Gazette van Gent

713597 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 04 Août. Gazette van Gent. Accès à 19 août 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/348gf0r06j/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

~247^JAAÏ - N< 179. - B. S GENTLEMEN DINSDAG, 4 AUGUSTI 1914 GAZETTE VAN GENT IÎÏSCMRIJVIMGSPRIJS : VOOR GENT : V00R GEHEEL BELGIE : _ H fr 92.00 Eon jaar fr. 15-00 Eeu jaar ..... • «.eg 6 maanden » 7-7S 6 maanden..... 3.5a 3 maanden..... > 4-00 3 maanden „ , •» j Voor Holland : 5 frank per 3 maanden. ing I Voor de andere landen : fr. 7-50 per 3 maanden. NIEUWS-, HANDELS- EN ANNONCENBLAD GesticHt in 166T (BEURZEN-COURANT). BS2STUUB ES IIEDACÏ.I» VELDSTRAAT, 60, GENT De burèelen eijn open van 7 ure 's morgends tôt ë v&e "t avonâsl TELEFOON nr 710 De ïnschrijvers buiten de stad Gent moeten hun abonnement nêmen ten Postkantoore hunner woonplaats. DE EDROPEESCHE OORLOG 5 Rusland-DuitscMand. - Het eerste Zeegôvecht yàjM Eene Oostenrijksche Nederlaag De Onzijdigheid van Nederland. - De Mobilisatie in Frankrijk j§| De Onzijdigheid van Italie. - Maatregelen in Engeland lN BELGIE • ■R Het Ultimatum van Uuitschland "J— DE VERGADERING DER KAMERS -- ï- Nieuwe Klassen binnengeroepen. — De valsche Geruchten | Maatregelen tegen den OpsSag der Eeiwaren M Tijdingen uit de verschillige Steden d! Een gevecht tusschen Russisch en Duitsche vîoten lleJ Uit Stockholm wordt gemeld dat gist f®1' l'en nàbij dei Aland-eilanden een g , ; veeht plaats had tusschen de Russisci iij en Duitsche vloten. De Russische vloi la» zou naar de Finlandsche golr verdrevt «,zijn, Maar zij thans opgesloten blijft. 17 legerkorpsen uit Siberie hebben zk op marseh gesteld naar Rusland. n| Oostenrijk en Servie Oostenrijksche nederlagen. — Zware „ ; verliezen. M Uit Servische- bron deelt men medi e. Men meldt dat ernstige gevechten a s verschillende punten der grens zijn g ,M îeverd geworden. Voor de derde mai helb'ben Oostenrijksche troepen gepoog Save en Donau over te steken, nab f BelgrAdo, langs de. eiianden. voor d j', spoorFrug en voorbij het dorp Tchuttz; ; Doch al hun pogingen zijn mislukt; hi lj geschut der Servische batterijen, op < _ hoogten der Banitza gesteld, evenals c den heuvel die Nisjnitza en Pant&oa b ,(l Iheerscht, was zoo krachtdadig dat c Oostenrijkers verplicht waren zich bu B ten bereik der kanonnen te houden, r • zware verliezen geleden te hebben. I oeivers der Save en Donau zijn bedel - met lijken van Oostenrijkers. pm ' _ Belgrado voor de derde maal beschotei ; Woedend over hunne nederlagen, he - begonnen de Oostenrijkers het geschi I met hun kanonnen, die achter de hoo, - ten, die de stad Semlin beheerschen, li; ; gen. Bommen werden naar de stad Be - grado gerchoten. ^ Dit derde bombardement begon ron elf ure en duurde meer dan een uu I, -groote schade veroorzakend. Bij het geveoht stroomafwaarts r; . Belgrado heeft de Servische genie ( ; spoorwegbrug gansch vernield. ; De Oostenrijkers verslagen Monténégro - : Het samentuekfcen der Montenegrij ; sche krachten is sedert twee dagen t - ëindigd. ; Verscheidene ontmoetingen hadd g reeds plaata tusschen Oostenrijkers en Montenegrijnen. Overal werden de Oostenrijkers met groote verliezen achteruit-e gedreven. 6 Zeer sterke afdeelingen der Montene-le grijnsche troepen hebben de voornaam-)t «te punten bezet, en er snelvurende ka-,n nonnen opgesteld. , De bevolking is zeer geestdriftig. k IN HOLLAND. Het binnenroepen van de klassen 1914 ! en 1915, is besloten. Na de mobilisatie. De koningin der Nederlanden heeft in den omtrek van Loosduinen de troepen 11 in oogenschouw genomen. Zesti&n klassen zijn binnengeroepen, 4 hetzij de reservisten tôt 35 jaar. „ De bruggen en de statieën worden door y het leger bewaakt. Tijdens de mobilisa-e tie werden geen burgers op de treinen ^ toegelaten, uitgenomen voor -de interna-. tionale treinen. xe ïe Terneuzen zijn de koffiehuizen en P de spijshuizen s in d a zaterdag namiddag gesloten. Men zou zich daarin staat van '© beleg wanen. i- ia De Hollandsche onzijdigheid. •e De D uit sclie minister verzekerfj dait :t Duitschland geen ultimatum stuurde aan Holland. Duitechland zal de Hollandsche onzij-1. digheid niet schenden /indien deize ten r_ strengst© wordt geëerbiedigd. it ?- IN HET GROOTHERTOGDOM ï LUXEMBURG. De Duitsche troepenmacht trekt in Luxemburg op in drie kolommen, naar d Longwy, Yellerupt en Thionville. r> De Fransche hebben de spoorwegbrug doen springen op hun grond g)e]bied, tus-m schen Ecouvier en Lamertin. le Men vernielt de statiën. Franschen en D/uitschers doen de sta-jr. tien springen aan de Fransch^jDuitsche grenzen. Een dipiomatisch telegram onderschept. De Fransche regeering had een diplo-tisch telegram gestuurd aan haren ge-îe* zant te Luxemburg. de heer Mollard, hem_ verz'oekende de Luxemburgsche re-en geering te verwittigen en te verzekeren dat r ranitnjk vast besloten is de onzijdigheid van Luxembui'g te eerbiedigen. Doch, wat Belgie betreft, daar dezes onzijdigheid reeds geschonden is, zal Frankrijk eerst en vooral zijne belangen behartigen en in dien zin maatregejen nemen. Dit telegram werd niet door den heer Mollard ontvangen, daar de Duitschers het -bericht onderschept hadden. Op het-zelfde oogenblik verklaarden de Pruisen dat zij de onzijdigheid van Luxemburg niet wilden schenden, en enkel de* spoor-wegen wilden beschermen. IN FRANKRIJK. De staat van beleg. i De heer Poincaré heeft een deereet on-derteekend waarbij de staat van beleg wordt uitgeroepen in heel Frankrijk en Algérie. 1 De staat van beleg zal den ganschen oorlog duren. De Kamer zal heden vergaderen. Geknipt. Men he&ft verleden. nacht gepoogd de kazerne van Esplanade, te Kales in 1 brand te steiken, doch de dader werd aangehouden. Wat wil dat zeggen? De Duitsche gezant, de heer Schoen, ' btevindt zich heden te Parijs, men zou dus nog bnderhandelen ? ] De eerste slachtoffers. , Tusschen Duitschers en Franschen is zondag het eierste bloed gevloeid. Een patroelie Duitsche slodaten drong te Jencherai, nabij Belfort, op Fransch grondgebied. De Pruisen ontmoetten er 1 eene groep Fransche soldaten. De Duitsche oJïfscier, die patroelje aanvoerde, i schoot een der Fransche soldaten dood. Eien andere Franschman aarzelde geen oogenblik en schoot den Duitschen officier neer. j De spoorbaan Parijs=Brussel. 1 De spoorbaan Parijs-Brussel wordt op ! Fransch grondgebied door het leger bewaakt. 1 ENGELAND EN DUITSCHLAND Oortogsschepen. "5fen meldt uit Vlissingen dat rnen al-daar in de haven 17 groote kruisera heeft 1 g-ezien . J Van den anderen Kant Hggen de i^n-gelsche oorlogschepen uitgestrekt van Oostende Jnaar Vlissingen, deze zijn in zeer groot getal. Ter hulp van Belgie. Een Engelsch expditiekorps, onder de oeivelen van generaal French, is gereed sm, wanneer het noodig is en door de Belgische regeering gevraagd wordt, Belgie ter hulp te komen. Oorlogcrediet. De Engelsche regeering heeft besloten /an het Parlement een crediet te vra-ïen van 50 millioen pond sterling voor le nationale verdediging. Het kabinet zal heden vergaderen ; de îeer Alsquith zal daarna in het Parlement eene verklaring doen. In het Lagerhuis. Sir Edward Grey zegt dat het nu klaar :e zien is, dat de vrede niet kan be-îouden blijven in Europa. Hij legt daarna uit welke de verplich-:in^en zijn van de regeering. Hij vraagt >ok dat de kwestie van te weten lioe dei /xede werd verbroken, zou besproken vorden in het Lagerhuis, vooral onder >pzicht der Engelsche belangen. Wanneer dit ailes zal gedaan zijn, zal nen kunnen zien, welke pogingen door in gel and aangewend werden, om den rrede te kunnen behouden. TE GIBRALTAR. Al wat vreemdeling is moet de stad rerlaten. Het graven der loopgrachten wordt everig voortgezet. Italie blijft onzijdig. De Italiaansche gezant in Frankrijk îeeft gisteren morgipnd een bezoek ge-iracht aan den heer Viviani, aan wien îij officieel heeft medegedeeld dat de italiaansche onzijdigheid nog heden zal vovden al'gkondigd. IN ZWEDEN. Om de onzijdigheid te waarborgen, îeeft de regeering gedeeltelijk hare troe-, )en gemobiliseerd. BUITENLAND. BULGARIE. Nog een oorlog? De Grieksch-Bujlgaarsche commissie (lia bezig was met den twist te regeler die over de grensafbakening ontstaan is heeft hare werkzaamheden opgeschorst. daar zij in de onmogelijkheid is tôt 't ak koord te geraken. Een nieuwe oorlog tusschen Griekepland en Belgarie is t< vreezen. Nochtans duren de onderhande lingen voort, tusschen de Grieksche re geering en Rumenie,opdat dît land zoi tusschenkomen, om Bulgarie te dwingei het tractaat van Bucharest na te komen De Grieksche regeering heeft even wel de algemeene mobilisatie bevolen,zo< gezegd als proefneming. Al de Staats archieven zijn naar Salonika overge bracht. ———M—— 1 STADSNIEUWS. GEMEENTEBELANOEN. Bureel van Weldadigheid.— a) Legaai Van Allynes=De Roo. — Aanvaarding. — Bij eigenhandig testament gedagtiee-kend 26 februari 1912, neergelegd in de minuten van Meester Paul Van Zant-voorde, notaj'is ter verblijfplaats Gent, 1 en dit krachtens een bevelschrift van 1 den heer Voorzitter der Rechtbank van eersten aanleg van Gent, in datum 11 april 1914, heeft dame Justine De Roo, > weduwe van den heer Gustaaf Van Al-'' lieynes, aan het Weldadigheidsbureel van Gent vermaakt een huis voor oude echt-.genooten, met' hferinneiringsplaafc "Tier 1 nagedachtenis van M. en Mevr. Van 1 Alleynes-De Roo." De wettige erfgnamen van den over-ledene bieden, door tusschenkomst van ) den heer Cam De. Bast testament uit-voerder aangesteld door hooger ver-meld testament, a-an gezegd Bureel een |ka/p|t»aal jtie oMerhandigen ,van ft"ajilq b.uuu, om mei'DOven gezegu îcgaui i kwijten. Dit kapitaal van frank 6.000, mee dan voldoende zijnde om de uitvoerin te verzekeren van den wil van den ovei ledene, zonder het erfgoed van het We dadigheidsbaireel 'te moeten aansprte ken, vraagt dit de machtiging om he kapitaal van fr. 6.000 tei aanvaarden. De bevoegde Commissiën hebben ee gun9tig adVies uitgebrachti over d vraag ingediend door het Weldadigheid bureel. Uitvoering in brons der beeldhouv werken die de fontein versieren van de Eerekoer der Wereldtentoonstelling. - De twee groepen in verheven beelc werk, die het grondstuk versieren. v£? de monumentale fontein van den Eer< koer der Wereldtentoonstelling va] 1913, werden uitgevoerd in staf dat g< schilderd werd. Zij hebjben geleden van de guurheii der foicht ; indien men ze wil bewarer moet men ze binnenkort in brons doe gieten. Het College denkt dat de kunsthof danigheden van het werk en de plaat dat dit inneemt aan h.et uiteinde van de Eerekoer waarvan het behoud beslis werd, een gunstig advies verrechtvaar digen, op voorwaarde dat de Staat tus schenkome in de gewone voorwaarde voor den aankoop van kunstwerken. Het College stelt insgelijks voor d middengroejp te vervangen door dezelfd beelden, op grootere schaal uitgevoerc Inderdaad, men is het algemeen eens oi de ongelijkheid vast te stellen tussche deae groep en de verhéven beeldwerke van het grondstuk. De Commissiën van financiën, va financiën, van openbare werken em va schoonie kunsten, hebben tzich bij dez zienswijze aangesloten, behalve twe onthoudingen. Verscheidene leden den wensch uitgf drukt hebbende dat deze voorwaarde stipt bepaald worden, gelooft de vej slaggever ze te mogen uitdrukken al volgt : De gewone tusschenkomst van de] Staat (50 t. h.) zal moeten verkregen ziji vooraleer het werk te ondernemen ; De prijzen, door twee gieterijen vooi gesteld, zijn onaana«emba;.[ ; jii-n zo elders moeten onderhandelfen, ten eind eene merkelijke vermindexing té bekc men ; De Stad zal rechtstreeks met de gif terij onderhandelen ; het contract zal d Rtoedanigheid van het brons vaststellei te weten, het kanonbrons, waarvan d sam<enstelling in het contract zal ge schreVen worden. De 2o»nstenaar zal den gieter moete helpen en de twee groepen gereed m; ken om gegoten te worden ; hij zal d onbreketide of beschadigde deelen moi ten hersfcellen ; hij zal de middengroe " Schoonheid, Kracht, Wijsheid" mec ten vervangen door een ander exemplas in brons van de hoedanigheid hooger bi paald ; deze groèp zal op eene grootei schaal moeten gemaakt zijn, waarvoo hij de voorafgaande goedkeuring van h( College zal moeten vrgen ; deze vervaj ging zal geschieden zondi^r Vmkostie: voor de Stad, maar de kunstenaar z; vrij mogen beschikken over de groep d: thans op de fontein is geplaatst. (Zie verslag van den Gemeenteraad). Prijsuitreikingen INSTITUUT LAURENT. Lagere School met Hoogere Sectie voe Jongelingen bestuurtl door den heer W. De Hovre, 1 Gisteren morgend, om 10 ure, had in d ikleine Feestzaal (Park),de prijsuitreikin C JJlafCbua CL CL 11. VAC ICCllUlgCIl VCUl U1U uimui. wijsgesticht. r Werden uitgevoerd: " Buitenlucht", g tweestemmig koor ; "Adieu à la mer", tweestemmig koor ; " O Schelde !" lied. I- Diplomas en getuigschriften van vol-1 brachte studiën, eereprijzen, prijzen van t uitmimtendlieid en eerste algemeene prijzen, toegewezen aan de leerlingen n die minstens 9/10 of 8/10 der punten be-s komen hebben. s Hoogere sectie. — Derde studiejaar. —Eereprijs en einddiploma met de groot-ste vrucht : G. Famechon. — Eerste al-n geineene prijzen en diplomas met groote - vrucht: R. Jacobs, E. Metdepenninghen, J. Van Wesemael, G. Braet, J. Boes, M. a De Kezel, E. Standaert. — Einddiplomas met vrucht : L. Van Hecke, L. Vander 1 Schueren, H. Schoon, J. Gijselbrecht, R. De Kerpel, R. Stautemas, J. Vervaene, U. Saerens, A. Somerling, P. Vervaet, ' E. Boon, R. De Somville. L' Tweede studiejaar A. — Eereprijs : F. De Valck. — Eerste algemeene prijzen: A. Smekens, E. Lagaesse, E. Mainil, A. Van Holle, L. Vermeulen, F. Colin, R. ® Vols, J. Pynnoi. j. Tweede studiejaar. Sectie B. — Eereprijzen. C. Van Simaey, M. De Leye. — ! Eerste algemeene prijzen : M. Schu-^ macker, F. Voestersons, R. Larsen, M. Holsteyn, J. Landuyt. e Eerste studiejaar. — Sectie A. — Eere-6 prijzen: M. Van de Velde, G. De Marte-laere,. E. Dubois, R. Goethals. — Eerste a algemeene prijzen : G. Willems, O. Ne-n vejans, G. Baert, H. Van Overbeke, R. n Van Dam, G. Van Sande, I. Dhossche, J. Servaes, M. Collier, G. Van der Roi, a M. Den Haeze, H. De Hovre, G. Schat-n teman, R. Dubois. s Eerste studiejaar. — Sectie B. — Eere-b prijs: A. Cardon. — Eerste algemeene prijzen: D. Uitterhaegen, V. De Wilde, p. P. De Backer, R. Reyns, M. Delaruelle, a H. Bleys, G. Speeckaert, R. Drappier, G. Van Hecke, M. Cocquyt, P. D'Haese, s A. Houdaer, M. De Bruyne. Lagere School. — Hoogere graad. — i Tweede studiejaar. — Sectie A. — Prij-f, zen van uitmuntendheid : E. Anseele en A. Reichardt, ex-œquo ; J. Van Huile. — Eerste algemeene prijzen : R. Van den à Haute, J. De Mild, W. Llekeu», L. Cié e ment. >- Tweede studiejaar. — Sectie B. — Prijzen van uitmuntendheid : P. Schaevlie-ghe, J. Vervaet, G. Schatteman. — Eer-e ste algemeene prijzen: A. Van den 1j Kerckhove, J. Callewaert, E. Piens, R. e Lachaert, A. Vandenbergh, H. Elewaut. Eerste studiejaar. — Sectie A. — Eerste algemeene prijzen: E. Plisnier, F. n Vercauteren, A. De Winter, G. Van Loocke, H. Bultynck. e Eerste studiejaar. — Sectie B. — Prij-~ zen van uitmuntendheid : J. Parasis, F. P Basse. — Eerste algemeene prijzen : M. Van Damme, M. De Jaeger, Ph. De Neef ' E. Pauwels, Ph. Cornelis, R. Sioen, V. 'e Claeys, M. Jespers, L. Torck, M. De. France. fj. Middelbare graad. —■ Tweede studie-t jaar. — Sectie A. — Prijzen van uitmun-tendheid : L. Dubois, R. Vermeeren, F. J Teirlynck, E. Langui. — Eerste algemee-e ne prijzen : A. Staelens, M. Van Damme, R. Roemans, E. Haezaert, R. Naudts, M. Van Glabeke, R. Anseele, Ch. Florin, F. Ghys. Tweede studiejaar. — Sectie B. — Prijzen van uitmuntendheid : L. Buysse, R. Faelens, A. Verschraegen. —- Eerste -r algemeene prijzen: D. Van Acker, V. Moreau, R. Vindevogel, O. Rahoens, R. Dobbelaere, A. Carnoy, P. Eich, A. Van e der Haeghen, G. Vercruysse. g Eerste studiejaar. — Prijzen van uit- 17 Feuilleton der Gazette Tan Gent. Verzegelde Lippen Roman van F. ORTMAN. Dagmar zweeg, en eerst toen de bur-gemee-ster zijne vraag herhaalde, ant-woordde zii : Dat zal ik u niet zeggen, S'te mien 2ii°* '«„oording - Dit te beoordeelen, moest gii liever aan ons overlaten, mejuffer. Ik geloof niet dat gij door uw zwijgen u zelf een dienst btewi.ist. Maar wij kunnen u tiid la . om dit bij u zelf nog te overwegen - ^us. n°g eene andere vraag. Gii zegt : R,'i de worsteling met uw stiefva- der de vlucht genomen hebt. Maar hoe w het dan te verklaren, dat hij geen po-. png deed om u te vervolgen? — Want - >et was waarschijnlijk toch niet naar zii- - nen <zin, dat gij hem verliet. : rn7~ ]iad de deur van mijne slaapka- o V,„ a ■ ^e.r. m,-i °P slot gedraaid en liet . ne,m met bmnen. We„ |[.^nr hi-i had u t°ch op den trap den dit niet? versPerren-Waarom deed hij WfeJtniet- Waarschijnlijk be- lukt^iiiî^ m t hem t0clx niet zou ge" zyn mi] tegen te houden. klaren z°u ^efc 200 te ver" wâs ziinp W •' niet meer i11 staafc was, zijne kamer te verlaten. veranZ'ilefeesfcer >a dit °P plotseling Maar DiL'mà Zefr scJ?erPen to°n gezegd. rv i • "em °P en zegde : ' weet niet wat gij bedoelt. Waarom zou hij daartoe niet meer in staat zijn g»-weest?Hare werkelijke, of meesterlijk ge-huichelde onbevangenheid bracht den beambte van zijn stuk. Hij sprong na een paar seconden in zijn papieren gebladerd te hebben, op een ander punt over. — Gij zegt dat ge tegen niamand ver-denking hebt. Is het u ook bekend, of uw stiefvader een vijand had 2 — — Neen daarvan is mij niets bekend. — Maar ge zult mij toch wel kunnen zeggen met wie hij hier omging 1 Dagmar drukte hare hand tegen haar voorhoofd. Zij scheen zich even te moeten bezinnen voor zij antwoordde-: — Consul Liiders was zijn vriend. Met hem kwam hij elken dag samen. — Maar dien heer verdenkt gij toch niet van het daderschap 1 Zij schudde haar hoofd. — — En anders kunt gij ons geen namen noemen ? Neen. Althans niet van personen, die tôt zulk eene misdaad in staat kun-nene worden geacht. — En kunt ge ons ook niet een anderen wenk geven, die ons op het spoor zou kunnen leiden?... Bedenk u toch eens goed, mejuffrouw ! Misschien valt u toch nog lets in. Zij staarde even strak voor zich uit JJaarop -.zegde zij : Al wat ik mij op het oogenblik herin-eren kan, is dat mijn stiefvader gisteren avond nog een bezoek verwachtte. Een aezoek waarbij ik hem in den weg zou geweest zijn, zoodat hij mij verzocht hem alleen te laten. Dat is zeker van beteekenis. En de naam van dien bezoeker ? — Dien heeft hij mij niet genoemd. — Gij kunt hem ook niet vermoeden? — Neen. — Zeer jammer, inderdaad... Maar nu moet ik u toch doen weten, dat niemand in het huis dien onderstelden bezoeker heeft zien komen of gaan. Al de bewu-ners en bedienden der Villa Rothe stem-men hierin overeen, dat er na uw heen-gaan niemand meer bij uw stiefvader is geweest. — Dan is de verwachte persoon waarschijnlijk niet gekomen. — Hij kan dan ook niet de dader zijn geîweest, en wij behoeven dus over zijne persoonlijkheid ons niet verder 't hoofd te breken... Mag ik u nu verzoeken, mejuffrouw, eens.naar de tafel te komen?... Kent ge dit 1 Hij had op hetzelfde oogenblik een vel papier opgeheven, dat een v66r hem lig-gend voorwerp zoo lang had bedekt. En nu hield hij het meisje het papiermes voor, welks kling bijna tôt aan 't gevest met een donkerbruinen aanslag over-trokken was. — Met een snijdenden gil deinsde Dagmar terug. Zij begreep onmiddellijk dat dit het moordtuig was, waarmede haar stiefvader was gedood, en dat die don-kerbruine kleurstof zijn bloed moest wezen. Zij drukte de handen tegen de slapen en staarde als wezenloos op het mes, dat de beambte met een theatraal gebaar nog steeds haar onder de oogen hield. Toen echter ging er eene rilling door haar lichaam, en zij zou zeker op den grond gevallen zijn, indien niet de commissaris nog tijdig ware toegespron-gen en haar op een stoel geholpen had. — De onmacht is ongetwijfeld echt, zegde zij tôt den burgemeester. Wij zul- len den dokter moeten ontbieden. Overi-gens dunkt mij, dat wij naar den dader niet verder behoeven te zoeken. —• Blijkbaar, hernam de commissaris, hebben wij hier niet met moord met voorbedachten rade, maar met eeni in drift beganen doodslag, misschien slechts met noodweer te doen. Hoe dan 1 ook — dat zij de daderes is geweest, laat zioh nauwelijks nog toetwijfelen. — Dan is het dus mijn plicht, dei jonge dame in hechtenis te nemen. Wij kunnen het van het medische advies laten afhan-gen, of wij haar in huis voorloopig in verzekerda bewaring stellen, dan wel of wij haar terstond naar onze gevangenis laten overbrengen. Dagmar had van dit gesprek niet meer vernomen. Zij was, ondanks al de be-moeiïngen van den dokter, ook na een uur nog niet uit hare diepe bezwijming ontwaakt. Onder het troepje badgasten dat den volgenden morgen de aankomst der stoomboot van 't vastland stond af te wachten, was ook Rudolf von Rinckle-ben. H;j had er op gerekend, dat Herbert Vollmar met deze boot zou aan-komen. Maar hij> had moeite om zijne ontroering te verbergen bij den aanblik van zijnen vriend, die bleek, met don-kere; kringen onder de oogen, naar hem toetrad en hem zwijgend de hand drukte — Welkom, Herbert! Ik wist wel dat ik u niet vergeefs zou wachten... Maar gij ziet er slecht uit. Gij zijt toch niet ziek 1 — Ziek niet. Alleen heb ik wat hoofd-pijn, die wel zal overgaan... Waar kun nen wij ongestoord met elkaar spreken 1 — Tôt mijn hôtel zijn het slechts en-kele schreden. Maar als ge liev er wilt aftHicanOTMMiWiiicwaggMKHifwa^nKM»»—piuni dat; wij uw kwartier opzoeken... uw kamer staat nog tôt uwe beschikking. — Neen neen. Het is mij hetzelfde. Dit was ailes wat er onderweg tusschen hen 'gesproken werd. Eerst toen Herbert in Rinckleben zijn kamer zich moede op een stoel had laten vallen, werd het drukkende zwijgen verbroken. — Wat is het met Dagmar?... Zeg mij ailes — zornder omhaal en zonder iets te verbloiemen^. Ik heb onderweg reeds ge-hoord, dat haar stiefvader vermoord is geworden, e<n dat zij in hechtenis genomen is onder de onzinnige beschuldiging van zijne moordenares te zijn. Rinckleben ademde verlioht. — Gij weet het dus reeds? — Nu goddank, dat mij dan het beulswerk gespaard blijft om u er op voor te bereiden ! — Maar de bijzcwiderheden ! — Ik moet ailes weten ! Misschien zal ik dan aan de werkelijkheid er van kunnen gelooven. Want tôt op het oogenblik is het mij ailes als een benauwde droom. Ja ! Het is een haast ongelooflijke geschiedenis. Maar ongelukkig valt er aan de werklijkheid toch niet te twijfe-len. Deze Holnstein, of Bendheim, of hoe hij dan heette, is dood, en juffer Dagmar zit als zijne vermoedelijke moordenares in voorlooipge hechtenis. •— Maar hoe hebt gij dat kunnen toela-ten dat men haar aanhield? — De ge-dachte van haar van zulk een misdaad te beschuldigen, kon enkel in het brein van een krankzinnige opkomen. — Wilt gij mij geduldig aanhooren, beste Herbert? — Niemand kan beter met u medevoelen, dan ik. Ik weet wat dit ailes voor u zeggen wil. Maar gij zijt een man, en het helpt niets, tegen het onveranderlijke in te spartelen. Hoe flin- ker men zulke dingen aanpakt, des te eerder komt men er mede klaar. — Ja, ja, gij meent het goed. Maar martel mij niet en laat mij ailes hooren. — Ik moet, tôt mijn verdriet, met een ernstVgie zelfaanklachft bfcginnenL Want wie weet of ik niet de strafbare oorzaak van al dat onheil ben? — Gij ? Hoe bedoelt gij dat ? — Nadat ik u naar de boot had verge-zeld, ontmoette ik juffer Dagmar met haren stiefvader aan het strand. Ik herken-de nu in den zoogenaamden heer Holl-stein met voile zekerheid een persoon, die twee jaar geleden wegens valsch spe-len uit dei Club te Oostende was gezet. Onder deze_ omstandigheden achtte ik het mijn plicht, u uit de netten van die menschen te bevrijden. Ik koos daartoe den weg, die mij eerst gpschikt leek om hun ware karakter aan het licht te doen treden. Terwijl ik mij hield alsof ik niet wist dat juist zij uw verloofde was, sprak ik juffer Dagmar over het testament van uw oveledene vrouw, en hoe een tweede huwelijk u een vermogen kosten zou. — Dat was misbruik van vertrouwen, Rudolf!... Maar ik wil mij nu er niet mede ophouden, uw verwijtingen te doen. Vertel verder! Hoe nam Dagmar die me-deeling op ? — Zij was blijkbaar ten zeerste er door onthutstft, en ik zag dat zij onmiddellijk het besluit vatte, u te laten loopen. — Zegt gij dat werkelijk ? — Gaat gij menschenkennis zoo ver, dat gij menschen, die u voor het eerst ontmoet, zoo diep kunt doorgronden ? —• Dat zal ik niet beweren. Maar er zijn zekei'e kenteekenen, die zelden bedrie-gen. Juffer Dagmar deed ook geen bij-zondere moeite om hare teleurstelling ta verbergen. (Wordt voortg'ezet.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Ajouter à la collection