Het tooneel

789 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 12 Fevrier. Het tooneel. Accès à 25 avril 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/154dn40n0s/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

10 Centiem HET TOONEEL lste Jaargang. Nr 13 Beheer en Redactie : Vleminckxstraat, 15, Antwerpen Annoncenbureel open aile werkdagen van 9 tôt 1 en van 3 tôt 5 uur (Torenuur) 12 Februari 1916 Koninklijke Nederlandsche Schouwburg Het Huis Bonardon = Fanny's Sonnet Foto René Lonthie, Carnotslr., 113 G. HEREYOERS Als de waarde van een drama of comedie moest getoetst wordcn aan de hoeveelheid vocht vvelke de traanklieren afzonderen, dan is voorzeker het tooneelspel van G. Mitchell — zoo heet het programma deze comedie — een meesterstuk. Er wordt geweend voor het voetlicht en overvloedige tranen worden weggedroogd door de zakdoeken van de lieve dames en eenige gevoellerige heeren die aan den ande-ren kant van het voetlicht genoeglijk zitten in mollige fauteuils of op minder zachte zit-plaatsen.Wij kunnen herhalen wat onze medewerkei schreef over de vertoomng van «Houten Clara»: «de menschen hebben overvloedig geweend en... zich kostelijk geamuseerd!» Het stuk is heel romantisch meengezet en moest dus wel bevallen. Met voorliefde luiste-ren de toeschouwers naar de gevoelige snaai van het romantisme. Ook de cinéma heeft nog altijd zijn enorm succès te danken aan de «draken» van groot en klein kalieber, zooals Maurits Sabbe dat zoo wel heeft doen uit-schijnen in zijne bijdrage van ons Kerstnum-mer.En alhoewel de comedie van Mitchell van recenten datum is kan zij heel goed geran-schikt worden tusschen de voortbrengselen dk het licht zagen toen het Huis Bonardon te Hâvre gesticht werd, meer dan veertien jarer geleden. De tooneelwerken die doen weenen en we zoo overvloedig mogelijk vinden dus bij d« massa nog altijd hun gewoon succès en mel recht en reden mag men zich afvragen of daai wel ooit verandering zal in komen. Af en toe vindt een realist lijk neyerman; wel eens genade, maar clat zijn dan toch maai uitzonderingen. Onbewust en onwillekeurig voelt de masse zich aangetrokken tôt die stukken waarin hel goede beloond en het kwade gestraft wordt In 't leven ,het werkelijke en werkdadige er soms brutale leven is dat wel niet zoo, maai in de romans en in de tooneelwerken mag var die stelregel niet afgeweken worden. En zooals er heel veel schilders en beeld-houwers zijn die vette zaken maken door der volksmaak of als ge wilt de goesting van der «bourgeois» in te volgen, zoo zijn er natuurlijt ook literatoren en dramaturgen die niets lie-ver vragen — ter wille van de lieve centen — dan het publiek welgevallig te zijn. Schouwburgbestuurders moeten natuurlijl ook rekening houden van de verlangens var het publiek, willen zij hunne onderneming ir het leven houden. En wij kunnen niet anders doen dan Loui< Bertrijn steunen in zijn pogen om in deze moei lijke tijden het volk naar zijn schouwburg h lokken daar hij, zonder subsidie, toch moel zien de twee einden aaneen te knoopen. En niettegenstaande gebrek aan financieelei onderstand geeft hij toch nog veel kunstwerk Het Meisje van Arles, Spoken, Fanny's S m net, Op Hoop van Zegen en ander oorspronke-lijk werk.Hij en zijn artisten werken daarenbo-ven met hart en ziel en het ^ensemble, dat verkregen is moet niet onderdoen, in 't geheel niet, voor het «ensemble» in normalen tijd. Kunstwerk ! Onze artisten wenschen niets liever! Maar of ze op den steun van de zooge-zegde kunstminnaars mogen rekenen, is een tweede kwestie. Sommige pezewezers beweren zelfs dat de tijden iemand niet stemmen om naar den schouwburg te gaan, waar ge dan diezelfde zwartkijkers betrapt bij de Drie Musketiers, den Vlaamschen Bommelbaron van onzen vriend Paul Robert of erger nog, bij Ros Fille-ken ! 't Zijn diezelfde wijsgeeren die vroeger emoties voor hun kunstziel zochten in het Théâtre Moderne! Maar we dwalen af ! Het Huis Bonardon is een comedie welke zeker niet van belang ont-bloot is en het publiek in spanning houdt, wat voor een tooneelwerk een absolute hoofdver-eischte is. Maar van het onderwerp had een Sardou en vooral een Bernstein of een Bataille wel heel wat anders gemaakt. De figuur van de schoon-dochter, die in 't stuk een onbenullige, onwaar-schijnlijke roi te vervullen heeft, zou door een handig dramaturg op het voorplan zijn ge-bracht. Ook de verleider Remy zou niet onbe-kend gestorven zijn in Valparaiso, maar hier een roi vervuld hebben sterk van dramatische kracht en emotie..Er ontbreekt durf in dit stuk, het wil te braaf zijn! Van dien grooten, thea-tralen durf zullen we wel wat anders te zien \ krijgen in «De Dwaze Maagd» van Henri Ba-i taille. De rolverdeeling was met kennis en takt ge-daan. Heel het gewicht van het werk rust op i de schouders van den ouden, maar sterken Bo-; nardon.die door Piet Janssens uitgebeeld werd. In de twee eerste bedrijven liet hij aan rolvast-heid te wenschen, maar in het laatste bedrijf was hij zoo overweldigend van dramatische kracht dat die lichte aarzelingen gauw verge \ ten en vergeven waren. j Al het inwendig lijden van den grootvader, zijn ingehouden ontroering bedwingend door bovenmenschelijk zelfbedwang om ten slotte zijn genegenheid, zijn diepe liefde voor zijn kleinkinderen en vooral voor den bastaard Claude en het onweerstaanbaar verlangen van zijn oude hart naar kinderstreelingen en zoe-nen uit te schreeuwen in een kreet die al de toeschouwers moest aangrijpen en ontroeren, ja zelfs diep ontroeren, dat heeft Piet Janssens weergegeven met zijn welluidende stem, won-derschoon van schakeering, zacht en vol als or-geltoonen maar krachtig ,geweldig, trillend als de uitbarsting komt. Heer Iierreygers heeft de roi van den ouden Parjolier gespeeld in de perfectie. Met genoe-gen hebben we gezien dat het bestuur aan dien zeer gewetensvollen artist, een der beste elemen-ten van het gezelschap, eindelijk eens een roi heeft gegeven van beteekenis. Heer Ruysbroeck speelde zooals altijd trou-wens, zeer korrekt zijn roi, al had die dan nog zoo weinig om 't lijf, en heer Schmitz mag niet onvermeld blijven. Mevrouw Noterman had geen gemakkelijke taak in de roi van de schoondochter. Toch heeft ze zich goed gehouden in die weinig sympathie-ke tooneelen met den schoonvader. Mejuffers Bertrijn en Vervoort verdienen niets dan lof. *** Vooraf ging Fanny's Sonnet, het lieve meesterstukje van Maurits Sabbe, dat aan mej. Bertrijn de gelegenheid gaf mooi, heel mooi, spel te leveren. Daarbij deed zij zoo snoeperig in haar zeer lief toiletje dat het best begrijpe-! lijk werd dat Paul op haar verliefd was. Heer Cauwenbergh speelde deze roi op recht flinke wijze en zijn onberispelijke dictie liet waarlijk niets te wenschen. Nog zelden zagen we zulk een oude tante met zooveel distmetie als Mevrouw Ruysbroeck en mej. Vervoort was een aardig dienstmeisje dat echter te veel vreesde door de sluitmand te trappen. Als ge zoo'n flinke meid zijt die het zot> verre gebracht heeft versjes te kunnen deklameeren moet ge zoo bang niet ; zijn ! In, om en rond den Schouwburg i OP HOOP VAN ZEGEN i Dit aangrijpend «Spel van de Zee» van den grooten Nederlandschen dramaturg Heyer-; mans wordt vandaag hernomen met eene ge-deeltelijk nieuwe bezetting. Mevr. Dilis Beersmans zal «Jo» spelen, ter-wijl de andere hoofdrollen in handen zijn van de heeren L. .Bertrijn, G. Cauwenberg, Piet i Janssens, B. Ruysbroeck, dames H. Bertrijn, M. Ruysbroeck, enz. «Kniertje» wordt gespeeld door Mev. Noter man, «Clémentine» door Mej. M. Bertrijn, «Truus» door Mev. Van de Velde. «Op PIoop van Zegen» wordt met veel be-langstelling te gemoet gezien. Morgen, Zondag — in dag- en avondver-tooning — en Donderdag a. s. wordt «Op Hoop van Zegen» nogmaals opgevoerd. TRAMS A. U. B. Verleden Zaterdag was het nauwelijks 10 minuten over elf uren, torenuur, toen wij den schouwburg verlieten en er was geen tram van de leiën meer te zien ! Een gelukkig toeval wilde dat het weder zacht was en de reis te voet dus nog al meê viel. Ge ziet van hier hoe plezierig het is, bij doorslecht weder, zooals het Zondag was, een half uur te moeten afleggen alvorens thuis te wezen. Wij vragen nu met heel veel onzer medebur-gers of die dwaze klucht nog lang duren zal. Schouwburgen, concertzalen en koffiehuizen mogen openhouden tôt 12 uren, torenuur, maar de trams ri j den reeds binnen om u uren! Ofwel heeft de trammaatschappij dit be-sluit op eigen hand genomen en dan denken we wel dat het Stadsbestuur haar wel zal we-ten te dwmgen tôt beter gevoelens jegens het publiek; ofwel heeft de stedelijke overheid de toelating gegeven en dan heeft zij verkeerd gedaan en zal zij die toelating zoo gauw mogelijk intrekken. De tram is een openbare dienst en het is nu waarlijk al te bespottelijk de maatschappij toe te laten al haar rijtuigen aan den dienst te onttrekken wanneer honder-den reizigers wenschen naar hun woning ver-voerd te worden, juist op het moment dat daaraan de meeste behoefte bestaat. HERMA1N HEIJERMANS Jr Heijermans is hier voorzeker de meest populaire der moderne schrijvers van zijn land. Zijn tooneelwerk mocht hier doordringen tôt het groote publiek, dat ontroerd en opgevoerd werd door zijn treffende tooneelen. Deze voortreffelijke letterkundige werd ge-boren te Rotterdam den 3en December 1864. Voor den handel bestemd, volgde hij spoedig | zijn neiging en legde zich uitsluitend op de ! letterkunde toe. Gedurende eenigen tijd schreef hij buitenlandsche correspondenties voor «De Telegraaf» en begon in dit blad zijn wekelijksche schetsen onder den schuilnaam Samuel Falkland. Deze schetsen werden later in «Het Algemeen Handelsblad» voortgezet, en slechts gedurende de eerste jaren van di-recteurschap der N. V. Het Nederlandsch Tooneel bleef dit werk onderbroken. In bun-dels verschenen dezes schetsen tusschen de jaren 1896-1913. In 1896 werd hij mederedacteur van het so-cialistisch maandschrift « De Jonge Gids », schreef in die jaren zijn bitter boek Ka-mertjeszonden (1898), dat onder pseudoniem van Koos Habema verscheen en menigmaal herdrukt werd. In 1892 was hij te Amsterdam gekomen en natuurlijk door de Nieuwe-Gids-beweging «aangepakt». Zelfs verklaart hij m een intervieuw met d'Oliveira (Gulden Winckel 1913, bld. 162) : «De Nieuwegidsbeweging is voor mij geweest van a tôt z een revolutie op taalgebied, maar die daarbij is blijven steken. Het is een zeer schoone en niet genoeg te waardeeren taalbe-weging geweest, maar een beweging die verder buiten het leven is blijven staan en die on-machtig is gebleken om het nieuwe instrument dat zij had geschapen in verband met de tijds-omstandigheden te gebruiken.» In 1895 trouwde hij en ging te Wijk aan Zee wonen. «Daar ben îk, verklaarde hij, ei-genlijk eerst mijzelf geworden. Ik heb in mij-zelf ailes ondersteboven geschopt en daarna opgericht «De Jonge Gids». Van dien tijd af ben ik midden in de socialistische levensbe-schouwing blijven staan, waar ik als auteur vandaag met nog zoo groote overtuiging in sta.» Als prozaschrijver had hij ons voor Ka-mertjeszonde geschonken de dikwijls herdruk-te vertellingen Fleo, 'n ] odenstreek, Ahasvérus (1893); Trinette (1897) en vergastte hij ons later op het levend boek Diamandstad (2dln 1906) ; de frissche vertelling Wat niet kon (1908); Een IFereldstad, Berlijnsche im-pressies (1908); In 1912 verscheen m de «Nieuwe Gids» zijn merkwaardigste boek Duczika, een Berlijnsche roman, die spijtig genoeg onvoltooid bleef. Onder den schuilnaam van Falkland bood hij ons tref fende, handig-bewerkte vertellingen: Kleine verschrikkingen (1904); Biecht eener schiddige (içoô); Drij vende Klompjes (1907); Gevleiigelde Daden (1908); Joep's wonderlijke avonturen (1909). Maar het tooneel bleef toch zijn roeping, had zijn voorkeur. In boven vermeld intervieuw vinden wij de oorzaak aangegeven : «In mijn lijn kan ik niet anders zeggen, dan dat ik als theaterschrijver zeer gelukkig ben als ik de massa bereik, en een zekere kansel heb waar ik voor mijn overtuiging kan pleiten... Ja, dat zullen ze wel weer valsch uitleggen, maar ik kan mijn eigen binnenste niet veranderen. Ik heb-niet gezegd : ik moet een kansel hebben, dus ga ik voor het tooneel schrijven. Ik had een tooneelstuk ge-schreven met overtuiging en toen merkte ik, dat ik daarmee een zeer groote menigte menschen kon bereiken. Dat is een soort van ont-waking voor mij geweest. Ik zal volstrekt niet ophouden met romans en novellen te schrijven, maar die kunnen alleen hetzelfde effekt hebben als ge ze kunt verspreiden in boekjes van tien of vijftien cent, omdat ze dan in het bereik van ieder komen. De meeste menschen zijn geneigd het theater te bezoeken, maar slechts een klein deel is geneigd boeken te koopen. Reeds in 1893 probeerde hij het tooneel met Dora Kreiner. De arme critici, die met het werk niet ingenomen bleken, werden drie we-ken later deerlijk beet genomen door de mys-tificatie met den eenakter Ahasvérus. Dit zoo-gezegd werk van een onbekende Rus werd zeer geprezen door dezelfde heeren !... Ahasvérus werd te Parijs opgevoerd bij Antoine. Het eerste groot succès was echter «Ghetto» in 1899 opgevoerd en gevolgd jaar m jaar uit door krachtige scheppingen van dit ongewoon talent. Drie tooneelstukjes, Het zevende gebod (1900), Of Hoop van Zegen (1901), Het Pantser (1902); Ora et Labora (1902), Sab-bath 1903, Schakels (1905), Bloeimaand (1905) Allerz&len (1906), De Groote vlucht (iço8), Uitkomst, De vreemde jacht (1909), Tooneelstudies (1904), Kinderen (1903), De schoone slaa-pster (1911), De Meid, Feest, Nummer Tachtig, E.en Mei, De opgaande zon, Beschuit met muisjes, Ghick Auf. Hiermede zullen wij wel ongeveer ailes vernoemd hebben wat den vruchtbaren schrijver in het licht zond. Reeds in 1897 had hij zijn meeningen over 2 ooneel en Maatschappij uiteengezet in een nu zeldzaam geworden brochuur. Mederedakteur van «De Nieuwe Tijd» toonde hij zijn onon-derbroken geloof in de sociaal démocratie. Herhaaldelijk en gedurende langen tijd ver-toefde hij m Duitschland, woonde te Berlijn, waar hij medewerkte aan het «Berliner Tage-blatt», tôt hij naar Holland terugkeerde om de leiding van het Nederl. Tooneel in handen te nemen. De vertooningen in ons land door zijn gezelschap, waren onvergetelijke avon-den voor de tooneelliefhebbers. Niemand zal b. v. ooit De Meid, met mevr. De Boer in de titelrol, vergeten. Vele zijner stukken werden in het Duitsch en in het Erigelsch vertaald. De inaatschappelijke ellende die hij schilde-ren wou, waarop hij het schril licht der wer-kelijkheid wou laten schijnen voor de breed-ste kringen ook van het buitenland, heeft hij getrouw en met groot talent uitgebeeld. In al-len die hij met zijn kunst mocht bereiken zal wat schuldbewustzijn en wat erbarmen zijn gewekt. Ja, Heijermans mag terecht gelukkig zijn met zijn werk, en gelukkig ook om den invloed die er van uitging. Zijn vijftigste verjaardag viel in 1914 ongeveer samen met de 500e opvoering van een zijner meest gewaardeerde stukken Op Hoop van Zegenn. En als jongste gift schonk de onvermoeibare ons dan een klucht van de scha-vuiten Robert, Bertram en Co, die met grooten bijval vertoond werd. Op dit toppunt van zijn leven, nog vol opgewekten arbeidslust en in den fleur van zijn kunnen achtten zijn vereer-ders zich gelukkig hem te mogen huldigen. Wat Willem Kloos bij het verschijnen van Ghetto schreef, krijgt na jaren een vreemde waarde: «De heer Heijermans is een vrijwel opmerkenswaardig mensch. Gevat en handig, niet ongevoelig en ook niet onpraktisch, kin-derlijk-naïef soms en weer ouwelijk-bedacht dan, journalistisch bedreven in uiterlijke truk-jes en vorm-maniertjes, een journalist bij uit-nemendheid, en dan toch weer plotseling, voor een oogenblikje, met een zuiverheid van visie en een diepte van inzicht, die op de grens van 't gemale staat, zoo is de heer Heijermans, en ik geloof van dien heer, dat als hij zich maar aan zijn diepste zelf vasthield, met geen ander bedoeling dan om een kunstenaar te wezen. dat is : een harmonisch zijn waarachtig zelf in zijn beste momenten uitsprekend mensch, dat hij dan in onze povere wereld, zooals die tegenwoordig, in een geroezemoes van overgangen, naar een onzekere toekomst gaat, een dier schrijvers van beteekenis zou kunnen worden, zooals er maar weinigen zijn in ons land.» Langs andere wegen, langs zijn eigen grilli-ge wegen is Heijermans de schrijver van beteekenis, een van «de Weinigen» geworden. Kloos, de zuivere individualist, moet er anders over denken dan Heijermans, de socialist. Het werk van Heijermans is niet steeds dat «zorgvuldige;>, dat volmaakt zuiver meester-werk, Frits Hopman heeft onlangs (De Am-sterdammer n. 1937 1914) terecht gezegd dat

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het tooneel appartenant à la catégorie Culturele bladen, parue à Antwerpen du 1915 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes