Geïllustreerde zondagsgazet: familieblad

593 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 06 Juin. Geïllustreerde zondagsgazet: familieblad. Accès à 18 juillet 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/kd1qf8kh4s/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

LE ES den boeienden roman boétvaardige magdalena welke thans ais mengelwerkverschijntin de Jlntwtipsche Tijdingen Hat blad is in aile dag-bladwinkels en blj de ver-kooper* te verkrijgen a an S centiemen ir.GEILLUSTREERDE. 'c-"— . ■ !■! I >JItfeMOaaMB——————Ma——WMMMitnMBBBaiME ■ BUREEL : UANQE GANG 6, ANTWERPEN ; Of»EN OAÇEL1JKS VAN 2 TOT 3 UREN. «• — * ——* *~— — - - ■ ——————— Papierhandd JAN BOUGHERM = 22 = HOPLAND, AnfwtrpiH DRUKWERK BOEKBINDERIJ Godsdienstigc Voorwarptn PRANS VAN KUYCK Schepen Frans Van Kuyck, welke sinds f verscheidene maanden bedlegerig was, is verleden Maandag, 3i Mei, overleden. Met hem is een der sympathiekste Ant-werpsche figuren heengegaan. Hij was een kunstschilder van naara en heeft als kunstenaar niets verwaarloosd om in Antwerpen de kunst hoog te doen bloeien en van onze stad eene der schoonste steden temaken. Hij werd den g Jur.i 1852 te Antwerpen geboren. In 1888 werd hij als provinciaal raad'slid gekozen, wat hij bleef tôt i8gi. Op 3l. De-cember 1890 werd hij gemeenteraadsheer er viji jaar later — op 16 December 1895 — werc hij schepen van Schoone Kunsten. Hij was voorzitter der volgende ;._mmis sien : Plantin-Museum, Vlaamsche Opera^ Kon. Vlaamsche Schouwbnrg, Schoone Kunsten, Feesten,Stadsbeplantingen,Brandweer, ! Onderwijs, Rekenwezen, enz. Frans Van Kuyck was eere-leeraar aan de koninklijke Academie van Schoone Kunsten, lid van het Akademisch Korps, lid van den Beheerraad van het Muséum van Schoone Kunsten,lid der Kommissie van het Muséum, lid van den Beheerraad van het Koninklijk VI. Conservatorium, Raadslid der Vereeni-ging der Antwerpsche schilders, Voorzitter van den Beheerraad van het Steen en het Vleeschhuis. Verder : voorzitter van het Komiteit van , den De Keyserprijs en van den prijs Vale-rius.Onder zijn beleid werd het Vleeschhuis hersteld, het Muséum van Folklore ingericht, de Nijverheidsschool tôt haar tegenwoordi-gen bloei gebracht, de Feestzaal der Meir-; plaats ontworpen, de muurschilderingen ir de scholen aangebracht, de ceremonieën bi de huwelijksplechtigheden ingevoerd, d< i oude gevels der Groote Markt opgesmukt, di prijskampen voor volksliederen ontworpen I de Vlaamsche Opéra voltrokken, de Dag de: I Moeder ingesteld, de Kunst in het openbaa [ leven tôt stand gebracht, de bereden policii i ingevoerd, het Nachtegalenpark aangekocht ■HHHMI het Nationaal Feest van 21 Juli tôt een alge-meene vaderlandsehe uiting verheven. Hij was 00k de schepper van « Oudl Antwerpen », in de wereldtentoonstelling van 1894, waarvan hij de spil bleef tôt op den sluitingsdag en vvaar de vindingrijkheid zijnei dichterlijke ziel zooveel schoons schiep. Frans Van Kuyck was Officier der Leo-poldsorde, vereerd met de Herinneringsme-dalie der Regeering van Leopold II, Officiel der Orde van Burgerlijke Verdienste van Bulgarie, Ridder der Orde van Oranje-NaS' sau, Ridder van de Orde der Kroon var Roemenië. Wij zegden reeds dat Frans van Kuyck uit groote liefde voor zijne moederstad, ziel als lévenstaak de verfraaiing van Antwerper had voorgehouden. 't Was hij, die, beneven: het behouden van onze oude gebouwen er gevels, de stad alom met groen en bloemer tooide. 't Was hij die de bijzonderste ont werper was van al die grootsche, onvergete lijke feesten, waarop elke Antwerpenaar zijx heele leven fier zal wezen. Aan Frans Vai Kuyck was grootendeels het welgelukkei van het Landjuweel te danken. Wie herinner zich de Van Dyck- en Conscience stoetei niet, waardoor twee beroemde Zonen vat Antwerpen herdacht werden ? En de prach tige intrede van ons Vorstenpaar in de over heerlijke gesmukte Scheldestad, wie zou di< vergeten ? Voor Frans Van Kuyck was steeds di Kunst de levensbaak, die al zijnen arbeid al zijn streven verlichtte. In hem verliest d< stad Antwerpen een harer meest liefhebbendf zonen. XXX Donderdag namiddag had de plechtigi teraardebestelling van den ontslapen kunste naar plaats onder eenen overgrooten toeloo[ van vrienden, kennissen en vereerders ui aile standen der maatschappij. Waren o. a. aanwezig : de heeren De Vos burgemeester, die in het sterfhuis de lijkredi hield, Desguin, Albrecht, Strauss en Cools schepenen en talrijke gemeenteraactsleden heer Ryckmans, senator ; heeren Delvaux, d< Meester, Royers, volksvertegenwoordigers Paul Billiet, Casman, Gilon, Van Hooren beeck, Fr. Philipsen, Van Regenmorter ei Hoeben, provinciale raadsleden ; M. Vai Doosselaere, voorzitter en de leden van he Weldadigheidsbureel ; MM. Van Nieuwen huizen, voorzitter en de leden van de bestie ring der Godshuizen ; Verschueren, bestuur der en Eeman, onderbestuurder van der Openbaren Reinigheidsdienst ; hr De Vriendt bestuurder, Donnet, beheerder en talrijkt leden van het leeraarskorps van de Kon Academie en Hooger Kunstgesticht ; leder van het bestuur der Kon. Maatschappij to aanmoediging van Schoone Kunsten, heerei Fontaine en Bertrijn, bestuurders van d< Vlaamsche Opéra en van den Kon. Neder landschen Schouwburg. Verder nog d( hoofdbedienden van al de stedelijke inrich tingen. Ook het onderwijzerskorps met dei 1 heer Collins, opzichter aan het hoofd ; he i leeraarskorps van het Kon. VI. Conservatoriun = met de heeren N. Cuperus, dd. bestuurde: - en Matthys, secretaris. Het politiekorps wa: 1 aanwezig met den heer Schmit, hoofd- ei verschillende wijkkommissarisen. De stoffelijke overblijfsels van den hee ; schepen Van Kuyck werden in bijzijn van tal . rijke vrienden op het Schoonselhoi begraven Het Begijnhof te Dixmuide. Naar eene schilderij van A. De Clercq. , Bewoners van warme landen over Us en Sneeuw In het jaar 1846 werd voor de eerste maal door eenen ondernemenden Amerikaan eene t scheepslading îjs naar Batavia gebracht. ! Daar de Amerikaans che schepen grooten-1 deels in ballast naar Oost-Indië gingen, en : ook het verpakken van ijs met geene groote kosten verbonden is, kon het tôt billijke " prijzen in den handel gebracht worden, en is " het dientengevolge op java van een artikel r van weelde tôt een artikel van behoefte ge-1 worden. In de ziekenhuizen had het gebruik " van ijs ten deele schitterende gevolgen, en 1 daarom werd het weldra regelmatig ingevoerd. In groote hôtels, gelijk meê in elke > aanzienlijke huishouding, speelt ijs een ge-1 wichtige roi ; de boter, die weleer hall 1 vloeiende was, stond op ijs, bij ieder glas 3 water behoort een stukje ijs, met één woord : 1 ijs is een onontbeerlijk artikel geworden. 1 Men kan begrijpen, dat de aankomst van het ' eerste ijs tôt menige grap aanleiding gaf. ' Want, in dit heete tropische land kent men 1 zelfs op de toppen der hoogste bergen nooit I sneeuw noch zelfs rijm. Op de meest verras- II sende wijze verscheen de eerste indruk dei 1 ijskoude op de inboorlingen, zoowel Javanen zaam erkend had. Zoo verhaalde hij mi onder anderen, dat al het water van koudi was doodgegaan. Toen ik hem antwoordde « Neen, Kûjô Kobena, dood is het niet, liet hij mij in het vuur zijner rede bijna nie uitspreken, maar viel mij in het woord zeg gende : « Sungoh mati ! (waarachtig bij miji leven 1 ) het is ailes dood., en ik heb het zel gezien. » Eindelijk aan het woord komende verklaarde ik hem, dat het niet dood was maar slechts sliep. Even spoedig begreep hi dat, en ging met gelijken iever voort : « Sun goh ! (waarachtig), gij hebt gelijk ; ook il heb gezien water warm worden, water wee loopen. » Dan verhaalde hij mij, hoe op ze keren dag, als hij uit de hut op Urk trad, ziji mantel wit geworden was, geheel wit ; maa verf was het niet ; het kon weêr a'gewisch worden ; maar als hij het afwischte, kwan het terug. Bijgevolg had hij dan besloten dat het hier zoo koud was, dat wannee duan allah, de Heer God, het Iaat regenen de regen, eer hij op de aarde komt, door d koude bedorven, en geheel wit was gewor den. Nochtans had hij zeer goed begrepei wat er was voorgevallen, en drukte zich 00. veelbeteekenend uit. Vriezen is voor dez' tropenbewoners een geheel vreemd begrip. e Het •' Heilig Paard „ op Java '• De paarden zijn voor de Javanen heilige dieren en worden door hen zeer vereerd. In vele plaatsen treft men dan ook houten paarden e aan op steenen voetstukken, zooals er een op bovenstaand plaatje » is afgebeeld. j Een soldaat staat in eenen helderen Augustu » nacht op schildwacht aan eene eenzanie plaat . Daar komt eene sterrekundige aan met eent langen verrekijker. ' — Wat gaat die nu met dat lang geweer ui t voeren ? mompelt de schildwacht. Juist op het oogenblik rijst er eene valleni ! ster. Vol verbazing laat de soldaat zijn gewe j vallen en roept : — Heere God ! Daar heeft hij nu eene ster 1 ' de lucht geschoten ! Zicht op de kerk te Aarschot Zicht op Aarschot van af den Rillaarschen steenweg 1 en Maleiers als kinderen van Europeani a terwijl al dezen zonder uitzondering bij 1 t eerste aanraken van het ijs uitriepen : « 1 - brandt! » Een der best gelukte kluchten ech - voerde M. K. met eenige zijner vrienden t 1 die een paar inboorlingen tegen den midd 1 naar het magazijn van Batavia zonden, < s eene hoeveelheid ijs naar Weltevreden ■ brengen. Met den ondernemer van het ma; I zijn had hij vooraf afgesproken, dat hij de t lieden een stuk ijs zou geven, dat alleen v: II omsnoerd in het midden van een bambc e gehangen werd. De twee dragers namen v - gens lands gewoonte, de beide einden v s den bamboes op de schouders, een inlai - sche opzichter ging nevens hen, en zoo gi a het in de brandende middagzon voort m t het op omstreeks twee ureri afgelegen W d tevreden. Natuurlijk brachten zij niets nu r dan de bamboes met de ledige stukken. j s had er een der grappigste tooneelen plaa 11 door een ernstig verhoor over het verblijf c zeldzame waar, welke verdwenen w r niettegenstaande zij meermalen sterk v< - vastgebonden. Zij was niet gestolen, ook n >• verloren, en de verbaasde Javanen konc niet begrijpen wat er gebeurd was, en op de aan hen gerichte vragen alleen maar a | woorden, dat het ijs zich heimelijk h verwijderd, dat het op eene onbegrijpel wijze was verdwenen. Toen ik na bijna zevenjarig oponthoud Indië naar Europa terugkeerde, en in strenge winterkoude van Februari i855 het dépôt te Harderwijck in Holland a; kwam, had ik gelegenheid den indruk w: te nemen, dien sneeuw en ijsop eenen zvvai maakten, die deze natuurvoortbrengsel voor de eerste maal in zijn leven leerde ke non. De Hollanders hebben namelijk in vrc gere tijden een aantal negers als soldaten v hunne afrikaansche bezittingen in Delmi naar Java gevoerd. Daar er echter gee rechtsti eeksche vaart van Java naar Delmi bestaat, werden de uitgediende Afrikan eerst naar Holland overgebracht, van v/a zij dan bij gelegenheid naar de westkust v Alrika gezonden werden. Mijn Afrikam Kûjô Kobena, was even als ik in den strc gen winter aangekomen, had het echter n slechter dan ik getroflen, daar het schip, hetwelk hij zich bevond, bij het eiland U in de Zuidt-rzêe vastvroos ; hierdoor werd genoodzaakt, dertig dagen op dit arme v scheiseiland in de winterkoude door te bre gen. Hoogst belangrijk waren de beschrijv gen, welke hij van de koude aldaar maak vooral door de wijze, op welke hij zij begrippen trachtte uit te drukken, welke ht nieuw en tôt hiertoe geheel onbekend ware jdoch wier natuur hij tôt dusverre genoe S DE BEUL VAN ANTWERPEN let Het is een der oude hoeken van de sta die ons op zulke aanlokkende wijze, h :er verleden herinnert, dit verleden, dat in d( it. omtrek van het stadhuis verrijst, en ons do ag denken aan den tijd der brandende houtst )m pels, welke in de ruiten der omliggende huiz< te de verschrikkelijkste zonsondergangen s !a_ schilderden. lZe Heel de zestiende eeuw herleeft in t ist oude woningen, met hunne kleine venster ies en kanten gevelspitsen, boven dewelke c °1" beiaard zijn klokkenspel doet galmen. an Zou men niet zeggen, dat er in deze midd 'd- leeuwsche huizen, nog eene ziel rondzwei ng welke omringd is van vervloeking ? •ar Wie toch heeft te midden van de Groo e'~ Markt, het huis van den beul niet opgemerk' :ê, Maar weinige menschen hebben het ve heven beeldhouwwerk bemerkt, dat op e« ts, der vleugels van het gebouw uitgewerkt i Ier en waarvan nog maar de hellt te ontwaren i as, Dit beeldhouwwerk stelt den beul in ziji ras gruwelijke verrichtingen voor. iet Het is in deze woning dat vroeger « Mij en heer van Antwerpen » de uitvoerder d al « groote werken » verbleef. nt- Te Antwerpen had de beul goed zij ad bezigheid. ijk Tôt in i856 was hij met de onthoofding' gelast ; maar dit werk bracht hem niet geno in op daar de straffende wetten, na de toepc de sing van den « Code Napoléon » mind in streng waren dan vroeger. .n- Echter in de middeleeuwen, ontbrak h .ar hem niet aan arbeid, want niet alleen moe te hij de misdadigers onthoofden, maar ze de en noods wurgen of verbranden. Op hettijdstip waar er op 'toogenblikspraa van is, won Mr Van Antwerpen genoeg oi i, op goeden voet te leven. De dagbladen va et dien tijd deelden zelfs mede, dat hij som: :n twee, drie helpers moest hebben. Te mee et nog, een gemengd tarief regelde de daghui a- des beuls, en het is voor deze rederi, dat h :n altijd met het grootste belang de vonnisse f- van het gerecht afwachtte. Inderdaad, een ophanging bracht hem negen florijnen op le Hij had ook kleinere « vermaken » die hei s, natuurlijk minder betaald werden. le Al verdiende de beul, goed zijn broo toch had hij daarom de achting niet van zijn 2- medeburgers, en men vindt zeer weinig vooi it beelden van beulen die door eene natuurlijk dood gestorven zijn. te De meest gekende der beulen van Antwe: ; ? pen was « Hector Bolet » bijgenaam r- « Cosijnken », niet voor zijne gruwelijkheit :n maar voor den grooten ijver, dien hij hee s, moeten betoonen, tijdens het bloedige tiji s. stip van i567 tôt 1578. Hij heeft in die jare le iortuin gemaakt. Het is van i585 dat de beul van Antwerpe n- zijn eigen huis bezit, voor hem door de sti er aangekocht, want de bevolkir.g verfoek hem op zulke wijze, dat niemand hem wc ie herbergen. Een oud-gediende, later beul geworde ;n vroeg aan de wethouders eene woning, d sg dan ook voor hem aangekocht werd. .s- In dit huis op de « Kaasrui » gelegi er woonden achtereenvolgens al de mannen d dezen stiel uitoefenden, tôt dat eindelijk et i858 het beroep van beul afgeschaft werd. st Fia. I De Groote Kalsijd e naar de Panne. Naar eene schilderij van Em. Vierin.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes