Het Vlaamsche nieuws

225 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 12 Mai. Het Vlaamsche nieuws. Accès à 19 fevrier 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/tm71v5dc1h/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Vrijdag 12 Mei 1916. Tweede Jaarg. Nr 132 Priis ; 6 Centîeroeo door g-ehaeï Belg-ië Het Vlaamsche Nieuws Het best ingelicht en meest verspreid Nieuwsbïad van België. - Verschiint 7 maal per week ..«uimim-mi i u in urvuimai iiniWHataMaMnr; -an ' gMi>—BSPa—111 ' " ABONNEMENTSPRIJZEN : Per rnaand 1.76 Per 6 maanden 10.— Per 3 maanden 5.— Per jaar 18.— AFGEVAARDIGDEN VAN DEN OPSrTELRAAD : Dr Aug. BORMS, Alb. VAN DEN BRANDE met vaste medewerking van Dr A. JACOB BUREELEN: ROODESTRAAT, 44, ANTWERPEN. Tel. 19— ÀANKONDIGINGEN: Tweede bladz., per regel 2.50 Vierde bladz., per regel.. 0.50 IDerde bladz., id. I.— Doodsbericht 5.— Voor aile annoncen, wende men zich : ROODESTRAAT, 44. S)E 00RL08 1 De Toestand Iij de Engelsehe le-antwoord der Ver-Duitsche nota. Het dat de twee door akte puiiten afzon->ehandelt. Amerika de toegeving inzake l u ikbooten oor log en tôt het afbreken der ît bevriende keizer-enwel gelegd op het îtkoming in geenen zijn,van de verhou->taten tôt eenige an-mogendheid.heeft eveneens doen ndering in de duik-voorvvaardelijk is, wdt toegepast, zoo-el van de Duitsche -ns blijkt. en afwachten welke egeven worden aan het Duitsche stuk, wordt gezegd dat î de Arnerikaansche ten der mensch elijk-rnrecht bij aile oor-gelden.geen uitslag Duitsche regeering t van zaken zou ko-de<n anderen kant of Duitschland's be-sch-Amerika ansche •pgevat worden, dat met Engeland Ln iden aangaande de an belang voor de gevaj het doel dat ze zaak stelde heeft jen breuk met Ame-larschijnlijk kunnen er ean en ander me-: waarop het Airter't-n Duitschland ont- ie drukke wLsseling .s door de officieuse îeine Zeitung » tne-Sussex » werkelijk kboot getorpedeerd : regeering der Ver-ar gemaakt, te za-îrkkingen die er uit e fronten, weer lut-rond Verdun Ls op-■flauwd, zoodat de Parijs en Berlijn ien. Het is niet on-na te gaan van de ; laatste aanvallen linkeroever van de « Temps » o.a. : vijzen dat de vijand heeft verkwen en, isver geleden bloe-> nieuwe troepen, stormloopen. Welk g hij ontbloot heb-ger korrespondent lonaden zonder irn-het Oostelijk ge-de Duitschers daar •en weggetrok ken ii hebben de Duit-n Verdun krachten jn groote krachtin-;n. De veldslag is lilgd. » lal Pétain, de vroe-càale leger dat Ver-îmandant benoemd Centra m (den sek-« Men vraagt zich vitsersche blad de • spraak is vain een in den zoo verdien-:1 of bijzondere in->nden zijn. en Verdun ligt de een doorbraak, in s het groote verza-serven, waar thans i met de Fransche ertrouwd gemaakt :leurlingen samen->mer opnieuw kun-. Willen de Fran-van Pétain tôt het at hun door den I reeds lang opge-toe de Engelschen reid zijn ? » elt de vraag, maar ïantwoorden. île bladzijde : ING VAN ONS [)ERWIJS Borms Onze Groote Geïllustreerde Letterkundige Priiskamp - KAMP EN LIEFDE : Spreuken uit Middeleeuwsche Liederen Ciauwaert E Clauwaerf ! Liefde te d'agen en es seen pijn, Hoet u van den Lelyaerf ! Als lieffde met liefde gtJoono mach zifn Beyde, ouden metten jonshen, Schone lîef, ic hebbe u alsoo lief ! Si riepen ailen : " Flander 0e ieeu ! " Och Hchdi nu en slaept, Het Vlaemschen tonshen. Hijn uitvercoren bloeme 1 6 Het daghet a n n • ^ faetOo'"ter1 joncfrou nam haer mantel, / Het VÎSSCnertje / Ende si ghinc eenen ganc . Al voor haers heren vader poorte, Des winters als het reghent, u Het daghet in den Oosten, Die si ontsloten vant. Dan sijn de paetjes diep, ja diep ; Het iichtet overal ï ... . Dan komt dat lose visschertjen Hoe luttel wetet mine lierste « En es hier niemen inné Visschen al inné dat riet Waer dat ic henen sal ! » Noch heer, noch edelman, Met sijne rijfstock, met sijne strijckstock, . . Çle H1®1 îm nu desen dooden iVîet sijne lapsack, met sijne cnapsack, ~ « Warent a mine vnenden 1 er aerden helpen can ? » Met s;]ne leerej van dirre dom dere) Dat min vianden sijn SWeghen stille • Met sî^ne leere laersies aen- le voerdu verre uten lande, r. ,g. , ■ Mijn troest, mijn minnekijn ! » ^ 8aven S een g eluut , . Doe keerde haer die joncfrou omme: Dat lose molenarinnetje w/ , t , • Si ehinc al weenende uut Ghinck in haer deurtje staen, ja staen, — (( Werwaerts sout ghi mi voeren, s11"1*- wccucuuc uui. i ». j c . , , , , & ti\ -v (Jmdat dat aerdich visschertie tout n -.er \\e g e!nPe ' ' " Si nam hem in hare armen, Voorby haer henen sou gaen, oncer en m e oomgroene, Si custe hem den mont, Met sijne rijfstock, met sijne strijckstock, Mijn troost, mijn waerde goet. » Si custe hem gheen corten wilen, Met sijne lapsack, met sijne cnapsack, , ,. , 2\ î- r Maer also menegher stont. Met sijne leere, van dirre dom dere, — (( le liggher ) m mijn hersarmen ,, •• , , Met weerdicheden groet ; Met haren blonden haren Met sl'ne leere ]aers'es aen' le ligghe daer in mijn liefs armen, Dat si wreef af dat bloet ; . Stout ridder, wel ghemoet. » Met hare cleene schoone handen Âl/ i , • , U "llf even' , Dat si sijn ooghen sloet ; Wat heP ick u misdaen, ja daen, r ■ t. „i ; • „ î- 5 En dat ick niet met vreden "" (( Licht Êfni in 1.1 1101s ârmen. iv 4 * 1 1 1 1 i* i *\ Bilo, dat es niet waer ! ^et smen blanken sweerde Voorby uw deurtje mach gaen ?.. Gaet onder den lindeboom groene : Sljn g^afken groef ; Met m.jne rijfstock, met mijne strijckstock, \/ 1 1 •. 1 • , Met haren sneewitten armen Met mijne lapsack, met mijne cnapsack, Verslagen le,t h! daer. » Dat sine ter aerden droech. Met mijne leere, van dirre dom dere, De joncfrou nam haer mantel, (( Nu wi]Hc m{ begheven Met mijne IeerG !aersjes 3Cn ? " Ende si ghmcenen ganc, jn een c]ejn cloosterkijn, „L L , . . , Al toten hndeboome groene, Ende draghen die swarte wilen '), ~ f ^ hebt met misdreven, Daer si den dooden vant. Teeren ^ deg jiefgten mi n () Ghy hebt my met misdaen, ja daen ; Maer ghy moet my driemael soenen, « Och, licht ghi hier verslaghen, Met haren blanken handen Eer ghy van hier meucht gaen Versmoort al in u bloet ! Dat si dat belleken clanc ; Met uwe rijfstock, met uwe strijckstock, Dat hevet u ghedaen u roemen Met hare suete heldere stemme Met uwe lapsack, met uwe cnapsack, Daerbi uw hoogen moet. Dat si vigilien sanc. Met uwe leere, van dirre dom dere, Met uwe leere laersjes aen. Oeh, licht ghi hier verslaghen. ~Gh„„cet, var. skemeif, 2) Die mi te troesten plach ! ^hem . 4) Swarle Wat hebbet ghi mi naghelaten wilen, zwarte doeken ; 5) Teeren, ter So menich droeven dach ! » eeren. HET VISSCHERTJE EN HET MOLENARINNETJE Guitig en oolijk Middeleeuwsch Minnespel Er is geen lied dat me zoo geweldig, ik zou haast zeggen, zoo geheimzinnig aandoet als het Vissehertje. Het heeft voor mij een geweldige op-roepkracht even als Het Daghet in den Oosten. Als ik die liederen hoor, zie ik en hoor ik de Vlaamsche Middeleeuwen ; ze her-leven voor mij in beeld en klank. Wat is dat Visschertjë dan ook een wonder ding ! De eerste strofe, een heel landschap uit Vlaandereu. Des Winters, als 't regenachtig weer is, dan staan de hobbelige wegeltjes, diep ioorgroefd mçt karresporen, vol water m 't is een mœizame gang er door te ^aggeren. Dan syn de paadjes diep, ja diep... \ Maar dan gaat het visschertje, met stevige laarsjes aan, naar den vijver, naar r de. kreek, naar den waterkant, waar het c ruige riet ruischt. v Op zijn schouders draagt hij den rijf-stok, waarschijnlijk een stok met een haak aan om de fuik bij te trekken of zijn netten op te halen; en met den g strijkstok — zoo zal het molenarinnetje 1: zeker de hengelroede heeten — want zij v denkt aan den strijkstok van vader waar- n mede het overtollige koren van de maat t wordt gestreken. Of strijken kan ook be- d teekenen de netten strijken, uitspreiden z en rijven de netten inhalen ; voor beide e behandelingen zal er een stok noodig ge- d weest zijn. Ze konden beeldend zijn die middeleeuwsche hoogbegaafde, eilaas ! ^ onbekende zangers en speellieden. d Met één woord is ook het visschertje s gekenschetst : het looze visschertje. ]< I.oos, dat is fijn, uitgeslapen, behendtg, J ol plezierige streken hier en liefdelisten. Als zij hem zag aankomen, het mole-arinnetje, dat even loos is als hij, en oor de liefde een glunder, vroolijk en rierig kind is geworden, Ghinc in haar deurtje staen ja staen, Dat is landschap. Een WTintersche re-endag — wanneer 't vriest en 't water 'gt dicht, gaat ge niet visschen. Een roolijk visscherke, flink gesteveld en îet het vischgerei op zijn schouder.Daar-ij een lapzak en een knapzak. Lappen is rinken (wij zeggen nog op de lappen ijn) ; knappen is eten ; hij heeft dus en veldflesch en een knapzak aan schou-er, riem of gordel hangen. Het molenarinnetje staat in haar deur-en, nabij op een heuveltje de draaien-e molen, en vader, wit met meel be-tov"en, die door 't gat van den molen ijkt of de kap draait naar den wind. loe komt het toch dat geen enkel schil- der dit overmooi tafereel in beeld heeft gebracht? La ten onze woorden voor vandaag de illustratie zijn. Nu begint, in dit landschap, het guitig en schalke middeleeuwsch minnespel. Zij staat in haar deurke, omdat hij daar voorbij moet gaan. Maar hij, de looze deugniet, doet of hij haar niet ziet. En zij : Hait ! niet door ! Daar staat hij pal op zijn leere leersjes en met het onnoozelste gezicht van de wereld : Wat heb ic u misdreven, Wat heb ic u misdaen, ja daen? Zij is even oolijk. Wat ge mij misdreven hebt, schelm van een visschertje, gij hebt mij misdaan dat ik u gaarne zie en gij gaat me driemael saenen Eer ghi van hier meucht gaen Met uiten rijfstoc. met uwen strijcstoc, Iets voor iederen dag Een woord aan brave menschen Hoe er menschen zijn die aile weken naar een kinema kunnen loopen om er, â door middel van vale, schimmige, z-e-nuwachtige, ja, stuiptrekkende beelden, de onwaarschijnlijkste en in den grond altijd dezelfde geschiedenissen te zien afdraaien, bcgrijpen we niet goed. Dat is nu het mekanisch spektakel voor de eeuw die spreekt op honderd uren afstand ; die zijn schrift de luclit door- en de wereld omzendt, van spriet tôt spriet ; voor de ecuw die den mensch leerde vliegen. Maar zoodra kon hij het niet of hij zou noch bij de zwaluw, die de Lente meebrengt.vergeleken worden ; noch bij de duif, die den groenen tak brengt naairi de Ark ; noch bij den leeu-weriky die zingende klimt in de blauwe luchit ; dadelijk komt zijn menschenna-tuur boven en hij wordt sperwer, klam-per eu valk ; hij is de gier in de wollcen, die rondzweeft, loerend op zijn prooi ; of is een helsche vliegende draak die don doiider uit den helderaten hemel laat nc-derbliksemen.De buitenlieden slaan een kruis en be-, zweren aldus den booze wanneer het weerlicht; nu moeten zij zich teekenen zoodra zij het stip aan den hemel zien, aanduidend dat een vliegend mensch uadert. Maar 't volk dat naar kinema's loopt leeft en verlustigt zich in een wereld van gruwelen en de barre gure werkelijkheid is nooit meer te geweldig. De schoonste film die, in 't oneindige, zich voor onze blikken ontrolt is de na-tuur en op dit oogenblik is deze film wel op zijn allerwonderlijkst. De stedelingen hebben altoos geen tijd noch gelegenheid om den buiten in te trekken en langs looze wegeltjes en gra-zige grachtkanten te kuieren en te slen-teren, maar dat ze niet klagen zoo hun weg- af-en-toe door ons Antwerpsch Park of door onze Warande leidt. On7e bur-gersvrouwen, die op de kostschool zijn goweest, eelijk Siska van Roozemael, en die wat Fransch hebben medegebracht, zeggen hier tegenwoordig de Pépinière! gelijk ze spreken van de Place Verte. Waar ge toch voornaamheid moet gaan zoeken als ^e met een ledig hersenbrein en wat kippengekakel door 't leven moet ! In Park en Warande is het nu idyl-lisch en tooverachtig ! Van 't groen, dat donker opdoemt, tôt het teedere groen Met uwe lapsac, met uwe. knapsac Met uwe leere, van dirre dom dere Met uwe leere leersjes aen. Wat een refrein, wat een zang, wat een gerinkel met klinkers, met rijmen en stafrijmen : Met uwe leere, van dirre dom dere Met uw Zqere leersjes aan ! De muziek evenaart den tekst en is even meesterlijk en oorspronkelijk. Een bewijs : een onzer toondichters iiad het lied gevlochten in zijn opéra ; de uit-heemsche kritiek stond juist in grootste bewondering voor dat gedeelte en daeht het een meesterlijke schepping van den toondichter. HET DAGHET IN DEN OOSTEN Dit is een draina uit de ridderwereld. In de eerste strofe komt de ridderlijke minnaar voor den burcht van de jonk-vrouw die hij bemint. Daareven doodde hij in tweegevechit, onder den linden-boom, zijn gelukkigen medeminnaar. Overmoedig zingt hij de jonkvrouw toe : Het daghet in den Oosten Het lichtet overal. Nu komt de tweespraak en het meisje dat naar haren verslagen minnaar snelt. Buitengewoon dichterlijk en teeder zijn de vijf laatste strofen. In de voor'laatste wordt zij non, in de laats*e is zij als kloosterlinge bij den lijkdienst, klinkt met de bel en zingt de vigiliën. De Heilige Geertruid, die leefde in de 14de eeuw en begijn was te Delft, had de gewoonte dit lied langs de strâat te zingen, begeleid door twee ineisjes. Doch de woorden had zij veranderd, want de H. Geertruid was een Dietschc dicliteresse, en die tôt verheerlijking gemaakt van haren Heer Jezus Kristus. ■ | Daardoor verkreeg zij den naam van Geertruid van Oosten. Het is een onzer oudste en schoonsite Vlaamsche liederen. Het oorspronkelijk oud-Vlaamsch is van beide bovenstaande liederen voor iedereen zoo bevattelijk dat wij een overschrijving in huidige spelling over-bodig aehtten. LUC.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsche nieuws appartenant à la catégorie Gecensureerde pers, parue à Antwerpen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Réactions 0

Plus de réactions

Emplacement

Périodes