Het volk: christen werkmansblad

596 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 28 Fevrier. Het volk: christen werkmansblad. Accès à 21 mars 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/q23qv3dg12/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

ïyfen-Twiiigsi® tor. — S. 58 Codsilenst — Ealsgezin — Eigendom liMaa>ieiBia«Mw^-"'aiaBit«ÉiiaMmaMiÉWBmri)i> mt Zondag, 28 Febniari 1915 Aile briefwisselingen vraeht- j frrij te zenden aan Atig. Van ïsegliem, uitgever voor de naamh maatsch. « Drukkerij Het Volk», ®feersteeg, n° 16, Gent. ' Bureel voor West-Vlaanderenî Gaston Bossuyt, Gilde der Am« ibachten Kortrijk. Telefoon 523. Bureel van Antwerpen, Bradant en Limburg : Viktor Kuyi, , ftliuderbroedeistr., 24, Leuven. j HET VOLK | Me» scbrijft in : Op aile postkantoren aan 10 ff. per jaar. Zes maanden fr. 5.00. Drie maanden fr. 2,50. Aankondigingen : Prijs volgens tarief. Voorop t® betalen. Kechterlijke bersielling, 2 fr» per reguî. Ongeteekende brieven worden ■ geweigerd. TELEFOON N° 137, Gent, M centi&ssi Iiet nammei» CHRISTEN WERKMANSBLAD 1 CentSem Iiet nuinmer Scfeoone Yoorbeelden. lurende den oorlogstijd hebben wij jlsgesprokenmetkrijgsaalmoezeniers, geestelijke en wereldlijke zielten-,ers van ambulanciën en hospitalen. bevestigden dat de godsdienstzin îze soldaten op troostende wijzeof-sheel en gansch verrezen ofwel mer-aangegroeid was. :t zelden gebeurdehet dat onze dap-fongens in openelucht hunne biecht en op de pleinen onzer kazernen, ende de rustpoozen van lange en e marchen, maar vooral in de kerken pellen hunner kantoneerpîaatsen. :eren dag vroeg een soldaat aan eenen >ezenier om te biechten in een opge-compartiment van eenen oorlogs-Zijne makkers gingen aanstonds n wandelgang van den wagen, volg-liet voorbeeld van hunnen vriend, 1 de soldaten der andere wagonaf-igen aan om hetzelfde te doen, en len allen gezuiverd en versterkt het H. Sacrament der boetveerdig-toe op het bloedige oorlogsveld I streden zij als leeuwen, als ware ene helden, en velen van hen ver-en den palm der echte martelaars-!îlijk was soms het bezoek aan krijgs-alen en bedroevend het zicht van :elijke wonden en verminkingen, tevens troostelijk was het christen i in de volkomene gelatenheid die kwetsten in den Godsdienst hadden I Aan vele bedrukte vaders en moe-mochten de krijgsaalmoezeniers oî sters der militaire hospitalen deze rende woorden van het kruislied n : niet, o ouders, in 't eenzame huis, <n is gestorven in d'armen van 't kruis, orst waswel rood vanhetjeudige bloed, sterven met 't Kruis, dat is Vlamingen (moed 1 * * * zekere bron vernamen wij dat >ldaten, krijgsgevangenen inDuitsch-te Munster-Lager de toeîating heb-ekomen om eene bidplaats in bout timmeren. Velen zijn er die daar afwisselen om den Rozenkrans ;n als kinderen van Maria en den 1er legerscharen in zijn tabernakel bidden met de godsvrucht van den inner Eerste H. Communie. )one voorbeelden die bekwaam zijn :1e christene moeders en zusters te en en om sommige vaders en broe-ot den God hunner kinderjaren en . Sacramenten terug te brengen ! gen wij aan O. L. Heer met den itijd en met den aanstaanden m, dat dit voor velen gebeure en den in dezen droevigen oorlogstijd, rede des herten mogen wederbe- II PAULUS. ferweer vanAntwerpii. lezen in de Antwerpsche bladen : )llege van Burgemeester en Schepenen de Intercommunale Commissie van werpen aan hunne landgenooten. wordt tegen de bevolking van Ant-a, hare magistraten en notabelen îandclijke las ter in omloop gebracht, 1 met zulke booze volharding, dat m onmogelijk langer kunnen dulden. naamloos schotschriît getrokken op mzienlijk aantal exemplaren, ver-t de afschuwelijke beschuldiging ï burgerlijke overheid de stad zou igeven hebben in weerwil van de richtingen der krijgsoverheid ; dat jrpen verzocht was zes-en-dertig tand te houden, en oogenblikkelijk scapituleerd hebben ; dat zoodoende gduizend man Belgische troepen >ngen werden zich in Nederland te uiilen ; dat de Belgische regeering inderzoek zou ingesteld, en twee iministers naar den Haag gezonden n, die in heîtige bewoordingen hunne ring te kennen gaven.... Het artikel met eene schimprede tegen de stad srpen die overgelaten wordt aan het ijzen van het land. schimpschrift geeft zich uit voor de van een artikel uit De Tijd, van ;rdam, overgenomen door een Bel-dagblad te Londen. Welnu, de opsteller van De Tijd heeft ons laten dat het zoogezegd artikel nooit in >lad verschenen is. Wij staan dus iver een valsch stuk en naamlooze aars die, om aan hunne verzinsels krediet te geven, niet aarzelen be-iigingen, die ze niet durven onder-len, toe te schrijven aan een eerlijk Md/ — (Wij vonden de gewraakte jkbaar uitgevonden beschuldigingen il De Tijd, maar ineen zoogenaamd ksel van den Parijschen Temps. — Het Volk.) enover de beweringen die zij uit-în stellen wij, voor het geheel en al de bijzonderheden, eene absolute logen-strafîing.Onwaar is het, dat de burgerlijke overheid zou gehandeld hebben in tegenstrij-digheid met de onderrichtingen van de militaire overheid. De waarheid is, dat de krijgsoverheid schriftelijk, volledig en zonder het minste voorbehoud, de over-eenlcomst goedgekeurd heeft, gesloten door de gemeenteoverheid om een einde te stellen aan eene beschieting die vol-komen nutteloos geworden was voor de nationale verdediging. Het is valsch, te beweren dat de tus-schenkomst der burgerlijke overheid aan de Duitsche troepen het middel gegeven heeft om een deel der in aftocht zijnde Belgische troepen te bereiken of hun den weg te versperren. De waarheid is, dat Antwerpen zich stoïek heeft laten be-schieten om de redding van het leger, dat de pîaats ontruimde, te verzekeren. Zoo een gedeelte van onze vestingstroepen de Hollandsche grens is moeten overtrekken, dan geschiedde zulks om militaire redenen die geen betrekking hebben met de tus-schenkomst der gemeenteoverheid. De tweede veldlegerdivisie die den aftocht dekte en Antwerpen het laatste verliet, is geheel aan den IJzer aangeland. Ten slotte is het eene onbeschaamde Ieugen te durven zeggen dat de Belgische regeering er aan gedacht heeft onze daden te laken, te dien opzichte een onderzoek instelde en twee Staatsministers naar Holland afvaardigde. Nooit hebben de twee Staatsministers de schandelijke taal gesproken die men hun in den mond legt. De waarheid is geheel anders : niemand van ons heeft zich voor hen hoeven te verdedigen, wijl niemand beschuldigd werd ; en wat de regeering betreft, zijn wij verzekerd dat de handelwijze der gemeenteoverheid volkomen door haar werd goedgekeurd. In die omstandigheden zijn de ellen-digeschrijvers van het schotschrift, die niet aarzelen, met een schandelijk doel, laster en tweedracht te zaaien, aangeklaagd geworden bij het gerecht. Wij zijn onverschillig aan de beleedigin-gen jegens onzen persoon; wij achten het ecliter onzen plicht jegens het land, geen veld te laten winnen aan de leugen. Om den moed der bevolking te ken-schetsen, weze het voldoende te herin-neren dat de gemeenteraad, toen hij voor het onheil stond, den 4 October, eenparig eene motie stemde die « aan de re-» geering en de krijgsoverheid den vastbe-» raden wil der bevolking te kennen gaf, » de verdediging der versterkte plaats » Antwerpen tôt het uiterste te zien drij-»ven, zonder andere bekommering dan » de nationale verdediging en zonder te » letten op het gevaar voor personen of » privaat-eigendommen. » Wij hopen dat deze protestatie in den geest van aile eerlijke burgers een einde zal stellen aan onrechtvaardige en laster-lijke beschuldigingen, soms zoo licht-zinnig en onder verschillende vormen uit-gesproken tegen Antwerpen. Onze landgenooten, bezield zooals wij, met het vurigste verlangen naar een-dracht, zullen integendeel vaststellen, wij zijn er van overtuigd, dat Antwerpen in die tragische uren zijn glorievol verleden indachtig was en niet te kort gelcomen is aan zijne vaderlandsche plichten. Antwerpen, 8e Februari 1915. Namens het College van Burgemeester en Schepenen : Bij verordening : De burgemeester, Jan De Vos ; de stadssekre-taris, Hubert Melis. Namens de Intercommunale Commissie van Antwerpen : Louis Franck, gemeente-raadslid en volksvertegenwoordiger, voor-» zitter ; Alph. Ryckmans, senator, onder-voorzitter ; Gustaaf Albrecht, schepen ; Ed. Bunge, koopman ; F. Carlier, bestuur-der der Nationale Bank ; Edg. Casielein, beheerder der Banque d'Anvers ; Mgr Cleynhens, pastoor-deken der hoofdkerk ; Alfred Cools, schepen ; Dr De Gueldre, gemeenteraadslid ; Fred. Delvaux, advo-kaat, oud-stafhouder der Balie ; Dr Des-guin Victor, schepen ; Jos. Hertogs, bouwmeester ; Paul Kreglinger, beheerder der Banque Centrale Anversoise ; Jacq Langlois, dispacheur ; Ch. Leclair, advokaat, provinciaal raadslid ; L. Leclef, Senator ; graaf Emiel Le Grelle, bankier ; A. Matthys, burgemeester van Borger-hout ; M. Montons, lid van 4e Bestendige Deputatie ; K. Osterrieth, koopman ; G. Royers, gemeenteraadslid en volksvertegenwoordiger ; A. Valerius, advokaat, oud-stafhouder der Balie ; F. Van Damme, d.d. burgemeester van Hoboken ; F. Van Kuyck, schepen ; Léon Van Peborgh, gemeenteraadslid en senator ; K. Weyler, advokaat, gemeenteraadslid ; en de heeren H. Gyselynck, bcstuurder van den dienst dor stadseigendommen, belastingen, be-twiste zaken en kadaster ; Rich. Kregiin-ger, advokaat ; Willy FriÛing, koopman ; J. Schobbens, griffer der provincie. sekre-tarissen, den IJs@p. Uit een soldatenbrief in de Berliner Zeitung am Mittag: Den 6 Januari werden we opgewekt uit ons rustig leventje en naar het over-stroomingsgebied van den User gezonden. Eene voortzetting van het badseizoen van Oostende. Men neemt voet- en heele baden, naar verkiezing. Om op onzenpost aan den overkant»van den User te komen, moeten wij door het watér baden. Slechts eenige plaaîsen zijn droog en daar is mcestal geen weg. Maar op veldwacht moet men toch. De soldaten omwikkelen daarom hunne bcenen tôt ver over de knie met zakkengoed of met fietsbanden. In de 'hand draagt ieder een langen stok om daarmee bij iederen stap .te peilen: in de andere hand heeft men of een takke-bosch, om den weg te effenen, oî stroo voor zijne legerstede. Tôt het kanaal gaat het, maar dan ziet men niets dan water, water en duisternis, _want slechts in het donker kan de wacht afgelost worden. Plas, plas, gaat het door het water. Op den weg naar miin wacht-post schikt het nog. Die is goed bestraat en zoo vindt men in het pikdonker toch nog den weg door het water. Gesproken mag er niet worden. Afstand drie pas. Een spookachtige stoet wandelt zoo lang-zaam door het water. Wij komen langs granaatkuilen, diereniijken, puinhoopen, aangedreven hout en baiken. Daar verrijst rechts uit het donker een hooge muur. Daar moeten we heen. Men danst koord op waggelende planken, die tôt in het water doorbuigen als men den voet er op zet, en naarmate men meer naar het midden komt, tôt bijna dertig centimeter doorzwiepen. Wie hier zijn evenviclit verliest, krijgt een bad van top tôt teen. Op de eerste sloot volgt eene tweede. Dan struikelt men over eenige varkens, die door een granaat gedood zijn. Dan komt men aan de laatste sloot voor de hoeve, waarover eene onberispelijke brug gebouwd is door onze pontonniers. — Eindelijk is men er. Hait — niet te vroeg gejuicht. Men staat pas voor den hoogen muur, die het overblijfsel is van eene schuur. Binnen-in smeult het nog en men ziet vlammetjes spelen als de wind er in blaast. Eene loopplank gaat over eene draadversperring. Voorzichtig als een koorddanser stapt men er over. Achter een afgebrokkelden muur sluipt men in de richting van een zwak licht. Vriendelijk opent zich een Ioopgraaf, die den weg naar het licht vormt. Tôt aan den enkel waadt men door het slijk. Een zwart gat gaapt ons tegen en daarin, op eenigen afstand, schijnt een licht! Gebogen gaan we door een langen gang. Een tweede gat, een kelder. Nu zijn we er. We worden reeds verwacht. Bleek en wild zien de ge-_ zichten van de manschappen er uit in het' gelige licht van eene vetkaars. Midden in den kelder kan men juist rechtop staan. Links en rechts een gewelf. Maar geen vensters. Niets. Alleen^stank en eene lucht van rotting. Het stroo op den grond is voor de eene helft verrot en voor de andere helft nat. Daar moet men zich op neer-leggen. Wie stroo heeft meegebracht, is er beter aan toe. In het midden eene kleine tafel, daar omheen drie stoelen. De eene heeft nog drie pooten, de andere geen zit-ting, de derde is nog de beste. Die heeft zelfs nog een stijl van de leuning. Maar men verheugt zich toch. Plaats nemen, posten regelen, wachten bepalen, enz., zijn onderhoudende bezigheden. Ieder uur trekken de posten op. Wee, als ze niet scherp uitkijken. Hoe gemakke-lijk kan de vijand, die op vijf honderd meter afstand eveneens in hoeven ligt,ons overrompelen. Daarom loop ik herhaalde-lijk van den een naar den ander, besluip hen, omhunne oplettendheidop de proef te stellen. Onlongs heeft een versclirikte schildwacht mij in zijn angst eene bajonet voorgehouden. Ik zag de punt verrader-lijk onder mijn neus glinsteren. Aan de overzijde schiet de vijand met lichtpistolen, om zich zelf in het dichte duister bij te lichten. Een griezelig mooi zicht. Spookachtig bewegen de wilgen zich aan den rand van de sloot, als waren het levende gedaanten. Bleek steken de witte muren van het naburige verbrande huis uit het onschuldig kabbelende water... Scherp getande, op- en neergaande lijnen in de verte zijn de stuk geschoten en afge-brande dorpen. Al het andere is water, water, water In de Vredes (?) parlij. De socialistische Chemniker Volks-stimme richt een scherp artikel aan het adres van de Vorwarts en zegt dat na den oorlog de eerste taak van de sociaal-demokratische partij in Duitschland moet zijn : een werkelijk centraal orgaan te scheppen, waarop het partiibestuur eenigen invloed oefent. Silence dans les rangs I De ricMrog vaa den luchlvaarder. De taak van den luchtvaarder is moei-lijker dan die van den zeeman, die op de zee met kaarten, magneetnaald, sterre-kundige metingen en berekeningen zijn weg bepaalt. Behalve de middelen der plaatsbepaling, die de zeeman toepast, , heeft de bestuurder van het luchtschip ' er nog andere. ; Over land, evenals bij kustvaarten, j gebruikt de luchtschipper natuurlijk kaar- , ten en magneetnaald ; anders is het over zee. Is het gezicht op de aarde door wol-ken versperd of is zelfs in donkeren nacht ook de hemel betrokken, dan moeten andere hulpmiddelen den weg helpen ( vinden. De sterrekundige plaatsbepaling, die in door sterren helder verlichte nachten toe- j gepast wordt, wijkt van die van den zee- , rnan iets af. In de eerste plaats kan de luchtschipper niet den gelijk langen tijd op de sterre-kundige metingen toepassen als de zeeman, j omdat zijn vaartuig intusschen een langen ( weg aflegde ; hij moet bijzondere werk- . tuigen hebben en geeft de voorkeur aan ■ figuurlijke stelsels. Hij gebruikt of het plaatspuntstelsel, j waarbij uit de gemaakte waarnemingen aardrijlcskundige lengteen breedtegeschei-den al'geleid worden, of het zoogenaamde • plaatslijnstelsel, waarbij de beide aard- • rijkskundige maatschikkingen gelijktijdig j gevonden worden. Onlangs zijn nieuwe figuurlijke oplossin- ] gen bepaald voor het gebruik in het luchtschip gevonden en in den vorm van zoogenaamde nomogrammen heeft de bestuurder van het oorlogsluchtschip tafels i bij zich, waaruit hij, na de sterrekundige ] waarneming, snel zijne plaats kan vinden. < Voor het plaatslijnstelsel, dat door ) Summer in 1846 aangegeven werd, zijn < onlangs bijzondere aanwijzingen op tee-keningen in het luchtvaartbestemde ! « plaatslijn-apparaat » vervaardigd, die ( nauwkeurig en gemakkelijk werken. Het ] overcenkomstig stelsel van den schipper op zee kon door den luchtschipper niet toegepast worden, omdat uitvoerige aanwijzingen op teekeningen van het s luchtvaarttuig niet goed uit te voeren zijn. £ De hulpmiddelen en tabellen, waaruit 1 de luchtschipper zijne plaats op grond van t sterrekundige waarneming vinden kan, 1 zijn natuurlijk alleen voor het militaire dienstgebruilc bestemd. Deze middelen zijn echter onbruikbaar, wanneer ook de hemel niet zichtbaar is ; dan vindt de luchtschipper echter ook nog zijn weg en wel, doordat hij gebruik maakt van de magnetische richtkracht der aarde. Een zeker houvast geven hem bijzonder de vloeistoflcompassen ; ook kan hij door het Telefunkenkompas van graaf Arco, door draadlooze- teekens van twee draadloos telegrafische statiën uit, aanwijzingen omtrent zijne richting krij-gen ; de magnetische richtkracht der aarde echter geeft hem in aile gevallen de ge-wenschte inlichting. Om de aardrijkskundige breedte te vinden, bestaan er voor hem twee wegen : de eene neemt de verandering van de horizontale krachtsdichtheid van het aard-magnetism waar, de tweede maakt op gelijke wijze gebruik van de magnetische glooiing. In den gondel van het schip kan men de horizontale krachtsdichtheid van het aardmagnetism bepalen en deze kan vergeleken worden met de hiervoor aan de aardoppervlakte geldende waarden of krachtlijnen. Het verloop der lijnen van gelijke magnetische krachtsdichtheid, van de « isodynamen », is op de kaarten opge-teekend.Over de groottevan de beweging van Noord naar Zuid van het luchtvaartuig geeft aldus de waarneming in den gondel en de vergelijking met de kaarten inlichting en wel met eene tamelijk groote n au wlceurigheid. De magnetische glooiing is eveneens naar gelang van den breedtegraad ver-schiilend en uit de kaarten die de lijnen van gelijke glooiing — « isoclinen » — bevatten, kan de luchtschipper daarom op grond van de waarneming in den gondel, eene plaatsbepaling verrichten ; ver-anderen de in den gondel gemeten waarden niet, dan beweegt het luchtvaartuig zich nagenoeg in Oostwestelijke richting ; neemt de glooiing toe, dan vaart men in Noordelijke ; neemt zij af, in Zuidelijke richting, met bedragen, die onmiddellijk op eene « isoclinenkaart » afgelezen of onderscheidenîijk berekend kunnen worden.In den ijzervrijen middengondel van de stijve luchtschepen kunnen de metingen met bijna dezelfde nauwkeurigheid als aan land verricht worden en zelfs wanneer v het luchtschip starapt, kan men eene mid- d denwaarde uit de slingeringen van de n glooiingsnaalden afleiden. 4 Uit deze mededeeling blijkt dus wel dat v het verdwalen van een luchtschip vrijwel v is uitgesloten en de vaart over een onzijdig f: Jand kan w-rmeden worden. n Gorlopksuken. Siokvîsch. Er is eene spreuk die zegt : stokvisch ;ten de boeren als 't kermis is. Laat ons nu aannemen dat die voor-itelling overdreven, en stokvisch eigenlijk |een lcermiskost is, dan toch mogen we /aststellen dat stokvisch gezonde en mitengewoon voedzame kost is. Hij bevat /eel eiwit, een bestanddeel dat 's menschen )loed 't meest kracht bijzet. Droge stokvisch bevat 81,5 deelen :iwit; geweekte stokvisch ongeveer 31,7 leelen. Als men in aanmerking neemt lat ossenvleesch slechts 20,5 deelen eiwit >evat en paardenvleesch 21,7, dan blijkt lit die vergelijking dat stokvisch in de îuidige omstandigheden als voedsel veel .vaarde heeft, te meer daar hij, naar we /eronderstellen, nog koopelijk is ook voor jeringe beurzen. We kunnen, als aanbeveling, er nog dit sijvoegen : in eene tafel, door vakkun-iigen opgemaakt, zien wij dat voor 1 fr. Î00 gram eiwit in stokvisch te verkrijgen s, en maar 71 gram in eieren, 130 gram n goeden Hollandschen kaas, 164 gram n melk, 96 gram in ossenzijstuk, 36 gram n ossenharst (filet), 136 gram in haver-;ort, 115 gram in macaroni, 182 gram n zwart brood, 269 gram in wit brood, 582 gram in droge* boonen, 418 gram in Iroge erwten, 71 gram in aardappelen. Vergeet niet dat deze verhouding be-•ekend is naar prijzen in gewone tijden. Rijsf. De eenvoudigste manier om rijst ge~ •eed te maken, is ze te koken met water. Vîen doe er een greepje zout bij, en suiker im wat smaak te geven. Men kan die )ereiding ook lcoud eten. Voorafgaandeiijk le rijst goed wasschen. | Rijst is ook zeer voedzaam. Ze bevat S deelen eiwit, terwijl wit brood maar :en goede 7,5 deelen bevat, en aardap->elen 2,2 deelen. Rïjstssep. Men zet op 3 liter water met 1 Iepel. :out en 125 gram rijst. Heeft men peter-elie bij de hand, men kuische, spoele en cappe ze en doe ze in de soep, alsmede :en weinig vet. Dan de soep nogeens wel laten doorkoken. IN BELGIË. In de Pi'oyincie Luik, In de stad Luik is de algemeene toestand. iiet noemenswaard verschillend van dien n de overige deelen van België. Het leven ;erloopt er kalm en eentonig; geen cinéma,, jelijk te Gent of te Brussel. Aile dergelijke ,'ermakelijkheden zijn er bepaald opge-îeven. De herbergen sluiten om 10 uur Duitsch). 's Nachts wordt de policie in de stad fedaan door patroeljes, welke bestaan lit een policie-agent, een burgerwacht ;n een landstormman; dit stelsel schijnt ;ocd te werken. De gemeentefinancen verkeeren nog n betrekkelijk goeden staat, al worden le menschen aangespoord hunne belas-ingen te betalen en zijn de bons op de tadskas, welke 1 Maart zouden vervallen, ot 30 November verlengd. De gezond-îeidstoestand laat niets te wenschen, )esmettelijke zielcten komen niet voor. Voor den toevoer van levensmiddelen s Luik, zoo dicht bij de grens, er niet >eter aan toe dan de andere steden van îelgië. Brood is in eene lioeveelheid van !50 gram per dag en per persoon te ver-:rijgen aan 40 centiemen de kilo (zelfde irijs als te Gent en te Brussel.) In 't begin vas per week voor elk gezin, op het ioMciebureel een liter petrool te verkrijgen aan 40 centiem; nu is 't echter al ,40 fr. den liter. Wit brood kost 1 frank len kilo. Spek kost 3 fr. tegen vroegei .80 fr. Boter is niet te betalen, rundervet ;ost 2.20 fr. den kilo. De soepuitdeeling ledroeg in de maand Januari 45.000 lortiën. Het provinciaal Voedingskomiteit werkt net een kapitaal van 900.000 fr., verdeeld ti aandeelen van 100 fr., waarop de ge-aeenten een tiende storten op de basis an cen frank per inwoner. De nijverheid ligt bijna algemeen stil. )e fabriek van Cockerill werkt een beetje; nkele fabrieken van ontploffingsmiddelen ijn geopend, hetgeen der mijnnijverheid en goede komt. De mijn te Wandre rerkt dan ook met 400 werklieden viei agen per week en voert vooral anthraciet aar Nederland uit; andere mijnen werkeq tôt 6 dagen op de twee weken. Do •apenfabrieken zijn sedert het uitbreken an den oorlog gesloten en uit de grootq ibriek van Herstal zijn de voornaamsU lachinen naar Duitschland gevoerd»

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het volk: christen werkmansblad appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à - du 1891 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes