De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven

357 0
25 februari 1917
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 25 Februari. De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven. Geraadpleegd op 25 april 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/5m6251gb4r/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Tweede Jaar^anor, nr 8 Prijs per nummer : 5 c^ntiemen. Zondagr, 25 Februari 1917. □ ABONNEMENTSPRIJS : Per jaar .... 2,50 fr. I—| Voor 6 maanden . . 1,25 fr. { I Voor 3 maanden . . 0,65 fr. Blke medewwker blijft verantwoordtlijk voor ALLE BRIEFWISSELING TI ZENDEN : zijn opstei. __ „ x Ongeteekende brieven of bijdragen worden Naamsche V6St, 41, HEVEBLEE (LBUïM) l _ in aanmerJring genomen. Poatcheok-rekening' Nr 242 Handschriften worden niet teruggegeven. AANKONDIGINGEN : Naar|overeenkomst. I | BOEKBESPREKING : Het inzenden van één '~J exemplaar geeft recht op vermelding ; twee ,—, exemplaren op bespreking. i j ïoor Ylaanderen en zijn recht ! Sta op gij die slaapt ! Ik leef in een midden van Vlaamsche men-schen ; menschen die met Frans van Cauwe-laert overtuigd zijn dat « Vlaanderen recht heeft op volledig eerherstel, recht op zijn even-redig aandeel in de stoffelijke en geestelijke goederen van den Belgischen Staat » en dat er « buiten eene eerlijk doorgevoerde rechts-gelijkheid geen België op den duur bestaan-baar is » (1). Onder die menschen zijn er die vroeger in de beweging stonden en die nu denken aan een vaderlandsche plicht te voldoen met te wachten, de oogskens toe en de armen ge-kruist tôt het « et in terra pax » zal uitgespro-ken worden. De oorlog duurt nu bijna drij jaar en al dien tijd hebben de vijanden van het Vlaamsche Volk niet opgehouden de Vlaamschgezinden ja, geheel het Vlaamsche Volk te bezwadderen en te bekampen. We vragen ons af hoe het er zou uitgezien hebben hadden aile Vlaamsche strijders maar laten begaan ; had én laster én leugen bij allen het gemoed zoodanig geschokt dat ze er het klare besef van de toestanden bij verloren hadden zooals dit gebeurde bij sommige vlamingen. De laster en de leugens overal zoo kwistig tegen onze beweging rondgestrooid zouden bij ons volk ingeworteld geweest zijn en in plaats van met -de beweging mee te leven zou het er zich, niet beter wetende, vijandig tegenover aangesteld hebben op hetoogenblik, dat ieder Vlaming zal moeten in 't harnas staan om te strijden den goeden strijd voor recht en vrijheid. Ons ligt de Vlaamsche Beweging nauw aan 't hart omdat zij zoo innig verbonden is met het zedelijk en stoffelijk belang van ieder van ons en van geheel ons dierbaar Vlaamsch Volk. We beschuldigen diegenen niet als verraders van de Vlaamsche Zaak, die van meening zijn dat het nu geen tijd is om aan Vlaamsche Beweging te doen omdat we vast overtuigd zijn dat wij ze na den oorlog in onze gelederen zullen zien plaats nemen. Plicht is het echter voor ons te werken dat hun getal zoo klein mogelijk worde, door hen over te halen om nu reeds het zwaard te gespen. Waarom ? Omdat we Vlamingen zijn. Vlamingen lijk die van den Slag der Gulden Sporen, Vlamingen lijk de wereldburger Rubens, de diep-denkende Ruysbroeck, Vlamingen lijk de waarheidstrouwe Egmont en Hoorn, Vlamingen lijk de fiere Van Rijswijck... Waarom nog ? Omdat het bestaan, het lot van Vlaanderen ons van nu af moet bekommeren. Wij moeten ons wel overtuigen dat er na den oorlog, hoe hij ook moge eindigen, voor ons een harden strijd te wachten staat ; een strijd waar de Vlaamsche zelîstandigheid zal op prijs staan. Wanneer zal de oorlog eindigen ? Zal hij nog jaren duren of zullen we ons plots voor den vrede bevinden ? Hetgeen we in den laat-sten tijd hebben geleerd schijnt ons te zeggen dat de laatste veronderstelling het meest kans heeft om bewaarheid te worden. Wat zou er van de Vlaumsche beweging overblijven moest ieder strijder op dit oogen-blik in een loomen slaap gedompeld liggen ? Ons is het zonde aile werkdadigheid van kapt-te zetten, zonde tegen ons eigen volk, zonde tegen ons dierbaar Vlaanderen. Daarom roep ik u toe : Sta op gij die slaapt, houdt u gereed, want na dezen strijd komt er een anderen om uwe eigen zelfstandigheid ; sta op voor Vlaanderen en zijn recht ! DE WlTTE KAPROEN. (*) Frans Van Cauvvelaertin « De Vlaamsche Stem » van 11 Juli 1915. Afgunst. De oorlog is een grillige werker. Wat in normale tijden recht was maakt hij krom, en wat krom was maakt hij recht. Dit is niel alleen waar onder stoffelijk maar nog veel meer onder zedelijk oogpunt. Wie vroeger een doodslag beging droeg het merk der vervloe king op het voorhoofd, en werd met den vinger nagewezen. Doch nu ? Hoe meer men doodt, hoe grooter held ! Haatdragen streed voorheen niet alleen tegen de wetten van God, maar ook tegen die van de menschelijke zedenleer. En thans ? Hoe meer men den vijand haat, hoe beter vaderlander ! In den gelukkigen ouden tijd van eer- de- kanonnen- het- hoog- woord voerden werd de beschaving van een volk ge-meten naar zijne scheppingskracht. Maar op onze dagen ? Altoos het omgekeerde. De plaats van een volk in de rij der ontwikkelde natiën wordt aangewezen naar den graad zijner vernielingskracht. En zoo zouden wij eindelooze voorbeelden kunnen aanhalen die bewijzen dat de oorlog verandert gebreken in hoedanigheden, ondeugden in deugden. Maar aan aile regels zijn uitzonderingen. Er is eene ondeugd die de woede en het veranderingsver-mogen van den oorlog tart. Eene ondeugd die niet alleen ondeugd blijft, zelfs in den oorlog, doch om en door den oorlog nog meer hate-lijkheid, nog meer boosheid verraadt. Het is de afgunst. Van haar willen we vandaag een woordje zeggen. Eigenlijk wat is de afgunst ? Om de catechismus taal te gebruiken antwoor den wij : De afgunst is eene duivelachtige ondeugd, die den mensch genegen maakt om altijd en in ailes, den naaste tegen te werken, door woorden en daden, waar het diens wel-zijn geldt. Deze ondeugd is bij uitstek duivel-achtig omdat de hellegast er de vader van is. Was het de afgunst niet die Satan dwong, onder de gedaante van een serpent, den eersten mensch tôt val te brengen om wille van zijn geluk ? En juist hierin is het dat de afgunstigen zich de waardige zonen toonen van hunnen helschen voorganger. Het geluk van een ander, dat is de stronkelsteen voor velen. ! Om nu goed de algemeenheid dezer zede-lijke ziekte te begrijpen is het genoeg een reisje per tram te doen. Van tien samenspraken zijn er zeven beheerscht door de afgunst. Hier is het een burger die dondert tegen de boeren, niet zoozeer omdat de tijden zwaar drukken, maar wel omdat de boer kan « potten. » En wat zou die zelfde burger doen, indien de kaarten moesten keeren en hij de gelegenheid kon vinden marken te winnen ? Het antwoord werd gegeven toen onze mannen moesten op de algemeene kontrool komen ! Daar in gind schen wagen is het een boer die zijn Jeremia-den uit, want heden morgen ontving hij van 't Komiteit zijn leveringsbevel. O dat Komiteit ! die heeren ! aile» op den nek van den boer I de boer moet 't al betalen, anderen niets ! Zie, daar zit het : anderen niets ! En gaan we nu eens bij de mindere klas. Vindt de afgunst ook daar ingang? Wij zeggen ja, en wilt ge ons niet gelooven, vertoef dan een half uurken aan de deur van het Hulp Komiteit. Men klaagt, men reklameert, men bedreigt. Jef en Tist trekken dit en dat, en zij niet ; en omdat « den deze dit, en den die dat » krijgt, moeten zij het ook hebben. Sorn; zijn die klagers niet verlegen er bij te voegen ik heb het wel niet noodig, o neen, ik kan ei zonder, maar 't is omdat anderen het krijgen Dat is afgunst, loutere afgunst, in al hare laagheid. En waar mag de oorzaak van dit kwaad te vinden zijn ? Naar onze nederige meening ir het gebrek aan naastenliefde. 't Is droevi§ zulks in tijd van oorlog te moeten vaststellen doch droevige zaken zijn ook waar. Beminder de menschen elkander, het gedonder van der burger zou minder hard zijn ; de Jeremiader van den boer minder lang en het lied var « den deze dit, en den die dat » zooveel mee schreeuwers niet vinden. En welk zijn nu d« gevolgen van de afgunst ? Met drie woorden : leugen, laster, verraderij. Liegen wordt ge-daan, niet zoozeer uit boosheid, maar bij gebrek aan kennis der toestanden ; achter leugen komt laster, om anderen te winnen voor de nijd-campagne ; en ten slotte verraderij, niet om zelf te winnen, maar om anderen te bena-deelen. Oorzaak en gevo'gen eener ziekte op-zoeken is niet genoeg, het middel ter gene^ng moet ook gegeven worden. Wanneer de H. Joannes,?postel,niet meer be-kwaam was om te prediken,sprak hij soms nog tôt de geloovigen, enkel om de volgende woorden te herhalen : « Kinderkens, bemint elkander. » In deze drie woorden was gansch de kristelijke leer samengevat. Zulks was waar vôôr negentien eeuwen, en zulks blijft waar-heid. Moesten de menschen nu ook mekaar méér liefhebben, dan zou de afgunst hunne harten niet bemeesteren. Aile standen zouden samenwerken om het snijdende wee en leed van deze algemeene wereldverwoesting met meer onderwerping en geduld te dragen. Dan zou de wereld, ondanks de ongekende rampen die ons nog beloeren, minder een ballingsoord gelijken. Zien wij nu allen hoe we het groot gebod der naastenliefde hebben onderhouden. Moeten wij het drievoudig « mea culpa » herhalen, hebben we dan den moed dit te erkennen en ons leven te veranderen ; kunnen we in op-rechtheid zeker zijn van een gerust geweten, laten we dan voortgaan. Zonder liefde is geen geluk mogelijk. Immeiswaar liefde woont is vrede en vrede kan den mensch gelukkig maken. JAN. Het Nederlandsch in de wereld. M. W. J. L. van Es becijfert in de « Dietsche Stemmen » het aantal Nederlandsch sprekende menschen in de wereld. Hij schrijft : In 1800 stonden 1,800,000 Hollanders tegenover 29,000,000 Franschen, in 1913 6,200,000 tegenover 39,400,000. Dus in de verhouding van 1 op 16 veranderd in 1 op 6 1/2. En dit verschil veranderde elk jaar meer, omdat het deelcijfer van onze bevolkingstoename de laatste jaren aan de spits van die der Europee-sche landen stond. Zoo kunnen we de laatste jaren een nog steeds toenemenden aangroei oprtjerken die reeds de 100,000 overschrijdt. Op 1 September telde ons land 6,528,970zielen. De Belgische vluchtelingen zijn hier niet onder begrepen, wel de uit den vreemde terugge-keerde Hollanders, die vermoedelijk het eigen-lijke cijfer niet ver onder dè 6,500,000 zullen brengen. Deze bloei is een bewijs voor de vitaliteit van ons ras. Waar ook het Vlaamsch in België de laatste jaren relatief meer toenam dan het Waalsch en vooral het Afrikaansch . volk zeer toeneemt, behoeven wij ondanks ailes aan de toekomst van onzen stam niet te wanhopen. Wij mogen hun getal ruwweg schatten op : « Holland 6,500,000, Hollanders in West-falen 200,000, Hollanders in Amerika 150,000, Hollanders in de koloniën 8,000, Belgische Vlamingen 4,300,000, Fransch-Vlamingen 200,000, Vlamingen in Amerika 50,000, Afrikaners 1,000,000. Verder nog Vlamingen in Kongo en Afrikaners in Argentinië in kleine getallen, benevens de stamverwanten verder over de wereld. Wij komen zoo op een zuinig ' geschat getal van 12,530,000 zielen. Indien wij Holland weten te houden, indien Vlaanderen eindelijk de vrijheid geniet die het eischen mag, gaat onze stam in Noordwest-Europa met zijn daar gevestigd hoofddeel van 11.200.000 zielen een groote .toekomst tegemoet. Niet : minder Afrika, welks zonen noordwaarts trek-i ken tôt aan de hellingen van den Kilimands1 jaro. Op het Nederlandsch Kongres te Ant-, werpen in 1913 bracht ds. van Broekhuizen, i thans « rebel », de boodschap van président t Steyn : « Afrika reikt Vlaanderen de hand via i den Kongo ». Door dezen oorlog is de moge-i lijkheid van een Dietsch Zuid-Afrika, Vlaamsch - en Hollandsch-Afrikaansch, een stap naderbij » gekomen. » IETS VOOR IEDERE WEEK Schrikbewind. Ik ben niet zinnens de bloedige gruwelen van Robespierre's beheer hier neer te schrij-ven ; evenmin ligt het in mijne bedoeling de geschiedenis op te maken der ijselijkheden die in den loop der eeuwen tôt in de jongste dagen toe het menschdom hebben onteerd en ge-schandvlekt. Genoeg van krijgstafereelen ! Er, is een ander schrikbewind dat zonder bloed-vergieten en zonder onmiddellijke gewelddaden even zwaar op de schouderen drukt en even angstig de harten beklemt. De rampen hebben u nog gespaard de dag van morgen zal u nog niet in 't verderf storten. En toch is de gezichteinder zwart en ge leeft in eene zware bevangende lucht : eene bedreiging hangt u boven het hoofd, onduidelijk maar des te nij-diger folterend. Aïs een « Mane, Thecel, Phares » klinkt het u in de ooren : « Pas op je » daden, man, let op je woorden ; want wij » hebben u in 't oog, wij, de zuiveraars, wij de » rechters ! Wee u, zoo gij te licht wordt be-» vonden ! Zoo gij niet meegekakeld hebt als » een kieken, zoo. gij niet « bis » geroepen » hebt, bij al den onzin dien we uitkraamden, » dan zal men u wel vinden. Later, en dat later, » komt toch ééns, dan spijkert men u aan den » schandpaal, men zal u misprijzen en onder » de voeten treden, uwe betrekking wordt u » ontnomen, en als gij hier te lande niet wilt » verhongeren kunt ge elders een onderko-» men zoeken. Wij beslissen, wij alleen, wat » op dit oogenblik past of niet past, wat al of » niet mag gedaan of gezegd worden. Loop in » ons gareel of vrees de wrekende roede ! » En dat die bedreiging een diepen indruk maakt valt niet te betwijfelen. Immers toen het Komiteit voor moed en wilskracht in Belgium zijne gaven uitdeelde, waren de rantsoenen jammerlijk verschillend. De menschen die maar eenige grammen kregen, zijn tegen zulke akelige vooruitzich-ten niet bestand ; die deemoedige Sicambers verbranden hunne goden nog éér ze aan be-keering denken ; zij vormen de réserve der platbroeken die meetieren aan den kant waar het luidst wordt geraasd. Anderen, die in de week vielen van het dubbel rantsoen, halen spottend de schouders op bij al dat dreigen dat zij machteloos noemen. Zij willen vooruit en hebben de vaste meening dat hunne ge-dachte moet zegepralen. Audaces fortuna juvat. De laatsten hebben hun rantsoentje moed gansch voor zich zelven van doen ; zij wachten zich wel het noodeloos te verspillen ; en als er zulke gewichtige dingen op het s"pel staan als hunne betrekking en de dagelijksche korst brood voor hen en voor de hunnen, gaan zij voorzichtig te werk. Zonder omwegen gezegd zulk gedrag wil ik niet laken. Een mensch kan van een ander niet vergen dat hij in hooger sferen iwevend al het menschelijke onder de voeten trappe ! Wie van ons stak niel vol geestdrift het wap-perende vaandel ter venster uit ? En wie haastte zich niet het binnen te trekken en weg te stoppen toen er lijfsgevaar was om het langea tg laten flapperen ? Maar vermits men zijn rantsoentje moed niet verspilt met zichbloot te stellen aan gebeurlijke wraakneming, zou men toch een greintje moed moeten overhouden om loyaal te verklaren : Ik sluit me niet aan bij U, die ik beschouw als rui-tenbrekers, omdat ik mijne betrekking in de maatschappij wil behouden, omdat ik het brood mijner kinderen wil verzekerd zien, omdat ik bang ben dat er van de bedreigingen dier ra-' zende bende iets zoo kunnen waar zijn ! Weet U, wat ik zou wenschen in mijn naïe-veteit ? Dat de stoutsten, de kranige baanbrekers zouden begrijpen dat iedereen niet mag, niet kan, niet wil medeloopen naar de hoogten van den berg alhoewel menigeen van uit zijnhoekje heimelijk hun forsche vaart bewondert. Dat de | voorzichtigen de waaghalzerij der eersten niet

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Leuven van 1916 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes