Het tooneel

236 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 21 Avril. Het tooneel. Accès à 23 juillet 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/ng4gm82q2m/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Het Tooneel 2e Jaargang Nr 32 21 April 1917 Beheer en Redactie : Kerkstraat, 13, Antwerpen 10 Centiem PAL]AS IJ\ " AMVEPS^PALACE ,, Dinsdag 24 April içt7. Paul Scapus als "Canio,, in ''Paljas,,. Georges Villiers die de roi van "Tonio,, vervull. I(oninklijke JVederlandsche Schouwburg Het afgeloopen Tooneelseizoen Verleclen Zondag heeft het gezelschap van onzen Koninklijken Nederlandschen Schouwburg afscheid genomen van het publiek.Het seizoen is nog vruchtbaarder ge-weest dan het vorige dat toch reeds, fi-nancieel gesproken, heel gelukkig geacht werd. Het publiek is talrijk opgekomen, tal-rijker zelfs dan ooit tevoren. Geen enkele maal mocht er gezegd worden dat er voor een ledige of zelfs maar een halve zaal gespeeld v. erd. 't Is wel waar dat de andere groote schouwburgen gesloten bleven en dus de concurrentie bijna nul was, maar toch was er nog gelegenheid genoeg voor de bewo-ners der goede stad Antwerpen, om op aan-gename of deftige wijze den tijd door te brengen. Wat er ook van zij, heel veel schouw-burgbezeekers die vroeger altijd naar den «Royal» of de «Variétés» gingen, zijn nu gewone bezoekers geworden van onzen Koninklijken Nederlandschen schouwburg. Zij kunnen beseffen dat er goede waar ge-geven wordt door goede artistes die voor geen vreemde collegas moeten onderdoen. Er zijn werken vertoond die, ond'er oog-punt van kunst, gerust de vergelijking mo-gen doorstaan met het beste wat in het buitenland vertoond wordt. Oorspronkelijke, zoowel als vertaalde stukken, werden zeer gewaardeerd, omdat de keus doorgaans gelukkig' was en het ensemble op hoogst enkele uitzonderingen na, van zeer goed allooi. Vele van onze stadsgenooten die onzen schouwburg niet kenden, hebben verwon-derd opgekeken, en gaven hun verbazing te kennen dat er in het Vlaamsch door Vlaamsche artisten zoo magnifiek gespeeld werd. En als het waar is, dat na den oorlog velen hun oude gewoonte zullen hernemen, dan mogen wij toch gerust voorspellen dat een groot percentage niet zal ontrouw en gewone bezoekers en zelfs abonnenten zullen worden, op voorwaarde natuurlijk, dat het kunstgehalte van ons gezelschap on-verminderd blijft en de keus der stukken met evenveel doorzicht, kennis, bevoegdheid en goeden smaak, zal geschieden. Want men zal het wel met ons eens zijn om te bekennen dat er in den smaak van het publiek iets veranderd schijnt... Hij blijkt gelouterd, verbeterd en vatbaarder om goede, degelijke waar te genieten. Vroeger werd «Spoken», «Koning Ha-gen», «De Opgaande Zon», «Mevr. Warrens Bedrijf», «Parisina», enz. voor halve zalen gespeeld, nu werden zij meerdere avonden vertoond voor een goed gevulde schouwburg met een aandachtig luisterend publiek. Dat is wis en zeker een vooruitgang en een verheugend verschijnsel. En wij willen er bijvoegen dat er nu en dan wel eens een stuk van het oude genre mag opgevoerd worden of een modem werk dat eenigszins verwant is aan het drakenrepertorium ; -— dat kan geen kwaad. Kunst voorzeker, en hoe meer hoe lievei\ en in de eerste plaats kunst van ei-gen bodem, maar tusschendoor eens wat anders dat meer genietbaar is voor de menschen bij wie de gevoelige snaar ge-" makkelijk aan het trillen gaat en de oogen us>i~ue ocrjuuwvurg zich met plezier vol tranen vullen, is pre-cies geen gruwel, wel neen! Kwestie van wat toegevendheid langs beide kanten, — meer niet. Toen de groote Goethe bestuurder was van den Schouwburg te Weimar, moest hij ook zijn toevlucht nemen tôt maakwerk van Kotzebue en anderen. Toekomtnde week overzien we eens wat gespeeld werd en wat is blijven liggen. Alvorens dees artikeltje te sluiten, mogen we niet vergeten onze artisten eene aangename vacantie te wenschen, in zooverre die in dezen tijd aangenaam mag ge-heeten worden. Na den arbeid, is de ruste zoet! De Hinderlaag v-r Onze schouwburg' was Zaterdag avond gevuld tôt aan den nok, geen plaatsje bleef onbezet. Aan de controol verdrong zich een massa menschen, die schier allen on-verrichterzake moesten heengaan. Het was een heel tijdje over het gestelde uur, eer de vertooning aanving. Is deze buitengewone belangstelling voor «De Hinderlaag» ■— waarvan het de elfde vertooning was — hoofdzakelijk toe te schrijven aan het stuk zelve, of aan de prachtige interpretatie ervan ? Wij mee-nen dat het blijvend succès aan deze beide factors te danken is. Henry Kistemaeckers — wij zegden het reeds bij de eerste opvoering — is een heel handig dramaturg. Een zeer gezaghebbend Fransch criticus schreef over hem na de creatie van «L'Embuscade», in de Comedie Française (1913): «Il a ce goût du romanesque qui lui est commun avec la plus grande partie du public». En inderdaad, Kistemaeckers kent zijn publiek. Hij weet het te schokken en te boeien, het komt er bij hem minder opaan of de karakters zij-ner personnages konsekwent zijn — dat van Robert Marcel b.v. is onaanneemlijk — de hoofdzaak is het «coup de théâtre», en daarin is hij een meester. * * * Op enkele kleine missingen na, viel de vertolking onvoorwaardelijk te loven. Het leeuwenaandeel van het succès ging naar Heer G. Cauwenberg, die de roi van Robert Marcel in de perfectie vervulde, zij-ne scènes met Mevr. Dilis en heer Bertrijn in II en III waren oprecht aangrijpend. Na het tweede bedrijf werd hem, midden een oorverdoovend applaus, — een reusachtig-e bloemenkorf aangeboden. Mevr. Dilis - Beersmans was treffend van waarheid en innigheid; als Sergine Guéret, de gefolterde moeder, vond zij de passende accenten, en in III gaf zij, met overgroot talent de gelatenheid weer der diep ongelukkige vrouw. Als Jean Guéret was heer Louis Bertrijn de gewenschte figuur; hij was wel de krachtige man, die zich niet, zonder heftige strijd, door het noodlot laat neerhalen.--Met de beide eerstgenoemde vertolkers draagt hij heel het gewicht van het drama; hij deelde ruim in den bijval. Mev. Bertrijn gaf een prachtige uitbeel-ding van Christiane de Servais, de gesle-pen russische avonturierster, die niets ont-ziet om haar doel' te bereiken. Anne - Marie — het lieve sentimenteele dochtertje — vond in Mej. Marg. Bertrijn een zeer prijzenswaardige vertolkster. Heer Piet Janssens die, als de Limeuil, de roi van raisonneur voor zijn deel had, droeg zijne tirades — waarin de schrijver hem, vooral in IV, zooveel ongerijmdheden doet vertellen — met veel overtuiging voor. Als Paget en Vader Brosse vonden de hee-ren Arthur Van Thillo en Edward Gorlé, de gelegenheid om zich naar waarde te laten gelden en heer Ruysbroeck was heel vermakelijk als dronken prins. De bijrollen werden gewetensvol vervuld door de juffers I. Vervoort, J. Janssens en Van den Eynde, alsook door de heeren Van de Putte, Franssens, W. Cauwenberg, Angenot, Robbens, Schmitz, Van Gool en De Groodt. De bijval der spelers was buitengewoon groot, er werd drie vier maal gehaald na elk bedrijf. Verleden Zondag was de bijval, zoo mo-gelijk, nog grooter. Heel de orkestbak zat vol. Al de spelers — ook die niet in het stuk vooi'kwamen — werden op het too-neel geroepen en werden met bloemen en palmen gehuldigd. Aan de ovaties scheen geen einde te komen. Op waarlijk groot-sche, indrukwekkende wijze werd dus het seizoen besloten, de prachtigste apotheose welke ooit een tooneelseizoen beleefde! C. W. Het Gemoedelijk Leven KARWEIKENS. De voorjaarswind joeg en kreunde. Ach-ter het vuurken, in de herberg «De verlo-ren Heilige» op den Kauwenberg, zaten de Krabber,de Plannentrekker en Marten Kar-ton met de bazin te kaarten. Veilig gebor-gen voor de snijdende koude, peinsden zij niet aan kommer. — Geef mij nog een borrel, verzocht de Plannentrekker liplekkend. De waardin stond recht om te bedienen. Zij was een magere, zwartharige vrouw, met ravenoogen en scherpen neus... Haar roSzwarte jak zat vol vlekken. Marten Kar-ton zag aarzelend zijn hospita na, hij huur-de van haar een zolderkamer, en vroeg be-deesd:—- Krijg ik er ook nog eentje, Marie ? — Ik geef niks meer op den pof, beet zij hem toe. — Maar ik heb toch een vracht hout gaan rapen aan de dokken... en het gekapt... —• Gij profiteert mee van de warmte. — Toe, eentje maar?... — Neen, zeg ik. — Toe, Marie, steunde de Krabber loos. — Geen kwestie van!--- Ik moet zelf scharrelen om aan den kost te' komen-•• en ik ken den vogel! Als hij cens heeft gaat hij ieverans anders om ze te verteren ■ En gij kunt een kei het vel niet af-stroopen. .. Ik moet ook betalen en niemand wil poffen--- De Plannentreker proefde voor den neus van Marten Karton, smakte en vond het lekker. Vergenoegd nam Marie haar kaarten weer op. — Als weduwe wordt men niet geteld---Kinderen heb ik niet, en huisbaas en brou-wer vrager. centen, geen onbetaalde reke-ningen. Ik leg nu de kaart om wat bij te verdienen. — Zijt gij kaartlegster, vroeg de Plannentrekker verrast. — Och, ik doe dat zoo maar... Van mor- gen h;id ik nog de vrouw van een soldaat bij me... Haar man zit gevangen... Zij wou weten of hij haar getrouw was... — Hij zal wel moeten, grinnikte Marten Karton. — Ja maar, de sukkel kan niet meer slapen van jaloerschheid. — En wat hebben de kaarten gezegd ? — Wel, Krabber,de kaarten hebben gezegd wat ik wou.Men zou geen hart moeten hebben om iemand ongerust te maken... Ik heb haar toen verteld, dat haar man aile nachten van haar droomt en de getrouw-heid in persoon is!... Zoo zijn er niet veel, heb ik gezegd. — Dat is braaf, Marie, meende de Plannentrekker.— Als al de wijfkens van soldaten zoo braaf waien, heb ik gezegd, dan waren het engeltjes-.- maar er loopen er... —■ Laat ons daar niet over spreken, vei-klaarde de Krabber ontstemd, ze moesten de venten vastzetten die er mee te doen hebben. • • — Men moet niet wreed zijn voor hen, die wijfkens aan een broodwinning helpen, suste de Plannentrekker. — En zoo'n karweiken moet een mensch in 't leven houden, betreurde Marie terwijl zij aan haar glaasje proefde. — Ik heb een plaats kunnen krijgen aan de «Groene Ster» om patatschillen af te halen, zei de Plannentrekker, maar dat is geen stiel.-. — Ik, sprak Marten Karton, ik bleef bij mijn ambacht,ik raap papier uit de manden en op de straat, maar ik heb het opgegeven omdat mijn artikel zoo raar wordt en de concurrentie is te groot!... — Ik, bedacht de Krabber, ik heb mij geassocieerd met iemand in een paarden-vijgonderneming-... Mijn associé had een kmdervoituurkèn en ik had een schop..-Maar ik werd muug van het bukken en gaf mijn schop en mijn .vuilnisblik kadeau aan mijn kameraad--. Hij is er rijk mee geworden. — Tusschendoor, hernam Marten Karton, raap ik nogal eens sigarenstompels, maar 't is tegeiiwoordig niks waard, 't is alle-maal bucht... er is te veel papier in en kool- en andere bladeren... En dan... — Hij werkt niet gaarne, misprees Marie.— Ik werk heel gaarne Marie,heel gaarne-■■ maai ik moet werk hebben naar mijn goesting.- Goesting is ailes!--• Maar ik tref niet dikwijls mijn goesting... en de menschen die geven willen u altijd tegen heug en meug doen werken... Ik kreeg zoo eens dertig frank van een liefdadige maat-schappij maar ik moest kartonnen doozen maken... zij gaven karton en papier... Ik dacht, dat zult ge me niet meer lappen en heb doozen gemaakt zoo groot, dat zij in de kasseri niet konden geplaatst worden ... Dat is geen geven als men u doet werken.— Ik heb nog al eens een karweiken voor een Heer. een Heer die wat in de pap heeft te brokken, en 'k moet dan brieven dragen of zoo wat... Hij is eigenaar- van een poli-tieke gazet en hij zocht nieuwe rédacteurs ... 'k heb in de vijftig brieven gedragen.. aan blauwen, aan gelen en rooden... voor aile koleuren... — Zou dat niks voor mij zijn, Plannentrekker.— Neen, Krabber, neen, jongen, ge kunt niet hard genoeg liegen!... — Denkt ge dat, Plannentrekker. — Ik ben er zeker van, Krabber, er is er eens een gestorven omdat hij eenmaal de waarheid had geschreven... — Dat is vet! — Zoo is het, Krabber... — Dan is het geen karwei voor mij... ik zeg soms de waarheid... De Krabber zabberde op zijn sigaret, Marie geeuwde van flauwte of verveling. — 't Schijnt dat er nieuws is van den oorlog, zei ze, om afwisseling in het ge-sprek te brengen, de vent van de vuilnis-kar zegt dat de Turk al in Konstantino-pel zit. — Natuurlijk, bromde de Plannentrekker.— 't Zal zeker weer niet waar zijn, zei Marie nijdig, zij weten het weer beter!---'t Staat in de gazet!... — Ik moet nog een paar brieven beste!-len, sprak de Krabber, die van geen ruzie hield. — Brieven? Wat, brieven? Bestelt gij ook brieven, vroeg de Plannentrekker heel grimmig'. — Ja zeker, als de menschen mij dat vragen — En voor wie zijn die brieven? — Voor den Burg'emeester en den Directeur der Belas'ting... — En wat staat er in ? — Dat weet ik niet... — Weet ge dat niet ?... Wel dan---dan zijt gij een ajuin! — Waarom ? — Omdat ik altijd gelezen heb wat er in de brieven stond die ik ronddroeg. — Maar, Plannentrekker, de enveloppen zijn gesloten!... — Dat zijn ze altijd... maar als facteur heb ik geleerd dat ze konden geopend worden... ik weet gaarne wat er in staat-•• zoo voor de gerustigheid van mijn gewe-ten.— 't Kan mij niet schelen, wat er in staat, wantrouwde de Krabber, en... dan zijn de enveloppen kapot... dan krijg ik last... — Geen kwestie van! — Ik betrouw het niet! — Als er iets aan mankeert, dan trak-teer ik met een rondeken, presenteerde de Plannentrekker, die niet vrijgevig was. — Vooruit dan maar, moedigde Marie aan. — Schenk de borrels maar in op kosten van ongelijk, verzocht Marten Karton. — Als ge er zoodanig op uit zijt, zucht-te de Krabber, ziedaar... Ik hoop maar dat

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het tooneel appartenant à la catégorie Culturele bladen, parue à Antwerpen du 1915 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes