De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven

134 0
21 januari 1917
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 21 Januari. De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven. Geraadpleegd op 19 april 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/n00zp3x954/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Tweede Jaargang, nk 3. j Prijs per nummer : 5 centiemen. Zondag, 21 Januari 191^ De gazet van Leven □ ABONNEMENTSPRIJS : Per jaar .... 2,50 îr. i|—| Voor 6 maanden . . 1,25 fr. r | | Voor 3 maanden . . 0,65 fr. Allé Briefwisseling te zenden : Naamsche Vest, 41, HEVERLEE (Leuven Elk'e medewerker blijft verantwoordelijk voor zijn opstel. Ongeteekende brieven of bijdragen worden ) nïet in aanmerking genomen. Handschriften worden niet teruggegeven. EHEL- i L f AANKONDIGINGEN : Naar overeenkomst. 1 BOEKBESPREKING : Het inzenden van één exemplaar geeft recht op vermelding ; twee exemplaren op bespreking. Economiste toestanden in den loop der tijden. 5. België onder 't Burgondisch Huis. Vôôr dit tijdvak verkreeg Vlaanderen, dank zij nijverheid, handel en ligging een overwe-gend belang op den wereldhandel en op de staatkunde van West-Europa. Onder den in-vloed van Vlaanderens rijkdom en luister, waren de Staten van Lothrijk naar het graaf-schap aangetrokken. Men gevoelde alras de behoefte in 't belang van hun wederzijdschen handel aile aanleiding tôt oorlog tusschen de twee streken te vermijden. In 1304 regelden de Vlaamsche en Brabantsche steden de munten-vraag en gemeenschappelij'ke aangelegenhe-den. In 1328 kwamen Brabant, Henegouwen en Holland overeen om door eene bijzondere vergadering de geschillen te laten slechten die zouden oprijzen omtrent hare grenzen ; in 1337 sloten Brabant en Vlaanderen een verdrag om voor altijd oorlog, geschil of twist te voor-komen ; in 1339 werd door Jacob Van Arte-velde het verbond te Dendermonde bekrach-tigd en bepaald : dat de beide Staten elkander zouden steunen zoo ter verdediging als tôt den aanval, dat in beide landen volkomen handelsvrijheid zou heerschen, dat men eene gemeenschappelijke munt zou hebben, als-mede een scheidsrechterliiken raad en een soort parlement om over staatkundige en stof-felijke zaken te beraadslagen. Dit verbond, waarbij Henegouwen zich in hetzelfde jaar aansloot, had dus hoo'fdzakelijk voor doel vrede, veiligheid, nijverheid en handel : het was eene eerste poging tôt aaneensluiting van de Nederlandsche gewesten. In 1347 ging Luik op dezelfde wijze als Vlaanderen een verbond aan met Brabant, waarop dan ook plechtig in de « Blijde Inkomst » van 1356 gewezen wordt. De economische vereeniging van de Nederlanden bereidde de staatkundige eenheid voor, die overigens door betrekkingen en huwelijken tusschen de vorstenhuizen in de hand gewerkt werden en bespoedigd door het uitsterven van zekere regeerende familiën. Alzoo onqtond de Burgondische' Staat, die de groote stéden vernederde, adel en geestelijk-heid onderwierp en behendig centraliseerde. Dit belette niet dat het reeds zoo drukke economische leven der Nederlanden nog werd aangewakkerd door : volledige eenheid in de munt, volkomen verzekering van het verkeer tusschen de gewesten, algemeene tucht en veiligheid, bescherming van de Vlaamsche lakennijverheid tegen de Engelsche mededin-ging, aanmoediging van den handel van Antwerpen en van de Hollandsche havens, poging van Karel den Stoute om door uitdiepen van het Zwin Brugge 's handel te redden. In de 15de eeuw bereikte Brugge het toppunt van weelde en luister. Hare markt was één leven : kooplieden uit Florentië, Venetië, Pisa, Genua, Milaan, Lucca, Spanjaarden, Portu-geezen, Duitschers en Engelschen in koort-sige bedrijvigheid en beursgeschacher. De Spaansche en de Portugeesche scheepvaart kwam haar ten goede : eene menigte produk-ten uit het Zuiden stroomden er heen. In 1456 telde men op één dag 150 vreemde schepen bij ''t binnenvaren. Maar Brugge verloor hare beteekenis toen fde belangrijkste groep van hare vreemde klan-îen, de Oosferlingen of Hanzeaten, hare haven îbegonnente verlaten. Verzwakt door oorlogen ïegen Denen en Hollanders, machteloos tegen-over de Engelsche zeevaart, kwamen de Duitschers in steeds geringer getal naar Brugge en werden er niet vervangen. Brugge bleef wel tôt aan den dood van Karel den Stoute het eerste geldkantoor van Noord-West Europa, maar Antwerpen werd het middenpunt van het goederenverkeer. De ondergang werd ver-haast door de onlusten die ten tijde van Maxi-miliaan en Maria van Bourgondië Vlaanderen teisterden, en door het verzanden van het Zwin, dat ten Slotte Brugge van de zee af-scheidde. De bevolking verminderde er sterk : op het einde van de 15de eeuw stonden er vier à vijf duizend ledige, bouwvallige huizen. Antwerpen trok voordeel uit het verval van Brugge. De Wester-Schelde werd verdiept en verbreed en de tolrechten kon men gevbelig verminderen. Antwerpen werd eene belang-rijke markt, waar Duitschers en vooral Engelschen naartoe stroomden. Ondanks den weer-stand van de steden nam de invoer van de Engelsche lakens steeds toe. Antwerpen ont-nam in dien tijd aan Mechelen het stapelen van zout, visch en haver (1411). De kooplieden uit Namen, Henegouwen, Luik en 't land van Loon richtten zich voortaan naar de haven van de Schelde. Al de vreemdelingen werden er op gelijken voet behandeld en verkregen er gemakkelijk het burgerrecht. Het O.-L.-Vrouw-kerkhof was toen de handelsvergaderplaats en de wekelijksche beurs van internationalen aard. In 1435 telt Antwerpen reeds 3500 huizen. In 1439 werden uit deze stad vijftig duizend wagens kaas vervoerd, alsmede eene massa , aluin en was. De volledige handelsgilde van Middelburg kwam zich in 1447 te Antwerpen vestigen. Hier moet eene groote nijverheidscrisis worden aangestipt. De mededinging van de Engelsche lakennijverheid veroorzaakte het verval van de Nederlandsche. De Engelsche markten werden ook meer en meer bezocht door de Hanzeaten ; de invoer van Engelsche wol op het vasteland verviel van dag tôt dag : treurige gevolgen van twist en tweedracht tusschen en in de groote steden onzer gewesten. Om het gebrek aan Engelsche wol te ver- , helpen moet men tôt wol van geringere hoe-danigheid, ni. Spaanschen, zijne toevlucht n'emen. Leuven en Ieperen verslappen, treuren en gaan ten onder. Goedkoop handwerk alleen kan nog redding bieden, en dit slechts op het platteland waar het leven eenvoudig is : Po- , peringhe, Waasten, Tourcoing en Verviers beginnen te leven en te bloeien. Langzamer-hand ontstaat en ontwikkelt zich het vervaar- , digen van lijnwaad en tapijten o. a. te Atrecht, Doornik, Audenaarde en Brussel. De landbouw ondergaat ook eene gevoelige j verandering, door het stijgen der prijzen voor j aile landbouwvoorbrengselen, door het in-dijken der polders, door het ontginnen van ( Luxemburg. De veeteelt wordt meer en meer verzorgd, en niet het minst in Vlaanderen. De ! graanhandel, zooals te Gent en Dowaai, is j zeer belangrijk ; maar de vreemde invoer is nog te klein, het verkeernet nog te weinig j uitgebreid om hongersnood te voorkomen, met het mislukken van den oogst ; dit is het j geval in 1438-39. De vischvangst levert eene gewichtige op-brengst, niet zoo zeer voor ons, maar wel voor j Zeeland en Holland. De metaalnijverheid neemt groote uitbrei- ] ding in het Luikerland, waar ze door de ( ijverige ontginning van de koolmijnen bevor-derd wordt. Het vervaardigen van wapens j wordt de voornaamste nijverheid van Luik. De Burgondische gewesten in de Neder- ( landen bevatten bij den dood van Philips den Goede bijna twee millioen inwoners, zeer hoog getal voor dien tijd. Kater. ('t wordt voortgezet) Rond de Vredesbeweeging. < Duitschland beantwoordt de nota van de Entente ^ Aan de vertegenwoordigers der onzijdige regeeringen werd een nota van de Duitsche } regeering overhandigd. , Dit antwoord onderzoekt de in de Entente- ! nota vooruitgezette argumenten betreffend de oorzaken en de wederzijdsche doeleinden van den oorlog. Duitschland kent den Geallieerden het recht niet toe als verdedigers op te treden van de kleine nationaliteiten, somt verder de gevallen op waarin zij het volkenrecht met de voeten hebben getreden, en komt nog eens terug op de Belgische kwestie, die aan het slot van de Entente-nota uitvoerig werd behandeld. Aanvoerend dat de Centralen een eerlijke poging hebben gedaan om aan het bloedver-gieten een einde te stellen, werpt de nieuwe nota de verantwoordelijkheid voor het voort-zetten van den oorlog van den Centralen af. Het antwoord van de Geallieerden aan Wiison. Londen. — Het antwoord van de Geallieerden op de vredesnota van Wilson drukt uit, dat het in deze oogenblikken onmogelijk' is, een vrede te verlangen, die den Geallieerden de hun op rechtvaardige wijze gebeurende wedergoedmaking, herstelling en waarborgen verzekert. Het antwoord verklaart, dat de Geallieerden doen wat in hun macht is, om de onzijdigen zoo weinig mogelijk oorlogsschade te berokkenen. De Geallieerden protesteeren nochtans op vriendschappelijke doch besliste wijze tegen het gelijkstellen der beide groepen van oorlogsvoerenden. Het antwoord somt uitvoerig de gruwzame methoden van Duitschland op, die met de menschelijkheid en met elken den kleinen staten toekomenden eerbied in strijd zijn : het afmaken der Armeniërs, Zeppelinaanvallen, duikbooten- oorlog tegen koopvaardijschepen, de slechte behandeling der gevangenen, deportaties, enz. Het antwoord voegt er aan toe, dat deze opsomming van misdaden zeker het hier gedane protest vnn de Geallieerden zal verklaren. Betreffend de vredesvoorwaarden zegt de Nota, dat deze moeten omvatten het herstel van België, Servië en Monténégro met kompensatiën, het ontrui-men van Frankrijk, Rusland en Roemenië met voldoening schenkende herstelling, den weder-opbouw van Europa op grondslag van de nationaliteiten en van het recht der Volken — groote en kleine — en voile zekerheid en vrije ekonomische ontwikkehng. De poort van den vrede, door het Duitsche vredes-aanbod van 12 December 1916 zoo onverwacht van de Entente aan de centralen op een kier gebracht, schijnt thans wel dege-lijk terug toegesmeten te zijn. « Inderdaad, zegt de « Nieuwe Rotterdam-sche Courant » (12 Januari, avondblad C) is het niet mogelijk om in het antwoord der Entente iets van eene geneigdheid tôt vrede te ontdekken. De zin van het lange stuk duidt erop, dat de Entente het vaste voornemen heeft door te vechten tôt het bittere einde. Van vrede zal op de thans tamelijk ondubbelzinnig aange-duide vredesvoorwaarden, bij den tegenwoor-digen stand van den oorlog, wel geen sprake kunnen zijn. » Verder merkt het hooger geciteerde Nederlandsche blad ook op : « Ter bespoediging van het einde van den oorlog zal het antwoord der Entente dus ailes behalve strekken. Toch zal het niet zonder invloed blijven. Nu de Entente haar oogmerken nader heeft aangeduid, is er tweeërlei klaar uit geworden. Ten eerste dat Duitschland in dezen stand van den oorlog tôt geen vrede kan komen zonder aanmerkelijke inkrimping van gebied, om van de koloniën, waarover de nota der Entente zwijgt, ook maar niet te spreken. En ten andere, dat het in dezen oorlog voor Oostenrijk-Hongarije en voor Turkije in belang-rijker mate gaat om « to be or not to be » (te zijn of niet te zijn). Deze wetenschap zal de drie genoemde mogendheden vaster tôt elkaar brengen. » Onder den indruk van die weinig hoop-gevende gebeurtenissen schrijft de N. R. C dan ook tôt slot : Negentienhonderden zeventien schijnt een jaar te moeten worden, dat in ontzetting de voor-gaande nog verre overtreft. Rat en Kat. Op mijn zolder is een rat, Die er al mijn duiven vreet. Zeg wat raad ge daarvoor weet ? « Schaft u aan een flinke kat ! » En « een flinke » schafte ik me aan En de rat ging naar de maan. Raad eens wie nu duiven vrat ? 't Was fameus die « flinke kat » ! (Bernardus Van Meurs). IETS VOOR IEDERE WEEK Idealen en Werkelijkheid. Bijna onmogelijk is het zoo maar in eens te bepalen wat een Ideaal is ; bijna onmogelijk is het beschrijven van dit oorbeeld wiens onbe-stemde gedaante aan de tastende hand ont-snapt.En nochtans heeft ieder zijn ideaal, zeer verschillend volgens den zieletoestand van elkeen. Bij dezen, is het de verwezentlijking zijner wenschen of die al of niet prijzenswaar-dig zijn, bij eenigen, de edele aandrang om te bereiken al wat hunne ziel aan schoonheid heeft gedroomd, wat hun hart aan Goedheid heeft gewenscht, wat hun geest aan Waarheid heeft gezocht. Niet altijd staat het gedroomde beeld zeer hoog : elk smeedt zijn idealen uit het ijzer dat hij bij de hand heeft en degene die in het werkelijke leven steeds in de laagte rondwoelt zal zijn oorbeeld niet in de hooge luchten plaatsen. Mag ik een paar voorbeelden aanhalen ? Mie Jansens was naar Leuven gekomen met een flinken korf : vier kilos boter en zes kilos tarwemeel die haar een schoonen stuiver zouden opbrengen. Mie slenterde de veld-wegels langs, en in harsn spiritus bereker.de zij hare winsten. En terwijl zij voortdroomde kwam een heerlijk vizioen haar gedachte be-koren. Met de opbrengst van haren verkoop zou zij een varken koopen ; dit zou zij voeden met wat afval en met de bloem van 't Komiteit. Het vetgemeste zwijntje zou de weelde in huis brengen, een gezonde veestapel zou den voor-spoed van ons Mie voor altijd verzekeren. Rijk zou ze worden ! En met welbehagen droomde zij van een koets met vier paarden, van een prachtig huis met een aantal knechten en meiden, van schoone kleederen, van weelde en genot.... Plots schoot Mie uit hare droomen wakker ; zij was tôt aan den ijzeren weg ge-raakt en eenDuitsch soldaat keek nieuwsgierig vorschend naar haren korf. Vluchten was onmogelijk en, na een kort onderzoek, moest onze brave Mie meê op trekken en werd van boter en meel onmiddellijk ontlast. 'k Geloof dat Mie geen woordenboek heeft noodig gehad om Ideaal en Werkelijkheid te onderscheiden. Isidorus Heldenbloets zat,goed gepantoffeld, achter eene warme stoof eene sigaar te rooken, terwijl zijne vrouw zijn kousen stopte. Hij dacht na en 't was hem aan te zien dat hij gewichtige dingen in zijnen knikker beraamde. Stilaan was hij ingesluimerd en timmerde voort aan zijne grootsche ontwerpen. Hij trekt meê ten strijde, zijne onversaagdheid doet hem alras tôt de hoogste rangen in het leger op-klimmen, en hem viel het glorierijke lot ten deel den Vadergrond te bevrijden van den overweldiger.Zijne overtollige geestdrift wekte hem en M. Isidorus zat alleen in de kamer, zijne vrouw was naar bed getrokken, en van zich zoo alleen te bevinden werd het hem zoo naar aan 't harte ! Roepend op zijne vrouw en schrikkend rondziende trok onze pantoffelheld naar zijne legerstede. Zijn heldenmoed was zijn ideaal ; zijn domme angst was de droeve werkelijkheid. Zoo dikwijls schildert onze verbeelding ons heerlijke tafereelen voor en zoo dikwijls stor-ten de droombeelden in gruis. De jongeling aanschouwt het leven vol hoop op een zalige toekomst en de bejaarde man die de werkelijkheid kent, glimlacht om die onbedrevenheid. Men heeft hart en ziel verpand aan aile edele zaken ; men trekt ten strijde met een vast geloof en een diepe overtuiging, tôt eens de dag komt waarop men gewaar wordt dat bijna al de medestrijders handelen uit eigenbelang, dat hunne overtuiging eene centen-overtuiging is, en dat het heerlijk Labariem dat hen moest voortzweepen tôt den kamp, niet anders is, dan een doodgewone porte-monnaie ! Hoevelen zijn er in de politiek, in de sociale

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Leuven van 1916 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes