Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen

156 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 28 Juillet. Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen. Accès à 21 juillet 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/pr7mp4ww9x/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

ZATERDAG 28 Juli 1917 3de JAARGANG nr 9 SYNDIKAAL MEDEDEELINGSBLAD Orgaan van den Antwerpschen Diamantbewerkers Bond çn der Federatie van Vakbonden De redaktie behoudt sich voor, ingezonden stukken al of niet te plaatsen VERSCHIJNT BIJ GELEGENHEID Redaktie en Administratie : Plantijnlei West, 66, Antwerpen Een "duurzamen,, vrede In de mode is nu de laatste maanden en dat wel bij aile strijdende partijen het woord «vrede». Onder aile vormen, bij elke gelegenheid wordt het te pas gebracht. Geen enkel staatsman die den mond opent, voor oî na een feestmaal, in parlements of andere vergaderingen ; geen journalist welke iets van beteekenis neerschrijven wil of hij heeft hetover: eervollen vrede, duurzamen vrede eu zoo nog wat andere soorten van vredes. Dat deze uitlatingen nu het, blijkbaar uitge-diende, eeuwige geblaf en gedreig met oorlog tôt dit en oorlog tôt dat doel, vervangen heeft, kan natuurlijk enkel dezen welke van den oorlog, nu of van voor het begin reeds, walgen, verheugen. Het is het rneest doorslaande bewijs toch dat aile volkeren deze inoordpartij, zonder voorgaande, beu zijn. Meer zelfs dat de voor deze rampen verantwoordelijken overal, gevoelen dat hunne volkeren niet meer zoo maar weer op tehitsen zijn met zeifde phrasenen machtspreukendiesederteeu wen gediend hebben om millioenen—wier belang eigenlijk bestaat in het vredevol met en naast el-kaar te leven — het op elkanders vernietiging te doen toeleggen. Men hoort niet meer over nog zooveel en zoo-veel jaren oorlog ; men hoort enkel over vrede. Het is het verschil in opvatting over de soort van den vrede welke die twintigste-eeuwsche schande nu afsluiten moet dus, welke het inoorden nog voortzetten doet. Want dat er vrede komen moet roepen ze nu allen. Het meest hoort men wel over «een duurzamen vrede». Dien toon zingen zelfs de behoudsgezin-den — steeds de grootste drijvers naar oorlog, de koppigsten om hem voort te zetten — nu cok mede. Meenen die soort lui het ? of trachten zij met dit woordje «duurzamen» enkel hunne wezenlijke bedoelingen te dekkeu ? Vreezen zij dat wanneer de uitgeputte, bloedende volksmassas niet wat moesten ontzien worden, zij hunne heerschappij zouden afschudden, hen niet meer erkennen als de van God uitverkoren regeeringsklasse ; hen niet meer afvaardigen als hunne toekomstige wet-tenmakers ? Wij zullen dat nu niet verdergaanoriderzoeken, de tijd komt wel en spoedig 00k, dat zal kurinen aangeteekend worden welke soort menschen, of beter nog welke opvattingen, voorrechten en vooroordeelen, schuld hebben aan dezeonnoeme-lijke, drie-jaren voortdurende schandedaad. Van meer beteekenis is het nu eens te zien wat wij, democraten dan, van den komende vrede ver-wachten waar het betreft de mogelijkheid zijner «duurzaamheid». # * * Is een duurzamen vrede wenschelijk en moge-lijk ? Ik geloof niet dat er een mensch bestaat dien naam waardig, welke daar aan twijfelen zal. De wetten in aile moderne staten verbieden immens wel het vechten in den Staat. En toch zijn de belangen binnen de grenzen der oorlogvoerenden soms wel zoo tegenstrijdig als dezen welke de oorlogen ontketenen. Niemand toch zal beweren dat de belangen van arbeider en kapitalist dezelfde zijn. Evenmin als deze der verschillende volkeren onder de Oosten. rijksche, onder de Engelsche en andere regeerin-gen vereenigd. Is er nu ééne regeering welke toelaat dat de werklieden hunne geschillen met de nijveraars door de wapens beslechten. Zou Oostenrijk dit de Hongaren of Tsecken toestaan waar het geld hunne zoo scherpe nationale tegenstellingen ; Engeland dit van de Ieren of Boeren dulden ? Zou de Belgische regeeririg, zou het Du^tsche beheer nu dulden dat Vlamen en Walen hunne meeningen en belangengeschillen met kanon en mitrailleuse gingen beslechten ? Neen, niet waar ? Er zijn wetten ; er zijn parlementer En die allen verbieden een geweldadige beslechting van geschillen. Zij zijn het dus allen tezamen eens : dat ereene andere manier van handelen mogelijk, nuttig, noodzakelijk is. Wij zullen ons nu niet gaan verdiepen in de tegenstrijdigheid van al die regeeringen, die het geweldplegen binnen hunne eigene grenzen voor eeuwig uit den booze verklaard hebben, maar ditzelfde, op een anders grondgebied, als een, soms eersten, plisht voorschrijven. Het is immers over het mogelijke der « duurzaamheid » van den komenden vrede dat wij het nu hebben. En wij hebben die, zoo maar voor de hand liggende, bewijsvoering maar naar voren gehaald om aan te toonen : dat dit mogelijk IS als de machthebbers willen. Den vrede is dus wel degelijk verbroken ge- worden door den wil der klasse welke de regee- ringsmachten in handen hadden en hebben. Hij zal terugkomen als die machten het willen. Hij zal duurzaam zijn als en zoolang het in hun afzonderlijk belangenkraam te pas komen zal, of Hier staan wij nu voor hetgene volgens ons eigenlijk een duurzamen vrede mogelijk maakt. Wij hebben en gemakkelijk, kunnen aantoonen : dat de bevoorrechte klasse, welke immer de wetten maakte en regeerde, dat die 00k steeds den oorlog gewild heeft als hij kwam. Even gemakkelijk is dan 00k te begrijpen dat zij dien in de toekomst nog ontketenen zal als hare belangen het vergen. Welke, zoo eenvoudig als gezonde redeneeiing ons dan vanzelve tôt de zekerheid brengt dat een door diezelfde machthebbers, volgens hunne zienswijze en belangenbegrip, nu te sluiten vrede evenmin « duurzaam » zijn zal als dit met al de vorige het geval was. Tractaten toch bewijzen niets, verzekeren nog minder. Dezelfde macht toch die ze afsloot kan ze breken. Heeft ze in verleden reeds ontelbare malen verbroken. Tractaten zullen dus nu 00k niet de minste duurzaamheid aan den komenden vrede verzekeren ; zijnen duur even onzeker maken als het tôt hiertoe was. Met dan dus weer opnieuw de be-wapeningswoede, den volkerenargwaan en weder-zijdschen haat, grootendeels voortvloeiende uit dien onzinnigen gewapenden vrede met zijne tallooze, drukkende lasten. Daar nu toch elk ? ! ? een duurzamen vrede wil en onbetwistbaar vaststaat : dat de tôt hiertoe geregeerd hebbende machten dien nooit kunnen brengen hebben, de door hen steeds gebruikte middelen, maar meer nog hunne onveranderde inzichten, weer nog niet de minste waarborgen bieden, blijft er dus niets anders over dan eene andere macht hare voile en ten zeerste verdiende medezeggenschap te verleenen. Wij bedoelen hier de « volksmacht » in zijn geheel. Het « volk » dat in vredestijd, door zijn arbeidsvermogen en energie den rijkdom, den vooruitgang van den Staat beteekend en waar-borgt ; in oorlogstijd zijn legers vormt. De volksmassas willen geen oorlog. Zij ver-langen niets meers en beters dan in vrede te arbeiden, naast en met elkaar ; van in gezins en vriendenkring te genieten van dien arbeid, den vooruitgang en genoegens dien hij hunne omge-ving en hen zelve medebrengt. Indien het eigenlijke, nu het meest lijdende en bloedende « volk » zijne voile medezeggenschap krijgen zal in het vaststellen van den nu komenden vrede ; meer nog indien de, nieuw in te gaane, vredesperiode zich kenmerken zal door eene voliedige medezeggenschap van elk bij het uitoefenen der regeeringsmachten.. dan alleen is de mogelijkheid tôt eenen duurzamen vrede ge-schapen. Wat geen tractaten, hoe diplomatisch kunstig 00k ineengedraaid, ooit vermochten en 00k nooit zullen vermogen, dat kan en zal eene « volksre-geering»; een wezenlijk democratisch regeerings-stelsel.Want wanneer vaders en moeders, zusters en verloofden, wanneer het geheele tôt vechten en lijden gedoemde volk eerst zijne toestemming zal moeten verleenen eer tôt den aanval op eennabu-rige staat zal mogen besloten worden ; als agra-riers en nijveraars zullen weten dat oorlog de opheffing van persoonlijk bezlt en winstmakerij voor zijnen geheelen duur zal met zich brenge^, zooals hij nu reeds de vrijheid van het individu, om over zichzelve te beschikken, ontneemt dan komt er geen oorlog meer ; dan zal de vrede «duurzaam» zijn ; en dan zullen de anders voor den bewapeningswaanzin bestemde milliarden een groot deel der nu geslagen, finantieele kuilen kunnen vullen, die anders ten koste van jaren ar-moede der bevolkingeri zullen moeten gedempt worden. Men roept nu overal over een « duurzamen » vrede. Immer echter hebben de regeerende, bevoorrechte personen hunne ware bedoelingen onder mooie woorden weten te versteken. Zoo was het steeds, zoo zal het bij velen dier roepers, waar 00k, nu 00k wel zijn. Woorden, uitdrukkingen kunnen uitgelegd worden zooals men maar wil. Alleen daden spreken. Laat ons dus op die daden, op de onloochenbare feiten letten en in het licht daarvan de woorden hunne ware beteekenis geven. Wie wezenlijk wil en wenscht dat in de toekomst de volkeren zichzelve regeeren, hunnen , eigen gang regelen zullen ; wie waarlijk verlangt dat de staatsregeling democratisch weze, het ge-zond verstand van wie 00k en niet eene bevoorrechte groep de teugels hou den zal wie dat wezenlijktoont te willen, die wil een «duurzamen» vrede. Al wie echter voorstander van het oude regiem blijft, van dat regiem, van die opvattingen en inzichten die steeds den oorlog gebracht hebben, hem dus nog en onvermijdelijk brengen zullen.... die allen meenen het niet met hunne «duurzaamheid» van den vrede, die probeeren nu weer, met groote, mooie woorden, de massas blijde te maken en... de absolute macht en voorrechten voor zich te houden. Dat zal echter wel niet gaan nu. De volkeren hebben reeds te zeer gebloed en gehongerd, te zwaar geleden overal om zich nog de hand te laten vullen met eene «doode musch». «Autocratie» en «vrede» zijn niet te koppelen, vloeken tegen elkaar zooals zij dat immer deden, zooals zij steeds onvereenigbaar waren. Alleen «démocratie» harmonieert met vrede, met «duurzamen vrede». L. V. B. Vermindering van Gazverbruik Wanneer dit verschijnt zal onze lezers wel en maar al te goed bekend zijn dat zij hun gazverbruik hoeven te verminderen op straf van geheel van het verbruik daarvan uitgesloten te worden. Het is dus daarover niet dat ik hier spreken wil, noch protesteeren. In tijden als deze helpt dat toch niets en bestaat het eenige, waarlijk nuttige, werk dat te doen is, in te zorgen dat men zich zoo goed zulks mogelijk is aan de opgedrongen maatregelen aanpasse. Het is dan 00k in die richting dat ik onze lezers een wenk geven wil door hen in een paar woorden uit te leggen wat eene « hooikist » is en hoe men daarvan gebruik maken kan om en op beduidende wijze, gaz en kolen uit te sparen. Eene « hooikist » is niets anders dan eene gewone kist met deksel. Met dit verschil dan dat zoowel bodem en deksel als de vier wanden, langs binnen met eenen lap van een of andere stof bekleed zijn en tusschen die stof en het hout eene goede hoeveelheid goed droog hooi stevig ingeperst is. Dat dus bodem, deksel en wanden, langs de binnenkanten, flink met hooi gecapiton-neerd zijn. Voor het koken van melk nu, bijvoorbeeld, evenals voor ailes wat maar even koken moet, is zulk eene « hooikist » van geen nut. Wel en van groote beteekenis is zij voor ailes wat lang koken of stoven moet, om gaar te worden. Zoo bijvoorbeeld met boonen, erwten of andere soepen, pap van rijst, maïsvlokken, enz. kan zoo'n ding groote uitsparing van gaz verwezen-lijken ; terwijl het daarbij niet zooveel tijd der huisvrouw in beslag neemt en.... aanbranden ontnogelijk maakt. Wil men nu bijvoorbeeld zulk een gerecht klaarmaken, dan brengt men het gewoonweg op het gaz of kolenvuur in de kook. Zoodra het kookt neemt men den pot echter van het vuur zet hem in de «hooikist» en sluite deze goed. Wanneer men dan een of meerdere uren nadien — naargelang den tijd welke zoo'n gerecht koken moet — den pot er weer uitneemt zal men kunnen vaststellen dat den inhoud nog steeds op kook-hitte is en gaar. In Holland waar dat ding men-schenlevens lang in gebruik is zijn er die 's mor-gends de erwtensoep in de «hooikist» zetten, des avonds t'huiskomende ze klaar en kookheet vinden. De beteekenis der « hooikist » als zoodanig berust natuurlijk enkel op de hoedanigheid van het hooi als slechte warmtegeleider. Hoe dikker dan 00k de gecapitonneerde wanden zijn en hoe vaster de pot er in gesloten is hoe beter resultaat. Om zich, voor men zoo'n ding maken gaat, van zijne waarde te overtuigen diene een een-voudige middel, dat elk bij de hand heeft. Men wikkele namelijk den pot met soep, zoodra hij in de kook is, goed in eenige dagbladen en steke hem in.... het bed, tusschen de matrassen in en late hem daar maar zoolang men het noodig oordeele. Ik kan, op ondervinding steunende verzekeren dat het middel probaat is. Terwijl het daarbij 00k nog dat voor- deel ? ? ? heeft dat moeder de vrouw gerust haar bumpraatje kan houden of naar hetComiteitgaan, zonder te veel gazverbruik en zonder gevaar voor aanbranden.... L. V. B. Diamantbewerkersbslangen Verkeei-d begrip. Nog altijd vinden wij hier en daar op de fabrie-ken enkele onzer oude leden welke zich niet aan-gegeven hebben, voor onze gelegenheids contribuée en welke zoudoende in de plaats van een steun voor onzen zoo moeilijken strijd nu, daar-voor een beletsel opleveren. Zou het werkelijk voor dat arme half franksken zijn, welke hun die deelneming kosten zou ? Gunnen zij hunne werklooza kameraden die paar centen niet ? Kunnen zij waarlijk niet begrijpen welk een reuzenwerk onze organisatie nu in dezen zoo moeilijken tijd volbrengt ; hoe krachtig als voor-uitziende zij onophoudelijk aan de verzekering onzer toekomst werkt ? Het is een zeer spijtig, verkeerd inzicht van die vakgenoten. Dat halffrankske toch kan hunne armoede niet grooter maken ; terwijl het voor hunne werkelooze kameraden een steun en eene zedelijke opbeuring beteekend. Daarbij komt echter nog dat indien allen naar onze roepstem hadden geluisterd de verdiensten beduidend hooger zouden geweest zijn ; dit halffrankske dus twintigvoudig en meer zelfs zou zijn uitgespaard geweest. Wij kunnen niet meer doen als een beroep op het gezond verstand en goed inzicht dezer vakgenoten nu. Zij kunnen er echier op rekenen dat'zij achteraf, evenals wij dat zullen moeten, over hnnne doenwifze in dezen tijd, aan het algemeen onzer kameraden, zullen moeten verantwoorden. En of zij er dan trotsch zullen op zijn hunne organisatie en kameraden in den moeilijksten tijd in den brand te hebben gelaten valt wel sterk te betwijfelen. L. V. B.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes