De waarheid: socialistisch weekblad

512 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 26 Mai. De waarheid: socialistisch weekblad. Accès à 25 mai 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/tx3513wr14/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

11' Jaargang, Nr 21 Fr^s: 10* Gentlemen Zondag 26 Mei 1918 ... ..1.1 — il .M MU ■■■■IIMI——1—TTIl- DE WAARHIED Orgaan van den " Vrijen Socialistenbond Aile brietwisselingen te zendéri naar : POL. D£ WITTfc, Verspyenstraat, IO, Gent, verantwoordelijke uitgever* DE TQESTAHD DER WERKLIEDEti VOORHEEN EN THANS Die toestand, vergeleken bij die van over honderd, tachtig, zestig en minder jaren nog, met die van vôôr den oorlog, verschilt v^ niet het minstvoorde fabriekwerkers. Eene eeuwgeleden was degroolnijverheid slechts in hare opkomst. In den Franschen tijd had zij, ten gevolge van de bijna gedu-rige oorlogen, met veel tegenspoed te kam-pen door het onregelmatig bekomen van grondstof, dat, behalve in dekorte tijdperken van vrede, niet of zeer raar kon aangeschaft worden. Maar, beschikte men over genoeg-zame hoeveefheid katoen — vlasfabrieken waren er n8g niet en katoenfabrieken vondt men alleenlijk maar te Gent op geheel het vasteland van Europa —dan was het werken schier dag en nacht ; spin- en weverijen rezen dan als het ware uit den grond, en om het noodig personeel te vinden sleepte men tôt kinderen van 6, 7 jaar naar het fabriek. Ni den val vaii Napoléon, het intreden van een duurzamen vrede en de hervereeniging der zeventien Nederlandsche provintiën, ont-stond in de nijverhei 1 een meer bestendige toestand. Tijdstippen van stilstand kwamen niet meer voor, de bestellingen kwamen over-vloedig van aile kanten toe, en ofichoon het aantal fabrieken onophoudend aangro'eide, was het toch onmogelijk aan aile aanvragen te voldoen. Daardoor was er geen kwes'ie de werkuren te verminderen ; men ging voort in de fabrieken met den arbeidsdag van 14, 15 uren en des Zateldags geheel de nacht door te draaien. Het leven dezer arbeiders was harder dan dat der slaven in de koloniën. Hard en onge-zond, niet alleen door den overmatigen lan-gen duur van den arbeid, maar ook door de gevaren door de raderen verpletterd te worden of door de slechte verluchting der werk-zalen endeonvolmaaktheid der mekanieken. Wij zelf hebben in onze kindsheid karde-riekamers gezien waar men elkander nietzag door het velestof, en waarassen en kamwie-len draaiden zonder eenig bekleedsel. Wie twiutig, vijf en twintig jaar in de « kar-den » stond, was op en afgewerkt, op 40 of 45 jarigen leeftijd aangetast door ee* onge-neeslijke borstkwaal. 1p, spin- en weefzalen was het natuurlijk niet zoo erg, maar toch veel ongezonder dan heden. ■ hoe werd dien lichaam en geestdoo-en arbeid vergoed ? .i, b jiten : spinners, scrr scbraal. Naar m spinners uit dien tijd vernomen hebben, konden zij in den Fraeschen tijd en in 't begin van den Hollandschen 24-25 fr. per week verdienen, en in sommige fabrieken nog beduidend meer, wat toen een buitengewoon hoog weekloon was, en wat later aanleiding gaf tôt de legende : dat de spinners toen met hunne muts om hun weekgeid moesten gaan, omdat hunné broekzakken niet diep en sterk genoeg waren om er al de stukken van 5 fr. in te bergen. De wevers moesten zich met de helft van deze sommen of nog min tevreden hon-den, en dekarderiemeisjeiï, haspelaarsters en bomsters verd'ienden 6, 7, 8 fr. per week, en de kinderen eenige halve centen per dag. Aan die lage loonen werd door sommige fabrikanten nu en dan nog eens gepeuterd. Zoo was er eene weverij op Terplaten waar zekeren Zaterdag elken wevereen halve kluit (5 centiemen) op ieder geweven stulc te kort ontving. Het was de wevers niet de moeite waard daar over te reklameeren, maar een paar weken nadien was het wcêr een halve kluit, en zo~> opvolgentlijk tôt het vijf halve kluiten was. Dan staken de wevers de kop-pen bijeen en eischtten teruggave van al de achtergehoudene halve kluiten, wat zij bekwa-men.Het geval Voortman, waar in 1829 een werkstaking der spinners uilbrak voor aftrok van loon, en waarvoor die spinners allen aangehouden en naar Brussel gezonden wer-den om daar gevonnisd te worden, krachtens de wet die de samerispanning der werklieden verbood,was tôt voor eenige jaren van alge-meene bekendheid. Van die werkstaking maakte men gebruik om tijdens de revolutie het gepeupel tegen den heer Voortman — die, _ als meest al de groot nijver- en handelaars, Orangist was — op te jagen, dat zijn huis ging plunderen en hem erg mishandelde. Hoe was het gesteld met de loonen der ambachtslieden ? Over het algemeen slechter als van de fabriekwerkers: Daguurmannen van twee frank daags waren er zeer dun, voor de meesten was het min. Vôôr de invoering van het peruur werken, dat in 't begin was der jaren 1840, betaalde men het loon per dag, dat was ongeveer gelijk voor al de bouwstielen, en was als volgt geregeld : In de lange dagen.die begonnen te Paschen en eindigden op 15 Oogst, was dit 24 stui-vers; dan begonnen de halve dagen tôt AUerheiligen aan 20 stuivers, en dan vielen de korte dagen in tôt aan O. L. V. Lichtmis, zijnde: 2 Februari, aan 16 stuivers per dag (een stuiver 9 centiemen), zoodat deze loonen dooreengerekend op 1.80 fr. daags kwamen. Hoe laag deze loonen van 't begin der 19e eeuw ons ook voor komen, waren zij beduidend hooger dan die in de 18« eeuw, toen zij in doorsnee slechts 1 fr. per-dag bedroe-gen. Zoo bijvoorbeeld kan men in het offi-cieel verslag van het berucht procès van Mast en Danneels lezen(berustend in de stadsarchieven) dat de laatste, vôôr hij naar Rijssel vertrok, van waar Mast hem later deed komen om een goeden slag te doen, hij bij een baas op de Vrijdaemarkt werkte, waar hij als volleerde kuiperseast 10 stuivers daags won. (Dit wss in 1763). Maar de waarde dezer loonen kan men niet afmeten naar die van den tegenwoordi-gen tijd; in elk tijdperk waren de prijzen van huishuur en levensmiddelen min of meer in gelijke verhouding met het loon, zoodat de arbeiders er ten aile tijde omtrent even-veel — of liever even weinig — konden voor koopen ; (behalve in de laatste dertig jaren, waarover wij verder zullen spreken). Vôôr de omwenteling van 1789 was ailes goedkooper dan in 1815 en later. De vijf en twintig jaar oorlog hadden geheel Europa in schuld gestoken, de belastingen doen klim-men en aldus aile waren verduurd. De loonen moesten natuurlijk in dezelfde verhouding klimmen, wilde de arbeidsstand in het leven kunnen blijven. Na de omwenteling van 1830 ontstond in de katoennijverheid — en daarmede in de geheelen handel onzer stad — een geweldige krisis. Zeer vele fabrieken vielen stil, waar-van velen voor goed. Onze fabrikanten ver-loren de klandisie van geheel Noord-Neder-. land en dezer koloniën. Nijverheid en handel onzer stad waren in eens als dood, en de bankroeten volgden elkander snel op. Een onzer patroons, bij wie wij gewerkt hebben van 1864 tôt begin 1867, hebben wij menig-maal hooren vertellen dat hij ten gevolge der omwenteling van 1830, 100,000 fr. verloor, waardoor hij als veel anderen zich in bankroet moest verklaren. Men kan denken hoe droef het er toen voor onze arbeidersbevolking moest uitzien; de loonen in de fabrieken daalden onophoudend, zoo zeer dat het in 1835 tôt werksta-kingeri'kwam, en in 1839 tôt straatberoerten. Dat waren voor onze voorouders de zegenin-gen der omwenteling van 1830. Langzamerhand, door lange werkuren en lage loonen herstelde zich een weinig de/ katoennijverheid, maar met de hooge vlucht die zij genomen had van 1815 tôt 1830 was het gedaan. Op het einde der jaren veertig kwamen nieuwe ranipen onze bevolking teisteren, mislukte oogsten en de Fransche omwenteling van 1848, die weder nieuwe nijverheids-crisissen in 't leven riep. De loonen der fabriekwerkers zonken meer en meer, zoodat die der wevers tôt àan 1857 nog 8 à 9 fr. per week bedroegen, en die der spinners zoo wat de helft van in 't begin der eeuw. (Wordt voortgezet). iiiSSEe IFVÔÔRUIK of soclalistïsGti Rnpiîalïsme —0— Het geschil opgerezen tusschen het beheer van Vooruit tn zijn bakkers is door verschei-dene dagbladen, waaronder ook Vooru.it, in aile bijzonderheden uitcengezet. Onze lezers kennen dus de zaak,-denken wij, en ontslaat ons van de verplichting die ook mede te deelen. Wat wij op onze beurt willen aantoonen is de tegenstrijdigheid die er bestaat tusschen de woorden der beheerders van Vooru.it waar zij spreken ais socialisten, en hunne daden als kooperafeurs. In beginsel verklaren zij dat den aibeid ten troon moet verheven worden. (Die beeldspraak beduidt dat de arbeiders baas moeten worden).arbeiders moeten daarvoor opgeleid worden, en van nu af aan medezeggenschap hebben in de regeling van het werk. Zôô luidt de thcorie. Dî vaksecretarissen, die zich sinds eenige jaren opgeworpen hebben als vertegenwoor-digers der werklieden, laten ter nauwernood eene week voorbij gaan zonder aan de patroons van hun vak te eischen met hen te onderhandelen, — zelfs nu nog in oorlogstijd — en er zijn er die eischen dat de patroons van nu af met hen zouden onderhandelen over loon en werktijd voor na den oorlog !!! (Terwijl niemand weet welke nijverheden zich nog zullen kunnen oprichten en in welke voorwaarden). Vooru.it is in de gelegenheid door zijn voorbeeld te bewijzen dat het hem ernst is met die leering. En wat doet hij ? Luistert : « Wij, zeggen de bakkers, waren op Maan-dag 13 Mei allen om 4 ure 's morgens in de bakkerij, met onze werkkleederen en boter-hammen, gereed om het werk aan te vangen, doch hadden reeds aan het Bestuur en den Werkinspecteur onze gevoelens laten kennen nopens het opdringen van een nieuw règlement door het welkonze werkvoorwaar-den en loonen werden verslecht. » Wij vroegen dus enkel te mogen blijven werken, zonder iets meer. Er werd ons ge-zegd dat wij slechts onder de voorwaarden van het nieuw règlement aan het werk moch-ten gaan. » De bakkers stelden daarop voor het nieuw règlement voor één dag weg te nemen en 's avonds te discuteeren. De Bestuurders antwoordden dit niet te kunnen, daar de algemeene vergadering beslist had. De bakkers van hunnen kant wezen er op dat geen enkel lid der MaaUchappij « Vooruit » er iets zou tegen hebben, indien zij zulks dedenom het geschil op te lossen. » Wij van onzen kant konden niet begin-nen onder dit opgedrongen nieuwe stelsel, want* zoo wij begonnen, aanvaardden wij het 1 » ' Ziedaar ! Dat is nu de handeling van men-schen die opkomen voor het recht der arbei- ; ders om mee te helpen hun werk fe regelen. ' Met de grootste willekeur worden de bak- ; kers een nieuw reglemer.t opgedrongen dat , schadelijk is voor hen. Zij denken niet aan | kwaadinzicht, meenenenkel dater een mis- j verstand is van wege het Bestuur, en vragen : daarom een dag uitstel, om het Bestuur zoo 1 mogelijk zijn ongelijk te doen inzien. Niet te doen ! Als bij den grootsten lyran, naijveïig op zijn gezag, klinkt het : « Aanne-men of buiten! » En wat antwoordt het or^aan van die zon-derlinge socialisten hierop ? We laten 't hier volgen : « Sedert de algemeene vergadering had be-» slist, kon « Vooruit »'s beheer niet anders » doen dan die beslissing toepassen en eene » nieuwe algemeene vergadering beroepen » om het besluit der vorige te doen vernieti-» gen, maar middelerwijl moest dit besluit » worden geëerbiedigd door het werkhuis-» règlement te doen uitvoeren. » Naar we uit goede bron vernemen waren er op die zoogezegde algemeene vergadering zoo wat een 100 tal personen aanwezig, meestal bedienden of postulanten, die natuurlijk al stemmen wat het beheer wil. Dat is immer dé weinig moedige taktiek geweest van het beheer. Voor aile vuile kar-weitjes als beboeten, wegzenden, loonaftrok- i ken, nieuwe reglementen enz., werd een alge- j meene vergadering ge abrikeerd, ofwel de kaartjfsdragers er voor gespannen, die dan 7 bestuur betitelt werden. Nooit had het be- , heer — ds*t alléén oppermachtig regeert — -de moed zijne daden voor eigen verantwoor- 1 delijkheid te nemen. . En dat is zoo gebleven tôt op dezen dag. , VAN ALLES WAT ! / . ! Het wachtwoord van Karl Marx. — « Werklieden aller 1 landen, vereenigt U », zoo klonk het grootsch parool van den rooden Mahomet Ziehier nu hoe de Âmeri- ; kaansche socialisten, bij monde van den leider der ^ Amcrikaansche Werklieden-afvaardiging, die in Europa thans eene oorlogsreis doet, bij haar vertrek uit Parijs ^ aan de Fransche gezellen de praktijk heeft uiteengezet : { De Duitsche werklieden (waarom niet gezellen ? Red.) j richten lusschen zich en ons eenen muur op door de leidende (Duilsche) regeering te ondersteunen. Voor-aleer de Duitsche werklieden (of gezellen ?) het Duitsch y militâtism wier slachtoffers zij zelve zijn, niet zullen ^ ten onder gebracht hebben, zullen wij nooit en op geene manier in eene samenkomst met hen toestein-men. Geen vrede is mogelijk wanneerhet Recht en de Vrijheid niet hebben gezegepraald. De Ainerikaan-sche machiengeweren zullen voortwerken (op de ran- , f?en der Duitsche fezellen4 natuurlijk, Red ) tôt dat de < Duitschers uit Frankrijk vt rdreven zijn ». Maar kunnen de Duitsche socialisten, van hunnen kant, nu niet juist hetzelve antwoorden aan de Ame- 1 rikaansche, Engelsche, Fransche socialisten, en hun ] zeggen: « Chn Godswil, begint, gij, gezellen, toch met uw elgen kot te kuischen ! En als gij dat niet aandurft, laat ons dan toch eens samen praten hoe wij gezamenlijk J er zouden kunnen toe geraken aan het intemationaal i miHtarism een einde te stellen?» Dit zegt toch het eenvoudig gezond verstand ! Welke waarborgen hebben de Amerikaansche socialisten dat wanneer hunne militaristen en kapitalisten — de mil-liardairs der 5e en 7e Avenue te New-York — door hen in staat zullen gesteld wezen om de vredevoorwaarden yoor te schrij ven, dat deze din het Recht en de Vrijheid j zullen doen heerschen. Bestaat er dan misschien in j Amerika, — noch in Engeland en Frankrijk — geen klassenstrijd meer? Zijn de gezellen dan ook al be- j paald dol geworden ? Ghstto. — Zoo noemde men, in de middeleeuwen, ; de staatswijken welke bijzonderlijke aan de Joden als i woonplaatsen aangeduid werden en welke deze, 's nachts, zonder uitdrukkelijke toestemming der over-heden niet mochten te buiten gaan. Men weet verders ■ dat de Joden in die tijden nietop het platteland mochten gevestigd zijn. Die tijden nu, heetten onze tijd- ■ genoten met smalenden trots « de barbaarsche middeleeuwen». Zij wisten niet — de sukkels — dat wij van die middeleeuwsche ztfden zoo heel verre niet af waren. Inderdaad de bladen meldden thans dat aan den voorzitter der Fransche « Republiek» een wetsontwerp is voorgelegd over de straffen uit te spreken tegen personen die zonder toelatlng de grenzen van dit land zouden overschredrn hebben of niet goedgekeurde stukken overgebracht. Ons nieuwerwetsch leven, vôôr den oorlog, berustte juist op bijna volledige vrijheid van verkeer voor personen en gedachten ; en 'twas, voor de denkende menschheid, het bijzonderste voordeel en genot van de huidige samenleving. Moeten de beschaafde volke-ren dien anderen weg opgaan, dan zal het leven weldra der moeite niet meer waard zijn: het bestriiden van sommige meer of min ingebeelde kwalen is ten slotte een erger euvel dan de bestreden kwaal zelve ! Zenuwlijders. — Het vraagstuk der vermindering der werkuren werd door Vooruit's F. H weder opgevat eigenlijk « pour se donner une contenance » en andere meer dringende vragen onbeantwoord of onbesproken te kunnen laten. Het is vermakelijk na te gaan hoe onbesuisd en kort zichtig de goedige F. H. er daarbij maar op los slaat. Zoo haalt hij aan, om te bewijzeh dat « de vermindering der werkuren onbetwistbaar een gunstigen invloed op de gezondheid der werklieden uitoefent », dat b. v. de Amerikaansche Middlesesse Company * die eene nog grootere werkvermindering doorvoerde in 1872, bevonden heeft dat, door het versnellen der machie-nen, zoodanig dat zij zooveel toeren per dag deden Mis vroeger, en door het vrouwenwerk gedeeltelijk te vervangen door mannénwetk, de voortbrengst ver-meerderde. „ Verder vermeldt F. H. het verslag van een M. Hor-. ner volgens hetwelke verscheidene werklieden aan dezen verklaard hadden dat : " met eene grootere inspanning en eene aanhoudende aandacht, zij in staat waren meer te winnen, zoodanig dat het ver-schil tusschen hunne huidige loonen en deze die zij wonnen, toen zij twaalf uren werkten, onbeduidend was ». Dat klopt met wat onze medewerker « Sphinx » schreef over het mindere wederstandsvermogen van het zenuwgegtel der vrouw, tegenovex b. v. telegrafi-schen arbeid. Maar dit beduidtgeenszins dat ook de mannen onder die gejaagde en gespannen arbeidswijze niet lijden, na min of meer langercn tijd, zenuwlijders worden en die zielsgesteltenis op hunne kinderen overzetten. Nand vergathier het advies bij te voegen van dien Amerikaanschen nijveraar die aan eenen bezoeker van zijne fabrieken verklaarde dat het achturenwerk met versnelden gang der machienen ook terzelver tijd het vraagstuk der ouderdomspensioenen oploste, aange-zien de te snellevende arbeiders doorgaans geen ouden top schecrden en dus niet behoefden gepensioeneerd te worden. Het machienwezen heeft zich sedert eene eeuw lang-zaam van de beschaafde menschheid meester gemaakt en die menschheid heeft de noodige wijsheid nog niet yerkregen om het machienwezen meester te worden Men heeft b. v. maar na te gaan hoe, reeds voor den Dorlog, derijke burgerij, zich in hare automobielen let-terlijk den kop inreed, om te zien hoe aile klassen on-iveerstaanbaar verslaafd worden aan de machien. C'est la bête humaine, zooals Zola ze noemde. Dwaalbefripptn. — Men weet dat «ons Eedje» de roode profeet van het Vlaamsch Mekka, die zijne gezellen medearbeiders zoo gaarne ziet, voor vasten stel-regel zijner leer heeft aangenomen : « Het volk ziet klaar !» Zoude men het kunnen gelooven, de bakkers van * Vooru't» veroorlooven zich daaraan te twijfelen. Zieh e: welkegruwelijkevolkslasteringiînzij, in hunne ^rotestbricf aan de Nieuwe Gentsche Courant inge-sonden, durven uitbraken : < De bakkers hadden ailes gedaan wat mogelijk was Dm dit nieuwe règlement te doen veriîagen tôt na den Dorlog en dan maatregelen te nemen. Doch de beheerders (van «Vooruit») bleven koppig in steunden zich op de misleide bevolking, die moest litsprank doen over arbeiders van wier bedrijf zij ùets kenden. (Zelfs is dit zoo waar dat de eene secre-aris van een vakbond, den andere op de grootste dom-îeden moest wijzen). » Dat is noch min noch meer dan M^jesteitschennis :egenover het soevereine volk gepleegd. Weet, gij jnuggere bakkers, dat het volk niet kan misleid wor-len, dat het volk in aile bedrijven en gebeurtenissen ielder<en klaar inzicht heeft. De oorlogsgeschiedenis îeeft.zelfs bewezen dat het volk de toekomstige din-ï»n met bewonderenswaardige juistheid weet te voor-;pellen. Aan dit geloof zâl niemand ter we eld, al waren îet ook bakkers van ons dagelijks brtod, « ons Eedje» :n zijne trawanten kunnen doen twijfelen. Zij houden îet zich voor gezegd ! Mitkende wireldhervarmars I — Uit de klachten der verkstakende bakkers van « Vooruit » blijkt dat die verklieden eigenlijk het « vernuft » van de Gentsche >rofeten niet schijnen te vatten en op prijs stellen ! Inderdaad een der groote grieven van de werklieden ook door Vooruit aangeklaagd), tegen de kapitilisti-che uitbuiting is het stukwerk : De werklieden klagen lat de bazen van hen te veel afgelegd werk eischen >er uur. Dit is opjagerij, beweren zij. De wereldhervormers van «Vooruit» hebben de iplossing van het vraagstuk zeer slim gevonden. In >laats van zooveel taak per uur, zetten zij zooveel iren per taak, en klaar is Kees ! 't Is orgeveer als een smous ?an wien gij zegt dat 2 frank voor een dozijn eieren U te veel is en die U ntwoordt : Welnu, Mijnheer, hier zijn een halfdozijn :iercn vcor 6frank! « Vooruit » 's bakkers b'ijken niet ontvankelijk te vezen voor den zin en de bewonderirg van het « ver-luftige»! Moeten wij er uit besluiten dat zij «als ;lassé » helaas, cp een nog te laag peil staan? Mil tyerKloozenfonds unn Gent (8e vervolg) Eene nieuwe geldklopperij wordt op touw ;ezet doordesecretarissen der socialistische yndikaten. Plaatsgebrek belet mij heden uitteweiden. /oor de volgende week dus, maar die hee-en secretarissen zullen er niets bij verliezen. Ik richt mij thans tôt het College van Bur-jemeester en Schepenén met het volgend rerzoekschrift : Gent, den 21 Mei 1918. 4an het College van Burgemeester en Schepenen der stad Gent. Achtbare Heeren, Door den heer Lefèvre, Gemeenleraadslid te Gent, s namens de socialistische syndikaten, een voorstel ngediend aan het Bestwend-Bureel van het Stedelijk Verkloozenfonds, om hunne bijdrage van 10 centiemen >er aangesloten lid en per week te brengen op 5 cen-iemen, of de helft minder te betalen aan het Stedelijk Àferkloozenfonds. Tevens dat al de andere instellingen, langesloten bij het Fonds, zouden gedwongen worden ot zulk gelijke storting. Ik veroorloof mij aan uwe bedenking twee redenen e onderwerpen, welke strekken om de aanvraag van len heer Lefèvre onaanneembaar te maken. Vooral is de beschuldiging niet gegrond, dat er eene jnrechtvaardigheid gepleegd wordt, door de vereeni-jingen die 5 centiemen per werkloozendag betalen : nderdaad, de keuze tusschen twee stelsels, 10 centie-nen per aangeslotene en per week, ofwel 5 centiemen ?er werkloozendag, is door het gemeentebestuur over-jelaten. Als de syndikaten het eerste stelsel verkozen îebben, is het omdat zij er voordeel bij vonden. Inge-/al zij het tweede stelsel aangenomen hadden, zoutien 'X] het dubbel van thans betaald hebben. Het eenig ernstig gegrond systeem, is van te doen Detalen volgens hetgeen, wegens werkeloosheid, uitge-eikt wordt ; de gemeentekas inderdaad geeft geene ;oelagen aan de syndikaten, maar wel aan de werke-oozen en zulks in evenredigheid met het getal dagen yan werkeloosheid. Overigens, wanneer de heer Lefèvre, die beheerder yan syndikaten is, eene vermindering zijner storting verzoekt, is zulks niet ten gunste der werkloozen, maar wel van de syndikale kas, en-in de eerste plaats van de weerstandskas, bestçmd tôt poliiieke doeleindens, waar de gemeentekas dient buiten te blijven. Misschien ook wel is de heer Lefèvre niet bevoegd, als gemeenteraadslid, eene gunst van de gemeentekas te vragen, onder voorwendsel van werkersbelang, die enkel aan zijn syndikaat, buiten dê werklieden, moet ten goede komen; die bovendien zelfs aan andere vereenigingen moet schaden, welke geene inleggelden van hunne leden vragen en buiten politieke doelein-den, uit louter menschenliefde, werkzaam zijn. Immers gemeenteraadsleden zijn verplicht de belangen van aile inwoners, zonder onderscheid, voor te staan. Eene a'geheele herziening der inrichting van het Stedelijk Werklooz;nfonds schijnt aan het meerendeel onzer bevolking noodzakelijk, omdat ze aan de ver- j eischte geenszins voldoet. Ik wensch, mijne Heeren, de stichting eener offi- 1 cieele verzekeringskas tegen werkeloosheid, onafhan-kelijk van welkdanige partij, waarbij de werklieden in ' 't algemeen zich kunnen aansluiten en alwaar ze om ; hurne denkwijze, vrijheid hun door de wet gewaar-borgd, niet kunnen geweiger4noch uitgesloten worden. Smceken tôt hervorming van het huidige bestuur van-het Stedelijke Werkloozenfonds helpt niet, door-dat de belanghebbende syndikaten en politieke par-tijen er de machtigste tegenstrevers van zijn, die van het Stedelijk Werkloozenfonds, ten hunnen bate, eene steeds klimmende winstgevende zaak willen maken. De reeds zoozeer bevoorrechte syndikaten vragen alweer, ten hunnen bate, eene wijziging in het storten der bijdragen aan het Stedelijk Werkloozenfonds. Het eenvoudigste en redelijkste stelsel, Mijne Heeren, is de bijdrage der vereenigingen te regelen in verhouding der lastendie ze de stad opleggen. Daarom is het stelsel der bijdrage per werkloozendag het meest in overeenstemming met d« grondslagen van het Werkloozenfonds die zijne tusschenkomstop het risiko moet regelen. Ten einde, in het algemeen belang, eene goede regeling tôt stand te brengen verzoek ik om, door uwe edele tusschenkomst, een besluit te treffen tôt de on- middellijke invoering van het betalen van vijf centiemen per werkloozendag, voor al de aangesloten vereenigingen, zonder onderscheid. Ontvangt, Mijnheeren, de uitdrukking mijner gevoelens van achting. P. BAUDEWYN. Waaistraat, 7, Gent. Hierbij een exemplaar der beweegredenen van den heer Lefevre, maar waarin geen gewag wordt gemaakt der redenen van tegenspraak gedaan in zitting der Secretarissen op 11 Maart laatst. P. B. Brief van Pe Maerfelaere Over de Bakkerskwestîe In " Vooruit „ Heer Opsteller, . Waailijk, « het is of er het kwaad mee speelt ». Ons Eedje mag geen rust hebben. Daar was hij nu van dat droef sc'hepen-schap afgeraakt, dat leelijk op zijn maag Iag en niet meer kon verteren, of daar breekt het konflikt uit met de bakkers, dat hem weer veel onrust en hoofdbreken bezorgd. Vele vrienden hier zeggen : het iszijn eigen schuld, met de werklieden niet te kunnen gerust laten en immer aan hun loon en werk-wijze te willen peuteren en veranderen. Maar zij die zoo spreken hebben niet het minste belul van de hooge zending die Eedje geroepen is te vervullen. Als apostel van de wereldhervorming zijn voor hemwde werklieden onder lijn beheer, wat de konijnljes voor de vivisectie zijn : levende voorwerpen voor proefnemingen. Voor de regeling van den arbeid die hij op het oog heeft in de nieuwe maatschappij, moet hij precies weten, op één minuut na, ivat eike arbeider op eei bepaalden tijd kan leveren. Dat kan niet anders geweten worden ian door proefnemingen... Ah! die proefnemingenI Zij zijn gedurende ïansch zijn leven eene nachtmerrie geweest. Mie bedrijven die beurtelings onder zijne land vielen, als bakkers, uitvoerders, bloem-iossers, kooldragers, letterzetters, Khoenma-<ers, bottienstiksters, naaisters, enz., gingen ils het ware onder het ontleedmes. Eedje îioest om zijn grootsche plannen te verwe-zenlijken weten, wat er in ieder stuk stak en wat er kon uitgehaald worden. Maar weer alsof er de duivel de hand in îiad, die er plezieun vond hem de onwilligste sujetten er voor in de hand te stoppen, kon aij er nooit goed weg mee. Evenmin als de konijntjes het nut van de vivisectie begrijpen ;n tegenspartelen als ze op de snijtafel gelegd «vorden, begrepen ohze tweebeenige konfjn-:jes niet waarom Eedje zoo nauwkeurig het uithoudingsveimogen moest kennen. huiuier- k _ spier- en zenuwkracht. 0< v xçiHfWéit? iHs /eelal tegen, ofschoon huîfàet-'ds vçrzekérd" werd dat die proeven tôt hua 'eljten bèstwii geschieden. • "!ï" Doch, spartelen noch pruttelen kon niet helpen ; met of tegen wil, als Eedje gespro-ken had moesten zij op het blok 1 En terwijl de een of andere leerling-wereld-hervormer tijdens de bewerking met de zweep kletste, zoohaast het onder hande zijnde voor-werp wilde adem halen en daarvoor het werk neerlei, stond Eedje er menigmaal met het uurwerk in de hand bij om de steken te tellen der naaisters en trensenmaaksters, de gangen der kooldragers, enz. En dan zegde hij soms met een diepen zucht : «Is het niet erg, Maertelaere, dat men zoo streng moet te werk gaan voor een zoo nuttig onderzoek ? Ware het niet plezieriger voor hen en voor mij, indien zij zonder zweep al leverden wat zij kunnen? » Toen ik die woorden aan de werklieden overbracht, antwoordden zij : « Voor wie mag kijken en kommandeeren is ailes gemakke-lijk. Wat hij van ons wil hebben ktn geen mensch uithoudsn, » en sommigen gingen dan dikwijls zoo ver onderduimsche stekken te geven op Eedje, die naar hun zeggen nooit gewerkt, maar altijd op den arbeid der arbeiders geleefd had, en dus niet kon weten hoe afmattend buitengewoon opgejaagde arbeid was. Kortom, er was onder ons personeel altijd min of meer een bolschewikigeest te bespeu-ren, die in 't verleden maar eens tôt openlij-ken oproer oversloeg, namelijk in 1896 met de naaisters. In andere gevallen hadden wij de mensdii-wiki, waaruit onze roode garde gerekruteerd werd, die de muiters tôt zwijgen bracht. Hoe het nu komt dat de bakkers ondanks menschiwiki en het ontzag dat Eedje weet in te boezemen zich toch verstout hebben hem te weerstreven en eenparighet werk gestaakt hebben, is ons een raadsel. Het was-voor den grooten min eene ware verrassing, en vast en zeker hadt hij het voorop moeten weten, hij zou het zoo ver niet hebben .laten komen, want hij zat en zit er nog ferm mee in nesten, zôô zelfs dat hij, die in Vooruit nog al gémakkclijk met ailes raad weet, in den aanvang niet wist wat te vertellen.Maar dan is hij gaan snuffelen in de oude jaargangen van het blad Vooruit, voorname-lijkdievan 1884 tôt 1890, toen er gestadig botsingen waren tusschen patroors en arbeiders en Vooruit steeds de partij nam van de laatsten, en een verhaal deed van het geschil waarin de patroon geheel en gansch in het ongelijk gesteld werd. Gîwoonlijk volgde dan een recht op ant-woord over de zaak, van den bestuurder of fabrikant in kwestie, waaruit bleek voor al wie het wilde gelooven, dat de fabrikant de braafste mensch was van de wereld, en de werklieden de onredelijkste schepse's die men kan vinden. Een dag en een nacht heeft Eedje die ant-> I

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De waarheid: socialistisch weekblad appartenant à la catégorie Socialistische pers, parue à Gent du 1906 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes