Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen

237 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 22 Decembre. Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen. Accès à 25 août 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/5q4rj49v11/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

ZATERDAG 11 Decembcr 1917 3d* JAARGANG nr 19 STNDIKAAL MEDEDEELINGSBLAD Orgaan van den Antwerpschen Diamantbewerkers Bond en der Federatie van Vakbonden De redaktie behoudt zich voor, ingezonden stukken al of niet te plaatsen VERSCHIJNT BU GELEGENHEID Redaktie en Administratie • Platitijnlei West, 66, Antwerpen Waar wij heen gaan « Men ie thans zoo ver dat in sommige oorlogvoe-» rende landen 50 o/o van het jaarlijk'sche nationale » inkomen permanent aan den fiscuszal moeten wor » den afgedragen tôt bestrijding van tente, aflossingen » enz. Op het minst kapiiaalkrachtige deel der bevol-» king zai daardoor een onhoudbaren druk worden » gelegd. Wat de kringen van het groot-kapitaal be-» trett, deze zullen het hooge bedrag dat zij aan be-» lastingen hebben te betalen wel in hoofdzaak terug » ontvangen als rente op de oorlogsschuld. Degeheele » bevolking dreigt op die wijze schatplichtigte zullen » worden aan een betrekkelljk kleinen kring von » gegoeden. Meer dan ooit zal dit als een euvel worden t> gevoeld, nu in de oorlogvoerende landen, de ge-» heele valide manlijke bevolking haar leven voor het » vaderland heeft gewaagd waarvoor zij ten slotte » slechts zou worden beloond door eenen onhoudba-» ren economischen druk ten bate van eene klelne » minderheid van lteden, waarvan velen bovendien » tijdens denkrijg rustig thuis zijn gebleven. » Het is werkelijk geene socialistische, ophitsen-de lectuur wat ik hierboven aanhaal. Zooals het daar staat, is het overgenomen uit het « Veertien-daagsch overzicht van Effecten en Geldmarkt » in het « Algemeen Handelsblad ». Alleen de cursiveering is van mij. Herhaaldelijk toch wezen wij er reeds op dat het tôt in het oneindige voortdurenvan dezen oor-log, Tôt steeds grooter, absoluter heerschappij van eene, steeds kleiner wordende groep kapita-listen leiden moet ; met natuurlijk in verhouding toenemende onmondigheid, rechteloosheid van den middenstand en arbeidersklasse. Wanneer dus, door beroepsfinantiers, door be-voegde personen toch, zoo nadrukkelijk op dit ernstig dreigende gevaar voor de toekomst, voor de zich opdringende democratische strekking ge-wezen wordt, is het niet te verwonderen dat wij onmiddelijk daarvan gebruik maken. Niet omdat wij zulke meeningen nootiig hebben tôt onze figene overtuiging. Een blinde toch kan dat zien.... a's hij tenminste zien wiJ. Maar dat is nu juist de kwestie. De meeste menschen toch willen niet zien, dan in de-richting welke de groote machthebbers hen inwijzen. Zij zijn zoo gewoon, zijn er zoo op gezet, er zoo naar opgevoed en gedrild de zaken, de toe standen te zien en aan te nemen zoo als zij hun door de zoogezegde « Groote koppen » voorge-steld worden, dat het eenvoudige woord van een hunner, hoe waar het dan ook is, niet diep ge-noeg in hunne hersens doordringen kan en er ook onmiddelijk weer terug uitgevaagd wordt, door wat blufferige, groote woorden van bove i af. Dat blinde geloof in wat de machtigen zeggen is dan ook de groote, ik durf bijna zeggen de eenige vijand der democratische strekking. Zou-dra een volk zij ne aandacht wijden zal aan « wat gezegd of geschreven wordt » in de plsats van steeds en bijna geheel te zien naar « wie het zeg-de » zoudra dat gebeuren zal, kan men aannemen dat het met het absolutisme van het groot-kapitaal op zijn einde loopt, dat het gedaan ismet het regiem dat enkele bevoorrechten de macht en ge legenheid geeft met het geluk, bezit, toekomst en leven van millioenen te spelen, zonder deze zelfs maar eens te raadplegen daarover. * * • Wanneer wij nu dus helder voor oogen krijgen waarheen dien woesten, ongenadigen krijg ons voert, zal het ook wel begrijpelijk worden waar-om de voortzetting daarvan «tôt het bittere einde» juist door de groot-kapitalisten en hunne volge-lingen aangeprezen wordt. Dat « bittere einde » zal immers, als het loopt zooals zij het wenschen, enkel voor de groote massa's der bevolkingen werkelijk « bitter » zijn. Voor de groot-kapitalisten, zelfs in het verslagen land, zou het toch nog de heerschappij aldaar brengen of behouden : eene heerschappij geves-tigd op de uitputtirjg van het volk en de schat-plfchtigheid van den staat zelve aan hen. Over de neerlaag toch, over de vermindering van economischen bloei van het eigen land, Jiun-nen die heeren zich dan best troosten en heenzet- ten, bij middel van geldplaatsingen in buiten-landsche ondernemingen, zeifs bij den vroegertn tegenstander. Voor het behoud immers der vader-landslievende gevoelens en den haat tegen de vijandelijke, overwinnende volkeren, moeten de volksmassa's maar zorgen. Om dat warm tedoen houden voor mogelijke, toekomstige doeleinden, heeft men dan priester en onderwijzer bij de hand ; eene kunstmatige vaderlandsche geschie-denis en eene zoogezegde « Volkspers ». Bedrei-ging met broodroof, wat geld of eenige goede baantjes doen dat ailes wel in de gewenschte richting marcheeren. . Een eervollen vrede door vergelijk nu zou hen die macht wel eens kunnen ontnemen. Dat zal wel de rede zijn waarom enkel groep-jes groot-kapitalisten de volkeren maar blijven voortstuwen naar de voortzetting dezer mensch-onteerende moordpartij, tôt het « bittere einde » zonder zelfs het wederzijdsche doei te willen open-baren, zonder de volkeren die offeren moeten te zeggen waarom die offers gaan moeten. Want dat toch is het wat zoo scherp de abso-lute heerschappij van enkelen doet in het licht treden en de volslagen onmondigheid van zoo goed als het geheele volk, waar ook : dat men hen maar gestadig voorhoud dat nos immer meer moet geleden, nog steeds grooter offers moeten gebracht, nieuwe duizenden van gezinnen hun geluk en toekomst vernietigd, verguisd.... en dat ailes zonder dat men zich verwaardigd maar om te zeggen waarvoor eigenlijk ; wat men toch be-reiken wil. En dat die volkeren zich dat ailes maar verder laten welgevallen. De volkeren gaan naar den afgrond. Elken dag brengt hen een stap verder op dien weg ; elken dag maakt voor de meesten de toekomst moeilij-ker, voor duizende nieuwe gezinnen hopeloos. Dat nu weet men zeker ; daaraan twijfelt niemand. Maar waarom het gaat weet niemand, enkelen uitgezonderd. En juist die enkelen verdienen het blinde ver-trouwen niet dat zij eischen. Want juist zij zijn het die de volkeren, buiten hun weten en willen, in dien bodemloozen poel van eUende gebracht hebben en nu de kracht en het verstand missen hen er uit te halen. Zij hebben dus hunne sporen niet verdiend. L. V. B. Bevoorrading Wij mogen zeggen dat wij er voor de eerstko-mendeweken beter voorstaan met de voedsel-kwestie dan dit het vorige jaar op dezen tijd het geval was. Voor wat betreft het « Nationaal Comiteit » zullen dejrantsoenen van heden nog wel een paar maanden op denzelfden voet kunnen verleend worden. Wat van beteekenis is, is wel dat de verdeeling van vet voor het eerste paar maanden al verze-kerd is. En wat de aardappelen aangaat, is hetrantsoen nu wel kleiner dan het vorige jaar. Maar... wij krijgen het nu ten minste. * * » Voor wat betreft « Voorbereidetide Maatregelen» willen wij de aandacht van de bevoegde overheid wel op het hiervolgende vestigen. Hoe langer de oorlogstoestand nog duurt hoe meer — ook voor de boeren — het gebrek aan vervoermiddelen en meststof/en nijpen zal. Antwerpen en grensgemeenten nu zouden dus niet slecht doen zich aile het mogelijke daarvan te reserve.-ren en ongenadig aile gebruik daarvan te weigeren aan dezen welke niet in ruil daarvan voldoende hoeveelheden levensmiddelen leveren willen, aan billijke prijzen. ^ Vooral op het leveren van beerstoffen zou moeten gelet worden. Want naar ons iemand die het weten kan mededeelde zouden sommige woeke-rende opkoopers op den buiten reeds beloofd hebben door hunnen invloed beerstoffen aan sommige boeren te doen leveren, op voorwaarde van leveranties aan hen natuurlijk. Verder zoo er ook wel kunnen verbod gelegd worden op het planten van vogelenzaad, mos-taardzaad enz. in deplaats van aardappelen. De boeren en woekeraars toch kennen niets als marken. Maar de overheidspersonen beschikken over de middelen om tegen die markenkoorts remmend op te treden. En voor dezen moet de goede regeling der volksvoeding voor ailes gaan. En wanneer men dan werkelijk zoo goed is om eens scherp uit te zien ten behoeve eener zoo goed en correct mogelijke regeling van het voed- selvraagstuk dat men dan ook tegelijkertijd maar eens een weinig aandacht vestige op de vervalschers der levensmiddelen. Geloof me die kerels zijn de aandacht van elk overheidspersoon meer dan waard. L .V. B. Zijn gesteunden ook menschen ? Vrijdag morgend, in die vinnige koude stonden reeds op den Hoogenweg te Bërchem massas menschen te wachten naar eene kans om aan een paar klompen te geraken. Kan het Comiteit die menschen niet per num-mer oproepen ? Zijn « doppers » soms ook geen menschen, zoogoed als comiteitsleden en bedienden ? Het Trampersonneel naar den " Dop " Naar men ons meedeeld weigert de Gazçom-pagnie haar peisoneel van den steun te laten genteten. Zij zal de loonen dermate verhoogen dat bare werklieden met hunne verdiensten boven het steunbarema komen. De: Tramcompagnie verroerd echter niet. Die maakt er niet het minste gewetensbezwaar van dat tiare werklieden, bij minimum tien uren ar-beirî per dag, nog niet zooveel verdienen als het « Nationaal Comiteit voor Hulp » oordeelt dat een werkman minstens noodig heeft om met zijn gezin in het leven te blijven. Dt; Gazcompagnie betaald bij. Het trampersonneel moet na minstens tien uren werken per dag nog gaan doppen. Na tien uren werken ! En wat een werk ! Dit is een geval nu waarover het publiek zelve oor-deelcn kan. En of het zoo nog niet erg genoeg is regeld men de rusturen zoo wispelturig dat het meeren-deel er van geene rusturen meer mogen genoemd worden. De Tramcompagnie handeld tegen de bepalin-gen van haar lastcohier. Dat zullen wij in een volgend artikel wel eens bewijzen. Maar waarom treed de overheid niet op ? Die moet toch het navolgen dier voorschriften con-troleeren.Is dat hier niet het terein van den Heer Straus, Schepen van maatschappelijke werken ? L. V. B. Twee geschiedenissen met een gezamenlijk slot Een onzer goede bondsleden kwam mij, de vorige week, om raad en hulp vragen. Wat hij mij vertelde was wel het ergste wat ik in dien aard, in dezen tijd, al te hooren kreeg. En dat wil wat zeggen. Want ik kreeg al wat te hooren. Ik vertel het u hier lezer, sober en onomwon-den, zooals hij het mij deed. Feiten als dat er een is, hoeven toch geene opsmukking. Het bondslid in kwestie was, van vroeger reeds, door zijn vader ojjgevorderd om — even-als zijne broers en zuster — voor deze maande-lijks eenige fianken ondersteuning op te brengen. Den oorlog kwam, met zijnen nasleep van werkeloosheid en ellende ; met het gevolg dat ons lid zelve zijne toevlucht tôt het Steuncomiteit nemert moest. Het gevolg daarvan was natuurlijk dat, gezien hij zelve moest gaan doppen, het hem onmo-gelijk werd zijn vader verder den maandelijk-schen steun uit te betalen. Deze laatste daagde zijn zoon voor den rechter. En dien rechter gaf dien vader het recht de meu-belen en huisraad van zijn zoon gerechterlijk te doen verkoopen. En dien vader deed dat 1 Toen ons bondslid mij dan ook, ten einde raad en eene sombere wanhoop ten prooi, spreken kwam, had hij nog enkele uren — tôt vijf uren namiddag — den tijd. Als op dit uur geen zekere som geld bij den deurwaarder gebracht was, zou den volgenden morgen heel zijn boeltje op de Vrijdagmarkt gerechtelijk verkocht worden. Bij middel van een op zijne deur geplakt be-richtje, was dit dan ook het publiek reeds bekend gemaakt. Dit berichtje voeg ik hier bij. Zonder dat toch zou de geschiedenis niet volmaakt zijn. Studie van deurwaarder Jules Schmit, Van Maerlantstraat, 70, Antwerpen. Op Woensdag, twaalfden December 1900 zeventien ten elf uren des raorgends, torenuur, zal er door he ambt van deurwaarder Iules Schmit te Antwerpen, overgegaan worden te Antwerpen ter VrUdagmarkt tôt den openbare en gerechtelljken verkoop van eene parti] huismeubelen zooals spiegel, schouwgarnituur, kassen, foyervuur, naaimachien Durkopp, stoelen, storen en venstergordijnen, gravuren-, tafel in notelaar, linoléum en meer andero voorwerpen te lang om te melden. De verkoop geschied kontant zonder kosten voor de koopers. Men zegge het voorts. Eene andere geschiedenis nu, welke ik ook een dezer dagen te hooren kreeg. Het zal al wel ongeveer een paar jaren geleden zijn dat — zooals met ailes — de prijzen van de boter door onze goede, godvruchtige en onbaat-zuchtige boerkens van dag tôt dag werden opge-dreven, met het gevolg dat maxiinumprij^en gesteld werden. Terwijl dat laatste weer voor gevolg had dat de boter uit de winkels spoorloos verdween. We kennen dat liedje toch. De Duitsche overheid stelde dan het «Syndicaat der Boterhandelaren» voor de distribuée van boter voor het volk, in handen te nemen. De voorwaarde was dat de boeren zouden verplicht worden hunne boter aan gezegd Syndicaat, tegen een vastgestelden prijs, regelmatig af te leveren. Aan elk ander persoon zou den verkoop van boter verboden zijn. Terwijl het Syndicaat de boeren welke die regeling zouden overtreden en aan hoo-gere prijzen verkoopen, aan de Duitsche overheid zou bekend maken welke dan de straffen zou toe-passen. . Daar het Syndicaat echter deze laatste voorwaarde niet wilde aanvaarden werd vastgesteld dat onze Belgische rechtbanken bevoegd zouden zijn om de woekerende boeren te oordeelen. Daarop nam het Syndicaat de zaak in handen. De meeste boeren echter wilden meer geld van hunne boter maken en zonden deze den duisteren smokkelweg op. Verschillende werden, de eerste weken reeds, geknipt en aan het gerecht overgeleverd. Terwijl de in beslag genomen boter aan den maximum-prijs verkocht werd en het daarvan voortkomende geld ter beschikking gdhouden, voor hetgene waarvoor de rechtbanken het zouden willen be-stemmen.De iWnters welke echter zoo onverzettelijk zijn

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes