Ingevallen gezichten

Ingevallen gezichten

Redactie 's profielfoto
Redactie 01 mei 2017 0

Naar schatting 180.000 Belgen werkten vanaf 1916 als dwangarbeider in Duitse dienst. Vooral het afvoeren van Belgische burgers naar Duitsland lokte een golf van protest uit. De Belgische regering in ballingschap sprak over slavernij en de katholieke Kerk trok bij monde van Kardinaal Mercier hevig van leer tegen de Duitse deportaties. Ook de geallieerde bondgenoten spuiden hevige kritiek. Het internationale protest wierp uiteindelijk zijn vruchten af. Vanaf mei 1917 konden de gedeporteerden vanuit Duitsland terugkeren. Tenminste, zij die het overleefd hadden.

Hun terugkomst veroorzaakte een mix van enthousiasme en bevreemding. Moeders hadden moeite om in de magere schimmen hun eigen zonen te herkennen. Een getuige omschreef ‘de sukkelaars’ als ‘levende doden, geraamtes met de doodskleur op de wangen’. Stelselmatige ondervoeding, strenge straffen en mensonwaardig werk hadden hen getekend. Met enkel een kom waterige soep achter de kiezen hadden ze loopgraven gegraven of wegen hersteld. In enkele maanden tijd waren gezonde mannen tot 40 procent van hun lichaamsgewicht verloren. In combinatie met de slechte huisvesting in onverwarmde barakken en een gebrekkige hygiëne waren velen ziek geworden. Vooral TBC had lelijk huisgehouden.

Slavery for Belgians - Life: Belgian number -11/01/1917 - 1
Slavery for Belgians - Life: Belgian number - 11/01/1917 -p. 1

De gecensureerde postkaarten van het thuisfront hadden de dwangarbeiders op de been gehouden. Terug thuis voelde het warme bed echter vreemd aan. Velen slaagden er niet in de draad van het gewone leven weer op te nemen. Naast psychische problemen, waren ook de lichamelijke gevaren nog niet geweken. De mishandelde en ondervoede teruggekeerden waren erg verzwakt en daardoor extra vatbaar voor ziektes. Na afloop van de oorlog rakelden sommigen van hen hun pijnlijke herinneringen weer op voor de Rechtbank van Oorlogsschade. Dit speciale rechtscollege deed uitspraak over de toekenning van vergoedingen aan oorlogsslachtoffers. Vanaf 1921 lag die voor de dwangarbeiders op 50 frank per gewerkte maand. Verder ontvingen ze een bronzen kruis. De verkregen geldsom noch het insigne maakten het gedane leed echter ongedaan.

Reacties 0

Meer reacties