De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

742 0
10 september 1915
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 10 September. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Geraadpleegd op 26 mei 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/4x54f1nj80/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

r rf:9psî© ^aargan Si IFtfO. 21 '"BrfTh ^Sv<cak«^3*aim DE VLAAMSCHE STEM I [m nlk zal niet vergaan! ALGEMEEM BELGISCH DAGSLAD F&urlpamhf maakt manht KEOflOTIE. EH A0MSPII3TRATÎEBUREELEK s KALVERSTRAAT 64, boïenhuis, AMSTERDAM. Onder leiding van RENI DE C1.ERCQ en Dr. A. JACOB, ABONNEMENTSPKIJS (l>u vooruitbetaling): Voor Nederland per jaar »ld. 6.i — per kwartaal gld. 1.75 — per maand gld. 0.75. Voor lielgiii, Engeland, Frankrj en andere landen dezelfde urijzen, met verhooging van verzendiugskosteu (2U oei per nummer), gilllisÉ Slsst as Vwntei Ér Vlaminggn. le Belgische Staat heeft het Vlaamscb c steeds verdrukt, schreef onlangs in di 1 Prof, de Cock ; steeds is het Vlaamschi lD(r door den Belgischen Staat miskenc orden, verklaarden wij in den „Opei ' en wij voegden er aan toe trots d ihtigste waarschuwingen. ;eQ dezer plechtige, tôt de Overheid ge \ie waarschuwingen drukken wij than Wij ontleenen het stuk aan den rnerk rdigen, mede door Hendrik Conscienc erteekenden „Open Brief" uit 1850, di Antwerpsche genootschap „Voor Tael e: ist", waarvan onze groote volksschrijve poorzitter was, aan de Gemeenteraden i: provinoie Antwerpen richtte over he :uik van de volkstaal in zaken van bestuui la treffendste plaats uit dit stuk luidt: }nzè moederfcaal, mijne heeren, is seder itig jaar miskend en verdrukt geworden gevolgen dezer verdrukking zijn voo Vlaamscke volk allernoodlottigst ge st. Het spreekt van zelven dat een e," die van het volledig gebruik hare dertaal beroofd blijft, de eenige bron vai ihaving en van ondervvijs moet missen welke zij putten kan: onze tegenwoordigi taad bewijst het genoegzaam. ^ erwijl men in aile landen de Nijverheid Landbonw en de Ambachten tçt een< r© volmaaktheid opvoert, terwijl in alL 'en het doelmatig onder wij s en he t der nuttige wetenschappen tôt in de: sten sçhoot des volks doordringen, zie onder dit opzicht geenen vooruitganf 3r onze mindere klassen. — Ja, toei ■ weinige jaren de hongersnood zo< ikkelijk in Vlaanderen woedde, ging e: i stem uit Europa op, die zegde da •ek aan beschaviug, aan voJksopvoedin^ aan voortgang den ijselijken geesel ove; Vlaamsch vaderland geroepen had. idien dit verwijt maar eenigszins ge id is, waarom gebrek aan beschaving ii land als Vlaanderen, waarlicht en levei vervloed voorhanden zijn? Omdat het voU wuclitbaar gebruik zijner inoedertaal mist at, door de oiibegrijpélijke handshvij. overheden en der. gestichten die he isch bezigen, ônze moedertaal van all< ibare aannioediging verstoken blijft, ei liensvolgens geene boeken tôt volksbe >vmg of tôt doelmatige volksopvoedim nen v;orden mtgegeven ; omdat d< imsche burger, de Vlaamsche landbouwe: imbachtsman, uit de gemeenschap de iten b ijft gealoten en tôt eene slafelijk' etendheid is veroordeeld; omdat eei imscke burger, in zijn eigen land, minde bot openbaar leven der natie kan deel en dan een vreemdeling, dewijl ailes ii s taal geschiedt die hij niet verstaat. 00 ioendc beréidt men ons vaderland een* 'idijke toekomst; want het is onfeilbaai indien men nog langer doof bleef voo item der plicht en eerlijklieid, men wel it in de Nederduitsche gewesten twe ssn van menschen zou hebben gemaakj ; „casten", tusschen welke voor eeuwi afgrond van haat en ijverzucht zo\ \taan. D^eene, betrekkelijk klein in geta Franseh zou kunnen, en aile ambter eereposten, aile bedieningen, aile vruchte: den nationalen arbeid, voor ziohzelve: Duden, — die alleen in het openbaa n zou deelen, alleen de wetenschap zo tten en alleen over de natie zo rsclion, als een overwinnaarsgeslach do middeleeuwen. Het andere dee. gansche handeldrijvend en werken eelte der natie, zou van aile be iving verstoken blijven ; het zoii voorj ipen in onwetendheid, ambachter Ibouw en nijverheid laten verachteren domheid vervallen en als een hoop be pnswaardige veiworpelingen, door ziji ïders worden beheerscht en verdrukt. 'y weten niet, de verdiuaalde Franseh nden, welk lot zij ons vaderland, voor 'iden; zij beseffen niet wat haat zi hten, welke schreeuwende onrecfytvaardig 1 zij plegen, met eene gansche natie, me ioenen hunner arbeidende broeders, to ekwaamheid en tôt duisternis te doemen!! ^0 hachelijke toekomst van het Vaderland ^rop Conscience in dit stuk zinspeelt rbereid door de onbegrijpelijke handel » der Overheid en der Franschgeziu , — de enkele taalwetten die na 1851 omen zijn vermochten noch de toestanden h den staatsgeest wezenlij k te veranderen ~ 6 hachelijke toekomst is heden bittere wer jkheid geworden : een afgrond van haa pt, ook in dezen oorlogstijd, tusschen ver terde en hun volksaard trouwgebleven Via 'gen. Wat de Regeering vijf en tacb jaren lang gezaaid heeft, oogst zij nu z j thans tôt bezinning komen? Zal z België eindelijk 'hetfranskiljonisme, de ver felijke splijtzwam, weren ? Dat wilzegger zij Vlaanderen algeheel recht laten wedei en schadeloos stellen. door het erken \ Vlaanderen's Zelfbestuur ?■ 'lechts dan gaat België een verzekerd komst tegëmoet, als zijn Regeeringgehoo ft, aan „de stem der plicht endereerlijk Dr. A. JACOB. eus LIED. ^ekwetst bon ik van binnen, LJeurwoiid mijn hert zoo zeer, *an uwer ganscher min ne ^kwetst zoo lang, zoo meer. v»car ik mij wend, waar ik mij keer, en kan gerusten dag noch nachte; *.;i,r ik mij wend, waar ik mij keer, ï le! meuwe Bnjsbogk. Het tweede Belgische grijsboek, vraaruit wij reeds een en ander hebben medegedeeld, ont-leend aan e-en Engelsch blad, is, schrijft de ,,N. R. Ct.", verdeeld in tweeën: .in het eer-sto gedeelte zijn samengevoegd, behalve eenige ^ stukken, die met de betrekkmg van België in 3 den oorlog verband houden, do corresponden-tiën betrerfende de afbreking van de diploma-l tieke betrekkingen met Turkijo; het tweede ge- 0 deelto bevat de tôt 1 Mei 1915 door do Bel^i-s sche regeering tôt de Duitsche en Oostenrijk- sehe regeeringen uitgebrachté protesten wegenî overtredingen van het volkenrecht. 3 Aan liet eerste gedeelte ontleenen wij no« enkele brokstukken. Het eerste stuk is een 3 brief van 22 Februari 1913 van den gezant te 3 Parijs, waarin hij verslag doet van een onder- 1 houd dat hij gehad had met den heer De Mar-r gerie, oud-gezant van Frankrijk in China en 1 adjunct van den dirécteur-generaal voor de , politieke aangelegenheden. De heer De Margeric had gevraagd naar de strekking en de bedoe- * ling van de nieuwe Belgische legerwet. 1k heb geantwoord — schrijft de gezant — 'à dat de nauwere betrekkingen, waarin Engeland onlangs met zekero groote mogendheden r was gekomen, dit land ten aanzien van ons . niet meer in dezelfde positie steldo van vroe-ger, hocwel het voortbestaan van een vrij en onafhankelijk België een levensbelang voor En-r gelands politiek bleef. Wij willen vermijden, ^ als: dat mogelijk is, dat België weer wordt — , wat het te éikwijls reedt» geweest is — l'.et oor-i logsvekl van Europa. Ik heb daarbij gevoegci, dat België beoogde een flink en ornstig leger to hi'hbcn, dat het geheel en volledig in staat ' zou stellen zijn plicht te vervulien om zijn on-' afhankelijkheid en neutraliteit te verdedigen. 5 „Tj$tstekend;,' antwoordde mijn ondervrager, ^ ,,maar worden uwe nieuwe bewapeningen niet i geniotiveerd door de vrees,, dat die neutrali-t teit door Frankrijk zou worden geschonden?" r ,,Neen, zij zijn niet meer tegen Frankrijk dan | tegen DuiWhland gericht; zij zijn bestemd ouj wien ook te beletten bij ons binuen te komen Do heer Poincaré heeft mij verzekerd, dat Frankrijk nooit beginnen zou met onze neutra-liteit te schenden, maar dat indien de Duitsche ' legers in België hinnenvielen en wij niet kracli-: tig genoeg waren om ze terug te werpen, de regeering van de repubjiek zich gerechtigd zou . achten, do maatregelen te nemen, die zij nut-tig zou àchten om liaar gehied to verdedigen, hetzij aan h are grenzen, hetzij de generale 1 staf het nuttiger zou achten de keizerlijke troepen te gemoet te gaan. 5 Ik kan, heb ik daarbij gevoegd, het woord { van den heer Poincaré niet in twijfel trekken. « Ik houd mij aan zijn verklaringen, en ik moet i zelfs zeggen, dat naar mijn bescheiden meening l het uit strategisch oogpunt voor Duitschland meer voordeel zou hebben van den weg dooi r België gebruik te maken om Frankrijk in het ' liart to trrffen, niet ver van zijn liôofdstad, dan de legers van do republiek ervan zouden trekken, de Duitsche grenzen te gaan aanval-len in de buurt van Aken. Maar ik kerhaal', * wij vertrouwen ons niet toe aan waarschijn-1 lijheidsrekeningen ; daarenboven wat vandaag r waar kan zijn, kan dat door nieuwe omstandig- heden morgen niet meer zijn, en ons doel is 1 uitsluitend, binnen de grenzen van onze kraclv ten, elko schending van onze ônzijdigheid te , beletten. Na dit stuk voîgt de "brief van 2 April mei ' de mededeeling van hetgeen de Fransclie ge r zant te Berlijn op een.intiem diner'tje bij der heer von Jagow van dezen had vernomen ovei 3 de plannen met den Kongo, reeds v.roeger aai , de bladen vermeld. J De verdere stukken dateeren van vlak vooi A en uit den oorlogstijd. ? In een brief van 24 Juli geeft baron Beyens de gezant te Berlijn, to kennen, niet te kun •J nen gelooven, dat Duitschland niet van he-ultimatum van Oostenrijk aan Scrvië zou heb 1 ben geweten. ,,Do heeren van Jagow en Zim r mermann liadden ons verleden week verzekerd 1 dat zij de besluiten van het Kabinet to Wee 1 nen niet kendon, noch tôt zoover do eisoher t zouden gaan. Hoe heden nog geloof aan di< , onwetendheid te schenken? Het is weinij 1 waarschijnlijk dat de Oostenrijk-Hongaarsch; . staatslieden tôt.een dergelijken stap zoudei liebbea besloten tôt den gevaarlijksten slag, dien hun diplomatie ooit. tegen een der Balkan ' staten heeft ' gewaagd, zonder hun collega's t< ' Berlijn te hebben géconsulteerd en zonder d< toestemming van keizer "V\ illielm te hebbei 1 verkregen". Maar op deze meening is baron Beyens la " ter teriiggekomen. 22 September 1914 schrijft - hij in een rapport : ,,Ik geloof nu zelfs, ir j tegenstelling met het geen ik u op het eerste . oogenblik heb geschreven, dat de heeren var - Jagow en Zimmermann de waarheid spraken l toen zij mij nen college's en mij verzekerden, dat , zij te voren de tekst zelf van het ultimatum van Oostenrijk aan Servië niet hadden ge-' weten". j Do heer Beyens (23 Juli) schrijft do ge> * strenglieid van het ultimatum toe nie't zoo zeei - aau het verlangen, den dood van don troon-) opvolger to wreken, en paal en perk te steller aan de panservische propaganda, maar aan eer ' verlangen van graaf Berchtold, zich zelf ah 6taatsman to reliabiliteeren. ,,Van het oogen " bîik dat zijn eigenliefde en zijn reputatie ir liet spel zijn, zal het he-m wel moeilijk zijn teru^ " to treden, te matigen en zijn dreigementei - niet to volvoeren." Den 7olgenden dag schijnt de heer Beyem echter weer liierop terug to zijn gekomen, zoo-j als blijkt uit het rapport van 26 Juli, reedî vroeger door ons vermeld. " in een brief van 28 Juli geeft baron Boyen: ' er zijn verwondering over te kennen, dat d< " tekst van het Sërvische antwoord op het ulti " matum niet in do Duitsche per s is bekend ge maakt. ,.Het antwoord is aan alle^ belangheb 3 bende kabinetten meegedeeld en gistermorgei f aan dat te Berlijn. Hoe komt het, dat geen en t kel Duitsch blad het gepubliceerd heeft, ter wijl bijna aile bladen een Oostenrijksch ' tele gram bevatten, dat het Servisch antwoord ge hecl onvoldoende was? ' Is dat niet een nieuv bewijs van den onverbreekbaren wil, zoowe hier als te Weenen, door te zetten, kosto he-wat het wil ?" Maar 29 Juli schrijft baron Beyens, dat de Wanten dien dag het antwoord publiceerden : ,,Do fout voor de vertraging is grootendeels te wijten aan den Servischen zaakgelastigde, die het étuk niet had laten overtikken om ei copieën van aan de per s te geven." In denzelfden brief raadt de gezant zijn regeering af, reeds tôt militaire maatregelen over to gaan. ,,Koelbloedigheid is niet mindei noodig dan waakzaamkoid. Men moet niet over-haasten ; ■ op dit oogenblik, nu wanhopige po- wapenen te roepen, zou iner voorbarig lJjKen en zou gevaar loopen hier een onaangenam'en indruk te maken." De oorlog nadert ras. Op 2 Augustus schrijft baron Beyens: ,,Ik heb vandaag door een indiscretie van een officier van het Keizerlijk huis vernomen, dat vannacht Luxemburg zou worden bezet. Gaat het om liet groothertogdom of om onze provïncie, dat heb ik niet kunnen uitvisschen. Het groothertogdom is vandaag bezet. Zal onze provincie vannacht bezet worden ? Als er morgen officieel bericht komt. zal ik dadelijk bij de heeren von Jagow en Zimmermann protesteeren. Ik zal de fatale gevolgen van zoo'n daad in het licht 6tellen, maar ik zal uwe instructies afwachten, alvorens mijn paspoort aan te vragen." Tevoren had de gezant al geseind: ,,Ei\gaan pessimistischo geruchten tegén ons. Ik meen, dat het Belgische leger onmiddellijk voor elke gebeurtelijklïéid gereed moet zijn". De rest van do gebeurt-enissen is bekend. .Zie hier nog het uitvoerig verslag van baron Beyens over zijn bezoek aan den staatssecreta-ris voor buitenlandsche zaken om te protestee-den tegen het Duitsche ultimatum aan België. De gezant had aanstonds een kort verslag geseind ; zijn uitvoerig rapport is van 21 .September : ,,Ik heb u den 4den Augustus een kort verslag getelegrafeerd van het onderhoud, dat ik dien da^ had gehad met den staatssècretaris voor buitenlandsclie zaken, nadat ik het tele-gram had ontvangen, waarmee gij mij van het ultimatum van do Duitsche regeering en van het antwoord der koninklijke regeering bebt ingelicht. De missie waarmee gij mij liebt belast dadelijk na mijn. terugkeer in Belgic heeft mij, gelijk gij weet, verhinderd, u een gedetailleerd verhaal van ^at onderhoud te zenden. Nu zij voleindigd is, haast ik mij dien plicht te vervulien.Uw telegram was mij bezorgd den 3den tegen 8 uur 's avonds. Ten gevolge van den tijd, dien het gekost had, het te ontcijferon, was het te laat geworden om mij naar de Wilhelmsstraat te begeven. Ik besloot do mondelingo uitleg-gingen, die ik tôt taak had aan den heer Von Jagow te vragen over do niet te qualificeeren daad van do Duitsche regeering, tôt den vol-genden ochtend uit te stellen. Den volgenden oclitend, vroeg, liet ik hem per telofoon ver-zoeken, mij zoo spoedig mogelijk te ontvangen. Hij antwoordde mij, onmiddellijk te komen. Om 9 uur was ik in zijn kabinet binnengeleid. Het ministerie was nog verlaten. ,,Wel, wat hebt u mij te zeggen?" Dat'wa-ren zijn eerste woorden, waarmeo hij mij be-reidwillig tegemoet trad. — Ik heb u uitlegging te verzoeken over het ultimatum, dat de Duitsche gezant Zon-dagavond aan mijno regeering heeft overhan-digd. Ik veronderstel, dat u eenige reden kunt geven, om z lk een daad te verklaren. — Een absolute noodzakelijkhoid heeft ons gedwongen, die vraag tôt u te richten. Het is mot den dood in 't hart, dat de keizer en mijn regeering daartoe hebben moeten besluiten. Voor mij is het de moeilijkste, de wreedste beslissing geweest, die ik in mijn ge-lieele loopbaan heb moeten nemen. Maar de doortocht door België is voor Duitschland een kwestie van leven of dood. Duitschland moet i zoo spoedig mogelijk met Frankrijk afrekenen, het geheel vernietigen, om zich vervolgens te-s gen Ru si and te kunnen wenden, anders zal het tusschen hamer en aambeeld worden ge-nomen, dat het Fransche leger zich gereed maakt om door België te trekken, en ons in de flank aan te vallen. Wij moeten het voor zijn. — Maar, antwoordde ik, gij zijt over een grens van 2C0 K.M. in directe aanraking met Frankrijk. Wat bebt gij noodig, om uw twist uit ten vechtén, een omweg door ons land tf maken ? — De Fransche grens is te zeer veTsterkt, eu wij zijn genoodzaakt, herliaal ik u, zoo snel mogelijk te handelen, vcordat Rusland tijd heeft gehad, zijn leger te mobiliseeren. — In strijd met wat gij meent, heeft Frankrijk ons formeel beloofd onze neutralitcit U ontzien, iudien gij zelf haar zoudt ontzien. Wat zoudt gij gezegd hebben, indien Frankrijk, ir stee van ons spontaan die belofte af te leg-gen, ons cens voor u dezelfde sommatie liac gedaan, indien Frankrijk doortocht door _ oiiî land had gevraagd, en wij'voor zijn bedreigin- ' gen waren geweken? Dat wij lafaards waren. I niet in staat onze neutraliteit te verdedigor 1 en onwaardig een onafhankelijk bestaan te heb-> ben?" De heer Von Jagow antwoordde niet op deze vraag. ,,Hebt gij, vervolgde ik, ons iets te verwij-ten? Hebben wij niet steeds nauwgezct en scru-j puleus zoowel tegenover Duitschland als tegen-, over de andere garandeerende mogendheden de : plichten nagekomen, die de neutraliteit van ' België ons oplegde? Zijn wij niet sedert do stichting van ons koninkrijk voor u loyale en betroiiwbare buren geweest? — Duitschland heeft niets te verwijten aan België, welks kouding altijd zeer correct is geweest. Aldus, om uw dankbaarheid voor onze loyauteit te betuigen, wilt gij van ons land ' liet strijdveld maken in uw worsteling met Frankrijk, het strijdveld van Europa en wij • weten wat een verwoestingen en ruïnen een moderne oorlog meebrengt! Hebt gij daaraan gedacbt? Indien het Belgische leger, antwoordde de staatssecretaris, ons vrij laat doormarchee-ren, zonder do spoorwegen to vernielen, zonder I de bruggen en de tunnels te laten springen, en zich op Antwerpen terugtrekt, zonder te trach-ten Luik to verdedigen, dan beloven wij niet alleen de onafliankelijkheid van België, het leven en de eigendommen zijner inwoners te ontzien, maar ook u voor de verliezen die gij geleden' zult hebben schadeloos te stellen. Mijnheer do staatssecretaris, antwoordde ik, de Belgische regeering, zich van hare ver-' plichtingen tegenover aile garanten van hare neutraliteit bewust, kon op zulk eer Voorstel geen ander antwoord geven, dan zi; zonder aarzelen gegeven heeft. Do heele natie zal den Koning en zijn regeering^ bij vallen. II moet zelf erkennen, dat een ander antwoord I onmogelijk was." ; Daar ik den heer Von Jagow drong te spre. ken, eindigde hij, op mijn aandrang, to zeggen:I ,,Ik erken het. Ik begrijp uw antwoord, ik begrijp liet als particulier persoon, maar als j staatssecretaris heb ik geen meening te geven." i Daarop herhaalde hij, hoezeer het hem verdroot, dat het zoover gekomen was na zoovele jaren i van vriendschappelijke betrekkingen. Maar een snelle opmarsch door België was voor Duitschland een kwestie van leven of dood. Dàt moes-ten wij op onzo beurt begrijpen. Ik antwoordde onmiddellijk: ,,Belgio zou ziji I inrlion "ho+ nnnr il oordcelen. Overigens, A-oegd^-ik er bij, gij zult Luik niet zoo gemakkelijk nemen, als gij denkt, en gij zult Engeland tegenover u zien, dat een trouwe garant van onze neutraliteit is." Op dezo woorden ha aide de heer von Jagow de schouders op, wat op twee manieren kon uitgèlegd worden. Het beteekende: „Wat 'n idee! Dat is onmogelijk," of wel: ,,De teerling ( is geworpen, wij kunnen niet meer terug." Voor ik vertrok zei ik nog, gereed te zijn om Berlijn te verlaten met mijn personeel, en om mijn paspoort te vragen: ,,Maar ik wil zoo niet mijne relatic9 met u ve'rbreken, riep de staatssecretaris uit. Wij zullen misscliien nog met elkaar to praten hebben. — Daarover heeft mijn regeering te beslissen, antwoordde ik. Die beslissing hangt noch van u, noch van mij af. Ik zal hare bevelen om mijn paspoort te verzoeken afwachten." Toén ik den heer von Jagow na. dit pijn-lijke onderhoud, dat het laatsto moest zijn, dat ik met hem had, verliet, heb ik den indruk meegenomen, dat hij iets anders verwacht had, toen ik verzocht hem te mogen spreken, een onvoorzien voorstel, misscliien een verzoek, het Belgische leger zich veilig op Antwerpen te laten terug trekken ,nadat het een schijn-verzet aan de Maas zou hebben gedaan, en formeel, bij de binnenkomst van het land, het beginsel van zijn neutraliteit zou hebben ver-dedigd. .. Het gelaat van mijn ondervrager liad mij tcegesclienen een ontgooclieling to verradën na mijno eerste woorden, en zijn aandrang, om onze relaties nog niet te verbreken, heeft deze meening, die van het begin van ons onderhoud bij mij was opgekomen, versterkt. De BeSgisoIis Neutraliteit. Onder voorzitterschap van den Lersten Mmister, Baron de Broqueville, had te Sainte-Adresse een vergadering van den Ministeriaad plaats, waarin o.a. het neutra-liteitsbeginsel in juridisch en historisch opzicht besproken werd. De vraag werd be-handeld_, of bij het herstel van België de door het tractaat van 1839 gewaarborgde, permanente neutraliteit van het land diende te worden gehandhaafd. : —^ Bij 't eind van een lange reis. Aldus de titel van het jon/jstc ycdicht van Toi de Mont, dat wij hieronder plaatscn. Wij ontleenen het aan het hoenc Vlaamsche Weclc-blad ,,Antwerpen Boven!" Cum grano salis. Zo vaak ik, tocvallig, in 't donkerklare blad van een spiegel mij ergens bestare, siet mijn wild opstuivend grijzend haar en mijn baard, die wat gaarne geschor^n waar ; met mijn armtierig leêren tasje en mijn zon-^eschoton overjasje ; ■met mijn vaalgeworden vilten lioed en mijn paraplu, die 't noch heel goed doet; met mijn schoenen, die van droogte kerven, en mijn broek, die lelik begint t'onterven; met mijn scliamel verfomfaaid kazaksken en ach! zo weinig .,poen" in 't zaksken; — kom ik mij voor als oun zwervend zanger, een lx?etje zelfs als een rattenvanger, een die, in dees' rijko mensentijd, nu al wie er uit wil, rctst en rijdt, tuf tuf t, dat het tegen de wind op stinkt, motocyklcttert dat het klinkt, fietst of elektrotrammelt of 6toomt en vindt, dat hij nooit toch te vroeg er koomt ; — bescheiden en needrig pedester gaat, maar geen schoonheid ongenoten laat ; een die, om een lieerlike plck te zien, om het beeld van een meester ziju huldo te bien, om een aardige pront of een boek te kopen, een halve dag met honger zou lopen, zijn laarzen zou poetsen met wegegras en slapen in koren- of havertas. Zo schikto het, in zijn ecuwige wijsheid, "i al schikkendo Schiksel. Van Jougd tôt grijs- heid, vechten moest ik mijn leven lang... Van dees heorlike trio: wijn, vrouwen, gezang, gundo 't lot er mij twee; maar, om die te ge- nieton, moest ik gieters water in d'eerste gieten... Aan de vrouwen beleefde ik min vreugd dan verdriet... Allenig het derde ontgoochelde niet... Lijk de pover, die Winter als Zomer kweelde, zong ik van armoe zo goed als van weelde ; ik zong bij regen en zonneschijn. bij iunige blijlieid en vlijmende pijn, en, moclit mij 't eigene hart ook scheuren, mijn Volk toch poogde ik op te beuren... Van b r a v o en b •>' s kreeg ik ruimschoots mijn deel, maar 'k had zelden een v o s k e of een k a r- w i e 1 te veel... Bahî Had ik haas noch patrijs te smullen, ook met aardappels kon ik mijn buikjc vullen... ! Was krent^nkramiek voor mijn mond te 'zoet, I ook een roggen-verdommeke bekto mij goed... Ja, bleef aï, in ernst, mijn balg cens leêg, mijn heer mocht grollen, mijn darmen krollen, ik beet op mijn tanden. en 't beestie zweeg.... 't Was leven toch, eclit levend leven, en 'k nam het, gelijk liet werd gegeven. Ik ging er door, de buidel hol, maar hart en ziele boordevol en een wereld van indrukken hier in mijn bol. Eén ding hoop ik. — wat ooit verkere: dat ik geen t' oudo top mag scheren. j Schone liekens en duren niet lang, en oud zijn en sukklig, daar ben ik voor bang... Een keer noch hais en armen rekken en dan mijn moede leden strekken... Dan legt wellicht, bij mijn open graf, d'een of d'ander dit getuigenis af : ,,Hij had een stug en stuur gelaat, ,,maar zelfs geen vliegje deed hi.i kwaad... ',,Hij had tnt v^^der» Dee<; Die, ,,-maàr. kende nijd roch jalcezie... ,,Hij was een Ylaamsc dichtervorst, ,,maar wrocht als een wroeter voor kost en korst. ,,Zijn volk en land, zijn stam en taal, ,,i)leven, tôt 't einde, zijn hoogst' idcsal... ,,Ook goot hij veel water in zijn wijn!... ,,Daarom zal God hem genadig zijn'. Dat zullen wel allen, die 't horen, beàmen... Dan gaat het putteken toe, en — amen. POL DE MONT. IEM VIJAfSD INI DAT OP ZIJN SCHAN8EN I "F > T TCT 1FTÏ "S=3!f "T^rr ir ifnrn Kern. _ Xatuur en de dienstknecht. Wat eischt ge o landsvrouw van Uw knechtsl Arbeid slechts. Hoe stilt ge na het werk hun dorst? Aan do borst. Drukt honger 't hoofd hun in den schoot? Reik ik brood. Waar rusten zij als slaap komt nooden? Op de zoden. Ik wenschte een bed, gebak en wijn. Loont een schijn? Wat win ik zoo me Uw dienst geviel? Eene sicl. AART VAN DER LEEUW. (De Beweging.) Neutrale oorlogs-sJachtoffers. In de ,, Nieuwe Amst." vertelt mr. H. J Nieboer aan de hand van een boekje van di L. Hersch ,,La mortalité chez les neutres e: temps do guerre" (Genève 1915) merkwaardig' en droeve dingen. Het blijkt, dat de oorlog nog lang nadat d< wapenen rutsen, slachtoffers vraagt. Voor d. oorlogvoerende landen is dit begrijpelijk. Ira mers velen doen sleepende kwalen op of stervei door langzame uitputting, maar dit geldt oo: voor de neutrale landen! Merkwaardig is ook, dat do meeste slacht offers niet door do wapenen of oorlogsziekte! maar door do oeconomische gevolgen van de; oorlog sterven. De verliescijfers voor 1870 be wijzen hetzelfde. In 1870—'71 6tierven i] Frankrijk 600.000 menschen boven het nor maie storftecijfer, doch van deze 600.000 ware] maar 100.0Û0 militairen ; Duitschland ver loor 41.000 combattanten en 270.000 slacht offers van den oorlogstoestand. De niet-directe oorlogsslachtoffers zijn man nen en vrouwen van aile leeftijden, het mee rendecl kinderen boven 1 en beneden 5 jaar ei ouden boven do 65. De schrijver komt dan oo] tôt de treurigo slotsom : De grooten make: den oorlog en do heele kleino zijn de voor naamste slachtoffers. Do doodelijke invloed der oeconomische oor logsgevolgen maakt het begrijpelijk, dat d neutrale landen ook toi moeten betalen en i: de eerste plaats de landen, die nauw met d corlogvoerenden in betrekking staan. Dr. Hersch ging dit na voor de oorloge: van 1866 en 1870—'71. In België was de sterf te in 1866 vergeleken bij 1865 24 perc. meer in Nederland 12 perc. Do oorlog van 1870—'7 gaf drie jaar lang een hoogere sterfte. I ons land 57 pCt. van het sterftecijfer in 186£ in België voor 1870—'711 40 perc. hooger. D leeftijden welke in neutrale landen 't sterks worden aangetast zijn precies dezelfde als i: de strijdende landen : zeer jonge en ouden. I ons land waren bijna 2/3 van lien die door de: Franscli-Duitschen oorlog stierven kindere: beneden 5 jaar. Dr. Hersch verwacht van den. wereldoorlo nog veel schromelijker gevolgen, doch.cijfer kon ]iij nog niet geven. Mr. Nieboer meent het droeve vcrschijr sel reeds te ontwaren. Hoewel 1914 grooten deels voor de oorlogscrisis voorbijging, kwan liet kindersterftecijfer toch al van 91.52 i 1913 op 96-58. Een vergelijking van de maand staten van het Centraal Bureau voor de Sta tiestiek Aug. 1914—Juni 1915 geeft de meei derde sterfte van 5522 (voor een heel jaar zoi dit zijn 6000). Het relatief stérftecijfer was i: aile oorlogsmaanden, behalve October e: Januari, grooter dan een jaar te voren. Kinderen beneden 1 jaar zijn er (na, aftrel van de Belgische) in ons land in de 11 oorlog* maanden 1269 meer overleden dan in dezelfd maanden van 1913—'14 en het relatievo sterf tecijfer is voor 8 van die 11 maanden hoogei doch in 1910 stierven 1280 kinderen meer da in 1909, dus mag, meent mr. N., van ee eenigszins belangrijken invloed van den oorlo op do kindersterfte nog niet gesproken woi den. Dus concludeert hij: er is wèl een oorlog; sterfte in ons land, maar de kinderen ben< ■ den het jaar deelen daarin nauwelijks en oo overigens neemt zij lang niet den omvang aa als tijdens vroegero oorlogen. Of "het zoo blijven zal? Dr. Hersch wijst e ■ waarschuwend op, dàt tijdens den Franscl Duitsclien oorlog, in aile getroffen lander oorlogvoerende on neutrale, het jonr 1871 ve< i moorddadiger was dan 1870. Hij acht lu waarschijnlijk, dat wij hier met een algemee vcrscliiinsel te -doen hebben. Daar komt bi, dat de kinderen van het tweede oorlogsjaai door ailes wat de moeder tijdens de zwangei schap heeft moeten doormaken, zeer dikwij zwakker ter wereld zullen komen dan in g< woncn tijd. . Om die corlogsgevolgen zooveel mogelijk 1 ; voorkomen, is er maar één nnddel : social voorzorg. Do kosten van den wereîdoorlog, Het eenige, dat met 1914/15 vergeleken zo kunnen worden, zou de fmancieele aderlatin ' van Europa door de oorlogen van Napoléon zijn. Daardoor nam de Engelsche Staatsschul met 900 millioen gulden toc. En zelfs daai .tegenover zal de tcgenwoordige reusachtig lijken, want de oorlog kost (sedei het voorjaar) aan Engeland, evenals aa Duitschland, alleen ieder 36 millioen guide P°korat8iia het uitbreken van don oorlog werde do kosten van den geheelen wereîdoorlog, 1) ■ een duur van ongeveer dnekwart of ten hoo! ste een jaar, geraamd op 20 milliard guldei Dat is minder dan de hclft der fcitelijke ko. ton; want het dagelijksch yerbruik is m de laatsten tijd tôt ten minsto 150 millioen guide toegenomen. / , . In liet algemeen worden de kosten veel klein geraamd. Zoo komt prof. Gerloit t Innsbriick tôt 100 millioen gulden per dag, dr zou ruim 36 milliard voor een oorlogsjaar zi]j Daarbij vernieldt Gerloff zelf, dat bij de Turkschen oorlog van 1877 de Russen o guide per man en per dag moesten betalen, en houe het voor waarschijnlijk, dat thans meer betaal moet worden, ofschoon de omstandighedei 1 althans voor de centrale mogendheden, gunst ger staan dan destijds aan den Donau en c, den Balkan. Men mag aannemen, dat c Japanners van aile oorlogvoerende mogendh den de spaarzaamste zijn en dat do Fransche lien volgen. De Duitschers hebben wel ec betero organisatie dan do Franseh en, geve echter een veel hoogere rsoldij. Het mee: geven ongetwijfeld de Engelschen uit. \ e moedclijk lieft'zich dat wederzijds op en kui nen 6 gulden per dag voor. den man in rek ning gebracht worden. Daar nu het geliee getal der strijders 20 tôt 22 millioen bedraag waaronder zich evenwel eenige millioenen v£ ViP+nnlvlo on verDleecdc îzarnizoen 120 millioen gulden dagelijks voor den land-oorlog aannemen. 1 Bij de voornaamste kosten zal liet zonder twijfel van gewicht zijn, dat het verbruik van artillericmunitie onvergelijkelijk grooter is dan ooit . te voren. Er waren dagen, dat op een enkele, niet zeer uitgebreide plaats van het front, op een ruimte van slechts 10 kilometers, voor ver ovor de 600,000 gulden aan één zijde alleen versclioten werd. Het is daarom denk-baar, dat op het westclijk front op één enkelen dag het munitieverbruik bij de 24 millioen gulden bedroeg en even zooveel op het ooste-lijk front, bovendien nog in Turkije, op het zuidehjk front, en in de Noordzee. Hoe groot het gemiddeldo is, valt natiwelijks to ramen. Beneden de 30 millioen gulden voor aile oor-logsterreinen zal het vermoedelijk niet zijn. Dit zou ons brengen tôt 108 milliarden vcor een jaar! J ClRenîa-opneming te velcte. • Bij het Duitsche leger, evenals bij de Fran-j sohe troepen te velde, is de cinematograaf ge-5 1ogeld werkzaam. Met groote koelbloedigheid treden de operateurs op en naderen zoo dicht mogelijk de vuurlinie om hun' opnemingen af te draaien. Het ,,Kriegsarchiv" in Berlijn bezit een zeer groote hoeveelheid van dergelijke films, welke " h oogst intéressant materiaal vormen, dat later goede diensten karf bewijzen. In Engeland is ook de vraag geweest of bij het Engelsche leger van dergelijke opnemin-ge nzouden worden gemaakt, doch de Engelsche autoriteiten vreesden, dat de samenstel-1 ling der films van te tijdelijken aard zou blij-ken o mais historisch materiaal waardo to " bezitten. De cinema-opneming to velde wordt niet voor het eerst in dezen oorlog toegepast. Ook tijdens den Balkankrijg werden de cinema's in 1 het werk gesteld. v Thans is er van Duitsche zijde ook aan par-1 ticuliere ondernemingen tôt het doen van op- - nemingen verlof gegeven. (De Caméra.) Een pantserschip door zecmeeuwen gered. 3 Een Engelsch matroos verhaalt in een brief i een cigenaardig geval, dat zich op do Noord-3 zee voordeed. ,,Ons scliip wordt altijd gevolgd door een r groot aantal meeuwen, die do gewoonto lieb- - bon na den maaltijd te dommclen. Ik bevond . mij na het middagmaal bij een onzer stukken 1 van ,,12 pond". Tôt mijno groote verbazîng i zag ik de meeuwen, die zooeven nog zaten te , rusten, plotseling om een voorwerp vliegen, 0 dat do periscoop van een Duitschen onder-t r.ceër bleek te zijn. Zonder het waarschuwtnd 1 rond\ liegen der meeuwen zouden wij verloron i geweest zijn." i Do lieer Procock, directeur van den Londen-i schen dierentuin, geeft de volgendo verkla- ring van het geval: ^ ,,Het is een ingewortelde gewoonte van de s meeuwe nom rondom elk voorwerp te vliegen, dat zij aan de oppervlakte van de zee bemer-. ken. Steeds zijn zij op zoek naar voedsel en hoogstwaarschijnhjk hebben. zij de periscoop i voor liet geraamte van een walvisch of iets i dien aard aaugezien. Naar ailes wat die . vogels zien en waarvan zij veronderstellen, dat _ "het voedsel zou kunnen zijn, vliegen zij toe-_ vooral daar zij in dit jaargetijde minder t>;c-j makkelijk aan voedsel komen." i. <>PaU Mail Gazette". 1 j Do taak der vllegtuîgen. . ' Naar aanleiding van een dezer dagen mis-. lukte poging van eenige Duitsche vliegers om 0 een bezoek aan Parijs te brengen, bespreekt do _ ,,Matin" het vliegervraagstuk en schrijft o.a.: Onze bommenwerpers-aviateurs zijn den laat-[ ? sten tijd herhaaldelijk eskadersgewijze naar ^ vooraf gëkozen vijandëlijke doelpunten gevlo--, gen- welke zij cok bereikten, waarna zij steeds 3 weer behouden terugkeerden. Deze nieuwe vorrn van oorlogvoeren is nog slechts in de beginperidde, waarvan de ontwikkeldng moet worden gevolgd. Reeds is er een stroommg ont-^ staan in zekere kringen in Engeland, Amërika ^ en Frankrijk om den gcallieerden zulk een groote luchtvloot te verschaffen, dat deze op r afdcende wijze kan medewerken tôt do voorbo-reiding zoowel als tôt de ontwikkeling van den " strijd. . Dat streven moet worden aangemoedigd, ' want steeds meer zal de noodzakelijkheid blij-ken van het bezit van talrijke vliegmachines. Do hoogere bevelvoering heeft een dubbelen plicht te vervulien; ten eerste, vliegers op te 1 leiden en machines te doen aanmaken ; en ten tweede do taak van de aviatours te omlijnen en s ( hun gebruik te specialiseerefi. Het blad meent, dat vooral aandacht dient gewijd te worden aan het gebruik van vliegers e als waarnemers van het artillerievuur. In dat e opzicht kunnen zij veelbijdragen tôt de over-winning.Pégoud's tactlek. ii De ,,Eoho de Paris" vertolt omtrent den 2 verleden week gesneuvelden Franschen vlieger I Pégoud nog het volgende : ;1 Pégoud had de gewoonte de Duitsche vlie-•- gers van beneden aan te vallen, daar hij uit ^ zijn waarnemingen meende te weten, dat de t bouw der Duitsche vliegtuigen het onmogo-n lijk maakte, dat zij hun machinegoweren lood-ii recht naar beneden richtten. Weliswaar geluk-te het Pégoud hierbij ook niet, zijn tejjenstan-n der te treffen, maar meestal vernielde hij wel ij diens benzine-reservoir, zoodat de ander zich ;- tôt een gedwongen landing verplicht zag. t. Verleden Zondag reeds deed Pégoud intus-schen de ervaring op, dat een Duitsche vlic-n ger, dien hij op do gewone wijze aanviel, er n tocli in slaagde, lièm een gat in het benzine-reservoir te bezorgen. Pégoud wist behouden e te dalen ofschoon hij nog op geringe hoogte e uit Duitsche Joopgraven werd besek-oten. Toen ,t hij verleden Don de rd a,g de Duitsche Taube t. aanviel, die over Belfort had gevlogen, werd n hij het slachtoffer van zijn tactiek, want hij n kreeg een kogel recht van boven, die hem in t het hoofd trof. d : i, Pégoud. i- Een Duitsch vliegtuig, dat op groote hoogte p boven Chavanne sur l'Etang vloog, heeft een e krans naar beneden geworpen met het on-> schrift : ,,Aan Pégoud, als held gesneuvela. n Zijn tegenstander." n n ,,Humane" kogels. >t Een ingenieur to Pittsburg heeft patent aan- r- gevraagd op een nieuw soort geweerkogels. 1- De'.o zullen voorzien zijn van een reservoir, 2- dat desinfecteerende en verdoovende stoffen le bevat. Op deze mander zal geen wondkoorts t, on het slagvcld meer behoeven voor te komen. n En het treffen zal geen pijn meér doen; het s- zal even pijnloos geschieden als do moderne

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Amsterdam van 1900 tot 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes