De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven

318 0
31 december 1916
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 31 December. De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven. Geraadpleegd op 22 juli 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/g44hm53c60/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Eerste Ja%*rgang, nr 4. Prijs per nummer : 5 centiemen Zondag*. 31 December 1916. De Gazet van Leuven X/— » II.I I—III i II mil I — ■— □ Aïaonnementsprij s : Per jaar 2,50 fr. I—| Voor 6 maanden .... 1,25 fr. 1 | Voor 6 maanden .... 0,65 fr. alle briefwisselinq te zenden : Naamsche Vest, 41, HEVERLEE (Leuven) ggxn ■ m i ■■ i ww ii iwn m mu ma— 6-^ AANKONDIOINQEN : Naar overeenkomst. BOEKBESPREKING : Het inzenden van één exem-plaar geeft recht op vermelding ; 2 exemplaren r op bespreking. I Bericht aan onze Âbonnenten. Ten einde aile vertraging te vermijden, vei zoeken wij vriendelijk de âbonnenten on het bedrag hunner inschrijving, bij middel va een postwissel, te willen doen toekomen. Nieuwjaar. Het oude jaar is heengegaan, met zijn angsten en kommernissen, met zijn leed e verdriet, met zijn vergeefs wachten naar beter tijden. Onafzienbaar was het wanneer we e vôôr stonden, en nu dat het doorgegaan i schijnt het voorbijgevlogen. Het nieuwe jaar staat weer voor ons me zijne dagen, en weken, en maanden. En, i ons binnenste vragen we ons af : Wat zal he ons meê brengen ? Wat staat er ons nog t wachten in de barre tijden die we doorworste len ? Wat zullen we nog moeten lijden e strijden om ons te houden boven de maalstroom der oorlogsellenden ? Hoelan nog duurt het, alvoor we op de oevers de vredes aanlanden ? Mysterie.... Een ondoorzichtbaar doek hangt voor d toekomst. Wij, stervelingen, kunnen hare g( heimenissen niet doorgronden. En in di blindheid van den mensch ligt zijn geluk omd< hij hoopt in de toekomst. Ja, de mensch zou neergepletterd worde onder den ontzaglijken druk der vele komme: nissen die op hem wegen indien de hoop, d al overwinnende hoop hem niet weder kwai opbeuren en hem niet deed gelooven aan de zonneschijn van morgen. O zoete hoop aan welke we ons vastklampe als drenkelingen aan den reddingsgordel hoop die ons, spijts de ontzaglijke afgronde die onder ons gapen, spijts de van-woed< schuimende baren die ons tarten, spijts lu drukkende van het heele donderzwangei zwerk, toch den kop boven water doet houdei in u ligt ons heil! Kom en licht onze wegei houd in ons de kracht vol, geef taaiheid aa onze spieren en vastheid aan onzen nek, opd; we hoog mogen houden onze koppen tôt h< einde. De maat van ons lijden is nog niet vo we weten het ; maar een ding is zeker : eer komt er een einde aan en, zooals onze groo dichter Gezelle het zoo eenvoudig-schoo zegt : « toch zal 't Lente worden ». Ja, eer toch zal het Lente, zal het vrede worden. Eer zullen we het lange bange oorlogslijden achts den rug hebben. Dan zullen we nieuwe mei schen zijn, gelouterd door't lijden, hoogerva ziel en taaier van lichaam. Dan zullen we wef genieten, dubbel genieten van hetgeen ons zc ruw door den oorlog ontrukt werd : c «onschatbare vrijheid ! Mochten we dit jaar die vredeslente begro ten. Mochten we onze duurbare afwezige weer aan ons harte drukken. Mocht dit ja; terugschenken de zonen aan hunne wachtenc ouders, de mannen aan hunne dierbai vrouwen en minnelijk kroost, de jongelinge aan hunnen beminde verloofden. Mochten v dit jaar weer vrij ademen in ons vrij vaderlam .Mochten we dit jaar een nieuw tijdstip begii ïien van duurzamen vrede en onverbroke welvaart voor ons dierbaar land ! R. Boerenspreuken voor de maand Januar St-Antonius schoon en helder vult het vat en ook den kelder. Zoo hoog de sneeuw Zoo hoog het gras. Wast het gras in Januaar is de Zomer in gevaar. Veel regen in Januari maakt de fkerkhoven ve Knapt Januari niet van kou men zit in oogsttijd in den rouw. Economische toestanden - in den loop der tijder n 3. België onder de Karlingers. De nieuwe vorm van grondeigendom, d: = tijdens de Merovingers ingevoerd werd, ve kreeg nu grootere uitbreiding : talrijke bem ficiën werden verleend zoo aan wereldlijke e als aan geestelijken, en die gronden, die noo n meer van eigenaar zouden veranderen, krege e daarom dennaam: « goederen van de dooc r hand ». s De kleine allodiën verdwenen in de wanorc der bloedige burgeroorlogen en den vloed d( invallende Noormannen. De kleine bezittei n namen in dien nood hun toevlucht tôt de aai beveling. Door deze daad stonden zij de e eigendom van hunne gronden af aan machti^ heeren of aan de Kerk,om er alsdan mits zekei ' verplichtingen, het vruchtgebruik van terug n bekomen, voor hun leven of met het recht va ^ voorterving. De bevoorrechte klassen of standen, ad en geestelijkheid, waren lastvrij ; zij genote de « immuniteit ». De anderen brachlen eei e belasting op èn per woonstede èn per hoof en waren als vrijmannen, altijd aan den krijg ' dienst onderworpen. Zij moesten ook zekei ^ karweien of dwangwerken uitvoeren, zooals bruggen en groote wegen vermaken, riviere en stroomen bedijken, kust-wacht-schepe lappen, koninklijke paleizen, kerken en ande: openbare gebouwen onderhouden. De bevoorrechten en de vorst eischten ve de verbruikers van hunne gronden een b paald gedeelte van de natuurlijke voortbren; selen : dat waren de tienden, door Karel de Groote algemeen gemaakt. Men moest : ' afstaan niet alieen van de vruchten der aard maar ook van het vee, van den wijn en al ^ andere voorbrengselen. Een deel der tiende behoorde aan de parochiekerk ; een andi werd gebruikt ten behoeve van de armen e ' van schamele reizigers ; het derde ging ae ^ de priesters over, doch voor de handen ve ^ de bisschoppen. Het bestuur der kerkelijke landgoedere j werd doorgaans waargenomen door ee ^ geestelijken ambtenaar, Proost geheeten. De; e bezocht geregeld de hoeven aan zijne kei ' toebehoorende. nam de rekeningen af van c hofmeesters, ontving de pachtgelden en ve zorgde ailes wat al meer tôt de inkomsten ve >r het sticht of de abdij behoorde. Een andi i ambtenaar, doch van wereldlijken stand, w; de Voogd, belast met de gerechtelijke belange van het sticht. Te dien tijde kwam het ervoor op aan een sterken voogd te hebben, om as de vazallen het hoofd te bieden. Ook ziet me [Q alsdan de voogdij der rijkste kloosters in c a handen overgaan van graven en hertogen, d vaak ondervoogden aanstelden. De zoog naamde beschermers werden dikwijls vijande I en plunderaars der Kerk, en verdwenen de ook trapsgewijze door eenvoudige afschaffin; Wat het volk betreft, dat onder Karel de n r Groote nog meestendeels op het land leefd ^ zijn stand en zijn lot waren sedert eeuwe weinig veranierd. De goede helft, denkt me bestond uit onvrije boeren deel uitmakenc van het gezin van den heer, wonende op < villa of daarbuiten in schamele hutten _ stulpen, de eerste kiem der dorpen. Men kc die lijfeigenen kennen aan hun geschon '■ hoofd, aan hunne korte en enge kleedere zonder het minste sieraad, en niet minder a< hunne ongewapende heup of schouder. 's meesters huis deden ze de nederigste han werken : wapens poetsen en slijpen, paard< kammen, zadels en toomen maken, hoefijzer kouters en ander gerief smeden, wagens < raderen vervaardigen, metselen, timmere bakken, het spit draaien, enz. De vrouw< maalden het graan met een handmolen, wasc ten het linnen, bereidden en sponnen het via stookten het vuur, verzorgden stal en ve Buiten 's meesters huis waren de mannen o< _ van dienst. Ze moesten het land bebouwe ue suiiapeii nueueii, uc uuuincu vciicn, us kolen branden, het nout vervoeren, enz. Som I migen dienden drie dagen in de week, er hielden de drie overige met den zondag vooi zich. Anderen moesten slechts in den hooitijd e in den oogst en in 't najaar op uitdrukkelijke r_ wijze werken. De moeite waard te vermelden is het volgenda : bij zekere gelegenheden n wanneer de heer in de buurt bleef slapen, o it op het kasteel bruiloft hield, of dat zijne vrouv n in het kinderbed was, moesten de hoorigi e lieden in de vijvers, poelen en hofgrachten he water komen geeselen, om de kikvorschen t< le doen zwijgen ! ;r Met het langzame verbeteren van den land •s bouw, begon ook de nijverheid toe te nemen het laken van Vlaanderen en van Frieslani n was zeer gezocht, het linnen uit onze Vlaam :g sche gewesten geprezen.De hande! maakte ool ■g vorderingen voorai met de twee genoemde ar [g tikelen, en bracht veel zilveren munt in 't land n ('t Wordt voortgezet.) kater. en I Het Oorlogskindeke, s te H y h Gedicht door Marcel Breyne, Vlaamsch k S- ^ krygsgevangen, in battingschap te Soltau. î "e H Daar kwam een lief klein kindeke Q •| gespoeld aan Vlaandrens reê, fj 'n ij op d'adem van het windeke Q :I1 q uit 't land van overzee. q Q Het kwam en stak zijn handeke (j n ^ naar vaderken omhc "g, ïj Q die voor zijn dierbaar landeke y_ sinds lang ten strijde toog. Q fi In Duitschland zit uw vaderke U -e rij gevangen thans en wacht ; Jjf e, y van liefde slaat elk aderke 'e 0 voor u, bij dag en nacht. û Groei op, mijn oorlogskindeke 'n 0 tôt knaapje vroo en vlug ! J n ■) Straks brengt toch 't vredeswindeke Q n f} uw vaderke terug. fj $ Mijn rozig, blozig bengelke, J ■n U uw vader heeft verdriet ; y n d want zijt ge moeders engelke, 'J -e 4 uw vader kent u niet. J ■k 0. 0 |e r. !ctg v/nne iîrncrr?îr u/ptru' Daar was eens... is Daar was eens een dwerg.... :n in zijn tenger lichaam huisde eene groot al ziel. Hij was jong, vol hoop en edele geestdrii n en hij droomde van heldhaftig strqden, vai :n lauweren plukken, van roem en glorie. le Zekeren dag kwam een reus bij hem, ei ie toen hij ontwaarde wat al goeds er schuilde il 3- het harte van den dwerg, ging de reus met hen :n qen bondgenootschap aan. En zij beslotei m samen te vertrekken. ?. Reeds eenigen tijd reisden zij,toen zij middei :n in een woud door drie roovers overvallen wer e, den. De kwaaddoeners hadden het voorai oj :n den dwerg gemunt — moeten de kleinen nie n, altijd het zwaarste lot dragen ? - en-zonde ie zijne dapperheid ware deze gewis verslagei le geworden ; doch hij sloeg en kapte, stak ei of kerfde totdat eindelijk de reus hem ter hulp »n snelde en de roovers op de vlucht dreef. Z in juichten beide victorie, maar de dwerg, eilaas n, had in het gevecht zijn rechter arm verloren in Verder togen zij, op zoek naar nieuw [n avonturen. Booze schakers hadden een d- konings dochter ontvoerd en angstig klon! :n het noodgegil der ontstelde maagd. Zonde s, aarzelen vloog de geestdriftige dwerg voo :n haar ten strijde. Het regende op hem slage n, en sabelhouwen maar moedig hield hij aan te :n alweer de reus zijne albeslissende hulp vei h leende en de zege verzekerde. De verlost s, maagd dankte hare redders en schonk haa e. nart en hand aan ... den reus, terwijl de dwer )k zich gelukkig mocht achten met verlies va n, ,, één oog uit den strijd te zijn gekomen. ; IJiCil UC1UC lYClllip WC1U UCVUtlllCU, IUC11, un - liefdenijd, eenige edellieden op het leven van i den reus aanlegden; zijn kleine makker schoot " toe en nogmaals bleven reus en dwerg meester , van het slagveld, maar de dwerg had zijn i linkerbeen in den slag gelaten. Toen kon de , kleine verminkte het geluk aanschouwen van , zijn zegepralenden vriend, voor wien hij ailes f had gegeven en verloren. î Daar was eens een werker.... t Hij geloofde in 't goede, in 't Ideaal en hij ; had een grenzeloozen eerbied voor hen die de hoofden waren van het leger der goede zaak. En hij was gelukkig toen ze een beroep : deden op zijn werk en offervaardigheid. 1 Overal was hij te vinden : als schreeuwer of - gloedvolle redenaar op hunne volksverga-c deringen ; als schrijver en aldoener in hunne - kringen ; als hun eenvoudig boodschapper en schuwe kiesdraver in het duistere. En als men « in het vuur van den strijd » den vijand wat al te ruw was te lijf gegaan, diende hij als verant-woordelijke strooien man om voor de rechters van het volk de gebroken potten te betalen. Maar waar de grooten uit den Volke plechtig vergaderden, daar zag men hem nooit ; waar het loon werd gegeven en de buit gedeeld tusschen de overwinnaars, werd hij stelsel-matig buiten gehouden. Wat er achter de gordijn gebeurde hoefde hij niet te weten. Eigen gedachten mocht hij noch voorbrengen noch verdedigen ; voor hem, die een Ideaal had, moest het volstaan eervol zijn plicht, zijn groote taak te hebben gekweten. Eens loerde hij door de spleet der gordijn toen de hoofden aan 't deelen waren en hij trok het droeve besluit dat het Ideaal voor zijn bazen een klinkende geld-werkelijkheid was geworden. En treurend ging hq heen. Daar was eens een Volk.... O ! het was een grootsch, een krachtig volk, tevens ruw en teeder, forsig en zacht, wild en zoet gevooisd ! Langs zijn gansche wezen straalden jeugd, eerlijkheid, oprechte trouw en mannelijke wilskracht uit. En dat volk arbeidde, zwoegde en slaafde, en zong in zijn armoê en hoopte in zijn ellende. Want ondanks zijn taaie kracht en zijn overtollig zwoegen, zag dit volk de vrucht van zijn arbeid aan zich-zelf niet ten bate komen. Maar ditzelfde volk was vreedzaam, verduldig, langmoedig en = spottender wijze werd het wel eens een volk van Goedzakken geheeten. Eens toch kwam er een dag waarop dit Volk er genoeg van had voor zich het zure te krijgen l en anderen het zoete te verschaffen. Ramme-1 lend met zijn ketenen eischte het zijn deel. En 1 omdat men kende zijne braafheid, en vreesde zijne kracht, trachtte men het te paaien en 1 smeet het een brokje broods in zilverpapier 1 gewikkeld. Toen het immer meer en meer 1 vroeg en dreigend vooruitwilde timmerde men 1 op zijn weg de altaren op der gevierde Burger-deugden waaraan het volk hield lijk aan zijn 1 eigen bestaan. En daar dit Volk een edel Volk was en eerbied had voor al wat groot en adel 3 is, deinsde het angstig terug en wanhopig de * handen wringend vroeg het : « Welke helsche 1 diplomaat heeft het dan uitgevonden dat ik 1 immer te kiezen heb tusschen mijne hoogste 1 Idealen en mijn dierbaar, onloochenbaar : Levensrecht ! » ! Er was eens een dwerg, een werker, een . Volk.... 3 Terwijl zij hun leed uitschreiden, klonk een s stemme, forsch en beslist, bitter en schamper < en ze senaterde het uit : « Zalig zijn de lang-r moedigen, want ze zullen gefopt worden ! » r En daarboven dreven Idealen voort waar-i voor de dwerg zich had laten verminken, it waarvoor de werker zich op belachelijke wijze - had laten uitbuiten, en waarvoor het Volk e ontsteld was terug gedeinsd. r Wat ze deden, aile drie ? ^ Dat weet ik niet. Dit enkel weet ik, dat die n dwerg, die werker, en dat dierbaar Volk zoo . diep, zoo eindeloos ongeîukkig waren. ibo.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Leuven van 1916 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes