De Amerikaanse postercampagne in de Groote Oorlog

De Amerikaanse postercampagne in de Groote Oorlog

Letterenhuis 's profielfoto
Letterenhuis 04 juli 2016 50

Toen de Verenigde Staten op 6 april 1917 ten strijde trokken, werden alle middelen ingezet om de oorlogsinspanningen te financieren en het thuispubliek warm te maken voor de oorlog. Voor Amerikanen die geen kranten lazen, noch naar de bioscoop gingen, richtte de overheid de Division of Pictoral Publicity op. Charles Dana Gibson, een van de populairste Amerikaanse illustrators en voorstander van oorlogsdeelname, werd aangezocht om een groep van kunstenaars samen te stellen. Zij moesten propaganda-affiches maken. Gibson rekruteerde bekende mensen als James Montgomery Flagg en Joseph Pennell. Als de gelegenheid zich voordeed, werden ook buitenlandse ontwerpers ingeschakeld zoals de Nederlandse Louis Raemaekers en de Belgen Jozef Paul Verrees en Jozef Pieter Nuyttens.

Did Yours? (affiche) - Databank Agrippa, Letterenhuis  Little Americans (affiche) - Databank Agrippa, Letterenhuis

Om de Amerikanen aan te sporen tot de nodige inspanningen werd geen enkel middel geschuwd. Ook kinderen werden ingezet om de patriottische snaar te bespelen.

De posters maanden de Amerikanen aan tot spaarzaamheid en riepen hen op tot noeste arbeid ten behoeve van de oorlogseconomie. Werkmannen waren even hard nodig als mariniers; maar ook vrouwen werden gerekruteerd – als verpleegster, als arbeidster in de fabriek of landbouw of als naaister van kledingstukken voor soldaten.

De oorlog kostte tevens handenvol geld. Om aan voldoende middelen te komen, schreef de Amerikaanse regering leningen uit in de vorm van obligaties, Liberty Bonds. In de ogen van de campagnemakers waren er slechts twee mogelijkheden: Fight or Buy Bonds! Alle middelen waren goed om mensen mee te krijgen. Zelfs kinderen werden ingeschakeld, zo getuige het beeld van een meisje dat vertelt dat haar vader een obligatie heeft gekocht en de lezer met onschuldige blik, ‘Did yours?’ vraagt. De inspanningen waren alvast niet voor niets: in totaal werd er vierentwintig miljard dollar opgehaald, tweederde van de nationale oorlogsuitgaven.

Na de Eerste Wereldoorlog zou reclame nooit meer hetzelfde zijn. Het was alsof zij haar onschuld had verloren. De oorlogspropaganda was de eerste aanzet tot een nieuwe manier van werken die grote gevolgen zou hebben voor affiches en het beroep van afficheontwerper.

Deze tekst is een ingekorte versie van het artikel ‘De Eerste Wereldoorlog, Affiches trekken ten strijde’ van Robert Lucas, in: Zuurvrij, 24, juni 2013. In het Letterenhuis liep van 24 september 2014 tot 24 september 2015 de expo ‘On the job for Victory. Amerikaanse Oorlogsaffiches 1917-1918’. Reproducties van bovenstaande affiches zijn nog steeds gratis te verkrijgen in het Letterenhuis.