Het Vlaamsche nieuws

234 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 17 Decembre. Het Vlaamsche nieuws. Accès à 23 mai 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/sq8qb9wv2b/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Vrijdag 17 December 1915. Eerste Ja&rg. Wr 336 Pri$s : 5 Centmmm door geheel Belgiô III IJL.IlllUUll.il.' Het Viaamsche Nieuws Het|best ingelicht^en meest||verspreid Nieuwsblad «rao België. -yVerschijnt 7 maal per week ABONNEMENTSPRIJZEN Per woek 0.36 Per 3 maanden 3.75 Par maand 1.35 Per 6 »aaad©n 7.50 Par jaar 14.— AFGEVAARDIGDEN VAN DEN OPSTKLRAAD Dr Ang. BORMS — Albert VAN DEN BRANDB î BUREELEN: ROODESTRAAT, 44, ANTWERPËN. Tel. 1990 AANKONDIGINGEN Tweede bladz., per regel 2.50 Vierde bladz., per regel.. 0.50 Derde bladz., id. I.— Boadsbericht 5.— Voor aile arnanotn, w«ade aieo zici : S.OODSSTR A AT, 44. ' Belgisch-Vlaamsche-Hollandsche Vorhoudingen « De Nieuwe Amsterdammer » brengt inder bovenstaanden titel een merk-baardig stuk van de hand van L. Si-Incns, den leider der bekende Wereld-jiibliotheek, waaruit een helder inzicht [)lijkt in de Belgisch-Vlaamsch-Hol-hdsche verhoudingen. Naar aanleiding jan de verschijning eener brochure van jen voorvechter van een Nederlandsch-helgisch verbond, den heer Eugène Lie, waarin Nederland de wacht wordt Lngezegd, omdat het België niet te fulp is gekomen ; en het meteen te ver-(aan wordt gegeven, dat het daarmee îitelijk de regeling van 1839, toen de cheldeniond werd afgestaan, niet is na-ekomen, teekent de heer Simons aan : Er zou ons daarbij een zedelijke ver-lichting zijn opgelegd, die onze Ko-ing Willem III in 1870 ncg had willen akomen, om België bij te staan in de crdediging zijner onzijdigheid. Deze telling van deu heer Baie, die mede ver-edigd wordt met eene insinuee ring om-rent een toenemenden invloed van hiitschland op onze buitenlandsche po-tiek, is in waarheid heel zwak. En zij ,'ordt onhoudbaar, zoodra wij de onder-inge verhouding tusschen Nederland en ielgië gaan beschouwen in het nood-akelijk verband met de Viaamsche ;westie en de afscheiding van 1830. Die afscheiding van 1830 tceh is, naar liet meer behoeft herinnerd te worden, le wraak geweest van het toenmahge ?rankrijk over de stichting van het /ereenigd Koninkrijk door het Weener hongres. Dat vereenigd koninkrijk aoest een bolwerk zijn tegen nieuwen 'ranschen heerschlust, waaraan Water- 00 zoo pas perken had gesteld. In 1830 vist Frankrijk het te ondergraven, en le instelling van het Koninkrijk België, net de Fransche taal als eenig heer-ichende en met volkomen onderdruk-àng van het Vlaamsch element, maakte ielgië tôt een geestelijken voorpost van rrankrijk. Indien nu het traktaat van 1839 ons land de zedelijke verplichting :ou hebben opgelegd, dezen voorpost an Frankrijk ook nog tegen Duitschen lanvalslust (in 1839 toch waarlijk niet /oorzien !) te beschermen, zou dat trak-aat al het voordeel aan Fransche zijde, il het risiko aan de onze gebracht heb-)en; vooral omdat een steunen van Bel-jië tegen Frankrijk ons heel en al niet lan het gevaar van een flankaanval zou )lootstellen, al» een optreden tegen Duitschland onmiddellijk met zich bren-;en zou. De gelijkstelling van het viaamsche element met het • Waalsche iadelijk bij de stichting van België, zou aoodzakelijk zijn geweest om België in ft'aarheid tôt een onzijdigen bufferstaat s maken, en om daarbij een inniger verhouding tôt Noord-Nederland te ver-frijgen. Maar én de leidende Walen én iranskiljons in België zelf, én de invloed, lien Parijs op hen wist te oefenen, heb-xn het uiterste gedaan om België te rerfranschen en het Nederlandsch, z.g. 1 Germaansch » element te weren. De ilamingen zijn de heloten gebleyen; îun kultuur is onderdrukt, en al zijn #ij Nederlanders wel heel laat « stam-jewust » geworden — voor zoover men zelfs nog nu van een algemeen Noord-Xederlandsche stambewustheid spre-ien. kan ! — wij hebben in dit ver-iranscht en anti-Viaamsche België toch noeilijk een aan ons kultuurleven ftiendschappelijk gezinden staat kun-Ben onderkennen. Het pogen van den heer Baie en konsoorten om ons tôt een àeîensief verbond over te halen moest mislukken, zoolang de regeerende klas-5e in België haar Staat als een deel van het groote Latinisme beschouwde en dien staat regeerde tegen ons Noord-Nederlandsch belang in. De machtverschuiving, welke sinds Waterloo tusschen Frankrijk en Duitschland tôt een niet meer te misken-nen feit is geworden, maakt dat de internationale positie van België evenzeer omkanteling heeft ondergaan, waar-'an de gevolgtrekkingen zullen moeten ianvaard worden. De bedreiging van tet Europeesch evenwicht komt niet !anger uit het Zuiden (Frankrijk), maar lit het Oosten (Duitschland) en wat Frankrijk in 1830 bewoog, om te trach-tcn België los te maken uit het verband ®et Holland en het onder zijn invloed tangen, moet nu Duitschland drijven het weer los te maken van dien in-vloed. België's toekomst hangt daar-ten nauwste samen met het in even-*icht brengen van zijn twee volksele-®«nten; het Romaansche en het Ger-^aansche, het Waalsch en het ^aamsch. Indien de Entente werkelijk Duitschland zou kunnen verslaan en «st dwingen tôt het aanvaarden van op-p'fgdç vredesvoorwa ar den, en indien ' een louter franskiljonsch België voôr zich vond, zou dit vermoedelijk be-teekenen een geheel brengen van België onder Fransche invloedsfeerj en daarmee het begin van het einde van dit onafhankelijk koninkrijk. Niet alleen omdat alsdan Frankrijk er ailes te zeggen zou hebben, maar omdat Duitschland dan de eerste de beste gelegenheid zou moeten aangrijpen om het, dan voor goed te veroveren. Als bonds- of vasal-staat van Frankrijk is België bestemd tôt een spoedig en glorieloos einde. We-zenlijk onafhankelijk, met een eigen volkswezen, en dan door dat wezen ste-vig beschermd tegen aanvallen uit Zuid of Oost, kan het slechts worden, wan-neer Vlaanderen zijn rechtmatigen eisch vervuld ziet en dit volksdeel volkomen. gelijken invloed op de nationale politiek verkrijgt als nu de Walen. Wat zich op-blazende Waalsche imperialisten als de heer Baie nu droomen : Lux-çmburg en een aangrenzend stuk van Duitschland (wellicht ok Zeeuwsch-Vlaanderen ?) bij België voegen, zou, ware het te ver-wezenlijken, België niet in waarheid versterken. Het zou zich Duitschland en Nederland tôt vijand maken, en alleen de wapens tegen zichzelf scherpen. En zoo in de toekomst iets zou zijn te ver-wezenlijken van 's heeren Baie's lieve-lingsdenkbeeld eener toenadering tusschen (een hersteld) België en ons land, het zou — op gronden van internationale en nationale politiek beide — door ons alleen in overweging kunnen geno-men worden, als in België de emancipa-tie van het Viaamsche element zijn voile beslag gekregen had. Louis SIMONS. ONZE LETTERKUNDIGE PRIJSKAMP Hoogletrair Priester Joz. de Goc* IS77 Het Belgisc'k nationalism wordt met den dag meer en meer anti-Vlaamsch. De Belgische Regeering treedt stelsel-matig anti-Vlaamsch op. Waarom anders werden Dr. René de Clerck en Dr Jacob, getroîfen? Hun eenige misdaad : Zij streden in Holland voor het taalrecht hunner Viaamsche landgenooten ! René de Clercq mocht mondel'ing aan minister Poullet en schriftelijk aan de Haversche Regeering vragen zooveel hij wilde : Waarom treft ge mij? Welk is ' mijn schuld?... Geen antwoord. Ook het Koninklijk besluit bleef stom op dit punt. | De E. H. J. de Cock, de uitstekendc ' hoogleeraar aan de hoogeschool te L-eu-j ven, rangschikt zich langs den kant van j het zuiver Vlaamsch standpunt door de ' Viaamsche Stem ingenomen en verde-digd. Onmiddellijk komt het professo-réel korps plechtstatig bijeen, richt zich in als veemgericht en de Vlaamschge-zinde kollega wordt onbarmhartig ver-oordeeld... op één stem na ! Wij denken onwillekeurig aan Ise-grim, Bruin den Beer en Kanteklaar die j de veroordeeling vragen van Reinaert s de Vos... op één stem na, die van Grim-i bert. | Want tragisch is het niet. Na het | heldhaftig optreden der vrijzinnige hoo-' geschool van Brussel, die prof. Dwels-houwers trof, schuldig van hoogverraad omdat hij naar Wagneriaansche muziek was gaan luisteren, mocht de katholieke hoogeschool van Leuven zich toch uit nationalistisch standpunt den baard niet j laten afdoen ! } De oplossing is gauw gevonden : laten 1 de hoogleeraars J. de Cock en Dwels-houwers beiden hooerleeraars worden : aan een Viaamsche hoogeschool te Gent. j Die nieuwe geest van het Belgisch nationalism wordt wél tragisch in de loop-j graven aan den IJzer, waar onze Vlaam-' sche ionsrens strijden en sterven voor het Belgisch vaderland en door hun Waalsche wanenbroeders en officieren voor boches cescholden worden, zooals blijkt uit den brie.f van 't front, dien wij uit De Viaamsche Stem overnamen. _ Beleië wil de Vlaminsren, die zich niet volledig willen laten ontvlaamschen noch tôt volledig verfranschte Belgen vervorm'en. in zich niet opnemen. Na 1830 waren het Oranjisten, nu zijn 't • boches ! | Jul Persijn schrijft over J. de Cock : « Weinig Vllaamsche boe.ken worden bij hun verschijnen zoo gretig bevingerd en van de eerste bladzijde tôt de laat-ste met onafgebroken gretigheid ge-smekt als de werken van Jef de Cock, vooral •wanneer hij ophaalt uit de reis-tesch. I Dezelfde verteller, die u voorheen zoo prettig-keuvelend rondleidde in Munster en in Berlijn, doet het ditmaal in Holland : in Rotterdam, in Amster- ] dam, maar in Zwolle vooral. Van Rotterdam schildert hij u niet de bedrijvigheid der wereldhaven; van Am-sterdam legt hij u niet te flonkeren de. schatten van haar groot aesthetisch en ekonomisch leven. Dat werd reeds goed, en heel goed door anderen gedaan.Daar- j om doet Jef de Cock weer ie.ts dat ande- j ren hem niet voordeden. Te Rotterdam, zoowel als te Amsterdam, onttrekt hij ; zich aan het lawaai en aan de herrie, | waaraan hij steeds een hekel heeft ge- ; had, en op zijn eentje zit hij te nieditee-ren ; 't gaat over de Holiandsche pers, de Holiandsche politiek ; de Holiandsche huiselijkheid, ook die van het openbaar leven ; de hoogeschool in eigen taal, het Vredespaleis, Royaard's op-i voering van Vondel's Adam in Bal-Ungschap, het beschavingspeil van den Nederlandschen middeustand in verge-lijking met den onzen, het romantisme, Thomas a Kempis ; 't gaat al kijkend naar allerlei, zooals de Cock kijken kan, toch over de ziel van Nederland en wel in haar hoogste intellectueele en zedelijke openbaringen... En dat ailes wordt zoo leuk, zoo mir nichts dir nichts te pas gebracht dat ge de literatuur op uw knieën zoudt willen smee.ken steeds aan tendenz te willen doen, als ze 't zoo kan lijk onder dezer begenadigde pen. Maar Zwolle vooral heeft het geluk de Cock's hart te hebben gestolen, en met zijn hart zijn beste pen ; zooals de Cock Zwolle heeft geportretteerd blijft de stad van Thorbecke en van Potgieter voor immer in de letterkunde leven ; die door en door eenvoudige moeder van zooveel grootheid is juist om haar een-voud de lievelinge van Jef de Cock. 't Is weer op de ziel van die stad dat Jef verliefd geraakte. Er is ook zooveel grond tôt sympathie tusschen hem en haar. Ook in Jef ligt veel grootheid, diep besef van levense.rnst,cultus van 't hoog-ste en 't reinste en toch in ailes, voor 't publiek, die humoristische eenvoudig-heicl in handel en wandel. 1 Daar vaart Jef over de Zuiderzee langs Urk van Kampen uit naar Amsterdam ; daar staat hij met zijn guitig oog een nationaal feest te bekijken te Zwolle; daar valt hij aan 't schaatsenrijden, tôt hij lekkebaardt bij een Friesche hardrijderij ; daar leert die paster van 't Gentsche fietsen, God betere 't. En in de dubbel hevige ontroeringen, die zijn lijf en ziel bestormen, blijft hij olympisch-kalm als Goethe, en komt hij uit op een : « Heerlijk ! de tuin krijgt een heel ander uitzicht als ge hem door-fietst ; hij biedt nieuwe panorama's en perspectieven. » Als toemaatje bij deze Holiandsche prentbrieven, krijgen we in drie andere een leutigen kijk op Mùnchen. Jef de Cock nadert de veertig ; zijn haar wordt grijs, maar zijn humor en zijn levenspret niet. Wij wenschen hem, te zijnen bate, en ten onzen, ewige Ju-gend. » Op het Kerkhof te Uit een korrespondentie aan de « Nieuwe Courant » : Een betrouwbaar ooggetuige vertelde mij gisteren, gezeten als wij samen waren in een café aan de Steenstraat te Bragge, wat er verleden week op het kerkhof was geschied. Op aile kerkhoven haast in België, trouwens waar « niet » in de streken die het oorlogsveld hebben gezien, liggen mi-litairen begraven. Belgen en Duitschers, soms ook Frartschen en Engelschen. In dezen tijd richt men nu overal gedenk-teekens op, om de gevallen helden te eeren. De Belgische burgers doen wat voor hun eigen gesneuvelden en menig massagraf pnjkt reeds met eén steen of een kruis, -waarop een woord van dank-bare herdenking staat gegrift. De Duitsche gevallenen liggen,ver weg van het vaderland, in het vreemde ver-overde vijandelijke gebied. Geen dierbare hand brengt daar wat bloemen. Geen treurende herdenking verzorgt daar het Duitsche soldatengraf. Maar de medeburgers thuis vergeten ze niet ! En door inzamelingen, onder be-| trekkingen en vrienden, worden gelden ; bijeengebracht, en gedenkteekens ge-sticht.Nu verleden week zou een gedenksteen te Brugge onthuld worden en aan de bur-gerlijke overheid worden overgedragen. Een groot korps Duitsche officieren, waaronder den Admiraal, naar mijn zegs-man vertelde, de kommandant van het geheele marinekorps dat de zeekust be-. zet houdt, was tegenwoordig. « Er waren < er vrel tweehonderd », zei hij. Voorts was i aaawszig de vertegenwoordiging vaia het Brugsche gemeentebestuur, met burge-meester De Visart,. stokoude grijsaard van diep in de tachtig, aan het hoofd. Bij de aanvaarding hield de burge-meester de toespraak. Te midden van het oorlogsgebeuren noemde hij wat hier ge-schiedde een werk van verzoerjing en van vrede. Tegenover den dood staan wij ont-wapend. In den dood worden allen weer gelijk. Wij weten en vertrouwen, zoo wendde hij zich tôt den Duitschen admiraal, dat gij voor onze dooden, die zoo menigvuldig ook in uvv land begraven liggen, gestorven aan hun wonden Otf in gevangenschap, piëteit zult hebben en hun graven zult eerbiedigen. Zoo belo-ven wij u, uit naam der Brugsche ge-meentenaren, dat wij deze uwe heilige plek, waar gij dit gedenkteeken op de graven uwer helden hebt geplaatst, zullen in eere houden. Gij kunt er gerust op *ijn ^ Brugge zal dit graf onderhouden als ware het een graf van eigen zoons. Zichtbaar geroerd, zoo ging mijn oog-getuige voort, dankte de Admiraal voor de waardige woorden, door den waardi-gen grijsaard gesproken. Maar toen gebeurde iets onverwachts. De dappere oude burgervader richtte zich wederom tôt den bevelhebber, en vroeg met luider stem, ten aanhoore dier groote schare militaire en burgerlijke overheden, of het hem geoorloofd was nu nog een verzoek te doen. — Spreek, heer burgemeester, zei de Admiraal. — Wilt gij dan, heer admiraal, hier de belofte aan ons geven dat gij die Brugsche vrouw, die ter dood veroordeeld is, het leven zult schenken? Wij weten, zij heeft zich aan de militaire wetten vergre-pen. Zij verdient gestraft te worden. Straf haar zoo zwaar als ge wilt. Alleen wij vragen u : làat haar het leven. De Admiraal werd bleek als een doek, mijn Bruggeling. En hij wendde zich af en raadpleegde met zijn hooge officieren. Het duurde en duurde — wel een half uur, naar mij dacht. Toen keerde de admiraal zich weder tôt den burgemeester en sprak : — De vrouw waarvan gij spreekt heeft zwaar misdaan tegen ons. Feiten van | spionnage zijn bewezen. Volgens onze krijgswet moet zij sterven. Hedenmiddag drie uur, zoo is het bevel, zal het vonnis voltrokken worden. Maar om uwentwille : ik schenk haar het leven. N. B. — We hebben ons, alvorens dit I stuk af te drukken. van de waarheid van dit verhaal willen vergewissen en daar-omtrent de volgende bijzonderheden ver-! nomen : De burgemeester is na de ceremonie :• op het kerkhof den Admiraal heel taktvol 1 gaan spreken, en heeft van hem die jgunst verkregen dat hij het verzoek-ischrift tôt begenadiging, aan het hoogere ■ gezag gericht, zou steunen. Het overige is er door den korrespondent bij gefanta-seerd.-Op het gevolg van het verzoekschrift zullen we bij gelegenheid terugkomen. — (Red.) De neutralitest van Griekenland ! • j Uit de telegjammen weet men reeds ! dat in het Lagerhuis de neUtraliteit van Griekenland ter sprake is gekomen naar aanleiding van een vraag van Markham. Wij laten hieronder het verslag van de ! (( Times » volgen : « Sir A. Markham vroeg den minister : van buitenlandsche zaken of zijn aan-[ dacht gevestigd was geweest op een ge-sprek tusschen koning Konstantijn van • Griekenland en een Amerikaanschen korrespondent der « Associated Press », eu de mededeeling van den koning, dat de landing der geallieerde troepen was ' geschied zonder zijn toestemming ; en of hij, in verband met het feit dat lord Lansdowne nadrukkelijk had gezegd dat het op aandringen van den Griekschen ! minister-president (Venizelos) was geweest dat de Engelsche regeering troepen naar Se.rvië heeft gezonden viâ Sa-loniki, over deze zaak een mededeeling kon doen. » Lord R. Cecil antwoordde: Ik ge-loof niet dat ik iets anders van eenig nut over deze kwestie zeggen kan, dan dat Lord Lansdowne's mededeeling volkomen juist was. Het zou mij niet voegen de betrekkingen tusschen den koning van Griekenland en zijn minister te be-spreken. Dat is een zuiver binnenland-sche zaak. » Tôt zoover eerst de behandeling van de neutraliteit van Griekenland in het Eagerhuis. De aangehaalde ministerieele verkla-ringen zijn in tegenspraak met uitlatin-; gen, die Venizelos heeft gedaan tegen-| over een korrespondent van de « Cor-, riere délia Sera ». ; Wij brengen een deel van 's ministers ; persgesprek in herinnering. « I II1 ♦ Vanizalos zei dan (h«t voorbehoud, ' » Aangezien de casus fœderis met S«r-dat de schrijver in de « Corriere » de vië nog niet was geverifieèrd, protesteer-woorden van Venizelos juist heeft we#r- de ik tegen de landing op grond van gegeven, spreekt van zelf) : onze onzijdigheid, ofschoon ik er vol et Toen ik in de laatste weken van Sep- strekt niet rouwig om was, aangezien ik tember hoorde dat Bulgarije op het punt overtuigd was dat Bulgarije Servie zou stond te mobiliseeren, voorzag ik, bij aanvallen en dat een leger van Grieken, mijn wensch om overeenkomstig de be- Serviërs, Franschen en Engelschen, in-palingen van het verbond Servië ter dien de krijgsverrichtingen dadelijk wa-hulp te komen, de tegenwerping van den ren begonnen, zeker van de overwinning generalen staf, dat Servië de 150,000 ware geweest. Maar op 5 Oktober moest man, waarvan het verdrag spreekt, niet ik den koning mijn ontslag aanbieden, kon opbrengen om de hulp van Grieken- die mijn politiek niet langer goedkeur-land te verkrijgen. Ik dacht dat ik daar- de. » op met een krachtig argument zou kun- Is de voorstelling, die Venizelos hier ne,n antwoorden. Ik vroeg toen Frank-1 geeft, juist, dan is de Engelsche voor-rijk en Engeland, of zij bereid zouden ' stelling van het geval, dat de troepen zijn, die troepenmacht te zenden om werden gezonden op verzoek van Veni-Servië te helpen. Ik zei er echter bij dat zelos, onjuist. Hij vroeg dan alleen of ik in weerwil daarvan niet zeker was van de entente bereid zou zijn, nog wel het de instemmipg van den koning en der- voorbehoud makende, dat de koning het halve van Griekenland's tusschenkomst. jmisschien niet goed zou vinden. » Toen ik het antwoord van de mo- Voor zoover ons bekend, heeft Veni-gendheden, dat bevestigend was,aan den zelos dit persgesprek niet gewraakt. Do koning mededeelde, antwoordde hij dat voorstelling door hem gegeven blijft dusi vreemde soldaten niet op Grieksch ge- tegenover de stelliga verklaringe,n van bied behoorden te landen. Ik bracht da- de Engelsche regeering staan. De kwes-delijlc dat antwoord van den koning tie, die voor de bevolking van de landing over. in Saloniki van het hoogste belang is, » Op 2 Oktober ontving ik een nota mag dus nog niet als uitgemaakt worden van den Franschen gezant te Athene, beschouwd. waarin mij werd meegedeeld dat een eer- Behalve wat Reuter onsi reeds heeft ste contingent Fransche troepen te Sa- gemeld, vroeg Markham ,nog of Lord R. loniki was aangekomen. Ik kreeg er te- Cecil wist dat de bladen van Hearst dag gelijk kennis van dat Frankrijk en En- in dag uit beweren dat Engeland op een geland, de bondgenooten van Servië, dergelijke manier inbreuk heeft gemaakt troepen zonden om het te holpen en hun op de neutraliteit van Griekenland als (zijn?) verbindingen open te houden, Duitschland het op die van België heeft en dat zij er op rekenden dat Grieken- gedaan, land, dat reeds vele bewijzen van vriend- Cecil antwoordde dat het voor de En-schap had gegeven, zich niet zou ver- gelsche regeering volslagen onmogelijk zetten tegen maatregelen, genomen in was den heer Hearst te kontroleeren. het belang van Servië, waarmee Griekenland mede verbonden was. («N. R. C. m) Dagelijksch Nieuws AAN ONZE LEZERS. — Wij radtn onze iezers v*a Antwwpen »n omlig-gende aan, zich per maand te aboans»-ren op ons blad. Vaa aî 1 December wordt dan het biad tehuis besteld œet de »arstc postuitdeeHng. Men gelieve iich te wenden tôt het bureel ran het <( Viaamsche Nieuws », Roodestraat, 44. BRIEFWISSELING TUSSCHEN HOLLAND EN BELGIE. — De Duitsche Legatie in den Haag heeft de volgende nota aan de Holiandsche pers medegedeeld : Het aantal brieven en briefkaarten uit Holland en België heeft in de laatste maanden dermate toegenomen dat het personeel van de Duitsche censuur te Aken niet meer bij machte is om de postzendingen met den gewenschten spoed na te zien. Het is daarom van belang voor al degenen die uit Nederland met Belgen korrespondeeren om zooveel mogelijk kort en bondig te zijn. Het is duidelijk uit den inhoud en uit het groote aantal brieven gebleken, dat de afzenders gemakkelijk, met het oog op de huidige omstandigheden, den inhoud hadden kunnen verkorten zonder dat dit hun in iets benadeeld zou hebben.Indien het publiek zich hieraan niet wil onderwerpen, dan kan het niet anders of de zendingen zullen te laat op de plaats der bestemming aankomen, en soms wellicht, door den dwang der omstandigheden, geheel ingehouden worden.VERFRANSCHERS TE HEVER-LEE. — Men schrijft ons : Zondag 28 November werd er een feest gehouden door het toedoen van eenige heeren. Het spijt me dat ik er naartoe ben geweest en dat ik mijn geld niet aan een ander daartoe ingericht werk besteed heb ; want het deed me waarlijk pijn te moeten zien en hooren dat men ook in Héverlée volop aan verfransching doet nu in oorlogstijd. Het programma was goed gevuld met... Fransche liederen. Enkel twee Viaamsche deklamatiestuk-ken, voorgedragen door een onzer beste , deklamators van Leuven. De « bissen » | werden nu en dan eens in 't Vlaamsch uitgevoerd. Dat was al voor die 9/10 Viaamsche menschen die op het feest aanwezig waren en die het dus hebben doen gelukken? j De Franschgezinden in Héverlée sla-pen « niet » : « aile » overheid maakt van deze omstandigheden « misbruik » om j het volk meer en meer Fransch in te pompen... en de Vlamingen, zou men zeggen, slapen den dwazen oorlogsslaap ! j Welnu, Davidsfonds van Héverlée, zijt gij niet op de hoogte van hetgeen er gebeurt in uw Vlaamsch dorp? Gij hebt op u den plicht genomen uw volk van aile verbastering te vrijwaren en te be-hoeden, van welk ras het ook komen m'oge. Uwe ver a n " woor del i j k h e i d is i groot. Denk er wel ami ! En... ten slotte. het feest was prachtig ingericht. Jammer dat onze krijgsgevan-genen met dat « prachtig » niet gehol-pen worden : in dezen tijd komt het er niet op aan « grootsch » te doen, maar wel zooveel mogelijk bijeen te krijgen om naar onze lijdende gevangenen te zenden en hen in hun leed te helpen. De heeren en juffrouwen artisten die tôt het feest hebben bijgedragen verdie-nen allen lof : zij kunnen niet verant-woordelijk gesteld worden voor de feiten waarover hier wordt geklaagd. Een Thiensche Poorter. CHANSON BOCHE. — Wij ontvan-gen een geteekenden brief en van iemand die zich noemt « een veront-waardigde vader ». In dit schrijven wordt ons gemeld dat in een betalende stadsschool, die we voorloopig niet nader zullen aanduiden, het lied « Mijn Vlaanderen heb ik hairt-lijk lief » werd aangeleerd. Er ging verzet op vanwege enkele leerlingen die verklaarden dat zij geen <c Chansons boches m wildert zingen ! Wij hechten weinig belang aan den uitval van scholieren of scholiersters, doch dat ailes wordt oogluikend toegela-ten of zelfs onder vorm van een vriende-lijke berisping aangemoedigd. DE KUNSTMATIGE GUMMI IS THANS MOGELIJKHEID GEWORDEN. — De «Frankfurter Zeitung » deelt mede dat de « Peters-Union », fa-briek van gummi-artikelen van den heer | Louis Peters, te Frankfort a/d Main, ' erin geslaagd is om den eersten auto-mobieiband van synthetische gummi te vervaardigen. Deze zoo belangrijke we-tenschappelijke overwinning is te dan-ken aan de studies van prof. Memling, der Universiteit te Berlijn. Men verze-kert dat de autoband van synthetische gummi aan al de eischen voldoet. De Rijkskanselier werd telegrafisch op de hoogte gesteld van deze belangrijke ge-beurtenis.DE HEFFING VAN BELASTING OP DE AFWEZIGEN. — De heer Francq, provinciaal senaatslid voor Luik, thans in Engeland verblijf hou-dende, heeft voor het gerecht beroep aangeteekend tegen het besluit van den bestuurder der Belastingen die hem de taks op de afwezigen heeft opgelegd. De eerste Kamer van het Beroepshof heeft bij besluit van 13 December ver-klaard niet bevoegd te zijn om uit-spraak te doen in fiscale kwesties ten-zij deze op rechtstreeksche belastingen geen betrekking hebben ; de taks waarvan sprake is, is niet als rechtstreeksche belasting te beschouwen, maar als een « straftaks » waarvan de innings-procedure buiten hare bevoegdheid is. De heer Francq zag zijn beroep dus afgewezen en werd uitgenoodigd langs anderen weg recht te zoeken. Dit besluit werd genomen overeenkomstig de gevolgtrekkingen van den heer Jottrand, eerste advokaat-gon«-ra«l.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsche nieuws appartenant à la catégorie Gecensureerde pers, parue à Antwerpen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes