Het Vlaamsche nieuws

187 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 04 Decembre. Het Vlaamsche nieuws. Accès à 26 août 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/qv3bz62z5z/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

[Zaierdag 4 December 1915. Eerste Jaarg. Nr 323 Prijs : 5 Gentlemen door geheel België Het Vlaamsche Nieuws Het foest Ingelicht eo meest verspreid Nieowsbiad vao België. - Verschijnt 7 maal per week • awj>«s.»^a^a»«at?e nm3~u>&XMœ-œi^s%xmF»XiïTSJxœr)a&aœ-2>- grag < i.-AWTcnrmâv» ABONNEMENTSPRIJZEN Per week 0.35 Per 3 maanden 3.75 Per maand 1.25 Per 6 maanden 7.50 Per jaar 14.— AFGEVAARDIGDEN VAN D'EN OPSTELRAAD Dr Aug. BORMS — Albert VAN DEN BRANDE BUREELEN: ROODESTRAAT, 44, ANTWERPEN. Tel. 1990 AANKONDÏGINGEN Tweede bladz., per regel 2.50 Vierde bladz., per regel.. 0.50 Derde bladz., id. I.— Doodsbericht 5.— Voor aile annoncen, wende men zich : ROODESTRAAT, 44. DE IN VLOED DER BELGISCHE POLITIÈK OP ONZE VLAAMSCHE BELANGEN (i) Zie, wat er onder de handen onzer ilitiekers in de Kamer geworden is van t ontwerp tôt vorming van Vlaamsche Waal'sfcKe'regimenten, oorzaak van 'n jemeene, ' uitzonderlijk geestdriftige en dtengewoon populaire beweging; hoe or het toedoen van diezelfde flamin-nten de Schoolwet verknoeid werd. h dit schandelijk geknutsel bekrachtig-slechts de traditie : telkens het gold, n Vlaming 'n eindje taalv^et, 'n rookje recht te schenken, schoot het rlementair poppenspel aan gang, ionden we de misselijkste princiepsver-ipping en waardigheidsverkwa,nseling i, zagen we onze ((voormannen» schip-ren met amendementen en komen aan-a^en met lapmiddelen, en eindelijk ink trekken, uit solidariteit met de erige partijgenooten, de heeren Wa-î en franskiljons, de onverzoenlijkste ianden van ons volk. Den Vlaming, ; daareven zijn knuisten wrong met stbeslistheid en die met Shylocksche rdnekkigheid zijn recht eischte, smeet ai, als den blaffenden hond 'n been, raisbakken wet toe. Ook groote-kin-rhand is gauw geVPSd : hij juichte. en is tevreden, doeh bemerkte altijd eerst mneer het varken al lang door den ik gestoken was, dat voor de zooveel-: maal men hem gefopt, « gepaloe-d » had! Intusschen heetten de heeren, die één û spanden op elk kritisch oogenblik t hen,die als bulhonden steeds op loer gen om ons den strot over te bijten, : welzijn te betrachten van het volk, t lien afvaardigde, en voerden den etitel « flamingant » als Bredero's aansche Brabander de « roode pluma-: » op z'n « bonnet ». Doeh evenals de ■x op. Jeroliirux'amuts in werkelijkheid ger en verschenen was, zoo bleek ook il Vlaamschgezindheid van bijzonder ijfelachtig allooi te zijn. Ze richtten iswaar dozijnen meetings in, waar ze lermden met hun overtuiging, .hun I om te winnen wat was recht; ze ;erden als apostels boven drommende laren met vlaggen en wimpels en pen-enen, zwaaiden zelfs jubelend den ed en zongen als in ekstase den /laamsche,n Leeuw » mee bij 't koper-îetteren van de feestmuziek. Komedie, ailes : Holle bombarie ! Words.words, irds! De partij sprak, en de leidende rsoonlijkheden reikten de broeder-nd aan menschen, die a priori weiger-a, toe te geven aan aile « exagérations mingantes ». Dàt heeft Vlaanderen te danken aan de litiek ! Zoo werkten zij,die met daden, :t met woorden, voor de toekomst van n lastgever, het Volk, moesten ijve-i, de verbastering van dit volk in de ad, omdat ze met papieren pleisters, )dukten van parlementair gekonkel en ekjes-geknutsel van-achter-de-scher-a, de wonde der verfransching wilden sien, die niet met kwakzalverijen kan sloten worden, maar voor wier ver-jderiiig het radikaal uitsnijden van de te plek noodzakelijk is. Niet alleen deed de politiek in de uner aile voorstellen tôt oplossing der ornaamste punten van het Vlaamsch lagstuk avorteeren, doeh ook in het enbaar leven berokkende zij wellicht ze zaak evenveel schade als de fransch-lheid het tôt hiertoe vermoefrt. Denk «n terug aan de geschiedenis der (t Ne-rlandsche School » te Antwerpen. Het •niet gaan van deze instelling is wel II der meest teekenende voorbeelden 1 wat het weerzinwekkend intrigee-i vermag, dat hier te lande fataal de rwezenlijking der schoonste plannen Wjnt te moeten- dwarsbomen. Het nkt me overbodig, andere bewijzen tôt lv>ng van 't bovenstaande aan te ha-i- Elkeen zal van die uiting van echt-aamsche mentaliteit waarschijnlijk Hltjes bewonderd hebben. De Vlaamsche beweging, die in werke-kheid een sociale beweging is, heeft ' recht, van haar officieele verdedigers cischen, dat ze zich inspannen om ons stoffelijk op te beuren. Is de ekono-1Scbe toestand van onze streken erop :rbeterd? (We beschouwen natuurlijk ! 7-aken tôt even voor den oorlog). Be-aa.t er in feite 'n deg^lijke sociale wet-^1ng?iWordt ze stipt toegepast? Is loonstelsel verbeterd ? Is er 'n ern-Jfe arbeidersregeling ? Is de levens-"Ddaard îîoemenswaard verhoogd? 0; is.;t gesteld met den huisarbeid, de !^,elijke (t Sweating » ? aarop zij 't voldoejide te antwoor-1 uj ' de armoede van Vlaanderen | Ter®inderd is, dat het cijfer der| ^ ?rst«ffte, het percent aan tering- j 'abriekarbeiders niet daalde, dat, ' ieven als voorheen, duizenden gezinnen | dag en nat;ht zwoegden voor ee,n hon-gerloon, dat geen statistiek merkelijke verm'eerdering van algemeenen welstand kon aangeveii. Wie daarover meer wil weten, raadplege eens De Winne's boek. Summa summarum, heeft tôt hiertoe het stelsel a politiek voôr ailes » Vlaanderen geen stap nader tôt de o,ntvoog-ding gebracht, integendeel verdeeldheid gezaaid, en aldus den weg gemakkelij-ker voor verbeulemansing en kultureele onderjnkking gemaakt. Fransch in 't onderwijs, Fransch in de rneeste open-bare^ besturen, Fransch in 't legei (thans niets meer dan dàt !) ; een franschdolle adel, een vermuilezelde burgerij, 'n volk, «dat nog steeds op 'n laag verstandelijk peil staat e,n door-drenkt is met Romaansche invloeden (en thans zeer bedenkelijke, haast alge-meen verspreide Fransche sympathieën aan den dag legt) ; 'n arbeidersklasse, die zich krom moet sloven voor 'n homp brood, nog ploetert in de zwartste el-lende, dat is1, 'n handvol intellektueelen uitgesloten, de balans van wat we hier bij 't uitbreken van de,n oorlog hadden. Arm, arm Vlaanderen ! Ge waart, zedelijk en stoffelijk, het slachtoffer van 't gekibbel en de klein-zielige veeten van politici, wier plicht het was, u daadzakelijk op te heffen uit uw vernedering ! Het vertrouwen, dat gij steldet in hen, is, op weinig uitzou-deringen na, beschaamd geworden. Niet uw grootheid, waar wij ailes voor veil hebben, betrachtten ze, zooals oprechte Vlamingen het doen moesten. Doeh ze hebben gesjacherd met dit heilig ideaal. de wijde horizonten van dit grootsch doel verengd tôt bekrompen einders van persoonlijke eerzucht-droomen. Door hen is de Vlaamsche Beweging te vaak geworden 'n springplank voor arrivis-ten, 'n loka£^ voor hengelaars naar 'n mandaat. Gij allen, politiekers, die de pretentie hebt, ontwikkeld te zijn en uitpakt met uw Vlaamschgezindheid, toont nu eindelijk dat ge inderdaad degelijke flamin-ganten zijt, dat ge begrijpt, hoe ge thans uw volk moet dienen, wat er hoeft ge-daan, om het waarlijk tôt 'n modelée kultuurmacht te maken ! Flamingant moet ge zijn voôr ailes !. Nu of nooit moeten we veroveren dat, waar reeds 85 jaar taai om gestreden wordt ! En ons kan alleen de zege zijn, wanneer we « eendrachtig » staan in stoere overtui-gingsterkte, schouder aan schouder, in de harten éénzelfde verlangen, in de pe-I zen één koene wil ! Veroorzaakt in deze ' gewichtige stonden niet door uw ver-' deeldheid, uw stijfkoppigheid, 'n onher-j stelbare ramp voor onzen stam. Vergeet ' niet dat het gaat 'om leven of dood ! La Belgique sera latine, ou ne sera pas ! Denkt eraan ! Thans boven. of voor eeuwig onder ! Weg daarom met dwars-drijverij en achterbaks twistgestook ! Bevrijdt u van wederzijdsche verbitte-ring, geteeld door kleinburgerlijken, pro-vincialen kiesvereenigingsgeest ! Ver-stompt partijhaat en dweepzucht ! Daalt van uw schimmelige vooroordeelen-vliering en geeft uw gedachten zuiver-der lucht, breeder kimmen en voile zon ! Laat uw gelouterde rede spreken, wik-kelt de nevelzwachtels van uw .ver-stand ; bevroedt, dat ailes wijken moet ■rçoor 't nastreven van dat ééne, dat hartstochtelijk-verhoopte : de herwor-ding van ons heerlijk, duurbaar Vlaanderen ! Bernhard CAMPER. (1) Mçn zie ook het hoofdartikel in ons nummer van gisteren. 1 » n 11 ■ »' »iMWMWMWiMnrwowrrtMMwrWMT*ffl*"*r"' ONZE LETTERKUNDÏGE PHUSKAMP Flrmlîi van Hecke «BBO f 't Is een zeldzaam mooi boek in aile opzichten, die bundel Verzen van Fir-min van Hecke, uitgegeven in 1912, doeh, bij ons weet, nog nergens bespro-ken. De oplage bedraagt 51 exemplaren tegen 10 fr. 50 stuk. De recensie-exeni-plaren zullen dus wel achterwége zijni ge^blcven. 't Formaat is niet om in uw| tasch te glijden en mee te nemen naar^ 't bosch. De grootte, niet de dikte, van| een huisbijbel uit de 17de eéuw, ea ge s zoudt wel çen koorlessenaar mogen heb- ben om er het boek als een missaal op neer te leggen en open te vouwen. Firmin vgn Hecke is ongevéer 35 jaar en gemeentesekretaris te Ertvelde, een Oostvlaandersch dorpje op de Holland-sclie grens. Denk echter niet aan een begaafde buitenjongen, met veel aanleg en die zichzelf wist tç vonnen. Firmin van Hecke deed Datijnsche studiën en kent beter zijn klassieken en de taal van Vergilius dan wellicht zijn pastoor. Zijn bundel is zelfs ingedeeld door Latijnsche titels : Suum cuique (Ieder 't zijne) ; Artis sacerdos (Het priesterschap van de Kunst) ; Nox (Nacht) ; Secuvv solus (Alleen met zichzelf) ; Carmen finale (Eind-gedicht). Het boek is een mooi schrijn, dat ge met vrome handen openslaat en waarin ge ingetogen begint te lezen. Van het eerste gedicht af fcomt u een Horatiaan-sche wijsbegeerte toegewaaid : Daar zijn er die « gelaten-stil » zijn, anderen hebben a een onverwinbren angst voor 's le.vens vragen ». Om 't even. Laat ons gaan met open ziel en zinnen Door 's levenstuin"of veld, en elk doe wat hem lust ;-Hij juiche en weene, die luid hatén moet en minnen, En gij, ga zwijgend voort, y die niet gelooft aan rust. Want wat gelukkigst maakt kan geen voor de andren weten Daar elk door ander leven torst een eigen wensch • Gelatenheid is schoon, en schoon zijn passiekçeten Van wie zichzelf wil zijn en zoo schoon mooglijk mensch. Voor zichzelf heeft hij nogmaals dezen oud-Romeinschen heidenschen wensch : een schoon leven te mogen ge-nieten, den dood in te gaan voôr het verval komt, en mogen zeggen : Exegi monumentum, non oninis moriar (Ik heb cen mooi gedicht gemaakt, ik zal niet heelemaal sterven) : Schoonheid, ik kniel voor u : laat mijne dagen Een lange jeugd zijn en uw glorie dragen En zend den dood, zoohaas,t ik wanklen moet ; En weze in 't land waarin ik werd geboren Door latre tijden mijn vers meeverkoren Als deze tijd herdacht wordt en gegroet. Ge zoudt haast denken dat er nu kal-me dichteroogen op het leven gaan schouwen en dat een olvmipiaansch ge-mofed den nieuwen klank doet hooren van een nie.uw aanbrekend'en tijd. Maar neen : « Ik ben ten avond toe » gezworven, En vond ik 't leven » schoon, 't is schoonheid zonder vreê... » Hier weent over zichzelf een dichters » met het woord. » En met kinderlijken twijfel en kriste-j lijke onrust, smeekt hij : Laat mij wanhopig làidden voor mijzelf, En mijn verdriet dat nacht en dag blijft [knagen Hoogheffen onder 't nachtelijk gewelf, Waaruit er toch voor mij geen troost zal [dagen, Daar ailes ijdel is, en niemand weet Den .tempel waar, gelijk een offerande In laatsten oplaai van het levensleed, De twijflaar kan zijn smart tôt asch [verbranden. s Alleen de beeldspraak is nog hei- ; denseh, 't gevoel klinlct Eamarti-f niaansch. Maar de stemming zwenkt. j En nog dieper is die toon in het ge- j dicht over den godenlooehenaar Eucre- ' tius, die in de eeuw voôr Kristus leefde, » en op 44-jarigen ouderdom zelfmoord | pleegde, nadat hij door machtige gedich- • ten reeds heel den Romeinschen Olym- > pus had ontvolkt: ! En in een wanhoopsroes hebt gij uzelf gedood. r De dood door u geloofd als hoogste rust der moeden | Uw dood heeft in mijn hart tôt smartmensch u gewijd ; \ En schoone menschen zijn de zoekers en de goeden, I Maar komt na zoekensangst de rust in de eeuwigheid ? Gaan we dan weer terug naar Byron, ! Musset en Eamartine? Neen. In de dertien zangen van Secum solus (Alleen met -zichzelf), bezingt hij fier, hooghartig, doeh ook met bitte.ren trots (Ik heb het recht bitter te sprskea Want als ik leed, leed ik alleeo...) zijn eenzaamheid, die beroest en ver- i sterkt gelijk een zware wijn. < Nu zien wij den dichter eenzaam wor- ! den : eerst een geliefde van wie hij af-scheid neemt ; dan de dood die hem zijn moeder en zijn zuster ontrukt en die hem vereenzaamd achter laten : Wijl ik de wake miste van uw oogenlicht En de avond eerder yalt voor (Jien geen vrouw en richt. Nu komen de schoonste verzen uit het prachtige boek : Gij, zwijger, die met leed omgloord gelaat... • Firmin van Hecke is niet alleen een dichter die waardeering of bewondering wekt, hij boezemt ontzajf in, want er schuilt een geheime, geweldige kracht in hem. Zijn taal is kristalhelder, zijn bezie-ling oprecht en ongeveinsd, zijn vorm puur en nergens tracht hij u te ver-schalken of zich onbereikbaar en onbe-grijpelijk te doen wanen door gewilde duisterheid. Niet gezocht, niet aanstelle-rig ; eenvoudig, maar toch uitzonderlijk diep m voelen en denken. Geen nagalm, geen nabootsing. Deze dichter is ook niet week ; in he.m leeft een mannelijke ziel en de verheven weemoed die zijn zangen versombert, veradelt ze tevens. Hij is een schoone dichter in Vlaanderen. Waarom nu die beperkte, kostelijke, onhandzame uitgaye? Heeft hij gemeend dat er in ons litera-risch-Niniveh slechts vijftig rechtvaar-digen zouden gevonden worden om zijn zoek te begeeren? Dan is hij te hooghartig of te nederig geweest. Hij is misschien de nieuwe dichter die opkomt en wij zouden hem noemen den grootsten onder de «jongeren», indien zijn eerlijke kunst, zijn kracht van kl°.ardenkend, diepvoelend mensch, iets gemeens kon hebben met de bleeke we-zenloosheid ,met al het gezeur over « ik ben als een... » en «mijn ziel is als... » in modeleedjes van één dag gestoken en die er zoo gauw verouderd en potsier-Kjl uitzageu. Eîaàr deze moet voort, voort waar hij U hoort klinken : Machtige levenszang, winden en zee. 1 . Diesterweg In gevaar Diesterweg heeft een liefdadig doel en wordt zoowel door het liberaal gemeen-tebestuur als door den Katholieken Pro-vincieraad van Antwerpen geldelijk on-dersteund. Nu slaakt de E. d. B.-korres-pondent van de « Nièuwe Rotterdamsche Courant » een noodkreet waar- wij eenige zinnen en cijfers uit aanhalen : Diesterweg is in zijn bestaan be-dreigd ! De vereeniging, die nu twintig jareri lang zoo'n prachtig werk verrichtte tôt heil onzer jeugd, Diesterweg lijdt schipbreuk. Ik roep : alleman aan dek ! en vraag steun... > De Hulpkas zorgde allereerst voor voedselbedeeling aan de behoeftige schoolkinderen : op 20 jaar werden aan 1900 kinderen zoowat 1 millioen 310 dui-zend eetmalen verstrekt, wat gekost heeft 85,500 frank. In 1895 werden de Vacantie-kolonies gesticht, met name te Hastière, Hamois, Uitkerke bij Blankenberge en te West-malle. In, groepen van 25 kinderen, onder 't geleide van onderwijzers en on-derwijzeressen, kreeg onze jeugd jaar-lijks een lucht- en zonnebad van belang. Maar in 5904 kon men reeds een Be-stendige Schoolkolonie oprichten te Hei-de bij Calmpthout, middsn in de hars-lucht onzer mast-bosschen. Dat gebouw kostte zoowat een 125,000 francs. Er werden in den loop dezer 20 jaren een 1900 kinderen geherbergd. Het aantal verblijfdagen was 204,000 ! Daar werd een proef genomen met de « school in openlucht », die toekomst-muziek, waar nu eindelijk eens ernst mede gemaakt moest worden ! Al de schoolkolonies te zamen gaven het fraaie resultaat van 279,000 verblijfdagen ,de totaal uitgaven bedroegen 550.000 frank. Maar 't is niet uit ! U krijgt nog wel-sprekende cijfers ! Diesterweg's kleedingswerk, in 1895 gesticht, heeft 16000 leerlingen aan klee-dingstukken geholpen, waarbij dames-sn wijkkomiteiten en een beele organi-satie van liefdadige kringetjes de centen voor bij èlkaar kregen. In 't geheel hebben onze Antwerpsche schoolmeesters van Diesterweg een ka- 1 oitaal van ongeveer 723,000 frank bijeen gebracht, waarvan een deel voortkomstig < ait officieele toelagen, ni. : van de stad Antwerpen. 144",000 frank; van de pro- ! «incie Antwerpen: 13,600; van bescher- ' nende leden : 44,000 ; opbrengst der eon- < :erten : 53,500; stichting van bedden i« : le kolonie te Heide 25,000; va* tombo- ; a's 39,500; verkoop van tin, lood, ko- ' jper, enz. : 10,000; en albumdoozen, bus-î sen : 43,000 frank. ! En zie, ook tijdens den oorlog heeft i Diesterweg 't zijne gedaan : de kolonie ; moest gesloten worden op 20 Augustus S 1914 : toch konden er 151 kinderen opge-nomen worden in 't eerste oorlogsjaar en ruim 800 kleedingstukken uitgedeejd. In October werden 183 vluchtelingen onder dak gebracht. De hulpkas steunde van November 1914 af het werk der schoolsoep in de kiridertuinen : het be-kostigde tôt op 31 Juli I915 ongeveer 122,000 eetmalen aan ngi kinderen. Ook wijst het maatschappelijk jaar 1915, op 15 Maart 1.1. gesloten, op een tekort van ruim 10,000 frank. De Hulpkas — dat werk van onver-drotë'n toewijding — moet nu voor onder-gang gered worden. Al wie er wat voor voelt zal zijn bijdrage niet willen wei-geren en spoedig den voorzitter van Diesterweg's Hulpkas, den heer Huib. Serneels, Lange Ypermanstraat, 41, te Antwerpen, met het klinkend bewijs van zijn sympathie verheugen. In Vlaanderen en in Zuid-Afrika Een vergelijking Herhaaldelijk reeds hadden wij gele-genheid te wijzen op de treffende paral-lel tusschen Vlaamsch en Zuidafri-kaansch nationalisme, zoo in zijn ont-wikkeling als in zijn ontaarding. Aan1 de feitelijke afvalligheid van Botha, zoo schreven wij, beantwoordt in Vlaanderen de dreigende ve'rvreemding der pas-sieve leiders. Thans dringt het rnerk-waardige opstel van prof. Bodenstein in « Dietsche Stemmen », getiteld «Die verwording van Generaal Botha », op-meuw met kracht de parallel naar vo-ren.Prof. Bodenstein, den inhoud ontle-dend van het loyauteitsbegrip bij Botha, schrijft o. m. : « Ter wille van zijn volk heeft Botha, in den aanvang van zijn politieke loopbaan, hoog opgegeven van zijn loyauteit tegenover het Bïitsche rijk. Eoyauteit echter is in de ooren van een Engelschman een ander begrip, veel meer omvattend dan de eenvoudige ver-klaring dat wij getrouw zullen zijn aa,n ons woord. Hii heeft de Engelschen niet uit dien waan gebracht. Dit was de eerste stap op een zeer gevaarlijken weg, zooals wij heden "tôt ons nadeel ondervinden. Toen wij in 1907, in ver-vulling van het traktaat van Vereeniging, onze eerste grondwet kregen, is Botha beginnen te praten over de edel-moedigheid van het Engelsche volk, heeft hij feitelijk de Engelschen net zoo walgelijk met de stroopkwast bewerkt, als de eerste de beste zichzelf bewieroo-kende jingo. Dit was de tweede stap op den verkeeren weg, de tweede oneesr-lijkheid waaraan hij zich schuldig gemaakt heeft. » De Engelschen in Europa hebben gedaan alsof zij hem geloofden, al hebben zij zeker in hun hart geen al te groote waarde gehecht aan zijn verzeke-ring van loyauteit en voorgewende hoogachting. In Zuid-Afrika zelf was de Brit minder terughoudend. Met Ar-gus-oogeii heeft hij Botha's daden ge-kontroleerd e,n elken keer, dat hij zijn i bevoorrechte positie wou aantasten om de Hollandsche bevolking inderdaad tegemoet te komen in haar grieven, heeft hij een geweldige keel opgezet en Botha voor onoprecht en deloyaal uitge-kreten. Niemand vindt' het pleizierig uitgemaakt te worden voor een leuge-naar, ook Botha niet. In plaats1 van tegenover de Britsche opvatting zijn le-zing van loyauteit te geven en duidelijk uiteen te zetten wat hij zelf onder loyauteit verstond en wat verplichtingen hij rekende dat die voor hem meebracht, sloeg Botha den verderfelijken weg in, zooveel mogelijk toe te geven aan de Britsche pers en liet hij zich feitelijk door haar voorschrijven wat loyauteit met zich brengt. En nog gevaarlijker werd het pad der loyauteit, toen hij in 1907 ook begon te praten van de Britsche edelmoedigheid. Ieder begrijpt, evat voor vat de Engelsche pers toen op îiem kreeg, hoeveel grooter eischen zij tiiet kon stellen aan een man, die niet îlleen had gezegd dat hij loyaal was, naar bovendien had erkend, dat het ralk, waaraan hij loyauteit verschul-3igd was, ook een edelmoedig volk i was, dat de Boeren met weldaden had [ >verladen. » Hoeveel waardiger en eerlijker zou j Botha's houding geweest zijn, en ho»- : /eel mindar gevaarlijk, indien hij zich > :envoudig op het standpunt had ge- ,, steld, dat wat onsi verleend werd ,*i«t mders was dan wat ons toekwaM eu dat vij su ook van onzen kant woord zou- | den houden. Hoeveel meer vrijheid zou hij niet hebben gehad, vrijheid die hij thans heeft ingeboet door zijn loyau-teitsbetuigingen en zijn ophemeling van de edelmoedigheid van he't Britsche volk. » Ook in België zetten de Franschge-zinden een groote keel op. Ook aan Vlaamsche zijde 'treffen wij mannen aan, die zich cloor de Franschgezindheid den inhoud van hun loyauteitsbegrip laten voorschijnen, dezelfden die thans betwisten dat het Vlaamsche volk <( ver-drukt » wordt, dezelfden die het Frans-kiljonisme feitelijk op sleeptouw genomen heeft. (« Vlaamsche Stem »). DflOELIJKSCH NIEUWS «ANTWERPEN BOVEN». — Men leze in het eerste December-nummer het hoofdartikel, gewijd aan Dr. A. Jacob, den intellectueelen, koenen Vlaming die samen met de Clercq, door de Belgische regeering als staatsambtenaar werd af-gezet. Het artikel is een levensBeschrij-ving, blijkbaar door een heel goed ver-trouwd vriend van Dr. Jacob ,geschreven, en met een portret van dezen laatste geïllustreerd. Het blad herdenkt ook deii vijf-en-ze-ventigsten verjaardag van Hugo> Verriest, met een beknopte opdracht en een jeugd-portret van den goeden pastor. Met be-langstelling zal men in dit nummer ken-nis nemen van een degelijke studie over « Rassenstrijd in Macedonië». Voor 't overige zijn de gewone rubrie-ken van <c Antwerpen Boven » genoeg be-kend, dan dat wij er in 't bijzonder ge-wag moeten van maken, om onze lezers aan te zetten dit eerste December-num-mer te koopen. Ieder Vlaming die op de hoogte wil blijven van den strijd voor zijn taalrecht leest regelmatig « Antwerpen Boven ». LETTERKUNBIGE VOORDRACH-TEN IN DE VOLKSPARTIJ. — Ver-leden Donderdag vergastte de heer Jef Gielis ons op eene weldoordachte rede over Jacob Van Maerlant, den « Vader der Dietsche Dichteren algader ». Op zeer bevattelijke wijze schetste de heer Gielis 's schrijvers werk in verband met het tijdstip waarin hij leefde — 1225-1300. Spreker zei terecht dat Van Maerlant de schepper is onzer letterkundige Dietsche taal, en deed uitschijnen dat hij steeds de .verdediging nam van de la-gere standen ten de onvrijen tegen de ge-nieters en onderdrukkers, en in dien zin is onze Dichter de wijsgeerige voorloo-per der Hervorming en der Omwenteling van 1789. Ook de ekonomische en sociale mistoestanden zijner eeuw heeft hij bloedig gestriemd, en er mag beweerd worden dat zijne schriften den bevrij-dings-oorlog der Gulden-Sporen inn 1302 voorbereid hebben. Maerlant was een eeK-lijk man in de ruimste opvatting van 't woord: alhoewel omgaande met •—ja, be-voordeeligd doo-r edelen — bijv. door Graaf Floris V van Holland, heeft hij, uit oprechten aandrang, zijn vinnigen blaam nooit gespaard aan den verdorven adel._ Toen Vlaanderen door den Brug-schen handel rijk werd, en het volk naar meer kultuur hunkerde, was het nogmaals Jacob" Van Maerlant die — de eerste — trachtte het door nuttige kennis op te heffen en zedelijk te sterken. Dat ailes maakte heer Gielis duidelijk door de ont-leding — ofbroksgewijze voorlezing — van Maerlant's bijzonderste werken : « Wapene Martyn » met de twee vervol-gen : « Der Naturen Bloeme, de Heime-lycheit der Heimelycheden«, den « Spïe-ghel Histariael » en den « Rymbybel », terwijl hij nog terloops gewaagde van zijne drie « Romans », « Alxeander's gees-tenleven van St. Franiskus », « Der ker-ken lcaghe » en « Van den Lande van overzee ». Na de toejuichingen van de talrijke toehoorders, voegde heer Léo Augus-teyns, in zijn bedankingswoord, \ er op treffende wijze bi^, dat wij, Vlamingen, met recht prat mogen gaan op onze taal, die reeds voor zes eeuwen het werktuig was der beschaving in weste-lijk Europa, en besloot hij, aan die taal blijven^wij trouw, zoo nà als vôôr den oorlog ! IN EEN PAPIERWINKEL, te Antwerpen (historisch) : — Dag, meneer, wat zou er u beli«-ven?— Ik zou graag een agenda voor 1916 wenschen. Madam laat er dadelijk drie, vier, verschillende zien maar «lie in het Fransch. — Heeft U er geene Xhaamscbe, Me-vrouw? Antwerpen is toch wel eene Vlaamsch* stad naar ik meen. —- Neen, Mijnheer, Vlaam«cft« die heb ik niet. Eens hebben wij Vlaamsche ïgenda'a laten drukken maar de kalan-ten wilden ze niet. De menschen zijn aardig.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsche nieuws appartenant à la catégorie Gecensureerde pers, parue à Antwerpen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes