Vooruit: socialistisch dagblad

439 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 17 Novembre. Vooruit: socialistisch dagblad. Accès à 15 juin 2019, à https://hetarchief.be/fr/pid/t727942619/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Drukster-U îtgeefste» ganu îV\aatschap£jj KET LÏCilT bestuurder» p. DE VISCM. Ledeberg-Oent . . REDACTIE . . ADMINISTRATiE HOOGPOORT. 29. GENT VOORUIT ABONNEMENTSPRIJS BELG8E Orte maanden. . . , . fr. 3.29 Zes maanden . . » . . fr. 6.50 Een jaar ....... fr. 12.50 Mea abonneert zich op aîle posttmreete» DEN VREEMDE Orie maanden idagelijk» vsrzonden). • .... fh 6.79 Orgaan des* Belgische Werkliedenpartif. — Verschjjnende aile dagen. Bekendmakingen VEROBDEïîING betreffende het toezichts. en aanmeldings-wezcn.Ter vervanging der bepalingen, uitge-vaardigd in het bijvoegsel van het dagbevel van 14. 5. 1915, en bekend gemaakt door de Etappenkommandanturen, betreffende het toezichthouden op de tôt aanmelding ver-plicbte personen, wordt het volgende be-paald : I. Bij aile Etappenkommandanturen zijn Aanmeldingsbureelen «Meldeamt» in te richten. II. De Aanmcldhigsbureelen hebben het toezicht over : 1. aile mannelijke Belgen, geboren in de jaren van 1880 tôt 1898, het eerste en laatste jaar in beide gevallen inbegrepen, 2. de leden der vroegere burgerwacht, û. de vroegere Belgische militaire perso-»en, die in het gebied der betreffende kom-wandantuur als zoodanig vastgesteld of ge-vangen genomen werden, 4. De ontslagen Belgische burgerlijke- en krijgsgevangenen die naar het gebied der betreffende kommandantuur weer terng ge-ïonden werden, 5. aile mannelijke en vrouwelijke personen boven de 15 jaar, welke toebehooren tôt landen buitendien nog in oorlog met Duitschland zijnde, 6. aile weerplichtige Duitschers, welke niet als soldaat tôt het leger toebehooren of tôt eene hieraan toegevoegde militaire overheid, 7. de personen van elke nationaliteit, die voor de eene of andere reden onder ver-Bcherpt toezicht geplaatst zijn. III. Lijsten van genoemde personen die bij de plaatselijke burgerlijke besturen of bij de etappen-kommandaturen zich bevin-den, zijn aan de aanmeldingsbureelen over te maken. Veranderingen zijn door de burgerlijke besturen binnen de drie dagen aan te geven. IV. Het geheele toezicht en de Terplicbt© aanme'diag hebben alleonlljk voor doel liet getal aisook de verbîijfpiaats vast te stellen. derpersonen weike onder toezicht te stellen zijn. Er wordfc uitdrukkelijlc op gewezen, dat er geen.sprake is noch van inlijven van Belgen of andere personen van vreemde nationaliteit in het Duitsohe leger; noch van hun vervoer naar een Duitsch gevangenkamp. V. Ieder onder toezicht gestelde persoon (met uitzondering der Duiteche weerplich-tigen) verkrijgt eene aanmeldingskaart «Meldekarte». Hij moet zich ton minste, één maal per maand, persoonlijk bij het aanmeldingsbureel «Meldeamt» en op de bepaalde aanmeldingsdagen aanbieden. — De plaats gevonden aanmelding wordt op de kaart vermeld. Ieder onder toezicht staande persoon inoet altijd deze kaart, alsook zijne cenzel-vigheidskaart, bij zich hebben. Schippers die gestadig op hun schip wo-nen, moeten zich binnen de tijdruimten van 4 weken bij het voor hunne verbîijfpiaats bevoegde aanmeldingsbureel «Meldeamt» aanbieden. VI. Voor iederc reis, tijdclijbe verandering van woonst, alsook voor bestendige verandering van woonst, moeten aile van aanmsldingskaarten «Meldekarte» voor-ziene personen (II/1-5 en 7), uitgezonderd de schippers, de toelating van Unn aanmeldingsbureel «Meldeambt» hebben. Zij moeten zich dus eerst daar vervoegen, alvorens op het pasbureel een reispas aan te vragen. Reizen te voet, binnen het etappengebied, welke niet langer dan 24 uren duren, en die niet' buiten het etappengebied voeren, behoeven niet aange-meld te worden. In geval van bestendige verandering van woonplaats moet zich de onder toezicht gestelde persoon, binnen de 48 uren na aankomst in zijne nieuwe woonplaats bij het bèvoegdp aanmelding». bureel («Meldeamt») aanbieden. VII. Aankomst en verandering van woonst van een onder toezicht staanden persoon (II/1-7) moet door de plaatselijke overhe-den alsook door den verkuurdcr en derge-lijken binnen de 3 dagen aan het bevoegde aanmeldingsbureel («Meldeamt») op-gegeven worderi. VIII. Voor de uitvoering dezer bepalingen geldt de «Dienstanweisung fur die Meldeâmter», welke aan aile pasbureelen en aanmeldingsbureelen gezonden is. Op grond hiervan wordt aan aile betrokkene personen op hun aanvraag door de aanmeldingsbureelen («Meldeâmter») en pasbureelen nadere inlichfcing verstrekt. IX. Het instellen der aanmeldingsbureelen «Meldeâmter» en het uitvoeren dezer bepalingen moet uiterlrk den 30. 11. 15 vol-trokken ziin. X. Zij die aan hun aanmeldingsplieht niet stipt voldoen of zich gedarig daaraan onttrekken, worden met ten hoogste 1000 Mark geldboete of met ten hoogste 6 weken gevangenis gestraft, indien er volgens andere verordeningen geene hoogere strof bepaald wordt. Geldboete kan ook bene-vens gevangenis toegepast worden. In zwaardere gevallen is het vervoer naar een gevangenkamp in Duitschland van toepassing. XI. Ieder verlles van eene aanmeldings-(«Meldekarte») moet dadelijk r.an het be. voegde meldeambt bekend gemaakt worden. De uitreiking van eene tweede afle-vering welke altijd aan den bovenkant als zoodanig moet vermeld worden, kan al-leenlijk dan kosteloos gedaan worden, in. dien het verlies als zijnde zonder schuld kan bewezen worden. Bij gebreke van dien is hiervoor 5 Mark voor eene eerste hernieuwing, en bij verdere hsrhaling 10 Mark te betalen. Jok de straffen bepaald onder X kunnen toegepast worden. De eerste uitreiking der kaarten geschiedt kosteloos. Gent, den 25 Oktober 1015. Der Etappeninspekteur, von Uà'GEïî, HET VERVAL DER AMBACHTEN .IX. De stiel van schoenmaker is ons ge-bleken veroordeeld te zijn; allecn de am-bachtslieden die te oud zijn, om nog van beroep te veranderen, strijden nog. In 1896 op 19.050 ondernemingen in v/erkzaamheid, waren er 14,498 die geen enkele werkman bezigden en 1163 die alleen familieleden in gebruik hadden. In werkelijkheid waren 82 per honderd der patroons-schocnmakers slechts schoenlappers. Nu wordt zelfs de schoenlapperij zelf bedreigd door de fabriek. Deze na den ambatsman onteigend te hebben van het maken der schachten, heeft hem geheel de voo'rtbrengst afge-nomen en vandaag gelast de fabriek zich met de herstellingen. Er bestaat reeds een mekaniek orn de bottienen op te pinnen, die in reparatie worden gezonden, eene vinding die de ambachtslieden, m vertwijfeling brengt. Men ziet dat mekaniek in werking in de Rue de l'Empereur en de Chaussée de Wavre te Brussel. * * * Gaan wij over tôt de bakkerij. Wij stellen er een aangroei vast van het pa-troonschap van 80 per honderd. Nog een stiel die met zal verdwijnen, rcepen de Staathuishoudkundigen. Als het voeding, vleeschhouwerij, charcuterie, taartenbakkerij, suikerbak-kerij of broodbakkerij betreft,zegt Bour-quin, dan is de aangroei aanzienlijk. Het is waar dat die stielen, een sterk afgeteekend handclskarakter hebben, dat grootendeels hunnen voorspoed ver-lclaart; maar als stielen behouden zij pe-heel hunne reden van bestaan, omdat hun ambt bestaat in het bereiden der voortbrengselen, die bijzondere goestin-gen voldoen van de kliënteel op een be-perkte markt. Deze algemeen makingen van Bour-quin bcantwoorden niet aan de werkelijkheid ; zij zijn gesteund op eene val-sche opvatting van den hedendaagschen smaak. De kapitalistische omkeering schaaft die goesting gelijk. Het is juist in de groote Centrums, waar de goestingen het meest verfijnd zijn, dat de val van den kleincn stiel, het verschrikkelijkst is geweest. Te Brussel waren er in 1846 247 bak-kersbazen, vijftigjaar later waren er noce 190 In hetzelfde tijdverîoop was de bevol-king aangegroeid van 123,874 tôt 194,505 inwoners. Hetgeen aan de kleine bakkers te Brussel gebleven is, als klienteel, dat zijn : i° De verwaande en moeilijk te be-dienen menschen ; 2° De handel. en leveraars ; 30 De slechte betalers. De bakkerij met de hand verdwijnt overal. Al het tragische van den toestand blijkt uit de naieve getuigenis van de Associatie der patroons Bakkers voor de Commissie der Kleine Burgerij. Zij zeg-den : Indien de Grondwetmakers van 1830, de uitvindingen van het machinisme, hadden kunnen voorzien, oorzaak van overvoortbrengst, die ons zulke schrikkelijke concurren-tie aandoet, die al de kleinen ver-plettert, dan is het geheel waar-schijnlijk dat zij een rem aan die vrijheid zouden gebracht hebben. Zoo goed die vrijheid was eenige jaren geleden, zoo nadeelig is zij nu voor aile kleine burgers. Te Cent is dè bakkersstiel verlaten se-dert de opkomst der Samenwerlyingen. In 1879 waren er in deze stad 2/4 bakkers ; in 1892 waren er nog 223 en in 1905 bleven er nog 111 over. Behaîve eenige uitzonderingen, is er in Gent om zoo te zeggen geen enkele bakker meer, die nog kan leven bij mid-del der uitoefening van zijnen stiel. De bakkers hebben er de taartenbakkerij bijgevoegd, alsook den verkoop van spek, de kruideniers waren, de schoenhandel, de meubels, het keuken-gerief of de charcuterie. Verscheidenen zijn er toe gekomen dat hun winkel eerder op eén bazar gelijkt dan op eene bakkerij. Te Thienen is het getal bakkers wier stiel yekfciende is voor hun bestaan, zeer klein. Allen moeten er iets bijdoen, de bloem, kruidenierswaren en vooral de sterke dranken. Te ftiaesyok vindt men hoogstens drie à vier bakkers die geen anderen handel bijdrijven. Te Leuyen doet zich juist hetzelfde verschijnsel voor. Op 105 bakkers dezer stad waren er in 1905 maar 17 die geen enkelen bij-voeglijken handel of beroep uitoefenden. Zoo verkochten bijvoorbeeld 64 choco-laad, 58 suikergoed, 65 lekkerkoek, 21 hielden herberg, 25 kruidenierswinkel, enzoov'oort. Geheel de grootvoortbrengst is inge-nomen door de broodfabrieken. Op 150 zakken bloem, die dageiijks in Leuven tôt brood verbakken worden, worden er 80 verbezigd door de meka-nische bakkerijen en 70 schieten over voor de handbakkers. Het is natuurlijk dat deze voortbrengst onvoldoende is 0111 het bestaan te verze-keren der 93 bakkersbazen en hunne fa-milie.In 1897 zijn een groot aantal bakkers verdwenen en sedert dien hebben 25 hetzelfde lot ondergaan. Te Ven/lers en omliggende is het aantal bakkers gevoelig verminderd. Te Brugge gaat de bakkersstiel naar den ondergang. De meeste bakkers ver-bruiken geen zak bloem per dag. (W. V.) 'F. H. mm be Aardappelkwestie In ons nummer van 13 dezer wordt er —< volgens het «Landbouwleven > — een zoogô-zegde man der praktijk aan het woord ge-laten over de berekening der aardappelop-brengst per hectare. Volgens don man der praktijk is eene op-brengst van 16,000 kilogrammen schilbare en 4,000 kilogr. kleine aardappelen eene uitzondering en zou men niet meer mogen aaAHiemen dan eene opbrengst van 10,000 kilogrammen per hectare. Mas,r, mijnheer de man der praktijk, volgens mij misrekent gij u, want ziehier eenige duideiijke eijfers : Eene hectare is toeh wel 10,000 vierkante meters. Eene opbrengst van 10,000 kilogr. per hectare is toch wel 1 kilogr. per vierkanten meter — en dat is onaanneemlijk en on-waar.Ziehier eene berekening en geloofwaar-diger dan die, volgens den man der prak-tij'. : 1 gemet of 300 roeden land, beplant meb aardappelen. brengt op middelbaren oogst 100 zakken van 110 kilogr. 1 roede is 4 meters lang va breed of 16 vierkante meters. 300 roeden of 1 gemet, is dus 300 x 16 = 4S00 vierkante meters 600 roeden is dus 600 x 18 = 9600 vierkante meters of 400 vierkante meters min dan eene hectare en de opbrengst is 22,000 kilogrammen. Ik zeg « eene middelbare opbrengst », want in het goede land, zooals er gevonden wordt te Landegem, Hansbeke, Bellem,Ael-ter en ook in het kanton Oosterzeele, is de opbrengst van 25 tôt 28,000 geen wonder. Ik spreek hier natuurlijk van goede eet-bare aardappelen. Ook zegt onze man der praktijk te moeten rekening houden der gestolen aardappelen. Hij voor zijn paart is er op 70 aren land 3 à 4000 kilogr. gestolen, waaronder a/1 de kleinen. Wij oordeelen daarover naar goarldunken. Dan krijgt hij ook nog bezoek van een aantal behoeftigen. Volgens hij beweerfc 10, 20 à 30, die ook al Het lezen van Boeken Yoordracht gehouden door gezel J, P. J)'H0EDT, gehouden op 26 Octobèr in «Oiis Muis». Waarde Gezellen en Gezellinnen, Het lezen speelt in ons leven een groote toi, zoodanig dat het zelfs eene beh'oefte ge-worden is voor ons bestaan. Wie niet lezen kan, voelt zich ongelukkig, wordt gedurig vernederd, en staat weinig hooger dan het I redelooze dier. Konden aile menschen lezen, zôô lezen, I dat zij er hunne hersenen bij gebruiken, men 2ou niet met hen handelen zooals men nu ! doet, hen niet als minderwaardigen, als sla-i ven gebruiken. De roeping van den mensch is sienseh te zijn»' zegt Multatuli. Wie ongeleerd is, is onweiend, en kan zich onmogeli-jk met zijn geestelijke ontwikkeling onledig houden. dus niet lezen kan, kan zich dan ook Koeilijk tôt mensch, in den edelen zin van ûet woord, opwerken. Dat wil niet zeggen, I opt allen die wél lezen kunnen, wél geleerd Z'JE, ook menschen zijn, in dien zin zocals I Multatuli het bedoelt. I Onder 6ngeleerde menschen treft men ook I wden aan met vele goede eigenschappen, I (l,e tôt het mensch-zijn leiden. Terwijl men r oader geleerde lieden heel vrat schurken [ rndt' ev'n§'oed a'8 onder degenen die noch I ie^en. noch schrijven kunnen. Het komt er I ous niet alleen op aan «geleerd» te zijn, zoe-J!s ,^e menschen zeggen, om «mensch» te I werden. I j' anneer de zedelijke ontwikkeling geen Selijken tred houdt met do verst»ndelijk« ontwikkeling, kan iemand door dez« laatste eon heel siecht en gemeen mensch zijn. } i6n ima® ln staa^ zijn dagbladen en boe-I 1 fn 'e zn : men maS kunnen schrijven, re-t( "u0!' men maS aardrijkskunde kennen,en ;■ 'tan men even dom blijven, even siecht , 'W, als dezen die iiiets van dat ailes weten. U0 zedelijke opvqeding moet samengaan < et "e gesstîlijke en yergtandelyke ontwik keling. om goede menschen te vormen, Als wij strevn naar de invoering van ver-plichtend onderwijs, dan is het om de werk-lieden in staat te stellen zich tegon ver-drukking te kunnen verdedigen door den gee3t. Het woord «verplichtend» kan velen af-schrikken, omdat het op dwang gelijkt-Maar we moeten daarvogr geen vrees koesteren, want zulke verplichting kan niet anders dan ten goede strekken, én aan het individu, én aan den staat, én aan de heele mens-ehheid. Wij gebruiken dwang om de misdaad te beletten. De opvoeding der kinderen ver-waarlooien, is ook een misdaad, en door het vrplichtend onderwijs kan men die misdaad tegengaan. Maar dan moet het onderwijs eene grondige hervorming ondergaan ; het onderwijs mag bij het ind niet ophouden bij het 12e of 13e jaar. Het moet voortduren tôt het 20e jaar. Wie lust en aanleg heeft, moet in staat gesteld worden hooger onder-irijs te genieten. Viie hooger onderwijs ge-noten heeft, heeft een goede ondergrond, waarop hij zijn geestelijk, verstandelijk en zedelijk levn kan opbouwen. Een ander middel tôt volksontwikkeling is het stichten van volksboekerijen. Die boe-kerijen echter zijn meestal op een zeer ge-brekkige wijze ingericht, bevatten to veel romans, een onbeduidende literatuur en veel te weinig wetenschappelijke werken. Ieder mensch moest een eigen bibliotheek bezitten — zooals dit in Noord-Nederland bij het grootste deel der bevolking, het geval is ; en elkeen moest van de weken die uij bezit, zijn beste vrienden maken. Maar we zijn nu nog niet zoover, we moeten ons dus behelpen met wat we hebben. Men zal beginnen grondig boeken te lezen eens men Tolwassen is; men zal zelf* die werken lezen waarmede rien niet instemt, alleen maar om er over na te r ;nken, en zich met argumenten te wapenen voor den strijd. Men vervvijze aile zoutelooze romans, die onzen geest ontzenuwen, in plaats van hem te versterken. Wij willen echter geen Index invoeren, iets waarin de kerk altijd zoo sterk is geweest. Wie aan anderen verbiedt boôkè&j® lezen. die hem nisfc bevalleu. moet nich al heel zwak voelcn om zijn ingenomen standpunt te verdedigen.Het moet met diens overtuiging al heel treurig gesteld zijn. Wie grondig overtuigd is van t' juiste van wat hij verdedigt, vreest geen tegenspraak, noch met het woord, noch met het senrift. Waarom leest men 1 Er zijn er die zeggen dat ze lezen uit tijdverdrijf. Maar tijd ver-drijven is tijd verkwisten. Men heéft nooit tijd te veel, maar wel te kort. Heel ons leven moet voor ons één lcer-school zijn, want nooit weten wij genoeg. Elke minuut, in ons leven, brengt ons iets nieuws al3 we maar genoeg onze aandacht vestigen op ailes wat er om ons heen ge-beurt. We moeten vooral boeken lezen, om onze moreele, sociale, geestelijke en verstan. delijke opvoeding te volledigen of te vormen.Er zijn lieden dis er zich op beroemen, dat zij elken dag een boek uitlezen. Maar dat zijn niet de beste en vruchtbaarste lezers. Met hun honderden boeken, die zij elk jaar verslinden, weten zij half niet zoo_veel als hij die in één jaar slechts twee boeken heeft doorgswerkt. Dus niet door het vele lezen doet men veel lcennis op, maar door goéd te lezen, dit wil zeggen door 't lezen zijnen geest te laten werken. Wolke boeken zal men lezen? Wtenschappelijke boeken zijn te droog, zegt men. Ik antwoord : Niets is droog als men zich maar op begrijpen wil toeleggen. «De Jeugd moet zich oefenen in 't bepal&n. » zept Multatuli. Welnu. wij, rijperen in leeftijd, moeten ons oefenen in 't begrijpen ;vre moeten daarmede beginnen van als wij nog kind zijn. Kinderen zullen nooii boekan lezen van Aimard, Marlitt, Msine-Iîeyd, en die van andere ziekelijke sehrijvers, omdat zij wel-eens door die lektuur verloopen. Hun fan-tazie is in een verkeerde baan geleid ge-worden. Dat men Conscience leze, die »1-hoewel niet hoogstaande als kunstenaar, toch geen verkeerde invloed zal uitoefenen on de kinderhersenen ; nem» men Jules Vçi'oe in de hand, db- IfiftrzaSR© rooians schreef zoowel voor kinderen als voor vol-wassenen. IN'cIli van Kol heeft prachtige stukjes geschreven, die aile ouders aan hun kinderen zouden moeten laten lezen of vôôr lezen. Het lezen van voor het kind passende boeken. kan van zeer grooten invloed voor hetzelve zijn en zijn heele latere leven richten.Hebben die boeken een gezond, opvoe-dende, eene kundige uiteengezette strek-king, dan mot dat altijd weldoende op de kinderen werken. Ouders die veel lezen. die zich met gees-telijken arbeid onledig houden, zullen, over 't algemeen, hunne kinderen tôt verstan-dig© menschen zien opgroeien. Ook veel met zijne kinderen spreken over ailes wat hun geest vatten kan,'is zeer aan te beve-len..Nieuwsgierige kinderen moet men steeds te woord staan, als zij veel om allerlsi in-lichtingen vragen. Sommige ouders vinden het gedurig vragen hunner kinderen lastig en schepen ze brutaalweg af, 6i geven ze valsche antwoorden,éf maken ze aile soorten leugens wijs.om er van a£ te zijn.Dat is zeer verkeerd gehandeld, want in het eerste geval, worden de kinderen bevreesd en eindi-gen met niets meer te vragen ; in het tweede geval, maakt men ze leugens wijs en zoo zal men ze ook leeren liegen. Alleen de ziekelijke nieuwsgierigheid moet men bij het kind tegen gaan.Doet mea dat niet, dan bederft men zijn gemoed en karakter. En toch, dat wordt veel te weinig gedaan. Van daar dan ook, dat over 't algemeen de menschen zooveel praten maar zoo weinig van beteekenis weten te zeggen. Kinderen, die door lezende ouders zijn grootgebracht, en die men gepaste lektuur heeft gegven, worden, over 't algemeen, intelligente menschen. De meeste ouders echter. schenken daar geen aandacht aan. Dit komt omdat bij hen 't verantwoordelijk-heidsgevoel ontbreekt. « Zooals reeds het zaad in zich aile eigenschappen der planten verborgen houdt, zoo slapen bij het kind zooveel kiemen van ver-stand en talent, die slechts v/achten op da toewijding ep de kennis vaa den tuinier^ die ze zal doen ontkiemen en tôt hunne voila •kracht opkweeken. » Welnu, ouders, weest gij die tuinier voor uwe kindere, en begint met hen doeltraf-fenda boeken te laten lezen,en hen te toonen dat gij zelf veel belang in 't lezen van goeda boeken stelt. Kinderen in onwetendheid te laten opgroeien, is zoo misdadig, al» ze door een eigen wulpsch leren of door 't gebruiken van alkoolische dranken, erfelijk belast ter v/ereld te doen komen, v.aardoor hun leven hen een lastpost i» en zij gedoemd zijn 6f als misdadigers, 6f als idioten te leven en een vroegtijdigen dood te sterven. Gij ziet, geachte toehoorders, dat onze verantwoordelijkheid tegenover onze kinderen zeer groot is, al hebben de meesten van ons daar ook maar weinig besef van. Boeken met zoogenaamde «tgewaagde» stel-lingen worden te veel gelezen om die stelliu-gen en die gewaagdheden zélf. En ook défc werkt verkeerd, want dan bederft men zijn gemoed, geest . en karakter. Onze onwetendheid is nog groot, op vele» lei gebied. Door lezen en nadenken moeteis wij daarin verhelpen. Hoe meer we leeren kennen, hoe duidelijker het ons blijkt dat we nog zoo weinig weten. Daarom moeten we ailes aangrijpen, elk oogenblik ons ta nutte maken, om onzen gèest te verrijken. Dat volmaakt ons leven. Iemand die leest en er bij denkt, is min-der vatbaar voor slavernij en onderdruk-king dan hij die het niet doet. Als het groot» deel der massa zou beginnen denken, zoude* de heerschers zeggen : s Het volk denkt, wij zijn verloren ! » Een denker is voor de heer-^ schendo standen, gevaarlijker dan duizend gewapende mannen. Met wapenen en ge-weld kan men deae laatst»n ondurdrukken. Do denker» kan m»n niet, nooit onder-drukken.Door niet lezen, of door 't lez#n van^m-doelmatige boeken, maken wij -onzen geest ongeschikt tôt verder ontwikkelen. Organen die niet gebruikt worden, worden dan ook ônbruikbaar. Door onze hersenen niet te laten werken, verstompen ze en worden wij onwetenden of idioten. G. d. V. 31e *aar » N. 320 Prijs per nemmar ; voor BolgiS 3 osEtiemen, voor den Vreemde 5 centiemsn Telefoon i Redsciie 24? ■ Admtnïsiraiie 2845 Woensdan 17 NO¥EHB£Bi 1S-15

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Vooruit: socialistisch dagblad appartenant à la catégorie Socialistische pers, parue à Gent du 1884 au 1978.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes