De arbeider der voedingsnijverheid: maandelijksch orgaan van de Landelijke Centrale der Werklieden en Werksters der Voedingsnijverheid van België

373 0
01 januari 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 01 Januari. De arbeider der voedingsnijverheid: maandelijksch orgaan van de Landelijke Centrale der Werklieden en Werksters der Voedingsnijverheid van België. Geraadpleegd op 23 april 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/9c6rx9422c/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

DE ARBEIDER der Voedingsnijverheid Landelijk orgaan van de Centrale der fVerklieden en IVerkslers der Voedingsnijverheid van ISelgië GEEN RECHTEN ZONDER PLICHTEN Beheer en Opstelraad : VOLKSHUIS Jozef - Steyensstraat, Brussel GEEN PLICHTEN ZONDER RECHTEN Kameraden, leest dit! Het Decembernummer van Le Petit Journal du Brasseur (Het Klein Brouwersdag-blad) bevatte eene samenvatting van eene voordracht die door den heer J. Logtenburg zoon, advokaat te Gent, vôôr het IVe kongres der Federatie van handelaars in bier op fles-schen en van spuitwaterfabrikanten gehouden werd. Het onderwerp van die voordracht was: Over de betrekkingen tusschen patroons en voerlieden, voornamelijk onder opzicht van het opmaken van kontrakten tusschen werk-gevers en werknemers. In den loop zijner voordracht heeft de heer Logtenburg aan zijne toehoorders zulke voor de vrijheid en de be-langen der werklieden gevaarlijke raadgevin-gen gegeven dat wij niet geaarzeld hebben het artikel van het brouwersorgaan aan par-tijgenoot Mangin, advokaat bij het Hof van beroep, te onderwerpen. Onze gezel heeft het volkomen ontleed en het ons met zijne aanmerkingen teruggezonden. Dit artikel is van groot belang, niet alleen \oor de vervoerders van bier op flesschen, maar voor al de loonarbeiders in het alge-meen, daar de patroons meer en meer voor gewoonte nemen van hunne arbeiders borg-stellingen te eischen en hun kontrakten te doen teekenen welke de ongelukkige werkers zich niet de moeite geven te lezen en die voor gevolg hebben dat zij hunne borgsom verlie-zen wanneer zij hunne patroons verlaten. Wij raden dan ook onze lezers aan het artikel van gezel Mangin met de meeste aandacht te lezen. * * In zijn nummer van 19 December geeft Le Petit Journal du Brasseur verslag over eene voordracht die op 21 September 1913 door M. J. Logtenburg zoon, ter gelegenheid van het I^e Kongres der Landelijke Federatie van Handelaars in bier op flesschen en van Spuitwaterfabrikanten, gehouden werë. De kritische beschouwingen die het eerste deel van die studie uitmaken kunnen als volgt >?m?ngevat worden : De patroons staan machteloos tegenover het ver-wijnen der flesschen, het beschadigen van het materiaal en den « klantendiefstal » waaraan de voerlieden van de handelaars in bier of mineraal "ater zich, beveiligd door hun onvermogen, plich-tig maken. Om die onvoldoeftde beteugelde mis- uiken te verhelpen, is het noodig een werkhuis-reglement en een kontrakt op te stellen in den zin van deze die hieronder volgen. Hier volgen dan het werkhuisreglement en het* kontrakt. * * * Ziehier de samenvatting van het règlement: Art. 1 en 3. — Verplichtend voor aile voerlie-len-verkoopers.Art. 2 en 11. — Zoolang door den arbeider de jorgsom niet gestort is en in elk geval gedurende le veertien dagen, is het kontrakt op proef getee-cend.Art. 4 en 8. — Bevoegdheid : laden, levefen, le prijs kontant ontvangen. Art. 5. — Verbod van aan andere voorwaarden )f voor lageren prijs te verkoopen, op straffe van mmiddellijke wegzending of van verlies van de lorgsom. Art. 6. — Verantwoordelijkheid van den voer-nan voor elke beschadiging of verlies van koop-varen, paardentuig, rijtuig, tenzij hij bewijze dat ùj niet in gebreke" is, dat wil dus zeggen dat de ar-teider in gebreke vermoed wordt. Art. 7. — De patroon schat de schade naar be-ieven, en houdt ze af van de borgsom. Na acht lagen mag de werkman geen verzet meer aantee-cenen.Art. 9. — De arbeider zal 's Zondags kosteloos îet paardentuig en de rijtuigen kuischen. Art. 10. — Te bepalen loon en werkuren : Lrc met voieiuue uag muet met Detaaia woraen-. Art. 12. Berekening der onkosten aan een rcoraf te bepalen prijs, naar het aantal spuit- of ;ewone flesschen. Art. 13. — Schriftelijke kennisgeving van ont-ilag : drie dagen op voorhand. Recht op een getuigschrift dat den datum van le indiensttreding en dien van het verlaten van len dienst vermeldt, doch niet de hoedanigheid ian de diensten. Art. 14. — Bepaling die de uitoejening van het ledrijj binnen het jaar verbiedt (zie verder arti-<el 3b van het kontrakt). Art. 15. — Eenige bevoegde rechtbank : degene lie in het aannemingskontrakt vermeld îs. * * Dan volgt de tekst van het kontrakt; het is nuttig het in zijn geheel weer te geven: KONTRAKT VAN BESLISSENDE AANNE-MINGTusschen de ondergeteekenden : 1° Naam en voornaam van den patroon of van de Arma ; 2° Naam en voornaam van den arbeider (zijn vroeger beroep aanduiden, bijvoorbeeld : gewezen schoenmaker) ; is overeengekomen hetgeen volgt : 1° De heer aanvaardt be- paald den tweeden genoemde als voerman-verkoo-per, aan de voorwaarden der werkhuisreglementen die in zijne inrichting in voege zijn, aângeplakt en neergelegd werden, en welke de tweede genoemde verklaart goed te kennen en er al de bepa-lingen van te aanvaarden ; 2° Als waarborg voor het getrouwe nakomen zijner verbintenissen "stort hij eene som van frank ; 3° Deze som zal hem terug betaald worden één jaar nadat hij den dienst heeft verlaten, op voor-waarde : a) Dat zijn patroon geene enkele schuld van hem te vorderen hebbe ; b) Dat hij gedurende één jaar na zijn ontslag, binnen het arrondissement geen drank verkocht hebbe, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, door aan eenen kollega de klanten zijner ronde over te geven, door een der zijnen aan dien handel te doen deelnemen, of door aan der den of aan klanten der firma te verkoopen... ; 4° In geval eene dezer voorwaarden niet in acht genomen wordt heeft de patroon het voile recht, zonder eenige rechtspleging, de sommen af te hou-den die hem verschuldigd zijn ; 5° Indien twee jaar na het verlaten van den dienst de borgsom niet gerechtelijk opgeëischt is, blijft zij beslist aan den patroon vervallen ; 6° Al de gerechtelijke betwistingen of vragen, van welken aard ook, die tusschen de partijen zou-den oprij^en, zullen onderworpen worden aan de bevoegde rechtbanken van het arrondissement . . . of, indien de patroon het begeert, aan twee scheidsrechters, waarvan de eerste door den werkman en de tweede door den patroon gekozen wordt. Indien de twee scheidsrechters tôt geene verstandhouding komen, zal beslissend uitspraak gedaan worden, zonder dat verder beroep of tus-schenkomst mogelijk is, door eenen derden scheidsrechter die zal benoemd worden door den vrederechter van de verblijfplaats van den patroon. # * * Wat zou het gevolg zijn van de toepassing van dergelijk kontrakt in de zakelijke prak-tijk?Laat ons veronderstellen dat de patroons er in slagen het kontrakt aan hunne arbeiders op te dringen en het gerechterlijk geldig te doen verklaren. Wat zal er gebeuren? Eenige voorbeelden zouden voldoende zijn om het wreed strenge karakter aan te toonen van de bepalingen die in het belang van den patroon opgevat zijn (1). 1. — Het kontrakt is geteekend op proef en gedurende veertien dagen aan half loon (art. 11 R.). Den Donderdag aangeworven, kan de werkman die op proef staat den daaropvolgenden Maandag, te middag, weggezonden worden. Hij zal den Zondag voor niets moeten werken hebben (art. 9 R.) en daar de Maandag niet voleindigd is, zal het werk van dien dag ook gratis zijn. Voor vijf dagen arbeid zal dus één dag en half loon betaald worden. 2. — Indien het rijtuig beschadigd of het paard gekwetst is zonder dat men er de oor-zaken van kan vinden, zal de arbeider den patroon moeten schadeloos stellen, daar hij de omstandigheden die zijne onschuld zouden bewijzen niet kan vaststellen (art. 6 R.). 3. — Indien de onkosten der ronde ver-zwaard worden door misslagen of door woonst-veranderingen der klanten, zal het des te slechter-zijn voor den voerman, aan Wie men de werkelijke onkosten niet zal terugbetalen, maar onkosten die op voorhand berekend zijn naar het aantal flesschen dat de klant ontvan- (1) De verkorting R. verwijst naar het règlement, de verkorting K. naar het kontrakt. gen heeft. Evenzoo indien de klant de koop-waar weigert. 4. — Een eenvoudige misslag bij het reke-nen volgens het tarief of bij het inkasseeren laat de onmiddellijke wegzending toe en doet de borgsom verliezen (art. 4 en 8 R.). 5. — De voerman moet kontant leveren. Het gebeurt dikwijls dat de klant niet over het noodige geld be,schikt of dat, bij zijne af-wezigheid, zijn personeel niet kan of niet wil betalen daar het daartoe noch bevelen noch geld ontvangen heeft. Van twee dingen éérie : Ofwel zal de voerman zeggen : <c Ik mag slechts tegen betaling afleveren, ik lever dus niet », dan veriiest hij zijne onkosten, daar hij zich nuttelooze moeite gegeven heeft; en wanneer het feit zich her-nieuxvt zal de brouwer zeggen : « Gij doet geene zaken genoeg, ik zend u weg » ; — of- ofwel : (( Ik zal ontvangen wanneer ik eene volgende maal langs hier kom. » In de brou-werij teruggekeerd, zal de voerman den prijs van het afgeleverde moeten voorschieten, want indien hij het niet doet zal de patroon hem kunnen zeggen : « Gij hebt niet kontant verkocht, ik stuur u weg. >> 6. — De voerman kan zelfs zonder reden ontslagen worden, op voorwaarde dat men hem er drie dagen op voorhand van verwittige; de patroon kan wachten van hem te ontslaan tôt wanneer hij zijne borgsom gestort heeft. Gevolg : De arbeider zal één jaar moeten wachten vôôr hij ze kan opeischen (art. 3 K.). Wanneer hij vervolgens aan den patroon schrijft kan deze eene betwisting uitlokken : « Gij zijt mij zulke som verschuldigd voor beschadiging van het paardentuig, voor te kort, enz., vastgesteld bij uw vertrek. » Wanneer de zaken op de lange baan gescho-ven worden, kan de werkman, na verloop van het tweede jaar, onder geen voorwendsel zijne borgsom meer opeischen (zie art. 5 K.). Om zijn recht op terugbetaling van de borgsom voor te behouden. is eene gerechtelijke opeisching, dus het maken van onkosten noodig.Welke arbeider zal zich één jaar na zijn ontslag herinneren dat hij een geding moet inspannen en dat zelfs eene opeisching per aanbevolen brief niet voldoende is'? Indien de arbeider, bij vergetelheid, door ziekte of door verwijdering, het jaar gedurende hetwelk hij kan handelen laat verloopen, zal de patroon zich het bedrag van de borgsom beslist toe-ëigenen. Het zal ook zuiver voordeel zijn voor den patroon indien de arbeider sterft en zijne weduwe of zijne erfgenamen niet weten dat er eene niet terugbetaalde borgsom bestaat. 7. — Ziet daar hoe de voerman dikwijls TWEEDE JAAR Nummer 1 JANUARI 1914 •

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes