De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven

187 0
24 december 1916
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 24 December. De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven. Geraadpleegd op 19 april 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/kw57d2r49j/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Eerste Jaargang, nr c Prijs per nummer : 5 centiemen Zondasr, 24 December 191( De Gazet van Leuven Atoonnementsprij s : Per jaar . . . . . . 2,50 fr. □ Voor 6 maanden 1,25 fr. Voor 3 maanden .... 0,65 fr. ALLE BRIEFWISSELINQ TE ZENDEN : Naamsche Vest, 41, HEVERLEE (Leuven) AANKONDIGINGEN : Naar overeenkomst. BOEKBESPREKING : Het inzenden van één exem-plaar geeft recht op vermelding ; 2 exemplaren op bespreking. gg£g ABONNEMENTEN Wie een abonnement neemt voor het jaar 1917, ontvangt het blad kosteloos tôt einde December. Het bedrag der inschrijving (2,50 fr. 'sjaars) op voorhand te zenden per postmandaat. Reeds verschenen nummers zijn beschikbaar. Kerstdag in de Noorderlanden Kerstdag ! De Heiland isgeboren ! Een God is mensch geworden tôt vrijmaking van de wereld. De slavenboeien vallen. Het kruis der gtnade schittert boven de verbroken kluisters ! Deze blijde gebeurtenis wordt jaarlijks in ieder beschaafd land herdacht. Elk volk heeft echter zijne verschillende gebruiken en bijzon-der in de Noorderlanden zijn deze gebruiken diep ingeworteld. Het is alom bekend dat Engeland het land is waar de Kerstdag met den meesten luister en de grootste vreugde wordt gevierd. Overal, zoowel in de hut van den armen bedelaar als in het paleis van den rijken lord, jubelen de harten en gaan de vreugdekreten op en men-gen zich met het zoet gebimbam van de klok-kenspelen die het « Christmas » aanmelden. Bij de eenigzins bemiddelde menschen braadt de worst knetterend op 't vuur, de dampende « pudding » staat te wachten, terwijl de bruin-gebraden kerstmisgans heure laatste schom-melingen maakt aan de braadspit om straks het pronkstuk te worden van den disch. Ailes wachtend naar het onvergetelijke « Christmas-feest ». In een deel van Bohemen gaat de Kerstdag gepaard met godvruchtig-eenvoudige voorstel-lingen. Het stalleke van Bethlehem wordt afgebeeld, opgesmukt met winterplanten. In het goddelijk kribbeken rust een splinternieuw Jesuken van Nurenberg. Terwijl de herderken» voor 't Kindeke nederknielen en Maria en Jozef langs beide kanten van hun Schat staan, komen ook de drie koningen wierook branden rond de kribbe en zingen : « Jerusalem, sta op, schud het stof van uwe haren en breek de kluisters rond uw hais ! Zing Jerusalem ! » Deze voorstellingen worden talrijk door eene ingetogene menigte bijgewoond. Ze zijn aile jaren dezelfde en toch vinden de Bohemers er telkens meer nieuwigheid aan. Ook Duitschland heeft zijne bevallige ge-woonten. Als « der Weihnachtsmann » komt met zijn langen sneeuwwitten baard en zijn korf vol geschenken, da.n is het vreugdefeest in dorp en steê. Hier, lijk overal, zijn de kin-deren de helden van 't feest. Op het witte tafeldoek wordt de « Christbaum » geplant, de mirakuleuze sparreboom beladen met linten en lichten, met blinkende bollen, vergulde oranjeappels, met veelkleurig speelgoed en lokkende snoeperijen. Zoo dikwijls hebben de kinderen het reeds herhaald het mooie Kerstdag versje : « Morgen kommt der Weihnachtsmann, kommt mit seinen Gaben.... » En nu eindelijk staat de « Christbaum » er met al wat hun kinderhart er aan gedroomd heeft. In Zweden en Noorwegen is Kerstdag de hoogdag van 't jaar. Van 's morgens af staan de deuren, versierd met steekpalm, herberg-zaam open voor elken vreemdeling. Ook de arme heeft zijn plaatsje aan tafel en bij den haard. Iedereen neemt deel aan het grootsche feest. Zelfs de vogelen blijven niet ten achter want op al de daken worden hooge staken geplaatst, beladen met lange haverharen. De daglooner, die geen land bezit, ontvangt van zijnen pachter een schoof graan dien hij op een staak in de lucht steekt, opdat ook de vogelen zich komen vergasten. Heeft ons Vlaamsche land noch « Weihnachtsmann » noch « Bonhomme Noël » — die er door Sint Niklaas worden vervangen — toch bezit onze jeugd zijne kersteboomen schitterend van licht en goud en zwaar van aanlokkend speelgoed die de kleine handjes van bewondering en leute doen klappen. Wat blonk het geluk in de oogen onzer kleinen wanneer ze thuis gekomen ook hùn kerste- boom vonden. Wat een prêt ! Wat een schate-ren ! Wat een hemel ! En wat een blijheid voor ons, ouderen, bij 't zien der vreugde onzer kleinen die, voor de verlichte ramen onzer magazijnen, het luid uitschaterden van prêt bij 'tzien der prachtig-gesmukte kersteboomen of in de kerken in stille bewondering gaapten naar 't kindeken Jésus in 't kribbeke, naar de zoete Maagd Maria en den vaderlijken Jozef en niet minst van al naar den grijzen ezel en den lompen os die achter in 't stalleken on-noozel toekijken. Maar dit jaar weer komt de zotte oorlogs-woede onzen Kerstdag — den Vredesdag — vergallen. Geen blij Alléluia klinkt boven onze hoofden. Het aloude «Et in terra pax hominibus bonae voluntatis » brandt op onze lippen en klaagt in onze ooren. Wanneer zullen we weer die heilige woorden in vreugde-akkoor-den uit voile longen mogen zingen ? Wanneer brengt Kerstdag ons terug den vrede waar ieder van ons naar hunkert : een duurzamen vrede die voor eeuwig den gehaatten oorlogsdraak overwint ? R. Drankbestrijding. Dat is een zaak waarover nogal gesproken wordt en zeer verschillend gesproken. Sommigen zien er een onfeilbaar genees-middel in tegen aile mogelijke kwalen, nog beter dan Pinkpillen en dergelijke artikelen. Anderen halen er de schouders voor op en aanzien ze als een onnoozele liefhebberij van sommige heethoofden, die nu eens anders willen doen dan de gewone menschen ; nog anderen vinden het een uitstekende zaak... om er eens ter dege mêe te kunnen lachen en heel goedkoop geestigheden te verkoopen over die waterdrinkers ! Zoo gaat het hier en zoo is het ook in andere landen gegaan, toen daar die beweging in hare eerste jaren was, zooals ze nu bij ons is. Ook daar werd die beweging bij haar ge-boorte door sommigen begroet met blijde geestdrift en door de meesten met kleineerende minachting of schamperen spotlach. Maar van dien spot is zij niet doodgegaan en de minachting heeft ze niet klein gekregen. In andere landen is de drankbestrijding gegroeid tôt een macht, en de uitkomst heeft het bewezen, tôt een groote macht ten goede, waarvan nu de lâchers van 't begin, felle medestrijders zijn, en waartegen de kleineerders van de eerste uur met eerbied opzien. Over die beweging zouden we nu een en ander willen zeggen. Het is goed dat we weten wat we nu eigenlijk te denken hebben van een zaak waarover zoo verschillend wordt gedacht en gesproken. Wat is dan die Drankbestrijding ? Zij is niet een dweperij van sommige zuur-kijkers met uitgestreken gezichten van twee voet lang, die zelf geen plezier en vreugde meer kennen, en daarom aan hun evenmensch een vreugde-gevend glas misgunnen, en allen zouden willen maken naar hunbeeld en gelijke-nis tôt houterige droogstoppels en kniezende waterdrinkers. Neen, 't is een beweging die meer ECHTE levensvreugde zou willen geven aan aile menschen. Zie, zij die deze beweging in het leven hebben geroepen hebben gezien dat er toch zoo-veel lijden en ellende is onder de menschen ;• zij weten dat velen bittere armoede lijden, of gezondheid en krachten vôôr den tijd verliezen; dat in veel huisgezinnen het huiselijk geluk een onbekende gast is en dat veel vrouwen echte martelaressen en veel kinderen verwaar-loosde en mishandelde wezentjes zijn. Zij weten dat dit gebeurt door allerlei oorzaken ; maar ze hebben onder die oorzaken er eene gevonden die overgroote schuld heeft. En die oorzaak is het drankmisbruik of alcoholisme. Die mannen hebben zich dan afgevraagd of zij dat maar zoo moeten laten ? En ze hebben gemeend dat de riaastenliefde het hun als plicht oplegde ter hulp te komen aan al die oflgelukkigen die dikwijls zonder eigen schuld . zooveel te lijden hadden. Zij beminnen hun volk en zouden zoo gaarne willen dat het sterk ware, verstandig en edelmoedig, groot door ontwikkeling, door karakter en deugd ; maar ze weten dat hun volk niet groot zijn kan als het in den alcohol zijn krachten verwoest, zijn verstand benevelt, zijn karakter ontzenuwt, zijn deugden verzuipt. — Daarom hebben zij den oorlog aangegaan tegen dien volksmoor-denaar.Zij hebben dan naar middelen uitgezien om het alcoholisme te doen verdwijnen uit de maatschappij. En zoo is de drankbestrijding ontstaan. De drankbestrijding is dus niets anders dan een beweging tôt vernietiging van het alcoholisme, om zoo voor gansch het volk mogelijk te maken : meer stoffelijke welvaart, meer kracht en gezondheid, meer verstand en wilskracht, meer hooger leven en zôô meer echte levensvreugde. Men moge dan ook lachen met de drankbestrijding — als men eens ernstig nadenkt zal men toch moeten erkennen, dat haar doel schoon is en haar streven edel ; dat het mis-schien de moeite waard is er nader kennis mee te maken. We zullen dus in eenige kleine artikeltjes deze zaak nader beapreken. PR. SETS VOOR IEDERE WEEK Oorlogske zoet ! De lezer duide mij niet ten kwade zoo ik dit-maal met mijne bijdrage niet klaar ben. Ik heb op het punt gestaan mijne betrekking te verliezen : het scheelde geen haar of ik was gazet-schrijver af ! Laat ik U mijn wedervaren vertellen. De gansche geschiedenis is in een paar brieven samengevat die ik met de toelating van onzen hoofdopsteller hier overschrijf. De eerste werd thuis besteld bij den hoofdopsteller zelf en luidde : Mijnheer de Chef-Rédacteur. Zooals ik zie, zijt gij met eene nieuwe gazet bezig. Ik heb uw blad thuis gekregen en met veel belangstelling gelezen ; ik heb zelfs lust om mij te abonneeren maar.... Er schrijft daar iemand in de gazet die mij tegensteekt ; dat is Ibo. Smijt dien kerel buiten en gij zult mijne klandizie krijgen. Ik zal U eens uiteen doen wat ik tegen dien vent heb. Dat is nu al tweemaal dat hij in zijn wekelijksch parole over ons landeke en over de Vaderlandsliefde en over de Vaderlands-lievende werken aan 't zagen is. Gij moet weten, Mijnheer de Chef-Rédacteur, ik ben in commerce, en om bij de kalanten in goeden naam te staan moet ik achter de toonbank heel den dag het Vaderland ophemelen en te-zelfdertijd steenen, klagen, treuren en ver-wenschen ; dat brengt een mooien stuiver op, vat u ? Nu, als mijn magazijn gesloten is, dan zit ik in de keuken met onze Anastasie, en dan ben ik tevreden mijne centjes bijeen te tellen. Al klaag ik de steenen uit den grond, in onzen handel komt men zoo goed aan zijn brood dat ik, zonder het te willen, mij soms laat ontvallen « Oorlogske zoet ! » En dan zegt onze Anastasie : « Maar, Barnabas ! zwijg toch voor de menschen » ! En dan zwijg ik en zoek wat distractie in het Iezen van uwe gazet. En als ik dan dien Ibo bezig hoor van droeve tijden en van slachtoffers, dan rammel ik van koleere met mijn centen en ik zeg : « Die Ibo moet weg uit de gazet ! » Die Ibo is er wel meê, als hij denkt dat de oorlog voor alleman een kwaal is ! Ik weet er die er bovenop geraken met ailes heel duur aan hunne medeburgers te verkoopen. Er zijn er op ons « prochie » die vôôr den oorlog geen nagel hadden om .... hunne ooren te reinigen en die er nu warm in zitten. En het wil precies lukken dat die mannen het leelijkste schreeuwen over 't Vaderland, juist gelijk die Ibo. Dat ze zeiden zooals ik, als ik mijn kas nazie, « Oorlogske zoet », dan zouden ze ten minste hun hart rechtuit spreken. En die werken dan ! Jufvrouwtjes en dametjes die hun eigen gedoe nog niet kunnen beredderen en die de samenleving gaan red-den. Dat ze liever thuis blijven en oppassen dat de rattebaga niet aanbrandt ! En dan die zelfopoffering ! Daarin toont Ibo dat hij niets van de wereld kent. Op ons prochie zijn al die zelfopofferaars in 't Komiteit en niet voor niet, zulle ! Vroeger liep er zelfs een tusschen die van zijne dagelijksche bezigheid ontlast werd en zich met zelfopoffering bezig hield ; hij had niet mèèr werk en krijgt een eersten accessit in zelfopoffering. Neen, Mr de Chef-Rédacteur, uw medewerker Ibo kent noch de menschen noch de wereld; hij is te naïef en vertelt veel onzin. Zet hem buiten en ge zult een goede gazet hebben voor de burgerij. Dat raadt u Bernabas Ruigpels Negotiemarkt, te Zelfzorg Ik laat hier onmiddellijk het antwoord volgen van onzen baas. Waarde Heer Barnabas Ruigpels, Met tien stemmen tegen één onthouding heeft de Opstelraad besloten den heer Ibo in ons midden te behouden. Gij hebt den droeven moed te bekennen dat bij u, en bij vele anderen, als men u gelooven wil, het Vader-landsch gevoelen er zoo maar bovenop ligt alo ccn roklnam om hunne waar aan den raan te brengen. Als er zoo zijn, dat is diep te be-treuren. Zijn er menschen die hunne hebzucht, hun woeker- en plundergeest achter over-dreven geschreeuw verduiken ; als er zijn die meedoen aan goede werken uit glorie of uit winstbejag, als er zijn voor wie de zelfopoffering is de schijn, en voor wie het eigen profijt is de daad, dan, neem het niet kwalijk, Mijnheer Barnabas, maar dan zijn dat ruig-pelsen.Doch wij blijven gelooven dat dit maar droeve uitzonderingen zijn. Wij houden ons aan den kant van Ibo. Hij is naïef misschien maar heeft dan toch nog wat vertrouwen in de edele ge-voelens zijner medeburgers en hij denkt dat het eene afschuwelijke daad is, zijne tevreden-heid uit te spreken over den oorlog, al bracht hij schatten in huis. Aanvaard, Mijnheer Barnabas Ruigpels, de verzekering onzer vaderlandsche gevoelens. De Hoofdopsteller. \7r\r\r> ne1 i ilr i r/-if vvi( /-Y- r>-fn r>li !fl » UiuvlllX l* IBO. Volksontwikkeling In ons artikel van de vorige week spraken we reeds over dit onderwerp. Doch het scheen ons later dat wij niet genoeg uitbreidden over het nut en de noodzakelijkheid der volksont-wikkeling. Daarom komen wij er nog eens op terug. De zaak is overigens van zulk overwe-gend belang dat ze wel verdient dieper inge-studeerd te worden. En eerst en vooral, alvorens verder te gaan, wat verstaan wij eigenlijk door « Volksontwik-keling. » Dr Hitze bepaalt ze als volgt : « de bewuste, harmonische ontwikkeling van de geestelijke vermogens van ons volk, en vooral van deze drie : verstand, gemoed en wil. » Bij deze bepaling kunnen wij ons aansluiten. Wij willen het verstand ontwikkelen, 't is te zeggen niet alleen vele nieuwé feiten en ken-nissen bijbrengen, maar vooral het doen rijpen van een helder inzicht in het gebeuren der dingen in het verleden, om zoodoende beter te begrijpen wat tegenwoordig om ons heen geschiedt. Wij willen de ontwikkeling van het gemoed. 't Is te zeggen wij willen liefde en sympathie wekken voor al wat schoon en edel is en onze aandacht verdient ! Wij mogen niet blijven opgaan in het alledaagsch gedoe ! Wij moeten de schoonheid leeren kennen die God zoo mild voor ons heeft ten toon gesteld en die nu slechts door eenige uitverkorenen kan genoten worden. . Wat wij nog en vooral moeten ontwikkelen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De gazet van Leuven: weekblad voor het arrondissement Leuven behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Leuven van 1916 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes