De waarheid: socialistisch weekblad

205 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 14 April. De waarheid: socialistisch weekblad. Geraadpleegd op 24 maart 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/qv3bz63162/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

11 Jaargang N' 15 jprfls: 10 Centiemen Zondas 14 April 1918 DE WAARHEID Orgaan van der> 11 V rijen bocialistertfcond — Aile L. içfwi;sselifc &c n te zercèn rte si ; » -J L Wll V; , Verspyenstraat, iù, dent, i/erântvyoordaiijke uîtgevor- Acin ons nlêuuj SchepeneoSlege O ider de vele misslagen en misbruike die ge geroepen zijt ztfbveel mogelijk t hersiellen, is er een die spoed vereischt. He is die waarbij de leden der syndikaten zo' willekeurig, en t'égen aile rectitvaqrdighede: in, uit de Siadskas bevoorrccht worden. Die bevoorrechting werd ingevoerd me een dubbel doeh'zij bracht de verp'ichlini meê lid van het syadikaat te blijven. D heeren klonken aldus een groot getal werk lieden ;ian hunne politiek vast, meê of tege: hun goeste. Ten tweede, • ontsloeg dit di syndikaten van de verplicbting uit dekassen die door jarenlange inleggen der leden goe< gevuld moesten zijn, — maar misschien voo andere doeleinden dan de belangen der ledei gebruikt waren — wat terug te keeren. Mee nog, die leden — ouïe en nieuwe — moes ten steeds wekelijks blijven storten. Van di 3 fr. onderstand die zij meer krijgen dan d( niet-gesyndikeerden, moest er een half iranks ken (1) af voor de kas van het syndikaat, om zegde men, naden oorlog, met dit aldus ver zamStde kapitaal, het hoofd te kunnen bie den aan de loonaftrokken der patroons, die beweerde men verder, niet zouden nalater de schade door den oorlog geleden de werk-lieden te doen uitzweeten. Die erg schreeuwende onrechtvaardigheic tegenover de vrije werklieden — die niét ir het gareel der politieke partijen willen loo peu, — dat ongegeneerd opstapelen var schulden, die vast en zeker onze stad ter ondergang doemt, — zoo een Centraal be-stuur ons niet ter hulp komt — moet eindigen Er moet gelijkheid kornen tussc'nen gesyn-dikeerden en niet gesyndikeerden ; aller moeten gelijkelijk gesteund worden of niet, Daarmede zou men tevens de eersten van den druk eener gedwongen aansluiling bij een syndikaat, dat geennui meer heeft, ont-slaan.1k zeg dat de syndikaten geen nut meer hebben, en zal dat bewijzen : Aan werkstakingen zal in veel 'jaren niet meer moeterr, noch kunnen gedacht worden. Indien de Europsesche natiën — en vooral de meest geteisterde kleine Staten — zich na den oorlog economisch weder kunnen oprich-ten, zal dit jaren, vele jaren duren. Amerikanen, Japannersen anderen hebben gedurende de vier jaren oorlog, de gelegen-heid gehad zich van een groot deel der kl n-teii o:,zer grbotnijvorheid meester te maken, en r1-^- ■ ?-<iêJi:;repeescfee i: .nier, genceg van de uitjJRtitag bekomen zijn om bestellin-gen le doen die wat aan de vorige gelijken, zal er veel tijd verloopen. We staan na den oorlog voor een econo-mische krisis, zooals Europa er nog geene gekend heeft, en het zal wel geen betoog behoeven, als wij beweren dat syndikaten in tijden van krisis niet kunnen bloeien. Zelfs voor de politiek zullen de syndikaten aile waarde en beteekenis verloren hebben. Tôt heden waren de syndikaten vooral : stal-len waar kicsvee gefokt werd. Ook dat zal voor langen tijd uit zijn, orndat het voor lang met het steminen zal gedaan zijn. Dezulken die meenen dat onmiddellijk na den vrede de kapellekenspolitiek weer kan opgevat worden, bedriegen zich vreeselijk. Men moet bedenken dat de omwenteling die we beleven, de omvangrijkste, de gewel-digste is die Europa beroerd heeft sedert de groote volksverhuuingen, en die verscheiden eeuwen geduurd heeft, voor er wat orde in den chaos kwam. Latere groote orawentelingen, als die der hervorming, met haren nasleep van langdu-rige oorlogen, alsook de Fransche omwenteling, zullen er kinderspel tegen lijken, zoo in omvang als gevolgen op aile gebied. Om in aen verschrikkelijken warboel — die zich nog aile dagen meer en meer verward — wat orde te brengen, hebben die natiën het meeste kans van slagen, die aan hun hoofd een sterke, verstandige en wilskrachtige regeering hebben. Die kan de demokratie met algemeen stemrecht en hare verschillende politieke partijen, die allen elkander bestrijaen, niet leve-ren.Dat heeft men trouwens bij het begin van den verschrikkelijken werelûbrand in aile oorlogvoerende Staten begrepen. Overal eigenden zich eenige mannen het opperge-zag toe en schaften met eenige pennetrekken aile vrij heden af. Geen verkiezingen meer, en dus ook geen vrijheid van spreken, schtijven, drukken en vergaderen meer, zonder welke verkiezingen niet mogelijk zijn. Met ijzeren vuist worden aile oawelkome uitlatingen en ontboezemingen onderdrukt, niet het minst daar, waar men zich verbeeldt — of wil doen gelooven — dat men erg demokraat is. De oude parlementen mogen wel is waar de kredieten stemmen, maar zonder die stemming zou men zich ook wel weten te behelpen, omdat nood wet noch gebod kent. Alleen in het ziekelijk brein van idealis-tische dweepafs als Lenîn en Trotsky kon het opkomen in den tegenwoordigen toestand orde te willen brengen bij middel van algemeen stemrecht en een parlement, waar de verschillende partijen met hun tegenstrijdige belangen dadelijk aan het krakeelen en twis-ten moeten gaan. Waar nuchtere, energieke mannen aan het hoofd staan zal die proef niet vernieuwd worden. Eerst als ietwat normale totstanden (1) Thans is de iuleg door de vele tegenkanting op 0,20 fr. gebracht. (Red.) zijn ineetreden, als de ereesten thans door de vele druk en ieed op bol weer wat kalnur zijn worden, zal men er kunnen aan derken ons 1 wat van de verloren vrijheden terug te schen-s ken. Maar dat zal niet zoo spoedig zijn ais wij * allemaal zouden willen. En tegeu dat dien - tijd aanbreekt, zullen wij ons in een geheel 1 , nieuwe wereld bevinden, met geheel rieuwe levensvoorwaarder, waaruit rieuwe levens-' bescbouwingen zullen onlstaan en bijgevolg l ook nieuwe partijen. - Het heeft dus geen nut, voor syndikaten oj politieke grrepen, cm zich voor te berei- 1 den op de voortzetting van den politieken ■ strijd, die naar hunne mèening door den • oorlog slechts tijdelijk onderbroken is, maar die niet meer kan terugkeeren omdat ailes anders zal zijn. Scepticus. . I —— Sîefiel. Mloozenfonds uon cenî (2e VERVOLG) Het feit, in mijn vorig- scbrijven aange-haald, dat menige vooruitziende werkliecen i getroffen waren door het niet volgen van den eisch tôt algemeene werkstaking'in 1913, is niet eenig. Het volgende zal wellicht ook van belang zijn om uwe lezers tôt overtuiging te bren- l gen- Te Gent bestaat eer.e social. Dokwerkers-vereeniging. Deze telde in het jaar 1900 ruim 1000 leden. Door oinstandigheden, van verschilligen aard, daalde het ledental tôt op een 90 tal op het einde van 1914. De grooiste oorzaak van het verval was de miskenning der leden in de bestuurlijke zaken. Eindelijk werden de leden vetplicht eenen akt te teekenen (bij de dokwerkers slavenakt genoemd), waarbij zij afstand moest.-n doen van hunne rechten tôt verzet wanneer het bestuur ten onrechte handelde. Ik laat hier den tekst letterlijk volgen : VERKLARING « Ik ondergeteekende, lid van den Socia-» listischeDokwerkersbond, gevestigdin Ons » Huis, Vrijdagmarkt, 6ant, na kennis sreno-» men te hebben van het règlement en de » voorwaarden van dezen Bond, verklaar op » mijne eer en mijn geweten, voor heden en » voor altijd, te verzaken aan nlle beroep op » de justicie, voor wat betreft geschillen die » zouden kunnen ontstaan in den schoot van » den Bond, tusbehen ieden&n leder-, tusschén » leden en bestuurledei, tusscheu bestuurle-» den onderling, of iusschen den Bond en » derde personen. » Hat is ver beneden mijne waardigheid » om voor de justicie te verschijnen, noch als » aanklager, noch als get-mgp, in zaken die » den Bond betreffen en die alleen door den » Bond, door zijn bestuur, door zijne alge-» meene vergadering, of desnoods door het » Gentsch Comiteit der Socialistische Werk-» liedenpartij op eene eerlijke en rechtvaar-» dige wijze kunnen beslecht worden. »Derhalve mag deze mijne verklaring » .steeds door het bestuur van den Bond voor-» gebracht worden om aile aanklachten, die » door mij zouden gedaan worden bij de » justicie, nietig en ongeldig te doen verkla-» ren in gelijk welke omstandigheden. » Deze altijd geldende verklaring teeken » ik met mijn gezond verstand, op mijne eer » en geweten, met mijn voile naam. » Handteekeri. » Die akt, heer Hoofdopsteller, maakt deel van het règlement der Vakvereeniging, Zie-kenfonds, Invaliden- en andere nog te stich-ten fondsen. Talrijke dokwerkers w%erde dien slavenakt te teekenen en werden als ontslaggever aanzien. Aldus daalde die Bond op 90 ieden. Nooit was de S)c.J)okwerkersbond te be-wegen om een werkloozenfonds te stichten. Maar de oorlog kwam, de werkloosheid onder de dokwerkers werd nagenoeg algemeen ; na 4 1/2 maanden oorlog en algemeene werkloosheid hebben de socialislische dokwerkers eene werkloozenkasgesticht en in December 1914 vroegen zij de aansluiting bij het Ste-delijk Werkloozenfonds van Gent met onmid-dellijke toepassing en voordeelen. Bij meerderheid van stemmen werd die vraag toegestaan. De soc. dokwerkers, die nooit een cent hadden gestort om zich tegen werkloosheid te verzekeren, kregen op onderstand vangeleend geld onmiddellijkden bijleg ! van het Sted. Werkloozenfonds. Andere werklieden bekomen dat eerst na een jaar aan-sluiting!M. de Schepen Lampens was opzettelijk naar de zitting gekornen om ook, met zijne stem, de vraag der dokwerkers te doen inwil-ligen.Aldus beheeren zij de gelden van 7 alge- ' n.een'om de partijvan enkelen te versterken. Dat noemen zij : de eerlijkheid boven ailes ! Het Stedelijk Werkloozenfonds geeft den voorkeur aan werkloozen die hunne centen sto'rten in de kas der politieke vereenigingen. Maar, heeft het Sted. Werkloozenfonds van Gent er ooitaan gedacht iets te stichten voor diegenen die zich niet willen inlijvenbij partijen in strijd met hun geweten ? Kan het Stadsbestuur langer werkloozen laten uitsluiten van den steun der stadsgelden, om hun gevoel van vrijheid van arbeid, vrijheid van denkwijze en achting voor het wei-zijn van hun huisgezin? Waarom, Heeren Besluurders, den voorkeur geven aan hen dig bij werkstakingen en bij het inrichten van tombolas — zoogezegd voor hun Werkloozenfonds — hunne kas vullen met de gelden van huis tôt huis afge-dwongen ? Wat voordeel hebben diegenen gedaan aan de Stadskas, welke een jaar lang geld hebben gestort in de kas van een politiek syndikaat, terwijl zij in voile werkloosheid waren en moesten leven van openbare ondersteu-ningseelden, om nu ook bij de vooruitziende en de bevoorrechte gerekend te worden? Een ander feit : De werklieden, door de bezetting opge-eischt, worden door de fami'iën in de kracht van het mogelijkeg jliolpenin het verzenden van voedsel. Het S'edeli,k bes' îur komt tusschen in het verstrekken van iniichtingen om de verzen-dingen te doen. M :-.r, daar is alweer een maar bij. Wanneer de.! opatëischte een/jaar geld heeft gestort in de politieke weerstandskas dan krijgt hij, boven anderen, ernog twee fr. per week bij uit de Stadskas. Zijn onze ovenge stadgenooten niet even ongelukkig? P. Baudewyn. (Wordt voortgezet) VAN IÏÏTEFWAT In het rijk der « Zon >. — Wij lezen in Vooru.it een schrijven uit Wetteren : « De handel in witbrood en fijn gebak, bij sommiee bakkers, wordt uitgelegd door het feit dat een derde van het meelrantsoen door het Comiteit aeleverd, daar-toe dient, terwijl de misdeelde zemelen en andere stotten van slechte hoedanigheid te eten krijgen. Werklieden in onze h ikkerij De Zon !;unt ge uw meel in vertrouwen brengen; ge zijt ver^ekerd uwe waar onder vorm van sm rkelijk brood weder te krij-gen en aan zeer raatigen; prijs, — kleiner dan waar ook. Behartigt uwe belangen ; daardoor steunt gij uwe eigene klas. > ^ Oelukkige Wetteraars van zoo'n *Zon* te bezitten wat moeten de roode * 'jaaien» van Vooruit water-tanden aïs zij dat te lezen krijgen. Dat hebben zij, voorzeker, .aan gezel Richard, den rooden opperkok, te danken. Immers in de roode keu-ken van den St.-Pieterstempel heeft dis volksvri.nd uitbundig bewezen hoe goed hij de sier voor de ge-zellen weet te maken. Gelukzalige .Wetteraars! Voorurtziends gasten. — De Gentsche Vereeniging der Sigarenmakers heeft aan de dito fabriekanten een rondschrijven gezonden om reeds bij voorb.«at eene loonsverhooging te bespreken < waarvan de bestaande noodzakelijkheid hen, voh?ens het schrijven, voldoende bekend is. » Wij knippen uit dien omzendbrief de voi-gende regelen : « Gij zuli intnsschen zeggen, Mijnheeren, dat het overb''dig is U deze vraa■< te richten gezien denijver-heid stillL=t Neen, Mijnhei.ren, wij richten deze yraag om^eene overeenkomst t. v]uitcn tegen de njjvftheid gint ic .. t\i 11 v_u àt ges.Di en op te foss'en voor de herziening van hetiwerk. > Hoeveel kinderlijke eenvoud kUnkt uit dien s^ppi-gen volzin. Weinigen, ook bij de sigarenmakers, schij-nen er benul van te hebben dat niemand ter wereld heden kan voorzien wat de toestanden van werk, nijverheid en handel na den oorlog zullen zijn ) hoe zou men dan geschillen kunnen oplossen waar-. an m m nog ■ in de verste verte noch de gegevens noch de verhou- : dingen kan bepalen ? Weten wij zelfs of in vele nijverheidstakken het werk, na den oorlog, zal kunnen hernomen worden? Chi lo sa ? Verblijder.de verklaringer*. — Vorwarts, het hoofd-orgaan der Duitsche sociaal-democraten, kreegin zijne bureelen het bezoek van gezel Petrow, dc*n vertegen-woordiger van den algemeenen Volksraad van Rusland die gelast was met het overbrengen naar Berlijn van de ambtelijke vaststelling van het Duitâch-Russiech vredesverdrag. De Russische gezel gaf daar eene heele reeks belangwekkende verklaringen af, waaruit wij de vclgende uitknippen : «. De kwestie der levensmiddelen in ons Iand is ver-bazend snel naar hare oploss ng gegaan en de toestand •is veel verbeterd. Ook in deze heeft de revolutionaire Regeering dadelijk eene bijzondere commissie aange-steld, die vooral scherp aan het werk gegaan *is tegen \ den smokkelhandel en de woekeraars. Al dadelijk is ; men dan overgegaan tôt het voorschrij . en van maxi- j mumprijzen voor aile levensmiddels. Het bij ui^ge- l steld kaartenstelsel hebben wij nog niet kunnen toe- ' passen. Daarentegen werkt bij ons een stelsel dat « aangenomen was door de samenwerkende maatschap- \ pijen van verbruik dat wellicht even goede uitslagen zal opleveren De smokkelhandel en de woeker worden meer en meer zwaar bestraft, wat laat voorzien dat er ; een einde zal aan komen » Al moesten wij voor ongeioovige Thomassen door- i gaan, dan toch kunnen wij niet nalaten te verklaren dat ; wij het eerst zouden willen zien, eer wij het gelooven. j En als wij dan verders lezen dat men immer zwaarder ' straffen moet urtvaardigen en toepassen om het smok- ! kelen en woekeren te keer te gaan, dan vragen wij ons af wat de Russische Omwenteling dan heeft tôt stand gebracht in den zin der socia:e broederlijkheid? Dat men het kaartenstelsel niet heeft kunnen toe- ■ passen in een land waar 80 % der bevolking noch lezen noch schrijven kan laat zich ook zeer licht be- ; grijpen. Arme drommels ! Dansmeesters. — De Hollandsche nieuwsbladen ver-meldden dezer dagen dat een Amerikaansche dans- : meesUr met name Vernon Castle in de Vereenigde Staten meei beruçht of berdemd dan vele kunstenaars | of geleerden, aan het Fransche front verongelukt is tijdens zijne vliegoefeningen. Hij en ook-zijne vrouw behoorden tôt de best betaalde kunstenmakers : men j heeft berekend dat zij beiden ongeveer 1000 dollar (5200 frank) 's daags konnen verdienen. Hunne da'ns-lesseu, werden bttaald aan 100 dollar (520 fr.) per'uur ! ! Waren de andère < gaaiën > verzot op zijn dans-! kur.en, Vernon Castle was tuk op de vliegkunst en hij besteçdde een groot deel zijner « dagloonen » om ver--il beteringen in de vliegtuigen uit te vorsc ien. Er is hoop dat het « vliegen» na den oorlog nuttiger voorde len zal opleveren dan bommen en kartet^en, beweert men. Zoo veel te beter! Zoo spruit het goede dikwijls uit het kwade en het wijze uit het dolle : 't is wat, waarschijnlijk aan den Perzischen wijsgeer Zarnthustra de gedachtehal inge-geven, dai de wereld beurtelings bestuurd werd door Arriman, den geest des goeds en Ormuzd, den geest des kwaads, die elkandei eeuwig met afwisselend geluk bevochten. Onze Stadsbegrooting. — Wij hebben een excmf laar onzer .stadsbegrooting ter hand genoinen, om eens een en ander van dichtbij na te zien. Hoe groot was onze verwondering bij het vaststellen dat dit nog al lijvig boekdeel niet eens een bladwijzer bev.-t. Wanneer men over een bepaalden sladsdienst iniichtingen wil nemen moet men gansch het boek doorbla-der n en nota nemen op welk blad de posten zich bevindèn. Men plaatst al de gewone ontvangsten achter elkander en men doet hetzelfde voor de uitgaven. I Waarom plaatst men de on'vangsten en uitgaven va elk afzonderlijken dienst nietnaast elkander, zooals d overigens ook behoort te zijn? Dan ten minste zou het mogelijk zijn vast te stelle op wèlke manier ieder dienst werkt en welk overschc men erop verwezentlijkt. Ge'ijk dit boek nu is geordend zijn wij overtuigi dat geen enkel gemeenteraads'id u de noodige inlicn tingen kan geven over de uitbatingen van gas, watei electriciteit, en7. Daar al deze diensten afzonderlijk werken is er we middel om di' naar behoore te doen en dan ten minsti zou de bevolking kunnen oordeelen of sommige ver meerderingen van prijzen —zooals voor dçgas, enz.-wel gerechtvaardigd zijn. Er is in dit boek plaatsruimte genoeg om dit goe( Ite schikken, te meer daar nu de niet noodige franscht tekst kan verdwijn n. Wij geven dit ter overweging aan wiett het iDehoor en met goeden wil kan men dit schikken zooals zulk: dient te ziin. Van die oude sieur diende men zich af te maken. Extra go de KOPERGLANS, kachelglans, schoen kreem en blink, stoofpommade en potlcod, zandpapiei op 'ijdwaad en boenwas, in 't groot, bij A. L. Cannoodt Antwerpschesteenweg, 45, St.-Amandsberg. v- —— ^ *, OIT HET ZOTHUIS In niets openbaart zich de merschelijke zolternij meer dan in de jacht naar geld. , Iedereen doet er aan mee, en niemand heeft er ooit genoeg van. Rockefeller met zijn vijf milliard, de familie Rotschild met niet min, even aïs de kleinere snoeken, met name Pierpont Morgan, Astor, Jay Gould, Carnegie en hoe ze verder heeten mogen, willen steeds meer en meer. Het verlangen naar geld, steeds meer geld, is sterker dan dat van den dronkaard naar alkohol; men iser nooit van verzadigd. Om er aan te geraken, of om de stapels te vergrooien wordt niets ontzien, de men-schelijice sliiwheid tôt de uiterste grens ge-spannen, misdaad op irisdaad begaan. Voor geld staat de zoon op" tegen den vader, wordt de eene broed r voor den ander vervuld met haat; worden de beste vrienden bloedige vijanden, wordt het eene volk tegen het andere in het harnas gejaagd, bedriegt de man zijne vrouw en omgekeerd. Van waar die wilde jacM, die onverzade-lijke begeerte in den mensch ? Volgens Niets. che, in den wil tôt macht die de natuur in den mensch gelegd heeft. Met de schuld yan onze zotternij op de natuur te leggen zijn we van de verantwoor-deiijkheid af van al de misdaden en rampen die uit- onzen onleschbaren dorst naar geld kunnen voortkomen. Maar dien wil er. dran^ ua<t. iiOil 1-.ii j iuch iij.'ii i" opkomei'i eiî wor-tel "atten b j eenigen, b'j de nnest beguns tigden, bij d milliardaits en millioenairs, en die zijn in betrekkelijk klein aantal. Maar buiten dezen staan millioenen en millioenen men chen die er no''it kunnen aan denker^ door hetgeen zij bijeen kunnen scharrelen, eenige heerschappij op om het even wie uit te oef 3nen. Overigens is dien wil, dre begeerte tôt heerschen, bevelen en dwingen van zijns ge-lijke, niet reeds een bewijs van zotheid bij den mensch ? Voorzeker, want zij brengt veel meer ellende bij dan genoegen. Het leven der grootsfe machthebbers was ten allen tijde een voortduren.ie rnarteling. Dag en nacht werden zij gekweld door zorg en vrees. Van Nero tôt aan den laatsten Tsar leef-den allen voortdurend in angst, hadden nooit een uur gerusten slaap. Het zoet gevoel der vriendschap is hun onbekend, daar zij elke uiting van genegenheid moeten wantrouwen en toeEchrijven aan onedele drijfveeren. Toch is de bekoring die machtbezit op den gekke mensch uitoefent zôô groot, dat ondanks aile ellende en gevaren, een machts post nooiï open blijft, en er steeds velen ge-reed zijn hem in te nemen, en tôt de waan-zinnigste wreedheden en misdaden overslaan om er zich in te handhaven. De gebeele geschiederiis is niet anders dan het verhaal van een eeuwige, voortdureude strijd van allen tegen allen om het bezit van macht. Strijd van natiën, klassen, geslachten, familiëii, individuën, en hierin heeft het geld steeds een groote roi gespeeld, in onzen tijd meer dan ooit, omdat er nu meer geld is. Tôt zooverre dus heeft de groote Duitsche wijsgeer in zijne verklaring van de zucht naar geld, gelijk. Deze zotternij wordt veroorzaakt door een andere maar is er niet min zot om. Maar wat is dan de oorzaak der gekheid van die overgroote meerderheid uit de mid-den en onderste lagen der maatscliappij ? Dezen toch denken er niet aan— en kunnen er niet aan denken — door een handsvol geld machtig te worden ; het verste dat zij aet in dit opzicht kunnen brengen, is îot het bevel te hebben over een meid of over een paar knechten. Ojk dit heeft wel is waar voor de arme zotien veel bekooriijks, maar de bekoorlijk-heid ligt niet in het genoegen van te mogen bevelen en aan de ondergeschikten hunne macht te laten voelen, maar bij hunne vrienden en kennissen te kunnen pralen. Als madame bijroorbeeld te pas of ten onpas bij iedereen klaagt dat de meid zoo-veel breekt, zorgeloos of wild is, en mijn-heer op hoogen toon overal verzekerd dat er tegenwoordig met de knechten geen huis rn^er iste houden, is dat slechts om te laten weten dat ze geengeririge lieden zijn, en om allen die ncch knechten uoeh meiden hebben té doen pruimen. Hat zou een zeer onschuldig genoegen zijn, ware het niet dat het er op berekend is, vrienden en kennissen met afgunst te vervul-leu, waarin men maar al te goed slaagt. n De ijdelheid van deze zotteri bepaald zich ' hier niet bij, doch komt te voorschijn in ge-heel hunne levenswijze. Zij bewonen een t huis, hebben meubelen, gaan gekleed en maken verteer dat al hunne inkomsten op-1 slorpt. Soms zelfs nog een beetje meer, want men vindt er wel die middel vinden wat van anders iikomsten bij de hunne te voegen, i onder vorm van Içeningen, of schulden. Velen : ook houden zich tevreden met uiterlijk ver-toon. en laten binnenhuis Schraalhans meester. Dat zijn voorzichtige zotten. [ De maatschappelijke ladder af'alende tôt in de onderste lagen ontwaait men b i allen ' dezelfderi dranjr, dezelfde n iging om deel te nemen aan de jacht naar geid. Wat is bij al dezen de drijfveer? De begoocheling 1 Het geloof dat het geluk steeds te bereiken is door geld. In de verbee'.ding der groote menigte be-_ staat het geluk in lekker eten en drinken, in pracht en weelde. Een dikke, vette blozende kerel, wordt steeds als een toonbeeld van geluk aanzien, en ofschoon dien grootçn omvang van lichaam veelal het gevolg is van een bijzondere gemoedsgesteltcnis, die met geen geld ncch een goede tafel kunnen ge-kocht worden, blijft men in de kringen der groote massa steeds gelooven dat ieder zoo een dikzak kan worden. De dikïakken worden om hun volume benijd, en dat is gewoonlijk de eenige vreugd die zij van hunne te groote hoeveelheid vleesch en vet beleven. Maar daar aile vreugde in dit ondermaan-sche kort van duur is, begint dat groot ge-wicht, dien dikken buik waar zij altijd achter moeten loopen, en die zij alleenlijk dragen voor het plezier— of liever voor het verdriet —- van anderen die er jaloersch van zijn, hun gauw te ve.rvelen, en trachten zij er van af te geraken. Voor menige doktor worden zij dan goede klanten. Waren wij nu allen niet zoo zot, wij zouden een blik werpen op de vele rijke lieden, die al hebben wat ervoor geld te krijgen is, die nochtans mager zijn, er steeds bezorgd, wrevelig of verdrietig uitzien, en kunnen opmerken dat het geluk dat geld kan schen-ken, zoo het al geen hersenschim is, toch op verre na zoo groot niet is dan algemeen ge-loofd wordt. Zeker, zonder geld, dat in onze maat-schappij het eenige ruilmiddel is, kan men niet leven, en als men er te weinig van om zich behoorlijk te voeden, te kleeden^n : • ^ te wonen, voelt ichor •. îuicÂig. ' " koude lijdon en zich niet kunnen verwarmen, geven zeer onaangename gevoelens; dat ondervindt men nu, soms met veel geld in 't zak of in kas, als men geen invloedrijkê . vrienden heeft die u aan kolen, witte bloem, melk, vleesch, suiker enz. kunnen helpen. Maar \ dôr den oorlog had ieder die kon en wilde werkeh, van al die dingen genoeg, en voelden wij ons hierom gelukkiger? Nooit waren de klachten en grieven talrij-ker, de ontevredenheid grooter, niet alleen onder de arbeiders, maar onder aile standen der maatschappij. De geringe man wilde rijk, de rijke nog rijker worden, en daar dit volgens den wensch van allen niet snel genoeg, of in het geheel niet ging, wierp men de schuld op de wet-ten, op de regeering, en op elkander. Arme zotten I Zuit ge nu door de hafde lessen die de huidige gebeurlenissen ons voorhouden wijzer worden ? Zult ge nu uwe onverzadelijke begeerten naar macht, weelde en genot wat kunnen intoomen, nu gij hebt kunnen zien tôt wat die haristoebten, tôt buitensporigheid opge-voerd, kunnen leiden? Laat het ons hopen. De Foe. DIT J ES EN^DATjis Onvoorzien. — Zij. — Nog bezit ik den brief waarin . ge gezworen hebt, me steeds op handen te dragen. En hoe hebt ge uw eed geheuden? Hij. Kon ik voorzien'dat ge zoo dik worden zoudt 1 Raak. — A. — En over u onthoud ik mij van elk ; oordeel, maar mijn gedachten zijn tolvrij. j B. — Natuurlijk; maar wat zou er aan uw gedachten ■ ook voor belastbare waarde zijn? Een slimmerd. — Waar werd het vredesverdrag van den tachligjarigen oorlog geteekend? — Onder aan het papier, meester. l$îj den barbier. — Kort, mijnheer? — Mijnhaar, neen; uw praa'jes, ja. ] Duidelijk. — Mijnheer, u loopt r\e nu al een lialf uur na. Ik ben aile mogelijke zijstegen ingegaan en ik raak u niet Rwijt. Wat moet u toch van me ? — Ik had u juist willen vragen of u niet haastthuis was. Aan het station heb ik aan een agent gevraagd waar Mijnheer Jansen woont, en toen h^eft hij mege-zegd da: ik u maar ach /.-rna moest loopen, want dat u er vlak naast woont. Helder. — Professor: Het blauwzunr, mijne heeren, bezit zeer vergiftige eigenschappen. Een droppel ervan op de tong vah een grooten hu-nd gebracht, is voldoende om een volwassen mensch te doeden. 3illijke vraag. — Kieinê Piet, die van zijn moeder een pak rammei krijgt, roept huilend : «Hebt ge me daarvoor slechts gekocht?» Voorzichtig. — K^m maar binnen. Voor dien hond moet ge niet bang zijn. Ge weet : blaffende honden bijten niet. — Jawei, maar hij mocht eens ophouden met biaffen. De noodrem. — Conducteur. — Wic heeft hier aan de noodrem getrokken ? Reiziger (uit een rampje hangend). — Ik, conducteur 1 Ik zit hier met een mijnheer, die er uitziet als een mor rdenaar. Conducteur. — U zoudt dan minstens hebben kunnen wachten... I Reiziger. — Tôt hij me verni wd had? Waarachtig niet, ik waarschuw liever van te voren.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De waarheid: socialistisch weekblad behorende tot de categorie Socialistische pers. Uitgegeven in Gent van 1906 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes