Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

240 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 21 Avril. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Accès à 23 août 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/9882j6957p/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

21 April 1917 Nr 16 40® Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Vrij en Onafhankelijk Katholiek volksgezind weekblad voor Vlaamsche en Algemeene Belangen IXHCBllIJVhVGKI'IUJH Voor een jaar fr. 5.— Voor 6 maanden » 2.75 Voor 3 maanden ' » 1.50 Voor Ned8rland » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andere landen » 7.00 Dit blad verschijnt den Zaturdag morgend.— Men teekent in bij den Uitgever en in aile, postbureelen, alsook bij de briefdragers. i i un ■ —i—crow iiiim ■■ i m —■h Hoopdopstellbr : JOHAN LEEMANS Deo Juvante Vincam ! Aile artikelen en mededeelingen moeten vàôr Donderdag avond ten bureele besteld zijn, alsook de aankondigingen. Afzonderlijke nummers van dit blad zijn te bekomen ten onzen bureele, Carnotplaats 65. — 1 O centiemen het nummer. AAWKOWDI6IIVGËN Den regel fr. 0.20 Kleine aankondiging » 0.50 Begrafenisbericht » 5.00 Groote aankondigingen bij overeenkomst. Voor aankondigingen buiten de provincie, wende men zich tôt de Ageacie HAVA8, Martelarenplaats 8, Brussel, en Beurs-plaats 8, te Parijs. Voor aile andere aankondig-ingen ten bureele Carnotplaats (Laar) Borgerhout-Antwerpea KLAGEN EN HELPEN In 't algemeen is het gekend, dat de klagers doorgaans geene helpers zijn. Nooit wierd er meer geklaagd dan thans over de inrichting en werking I van de verschillende komiteiten, bijzon- ; der door hen die tijd en bekwaamheid j hebben om een handje te helpen, maar dit liefst niet doen. In gewone tijden zien wij hetzelfde verschijnsel, zonder dat daaruit eene algemeene verbetering voortspruit. * * Zelfs dan wanneer de klachten gegrond zijn, dient er overwogen uit wat de gebreken voortkomen die aan-leiding tôt misverstand en beknibbeling geven. Niet zelden echter wordt er verkeerd geklopt en aangeklopt, omdat de zaken oppervlakkig beschouwd worden en men te veel van het denk-beeld uitgaat, dat het genoeg is gebreken aan te wijzen om deze te doen verdwijnen. » * ^ Niets is nogtans moeielijker. Gebrui-ken en gebreken zijn dikwijls te diep ingeworteld om deze met één ruk uit te roeien. Dit gaat bijzonder niet wanneer klagers en benadeelden niet medewer-ken om recht op het doel in te gaan, of om degenen te steunen die het goed meenen en niet beter verlangen dan eenieder te bevredigen. * J* Mistoestanden in openbare besturen en in komiteiten komen vooral voort uit opdringerij. In betrekkingen waar-van het personeel in bezit moet zijn van een diploma of van een deugdelijk bekwaamheidsbewijs, is zoo iets min mogelijk. Het gebeurt daar ook wel eens dat min bekwamen, min bevoegden of min geschikten den voorrang krijgen, maar in aile geval zijn zij niet geheel en al van verdiensten ontbloot en kunnen zich verder bekwamen of op de hoogte stellen. * * Heel anders is het in diensten en komiteiten waar op goed valle het uit een aantal personen uit medelijden of uit opdringerij worden aangesteld. Menschen zonder eenigebekwaamheidof opleiding worden gelast met diensten, waarvoor zij niet den minsten aanleg hebben en die niet anders dan de zaken, aan hunne zorgen toevertrouwd, ver-warren en het volk of belanghebbenden ontstemmen. # '* * Dit is de groote oorzaak van de tal-rijke klachten tegen een aantal diensten, klachten die alleszins gegrond zijn maar die te veel gericht worden tegen personen of overheden die er niets kunnen aan verhelpen. Wanneer die overheden geen goed dienstpersoneel hebben, is het hun onmogelijk vele zaken goed te schikken. * * X- Het tegenovergestelde kan ook wel eens waar zijn. Er zijn overheden die niet opgewassen zijn voor hunne taak en die met het beste personeei niet verstandig kunnen handelen. 't Zijn zij dan die de zaken in de war brengen door tegenstrijdige of onverstandige bevelen, door inwikkeling in plaats van door eenvoud de diensten in te richten en meer andere misgrepen te doen. * * * In buitengewone omstandigheden, zooals deze die wij thans beleven, is zulks eenigszins te verschoonen, omdat er te veel moeielijkheden oprijzen en de eene dag aan den anderen niet gelijkt. Maar aller pogingen moesten nogtans strekken om tôt eene goede en onberis-pelijke inrichting te geraken, door alleen oversten en bedienden te nemen die volkomen op de hoogte zijn hunner zending of zich aldra, door hunnen natuurlijken aanleg, kunnen loswerken uit moeielijkheden, die bij anderen onoverkomelijk zijn. * * * Tegenover dit ailes blijft de opmer-king gegrond, dat vele personen die een handje zouden kunnen helpen, zulks niet doen, eensdeels omdat dit de gewone gang der zaken is, en ander-deels omdat zij den naam niet willen hebben voor zulke zaken betaald te zijn. Uit zuivere opoffering zouden zij wel willen handelen, maar tusschen een aantal personen, die van de omstandigheden gebruik maken om zich plaatsen toe te eigenen tegen ruime vergelding, zonder voldoende bekwaamheid, be-voegdheid of geschiktheid te bezitten, willen zij niet vertoeven. * * Nogtans zijn er gelegenheden genoeg, buiten die diensten en komiteiten, waar hunne medewerking van groot nut zou wezen. Zij hebben slechts rond te blik-ken en zullen hier en daar wel iets vinden om zich verdienstelijk te maken. Door goeden raad, aanmaning tôt kalmte en wilskracht zullen zij, tôt nut van 't algemeen, veel kunnen bereiken. Ophitsing en misnoegdheid verergeren echter de zaken in plaats van deze iet-wat te verbeteren. J, L. atSStotiateMHHBWBgSSgBMBMMB—Ban«——a—BHBK— DE TOESTÀiD HIER Eft ELDERS NEDERLAND. — Te midden van al de beslommeringen die de oorlog medebrengt, had te 's Gravenbage het zestiende Natuur- en Geneeskundig Congres plaats. De oorlogs-heelkunde maakte een der voornaamste behan-delingen van 't Congres uit. Deze laatste jaren was de heelkunde in 't algemeen zeer vooruit gegaan, maar de oorlog iieeft daaraan nog een grooteren stoot gegeven. Op dit ruime veld met allerbande gekwetsîen en ongelukkigen, is er meer dan eene nieuwe heelwijze beproefd en gelukt, zoodat de bevindingen aldaar opge-daaii, ook nuttig zullen zijn in 't gewone en latere leven. De scheikundige nijverheid wierd op 't Congres ook breed behandeld. X De eetwarennood wordt in Nederland getemperd door uitsparing. Dringende nood is er nog niet, maar door het rantsoeneeren en verdeelen hoopt het Staatsbestuur de beschik-bare voorraden langer te behouden. Hetzelfde stelsel is in Engeland toegepast. X De kleedij der soldaten maakt in aile landen eene groote bezorgdheid uit, niet alleen om in de behoeften der troepen te voorzien, ! maar ook onder opzicht van krijgskunde en voorkomen. De Hollandsche soldaten zijn thans manbaftiger gekleed dan vroeger, maar er was spraak aan de officieren eene zwarte kleedij te bezorgen. Daartegen wierd fel opgekomen als zijnde een nuttelooze en kostelijke last. Het Minoterie heeft er dan ook van afgezien en tevens beslist, dat oude kleedijen mogen afgedragen worden. DENEMARKEN. — De scheepvaart van jj Denemarken heeft reeds reel geleden tijdens ï den oorlog. Dit is ook het geval met deze van Zweden en Noorwegen, die nog al eens tusschen hamer en aambeeld vallen. Om die reden is er beslist, geene openbare inlichtingen meer te geven over het in- en uitvaren van schepen, zelfs niet van deze die enkel bij de kustvaari blijven. De scheepvaart is eene wereld op zich zelven, waarbij duizenden familiën en belanghebbenden betrokken zijn, zoodat gebrek aan nieuws over schepen eene groote leemte moet wezen in 't innerlijke leven van velen. ITALIË. — De volmaking der vliegtuigen \ wierd vroeger reeds aanzien als een toekomstig j middel tôt verkeer op verren afstand. Italie gaat thans reeds, door toedoen van Minister Serra., eenen postdienst met vliegtuigen inrichten. Nu de treineu in beslag genomen s worden voor allerhande oorlogsdoeleinden en er op de spoorwegen dikwijls eene groote belemmering heerscht, zal de nieuwe postdienst met vliegtuigen in een groot gebrek voorzien. Waarschijnlijk zal dit in andere landen nagevolgd worden. RUSLAND. — De toestand in Rusland is nog niet opgeklaard. Men west nog niet wie daar bepaald meester zal zijn of blijven van de nieuwe regeering : de legerpartij of de volks-partij. De toestand van Rusland is altijd duister geweest bij gebrek aan vrije pers en volks-kamer. De Doema of wetgevende kamer kon tôt heden weinig tôt stand brengen ; ?ij wierd enkel geduld als lapmiddel of als oogen-verblinding. Uit dien warboel moet nu iets stevigs opgroeien, maar de ondergrond, volken-beschaving, laat nog veel te wenscben. Pax UIT DE GAZETTEN WERELD Dat de dagbladen dikwijls verkeerde inlichtingen geven over zaken en toestanden die zij zelf niet kennen, is een algemeen gekend feit. Zij gaan te veel voort op mededeelingen van derden die zij niet eens onderzoeken of nagaan. Dit trofîen wij een dezer dagen nog aan in een Hollandsch blad, in eene briefwisseling uit Brussel. Daarin wierd gezegd dat de onlangs overleden Oud-Minister Jules Van den Peere-boom, in 1865 toen hij Minister van Binnen-landsche Zaken was, veel had bijgedragen tôt de gehjkmaking der spelling van Vlaamsch en Nederlandsch, en dat Conscience hem daar innig voor bedankt had. De waarheid is, dat .. Minister Alfons Van den Peereboom van 1865 een heel andere persoon was dan de Minister van 1884 ; dat de Minister van 1865 een Liberaal was, deelmakende van 't Ministerie Frère-Orban, terwijl deze van 1884 een Katholiek was en deel maakte van 't Ministerie Malou-Jacobs Woeste. Die verwarring van naam en persoon is niet erg, maar in andere aangelegenheden die belangrijker zijn en groote gevolgen kunnen bebben, doen de bladen soins onherstelbare misslagen. Dit komt doordat vele schrijvers zich niet eens de moeite geven inlichtingen te nemen of opzoekingen te doen. En daar zij naamloos zijn, hebben zij daaromtrent niet veel eergevoel. Moesten zij hunne artikels onder-teekenen, zij zouden er meermaals over nadenken vooraleer bedenkingen neer te scbrijven, waarvan zij de waarheid niet kunnen bevestigen. Hildebrand SCHRIJVERS EN B0EKEN i SELM4 LAGERLÔF Tusschen de prachtigste en boeiendste letter-kunde die 't mij in Nederland gegeven werd te genieten, mag op een eereplaats — zooniet op de eei-eplaats — bet werk van de Zweedsche scbrijfster Selma Lagerlôf vernoemd worden, in de zuivere. vloeiende en sierlijke vertaling die Margaretha Meijboom er van leverde bij den uitgever H. J. W. Recht, te Amsterdam 't Is moeilijk in één woord te kenschetsen wat de Zweedsche nachtegaal — zooals men baar noemt — ons te beste geeft in die wonderbare voortbrengselan van een machtige en veel-omvattende verbeeldingskracht : 't zijn ver-halen, die tevens dichtwerken in proza, sprookjes en fantastische scheppingen zijn, waarbij men niet meer weet wààr de werke- . lgkheid en wààr de sprookjeswereld begint. Toen ik voor de eerste maal haar meester-werk : Gôsta Berling gelezen had, legde ik het onvoldaan ter zijde ; dat grillige leven van een dronken, gekken predikant, waarin levens-beelden en sprookjesactitige voorvallen wild ondereen ronddwarrelon, beviel mij heel weinig, en het was mij onmogelijk te begrijpen waarom de pers toch met zooveel uitbundigen lof van de onderscheidene werken dezer geest-verbazende schrijfster sprak. Was ik nu zoo zeer bekrompen dat mijn gedachten niet die van Selma Lagerlôf konden volgen noch omvatten ? Of nadden we hier in de pers te doen met een stelselmatige ophemeling, met een filoxenisch, d. i, vreemdenlievend verschijnsel? Ik wist niet wat er van te denken, en juist daarom wilde ik het vraagstuk, dat zich hier vôôr mijn geest opende, nader onderzoeken, zonder me te laten beïnvloeden door de stemmen van buiten. Te dien einde nam ik haar Ingrid ter handen, de geschiedenis van een student die gek wordt uit bezorgdheid om zijn voorvader-lijk landgoed vrij te koopen, die in zijn verstandsverbijstering rondleurder wordt en weldra overal als « de geitebok » bekend staat ; die een scbijndood meisje uit het graf redt en ten slotte door haar van zijn ongevaar-lijke zinneloosneid genezen wordt en met haar trouwt. Dit werkje is niet zoo lijvig noch zoo uitspattend van teiten en personen als Gôsta Berling, en ik las het op een oogenblik dat mijn geest in voile rust was, te midden der verkwikkende natuur van een uitgestrekten polder. En toen loste zich voor mij het raadsel van Selma Lagerlôf's algemeenen bij val en mijn eigen onvoldaanheid op. Een groot schrijver — en Selma Lagerlôf behoort ontegenspreekbaar tôt het puik der wereldletterkunde vau de XX" eeuw — is een wereld op zich zelven, een wereld die van de onze geheel en al afgesloten is, en waarin we slechts met moeite doordringen kunnen. 't Is met een groot schrijver, met een machtigen geest, juist als met gelijk welke wetenschap of kunst : de eerste beginselen zijn soms heel moeilijk, en menigmaal bekruipt ons de lust de geheele studi'e vaarwel te zeggen ; doch de voorspiegeling van het hooge genot, dat ons wacht indien we in onze pogingen volharden, weerhoudt ons. Ook, wanneer we eens die aanyankelijke moeilijkheden overwonnen hebben, wanneer onze geest zich naar hartelust kan vermeien in de heerlijke vergezichten en de hartverkwikkende pracbttafereelen die onze kunst of onze wetenschap ons zoo overvloedig aanbiedt, dan is ook voor ons een nteuwere, ruimere wereld geopend, die ons die aanvanke-lijke moeilijkheden doet vergeten, en ons verbaasd doet staan dat niet iedereen, aan-gelokt door al het heerlijke dat wij zoo ruimschoots genieten, onze overtuiging deelt en zich aan dezelfde wetenschap, aan dezelfde kunst wil wijden. We mogen hierbij echter niet vergeten dat die vergelijking slechts slaat op de hoogere geesten in de letterkunde, die zich een eigen wereld scheppen, en waarin slechts toegelaten worden zij, die zich in die hoogere, soms wetenschappeiijke, soms zielkundige, soms fantastische wereld weten te verlieffen. Maar zulke geesten zijn zeldzaam, en, om den Neder-landschon dicbter na te spreken, de eeuw die honderd helden baarde, brengt slechts zoo één schrijver voort. In de XIX* eeuw mochten we zoo Charles Dickens genieten ; in de XXe begroeten we zoo Selma Lagerlôf. Maar juist omdat er — soms moeizame — pogingen noodig zijn om zich tôt in die hoogere wereld, door een machtigen geest geopend, te verheffen, vinden zulke werken niet den gemakkelijken maar kortdurenden byval dien de gewone volksschrijvers genieten. Deze laatsten is het alleen te doen om hun lezers eenig steeds welkom tijdverdrijf te bezorgen, om den leeslust van een minder ontwikkelde massa te voldoen ; ook, wanneer het tendenz-schrijvers betreft, om den vinger te doen leggen op maatschappelijke of huiselyke mistoestanden, om het volk gezonder begrippen op allerlei gebied en op een aanlokkende wijze te doen opdoen. Verre van mij het streven van beide soorten letterkundigen te willen onder-schatten, of met misprijzen neer te zien op het in aile geval lagere gehalte van hun voort-brengselen : hun streven is edel en grootsch ; het verdient eerbied en bawondering, voor zooveel. natuurlijk, zij de lagere gevoelens en de gevaarlijke hartstochten niet prikkelen en ophitsen als in zoo menige « drakenromans » — de naam is goed gekozen. ■— Indien ik dus allen eerbied koester voor d8 oprechte, dege-ltjke, en dikwerf welgeslaagde pogingen der volksschrijvers, zal mij niemand het recht, en zelfs den plicht, ontzeggen de hoogere geesten, die ons in hun eigen, hoogere sleer weten te voeren, ook op een hoogeren rang te plaatsen, op den rang waar den « fljnproevers » geeste-lijke geneuchten verschaft worden. Dààr, op dien rang, verdient Selma Lagerlôf een eereplaats. Haar wereld is een innerlijke sprookjeswereld ; niet die grove, feitelijke en vooral zinnelijke sprookjeswereld der Zuiderlingen, waarvan de Duizend-en-eenen-NacM als het oertype zijn, maar van de fljne, geestelijke, reins en zielsverheffende sprookjeswereld van het Noorden. Haar scherpe blikken doorpeilen het verleden en de toekomst, dringen door tôt in de etherische wereld der meest fantastische, doch immer reine en veredelende geesten... en de gekke predikant Gôsta Berling wordt ons duurbaar, niettegenstaande zijn meer lichamelijke gebreken, om zijn hooger geestelijke hoedanigheden. Maar in elk van haar werken moet men de kern zoeken. En daarom ook moet men, om Selma ! Lagerlôf's hoogen geest op zijn juiste waarde te leeren schatten, elk werk minstens tweemaal lezen. 't Is ook op die wijze dat ik zelf me in haar wereld heb kunnen verheffen om er in al zijn volte te genieten van al wat zij zoo overvloedig te genieten geeft. Of men nu met De Koninginnen van Kungahalla de oude Zweedsche overleveringen en legenden inblikt, met Jeruzalem d8 door den Godmensch geheiligde plaatsen van Palestina bezoekt, met De Voerman de zicntbare evenals de onzicbtbare wereld intreedt, met De Keizer van Portugal in de waanwereld van een liefdevolle zinnelooze medeleeft, met Het Huis i

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Borgerhout du 1878 au 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes