Gazette van Berlaere: nieuws- en aenkondigingsblad

124 0
29 maart 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 29 Maart. Gazette van Berlaere: nieuws- en aenkondigingsblad. Geraadpleegd op 17 juni 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/zk55d8q15z/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

29 Maart 1914 Elfde jaar Nummer -S 3 GAZETTE VAN BERLAERE KATHOLIEK NIEUWS- & AANKONDIGINGSBLAD VERSCHIJNËNDË ELKEN ZATEHDA( i IN VLAANDEREN VLAAMSCH ! VOOR GOD EN VADERLAND! J DE LTTGEVER : Prosper Van Cautaren-Van Gysegem Notarisklerk, Berlaere-Dorp. Insohïijvlngsprijs: 2,50 fr.per juar.voorop betaalbaar Ilot recht van annoncen of artikelen te weigerea wordt voorbehouden. KAMERKIEZINGEN VAN ZONDAG 24 HEI 1914. Katholieke Kandidaten van 't arr. Dendermonde. T1BBAUT Emiel, advokaat, uittredend lid. BRUYNINCX Léo, advokaat te Dendermonde, uitt. lid. VAN SANDE Victor, geneesheer te Wetteren, uitt. lid. VESMEERSCH Oscar, notaris te Dendermonde. PLAATSVERVAN G ERS : VERMEERSCH voornoemd. MAE YENS Prosper, notaris te Hamme. ROBBENS Armand, geneesheer, burgemeester te Zele NEERINCX Robert, burgemeester te Baasrode. Brieven uit Brabant. COMMUNIE. Beseft gij genoeg, lezers, wat dit woord bediedt ? Ongelukkig is dit woord zooveel beteekend in de latijnsche taal in aile andere talen overgenomen, en moeten wij a lien een vreemd woord zeggen als wij spreken van de heiligste onder de menschelijke daden. «Communio» t. t. z. « vereenigiog met», of be-ter nog « vereenzelviging met ». St-Paulus riep uit toen hij gecom-municeerd had : « 't Is niet meer ikdie leef, 't is Jesus-Christus die leeft in mij ! » Dit is geene beeld-spra«k, dit is werkelijk zoo . Als wij ter H. ïafel genaderd zijn, zijn wij aan goden gelijk 1 Tôt voor eenige jaren mochten de kinderkens eerst op li-jarigen leeftijd ter H. Tafel naderen — al-hoewel zij van h un zeven jaar te biechten konden loopen, en veron-dersteld waren de jaren van ver-stand te hebben. De kinderkens konden dus reeds zondigen van 7 ,jaar, maar het groote behoedmiddel tegen aile zonden, het Heilig lichaam en bloed van Jésus bleef het gewei-gerd. De heilige Paus Pius X heeft die toestand veranderd, en de ou-derdom der Eerste-Communican-ten op 7 jaren vastgesteld. De ouders hebben hier eene ge-wiehtige taak gekregen, want nu bijzonderlijk valt het op tien, de kleinen stilaan te onderwijzen in den Godsdienst en ze zoo dikwijls mogelnk naar de Communie te leiden. De ouders moeten hunne kinders het voorbeeld geven en het onderricht, en alzoo onze ieverige priesters helpen in hun lastig ambt. De Plechtige Kommunie blijft nog bestaan om verschillende ge-wichtige redenen : Het katechismusonderricht kan niet aan kleintjes van 7 jaar ge-geven worden, maar rnoet inge-richt blijven zooals vroeger. De Pleehtige Kommunie moet dan de bekroning zijn van dit onderricht.Zonder die plechtigheid zouden vele ouders—er zijn zooveel doove en blinde ouders — hunne kleinen niet naar de leering zenden, en zouden deze hun leven lang in zwarte onwetendheid blijven no-pens hunnen Godsdienst. De Plechtige Communie is niet eene bijzondere Communie, zooals de Plechtige Eerste Mis van een jongen priester niet eene bijzondere Mis is. Maar omdat zij met luister en plecht geschieden, zijn zij ongetwijfeld buitengewoon ver-dienstig voor wie ze met waardig-heid doet. En ziet gij, dat moet mij van het hart, dat vele ouders niet met waardigheid hunne kinders ter kerke leiden, en deze beletten van met waardigheid te Communiecee-ren. Ziet men niet op vele plaat-sen op die dagen, zotte luxe ten-toongespreid. Ziet men dan geen kinders in de kerk zilten, enkel bedacht op hunne kleeren niet te krenken, op hunne krullea niet uiteen te doen vallen.ophun oogen schoon te houden en hun lippen bevallig. Zij zijn beleinmerd in lichaam en in geest, en zoudt gij dan willen dat, zij het aardsche vergeten om alleen op het hemel-sche te denken ? Qnmogelyk niet waar ? En zijn er dan niet veel moeders die hunne oogen niet zedigneer-houden om te bidden, maar ze laten rondschuiven op het zijden kleedselke van diens kleine, en op de broche en de ring van die andere, op de verlakte schoentjes van dien snotneus, en de zijden collet van dien anderen. En hun geest is belemmerd met de koeken die ze gaan koopen, en de bozoeken die ze moeten gaan doen. En dat gaat zoo bij rijke damen en werkmansvrouwen... 't is de gang van de wereld. Maarik vraag mij af, moet de wereld dan tocn overal zijnen gang hebben, zelf in de kerk bij het pleohtig communi-ceeren van onschuldige kinderen? Z. Katholiek met en van ds Daad Langsom meer wordt, in ons land, de strijd vinniger tusschen goed en kwaad, tusschen waarheid en dwaalleer; meer dan ooitstaan verdedigers en verguizers van orde en vrede tegenover elkander ge-kant; nooit wellicht staken de politieke kleuren der partijen scherper tegen malkander af. Op godsdienstig terrein staan de katholieken tegenover de ver-eenigde tegenstrevers, die eigen-lijk maar één punt op hun programma gemeen hebben : haat en oorlog aan God en ons christen Geloof. Op politiek gebied hebben ze vrede en vrijheid te verdedigen te-gen de liberalen, die, in naam der vrijheid, aile vrijheid voor anderen dooden willen, en tegenover de socialisten, die van de misken-ning van aile gezag, van opstand en klassenstrijd hun hoofdprogramma hebben gemaakt. Op sociaal gebied, staan ze, als ware verdedigers en helpers van den werkman, tegenover de socialisten, die hem verblinden en ver-leiden.En nooit, zeg ik, was de strijd zoo vinnig, nooit waren de verschillende gezindheden scherper afgeteekend. Voor ha If- of twee-slachtigen is er geene plaats meer, en zeker is het woord van den Goddelijken Meester op onze t-ijden toepasselijk : « Die met voor mij is, is tegen mij. » Men is katho-liek of men is het niet. Onze tegenstrevers steken hun gedachten onder stoelen noch ban-ken, en doen en durven ailes om ze aan anderen op te dringen. In dat opzicht is een socialist wel twintig katholieken waard. Daarom is het voor ons, katholieken, een plicht ook te leeren durven, en vrankweg met ons « katholiek zijn » voor de pinnen te komen, en niet enkel katholiek te zijn met het woord, maar het ook te wezen met de daad. Meer nog is er noodig : « Die goed is voor zijn eigen alleen is werkelijk niet goed ; en die maar wijs is voor zich zelven. is inderwaarheid niet wijs. » Zoo heeft onze geleerde Kardinaalden H. Léo nagezegd in zijne twee laat-ste brieven. Dus, katholiek zijn voor zijn eigen, al zij het dan nog met de daad, is niet voldoende ; katholiek moeten we zijn voor anderen ook : katholiek ook van de daad. Van ailes wat. MEDEDEELINGIÎN. —Jaarverstag dar Muziek-en Toonealboekerij, over 't bestuiii'j. Ftsb. 1913-14. In de eerste plants dieat vermfeld de mçrkelijke uitbreidirig van Tooneel j^s. Niet enkel weiden nieuwe vaste rubrieltan geopend, doch ook »eiv scliiilende bijdragen gewijd aan allerliande uelang-njke slof, dàt door een zeer bevoegde slut niedo-werker3.ln het verloopen termyn werd ook de uitslag bekeud gemaakt van don looneelieUerkilndigen prijskamp in opdracht van het Ufividsfonds uitge-schreven door de Tooneelboeknry. Ee.n prys van 100 frank wi rd toegekend aun den heer Jac. Bal-lings, te Vollezftle. Voortdureud stijgt het aantal aangesloten kriu-gen : lot lied en trauen er 532 kringen toe, boven-dien zijn er 62 persoowlijke inteekenaars op Too-neelgida.Ook het uitleenen der tooneclstukken neemt, nog iinmer in mime mate toe. Er wenlen loSi verzendiugen gedaan, ten bedrage van 12-73Stoo-neelwerkon, namelijk : 5811 drama's, 041)3 blijspe-len, 419 mei.sjesstukkin en 1U2 kindei tooneelen. En toch werd lijdens het verloopen jaar voor het eerst de maalregel loegepast dat gedurenda April en Mei geen stukken worden uitgezonden Verheugend is het le bestatigen dat de smaak der liefhebbers sudert het ontstaan ùer Tooneel-boekorij merkelijk is verfijnd en langs om meer de onbeduidende stukken worden geweerd. Lalen aile goedwillenden daarom propaganda maken én voor don Tooneelgids (3.ti0tV.) éu voor de ïooneeltjoekerij (5 fr. storting}. Verkoop van brood. — De midden-afdeeliug' der Katner heeft het wetsont-werp op den verkoop vau brood onder-zocht en gewij?igd. Zij stelt den volgen-den tekst voor aan de goedkeuring der Kamer : « De getneetnen die een règlement bezitieu op den verkoop vari het brood, ofdie er een zulien opmaien, moeten hun gemeentelijk regleîïiept in vernouding stellen mei de uavolgeodé beschikkingen, waarvan zy^iiet zullen mogen afwijken : Hel rytuig of den winkel moel voorzien zijn van eene réglementaire weegschaal en van de noo-digegew ichten. Op eik aanzoek van den kooper wordt het gewieht van het huisftouricnbrood, alsoolv van het peer-denbroiid, nagewogen. De prys per kiiogram van die brooden is aange-duid op een schrijfliord, dat op een goed in 't oog spfingende piaats van den •winkel of ojj het rijtuig moet uithan-gen. De brooden mogen siecbts geleverd worden, als zij, op 5 p. h. na, een halven kilo of een meervoud van een halven kilo wegen. De overtredingen van deze bepaiingen zuîlen gestraft worden met eene boete van 1 tôt <?0 fr. Bij hervalling '/fel paragraaf 1 van artikel 562 van het strafwetboek mogen t.oegepast worden. De gemeeriten zijn dus vry al of niet een règlement op den broodverkoop in te voéren. Doen zij het, dan moet het gebeuren gelgkvormig met de wet. Ncg een geîuk. — Een heer gaat laat naar huis.Iji een afgelegen straat ontmoet hij een kerel, die erzeer ver-dacht uit ziet en die hem vraagt hoe laat hel is. De heer die overtuigd is een straatroover voor te hebben, geeît den kerel, zonder zich lang te beden-ken, een slag met zijn stok,zeggender het slaat juist één uur. De andere loopt schreeuwend weg", maar blijft plotseling staan, voelt naar de geraakte plek en zegt : Gelukkig ciat ik het geen uur vroet?-er g'evraapd heb!!... 5 e Kip-kap. — In sommige streken van den Opper-Kongo is 't zoo vvarm dat ze er de hennen in 'nen ijskelder zet-ten Nam men die voorzorg niet, dan legden de kiekens gekookte eieren. — Dekleinste menschen moeten de bewoners der Andamaseilanden zijn. Een volwassene meet daar gemiddeld 1,20 m., en onderzoeken hebben doen kennen dat een bewoner der eilanden slechts zelden meer dan 29 kilo weegt. — Van 1000 mannen die een huwe-lijk aangaan, huvveri er 332 eene jon-gere vrouw, 579 eene van overeen-komstigen leeftijd en 89 eene ottdere. — Wij moeten allen eens sterven, preekte laatst de pastoor van Lap-schuere ; indien er een stad bestond waar men niet sterft, zouden er zooveel wonen dat ze elkander doodplet-teren.Een knoesel van 500 000 fr. — Men meldt uit New-York dat de beroemde Russische danseres, mej. Anna Paolo-rosa, gedureride eene vertooning in den Odeon schouwburg, den rechter knoesel brak, De voeten van Paolorosa zgn verze-kerd eik voor 500 000 frank ! Een gelegenheidsgedieht. — Een ge-dicht dat iedereen hartelijk heeft doen iachen, werd dees week, tijdens de in-stelling van den nieuwen pastoor eener parochie omirent Brugge, uitgehangen door den guitigen dorpsmid.Inde hoog-te der hemelen zal Jef Casteleyn, bij but lezen van dit meesterstuk, van blijd-sehap opgesprongen zijn : Mtjnheer de Pastoor. welgekomen ! Zegt U Jantje zonder schromen. Gtj kent misschien Jan firàodmes(*)wef^ Die werkt en drinktal even fel. Die Js Zondags met de se h j. le gaat En nooit geen eentje scheef en slaat ? Zie, als ik in mijn smidse sta En zwierig met mijn bamer sla, Dan worden keel en lever droog, Ik ga dan achter mtjnen toog, 'k Stek daareenen van een kluit En lap den dienen iu eens uit I 'k Werk geerne in de Pastorij, Daar vindt men werk en bier erbij ; En werk ik wel en naar uw hand,' Ik roep U toe : bhjf lang mijn klanl ! (*)Jan Broodmes, bijnaam van deiï smid, die ook messenmaket* rs. Record. — De gemeente Reppel,4io> inwoners. heeft sedert 1813 maar twee burgemeesters gehad. Hij begreep het goed.—Draag zorg^ had de dokter gezegd, uwe zieke vrouw in niets tegen te spreken. De man gedroeg zich getrouw naar deze aanbeveling, en toen zijne vrouw hem denzelfden avond nog zuehteiad en kermend liet verstaan : — 't Ware beter dat ik stierf — beaamde hij haar gezegde met een — 'k Denk het ook, Anna I) E M AN LIT D E M AÀ N vrij bewerht naar het Duitsch van WILLEM HAUFF. (30® Vervolg). Om elf uur wandelden von Landen-stejn, met veleschitterendeeerete^kens op de borst en graaf von Martiniz in prachlige officierenkleedij voor het hôtel op en neer. Nu en dan waagden zij een blik naar de woning van den voor-zitter. Toen de oude heeF Ida voor het venster zag staan, groette hij uiterst beleefd en stiet den (froomeuden graaf aan, die opzyn weuk ook naar boven zag en uiterst vriendehjk en lief haar meer-maals aanlaclite. Ida kon haar oogen niet gelooven, wist niet wat denken over deze vrien-delgkheid. En nu hij zijn schoon Poolsche effioierenkleedy droeg, was de graaf nog veel schooner in haar oogen, die tôt weenens toe bewogen waren. Wat be-teekenden die ordeteekens.dat uniform, die liefheid ? Droomend bleef zy aan het veneter staan. Wat moeht de dag vau kodenbrengou.Zy peinsdeen herpeinsde Maar zijn lach was haar ailes en oieti-we hoop wat mde door haar lichaam. Voor het bepaalde uur kw&men rit-mee^ter von Sporeneck en twee luite-nanten naar het hôtel af. Toen de twee Polen hen bemerkten, ke^rden zij terug naar het gasttiof waar de dris officiereu hen snel vervoegden. De î-itmeester wilde het kort maken. Als officier staande tegenover een an-der officier van een bevriend land, be-kende hij zijn fout tegenover de onschuldige Ida en zpgde dat hij enkel zoo gehandeld had op aandringen van de gravin Aerstein, die naar de hand dong van den graaf en deze list verzonnen had om Ida in ongenade te doen vallen. Hij gelastte de twee luitenanten en de heer Landenstein, om zijn valscheaan-tijgingen den heer voorzitter kond te dopn, tevens om vergeving biddend bij den jongen graaf en Ida. Daar hij heden nog uit de stad Freilingen wilde vertrekken, en verder niet meer met de gravin in aanraking wénschte te komen, verzocht hij om strenge geheim-houding, daar anders de gravin hem moeilijkheden bij het Hof kon verwek-ken.De oude heer en de jonge graaf waren uiterst verwonderd over deze woorden, danktenden ridderlijken officier en be-loofden dat er buiten de belanghebbea-den geen haan over zou kraaien. Enkel Ida en de voorzitter zouden van het feit op de hoogte gebracht worden. Niet een woord zou de gravin zelf te weet komen. Graaf von Martiniz bedwongzijn vreug-de, betreurde zijn houding tegenover Ida. Von Landenstein onthaalde nu de-drieofficieren op een fljn middagmaal en overreikte hen ieder een schaon ge-schenk tôt aandenken eener vreedzame oplossing, dio eer deed aan het soldaten-uniforQi. Zoo ee-u eerherstelling was meer waard dan de macht en gelukkig of ongelukkig treffen van knailende pistolen. Geen vijandschap meer : edele verzoening, christene naastenlief.îe ! In den namiddag keerde Sporeneck terug naer de residentiestad, tevreden over zijn daad van rechtvaardigheid ; Ida en de voorzitter werden ingelicht. MEER LIGHT. De oude heer toonde 's namiddags den jongen graaf ook nog brieven van von Sanden, die enkel voor doel hadden hem zonder tegenliefde aan de beruchte gravit) te koppelen. Een hoopschulden had zy en tevens hield zij verdachte betrek-kingen er op na. — Ik heb u otilangs nog gezegd dat ik zestig jaaroud ben en gij slechts twintig zomers telt ; dat ik dus veel dingen koeler en scherper bektjk dan gij. Tocn vermoedde ik reeds veel ; nu weten ik en gij nog meer uit de lichtzinnige ge-sprekken vanden ritmeester U ziet dus wel in dat de gravin u wil hengelen door d&n slechten kerel, die de oude Sorben is. Zij heeft «we liefde voor Ida achterhaald, en daarom is zij onmiddel-lijk naaf hier gekomeu om u van die brave Itia los te scheuren en den ritmeester u tusschen de beenen te jagen. En nu heeft diezelfde ritmeester de gravin veriooehend en de onschuld van Ida moeten bekennen ! Ziet u dan de zaken nog niet glashelder in ? We^moedig en droef zat de graaf naast hem. En opftens begon hij over-vioedig te wees.eu, — O Ida, hoe diep heb ik u beleedigd, fluisterde hij. Hoe dwaas was ik, hoe stekeblind om niet aanstonds ailes in ie zien. Hoe kon ik r.oo wreed zyn dit goed engeltje, dat voor mg zoo goed was, mij zoo lief had, zoo diep te krenken en te beleedigen ! De oude heer werd bang en vreesde dat Emiel wedereen aanval van waan-zin kreeg, waarvan hij zoo wonderbaac door Ida genezen was gewordert. — Zoolang men leeft, kan men ailes weer in 't goede spoor brengen, zei hij tôt de w een en de, en niets is gemakke-lijker te schikken dan lie/dçgeschilksn. Wees daarom getroost en geloof zeker dat ailes nog tôt een goed eindje komt. Nu sielde hij den graaf voor dat hij. zich zoo gauw mogelijk zou verzoenen met zijn lietje ; h-ij toonde hem hoeveel hij dit meisje versohuldigd was, hoe zg hem met de wereld verzoend had, wat zij al gedaan had om hem levensblij te maken, otn hem voor het leven te red-den eu hoe hij, ondankbare, zoo spoedïg geloof heehtte in valsche beschukligiu-gen. Waarlgk, u àijl dit meisje uw ie-ven schuldig eu daarom moet gij haar ook trouwen, zeifs al stiet u nog iets tegen de borst. Opgereonterd pn ©pgebeurd, sprong de jonge graaf recht en kuste den ouden heer vurig : Ik kan u niet genoeg be-danken. Nu keer ik weder terug naar het beeldschoone meisje, dat zoo over-goed voor mij was. Dank,. duizendmaal dank, lieve O... Bijna hadden wij het incognito van» den heer Landenstein gebroken en over* aamen en dingen gesproksn die nog moeten verzwegen worden. De oude heer sloot Emiel in zijn ar-men en ging tôt by de deur. « Brktzwisi oude kerel, kom binnen en deel de vreugde van awen jongen meester ; hi| wil bruiloft vierenzoo gauw mogelijkl » De oude dienaar maakte een zuar ge-zicht alsof hij in een- rhubarberstok ge-beten had. — Zoo,, zoo... ? zei hij, nu dan moet ik u gelukwenschen... r — Maar oude man, zei Landensteinr. a schijnt niet geheel vroolyk te zijn ? Devait u dan de bruid niet, die myn-heer gekozen heefi ? — Ja, antwoordde Brktzwisi, zij is. schoon die vrouw gravin... — Wie spreekt dan van de gravin P zei zijn heer, jufvrouw Ida meenen wij. — Wat? riep de oude dienaar, dat wonderkind ? Zal jufvrouw Ida mijri mevrouw meesteresse worden, 0 dan ben ik meer dan tevreden ! Dan kan het niet bet^r. IlijmeesS zijn vreugde benaeesterenv bedwingen ; anders was hij onmiddel-îijk de deur uiîgespoord om dit op aile koeken der straten uit te galmen. Tra-nen vau aiepeontroering stonden in de oogen van don ouden, trouwen dienaar; hij kustte den ouden heer en den jongen-graaf hun kleederen en voor beiden was het een bewys h;>e dit meisjev hoe dife goadenengeltjpalJf harten hetGoverde,, A {' Wotfdtr vmrtgezei.l

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Gazette van Berlaere: nieuws- en aenkondigingsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Berlare van 1897 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes