Gazetje van Thielt

49691 0
01 oktober 1916
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 01 Oktober. Gazetje van Thielt. Geraadpleegd op 19 april 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/vh5cc0vm2f/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Gazet je Van Thielt. Voor God en Vaderland. FRONT : E. H. Paul De Beir, Aalmoezenier, B. 46, III Bon. 1916 October. ENGLAND : MM. E. Desutter-David & Joris Impe, Montrose, The Avenue, Camberley (Surrey). Een kapelleken op den voorpost. i e November. We waren aangekomen op onze nieuwe strijdlijn en daar we den eersten dag op piket lagen, kon ik in de verte, te midden overstroomingen en tusschen puingeschoten hoeven, het hutje zien staan waar het kapelleken was opgericht. Men had er mij van gesproken als van een wonderding : zonderlinge Noeark. 's Avonds kwam ik op voorpost en mijn eerste erkenningstochtje was, langs halfbegangbare brugjes, naar het bouwvallig huisje en zijn kapelleken. Den volgenden dag stond ik vroeg op. Regenachtig weder ! Aanstonds gereedschap gemaakt om de H .Mis te lezen. Ongelukkiglijk geen drinkbaar water te vinden. Alfons zet het gamelledeksel buiten om wat regen te vangen en intusschen ga ik nadere kennis maken met het bidplaatsje. Netjes opgeschikt ! Onder den zolderbaïk, tegen den muur, loopt een hemelsblauw zijden slingerlint met gulden franjen. Boven het retabel, op de plaats van het tabernakel, een Onze Lieve Vrouwbeeld, met 't Kindje Jezus, dit alles steunende op een blauw voetstuk met fijnen witten kant overdekt. Eene witte gordijn in schoon Michelieuborduur-werk, is langs beide kanten van het beeld met koperen ringen aan eenen langen koperen staaf opgehangen. Twee koperen kandelaars met wassen keersen, twee ruikers van gemaakte bloemen staan op het autaar. Een schoon voorstuk (antependium) met I.H.S. in goud brokaat op donkerblauwen grond is met vasten kunstzin vervaardigd. De keersen werden aangestoken want het is donker in het dichtgeslotene kapelzoldertje. Alhoewel het licht door geen kathedraal-brandruiten komt binnenstroomen, tintelen nogthans, harmonisch dooreen, kleurschakeeringen van goud en wit op stil blauwendigen ondergrond. Dit is het uitzicht van het autaar. Het is geoostend. Aan de noordzijde arkaden van goudgeschilderde bogen en daartusschen roode stofbehangsels, aan den zuiderkant het zelfde decoratie motief. Het eeuwig Licht werd niet vregeten en alhoewel het nooit branden moet, aangezien Ons Lieven Heer in het tabernakel niet berust, hangt aan eenen ijzeren haak eene vergulde, anders onbruikbare soldatenlamp. Eene godvruchtige stemming wasemt op uit die eenvoudige maar keurige samenstelling. Ik keerde terug naar mijnen abri. De regen had opgehouden en moest water scheppen uit de overstrooming. Geen klokkengelui om den dienst aan te kondigen en geene bel ringelde onder de mis. Alleen twee stille keersen brandden hun nederig zuiver wasoffer het goddelijk Slachtoffer ter eer ! Na de mis dankte ik God. Maar vóór mijne oogen rees ook de edele figuur van den kapitein-kloosterling die dit kleine heiligdom, te midden overstrooming en puinen, had opgericht. Overal zijn de kerke nvernield, vergruisd.Het draagbaar autaar wordt aangebracht...het H. Misoffer wordt opgedragen. En temidden vernieling en dood, ja in de onmiddelijke nabijheid van de vijandelijke waakposten, wordt de grond geheiligd waar onzedapperen strijden.P. De Beir. 't Was Allerheiligendag ! Dag van vreugde, dag van liefde ! En alhoewel 't vijandelijk schroot dood en vernieling zaaide overal rond, toch dacht ik aan de liefde dier Godelieven die ook hun leven opofferden voor 't geluk en zaligheid hunner medeburgers, lijk onze jongens nu hun leven ten beste geven voor 't heil van 't Vaderland voor de verlossing ook en bevrijding hunner medeburgers. Allerheiligen: 'k Was in Thielt ! De klokken riepen ons van uit den naaldscherpen toren : komt Thieltenaren, 't is tijd naar den dienst te komen : gedenkt uwe ouders, broeders, zusters, vrienden én weldoeners en nu bijzouderlijk gedenkt uwe GEVALLEN HELDEN. Alles stelden ze ten pande om u te redden. Red hen nu ook ! Bidt voor allen maar bijzonderlijk, bidt voor uwe gesneuvelde, opdat God hun genadig weze ; opdat ze met al de Heiligen in den Hemel Allerheiligen mogen vieren. En deze die nog boeten moeten ! Oh vrienden Thieltenaars, morgen is 't Allerzielen ! Morgen ook zult ge neerknielen in 't kapelleken op den voorpost, of aan 't nederig altaar in den abri en aan 's Heerens Genadetafel, Hem de genade afsmeeken voor uwe vrienden die nevens u op 't slagveld vielen, voor uwe makkers die sneuvelden, voor uwe soldaten die hun leven lieten om 't Vaderland te redden en ons allen den blijden terugkeer in 't bevrijde België in 't verloste Thielt te schenken. Bidt vrienden, 't is ALLERHEILIGEN! Smeekt om genade, 't is ALLERZIELEN ' Aan de vluchtelingen. Goed nieuws voor onze soldaatjes als men hun meldt dat de congés geopend worden : . En moet het u verwonderen : dit leven in de kantonnementen, in de loopgrachten, die opeenvolging van oefeningen, inspecties, naar 't werk gaan, de wacht optrekken, op patroelje gaan, heeft ze vermoeid en de boog kan niet altijd gespannen zijn. Heeft het vijandelijk geschut ze gekwetst en op hun aangezicht lidteekens nagelaten, heeft het slijk hunne kleederen bemorsd en het werk hunne handen verheeld, toch zijn onze piotjes, onze Thieltsche maatjes schoon : hunne oogen stralen van strijdlust, hunne harten smachten ernaar om het geledene onrecht te wreken ; hunne zielen stralen als goud en diamant op dien donkeren oorlogsgrond. Ontvang de jongens als zij op congé komen en behandel ze als kind van den huize. Zij zijn het waard! Het Gazetje heeft u in voe- , ling gebracht met onze jongens ; gij zijt ermede bezig en 't is nu uw werk geworden ze te mogen behulpzaam zijn. Neem het ter herten : 't is een edel werk ! Onlangs nog las ik in de "Stem uit Belgiè": met gansch de "business" van "marraines" voor onze . soldaten, ben ik niet fel ingenomen ; eerst en vooral uit vaderlandsche fierheid, die zich schrap zet tegen die vernederende bedelarij. Ik vraag mij af, waarom elke familie in den vreemde, zoo 't moet met de hulp onzer gastheeren, niet zelf had kunnen 't meterschap aanveerden van een Belgischen soldaat ! 't Zou zulk een prachtdaad geweest zijn van opoffering, vaderlandsliefde en volkseenheid. 't Is altijd 't zelfde beginsel : wij Belgen strijden voor onze onafhankelijkheid, laat ons dus onafhankelijk zijn. Ge weet genoeg hoe de betrekkingen van Belgische soldaten met Eransche slunsen, Engelsche modepoppen, het zedelijk peil van ons leger verlaagd hebben : 't wordt eene nationale ramp. Goddank, we mogen zeggen over het algemeen, dat de Thieltsche jongens, deftig en zedelijk is gebleven. Doch het gevaar blijft bes.aan. Helpt het tegenkampen. Moest ik u zeggen dat er nog Thieltenaren zijn, die bij gebrek aan kennissen, het genot nog niet gesmaakt hebben van op congé te gaan, gij zoudt daarover verwonderd zijn, en medelijdend opzien naar den kleinen vergeteling, hem vragen dat hij bij u kome en er welkom zij ! Bij u zal hij eene warme genegenheid vinden en de stem van den wijzen vader en goede moeder

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Gazetje van Thielt behorende tot de categorie Frontbladen. Uitgegeven in Camberley van 1916 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes