De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk

650 0
20 november 1916
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 20 November. De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk. Geraadpleegd op 17 juni 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/ms3jw88f67/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Eerste Jaargang, Nr 12 Prij* : 10 e^ntiemen 20 November 1916 DE EENDRACHT Weekblad voor het Vlaamsche Vofk ABONNEMENTSPRIJS : Een jaar fr. 5.20 Zes maanden » 2.60 Drie maanden * 1.30. Geene abonnenten worden aangenomen, die niet op voorhand het bedrag hunner inschrijving laten geworden. BUREELEN: Voor het Generaal Gouvernement : Prinsesstraat, 16, ANTWBRPBN Voor het Etappen- en Operatiegebied : «Koninklijke Taveerne», Kammerstraat, 10, GENT. Postchekrekening Nr 86. AANKON-DIG1NGEN: Prijs naar overeenkomst. Ongéteekende stukken worden niet opgenomen. Geene handschriften worden teruggezonden. Boekbesprbkino : Het toezenden van één boek of schrift geeft recht op vermelding ; twee exemplaren, op bespreking. flieauie insehrijvers voor het jaar 1Ô17 ontvangen ons blad vah af het volgende nummer kosteioos. Wij doten de insehrijvers beleefd opmerkendat zij het bedrag hunner inschrijving (fr. 5.20 's jaar s) op voorhand rnoeten laten geworden op ons bureel, 't zij per post-mandaaî, 't zij door storting op onze postchekrekening nr 86. Op de postbureelen worden geen jaarabonnementen op de bladen aangenomen. Reeds verschenen nummers kunnen nog altijd gezonden worden zoolang de voorraad strekt. De insehrijvers, die het blad niet regelmatig ontvangen, gelieven het beheer onverwijld te verwitti-gen, opdat daaraan kunne verhol-pen worden. —— —• — Hoe men de j Viaamschgezmden bestrijdt. IDe haat —het woord is niet te streng — die onze tegenstanders de Franskil-jons (en eilaas ! ook sommige «passie-ve» Flaminganten, die zich ultra-actief aanstellen tegen wien ook metter- daad Vlaming is) voeden, vertoont de symptomen van een werkelijk patholo-gisch verschijnsel. Nu eens lijkt het alsof dit kwaadaardig gevoel aan 't Iluwen is — dat was het geval vôôr en na de opening der vervlaamsche Hoo-geschool van Gent, toen onze bestrij-ders diep terneergeslagen, hunne aan-vallen een oogenblik schenen te willen staken. Dan wéér wordt het « acuut » en treedt een crisis in die zich open-baart door de meest weerzinwekken-de praktijken. Zulk een oogenblik beleven wij thans. Bladzijden kunnen gevuld worden met het verhaal van wat de jongste maanden tegen de Vlaamschgezinden «met dedaad» werd gepleegd. Vlaamsch-gezinde studenten werden uit de collèges doorgezonden; geleerden die jaren lang hunne wetenschap ten dien-ste van het Gerecht hadden gesteld smadelijk ontslagen ; dokters die met voorheen steeds hooggeroeinde offer-vaardigheid in officiëele weldadig-heidsinstellingen hun beste zorgen aan de noodlijdenden besteedden, met afstelling bedreigd ; neringdoenden met vervolgïng en verlies van klanten beboet ; verdienstelijke leiders van maatschappelijke en staatkundige ver-eenigingen door sommigen hunner medeleden op onbeschofte wijze ter verantwoordig opgeroepen ; voorbeel-dige ambtenaren, die uitstekende diensten aan hunne medeburgers bewezen en nog bewijzen, in 't open-baar beleedigd, enz., enz. Dat ailes enkel en alleen omdat zij den moed hadden luidop te verkondi-gen : dat, evengoed als vôôr, de Vlaming gedurende den oorlog recht heeft op eerbied voor zijn taal en nale-ving van de taalwetten; dat, ook door de Bezettende Macht ingevoerd, de vervlaamsching der Gentsche Hooge-school een rechtsherstelling is die Vlaanderen in 't bijzonder en België in 't algemeen ten goede komen zal en dat alleen Zelfbestuur den Vlaming de volledige uitoefening van zijn natuur-lijk, nationaal en grondwettelijk recht waarborgen kan Hoe klein een dunk krijgt men daar-bij van het «karakter» van zoovelen, ja van de meerderheid wellicht der zoo-genaamd « passieve •• Flaminganten — die in hun gemoed de « actieven » vol-komen goedkeuren en toch met aller-lei drogredenen en voorwendsels het gebrek aan moed bemantelen dat hen weerhoudt aan den strijd deel te nemen of althans voor hun taalbroeders in de bres te springen. Te bewonderenswaardiger is daar-om de onwankelbaarheid der velen die zich door nieis laten overhalen en de rust van hun Vlaamsch geweten boven populariteitverkiezen die zij, in de krin-gen der herbergpolitiekers en « Flamands de Cœur» zouden inoogsten. Om ze tôt verraad tegenover hun Viaamsch Ideaal te bewegen hebben geniepige, hatelijke speldeprikken, noch onbeschoîtheden, noch laster, noch verdachtmaking, noch boycot, noch broodroof gebaat. * / * * Nu nemen de bekampers de actieve Vlaamschgezinden hun toevlucht tôt een ander wapen : Vreesaanjaging. De meest dwaze nieuwsjes worden verspreid en, terwijl ze de ronde doen, herzien en dat spreekt van zelf, mer-kelijk vermeerderd en.... verbeterd. Eerst heette het dat de Belgische Regeering de professoren aan de ver- | vlaamsche Hoogeschool van Gent zou afstellen, de door hen uitgereikte diploma's ongeldig verklaren en tegen al diegenen welke voor de Hoogeschool zouden ijveren de strengste maatregelen nemen zal. Meermalen reeds, namelijk in de Eendracht, werd afdoende bewezen dat de Regeering zulke maatregelen nooit nemen zou omdat zij regelrecht in strijd zijn met de beginselen van het Volkenrecht en met onze Belgische Wetten.Maar intus-schen, dachten de verspreiders dier geruchten, zal Voltaire's gezegde « Mentez, il en restera toujours quelque chose » (1) wil bewaarheid zijn. Onlangs wist men iets ijselijks te vertellen. De Belgische Regeering zou, dadelijk na de heroveringvan het land, den staat van beleg uitroepen, de cen-suurinvoeren en een Fransch-Engel- sche bezetting vrij spel laten om, ' zonder verantwoordelijkheid voor de Belgische gezagvoerders, zich van de Flaminganten door den kogel af te maken. De oorsprong van die « inlichting », die met geheimzinnig gefluister als « zeker » van oor tôt oor wordt voort-verteld is, bij uitzondering op wat door-gaans met soortgelijke « inlichtingen » het geval is, gemakkelijk na te speuren Zij is in het door den oorlogstoestand verzwakte brein ontkiemd van een of anderen Franskiljon die heeft gehoord van de maatregelen die de Belgische Regeering heeft getroffen om, bij haren terugkeer in het land,de strafwet tegeu verraders enverklikkers toe te passen. De wenschis daarbij vader der gedach-te geworden.Flaminganten zijn immers «Verraders». Men zegt en herhaalt het toch dagelijks. Dat zij dus allen den kogel krijgen is «zeker». En zoo gebeurde het dat onlangs eene bloedverwante der vrouw van een onzer sympathiekste voormannen, pas eenige weken geleden.meewarig werd gecondoleerd door een « goedhartige» ziel die het diep betreurde «datuwe » nicht, Mevrouw, weldra weduwe zijn » zal... ja... vermits haarmannaden » oorlog door deBelgen wordt gefusil-» leerd !» (2) Degenen die willen « kracht geven aan de deugnieterij », zooalsde Sinjo-ren zeggen, zijn onkiesch genoeg den persoon des Konings in 't spel te bren-gen. Zij verzekeren dat Albert 1 woe-dend is op de Flaminganten en de goedkeuring door dezen van de ver-vlaamsching der Gentsche Hoogeschool gedurende de Bezetting ais een smaad beschouwd tegen zijnen persoon gericht... Het verwonderlijke... of neen ! ver-wonderlijk is er in deze beroerde tijden eigenlijk niets meer. . Het droevigste dan bij dat ailes is dat «intellectueelen» zich door dien prietpraat — ook wat betreft de gevoelens van den Koning tegenover de Flaminganten en hun Beweging — laten beïnvloeden. Toch weet iedereen dat, overeenkomstig de Grondwet, de Regeering sîleta aan-sprakelijk is voor de openbare daden van den Vorst, dat derhalve wat de Vorst als hoofd der IJitvoerende Macht doet, de uitdrukking is der gevoelens zijnerMinisters en dat een andere mee-ning dan dezen aan te kleven, te ver-kondigen en voor te staan verre van een trouweloosheid tegenover den Koning de uitoefening is van een on-vervreemdbaar burgerrecht. Maar lang vôôr die elementaire be-grippen in het onwillige brein van kortzichtigen enzwakkelingenzijn bin-nengedrongen, heeft het nieuws, zoo hopen de Vlaamschhaters althans, reeds heel wat menschen aan 't wan-len gebracht. Beduidt dat ailes nu dat de Vlamin-gen niets van hunne Regeering te duch-ten hebben en bij haren terugkeer mogen verwachten dadelijk volledig rechtsherstel te bekomen ? Eilaas ! wat over de gevoelens onzer regeeringsmannen, tegenover ons Vla-mingen tôt hiertoe binnen mocht drin-gen voorspelt weinig goedslNiet de min-ste stellige belofte werd door hen afge-legd. Slechts eenige ■ twijfelachtige verklaringen » (3) met daarnevens --vermaningen, woorden van afkeuring en.... afstellingen. ZelfsVolksvertegenwoordiger Frans VanCauwelaert, die de Regeering aan-hangt met een getrouwheid welke men met meer invloed op haar doen en laten zou wenschen beloond te zien, zegt in een artikel (4) dat wij ons voor-stellenlatenuitvoeriger te behandelen: « Ik ben zelfs gelukkig dat de gelegen-» heid mij geboden is om nog eens » duidelijk te verklaren dat mijn hou-» ding in de taalkwestie tijdens dezen » oorlog geenszins steunt op vertrou-» wen in de Regeering. 1k ken genoeg » dewankelbaarheid van dezen grond, » om er mijn standpunt niet op te » baseeren. » Maar een gewilde, een opzettelijke en kwaadbedoelende overdrijving is het uit den onwil die onze Regeering blijken laat te besluiten, zooals sommige doen, door wie « de terugkeer » (der Belgische Regeering) geschil-» dert wordt als stuk moetende gelij-» ken op den intocht van Alva te » Brussel,als gevolg wordend door de » instelling van « een raad van beroer-» ten. « « Zij (die den terugkeer zoo » afschilderen) wekken vrees dat de » laatste kogels niet zullen verschoten » geweest zijn naar den afrekkenden » vijand,maar dat er nog eenige twaalf-» tallen zullen overblijven voor het » hart, voor de ziel en voor het hoofd » van Vlaanderen » (5). Dat het zoo'n vaart niet nemen daar staat het gezond verstand die de Bel-gen steeds kenmerkte — en dat toch wel eens terugkeeren zal — borg voor. Een regeering die 't Volkenrecht, de Grondwet en de Belgische wetten met de voeten treden zou om, in de plaats ervan, willekeur, onrecht en rnachtmis-bruik te brengen zou een revolutionnai-ren toestand in 't leven roepen. C. Il) Ueg, er zal toch altijd Iets van over hlijven (2) Waar gebeurd. (3) In het n» van 10 November 1910 van « Vrij België » zegt Frans Van Cauwelaert : Twijfelachtige verklaringen vooral zijn gevaarlijk in een zoo netelige kwestie als de taalkwestie ». (41 « Vrij België » nr van 10 November 1916. (5) Prof. L. Dosfel op de bijeenkomst der Katbolieke Vlaamsche studenten in het Atheneuin te Atwerpen den 15e" Qktobei 1916 HOOGESCHOOLBERICHTEN INSCHRIJVINGEN, Daar vele jongelingen in de meening verkeeren dat na 20 October, daturn waarop de Gentsche Hoogeschool werd heropend, geene inschrijvingen meer mogen aanvaard worden, zoo meenen wij goed te doen bekend te maken dat, zooala het altijd ia geweest, mm zich kan laten inschrijven gedurende gansch het academisch jaar. In al de faculteiten zijn de lessen der candidaturen volledig ingericht, alsook de lessen der meeste doctoraten, zoo bij voor-beeld, in de faeuiteit der wijebegeerte en letteren en in die der rechtsgeleerdgeid. Indien in de doctoraten der anderen faculteiten nog eenige curaussen ontbreken, dan worden zij, naar gelang de behoeften, gedurende het academisch jaar ingericht. Gant, den 4 novemb«r 1916. Het Rrctoraat. BESLUIT houdends regeling voor de verdeeling der Studiôbeurzen. Het Koninklijk besluit van 23 December 1890 wordt ingetrokken en vervangen door navolgende Regeling voor de verdeeling der Studie-beurzen.Art. 1. — De bij artikel 5 der wet van 10 April 1890 ingestelde studiebeurzen worden, te rekenen van het jaar 1914 af, nog enkel verdeeld over de universiteiten welke hare gewon'e werkzaamheid hervat hebben. Ten minste 40 dezer beurzen worden jaar-lijks den studenten voorbehouden, die zich bekwamen tôt een doctoraat in de faeuiteit van wïjsbegeerte of in de wetenschappelijke faeuiteit. De beurzen, welke in de jaren 1914 en 1915 niet worden begeven, kunnen in' de volgende jaren gebruikt worden tôt ver-meerdering van het aantal of, in bijzonde-re gevallen, tôt verhooging van het bedrag der in het eerste lid bedeelde beurzen. Art. 2. — De wedstrijd tôt begeving der beurzen geeft in elke der op grond van artikel x in aanmerking komende universiteiten plaats, volgens een door deze opgemaakt tu M > en door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten goedgekeurd règlement. Art. 3.^— De aanvragen tôt het bekomen van studiebeurzen behooren ieder jaar uiterlijk op 1 November, in het jaar 1916 tôt 25 November 1916, ingediend te worden bij de Bestendige Deputatie der provincie waar aanzoeker zijne woonplaats of zijn vast verblijf heeft. De BestendigeDeputatie, na onderzocht te hebben of de aanvragen vergezeld gaan van de vereischte stukken, zendt ze aan de betrokken universiteit. Bij elke aanvraag dienen getuigschriften gevoegd, waaruit blijkt : 1. dat aanzoeker weinig bemiddeld is ; 2. dat hij houder is van een diploma of een getuigschrift rakende eene proef van candidaat in de wijsbegeerte of in de natuur-kundige wetenschappen, van candidaat-inge-nieur of-notaris of van een getuigschrift van middeibare studiën, overeenkomstig artikel 5 der wet van 10 April 1890, of van een getuigschrift van eene met goed gevolg afgelegde voorbereidende proef, overeenkomstig artikel 10 of 12 van gemelde wet. Art. 4.— De beurzen worden voor 1 jaai bi) besluit van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten verleend. Dezelfde personen kunnen die verdere jaren blijven genieten zonder meuwen wedstrijd. Art. 5. - De beurzen mogen niet opnieuw begeven worden : 1.Z00 beurshouder ingevolge yerbetering van zijn geldelijken toestand geen aan-spraak meer heeft op de hem verleende gunst ; 2. Zoo beurshouder de voorgeschreven proeven niet a flegt binnen den normalen studietijd (K. B. van 14 November 1892) ; 3. Zoo hij verzuimt de lessen te volgen. Art. 6. — De beurzen worden per half- jaar uitbeteeald. A. H. Q., den 14 Oktober 1916. Brussel, den ai Sept. 1916. Der Oberbefehlshaber der 4. Armee, get. Herzog Albrecht von Wurtemberg General Felamarschall. Der Generalgouverneur in Belgisn get. Frhrr. von Bissing Generaloberst. Een nieiuw Dagblad Als bewijs dat de Vlamingen nog niet voornemehs zijn den strijd te staken, vermelden wij dat kor-telings, *t is te zeggen met of rond Nieuwjaar, een nieuvv volksdag-blad te Gent zal verschijnen. Dit blad zal ook in het Gene-raal-Gouvernement verspreid worden. De uitgevers ervan geven ons de verzekering dat zij in staat zullen zij il de lezers over geheel het land, zoowel in het gebied van het Generaal-Gouvernement als in het Etappengebied, spoedig en volledig in te lichten over aile gebeui-tenissen van den dag eu over wat de verschillende streken van het land aanbelangt. Het beheer van «De Eendracht» te Antwerpen, stelt zich van nu af aan ter beschikking van de belang-stellenden in dit blad en voor ailes wat de dienst in het Generaal-Gouvernement (aanstellmg van korrespondenten, inrichting van den vtrkoop, aankondigingen, enz;) aangaat.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1916 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes