Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

195 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 22 Mai. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Accès à 26 mars 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/4f1mg7gr0x/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

22 Mei 1915 Nr 21 38e Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Vrij en Onafhankelijk Katholiek volksgezind weekblad voor Vlaamsche en Algemeene Belangen IKHCHRIJVIIVGSPRIJS Voor een jaar. .... fr. 5.— Voor 6 maanden » 2.75 Voor 3 maanden » 1.50 Voor Nederland » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andere landen » 7.00 Dit blad versohijnt den Zaturdag morgend.— Men teehent in bij n Uitgever en in aile postbureelen, alsook bij de briefdragers. Hoofdopsteller : JOHAN LEEMANS Deo Juvante Vincam ! Aile artikelen en mededeelingen moeten vàôr Donderdag avond ten bureele besteld zijn, uitgenomen de aanhondigingen, die worden ingewacht tôt Vrijdag avond. Afzonderlijke nummers van dit blad zijn te bekomen ten onzen bureele, Carnotplaats 65. — 10 centiemen het nummer. AAIVKOIVDIGimGËIV Den regel fr. 0.20 Kleine aankondiging » 0.50 Begrafenisbericht » 5.00 Groote aankondigingen bij overeenkomst. Voor aankondigingen buiten de provincie, wende men zich tôt de Agencle HA.VA.S, Martelarenplaats 8, Brussel, en Beurs-plaats 8, te Parijs. Voor aile andere aankondigingen ten bureele Cai'iiotpliiat,ii (Laar) CES, Borgerhout-Antwerpen KLEIN EN IJDEL Meest aile gebreken en ondeugden die thans bij het volk zoo zeer opge-merkt en gelaakt worden, komen veelal voort uit kleinhartigheid en ijdelheid. Wat de eenen doen, willen of moeten de anderen navolgen. Wils-kracht om zich boven vreemden dwang te zetten, is er weinig of niet. En dit kenmerkt nog eens het gebrek aan beschaving, het gebrek aan ontwikke- ling. * * * Vele meisjes volgen onzedelijke gebruiken na, bijzonder in kleeder-dracht, alleen omdat anderen het voor-beeld geven, of uit vrees uitgelachen te worden. En de ouders helpen daar mede in, uit gebrek aan wilskracht of klaar doorzicht. Het menschelijk opzicht, juist in den slechten zin, wordt hier het meest gevreesd. * * * Het is opmerkelijk dat velen op dit gebied meer bekommerd zijn met de zienswijze en 't gedrag van gemeene lieden dan wel met het oordeel van deftige lieden. Het geluk en de toe-komst hunner kinderen ofïeren zij op aan de ijdelheid, alleen om vreemden te behagen of uit vrees voor onge- gronde of misplaatste verwijtingen. * * * Vele jongens loopen op denzelfden verkeerden weg, insgelijks uit vrees door slechterikken uitgelachen of bespot te worden. Het laat-uitblijven, het bezoeken van niet-betrouwbare lokalen, het opzoeken van niet-aan-bevelenswaardige gezelschappen, dit ailes gebeurt daar ook uit kleinhartigheid en ijdelheid, uit gebrek aan wilskracht, waardoor zij de reeds genoten beschaving en ontwikkeling in huis en school, onder den voet treden, om zich zoo gemeen mogelijk aan te stellen. * * * Die beide slechte richtingen zijn niet uitsluitelijk waar te nemen bij het volk en de kleine burgerij. Ook bij de hoogere standen dringen zij meer en meer binnen, sinds vreemde zeden en vreemden smaak daar als uitstekende kenmerken van hooge beschaving worden aangegeven. De gevolgen van die doenwijze zijn gekend. Deze laatste jaren was daar aile eergevoel ver-dwenen en tezelfdertijd aile eerlijkheid, want het getal slechte zaken in handel en nijverheid, hield gelijken tred met dit verval van goede zeden en manne-lijk karakter. ★ « * In die rangen is het menschelijk opzicht en het « leven volgens zijnen stand », nog wel het meest in gebruik, maar altijd in den slechten zin. Men houdt daar geene rekening van het oordeel van medemenschen betrekkelijk goed gedrag en eerlijkheid, men houdt enkel het oog op degenen, die slechte zeden en gebruiken als een kenmerk van « verfijnde » opvoeding of ontwikkeling willen doen gelden. * * * Tusschen die algemeene wanorde heeft de oorlog menigen greep gedaan, maar niettemin blijft er nog veel van over, vooral hier in ons midden, waar wij tôt heden wel het minste van den oorlog geleden hebben. Die verkeerde gedachten en verkeerde doenwijzen zullen dus moeielijk uit te roeien zijn, omdat de vaste zedenleer veelal door eene onafhankelijke zedenleer wordt vervangen. Yelen maken thans eenen levensregel naar hunne eigene inzichten en betrachtingen, zoodat zij van den eenen kant zich als slaven onderwerpen aan het menschelijk opzicht, en van de andere zijde nogtans geheel vrij willen zijn tegenover de godsdienstige alge- meen aangenomen zedenleer. * * * Die tegenstrijdigheid toont nog eens het gebrek aan wilskracht, het gebrek aan beschaving en ontwikkeling dat ons volk van hoog tôt laag kenmerkt. De kleinhartigheid en de ijdelheid spelen daar de hoofdrol en beiden veranderen algauw in verslaving en ondeugd. Vele menschen lijden er door, want oneerlijkheid en ondergang gaan met die slechte gebruiken gepaard en 't zijn juist medemenschen die het moeten uitboeten. Slechte of niet-betalingen van allen aard, zijn door-gaans de bekroning van dit kleinhartig en meermaals onzedelijk leven. J. L. DE TOESTAND HIER EN ELDERS PORTUGAAL. — De opstand in Portugaal, waarover reeds sinds weken en maanden gehandeld wierd, is thans voor goed uit-gebroken. Het is bijzonder de vloot, die aan de oproerige beweging deel nain en Lissabon beschoot. De dweeper Castro is met zijne partij den berg afgerold en hij zelf is op een oorlogschip als gevangene overgebracht. Wat er van hem zal geworden, is nog niet gekend, maar het einde van aile leiders-oproermakers is doorgaans een diepe val. —o—- NEDERLAND. — Tusschen de Belgen in Nederland verblijvende, zouden er reeds zijn die tôt het Protestantismus bekeerd wierden. Van oprechte bekeering zal er wel geene spraak zijn, maar wel van een rniddel om aan hulp en centen te geraken. Er zijn menschen die voor de minste oorzaak of voor het minste eigenbelang van denkwijze of godsdienst veranderen, en zulke lieden kunnen niet tôt aan-beveling dienen voor de partij of leering die zij aankleven. De Protestanten zullen er dus niets bij winnen, maar eerder bij verliezen, indien het nieuws wel echt en waar is. —o— ITALIË. —Sinds velejaren broeit in Italie een omwentelingsgeest ten voordeele der Republiek. Met de volksbetoogingen voor den oorlog is die geest weer wakker geschud en het leve de Republiek ! dondert door de straten. Voor de Republikeinen is de ophitsing tôt oorlog slechts een voorwendsel om tôt hun doel : de Republiek, te geraken. Door dit gevaar voor oorlog zit de Paus in een moeielijken toestand. Er is reeds gezegd dat hij Rome zou verlaten, terwijl velen van gevoelen zijn dat de Republikeinen van de school van Garibaldi, er zouden gebruik van maken, om later zijnen terugkeer naar Rome te beletten. De Koning en de Paus staan dus onder dezelfde dreigementen. —o— AMERIKA. — Ondanks het in den grond boren van den prachtigen en reusachtigen reizigersboot de Lusitania, door een Duitschen duikboot, zullen de andere overzeesche booten hunne vaart niet staken. De Transylvania is reeds te Clyde binnen geloopen. Amerika heeft aan Duitschland eene nota gezonden ten voordeele der reizigers van onzij-dige of niet-strijdende landen, die van aile oorlogsgevaar op zee dienen verschoond te blijven. Tengevolge van den oorlog, zullen in Amerika vele nieuwe n'jverheden ontstaan. Reeds wordt gemeld, dat groote fabrieken van potasch zullen opgericht worden in Utah, een artikel dat vroeger uit Duitschland kwam en jaarlijks voor 50 miljoen frank wierd ingevoerd. Dit zal denkelijk het geval zijn met meer andere artikelen, waarvan de bevoorrading nu niet kan geschieden. —o— ZWITSERLAND. — Dit land zit thans erg geprangd tusschen de oorlogvoerende landen, maar lijdt er het minste door. Ook daar zullen nieuwe nijverheden ontstaan, vooral in zake van speelgoed, waar het thans reeds meê bezig is en tôt een hoogen trap van welgelukken tracht te brengen. Deze strijd op handels- en nijverheidsgebied zal eene groote verplaatsing van wel vaart te weeg brengen, maar in aile geval zoo noodlottig niet zijn als de andere . i i gevolgen van den oorlog. Vele artikels zullen echter niet in aile landen kunnen vervaardigd worden, zoodat zij in 't land van hunnen oor-sprong zullen blijven, maar op de markt onder een vreemd opschrift zullen verscbijnen, zooals dit nu reeds het geval was voor vele artikelen met het Made in Belgium, of het Made in Germanie. Pax Uit de Gazettenwereld In sommige krijgsgevangenenkampen zijn reeds bladen verschenen, hoofdzakelijk ten dienste en ter verkwikking der gevangenen. In 't Duitsch kamp van Saltou namelijk, verschijnt zelfs een Vlaamsch bladje. Zoo waar is het, dat vele menschen zonder dagbladen maar moeielijk door het leven zouden komen. Ook hier te lande zou het een droevig iets zijn, indien hier geene dagbladen verschenen, al weten zij doorgaans weinig over de toestanden van den oorlog te vertellen, en al genieten zij de volledige vrijheid niet om over vele zaken naar hun goeddunken te handelen. Gevluchte Belgen schijnen dit moeielijk te begrijpen, want zij misgunnen aan het volk de voldoening, die zelfs door krijgsgevangenen wordt op prijs gesteld. Zij zouden van België een enkel Beggijnhof of een enkel kerkliof willen maken, terwijl zij zelven zich verlustigen in den vreemden. Hildebrand Boeken en Letterkunde in Nederland Het boek is de Hoogeschool onzer dagen. Carlylb XVIII Willen we nu ook eens een vertaling in oogen-scliouw nemen ? Er zijn natuurlijk vertalirigen en vertalingen, en de lezer verwacht er zich voorzeker niet aan, hier drakenlitteratuur of drakenromans besproken te zien. De vertaling die ik hier bedoel, verscheen eerst in een opvoedkundig tijdschrift van Amsterdam, wat reeds een gedacht geeft van hare hoogere waarde, en wanneer ik u nu ook zeg dat het een realistische kijk op de « bewaarschool « geeft in het hartje van Parijs, dan zal de lezer voorzeker wel met mij meenen, dat het hier eene « verruiming >■ der Nederlandsche letteren in de plaats van eene « vernedering » geldt als die waaronder onze Vlaamsche letterkunde zoo diep heeft geleden. Wat mij het eerst heeft getroffen bij het openslaan dezer Nederlandsche omwerkiug van Frapié's Maternelle, is de bespreking van dit werk door Dr Gunning. Wanneer een man als hij een werk zôô uitbundig prijst, mag men wel zeker zijn met een meesterwerk te doen te hebben. Smaken kunnen echter verschillen, — en ik heb dat pas opgemerkt bij de tweede lezing van het boek. « In een belangwekkende studie over « De Onderwijzeres iu den hedendaagschen Roman » (l'Educateur Moderne, 1913-1914) maakte R. Orth de juiste opmerking, dat de roman-schrijvers, die een onderwijzer of onderwijzeres tôt held of heldin van hun roman nemen, er wel in slagen ons dien held of die heldin als lijdenden en strijdenden mensch te schilderen, maar juist niet in zijn beroepsomgeving, in de School, te midden der kinderen : wij zien in hun werken de(n) schoolmeester(es), maar niet het kind. Zelfs de groote Zola (in zijn Vérité) maakt daarop geen uitzondering. Dat doet alléén de Maternelle van Frapié, waarvan het kind het hoofdonderwerp, ja eigenlijk Let eenige onderwerp is. In die bewoordingen vangt Dr Gunning zijne inleidende bespreking aan. Welken eerbied ik ook koester voor de veelomvattende kennis van den gevierden opvoedkundige, hoe zeer ik ook zijne psedagogische wijsheid naar ver-dienste heb leeren schatten, toch ben ik het met hem niet ééns wanneer hij De Bewaar-school voorstelt als ééaig type in z'n soort ; Mitou à la Maternelle, van Mm* Girardot, en Andréas Kàmpfer staan onder dit opzicht even hoog, en Mme Girardot's werk wellicht nog hooger dan dat van Frapié. Hij zal moeten toestemmen dat er iets onnatuurlijks, iets àl te gemaakts ligt in de heldin van de Bewaar-school, in die jonge dame met diploma M. O., die hier als zeer ondergeschikte helpster in eene afgelegen bewaarschool optreedt. Die toestand is mijns inziens wat àl te zeer bij het haar getrokken, evenals de geleidelijke ontwikkeling der liefdesbetrekkingen tusschen den schoolopziener en de schoonmaakster. Frapié heeft die betrekkingen wèl doen gevoelen, doch niet uitgedrukt, en daarin heeft nij ver-standig gedaan. Nu weet ik wel dat ik me daardoor niet alleen Dr Gunning, maar ook de Fransche « Académie des Goncourt « die het werk bekroonde, op den hais haal... maar ik kan nu eenmaal slechts schrijven wàt ik gevoel en zôôals ik. het gevoel. Onder psychologisch oogpunt is het echter — en ik schrijf dit volgaarne neer — een héél mooi werk, dat een helderen kijk geeft op den erbarmelijken toestand waaronder de kinderen der werkersbevolking in sommige achterbuur-ten moeten lijden. Wél hindert het zeer, dat de geslachten een zoo overheerschende roi spelen in de ontwikkeling der ten tooneel gevoerde karakters, maar dat is nu eenmaal een feit in onze Samenleving, waartegen wél te velde kân en moet getrokken worden, maar dat we ons niet mogen verheimelijkeu. « De vrouw wordt overal behandeld als de ondergeschikte, de gebondene, de overgeleverde aan de willekeur, aan de wellust en aan de dienstbaarheid des mans, » schreef onlangs nog Lodewijk van Mierop in zijn Levenshracht, en de waarheid er van ziet men zelfs in de Bewaarschool, die Frapié ons hier afschildert. Toch kan men, mijns inziens, te vér gaan in dit opzicht, en op menige bladzijde stuit dit soms al te verre-gaande werkelijkheids-poseeren tegen de borst. Ieder van ons heeft wel eens onkiesche woorden of handelingen bij zijn eigene leerlingen waar-genomen en er wellicht over gesproken, doen ik meen dat het dan nog niet noodig is die even onkiesch in al hunne ruwheid weer te geven, en veel minder nog neer te schrijven. Elke bewaarschoolonderwijzeres heeft zich reeds in den toestand bevonden die Frapié op blz. 24 schildert — ik verwijs liever naar de bladzijde dan het betreffende deel over te nemen, — maar de beschrijving ervan, evenals de wijze waarop vrouw Paulin de rangschikkiug per geslacht Rose aanleert, geeft aan het geheel iets ruws, iets onkiesch, dat aiet ten voordeele van het werk stemt. Dr Gunning spreekt ook van den machtigen levensadem die het gansche boek doorstroomt. De kritische bezoeker van Negershuizen, met z'n klaren en machiigen kijk op de dingen, zal voorzeker daar wel mede bedoeld hebben het opvallende verschil tusschen de theorie en de praktijk, dat diepe verschil dat in al de optee-keningen van Rose doorstraalt. En dat is, mijns inziens, het hoofJkenmerk van dit boek ; daarin vind ik, persoonlijk, zijne hoogste waarde. Ik heb wel eens gelezen dat alléén de onbevoegden eenig verschil maken tusschen theorie eu praktijk, — hij die zulks neerschreef was ook de eerste de beste niet, — maar dat heeft me nooit wederhouden er aan te gelooven, en meer nog, mijne meening desaangaande luide te verkondigen. Overweeg eens even deze beden-kingen van de nederige schommelmeid : « Over het algemeen behandelen de onderwijzeressen de kinderen met te veel psedagogie ; door hun beroepsvooroordeel gelooven zij hen al te veel « geneigd tôt het kwade. » Als zij hen behandelen als gewone menschen, zouden ze zeker beter slagen » (blz. 103). — « Zouden de zege-ningen van de school alleen in theorie en schijnbaar bestaan ? Zou het onderwijs de monsterachtige vergissing begaan, geen rekening te houden met de werkelijklieid, gesteund te zijn op overeenkomst, zouder zich te bekom-meren om de waarheid ? » (blz. 121) — « Laten wij nu eens nadenken, over dit onderwijs, dat zoo onverbiddelijk is op het bijzondere punt van de familiebetrekking ; laat eens zien... ik kan me onmogelijk vergisseri, ik hoor immers aile dagen weer de geschiedenis vertellen van het lammetje, dat niet juist den weg wilde volgen, waarlangs zijn moeder ging en tengevolge daarvan door den wolf werd verscheurd. Wat beteekent die onfeilbaarheid der ouders ? Waartoe dient dit dogma van « eenig juiste weg ? » Als het niet is om het opkomend geslacht gelijk te maken aan het vorige? Men stelt zich niet tevreden met te zeggen : « Ge moet luisteren naar hun goede raadgevingen omtrent rustigheid, zindelijkheid en matig-heid ! » neen, een algemeen gemaakt dwangs-stelsel schynt te voorzien, dat er ook ongeoorloofde bevelen zullen gegeven worden en schrijft dus een slaafsche onderwerping voor, zelfs tôt in het ongerijmde, zelfs tôt in het kwade » (blz. 125). Er zijn in dit boek van die schrijnende tegen-stellingen die ons geestesoog openen voor allerlei nooit vermoedde omstandigheden in het leven onzer kinderen. Zoo is er door een verhaaltje den kinderen dezen mooien stelregel voorgehouden : ln een huis moet een vaste plaats zijn voor elk ding, en elh ding op zijn juiste plaats. En wanneer Rose in de woonst komt van eene der kinderen die dat zoo vlijtig aangeleerd hebben, vindt zij dat geheel de woonplaats der weduwe Fumet, met twee kinderen gezegend, bestaat uit een heel, héél klein vertrekje waar het bed het grootste deel van inneemt. Wanneer moeder werkt — ze naait épauletten, tegen vijftien cent de honderd — zitten de kinderen op het bed, en zij zelf kan slechts van de legerstede genieten wanneer de kinderen weg zijn. 't Is er zoo benauwd, zoo eng, dat, terwijl de kinderen zich aankleeden, moeder buiten moet bij gebrek aan plaats ! « Ik schater het uit! «schrijft Rose. «De weduwe Fumet, genoodzaakt te wachten met naar bed te gaan tôt de kinderen weg zijn.., *

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Borgerhout du 1878 au 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes