiten". Zijn thans schielijk wreed geknakte goeste-lijke loopbaan vatte hij reeds in 1906 aldus samen : Jarenlange studie, waardoor ik het eeo-nomisch leven van ons land om zoo te zeggen onder mijn hand voelde kloppen, kwam cioxo meening met feiton en cijfors rersterken . do noodzakelijkhcid van een volledig hoogei onderwijs in 't Nederlandsch, bij veleu enkel een gevoelsquaestie, is voor mij lr.ngzamerhand vergroeid tôt een soort natuurwet, waarvan het uitblijven bij voortduring den ondergang van den Nederlandschen stam in België — gcestelijk en economisch — moet bewerken. " Zijn hooge beteekenis als economist werd sinds jaren van officieeîe zijde erkend, door zijn aanstelling bij den dienst der statistieken op het Ministeri© van Binnenlanduche Zaken. Enkele maanden geleden, werd hij met de Leopoldsorde vereerd. Alsof de l'iinke voorman, de verdienstelijko baanbroker een geheim voorgevoel had van zijn snel nakend cinde, en vreowde voor het teloorgaan van zijn verspreide opstellen, bracht hij in Juli 1913 <le voornaamste zijner betoogen aamen in een lijvigen bundel, 686 bladzijden, die daar voor me ligt als het volmaakste mecuni van den bewusten, strijdenden vlamiu^JM der huidige tijden. iH Daarin leest mon met gretigheid, boven vermelde verhandelingen eu lier n lijk verslag der tweed© Hoogeschook (met wetsvoorstel en niemorie van toelichting.> " "1 een© inleiding tôt de Fransche uitgave van het verslag, betiteld: De AValen en de Vlaamsehe Hoogesehool (1911). Verder een doorslaande uiteenzetting van ,;Het Belang van de Vcj--rlaamsching van het Hooger Onderwijs voor de wetenschappelijke beweging zoowel in Noord-als in Zuid-Nederland"" (1.912). Eén enkele onvolmaaktheid hadden--De Raet's bewonderaars hem bij het verschijnen van zijn voortaan historisch Verslag voor oogen gelegd. De hooggjtdringendheid en mogelijkheid van de algelieele rervlaamsching van liet hooger onderwija in \ laamsch-België was zw opralend i bewezen ; dat echter in die ridhting de***<yr- aj vlaaiHseh/H-g der Ibàogeschool van (rc'nt de eeni,^ ■ mogolijk© oplossing is, vergd© een breedrr, metn ■ uitgewerkte bewijsvoering. Deze is dan De ™ Raet's hoogst© zorg op het laatst© van zijn kort en toch koo vruchtbaar bestaan geweest. En dat onovertroffen betoog wezenlijk een monument van wetenschappelijke bewijs- en littéraire overredingskracht, beslaat de 180 laatste bladzijden van zijn boek, en staat daar als de prach-ti^ste bekroning der levenstaak van hem die schreef dat blijvend Vlaamsch brevier met het veelsprokend opschrift: „0ver Vlomnsche Volhskraeht, Vlaanderens Cultuuricaardt n". ♦ * » _ Mijn bemind© I>od©wijk, onvergeetbaro Vriend, geestelijke Weldoener van uw Volk, in den tijdelijken weevloed di© uw teergeliefd Vlaanderen overstelpt, deed uw plotseling ?.i-scheiden — in al de nog zooveel belovende rijp-heid uwer p;aven — in mij een zielepijr. ont-staan. die ik bij geen andere vergëlijken kan. Naar Vlaanderen snellen om bloemen te stor-ten op uw akelig vroegtijdig geopend graf, d ontzegt m© het noodlot. " Mog© ik dan met het neerschrijvon mijne. _ treurende hulde uw ongemeene waarde niet Vlaming alléén, maar als Groot-Xederlander, hebben verkond alhier in Noord-Nederland, zoodat uw standaardwerk, over het graf heen, uw faara hestendige in het dankbàar gemoed van nlle taalbroeders. Wijl Tanne tranen mijn oog henevelen, schrijf ik neer dien vromen hartewensch... Mr. ALBERIK DESWARTE. -A—L^II mjf mij LLULLa Uit de Rommelkast. Yj>cren!,: — Jan Six van Chandelier schrijft in zijn bundel ,,Poësy", verschenen te Amsterdam omstreeks de hel 11 der zeventiende ceuw. een gedicht, opgedra-gen aan de toen door de iongste oorlogs-ïampen geieisterde Zuid-Nederlandsche stad Yjjeren ; —- men oordeele eens, of in 1915 niet eeuige actualiteit 6chuilt in Jan Six's gedicht van 1657, al is het ook te zwak om Yperen's tegenwoordig lijden te schetsen ? 0, Ypren naa de soete beeken Die, door uw straat© soetlik leeken, Geiheeten, nu ik uw landouw, En seeven eeuwgen bouw aanschouw, Waar is uw guide glans gevaaren, ln min dan twintigh oorlooghsjaaren ? Ho© vreediwh blonk uw steenen wal ^ Ho© bloeide toen uw hoorenhal? Hoe rijk was uwe inarkt van linnen.. Van vlas, en hennip, om t© spinnen ? Ho© opgeswollen was de heurs Der borgerij, van geld, vol keurs? Hoe praalden uwe jongelingen, En dochters, bij gedans en singen ? De disschen hadclen opgedischt, Al wat men slacht, en van^ht en visclit. Gij kost, met wijn, en hier als heeren, Geheel© nachten banketteeren. Maar nu, maar nu zijt gliii een weeuw, Bedrukt rondom, in krjjghgeschreeuw, Berooft van uwo morgengaave En schier als 's lands, en bruilofts ha ave. Uw bedgonoot viol, door het swaard, Met d'erven, die ghij had gebaart. Men ziet het gras, op straaten groeijen De steedegracht van traanen, vloeijen. De poorten sluiten 's avonds vroecrh, Het vruchtbaar land vergeet den ploegh. Men wilt aan sehattingh d'akkers offere » : Maar oorlog'h eischt d© vrucht der koffret!. Men plukt u kaaler dan een hoeu. En 't is om al de rest t© doen. Helaas ! wat zal het eindlik worden ! Hoe kan 't de.droeve ^^octlçr^harcj£nî

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes