De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk

574 0
12 november 1916
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 12 November. De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk. Geraadpleegd op 25 mei 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/rj48p5x69t/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Eerete Jaargang, Hr II 12 Novembes* 9986. Pi'ijs : 19 centiemen. Eerste Jaargaisg, Nr II — 12 Movembcr 1916. DE EENDRACHT Week b lad voor het Vlaamsche Volk. _ ABONNEMENTSPRIJS ; Een jaar fr. 5,20 Zes maanden » 2,60 Drie maanden » 1,30 Geene abonnenten worden aangenomen, die niet op voorhand het bedrag hunner inschrijving laten geworden. BUREELF.N : Voor het Generaal Gouvernement : PRINSESSTRAAT, 16, AÏITWERPEN. Voor het Etappen- en Operat'egebied : KONINKLIJKE TAVEERNE, KANAERSTRAAT, 10, GENT. Postchekrekeninp N° 86. AANKONDIGIA1GEN : Prijs naar overeenkomst. Ongeteekende stukken worden niet opgenomen. Geene handschriften worden teruggezonden. BOEKBESPREKING : Het toezentfen van één boek of schrift geeft recht op vermelding ; twee ext-mplaren, op bespreking. Polen en Vlaanderen Polen wordt wederom een ko-ninkrijk ! Deze verbijsterende mare zal, buiten Polen, wellicht nergens zoo diep een indruk verwekt hebben als in Vlaanderen. Voorzeker heeft het, tijdens zoo-wel als vôôr den oorlog, van wege de onderscheiden oorlogvoerende of onzijdige staten, aan genegen-heidsbetuigingen jegens de Polen niet ontbroken. En wij willen aan-nemen kdat al die verklaringen oprecht en met geenerlei bijbedoe-lingen afgelegd waren. Doch nergens was de belang-stelling in Polens lot zuiverder dan ten onzent. Omdat nergens beter dan hierPoolsche toestanden begrepen werden en gevoeld. Geene Vlaamsche volksvergade-ring werd gehouden,geen Vlaamsch schrift uitgegeven, of Polen, Vlaanderen en lerland werden er op één rij genoemd, geprezenen beklaagd. Nu, door hun Manifest van den 5tn November 1.1., Duitschland en Oostenrijk Polen tôt koninkrijk uitgeroepen hebben, valt het ook niet te verwonderen dat de warm-ste gelukwenschen tôt den jongen staat uit Vlaamsche borsten en uit Vlaamsche harten opgegaan zijn. Een vruchtbaar thema tôt ge-schied- en letterkundige uitwei-dingen voorwaar levert het ont-staan van het nieuwe koninkrijk op. Doch naar historisch-literarische liefhebberij staat in dezen ernstigen tijd allerminst onze zin. -En beter is het — naar Garcia Moreno'§ woord — de geschiedenis te ma-ken dan ze te schrijven. In welke verhouding staat Vlaanderen tôt Polen ? Vooreerst dient er tusschen den toestand van Polen en dien van Vlaanderen een onderscheid ge-maakt.Polen was een overwonnen, in-gelijfd land. Kracht van wapenen en tractaten hadden het tôt een onderworpen land gemaakt. Met Vlaanderen, of liever met de Vlamingen, was het anders ge-legen.Staatkundig gesproken, ten aan-zien van het buitenland, waren zij, met de Walen, slechts één volk. Met de Walen maakten zij den soevereinen Belgischen staat uit. In name waren zij gelijkberech-tigd met de Walen. Of liever : hunne rechten in taal- en stamop-zicht werden niet geregeld, werden noch erkend noch ontkend door de Belgische staatsinrichting zoo-als ze in 1830 opgevat was. Weliswaar behelsde de alsdan uitgeroepen Grondwet een enkel artikel dat de vrijheid van het taal-gebruik huldigde. Doch in 1830 bestond er geen taalstrijd tusschen Walen en Vlamingen. De Vlamingen voelden zich,als dusdanig,niet bedreigd en 218 maakten er dan ook geen bizonder werk van hun taalrecht te vrij-waren.Bedoeld grondwetsartikel moest door hen haast als over-bodig be-schouwd worden. Zij moesten wel veronderstellen dat nooit de taal-vrijheid — voor dewelke, onder meer, zij eene omwenteling pleeg-den — hun zou ontzegd worden. Dat artikel was dan ook, op dat oogenblik, veeleer als eene theo-retische zaak te besc'nouwen. Maar onmiddellijk bleek het dat diegenen, die de staatsmacht in handen hadden,van de taalvrijheid eene eigen opvatting hadden. Het Voorloopig Bewind vaar-digde een decreet uit waardoor het Fransch als eenige officieele taal uitgeroepen werd en die stel-regel werd gaandeweg zoodanig toegepast en uitgebreid, was zoo-zeer in overeenstemming met de strekking der besturende kringen dat-de Grondwet te dien opzichte kortweg te niet gedaan werd. De ambtenaar en de inagistraat eischte het recht op, en de Staat schonk hem dat, in zijn ambt de taal te gebruiken die hij verkoos. En de Vlaamsche burger moest zich daarnaar schikken. Aile staatsinrichtingen streefden ernaar het Vlaamsch bestanddeel uit te roeien. De reactie tegen die dwinge-landij en het ontwaken van het stambewustzijn verwekten de Vlaamsche Beweging. De Vlaamsche Beweging is zoowel stam- als taalzaak. Zij is het noodzakelijk, uit den aard der zaak. En dit karakter heeft zich scher-per en scherper afgeteekend naar-mate de tegenstrevers ervan dui-delijker lieten uitkomen dat zij het op het uitroeien der Vlaamsche volksdominelijkheid gemunt hebben.De geschiedenis der Vlaamsche Beweging levertdaarvan ontelbare bewijzen. In de vorige eeuw luidde het: « Wij moeten het Germaansch bestanddeel (de Vlamingen) in België uitroeien ». Die kreet weer-galmt in de leuze die bij den aanvang van den huidigen oorlog aangenomen werd: « België zal Latijnsch worden of niet meer bestaan ». Zoodus: de Vlamingen maken deel uit van een onafhankelijk land, hun bestaan als volk wordt in dat land niet erkend, hun taalrecht wordt betwist en zij moeten, om daarvan een brokjete genieten, taalwettenafdwingen, die dan nog door bestuurlijken willekeur ont-kracht worden. Steeds legt men het er op aan het Vlaamsche taalrecht aïs een noodzakelijk kwaad, als een zoo-veel mogelijk te beperken onge-mak te doen doorgaan. Men stelt het steeds zôô voor of het een zaak van louter practisch nut en geens-zins eene stamzaak is. De territorialiteit van het Vlaamsche regiem, het toepassen van 219 Vlaamsche voorschriften op alwie Vlaming is of in Vlaanderen leeft, met inachtneming van de behoef-ten der Walen die er vertoeven of er zich vestigen komen, wordt bovenal bestreden, omdat daarin de volledige zegepraal der Vlamingen ligt. En nu is België bezet en de Be-zetter erkent het recht der Vlamingen. Hij ziet in dat dit recht nietan-dersteverwezenlijkenis dan zooals de Vlamingen het verstaan, en zon-dereenigWaalsch re:ht te krenken, binnen de païen der Belgische Grondwet, volgens de voorschriften en naar geest en letter der Belgische Taalwetten en hij treft de daartoe passende maatregelen. Wat volgt daaruit ? Deze werking is een zegen voor de Vlamingen, die, waarachtig, in dit opzicht niet verwend waren. Maar voor aiwie eerst en vooral België's welzijn, en niet de verdrukking der yiamingen op het oog houdt, m3u4;et ook een zegen heeten dat eindelijk de Vlamingen voldoening bekomen. Dat is de beste waarborg en de onontbeerlijke voorwaarde van duurzame verstandhouding tus-sehen Vlamingen en Walen. «Suum Cuique*, «Ieder't zijne, dan heeft de kwade niets », zegt het volk. De kwade is de twee-drac'nt.Wie den Vlaming recht laat wedervaren draagt bij tôt de een-dracht, tôt de versterking van den Belgischen Staat. Het tegendeel kan maarbeweerd worden door iemand die het bestaan van België niet anders mogelijk acht dan met verdrukking van den Vlaamschen stam. Met andere woorden : In Polen moest eene grondige verandering der staatsinrichting plaats grijpen, Vlaanderen kan recht geschieden binnen zijn eigene grenzen en binnen het bereik van zijn eigen grondwet en wetten. Hoe meer in dien zin gedaan wordt hoe minder de Vlamingen te klagen hebben. Alleenlijk diegenen die de Vlamingen hun recht onthouden, sto-ken twist aan, brengen België's toekomst in gevaar. Daarom achten wij het nu ook weer een heilzaam werk wat door de laatste taalverordening van den Generaal-Gouverneur verricht wordt. VERORDENING houdende wijziging van het organiek règlement van het Ministerie van Weten- schappen en Kunsteri. Onder gedeeltelijke wijzigingder konink-lijke besluiten van 17 Oktober 1910 en 23 Maart 1912, betreffend het organiek règlement van->het Ministerie van Weten-schappen en Kunsten, verorden ik het navolgende : Artikel 1. — Bij het beheer 1) van het lager onderwijs, 2) van het middelbaar onderwijs, 3) van het hooger onderwijs, de wetenschappen en de letteren, wordt voor ieder dezer diensttakken een Vlaamsche en een Waalsche afdeeling opgericht. Art. 2. — De Vlaamsche afdeelingen zijn belast met het regelen der aangelegen-heden van het beheer van onderwijs (arti- 220 kel 1) voor het Vlaamsch land en het Duitsch taalgebied. Aan de Waalsche afdeelingen is dezelfde taak opgedragen voor het Waalsche land. Art. 3. — Het aantal algemeene be-stuurders wordt met drie vermeerderd. Aan ieder der algemeene bestuurders van de Vlaamsche afdeelingen worden één of meer bestuurders en één of meer afdeelingshoof-den, alsook het noodig verder personeel toegevoegd, het getal ambtenaren en be-ambten van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten zal op een lateren datum voorgoed vastgesteld worden. Art. 4. — Deze verordening wordt onmiddellijk van kracht. De Vlaamsche en Waalsche afdeelingen zullen de regeling der loopende dienstzaken met ingang van 15 December 1916 overnemen. Brussel, 25 Oktoker 1916. Der Central-Gouverneur in Belgien, Freiherr von BISSING, Generaloberst. BESCHIKKING. Op grond der Verordening van 25 Oktober 1916, houdende wijziging van het organiek règlement van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, benoem ik : 1) in de Vlaamsche afdeeling van het beheer van het Lager onderwijs : den heer Julius LIBBRECHT,wonende te Gent, tôt dusver bestuurder der Staats-mid jelbare scheol voor jongens, te Gent, tôt algemeen bestuurder; 2) in de Vlaamsche afdeeling van het beheer van het middelbaar onderwijs : den heer Hypoliet MEERT, wonende te Gent, leeraar aan het Koninklijk atheneum te Gent, tôt algemeen bestuurder; den heer Jan LEETEN. wonende te Aerschot, tôt dusver bestuurder der Staatsmiddelbare school voor jongens, te Aerschot, tôt afdeelingshoofd; 3) in de Vlaamsche afdeeling van het beheer va/2 Hooger onderwijs, van Wetenschappen en Letteren-. den heer Dr. Pieter TACK, wonende te Etterbeek-Brussel, leeraar aan het Koninklijk atheneum te Elsene-Brussel en eere-professor aan de hoogeschool te Gent, tôt algemeen bestuurder; den heer Robert van ROY, wonende te Gent, advocaat en secretaris van den rector der Hoogeschool teGent, afdeelingshoofd.Brussel, 28 Oktober 1916. Der General Gouverneur in Belgien, Freiherr von BISSING, Generaloberst. DE EEN DR ACHT. Het Sociaal Vraagstuk en de Vlaamsche Beweging, Het socissl vraagstuk heeft zich, de laatste tijden meer dan oait, naar voren gedrongen. Dit is het Iogisch gevolg van den oorlog. Al kan men om sociale redenen, zooals b. v. de economische ontwikkelmg van een land, in oorlog gaan; oorlogvoeren alsdusdanig ismet de bevordering van het vraagstuk in strijd. De sociale kwestie is immers juist de vraag: hoe de algemeenheid der menschen gezomenlijkzuilen komen totde voldoening van al hunnebehoetten ; waterte wijzigen, aan te vullen en in te richten valt, opdat de enkele mensch, wel verre van gehinderd te zijn in zijn streven naar voldoening en geluk, door de maatschappij krachtig aangezet, geholpen en gesteund kan worden. Oorlogvoeren nu bestaat in het vernietigen van rijkdommen en menschen-levens;'t vernietigen dus niet alleen van hetgeen noodig is tôt 's menschen vol- 221 doening, maar van den mensch zelf, als maatschappelijk wezen. Naar gelang het geluk der menschen door der oorlog meer en meer in het gedrang komt, dringt het sociaal vraagstuk zich ook des te sterker aan ons op. In aile landen wordt dit gevoeld en zeer duidelijk begrepen. De meest gezaghebbende eco-nomisten houden dan ook van de nieuwe toestanden rekening en zoeken naar practische hulpmiddelen. Zoo vragen de eenen zich af of, bij de vernieling van zoovee! maatschappelijke goederen door den oorlog, nog wel genoeg zal kunnen worden voortgebracht om in al de men-schelijke behoeften ruimschoots te voor-zien, vooral nu zooveel jonge werkkrachten aan de productie voor goed werden ont-trokken. Anderen zijn vooral bezorgd om de behoorlijke verdeeling der bestaande en dngelijks voortgebrachte goederen ; en ^algemeen is men het eens om te bekennen datbelangrijkehervormingen hier dringend noodig zijn. Het stieven naar meer gelijkheid doet zich des te meer gevoelen, naar gelang van allen evenredig gelijke offers werden gevergd, Ook de regeling van het verbruik, om verkwisting tegen te gaan, heeft zich nu tijdens den oorlog bijnaoveral opgedrongen;doorschaarschte aan vervoeriniddelen of gebrek aan grond-stoffen.Voortbrenging, verdeeling en verbruik der rijkdommen ; die vragen zijn uiterst belangrijk; maar de oplossing van de grondvraag: hoe aan de algemeenheid der menschen meest welstand en geluk verzekeren?, ligt veel dieper. Het is de vraag der ontwikkeling van al de leden der maatschappij, van hunnegeschiktheid om zich behoorlijk toe te eigenen al hetgeen er in de schepping voorhanden is. Hoe behoeftig de mensch ook weze, voor eenieder ligt, in en buiten hem, oneindig meer dan hetgeen vereischt km zijn om hem te verzadigen De eenige voorwaarde voor het volkomen geluk van ieder menschenkind is: de volledige ontwik-keling en de ongehinderde werking van al zijne toeëigeningsvermogens. Veel voortbrengen en eerlijk verdeelen, hervormen wat slec'it is, aanvullen wat onvoldoende blijkt, inrichten wat geschikt is om hulp en weisiand te verzekeren: heel goed. Maar wat baat dit ailes indien de mensch het niet beriuttigt? Hij heeft spijs in overvloed, maar lijdt aan de maag, heeft geen eetlust of kan niet verteren. Wat baat het het hem? Verruk-kunde muziek treft zijn oor, maar hij is doof. Schoone tafereelen ontwikkeleij zich voor zijn oogen, maar hij is blmd voor al die pracht waarvannij niet genieten kan.... De mensch is niet arm en behoeftig omdat er gebrek is aan stoffelijke en geestelijke maar wel omdat hij ongeschikt is, in de voilemaat, zich diegoederen toeteeigenen, Gods oneindige weldaden te genieten. Die ongeschiktheid is het gevolg van het gebrek aan voldoende ontwikkeling van den mensch zelf.... Wij dragen in ons de kiemen van de wonderste en verschei-denste volmaaktheden, en, op zeer zeldzame uitzonaeringen na, zijn al die kiemen Ieefbaar en ontplooibaar, en zij kunnen opschieten tôt de lioogste ontwikkeling. En inderdaad, wij ontmoeten, ook hier in Vlaanderen, menschen die schoon, bekoorlijk, verrukkelijk zijn, naar Iichaam en ziel. Bij hen heeft ailes kunnen ont-kiemen en gedijen, onder den zegenrijken invloed eener voortreffelijke opvoeding. Wij bewonderen die bevoorrechten; zij

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1916 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes