Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen

359 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 08 Août. Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen. Accès à 23 mai 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/qf8jd4r09n/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

NSCHRIJVINGSPRIJS België : 5 fr. 's jaars Nederland : 3 gulden Andere landen : 7 frank Men schrijft in bij het Beheer of op de postkantoren. Losse nummers , 10 centiemen. J AANKONDIGINGEN : 0.25 fr. per drukregel Volledig tarief op aanvraag. HOOGERLEVEN Algemeen Weekblad voor Ontwikkelde Katholieke \ .amir -l ^ Briefwisselaars gelieven telkens hun volledig adres op te geven. Aile bijdragen, waarvan de inzender zich aan de Redactie niet volkomen bekend maakt, worden onverbiddelijk geweigerd. Beheer en Opstelraad : Minderbroedersstraat, 44, Leuven. — 1 1 Gedrukt in DE VLAAMSCHE DRUKKERIJ Bestuurder Hugo Bomans, Minderbroeder&straat, 44, Leuven. DE TOESTAND. Er wordt nu over niets meer gesproken dan over den oorlog ; voor hetgeen Hooger Leveu gewoonlijk brengt is er geen belangstelling meer ; daarom verschijnen we maar met één blad ■■ -c-arivie weet of dit ons nog voor het vervolg zal mogelijk zij:^ De oorlog is iets wreeds, maar heeft Shakespeare niet geschreven dat er in elke zaak eene ziel van goedheid leeft ? Uit den krijg die nu gevoerd wordt, zal, is te hopen, voor België, voor de katholieke zaak en voor de Vlamingen iets goeds groeien. De wereld door was België bekend ; in economisch opzicht is het kleine België een groot land, maar nu zal het overal 00k verteld worden dat de kleine Belgen zich als helden verweerd hebben tegen een overmachtigen gebuur die hunne onafhankelijkheid en hun recht schenden wilde. Nog eenige dagen geleden, vooraleer de oorlog was, wisten we niet wat daarvan voor België het gevolg zou zijn ; er moge nu gebeuren wat er wil, wij zijn zeker dat België blijft bestaan als een vrij en onafhankelijk land, omdat wij onzen man hebben kunnen staan en elkeen inzien zal dat we waard zijn te leven. Er werd gezeid dat vaderlandsliefde hier iets onbekends was ; aan uiting van vaderlandsliefde ontbrak het wel eens en wanneer men zag wat in de naburige landen gedaan werd, kon er aan de vaderlandsliefde der Belgen misschien wel een beetje getwijfeld worden ; nu zal men daaraan niet meer twijfelen en aan de kinderen in de school zullen de onderwijzers met fierheid leeren wat de Belgen in dezen krijg hebben verricht. * * * vuoi'i)dinclijk"*ïfc;ifc oniei buitenmenschen, betwistten het belang van een stevig ingericht leger ; ze zullen, is te denken, nu zoo niet meer spreken ; maar 00k dit politiek belang aan kant gelaten moet die oorlog, hoe zwaar hij 00k valt, aan onze medeburgers en aan gansch de wereld kon doen dat wij ons, als katho-lieken, altijd gedragen naar de beschikkingen van de Goddelijke Voorzienigheid, maar dat de oude Vlaamsche spreuk zegt : Doe uw best, God doet de rest ; dan eerst hebben we het recht op de tusschenkomst van God te hopen wanneer wij al het menschelijk mogelijke hebben gedaan. Zijn het niet de Psalmen die leeren : exspecta Domi-num, viriliter âge ? Zelfs zij die geen innig godsdienstig gevoel hebben zullen meer tôt het geloof hunner kinds-heid weerkomen, want nooit staat de mensch dichter bij God dan in tijden van nood. Ten andere aan de soldaten en in 't algemeen aan de burgers zal het deugd doen die honderden en honderden priesters te zien die, evenals zij, ter verdediging van het vaderland opgeroepen werden, om niet te gewagen van de almoezeniers en van de velen die zich vrijwillig als zieken-verplegers aanmeldden. Velen zullen nu van nabij priesters en kloosterlingen leeren kennen en ondervinden dat ze anders zijn dan hun altijd werd gezegd. * f * * Hooger Leven is een weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen en zeer dikwijls hebben we moeten wijzen op velerhande miskenning : maar twee zaken zullen wel uit dezen oorlog blij-ken : dat wij, Vlamingen, Belgen zijn en ons bloed veil hebben voor het land ; en dan 00k dat 'wij geene pangermanisten zijn zooals het ons dikwijls naar het hoofd wordt geslingerd. Is er één van onze hoofdmannen, 00k maar één i enkele, die in deze omstandigheden de verdediging van Duitschland op hem heeft kunnen nemen ? Het is werkelijk hartverkwikkend onze Vlaamsche soldaten te hooren voorbij trekken de Vlaamsche Leeuw zingend 1 Zooeven kwam hier een brief toe Van eenen OtlZer bekende letterktlndigen. We schrijven er twee zinnen uit af omdat men Zoo duidelijk den gemoedstoestand eruit opmaken kan ; j « Wij gelootden in de Duitsche beschaving, nu moeten we gelooven in de Duitsche barbaarsch-heid...- Zooals ge weet ben ik vrijgesteld. Moest men mij in den uitersten nood toch kunnen gebruiken, dan zal ik daarin Gods wil zien. Misschien kan ik dan nog een geweer leeren hanteeren tegen de Puitsche ongerechtigheid. » 1 Dé Walen zullen nu van dichtbij de Vlamingen aan 't werk hebben gezien en wellicht zullen ze beter begrijpen hoe die hunne waardeering n verdienen. Nooit hebben wij, Vlamingen, iets anders gevraafjd dan ons als Vlamingen vrij te ^ ckunnen ontwikkelen op aile gebied ; geen voor-j rechten willen wij genieten, gehjkheid eischen we, niets meer We kunnen geheel en gansch iastemmen met dezen zin van La Lutte Wallonne : « Que les uns et les autres (Walen en Vlamingen) veuillent, en cette Belgique, affirmer tous leurs v droits, se développer librement suivant les prin-• cipes de leurs natures propres, c'est une prétention légitime. Mais, l'essentiel, c'est que la Belgique soit. Nous réglerons après la question t I de la place que chacun doit y occuper. » Il * , * * i e De katholieke ontwikkelde Vlamingen zullen n al het mogelijke doen voor het behoud van de e Belgische vrijheid ; op twee zaken zouden we r hen nog willen opmerkzaam maken : wij zijn a ,katholieken ; we zullen ons best doen om Gods 11 tusschenkomst waardig te zijn, mqiar die tusschen-J komst moeten we toch vragen ; voor de vrijheid 11 van ons land moeten we strijden, ja, maar 00k bidden. s Onze menschen wisten tôt hiertoe niet wat e oorlog is en alzoo is de huidige opgewondenheid eenigszins te verklaren. We moeten de menschen -aanzetten tôt kalmte en 00 k, voor zooveel moge-„lijk, tôt regelmaiig werk; wordt er niet gewerkt, dan zal binnen eenige dagen de hongersncod bij velen aan de deur staan en uit menschlievendheid en 00k uit eigen Belgisch belang moeten we dit trachten te vermijden. Nood is onvermijdelijk in de huidige tijdsomstandigheden. Uit eigen belang moeten ontwikkelden en meer begoeden bijsprin-gen om onverdienden nood te lénigen. , H. L. ) : .... r~". — ■ 1 Dit nummer van Hooger Leven moet ik drukken op bijzonder papier. Sinds drie weken 1 was het gewoon papier voor Hooger Leven besteld; i gisteren acht dagen moest het hier geleverd wor-t den, maar niets kwam tôt hiertoe af. j De bestuurder der VI. Drukkerij, j H. Bomans. f •' : ■ 1 De Zuid-Afrikaaiische Unie. In de Zuid-Afrikaansche Unie wordt er voor 't behoud van eigen aard en taal — onze taal — een strijd gestreden die op meer dan een punt met de Vlaamsche kultuurbeweging overeenkomt. Het mag derhalve nuttig zijn even te onderzoeken iwelke de verhoudingen zijn van de Afrikaanders met hun « moederland », wat zij verlangen, en I met welke moeilijkhéden zij af te rekenen hebben. We volgen in dit overzicht de mooie en door-dachte studie van Hans Grimm, uitgegeven in de Koloniale Monatsblâtter (Februari 1914). I. — Betrekkingen van de Z. Afrik.-Unie ! MET ENGELAND. ! De betrekkingen van de Unie met Engeland komen nagenoeg overeen met die van de vier andere zelfregeerende Koloniestaten : Australie, i Kanada, Nieuw-Foundland en Nieuw Zeeland. Daar nu staat het als volgt : De koning noemt den Gouverneur-generaal en over dezen alleen kan de Staatssekretaris toezicht uitoefenen. Voor aile inlandsche aangelegenheden hangt de Gouverneur af van den voor de wetge-vende Kamers verantwoordelijken ministerraad. De wetgevende Kamers hebben een verrestrek-kende macht die aldus bepaald en beperkt wordt: I. De Parlementswetten zijn alechts geldig in den koloniestaat en in de van dezen staat afhan-kelijke gebieden. a. De wetten mogen niet in strijd kometi met eender welken Ëngelschen Parlementsakt die bin-dend is Voor heel het rijk. Als vertegenwoordiger der Kroon mag de Goti* verneur de wetten ofwel goedkeuren, ofwel voor-loopig afkeuren, ofwel zijn goedkeuiing uitstellen tôt hij het oordeel van-den koning heeft ingewon-nen. Voor enkele wetten is in ieder geval de toe-stemming van den koning noodig en die toestem-ming moet gevraa^d worden door den Gouver- neur en door den Staatssekretaris. Dit geldt n vooral in zake toltarieven, krijgs- en zeewezen ; — g 00k voor wetten die 't recht van personen van s niet-Europeesche afkomst beperken, als zulke e wetten op personen van Europeesche afkomst r- toépasselijk zijn ; — voor al de wetten die n een weerslag kunnen hebben op handel en zee-h vaart der vereenigde koninkrijken en hunner be-: zittingen, of die van zulk gewicht zijn dat ze in-i) breuk maken op de voorrechten van de kroon. s Zelfs als de Gouverneur een wet heeft goedge-keurd, mag de Kroon die binnen zekeren tijd, « ongewenscht i> verklaren. a Eenige dier algemeene voorschriften schijnen ti echter veranderd te zijn door de Grondwet van ( de Z. Afr. Unie. Zoo wordt daar uitdrukkelijk voorzien dat een meerderheid van twee derden der afgevaardigden noodig is om bewoners van Kaapland op grond van ras- of kleurverscheiden-heid van het Kamerkiesrecht uit te sluiten of de rechtsgelijkheid van Engelsch en Hollandsch op te geven. Hier is geen sprake meer van de elders noodige toestemming des konings. Van lieverlede wordt het Parlement zich beter ^ zijn macht bewust, zpodat de Afrikaanders van ^ de rechten der Kroon zouden mogen zeggen ge-lijk de Engelschmans in hun eigen land : « The t Crown has three rights : the right to be consulted, the _j right to encourage and the right to warn. » 11 II. — Engelsche Idealen. » j De Unie ontstond ten gevolge van den laatsten 3 Boeren-oorlog. Doch veel vroeger reeds hadden t de Ëngelschen beproefd heel Zuid-Afrika te ver-n engelschen. Van 1806 tôt 1902 hebben de Boeren g dikwijls moeten strijden, maar telkens was het hun te doen veel meer om de verdediging van nun eigen aard, om de bijzondere belangen van I hun Zuid Afrikaansch woongebied, dan om 't verwërven van alleenheerschappij in datzelfde < 1 gebied. Als ten slotte, die ontaardende politiek < gansch Zuid-Afrika tôt ellende en bankroet ge- 1 c bracht had, als de uitkomsten van den oorlog 1 1 hadden bewezen dat de Boeren niet te verdelgen ; waren, als de Engelsche mede-Afrikaanders be- < gonnen in te zien dat er tusschen aile Afrikaan- : ders, ten overstaan van staatkundige en econo- t mische inrichting, gemeenzame belangen waren, : verschillend van de Engelsche belangen, dan werd het slagwoord van de Boeren : « Afnka aan de Afrikaanders » niet langer als een hoogverraad 1 1 aanzien. 1 Enkelen toch wilden kost wat kost de ver-engelsching doorvoeren. Zoo schreef nog kort na 't vredesverdrag van 1902 de door Engeland aangestelde Bestuurder van onderwijs voor r Oranje-Vrijstaat, de h. Sargent, aan den bekenden Milner : « Deze brief brengt u bericht over al * wat we in de kampen der Réfugiés (1) reeds tôt stand gebracht hebben in zake opvoeding. Ik wacht niet langer om te schrijven daar ik nu gelegenheid vi-nd om te doen uitkomen wat ik laatst op mijn reis van Pretoria naar Johannesburg met u mocht bespreken : het geldt een beroep te doen op Engeland om voor de Réfugiés de 3 noodige leeraars te vinden. De zusters en dochters van hen die op dezen grond voor het rijk gestre-; den hebben moeten uitgenoodigd worden om over zee te steken en zoo 't werk te bekronen dat j ^ hun mannelijke verwanten niet vermochten uit te " voeren. Onze krijgspolitiek heeft het grootste ' getal der kinderen in deze kampen bij eengebracht. j Nu hebben we een eenige gelegenheid, ik voel het, om in 't kort al die kinderen Engelsch te 1 doen spreken... We hebben vrouwen noodig, door en door vaderlandschgezind, krachtdadige 1 meesteressen, die de Boerenkinderen onze taal kunnen aanleeren en tevens onze imperialistische idealen ». Anderzijds hoeft 00k niet ontkend dat de oorlog aan de Boerenleidera een dieper inzicht heeft gegeven op de Voor den stoffelijken vooruitgang î van Zuid-Afrika noodige ontwikkeling vaîi handel ' en nijverheid, van stad en mijnweZen. ^ Die kenteting werd 00k bevorderd door het langzamerhand ontwaken van 't besef der gemeenzame belangen aller Blanken tegenover de drie-of viermaal talrijkere kleurlingen ; door de geest- ^ driftige liefde van den Zuid-Afrikaander voor zijn zonneland ; door de ingewortelde overtuiging dat het « Blanke Zuid-Afrika » een gewichtige roi o [i) Vrouwen en kinderen met geweld in die kampen r, samengedreven. 4 heeft te spelen in de geschiedenis van het Afrikaansche vasteland. Wat pralerig wellicht sp eekt zich deze overtuiging uit in een feestrede van Minister Smuts (te Pretoria, op 23 October jgi3) : « Ik ben zeker dat de dag niet verwijderd is waarop het grootste deel van het bezuiden den Evenaar liggende gebied, — zooniet gansch dit gebied — in den Zuid-Afrikaanschen Bond zal zijn. » (1) III. — Staatkundige Partijen Botha werd tôt eersten minister van den nieuwen Bond aangesteld omdat men voorzag en ver-wachtte dat zijn partij bij de verkiezingen zou zegevieren. En'tgebeurde. De Zuid-Afrikaansche Partij veroverde 67 zetels, de Unionisten 37, de Onafhankelijken (die wat later de Regeerings-partij bijtraden) 13, de Arbeiderspartij 4. Het program der Zuid-Afrikaansche partij scheen 00k best het verlangen van de meeste kiezers uit te spreken. De Unionisten beoogen vooral de belangen te bevorderen van het mijn-wezen, van de nijverheidsbevolking, en mogen als de belichaming gelden van de Engelsche idealen in Zuid-Afrika. Eerst moest de Botha-regeering ten uitvoer leggen wat in de Grondwet stond : rechtsgelijkheid van Hollandsch en Engelsch moest prak-tisch erkend worden door een tweetalig school-stelsel, door tweetaligheid van de openbare dien-sten. Dat ging niet zonder hevigen strijd. Dan volgde de landsweerwet die, met den algemeenen dienstplicht in te voeren, aan Zuid-Afrika een leger gaf van 200.000 man. Hierdoor won 't ministerie veel nieuwe aanhangers en tevens was de Unionisten het gras van voor de voeten gemaaid. Met Jameson trouwens hadden dezen hun invloedrijksten leider verloren.en hun />attii kromp zienderoogen. Om hun propaganda wat op te frisschen grepen de Unionisten naar het « jlag waving » zoo men dat in Zuid-Afrika heet : d. i. onder 't schuil-briefje van vaderlandsliefde den rassenhaat aan te hitsen. Botha, die vreesde voor den weerslag van die luidruchtige politiek op de Engelsche opinie en op de voor zijn staatkundige richting zoo moeilijk gewonnene Engelsche Afrikaanders, toonde zich in deze gelegenheid te toegevend, te zwak. Alleen zijn zwakheid kan verklaren dat hij Herzog uit het kabinet sloot, dat hij altijd met « verzoening » in den mond loopt, dat nu laatst het ministerieele « South African News » zich in beginsel heeft uitgesproken voor een deelname van den Z. Afr. Bond aan de kosten der Rijks-vloot.* * * In de Europeesche pers wordt Herzog gewoonlijk voorgesteld als de voorstander van het oude reaktionaire Boerendom. Dit ligt hieraan dat de Unionisten meester zijn van de buiten-Afrikaansche nieuwsmarkt en Herzog zelf geen groot eigen blad heeft in de Zuid-Afrikaansche dagelijksche pers. In werkelijkheid kwam Herzog in strijd met Botha omdat hij het gevaarlijk en onpraktisch achtte altijd maar toe te geven aan de eischen der verengelschten, en blindelings den weg op te gaan naar een « verzoening » waarvan de uitkomsten in 't duister hangen. Misschien heeft de oude veete hunner landgenooten er 00k aan geholpen om de twee groote mannen tôt twist te brengen : Herzog is een Vrijstater, Botha een Transvaler. Wat Herzog wil zullen we best leeren uit zijn eigen woorden, namelijk uit zijn zoo gelaakte en verdraaide vergelijking van de twee stroomen: « The life of the people in South Africa runa in two streams — the English speaking stream and the Dutch speaking stream — each with it3 own language, its own manners of life, its own great men, heroiG deeds and noble charaetera. That this is ao is the resuit of history. No one is to blâme for it and everyone has the right to think highly of his own, to protect it and to maintain it. Buts it is our duty to see that we develop a higher national life, a national life in which we altogether, while maintaining ouf language and ao forth, will nevertheless entef as one people in spirit and feeling. (t) De Duitsche bladen namen deze verklaring heel erg op. Kort daarna kwam dan 00k de terechtwijzing • Gene-raal Smuts bedoelde alleen de Engelsche kolonies bezuidefl den Evenaar. O 1 . I I I Negende Jaargang. Zaïcidag 8 Augusti 1914 Nummer 32

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Leuven du 1906 au 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes