Het nieuws van den dag

268 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 14 Decembre. Het nieuws van den dag. Accès à 22 août 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/251fj2bg2c/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Vier-en-dertigste jaargang. — Nummer 24 Voorloopig | o centiemen per nummer Brussel, Zaterdag 14 December 1913 HET NIEUWS VAN DEN DAG AANKONDIGINGEN Per kleine regel 1 ir. Tusschen de Nieuwstijdingen, per regel 3 en 4 fr. Stertgevallen per regel 3 fr. BESTUUR EN OPSTEL ! Zandstraat, 16 TELEFOON 171 DAGBLAD Gesticht door Jan JiU ïGHE BUREEL DER KLEINE AANKONDIGINGEN : Zandstraat, 6 TELEFOON 7948 ABONNEMENTEN: De prijzen zullen later vastgesteld wordea. BELGIE IS NIET MEER ONZIJDIG Koning Albert heeft zeif in zijne troon-rede het einde van België's onzijdigheid aan-gekondigd : « Het zegevierende België, zoo sprak hij, niet meer omkneld door de onzijdigheid op-gelegd door do verdr<igen, waarvan de oorlog de grondslagen heeft gesohokt, zal vol-komen onafhankelijk zijn. s Tijdens den oorlog reeds had de llegeering zich daarover met de verbondene landen ver-staan. Erankrijk, Engeland eu Rusland. die onze onafhankelij kheid en ook onze onzijdigheid gewaarborgd hadden na de omwen-teling van 1830, veiklaarden in hun ant-■wGoid aan België dat zij niet het rninste bezwaar hadden tegen het afschaffen onzer onzijdigheid; en de andere verbondene lan-den, zooals Italie en Japan, die deze waar-borg op zich niet hadden genomen, sloten er zich bij aan. Reeds voor het sluiten van den wapenstilstand was het dus zeker dat België niet meer onzijdig zijn zou, maar, zoo-als de Koning1 zegt, volkomen onafhankelijk zou worden. In België's geschiedenis is zulks van over-groot belang. Wij moeten immers wel weten dit onze onzijaigheid werkelijk eene beporking onzer onafhankelijklieid was. België was onzijdig, niet gelijk Holland, bij voorbeeld, of Zwitser-serland, Spanje, Denemarken, Zweden en Nocrwigen, die bjj het uitbarsten van den oorlog in 1914 vrijwiliig hunne onzijdigheid uilgeroepen hebben, omdat zij zich in dieu reusachtigen strijd niet mengen wilden. Neenl België was niet vrij partij te kiezen volgens zijne belangen of zelfs volgens de wetten der rechtveerdigheid: in het verdrag van 1839 hadden de groote mogeudheden voor eeuwig aan België de gedrao-slijn aangeduid, die het volgen moest; namelijk, wij inoohten nooit, onder geen enkel voorwendsel, in den strijd tusschenkomen. Voor eeuwig hadden Enge-land, Erankrijk, Rusland en Pruisen partij gekozen in onze plaats, en ons aan die onzijdigheid vastgebonden. In onze buitenland-sche politiek waren wij dus feitelijk niet onafhankelijk ; maar wij werden behandeld als onmondige kinderen, aan wie eeu grootere broeder streng verbiedt zich aan het vech-ten bloot te stellen. Die tijd is nu voorbij, en wij zijn meerderjarig geworden. De groote mogendheden « waarborgden » vroeger onze onafhajikelijkheid ; het is te zeggen dat zij zich zelf verplicht hadden ons in aile gevaorlijke omstandigheden te verdedi-gen. Juist hier springt de schandalige trouwe-loosheid van Wilhelm II, in iedereens oogen ; want hij, die even wel als de andere vorsten ons helpen en beschermen moest, heeft ons laffelijk aangerand, uitgeplunderd, bestolen, onderdrukt, en, zooveel hrj kon, uitgemoord. Alzoo heeft hij zijuen bijnaam van Wilhelm f< den Meineedige » opgedaan, waarmede hij in de geschiedenis zal gebmndmerkt blijven. En zeggen dat geheel Duitschland, en al de leden van den Rijksdog hem daarin goed-gckeurd hebben ! Nog lang zal iedereen elken Duitscher wantrouwen, alleon omdat hij Duitscher is. Engeland integendeel en Erankrijk hebben hunne verplichtingen nageleefd en zijn ons ter hulp gekomen : eere en dank weze aan hen I Te beginnen echter van de huidige dagen, zal onze uiterlijke politiek teenemaal anders woiden. Wij zijn niet meer onzijdig, maar teenemaal onafhankelijk; en onze onafhankelijkheid wordt door de andere landen niet meer X gewaarborgd s. Wat wil dit zeggenî Dit beteekent eerst eu vooral dat niemand meer het recht heeft zich met onze zaken te bemoeien. Het waarborgen onzer onafhankelijkheid gai inderdaad zekere rechten aan de mogendheden, die ons beschermden: zij moohten nagaan of wij inderdaad altijd en in ailes stipt onzijdig bleven. En iedereen zal zieh nog de lasterlijke plakkaten herinne-ren, die de duitsche barbaar, als hij hier meester was, overal heeft laten uithangen, om fee beweren dat België, reeds voor den oorlog, aan zijne verplichtingen van onzijdig land te kort gekomen was. De Duitschers logen; maar dit doende, beriepen zij zich op het recht van toezicht, waarvan wij straks gesproken hebben. Welnu, dit recht bestaat niet meer; wij zijn alleen meester in ons land ; en trouwelooze volkeren, gelijk de Duitschers, hebben niets meer te zien bij ons. Het afschaffen onzer onzijdigheid beteekent ©ok nog dat wij voortaan politieke verbon-den mogen sluiten, hetgeen ons vroeger vor-boden was. Eertijds stonden wij geheel alleen tegenover de gansche wereld, en juist omdat wij onder een andermans bescherining stonden, mochten wij, ondank3 onze zwakheid ons niet verbinden met eenen sterkere. Dit verbod is ons zeer nadeelig geweest. Inderdaad, toen wij handelstraktaten met andere landen wilden sluiten, konden wij niet de minste politieke of militaire macht in de weegschaâl leggen juist omdat wij onzijdig waren. Bij voorbeeld, als wij bij Erankrijk gingen aankloppen om een handelsverdrap te sluiten en om onze produkt-en in FiaJikrijk met profijt te mogen verkoopen, werd er ons gevraagd: — Als ik u zulks toesta, wat geeft gij mij in ruilingî Vermits Duitschland laij gedurig bedreigt, zult gij mij helpen, indien ik door mijnen vijand aangerand word? Eu daarop moesten wij antwoorden: — Neen! ik zal en mag u niet helpen, want ik ben onzijdig. Daarom ook weigerde Erankrijk, dat nochtans zulke schoone voorvvaarden aan het venaderlijke Rusland verleend had, met ons eene handelsovereenkomst aan te gaan. In lYankrijk moesten onze handelaars zich on-bermheitig aan de fransche eischen onder-werpen; en natuurlijk waren de profijten veel Blinder, en er kwam veel min geld in ons land. Voor wat de landen aangaat, die met ons een handelstraktaat gesloten hadden, mag tnen in het algemeen zeggen, dat de ver-kregene voorwaarden ons " niet voordeelig Jwaren. Welnu, het is daarmede uit! Wij zijn niet meer onzijdig, en wij kunnen dus onzen poli-tieken en militairen invioed benuttigen ten onzen voordeele. Bovendien, zooals de Koning gezegd heeft, zijn al de verbondene landen uiterst erkentelijk voor de bewezene dien-fiten gedurende den oorlog. En de warmo vriendschap, die zij ons toedragen, de eer-lijkheid onzer politiek en de weergalooze dap-perheid van ons leger, zullen ons voortaan handelstraktaten weerd zijn, die onzen arbeid >ruchtbaar zullen maken. Op andere gevolgen van het afschaffen onz.r onzijdigheid zullen wij bij tijd en stond nog wederkomen. Nu reeds mag het gezegd worden dat zulks een gelukkigu gebeurteius >s : leve het onafhankelijk België I Naar de Slagvelden van den Yzer (Van onzen byjzonderen afgeveerdigde, 10 december 1918). ni= viFRne dag uu VIUIX Naar Merckem Vandaa^, ainsdag, gaan wg de slagvelden van ons laa-tste offeusief in september 1918 bezoeken, namelgk de omstreken van Hout-hulst, Merckem, de vlaamsche heuvelen, Lan-gemarck, Poelcapelle, Moorslede, Kippe, Drie-Grachten, kortom heel dien vlaamschen hoek, waar er geheel den oorlogsduur, maar vooral in september 1918, zoo verschrikkelijk ge-vochten werd, en waar onze.dappere troepen met hun bloed de schoonste bladzijde onzer nationale Geschiedenis geschreven hebben.Van hiej' uit is net zegevierend offensief losge-broken, dat cnweerstaanbaar in eene reeks everwinningen den vlaamschen bodem van zijne vijanden gezuiverd heeft. Doch, laat ans den w<igen voor de peerden niet spannen. Onder weg Ten 8 ure vertrokken wij uit De Panne en met eene snelheid van ruim 50 kilometers per uur vloog onze auto met ons door de duinen van « Deu Leugenaar » over Duinhoekje naar Adinkerke. Hier zijn de duinen schoon: geel-groene zandheuvels elkander in sierlijke g'ol-vingen opvolgende, en hier en daar in de valleiën bebouwd met villas. To Adinkerke, eene lieve gemeente van ongeveer 4,000 zielen, snorren wij bliksemsnel voorbq. om de groote baan te volgen langs do vaart naiar Veurne. Halverwege Adinkerke en Veurne slagen wij eene hobbelige land-straat in, die ons over het gehucht Nieu-jiortje naar Bulscamp voert, waar wij de boan terugvinden, doch in welken staat : ) hulten en bulten, modder en slijk, waarover ; wij hotsende heen schokten. De reis liep nu docr de Vlaamsche Moeren. Heel deze , streek, te beginnen van de fransche grens l en loopende langs Veurne -tôt ver voorbij - den Yzer^ is een moerassig land, doorploegd j met een dicht net beekjes, grachten, poelen en allerhande wateringen, die nu velden en - weiden overstroomd hebben. Immers, ten ge-:■ volge van de afdamming van al die grootere L en kieinere beekjes, waardoor hunnên afloop î in de vaarten en grootere rivieren belet werd, ■ bleef er het water gestadig klimmen en i overdekte weldra heel de streek met eene glaxide laag vocht, waar hier en daar een , heuveltje, eenig« struiken of rietlxiechjes uit-. steken. Vanaf Bulscamp volgden wij de , Veurnsche vaart, die wij aan net Zwaantje . op zij >lieten om de richting van Wulverin-. ghem in te slaan. Hiïr bevinden wij ons te midden der kantonnementen van onze troepen. [ De Durakken zijn stevig en kloek gebouwd . in de velden en weiden langs weerskanten van de boan, waar wij tôt onze groote ver-bazing nt>g groote en schoone boomen recht [ vinden. Immers, tôt hiertoe hebben v/ij in ; cféze vlaamsche streek majiix weinig boomen meer ontmoet. l De Hoeve Flora Het doet ons aangenajtm aan, na al de 1 verwoestingen die we reeds zagen, hier onze ■ rnaische en vrucntbare landouwen en groene weiden terug te vinden, en te midden daar- i van, als neergehurkt tegen den grond, de ; hoevekens en kortwoonsten omringd door 1 boomen en hagen. De streek tusschen Wul-, veringhem en Vinckem leverde ons dit toe-lachena uitzicht- op. En te midden der reeds omgej loegde velden, die glimmend-vet in ds Meeke najaarszon te blinken lagen, zien wij tusschen Wulveringhem en Vinckem eene schoone heerenboerderij liggen, een soort kas-^ teeltje uit oudere tijden, doch door den loop L der jaren heen vervallen, en herschapen in eene hoeve. Dit is de « Pachthoeve Êlora», t ook gekend volgens den naam van don eige-: naar als «de hoeve Andries ». Dit pachthof zal een geschiedkun^g gebouw blqven. Immers, het is in deze hoeve da.t onze kranige Koning Albert sedert de rnaand ai^usti 1917 . verbieef, en 't is van daar uit dat onze Vorst, ojperhoofd der belgische legers, zelf | den strijd leidde en het offensief van september 1918 deed losbreken en bestuurde. Naar (Je vechtlijn ' Voorbq Vinckem beginnen we stilaan weer ' in droevige mijmeringen te vervallen, want ' hier komen wij terug in de frontlijn. In ' de velden van Vinckcm staat een uitgestrekt gasthuis, waar onze gekwetsten, na de eerste zorgen in de frontlazaretten ontvangen te hebben, een veilig onderkomen vonden en verdere verpleging genoten. Van Vinckem liep ' onze reis naar lsenberghe, over Abeele en 1 Gyverinchove, waar wij rechts eene bâan-in-' sloegen die ons naar den grooten steenweg van Veurne op Yper hracht, in den omtrek i van Iloogstaxle. Hier rijden wij nog een front-' gasthuis voorbij, herkenbaar aan een groot rood kruis dat op witt-en grond over heel ; de grootte van het dak geschilderd is. Langs Linde naderen wij terug den Yzer, dien wij l te Elsenaamme bëreiken en moeten overste-; ken om te Oost-Vleteren te geraken. Het l landschap levert hier terug den grootschen - en bedroevenden oorlogsaahblik op. Vanaf den Yzer is de vernieling en de' verwoesting ' algemeen. De landerijen doorploegd door hou-, vritsers, overstroomd door zw;irt slqkerig water, overspannen met prikkeldraad, begroeid( met riet en andere moerasplanten, bezet met / geblindeerde dekkingshuisjes en artilleriestel-1 lingen in "béton. De boomen langs de baan i zijn doed, de eenen half afgespliusterd door houwitsers, de anderen tôt tegen den grond afgeschoten, dezen meestal de takken ge-i broken, genen met de wortels uit de aai-de l gerukt. Te Oost-Vleteren volgen wij de baan naar Reninghe en Noordschcte. Naarmate wq den grooten steenweg van Dixmude op Merckem : naderen, neemt het uitzicht der streek in . verwoesting en verschrikkende vernieling toe. ; Hier is het weer de voile wildernis, de alge-heele verlatenheid, de onbeschrijflijk woeste : oorlogszcne. Heele hoopen houwitsers en gra-naten liggen langs den weg en in de velden verspreid, nevens gebroken kanonstukken en kruitwagens. Drie-Grachten Onze auto, ten halve de wielen in het slqkerig water, voert ons naar Drie-Grachten, aan den samenloop der Yperlee, der vaart van Yper en het Maitje. Hier hebben onze scldaten gevochten als leeuwen. Tijdens den oorlog hebben wij in de legerberichten den - uaam Drie-Grachten meer dan eens gelezen. ■ Dit belangrijk pant was êen onzer vooruit-geschoven posten in de duitsche linies. Van l daar uit konden wij aen vijand gevoelige L slagen toebrengen. De Duitschers hebben dan l ook niets ontzien om dit punt te bemees-i teren. Ondanks de schriKkelijkste gevechfccn bleven wij er meester van tôt in april 1915. U/ tmm t/OM Rond dien tijd werd er op dit punt zulk een verveerlijk kanonvuur gericht, dat het tctaal vernield werd en wij verplichb waren het te laten varen om ons op den wes-telijken oever der Yperlee terug te trekken. Merckem Plots stopb onze auto voor een puinhoop. Wij springen uit en verzmken tôt over de knoesels in 't slijk, langs waar wij met veel mceite den puinhoop bereiken, waarop een plakje gespijkeid hangt met den naam: Merckem I Dat is ailes wat van Merckem cverblijft. Vraagt niet naar puinhoopen, 'uit-gebrande hoeven of nog half rechtstaande gebouwen. Niets is er daarvan te zien. Een enkele puinhoop: deze der kerk, dien we bestijgen tôt op den st-eenhoop van den to-ren. En vaa. hier uit zoeken wij vruchteloos naar de plaatsen waar er wel mag1 een huis gestaan hebben, waar er wel mag eene straat geweest zijn. Zelfs het prachtig kasteel van baron de Ooninck de Merckem, gewezen ka-tholiek senator, is verdwenen en geen steen ervan is overgoblevèn. De plaats waar het kasteel gestaan heeft is welliclit honderd-maal docrwoelt en opengereten geweest door houwitsers, en de puinon liggen onder den grend bedolvan of in de omliggende trech-lers veispreid. Het park, met zijne eeuwen-cude boomen, dat het kasteel omringde. is letterlijk weggevaagd. Siechts hier en daar ligt een boomstam of steekt nog een stuk ti'onk uit de gemartelde aarde. En waar wij ook, van op den kerktoren, onze blikken la^ ten vallen, neigens is nog een spoor van het weleens zoo Echoone dorp te vinden. Merckem telde 3,630 inwoners. Welke droefenis bevangt ons, wanneer wij denken aan de ongelukkige inwoners van deze gemeente, evenals van de andere vernielde dorpen, en die in den vrecmde het genade-brood moeten eten. Zullen die menschen hier ooit nog wèerkeeren om te weenen op de plaats, waar vader en mooder gewoond beb-ben en gesterven zijn, waar zij zelf geboren, gedoopt en hunne eerste communie gedaan hebben, waar zij weleens leefden in vrede en eenvoud, sterk van lijf door den krach-tigen landarbeid, en zalig van ziele door hun betiouwen op God, die hunne velden zegende met cen rijken oogst ! De vuurlijn van Merckem De vechtlinie van Merckem, geiegen onmid-dellgk achter het bosch van Houthulst en op de baan van Dixmude naar Yper, werd in 1911 veidedigd door iransche troepen. Tijdens den opmarsch der Duitschers naar den Yzer, werd ook deze vechtlijn vreeselijk be-stookt. De Duitechers overweldigden het bosch van Houthulst ea vielen dan de Eiun-schen te Merckem aan. Hier werd vreeselijk gevochten. De Franschen hielden geruimen tijd kioekmoedig stand en verloren er veel volk, doch de ovennacht der Duitschers was te geweldig om dit front te behouden en de Franschen weken achteruit. Hunne gesneu-velden liggen onder de puinen der kerk be-dolven.De Duitschers bleven meester van Merckem tôt augusti 1917. De Fianschen waren af-gelcst door de Belgon en in september 1917 vcerden dezen een vorwooden aanval tegen Merckem uit. De Duitschers werden er v^r-slagen en lieten Merckem in onze banden. In April 1918, tijdens de beruchte duitsche offensieven aan de Somme en in Eransch-Vlaanderen, waren do Duitschers erin gelukt op die fronten merkelijke voordeelen te be-halen en bedreigden zelfs ernstig Kales, het beoogde doel. Toen voerden de belgische troepen eenige hardnekkige aanvall'en tegen de Duitschers uit, cm het engelsch Iront in Enansch-Vlaanderen wat te ontlasten, waardoor de duitsche opmarsch gestuit werd en de engeischen den tijd liadden den weg naar Kales te versperren en duchtig te verster-ken. Toen beproefden de Duitschers hun doel, namelijk Kales, langs Vlaanderen te bereiken en het offensief tegen den Kemmel-berg brak les. Ilet front van den. Kemmelberg tôt Yper was veidedigd door de engeischen. De Duitschers bemeestorden den Kemmelberg en brachten de Engeischen nogmaals in groot gevaar. Gelukkig kon dit gevaar bij tijds stop gezet worden voor de heuvelenrei der fransch-vlaamsche grens: Vidaigneberg, Rooden berg. Zwarten berg en Scherpen berg. De Duitschers gaven den moed nog niet op en eene derde înaal poogden zij zich een *weg te banen naar Kales, en ditmaal door de belgische linies van Merckem-Bixschoote heen. De schok was verschrikkelijk en dit zal men des te beter begTijpen als men weet dat do Duitschers ons aanvielen met vijf legerdivisies en de Belgen den aanval moesten doorstaau met 5 bataljons, 't zij 3.500 man ongeveer. De Belgen werden bij den eersten schok achteruitgeslagen, doch in hunne achterwaartsche stellingen konden zij zich spredig herinrichten. Zonder verwijl gingen onze 3,500 man tôt den tegeuaanval over. Het gevecht -was ijselijk, verschrikkelijk. Met de bajonneb op het geweer stormden onze jongens erop los, en ten 5 ure 's avonds waren de Duitschers plat geslagen en hadden de Belgon heel het 's mergends verloren terrein herwonnen. Zij brachten 750 krijgs-gevangenen mede. In het bezit van een krijgs-gevangen officier vonden wij het volgende duitsch legeibevel: Den eersten dag vau het offensief tegen de Belgen moesten de Duitschers hunnen vooruitgang tôt over dou Yzer uitbreiden ; den tweeden dag moesten zij op-rakken tôt PoperiD«îhe. Dat is hun leelijk tegengevallen. En nog eens te meer redden de Belgen hunne Bond-genooten van eene gewisse nederlaag. Do en-gelsche legerleiding begreep het groot en be-slissend optreden der Belgen, en de engelsche generaal Plumer kwam ons leger bedanken voor de redding van Kales, want door ons offensief was de weg naar Kales voor goed gesloten. Ook beproefden de Duitschers sedert dan geen offensief meer. Het offensief van 1918 Het is ook van uit Merckem dat hetl laat-ste offensief van september 1918 zegevierend door de Belgen aangevangen werd. Onze sol-daten waren ongeduldig om er op los te gaan. De lange stellingoorlog, van loopgraaf tôt loopgraaf, verveelde hen en het mishaagde hun grootelijks dat de officieren hen niet, lieten begaan. Ook was het in onze linies eene algemeene vreugde, wanneer er bericht werd dat de aanval ging gebeuren. Onze stellingen lagen dus te Merckem, voor Hout-hulst-dorp en het bosch van Houthulst. De aanval van het voetvolk werd voorafgegaan door eene korte, maar schrikkelijke artille-riebeschieting der duitsche linies. De oogen-blikken die op deze beschieting volgen moeten gselijk zijn. De soldaten staan ten storm-loop gereed, doodsbleek, de oogen strak open-gespalkt, en het geweer met de bajonneb erop krampachtig in de handen geklemd. De aanval gebeurt 0>p het sfcipte bepaalde uur. De offioier telt de seconden en plots weer-klinkt: « Vcoruitl » Do soldaten springen voorwaarts, het ge-weervuur knettert, de eerste slachtoffers vallen. Dan kent de krijgsman zich zelf niet meer. In woeste en wilde razernij stormt hij vooruit eu kent geen rust of verpoozen meer. Aldus begon ons offensief den 28 september 1918. Onze soldaten waren niet meer tegen te houden. Drie dagen lang vochten zij als leeuwen zonder een stond verpoozing, steeds voor-uitrukkende en de duitschers met schrikkelijke verliezen achteruitslagende. De vijand was door dezen verwoeden stormloop in de war gebracht en week steeds achteruit. Geen officier moest nu komen bevelen het gevecht te staken om wat te rustenl Hij ware zeker niet gehoorzaamd geworden. Drie dagen lang sehreden onze mannen aldus voorwaarts en herwonnen aanzienlijk veld, ver voorbij het bosch van Houthulst. Dit bosch, dat door de duitschers sterk veidedigd was, werd door de Belgen op vijf uren tijds veroverd. Dit prachtig werk weid uitgevoerd door de 23e, 4e en 24e linieregimenten der zevende leger-afdoeling.Do engeischen hadden vroeger ditzelfde bosch met driemanl zooveel man aangevallen en werden er afgeslagen. Ten gevolge van den onverhoopten en on-voorzienen vooruitgang onzer soldaten, werd de bevoorradingsdienst in verlegenheid. gebracht. Immers, de bevoorradingswagens konden het voetvolk niet volgen, en zulks tenge-volge van den slechten staat der wegen. Commandant Van Truyn is toen zelf van dienst geweest op het slagveld voor de regeling der bevoorradingskolommen. Tôt over de knieën stond hij in het slijk en het water. Men kan dus begrijpen hoe moeilijk de autos en de ge-spannen in die moeras vooruit k-jnden. lin toen zijn onze viiegers voor de eerste maal opgeti-eden als bevoorraders. Onze vliegma-chienen namen vexschillende duizenden rnnt-soenen eetwaren en schietvoorraad aan boord en vlogen ermee naar de vechtlijn, waar zij hùnne vracht aflaadden om er eene nieuwe te garni halen in de stapelplaatsen achter het front. Aldus kon het leger onverpoosd den aanval voortzetten in de richting der beruchte heuvelenrei der Vlaanders. Door de vijandelljke linies Doch, om den aanval onzer troepen te kunnen volgen, moeten wij eveneens voorwaarts, en wij dalen den kerktoren van Merckem af om over trechters en prikkeldraad onzen auto to bereiken. Wij rijden naar Hout> hulst langs Kippe en Nachtegael. Onze tocht loopt tdoor het vreeselijkste slagveld, dat we tôt hiertoe te zien kregen. Vanaf Reninghe tôt Houthulst hebben wij geen enkel huis meer gezien, zelfs geen puinhoop die ziou kunnen aanduiden waar een huis zou gestaan hebben. Heel de vlakte is door-kloofd met houwitserputten, overspannen met prikkeldraad, bezet met mitraljeusneSten, die kapot geschoten liggen. De trechters zijn ge-vuld met watgr en hier en daar verheft zich een kleine heuvel, bekroond met een kruisje : laatste rustplaats van velen onzer dapperen, die in opmarsch gevallen zijn, terwijl hunne gezellen op den weg der zegepraal vooruit-rukten natu' het te bevrijden Vaderland, dat zoo lang reeds naar hen smachtte. Het is aan die gevallen helden niet gegeven geweest de eindoverwinning bij te wonen, doch zij hebben tôt deze laatste machtig bijgedragen met het offer van hun leven. Dat zij in vrede rustenl In den omtrek van Nachtegael zijn wij in de duitsche stellingen. Hier heerscht de-zelfde vernieling, dezeifde woestheid in het gemarteld landschap. De duitschers hadden er vijf aohtereenvolgende steUingen in ver-dediging gebracht met sterke prikkeldraad-versperringen, mitraljeusnesten, overstroomde trechters, loopgraven en verheven posten, van-^vaar zij uit de hoogte het aanruklcend voetvolk gemakkelijk konden miltraljeeren. Niet-temin werkten onze koene strijders zich zegevierend door deze vrjt linies en dreven de duitschers onweerstaanbaar achteruit. Wat rncet het gevecht hier eene ijseliike slachling geweest zijn. Het werd hoofdzalce-lijk geleverd met het blank wapen en hand-granaten.Te Houthulst Eindelijk zien wij weer huizen, of liever puinen van huizeii. Hier ten minste zien wij dat er een dorp gestaan heeft, met name Houthulst, gelegen aan den zoom van het bosch van dienzelfden naam. Dit dorp was in duitsche handen. Het ligt verscholen achter het bosch, en 't is wel-licht daaraan te danken dat het niet gansch plat geschoten werd, daar de bombardemen-ten hoofdzakelijk op het bosch neerkwamen, waar de duitschers dekkingsplaatsen en mu-nitiedepots ingericht hadden. Gelooft nu niet dat Houthulst nog aan een dorp gelijkt. De huizen zijn ingestort, daken afgerukt, muren uitgeschoten en op vele plaatsen zjjn heele reien huizen gansch ingestort en maken nog een vormeloozen hoop karreelen, balken en verwrongen ijzerwark uit. Het klooster, gelejjen op de baan naar Sta-den, is nog1 redeLjk goed bewaard;- daar-door bedoelen wij dat het dak nog rust op vier muren, waarin groote gaten gesla-gen zijn door houwitsers, doc-h die nog recht kunnen blijven zonder gevaar van instorting bij den minsten ruk of stoot. De duitschers hadden in het klooster eene ambulancie ingericht. Wij gaan er binnen en vinden er inderdaad de overblijfsels van apothekerij en ziekenvcrzorging, zooals ledige medikament-fleschjes, verbanddoeken, poeiers, windels, enz. In den kcer van het klooster zijn drie groote dekkingsplaatsen in béton gebouwd. Hier brachten de duitschers waarschijnlijk hunne gekwetsten in veiligheid bij hevige beschie-tingen.Nabij het klooster ligt de kerk plat. Van den toren is geen spoor meer; nog enkel een stuk muur van he>t koor is blijven recht staan. Het gemeentelijk kerkhof is overdekt met de puinen. Achter de kerk in eenen grooten hoevehof, hebben de duitschers hunne begraafplaats aangelegd. Te midden ervan verheft ziah een loggen en plompen vierkanten blok béton, in den flank kapot geschoten door een houwitser, en waarin gebeiteld is: « Niemand heeft grooter liefde, dan hij die sterft voor zijne vrienden! » Zelfs dezen doodenakker is door het ka-non niet gespaard gebleven. Te midden der Igraven zijn diepe houwitserputten gesiagen, die door den regen half vol water geloopen zijn. Misschien liggen onder dat water do lijkc-n bloot in de omgewoelde aarde ? In dit doodenveld rusten een tweehonderdtal duitschers en een vijftigt.il Belgen. De graf-heuveltjes zijn veisierd met een houten kruisje en hier en daar staat nog een verdroogde en uitgestorven plant aan den voet van het graf. Over de heuveltjes heen bereiken wij de puinen der kerk, waar we moeten over klauteren om den steenweg te bereiken. Ter-wgl wij onzen auto gaan opzoeken, stappen wij voorbij eene bouwvallige herberg, waarvan een muur en de helft van het dak afgeslagen zijn, en waaruit de herbergier te voor-schijn komt met de flesch likeur in de hand, eene druppel schenkende aan een bezoeker, die met zijn gespan voor de deur staat. Het zijn mensclien van Houthulst, die terug zijn komen wonen in deze wildernis. Hoe zullen die menschen het aan boord leggen om hier het leven dragelijk te maken? Door de puinen van Houthulst heen maken wij een toer door het dorp. De vernieling is er zoo groot dat al de ingestorte huizen — en er zijn geen anderen meer — tôt in den grond zullen moeten afgebrokïn worden, wanneer men zal beginnen met den heropbouw! van het dorp. In eene straat nabij de kerk is de v66r- en zijgevel van een huis uitgeslagen ; het dak rust nog op de twee andere muren en in de woonplaats staan nog de stoof, de tafel, eenige stoelen en eene kast. Verder steekt op manshoogte een zware houwitser van een meter lang in een muur. Dit gevaarlijk cntploffingstuig is niet gespron-gen. In de richting van het klooster zijn de huizen neg het best bewaard. Dat is uit te leggen door de nabijheid der ambulancie, die in het klooster ingericht was. Immers, de Belgen eerbiedigen steeds in de mate t van het mogelijke de plaatsen die gemerkt waren met een rood kruis, omdat zij wisten dat daar zieken en gekwetsten verzorgd werden, en zij geen ooilog voerden tegen weer-lcozen en gewonden. Aan het uiteinde van Houthulst hebben wij een vergczicht op de beruchte heuvelenrei der Vlaanders, waar zoo vreeselijk gevochten geweest is. (Wordt voortgezet.) » De Legerbeweging Het Groot-Hoofdkwartîer Ilet Groot-Hoofdkwartier van het beigisch leger, dat tôt hiertoe te Brussel verbieef, i3 nu naar Luik vertrokken. Vandaar gaat het naar Duitsohland, waar het zich naar aile waarschijnlijkheid zal vestigen te Elberfeld. Andere tijden, andere zeden Toen, in 1914, wanneer de duitsche furie in al hare raaernij woedde, met duizenden burgerlijke gevangenen uit het toenmalig be-zette beigisch gebied als vee naar het land der Barbaren gestuurd werden, vonden die ongelukkigen er een onthaal zoo schaaidig' en wreed, dat het aile gedacht te bovtu gaat. Te AJien en te Keulen, en veider ook in de andere steden waar zij op hunnen lijdens-weg door moesten, waren zij het mikpunt der algemeene spotternijen, plagerijen en mis-handelingen. Die lieden, uitgeput door een dagen, soms weken lang verblijf in beesten-wagens, waar ze al de ellenden van den nongersnood en van den grievenden dorst gekend hadden, waar velen half waanzinnig geworden waren tengevolge van de onder-stane ontberingen en brunie behandelingen, werden door het hoogst beschaafde duitsche ras op aile wijzen gefolterd. Te Keulen, onder andere, waar er toen juist eene régionale tentoonsbelling gehou-deu werd, duwde men de ongelukkige gevangenen in eene foorbaraJc. Daar kwam do bevolking vôôr hen defileeren en allerlei bru-taliteiten uitoefenen. De vrouwen vooral on-derscheidden zich in dat voor de Barbaren zoo heerlijk sport. Talrijk waren de weer-looze en uitgemeigelde Belgen die er do wangen ofwel de oorlellen doorstoken werden met hoedspelden. Tôt zelfs de kinderen, op-gehitst door de laaghartige mannelijke en vrouwelijke beulen, kwamen naar de gevangenen spuwen, schoppcn of hen met steenen in het gelaat werpen. Wat onze landgenooten daar afgezien hebben, daarvan kan men zioh in de verste verte geen gedacht geven. Bij ai die plagerijen en mishandelingen kwam dan nog dat do soldaten met hunne zware geweerkolven voortdurend op de voeten dier beklagens-weerdige lieden beukten, zoodat velen het bloed in de schoenen stond. Nu en dan ook werd er een uitgehaald, achter de barak geleid en den knal van een geweerschot kon-digde aan dat die ongelukkige bezweken was onder den kogel. We zullen later de gelegen-heid hebben op die lijdensgeschiedenis onzer landgenooten terug te komen, want het is noodig, in het belang der beschaving, dat het Barbarenkarakter van het duitsche volk, van ■àoog tôt laag, aan de kaak gesteld worde. Als we hier nu beknopt van die vreeselijke feiten gewagen, dan is het enkel en alleen om te doen uitschijnen hoe de Belgen thans in Duitschland ontvangen werden. Te Aken, waar onze jongens zich ophouden, zijn zij, van wege de bevolking het voorwerp der kruipendste belangstelling. De moffen weten waarlijk niet hce zij zich tegenover onze scldaten zouden aanstellen en trachten zich, voor zooveel zulks een Barbaar mogelijk is, alierhoffelijkst voor te doen. Maar, 't is waar. in 1911 waren het weer-looze, afgesloofde ongelukkigen die met zweep-slagen vooruitgedreven werden. Nu, echter, zijn het fiinke, krach tige borsten, die op de slagvelden getoond hebben dat zij in moed, in dapperheid geene meesters kennen. 't Zijn stevige mannen die als overwinnaars, als wet-stellers binnen gerukt zijn in dat land, welk eens gedroomd had heel de wereld aan zijne vceten te zien liggen. En als honden kruipen nu die laffe rekels voor onze jongens en pogen, door hunne slaafschheid hunne vroe-gere gruwelijke handeiwqze te doen verge-ten. Onze helden zijn niet naar het over-worœen laud gegaan om er de politiek van oog1 voor oog te gaan uitvœren, en daarom ook mogen de Barbaren gerust op hunne twee ooren slapcn. Maar ons dunkt dat onze jongens, als ze al het leed overdenken ons vroeger zoo bloeiend België aangedaan door de vreemde schurken, loch al eens op de tan-den zullen knarsen en woedend do vuisten zullen ballen. Te Keulen, waar de Engeischen nu meester zijn, gedraagt de bevolking zich al even plat. In plaats van met hoedspelden te steken, werpen de vrouwen nu bloemen naar de soldaten. Hoe overinoed toch kan plaats maken vcor lafheid 1 Voorwaar, de Duitschers zullen mogen zeggen : andere tiiden en ook an-dere zeden 1

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het nieuws van den dag appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Brussel du 1885 au 1965.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes