Ridders in de lucht

Ridders in de lucht

Redactie 's profielfoto
Redactie 11 september 2017 0

In 1914 stond de luchtvaart nog in haar kinderschoenen, maar de verwachtingen waren hoog. Het vliegtuig zou de mensheid sneller, verder en hoger laten gaan. Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbrak, begonnen zowel Duitsers als geallieerden volop de militaire mogelijkheden van de luchtvaart te verkennen. Ze bouwden elk een eigen luchtmacht uit. Hun steeds beter uitgeruste toestellen maakten verkenningsvluchten, bombardeerden strategische doelwitten of voerden zenuwslopende luchtgevechten met de vijand. Het luchtruim werd zo het meest tot de verbeelding sprekende theater van de oorlog. De Duitse en de geallieerde propaganda stelden piloten voor als nobele ridders die een oorlog vol avontuur beleefden. De piloten én de pers hielden elke overwinning in een luchtgevecht nauwkeurig bij. Wie meer dan vijf vijanden uitschakelde, werd een ‘aas’ genoemd, naar de hoogste kaart in een kaartspel.

Jan Olieslagers, de ‘Antwerpschen duivel’, in 1910. Olieslagers maakte naam als wielrenner en motorracer, voor hij naar de vliegsport overstapte. Tijdens de oorlog was hij een van de succesvolste Belgische piloten. (Bibliothèque nationale de France)

Jan Olieslagers, de ‘Antwerpschen duivel’, in 1910. Olieslagers maakte naam als wielrenner en motorracer, voor hij naar de vliegsport overstapte. Tijdens de oorlog was hij een van de succesvolste Belgische piloten. (Bibliothèque nationale de France)

De succesvolste ‘azen’ groeiden uit tot nationale helden. In Frankrijk werd Georges Guynemer een symbool van de Franse moed en vechtlust. Hij werd aanvankelijk afgewezen door het leger vanwege zijn zwakke gezondheid, maar geraakte er toch binnen. Als piloot verbaasde Guynemer iedereen. In zijn ‘Vieux Charles’, de koosnaam die hij zijn vliegtuigen gaf, behaalde hij maar liefst 54 overwinningen. Niet alleen de grote mogendheden hadden trouwens toppiloten. Ook België had met Willy Coppens de Houthulst en Jan Olieslagers ‘azen’ in huis.

L'illustration, 15 september 1917

De piloten zaten hoog en droog in hun toestellen. Ze ervoeren het conflict daardoor heel anders dan de doorsnee soldaat, die vastzat in de modder van de loopgraven. Maar ook voor piloten was de oorlog vol gevaren. Wie werd neergeschoten, had weinig kans op overleven. Zo verloren de Britten in 1917 hun piepjonge ‘ace’ Albert Ball. En ook met Guynemer liep het slecht af. Op 11 september 1917 werd hij neergeschoten boven het West-Vlaamse dorpje Poelkapelle. Guynemer, nog geen 23 jaar oud, overleefde het niet. Frankrijk was in rouw…

Reacties 0

Meer reacties