Gazette van Gent

259 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 23 Août. Gazette van Gent. Accès à 23 juillet 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/n00zp4083x/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

24-7" JAAI - N< 198 - S. § CENTIEMES ZONDAG, 23 AUGUSTE 1914 GAZETTE VAN GENT INSCHRIJYIXGSPRIJS £ VOOR GENT : VOOR GEHEEL BELGIE 2 Ken jsar ..... fr. I2>00 Een jaar fr. 15-00 6 maanden » 6-50 6 maanden. . . . . » 7-75 3 maanden. . » 3-50 3 maanden. .... » 4-GO Voor Eolland : 5 frank per 3 maanden. iVoor de andere landen : fr. 7-50 per 3 maanden. NIEUWS-, HANDELS- EN ÀNNONCENBLAD Gestichi in 1667 BlëSTÏJUlB EN BEBACÏIS VELDSTRAAT, GO, GENT De lurèelert eîjn open van 7 ure 's morgends toi 5 "S uvonâs: TELEFOON nr 710 De Icsclirijvers buiten de stad Gent moeten hun abonnemmii nemen ten Postkantoore hunner wooitplaats. DE EUROPEESCHE OORLOG DE OORLOG DE TOESTAND De Ouitscliers in onze Provincie De Veldslag rond Charleroi DES ElIVG-SXaSCHSS VI.OOT DE FRANSCHEN TE LUIK? INILLIBE TUOINSEN vin lut BOILOSSTERBEIN DE TOESTAND Aan de laatste officieele verklaring ontleenen wij nog het volgende: De verstandhouding tusschen de kabi-netten en de hoofdkwartieren is volle-dig; het operatieplan in Belgie is vast-gesteld en niettegenstaande het zeer jijulijk is te weten dat de vijand «ver een aanzienlijk deel van ons grond-gebied is verspreid, moeten wij vol verrou w en zijn in den moed van ons held-uftig leger en in de oprechtheid onzer bondgenooten, die ons in de meest kri-lieke uren hunne erkentelijkheid wisten te betuigen en ons beteekenisvolle ge-iiiigenissen gaven van hunne krachtda-dige voornemens. Onze troepen wachten thans het voor-gesehreven oogenblik af om terag in het feld te komen, en om met onze bondgenooten te strijden voor de overwin-ning van het recht en van de rechtvaar-digheid.ONS LEGER In Belgie zijn zeker 260,000 man onder 3e wapens. Dat leger ligt verdeeld in twee groote kampen, de groote mjeerderheid in en rond Antwerpen, het overige deel in het ronde der forten van Namen en Dînant. Over het getal dooden en gekwetsten wordt veel geredetwist. Men spreekt niet meer van de klas van 1914 binnen te roepen. De roi van Antwerpen bi j verdere krijgsverrichtingen EENE MEDEDEELING VAN HET FRANSCHE MINISTERIE VAN OORLOG. Het viel in het plan der bondgenooter liât het Belgisch leger aan den uiterster linkervleugel, het oprukken van he Duitsche veldleger zoo lang mogelijî' pou tegenhouden. En dat het dan zich terug trekken zoi op het verschanste kamp Antwerpen. Welnu, dat plan is naar den letter uitgevoerd en men moet daarin geene nederlaag der Belgisclie troepen zien. Ziehier hoe eene mededeeling van het Fransche ministerie van oorlog op kla-re en duidelijke wijze de beteekenis van de laatste strategische beweging van het Belgische leger uitlegt : In overeenkomst met het verdedi-gingsplan, isedert jaren vastgesteld, is het Belgische veldleger op het versterk-te kamp van Antwerpen teruggetrokken, na schitterend de verschillende zendin-gen te hebben volbracht, welke de strategische toestand het oplegde. De krachtdadige verdediging die nog voortgezet wordt van de forten die het hoofd van het front vormen te Luik, heeft twee weken lang de Duitsche troepen tegengehouden bij den overtocht der Maas. Het Belgisch leger neemt nu vandaag tegenover het Duitsche leger, 't welk lïet door 't groot getal overstroomd heeft, eene flankpositie in, zeer drei-gend voor den tegenstrever, wegens den vorrn van het versterkt kamp van Antwerpen en der beweegbaarheid van de Belgische troepen, gesteund op deze positie. De roi van Antwerpen in de verdediging van Belgie is dubbel en zeer ge-wichtig. Het versterkt kamp is ingericht volgens de meest moderne regelen en in staat tôt eene onbepaalde verdediging. Het is ook eene opcratiebasis. Van ! de basis van Antwerpen kan het Belgisch leger de zijde van het Duitsche leger, in Belgie dringend, bedreigen en doelmatig medehelpen aan de operaties van de legers der bondgenooten. —o— In eene andere mededeeling van het ' Fransch ministerie van oorlog wordt de : roi der stelling van Antwerpen als volgt toegelicht : Om het beleg te slaan voor het verschanste kamp van Antwerpen zou m Mlll—1 Duitchland zeer belangrijke strijdkrach-ten moeten immobiliseeren. Ailes laat toe te veronderstellen dat de Duitschers die onderneming, welke hun veldleger gevoelig zou verzwakken, niet zullen wagen. Indien zij de belegering niet doen, dan zullen de Duitschers verplicht zijn zich te beschermen tegen de operaties van het Belgisch leger, dat ongeschon-den gebleven is, dank aan den zeer be-hendigen aftocht en dat, versterkt door het garnizoen van Antwerpen, aile vrij-heid heeft om op de flank van het Duitsch leger op te treden. Er dient bijgevoegd dat de forten van Luik het nog steeds uithouden en meer nog, dat de forten van Namen niet eens zijn aangevallen. ,Welnu, de forten van Namen, die even sterk zijn als die van Luik, hebben in de laatste 14 dagen hunne verdedi-gingsmiddelen nog versterkt. Uit dat ailes blijkt dat, in hunne voor-waartsche beweging, de Duitsche legers zullen geklemd zijn tusschen de stelling Namen en de stelling Antwerpen die, bij vogelvlucht slechts 60 kilomelers van elkander verwijderd liggen. Indien men rekening houdt van de straalactie der forten en van het feit dat op onaanvalbare basis van Antwerpen, het Belgisch leger aile zulkdanige operaties zal kunnen steunen, die noo-dig zullen geoordeeld worden, is de toestand bijgevolg moeilijk voor de Duitschers.Zij gaan nu toch missen wat zij onont-beerlijk achtten voor hunnen doortocht door Belgie : de vrije beschikking van de Maas langs Luik en Namen en de immobilisatie van het Belgisch leger. —o— YVil men weten hoe de oorlogscorres-pondent van de Daily News het opge-ven van Brussel door het hoofdkwartier beoordeeld ? Hij heet het een lokaas voor de Duitschers om ze te krijgen op de plaats waar de bondgenooten lien willen hebben. De correspondent is van gevoelen dat de Duitschers een zeer gevaarlijk spel gewaagd hebben en hij zegt : Als de Duitschers om de linkerflank van het Belgisch leger willen trekken om Brussel te pakken, kunnen zij niet ver op dien weg voort, zonder aangevallen te worden door de gansche krijgs-macht der bondgenooten, geworpen op den linkervleugel hunner oprukkende kolonnen, wanneer deze zullen aanruk-ken uit de bergpassen der Ardennen tusschen Namen en Luik. Verslagen, zullen die dan teruggewor-pen worden op de Maas, met hunne af , tochtslinie gelegen op een smal 60 kilo-mctersfront, tusschen machtige forten , waarvan er, wat men te Berlijn ook mo-ge zeggen, gecn enkel genomen is. En willen zij noordelijker den aftochl wagen, dan staan ze voor de Holland- sche grens, waar het Ilollandsch leger gereed staat om aile oorlogvoerenden te ontwapenen. De Koning De koning heeft zich thans bepaald ge-vestigd in het Paleis van de Meir, te Antwerpen. Tweemaal per dag woont Z. M. de werkzaamheden van den Staats-raad bij, die bestaat ait de ministers met portefeuille en de Staatsministers. De Banken. De Banque de France, te Parijs, heeft haren escompttaks van 6% op 5 % en haren voorschottaks van 7 % op 6 % gebracht.Het escompt der Bank te Amsterdam is van 6 % op 5 % gebracht. Het Krijgsgerechtshof Het Staatsblad. van 22 oogst bevat de volgende koninklijke besluiten Gezien artikel 102, § 2, van de wet van 15 juni 1899, inhoudende titel II van het Wetboek van militaire strafvorde-ring;Overwegende dat in de tegenwoordi-ge omstandigheden, aan het Krijgsgerechtshof een anderen zetel dient aango-wezen dan dengene bepaald door § 1 van gezegd artikel; Op voorstel van onzen Minister van Justicie, ,YVij hebben besloten en wij besluiten : Artikel I. ■— De zetel van het Krijgsgerechtshof wordt naar Antwerpen verplaatst. Artikel 2. — Onze Minister .van Justifie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat verbindend is den dag zijner bekendmaking. Gegeven in ons hoofdkwartier, den 20 augusti 1914. ALBERT, Van 's Konings wege : De Minister van Justicie, H. CARTON de WIART. GeidterugnemingeR en fiewaringen in de Bank ALBERT, Koning der Belgen, Aan allen, tegenwoordigen en toeko-menden, Heil. Gezien de wet van 4 augusti 1914 be-treffende de spoedeischende maatregelen noodig in oorlogstijd ; Op voordracht van onze Ministers van Financiën en van Justicie; Wij hebben besloten en wij besluiten: De bepalingen van artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 augusti betref-fende de geldterugnemingen van bewaar-gevingen in de bank, zijn door de vol-g°nde bepalingen vervangen : § 1) Tôt en met den 15 septemb'er 1914 mogen de geldterugnemingen van be-waargevingen in de bank gedaan vôor den 4 augusti van hetzelfde jaar, 1000 fr. per vijftien dagen niet te hoven gaan. Echter mogen zonder beperking van het bedrag gedaan worden : 1. De geldterugnemingen voor het be-talen der tractementen en loonen van de bedienden en werklieden van aile nijver-heids- of handelsonderneming. De terugneming mag voor elken beta-lingsvervaldag van het bedrag der tractementen en loonen beloopen dat ge-staafd is door de betalingsstaten van het personeel. Voor de toepassing dezer betaling worden met de loonen gelijkgesteld de tijdelijke vergoedingen of de lijfrenten ver leend aan slachtoffers van werkongeval-len, en waarvan, tôt voldoening van den depositaris, bewijs geleverd wordt hetzij door contracten of vonnissen, hetzij door schriftstukken van den schuldenaar. 2. De door aannemers van werken of leveringen voor de nationale verdediging gevraagde geldterugnemingen, wegens hetaling van andere kosten en uitgaven dan die in 1° hierboven voorzien, welke noodig zijn voor de uitvoering dier werken of leveringen ; 3. De geldterugnemingen bestemd tôt geheele of gedeeltelijke betaling van aile belastingen, contributiën, redevanciën en huren, ook nog niet vervallen, verschul-digd aan den Staat, aan de provinciën of aan de gemeenten. De geldterugneming wordt gedaan door middel van een cheque, door den depositaris op naam van den Minister van Financiën gedaan. De aldus afgeleverde cheques worden door de openbare ontvangers of reken-plichtigen als geldwaardig aanvaard. § 2. De bewaargevingen waarvan het saldo niet meer dan 1000 frank bedraagt, kunnen in hun geheel worden terugge-nomen.Onze minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Antwerpen, den 21 augusti 1914. ALBERT. Van 's Konings wege: De Minister van Financiën, A. Van de Vyvere. De Minister van Justicie, H. Carton de Wiart. Het " Staatsblad". Het "Staatsblad" werd vrijdag mor-gend voor de eerste maal te Antwerpen gedrukt. Eene verklaring van den heer Carton de Wiart Over het aan den gang zijnde gevecht rond Charleroi, zegdet de heer Carton de Wiart, minister van rechtswezen, onder meer : "De groote veldslag is aan den gang tusschen Fransch-Engelsche en de Duitsche troepep. Ailes laat den besten uit-slag verhopen." Verder zegde de minister: "Heft schijnt ook dat de stad Gent en het Noorden van Oost-Vlaanderen van den Duitschen overval zullen gespaard blij-ven". TE BRUSSEL. Eene Duiisahs proslasnatie De volgende proclnmatie in de Fransche en Duitsche taal opgesfeld, werd ».e Brussel aangeplakt : « De Duitsche troepen moeten heden en volgende dagen Brussel doortrekken en door de omstandigh )Jen zijn /ij ge-noodzaakt aan de stad logement, voed-sel en kleeding te vragen. Aile levering. van koopwaren wordt geregeld door het gemeentebestuur. Ik verwacht dat ailes op regelmgtige manier zal geschieden en vooral dat geen enkele aanslag zal gepleegd worden tegen de veiligheid der troepen en dat de gevergde leveringen zoo spoedig mogelijk zullen geschieden. In dit geval geef ik de verzekering van het behoud der stad en de veiligheid der inwoners. Nochtans moet ik u verwittigen dat, in geval van aanslagen tegen de solda-ten, branden of ontploffing van allen aard, ik mij genoodzaakt zal zien streri-gere maatregelen te nemen. Geteekend : Generaal-bevelhebber der Korpsen, Sixt von Arnim. Eene oeriogsschatting van 200 miliioen te Brussel Er wordt gemeld dat de Duitschers van Brussel een oorlogslast van 200' miliioen zouden geëischt hebben. Er wordt verder verzekerd dat de Duitschers ten getalle van 50.000 'door Brussel togen. Enkele honderden zijn er ach.terge-bleven.Het gros der troepen zakte Zuidwaarta af. De Duitschers te Brussei Ziehier enkele bijzonderheden over de bezetting van Brussel door fcle Duitschers : Het is langs de zijdei van Schaarbeek dat de Duitschers Brussel binnengedron-gen zijn. In betrekking gesteld met den heer burgemeester Max, vroegen zij of de troepen zouden aangevallen worden en of er op hun doortocht geen mijnen gele,gd werden. De heer Max antwoord-de dat er niet den minsten tegenstand zou geboden worden, en dat de burger-wacht ontwapend was geworden. Men verschafte aan den heer Max een veldtelefoon, opdat hij zijne verklaring aan den algemeenen Duitschen staf zou kunnen herhalen. De heer Max kreeg daarop de verzekering dat de troepen zich er bij bepa-len zouden de stad te doortrekken en er niet zouden kantonneeren. Enkel een deel der legermacht zou in de gemeenten der voorgeborchten overnachten. 3 Feuilleton, der Gazette van Gent. let (leheim van de Theems door FLORENCE WARDEN. HOOFDSTUK II. Er as een onaangename stilte, toen Matfc op de vraag van zijn tante had ge-antwoord en lord Bensington, die doof was en niet had gehoord, wat zijn doch-en kleinzoon samen spraken, vroeg knorrig, waar zij het over hadden. -t- Is er iemand verdronken, zegt gij ! ^a een worsteling 1 Waar was de worste-'ing? En wie is er verdronken? I Hammond, die beter door lord Ben-sington werd verstaan, dan iemand an-ders, deed het verhaal nog eens, en het Selaat van zijn meester betrok. — Een worsteling op het grasveld, op mi.in grasveld. En een drenkeling. Wie was dat? Blijkbaar was hij nog eerder boos op man, die het had doen voorkomen, alsof hij van zijn grasveld in het water was geworpen, dan geschokt door het j'agische voorval. Hammond trachtte liera verder in te lichten : 1 ^ weten zijn naam nog niet, my-ord en verder ook niets van hem. Hij scûi.int een soort bookmaker te zijn ge-^eest of zoo iets, want er werden aan-eekeningèn over rennen in zijn zak ge-onden. Maar heel veel meer had hij '" bij zioh, en zij denken dat hij besto-oç 1S dingen uit zijn zak zijn Lord Bensington keek zeer misnoegd. Het woord "wedden" alleen al hinderde hem en zijn opmerkingen daaromtrent waren kort, maar krachtig. Een bookmaker! Verdiende loonr dat hij verdronken is ! Dat soort menschen is de pest voor de maatschappij. Een oogejiblik later kwam de scherpe opmer-king. Ik zou wel eens willen weten, wat die kerel hier deed. — Dat zou ik u niet kunnen zeggen, mylord. Maar ik vermoed, dat hij ver-dwaald was en per ongeluk het erf is op geloopen, denkende, dat hij zoo kon doorsteken, meende Hammond. Terwijl die twee zoo samen praatten keek freule Bensington vol ansgt naar Matt. — Hebt gij iest gezien? vroeg zij zacht. — Neen, zegde Matt. Ik was te laat. Ik hoorda roepen en toen een plomp ; ik ging door de tuindeur naar buiten. Maar ik zag niets ; er scheen niemand te zijn, dus ik ging weer naar het huis toe en vond daar de deur op slot. — Op slot, terwijl gij naar buiten ge-gaan waart? Wie kan dat hebben gedaan ? Eer hij haar kon antwoorden kwam Randolph opgewonden de kamer binnen. Hij was al in den tuin geweest, waar een grootei menigte zich verzameld had op de plaats, waar den vorigen nacht de worsteling had plaats gegrepen. Twee policieagenten 'bewaarden de orde en (ttfachtten met de tmii/.ilieden en 'dem koetsier den nieuwsgierigen te beletten op het erf te komen ; maar deze klom-men over den muur en kropen door de heggen. — Zij hebben nu iets naders over dien armen kerel vernomen, riep hij uit, toen hij een kort verslag had gegeven van ailes, wat hij had gezien. Hij schijnt Joe Ruggles te heeten en hij was bookmaker.— En wie heeft het gedaan? vroeg freule Bensington. — O, dat weet niemand... nog. Zijn tante keek beurtelings haar beide neven aan. — Maar gij beiden hebt gisteren toch zeker wel iets gezien, zegdfe zij heel zacht, opdat haar vader niets zou hooren. Maar lord Bensington had het veel te druk met allerlei vragen te doen aan Hammond en te luisteren naar de be-scheiden antwoorden van dien nuttigen persoon, om nog aandacht over te hebben voor wat bij het raam voorviel, waar zijn dochter en beide kleinzoons stonden te kijken naar de groep op het grasveld. Matt, tôt wien zij zich het eerst wend-de, zegde niets. Randolph, tôt wien zij zich daarna keerde, schudde zijn hoofd. Zij hield vol. — Maar Randolph, uwe kamer kijkt toch op de rivier uit ! Het is onmogelijk dat gij de kreten en den plomp niet gehoord hebt. Ik hoorde beiden, ofschoon mijne kamer aan den anderen kant van het huis is. — Ik hoorde u toch opstaan, zegde Matt kortaf. Randolph draaide zich om en keek hem uitdagend aan. — En wat zou dat? vroeg hij. De beide jonge mannen staarden elkander strak aan, terwijl hun tante nu den een, dan den ander a an zag, onrustig, en met een voorgevoel, dat er een ongeluk gebeuren zou. Zij had een vaag gevoel, dat de tragedie, die zich zoo dicht bij hun huis had afgespeeld, iets te maken had met de bewoners. En dat, niette genstaande Hammonds verklaringen, die Lord Bensington voldaan schenen te hebben. — Niets, zegde Matt na een korte stilte, behalve dat gij net zoo goed als ik moet zijn wakker geworden door het ge-rucht.— Ik heb hooren roepen, gaf Randolph toe, en toen heb ik uit het raam ge&e-ken. Maar ik zag niets en toen hield ik het er voor, dat jongens nog laat in den avond aan het baden en gekheid maken waren. In den zomer hoort ge dikwijls iets dergelijks. Lord Bensington was naar de tuindeur gegaan, deed deze open en waagde zich, leunend op Hammond's arm, tôt midden op het grasveld. Van daaruit wenkte hij een der policieagenten, die een cordon vormden om de plaats, waar vertrapt gras en bloamen en afgerukte takken wezen op eene worsteling, die daar kor-telings had plaats gehad. Lord Bensington, die stram van dte jicht was, maar toch nog dezelfde tiran van vroeger, deed een paar vragen, die zijne verontwaardiging verrieden over de beleediging hem aangedaan en ging bij-na zoover om in woorden uit te drukken, dat volgens zijn innerlijke overtuiging het liberale parlement van ailes de schuld was. Van de policie vernam hij echter niets nieuws, en de familie bes'loot daaruit, dat de policie zelf ook niets wist. Intusschen was het lijk van den onge-lukkigen Joe Ruggles weggebracht en aan de bewoners van Benson Towers werd medegedeeld, dat er den volgenden morgend een gerechtelijk onderzoek zou worden ingesteld. Hammond, van wien de graaf altijd al hfif. "nin.n.f.Rpliilr tiipiiwr Vorrinm L'on nnlr niet giissen wat dit ailes beteekende. Toen Lord Bensington naar binnen ging hield Randolph den huisknecht tegen en had een lang gesprek met hem op een rustig plekje van den tuin. \M]aar iRandolph wisselde over deze zaak niet meer van gedachten met zijn neef, zelfs niet nadat beiden den man gezien hadden en zich overtuigen kon-den, dat Joe Ruggles de man met het ongunstig uiterlijk was, dien Matt buiten het hek had gezet. Het gesprek was dien avond gedwon-gen en vlotte niet erg. De schaduw van de vreeslijke gebeurtenis, die had plaats gegrepen, hing nog over het huis en bo-vendieii de heer des huizes had nu ook eenige achterdocht gekregen, dat het droeve voorval, dat zijn stille vrede had verstoord, eenigermate in verband kon staan met iemand in zijn huis. Hoe hij aan dat gedacht kwam, wist niemand juist; of Hammond zich wat onvoorzichtig had uitgelaten, of dat bij zich op de hoogte had gesteld van wat zijne dochter en kleinzoons dachten ; hoe het ook zij, Lord Bensington werd al knorriger en knorriger en vond het on-aangenaam als het onderwerp van den moord weer ter sprake werd gebracht, zoodat de familie, als bij afspraak, be-sloot om het niet meer aan te roeren. Randolph was zoo gelukkig om een nieuw onderwerp van gesprek te vinden. Hij vroeg zijne tante, of deze een bezoek bij de Schmidts wilde brengen ; zij zou die menschen zeker aardig vinden, meende hij, en zij hadden voor een paar weken een buitentje wat verder de rivier op, gehuurd. — En wie zijn de Schmidts? vroeg Lord Bensington met een gezicht, of hij —Mevrouw Schmidt is de vrouw van een Amerikaanschen millioenair en haar dochter is een allerliefst meisje ! zegde Randolph. Zij zijn heel lief voor mij geweest en ik zou tante Frida heel dank-baar zijn, als ze haar eens opzocht. De Schmidts zouden het bovendien eene groote eer en genoegen vinden om met ihaar kennis te maken, en ook met u, grootvader. Lord Bensintgon scheen nog te twijfe-len en freule Bensington, die altijd zorg-de zijne stemming op haar gelaat af te spiegelen, keek nog bedenkelijker. — Ik houd nu niet zoo heel erg van Amerikanen, Randolph, zegde ze vrien-delijk.— En ik ook niet. Als natie beteekenen zij wellicht iets, zegde Lord Bensington beslist. Maar ieder voor zich laat veel te wenschen over. — Ik denk toch, dat gij het meisje wel aardig zoudt vinden, zegde Randolph snel. Zij is waarlijk heel aantrekkelijk, bekoorlijk en lief. — Gist en rekent ze niet? vroeg freule Bensington nog in twijfel. — O, ge denkt aan die tooneel-Ameri-kanen, zei Randolph. Neen, daar heeft ze nu niets van. — Zij zegt wel : "Ik gis", merkte Matt op, voor het eerst deelnemend aan het gesprek. Den geheelen dag was hij uit zijn ge-wone doen geweest, stug, en soins schrok hij ineens op, iets wat niet aan de hel-dere oogen van zijn tante was ontsnapt. Randolph aarzelde. (Wordt voortgezet.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes