De Vlaamsche strijd: maandschrift van het Algemeen Nederlandsch Verbond, vereeniging tot handhaving en verbreiding van de Nederlandsche taal

133 0
01 februari 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 01 Februari. De Vlaamsche strijd: maandschrift van het Algemeen Nederlandsch Verbond, vereeniging tot handhaving en verbreiding van de Nederlandsche taal. Geraadpleegd op 20 juni 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/cz3222sc7d/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

DE VLAAMSCHE STRIJD ABONNEMENTSPRIJ8 PER JAAR : 75 GENTIEMEN. Nummers tegen 5 centiemen ter- drukkerij, Ir»ollepelstfaat, 18, Gent. AANKONDIGINGEN : 30 CENTIEMEN PER REGEL. BRIEVEN VOOR ADMINISTRAT^ EN REDACTIE : POLLEPELSTRAAT, 18, GENT. Gelijkheid ! G-elijkheid! Achttiende jaargang.— Nr 2. Febrnari 1914. De Gentsche Hoogeschool moet vervlaamscht wrilsn ! i_ Naar de Bestuurlijke Scheiding. Eindelijk is de slag gevallen. Eens te meer werd het Vlaamsche volk aan de eischen eener belcrompen partij-politiek geslachtofferd. Door het aannemen in het ontwerp der nieuwe Schoolwet van eene bepaling, waarbij de moedertaal der schoolplichtige kinderen de voertaal van het te geven onderwijs moet bepalen, is het hoofdbeginsel der Vlaamsche Beweging " In Vlaanderen Vlaamsch en in het Walenland Fransch « losgelaten en wordt de deur wagewijd opengezet voor ministerieele en bureaucra-tische willekeur. Wèl heeft de minister hoog opgegeven van de tusschenkomst van de opzieners van het lager onderwijs. Maar van die zijde hebben wij weinig of niets goeds te verwachten. Men weet maar al te goed dat vele, zoo niet de meeste opzieners, al mogen zij zich ook bij gelegenheid eens als voorstanders der Vlaamsche taalrechten voordoen, in den regel den minister en Je bureaucratie naar de oogen zien, omdat zij van-daar bevordering of eenige andere belooning te verwachten hebben, indien zij zich maar heel gedwee toonen... Voor de eerste maal sedert het tôt stand korr.en der eerste taalvvet in 1873 werd bij het regelen van het taalgebruik met het beginsel der landtaal gebroken. Blijkbaar koestert men in zekere kringen de hoop dat men na eenige jaren zal kunnen zeggen dat de Vlaamsche gewesten tweetalig zgn geworden en men er aldus zal kunnen toe geraken de reeds zoo gebrekkige en onvolledige taalwetten in te krimpen. Zwaar is de verantwoordelijkheid welke de zooge-naamd Vlaamsche volksvertegenwoordigers, die niet naar de stem van hun volk wilden luisteren, op zich hebben geladen door wetsbepalingen in het leven te roepen, die den zedelijken moord van dat volk moeten helpen voltrekken. Een schrale troost zal het voor hen zijn, dat zij op hun noodlottig werk de goedkeuring van de geheele Belgisch-Fransche pers, met den hatelijken Soir aan het hoofd mochten verwerven. Zullen nu de Vlamingen dien nieuwen kaakslag lijdzaam verdragen of zullen zij eindelijk tôt het besef komen dat de Vlaamsche beweging langs nieuwe wegen moet geleid worden, dat het niet langer aangaat te strijden om bij stukjes en beetjes herstel der taal-grieven te bekomen ? De redenaars, die op de groote meetings te Antwerpen en te Gent den sneesten bgval bekwamen, zgn juist die welke de bestuurlijke scheiding vooruitzetten, wat wel een doorslaand bewijs is dat dit denkbeeld bij de Vlamingen is ingeslagen. Welnu! laat het nu eens voor goed uit zijn met dat stuksgewijze afbedelen van rechtsherstel. Laten de ver-schillende strijdvereenigingen zich niet langer weer- houden door de tegenkantingen van enkele « offici°ele flaminganten die bij het bestrijden van het beginsel der bestuurlijke scheiding wellicht in de eerste plaats eigen voordpel beoogen. Thans gebeurt hf t niet zelden dat wanneer men tôt het volk gaat om hem over de taalgrieven te spreken, de beteekenis van het bijzondere vraagstuk, dat wordt bebandeld, niet heel duidelijk tôt den geest der toehoor-ders doordringt Maar wanneer men eens aan het Vlaamsche volk zal zeggen dat het van zijn «vil alleen afhangt dat de Vlaming in zijn eigen huis baas znu worden en niet langer de verschoppeling van Frans-kiljon en Waal zou bltiven, zal men wel goed verstaan worden. Eene tweefle Taal il Se lapre scboal. De heer Gustaaf Segers heeft in de Februarivergade-ring der Koninklijke Vlaamsche Academie eene belang-rijke mededeeling gedaan Hij had aan tal van aoliouloverheuen uit Zwitseriand en Nederland de volgende vragen gesteld : « Denkt Gij, dat het mogelijk is, in eene lagere school, benevens de moedertaal, eene tweede taal te onderwijzen, zonder schade te doen aan het grondig onderricht der moedertaal en de algemeene geestesontwikkeling der leer-lingen?Wordt te uwent, in de lagere school, ook in de dorpsschool, eene tweede taal onderwezen? Indien dit tweetalig onderricht, in uitzonderlijke gevallen, noodzakeljjk schijnt, op welken leeftijd past het dan daarmede aan te vangen ? » Al deze heeren hebben den heer Segers op de bereid-willigste wijze geantwoord. Hij is in het bezit van een aantal brieven uit Neder-land en uit verschillende Duitsch- en Franschsprekende Zwitsersche kantons. De heer Segers las o. a. eenen brief voor van Prof. Dr. Bernhard Wyss, " ad intérim Vorsteher der Leh-rerbildungsanstalt te Solothurn n (Soleure). Deze brief,een meesterlijk paedagogischopStel,eindigt aldus : " Mijn basluit is : Eene vreemde taal mag in de lagere school MET, of slechts in de hoogere klassen onderwezen worden. Begint men er vroeger mede, dan lijdt daardoor, op zeer bedenkelijke wijze, het onderricht in de moedertaal en de algemeene geestesontwikkeling der leerlingen. Wijdt men aan het onderricht der tweede taal geen aanzienlijk getal uren, zoo is dit ook in de hooge klassen (7e en 8e) doelloos ; ontneemt men aan het veel belangrijkere onderricht in de e'etnentaire vakken een aanzienlijk getal uren, dan is de lagere school niet in staat hare taak te vervullen. „ De voordrachl van den heer Segers werd door al de leden geestdriftig tuegejuicht, en de heer Kan. Joos, Bestuurder, betuigt hem in aller naara den dank der vergadering. De heer Segers werd door al zijne collega's hartelijk gelukgewenscht. Zij drukten den wensch nit de brieven aanstonds te doen verschijnen. De heer Segers antwoordde dat de tijd hem ontbroken heeft om al deze opstellen te vertalen. Hij verwacht nog andere brieven; o. a. de heer Bestuurder van de Normaalschool van Rickenbach heeft hem beloofd vol-ledige inlichtingen te zenden; doch dat het Zwitsersch School wezen " Kan tonal, nicht eidgenôssisch ist » ; hij heeft zich daarom tôt eenige " Unterrichts-Departe-ments „ gewend. De heer Segers zal in de Maartvergadering der Com-missie voor het Onderwijs in en door het Nederlandsch der Koninklijke Vlaamsche Academie de kwestie der Voertaal en het onderricht der tweede taal in de Lagere School andermaal in een paedagogiscli oogpunt bestu-deeren Hij zal dan ook de brieven uit Zwitserland en Nederland voorlezen. Wij vestigen van nu af de aan-dacht aller Vlamingen op deze uitgave. Bestuurlijke Scheiding. Onder den titel " Bestuurlijke Scheiding „ bevatte Hooger Leven van 31 Januari een ingezonden opstel, dat om zijn diepen ernst de aandacht van elken welden-kenden Vlaming verdient en waaraan wij hier dan ook een groot gedeelte ontleenen : u Het ware wel wat simpel de hoop te koesteren, het is zelfs ondenkbaar, dat de hoogere burgerstand goed-willig, uit zuivere plicht6betrachting, het voorrecht zou laten schieten dat hem door de aangenoinene vreemde taal verzekerd is en dat, als eene drukkende zerk, aile zucht naar volksontwikkelirig versmacht. Vlaamsche wetten zal men wel maken, maar zulke wetten, uit oorzaak van de fransche bestuursinrichting, moeten niet noodzakelijk nageleefd worden ; daar weet de vlaamschonkundige zeer wel weg mêe. Vlaamsch-onkundige ainbtenaren, als zij maar liunne onktmde weten te verglimpen, — wat zelfs niet altgd noodig is, — komen ook in Vlaanderen zeer goed terecht, van in het tolhuis tôt op den rechterstoel. Ruimere verspreiding van het fransch onder de œenigte kan het voorrecht van den vlaamschonkundijre niet schaden, wijl de volkcman het to<.h nooit verder zal brengen dan tôt een behoorlijk verstaan en een gebrekkig spreken der vreemde taal ; maar juist omdat de volksman het toeh tôt daar brengen kan, zal dan de kennis van h«t Vlaamsch bij den hoogeren burger en bg den Waaj meer en meer aile waarde verliezen. Al wie eemgszins fransch kent, kan metterdaad tegen wil en dank, in het fransch behandeld worden. Er is maar één weg langs waar men er toe komen kan, aan die ergerlijke en oi uitstaanbare misbmiken een einde te stellen ; een doortastend middel is er noodig om de persoonlijke belangen van den belgi-schen burger, in het vlaamsch gedeelte van het laat/i

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes