Gazette van Gent

1218 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 23 Juli. Gazette van Gent. Geraadpleegd op 22 mei 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/1c1td9r81z/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

247' JAAR. - N' 169. — B. S 01NTIEMEN DONDERDAG, 23 JULI 1914 GAZETTE VAN GENT OSCÏÏBi<"iawBrikJt'"3 s YOOR GÉNT : VOOR GEHEEL BELGIE : _ . fr |2«00 Een jaar fr. 15-00 £eu , £-50 6 maanden » 7-75 | maanden! ! * ' » 350 3 maanden » «-00 Voor Rolland : 5 frank per 3 maanden. Voor de andere landen : fr. 7-50 per 3 maanden. NIEUWS-, HANDELS- EN ANNONCENBLAD Gestleht In 1667 [■EUKZEN.COUKAKTI. B1STUUB EN BEDACIIK VELDSTRAAT, 60, GENT Ve lurêélen eyn open van 7 ure 's tnorgends tôt 6 urc 's avon&Si TELEFOON nr 710 De inschrijvers buiten de stad Gent moeten hun abonnement nom on ton Pnstlrantnore hnnnp.r wnnrmlaats. Het procès van ievr. Caillaux |Ë. De verkfaring der Regeering. — Tusschengevallen De documenten en de brieven. « Eene conîrontatie? K Zitting v.m woensdag. Woensdag middr.g werd het procès voortgezet. Het hoJ, de advocaten en mad. Caillaux deden hunne intrede in de izaal onder het runioer der aanwezigen. De procureur, de heer Hei'beaux kwam tea'ug op het tusschengeval Latzarus, opsteller van den "Figaro", betrekkelijk de documenten. Hij -zegde dat de regeering hem toegelaten heeft te verklaren dat de documenten, waarover spraak is, enkel "zoogezegde afschriften zijn van documenten die niet bestaan . Mr Labori. — Wij hebben hier hoege-naamd geen aileiding willen zoeken. Wij bepleiten eene enkele zaak : het procès van mevrouw Caillaux. Doch het was ons niet mogelijk onze verdediging voor te dragen ,gebukt gaande onder de ver-dachtmaking die hier opgeworpen werd. De verklaringen der regeering zijn van Bard om om voldoening te schenken. Ook yerkiaar ik mij ten voile bevredigd. Mi' Chénu richt zich dan tôt Caillaux en zegt : " En gij zijt de oorzaak van dit ailes! Men hadde u moeten doen opmer-ken, dat het u niet paste hier het graf te komen onteeren, welke uwe vrouw gedol-ven heeft ; overdenk dat wel, mijnheer, ea ga dan voort, als gij durft !" Caillaux vroeg aan Mr Chénu, of hij de verantwoordelijkheid zijner woorden nam. Mr Chénu. — Ja, ik neem de voile verantwoordelijkheid van al mijne woorden. Gij komt mij hier foedreigen, mijnheer, maar dat bewijst dat gij niet weet, met wien gij te doen hebt ! (Levendige toejui-chingen).Mr H. Robert, stafhouder der balie, vraagt dat men niet langer bij het tusschengeval zou stilstaan en dat de zitting haar verloop krijge. . ffiDit «eschiedt dan ook- Caillaux beschuldigt. Het woord hernemend, verklaart Caillaux het onbetwistbaar recht te bezitten, aan te toonen dat de man, wiens overlij-den hij betreurt, in een niet al te verwij-derd tijdstip, zoowel als hij partijganger was van eene toenadering tusschen Frankrijk en Duitschland. jf|Caillaux geeft dan lezing van uittrek-sels uit bladen, waarin wordt gesproken, over vreemde banken die vertegemvoor-digd zouden geweest zijn in den raad van beheer van den "Figaro". Zijne bewijavoering voortzettend, vraagt getuige, om eene vraag te mogen stellen aan den heer Prestât, voorzitter van dien beheerraad. Mr Seligman, tweede advocaat der bur-gerlijke partij. — Neen, gij hebt het recht niet vragen te stellen aan den grootvader der kinderen van den heer Calmette. (Rumoer in de zaal). Mr Chénu vraagt dan aan Caillaux of Iiij zijne vrouw op de hoogte gebracht heeft van zijn onderhoud met den heer Poincaré, die hem de stellige verzekering gaf, dat de heer Calmette nooit intieme brieven zou afkondigen. En Caillaux riep uit: "Mocht ik hier den eed afleggen, dan zou ik zweeren : ga!" De revolver. Men hernam vervolgens het verhoor der getuigen die door het openbaar mi-riisterie gedagvaard zijn. Een bediende van den wapenmaker, Gastine Eeinette, verklaarde dat hij den revolver aan mad. Caillaux verkocht, die hem zegde dat zij het wapen noodig had om haar man in den kiesveldtocht te volgen. De gezwoornen onderzochten beurte-lings het mecanism van den browning. Mad. Caillaux legde uit dat het op het voorstel van de toedienden was idat zij den revolver in den kelder van den wapenmaker ging beproeven. De heer Lebreyrie, de gewezen kabi-netsoverste van den heer Caillaux, ge-tuigde dat deze laatste nooit de documenten die hem tegen Calmette aange-boden werden, heeft willen gebruiken. De getuige zegt dat mevrouw Caillaux, na het verdubbelen van den veldtocht tegen haren man noch rust noch duur had ; zij geleek op een opgejaagd wild. De heer Delbos, hoofdopsteller van den "Radical", verklaarde dat, den dag van het drama, hij mad. Caillaux gezien heeft en dat zij er zeer teneergeslagen uitzag.Klaarblijkend vreesde zij de open-baarmaking van intieme brieven. Mad. d'Estradère verklaarde dat meai haar gezegd had dat mad. Gueydan, door den heer Calmette gepolst of zij, mits 30.CC0 frank, intieme brieven van mad. Caillaux kon bezorgen, dit aanbod 'ge~ wieigerd had. Getuige weet niet hoe de brief " Ton Jo" in handen van Calmette geraakt is. Na eene korte schorsing der zitting werd het getuigenverhoor voortgezet. Mad. Chartran, weduwe van een kunst-schilder, bevestigde dat mevr. Caillaux zeer ongerust was dat men harei brieven zou openbaar maken. De heer Isidore de Lara, toondichter, bevestigde dat mad. Caillaux zeer ont-steld was door de aanvallen van den "Figaro" tegen haar man, en dat zij hem eonsj&egde: "Zij zullen nog -eindigen met hem t« dooden !" De documenten en de brieven. De heer Pierre Mortier, bestuurder van den " Gil Blas" wordt daama onder-hoord.Hij verklaart dat, rond het einde van het jaar 1911, de heer André Vervoort, zijn medewerker, hem verwittigde dat men hem documenten aangeboden had die konden dienen tôt een persveldtocht tegen den heer Caillaux. Ik zielf, getuigde de heer Mortier ver-deir, verwittigde den heer Desclos, kabi-ne.tsoverste van den heer Caillaux, dan minister-voorzitter. Later vernam ik dat men dezelfde documenten aan twee dag-bladen der oppositie aangeboden had. Den 13 maart, den dag waarop dei brief "Ton Jo" afgekondigd werd, ontmoette ik, in de wandelgangen der Kamer, den heer Avril, parlementait' opsteller van van den "Figaro" en ik zegde hem dat ik >dergelijke haddelwijz)eji afkeurde. Hij antwoordde mij : " Het is nog niet ge-daan. Wij hebben nog heel wat anders in voorraad !" Een ander confrater verklaarde mij hetzelfde. Ik gaf er den heer Caillaux bericht van, en hij telefoneerde mij om mij te bedanken er aan toevor-gend dat liet brieven waren van intie-men aard die men hem ontstolen had. Denzelfden dag telefoneerde mevr. Caillaux mij insgelijks. Ik aanvaardde de uitnoodiging om' den dinsdag, 17, bij haar te gaan dineeren. Zij zegde mij hoe «e openDaarmaKing van aen Driet a on Jo" haar aan het hart ging en voegde er aan toe : " Zij zullen nog eindigen met mijn man te dooden". Getuige spuak met mevr. Caillaux in het policiecommissariaat, kort na hare aanhouding. Zij verklaarde dat zij in den "Figaro" smalsende dingen aan het adres van haar man had hooren zeggen. Mr Labori vraagt aan getuige hoe men, in zijn midden, over den veldtocht van den " Figaro" dacht. De heer Pierre Mortier zegt dat hij niets laakbaarders vindt dan de open-baanmaking van bijzondere briefwisse-ling en de bevestiging van feiten waar-van me-n weet dat zij valsch zijn. De heer Dubarry, bestuurder van "La Journée Républicaine" verhaalt op zijne beurt hoe hij den heer Caillaux verwittigde.Nog twee dagbladschrijvers, de heeren Pierre Livet .en Robert Le Couret, getui-gen in denzelfden zin. De; heer Gaston Vidal bevestigt dat de heer Calmette een vriend naar de be-langhebbenden stuurde om in het bezit der documenten te geraken. De heer Painlevé, volksvertegenwoor-ger der Seine, getuigt daama het vol-gende : " Ik weiet niet veel van deze zaak af. In begin der maand maart had ik een onderhoud met den heer Gaston Dreyfus, voorzitter van het Syndicaat der Beurs-waarden, onderhoud dat als onderwerp had den veldtocht van den " Figaro". Op 6 maart, kwam de heer Gaston Dreyfus bij mij en sprak mij over de ver-warring die het aankondigen der belas-ting op het inkomen ter beurs veroor-zaaktei Hij sprak over de noodlottige politdek van den heer Caillauix en voegde 1er aan toe dat hij in een privaten brief gansch het verkeerde schreef y an het-geeai er gebeurde. Het is dan dat hij mij spratc over ae opeiiDaurmaKmg van t>t-n intiemen brief, die nakend was. Den dag der afkondiging van den brief "Ton Jo" telefoneerde de heer Gaston Dreyfus mij om mij te vragen wat ik van deze afkondiging dacht. Hij voegde er aan toe dat er nog opzienbarende zaken zouden verschijnen. De heer Painlevé zegt verder dat hij in de Kamer ook over deze intieme brieven hoorde spreken. Den morgend van den dag der mis-daad, telefoneerde de heer Gaston Dreyfus mij opnieuw, om mij te zeggen dat het 's anderendaags de groote dag zijn zou, daar de "Figaro" opzienbarende openbaarmakingen zou doen. 's Anderendaags, zegt de heer Painlevé, deelde ik, in bijwezen van verschei-dene getuigen, het onderhoud mede dat ik met den heer Gaston Dreyfus had. (De heer Painlevé zal heden donder-dag met den heer Dreyfus geconfronteerd worden.) Daarna hoort men nog de getuigenissen van de heeren Avril, Abel Bonnard en Privat-Deschanel, die niets bijzonders verklaren. De zitting wordt om 5 u. 30 geheven. Na de zitting. Bij het verlaten van het Justiciepaleis, langs een bijzonderen uitgang, werd de heer Caillaux door een persoon herkend. Meai iriep: "'Leve CaiSlaux;!", andere kreten " Moordenaar !" antwoordden. En het was al... Men rekent op eene schandezaak en zelfs op het sluiten der deuren voor de getuigenis van mevr. Gueydan, de eerste vrouw van den heer Caillaux. Men verze-kert dat de brieven, de beruchte brieven, bij het dossier zullen gevoegd worden en dat de verdediging, evenals de burgerlij-ke partij, er lezing zullen van vragen. BUITENLAND. WEDERLAWD. Verdronken. — Te Arnhem liet een knecht van den cirk Corty Althoff een paard in den Rijn baden. Plots verloren man en paard vasten gi'ond. De man is verdronken, het paard werd gered. ENGELA ND Het Home Rule. — Al de dagbladen bespreken de redevoering des konings op de conferencie der partijleiders. De unionistische bladen spreken met geestdrift over den koning-vaderlander, die aan het land een grooten dienst heeft bewezen door de aandacht op den ernst der crisis in te roepen. De liberale bladen daarentegen h e et an die redevoering verstommend en zijn vooral ontstemd over de zinsnede, waarin de koning zegt : " de oorlogskreet zelfs op de lippen der gematigdsten onder mijne onderdanen ligt." Zij vragen of het gematigden zijn, de mannen die Ulster den burgeroorlog hebben voorbereid. De Ulster-kwestie. — De conferencie, met het oog op de regeling der Ulster-kwestie, vergaderde gisterejn morgend, om 11 u. 30 min., andermaal in het Buc-hinghampaleis.In het Lagerhuis. — De heer Asquith verklaarde gisteren, in antwoord op eene vraag van een radicaal lid,dat hij voor de redevoering, door den koning ten over-staan der conferencie gehouden, gansch de verantwoordelijkheid op zich neemt. De conferencie, zoo verklaarde de minister-voorzitter verder, heeft besloten, bij eenparighaid, de redevoering openbaar te maken. De koning, alvorens de conferencie sa-n>en te roepen, vroeg het oordeel van den ministeirraad. De stemrechtvrouwen. — Annie Munt, ùë sternrechtvrouw die, te Londen, in de National Portrait Galery eene schilderij | van Millais, Thomas Carlyle voorstellend, beschadigde, is gisteren tôt zes maanden gevang verwezen. De vrouw maaktej tijdens de behande-ling der zaak, heel wat spektakel in de rechtszaal. DUITSCHLASVQ: Duikeloefeningen. — Te Kiel, waar de ligplaats van ondei-zeeërs is, zal een , bijzondere bassijn gebouwd worden, om aan de manschappen der onderzeesche booten het gebruik der duikeltoestellen aan te leeren en er hun vertrouwibaar mede te maken. ; Boom omgevallen. — Te Berlijn is een zware boom die in den Lustgarten ' redits van de Nationale Galerij stond, plotseling omgevallen1. Twee kinderjuf-fers en twee kinderen werden gewond. Erii van de twee vrouwen brak eenige ribben, en twee ervan drongen in de long, waardoor gevaar voor haar leven ontstaan is. De boom stond volop in groen, maar was bij de wortels volkomen vermolmd. OOSTEWRUK-HOWGARi £ Servie en Oostenrijk. — De toestand tusschen Servie en Oostenrijk-Hongarie geraakt van dag tôt dag meer en meer gespannen en moet men de berichten ge-looven die uit Servie toekomen, dan zou een oorlog nabij zijn. Oostenrijk zal deze week eene nota sturen aan Servie en. deze 11U tel I CCllVUUUlg DCH waarbij het stipte waarborgen eischt dat de Servische beweging in Bosnie-Herze-gowina zou oghouden. Het Servisch gouvernement zou verplicht zijn binnen de acht-en-veertig uren en op voldoende wijize te antwoorden. Weigert het, dan schijnt een oorlog onvermijdelijk. Het is te hopen dat zulke ramp, die eene schande zou zijn voor de beschaafde wereld, zich nooit voordoet. SPAWiJE. De Spanjaarden in Marokko. — De vij-'and, die! mniileztels gieroofkl had,. welrd door de troepen opgespoord en in zijn verschansingen aangevallen. Aan Spaan-sche zij de vielen zeven dooden en viier gewonden. De vijand werd verstrooid. De vijand viel ook de troepen aan, die waren uitgezonden om de aanvallers van gisteren op Tetoean te tuchtigen. De Spanjaarden hadden vier dooden en vijf gewonden. PORTUGAL. Botsing. — Een telegram uit Lissabon meldt, dat bij het uiteengaan van een vergadering van Alfonso Costa's partij-gangers, een botsing ontstond met een vijandige groep. Eenige schoten werden gewisseld. Er zouden verscheiden per-son en giswond zijn. i De rust is hersteld. BULGARIE. Vreeslijke overstroomingen.— De over-vloedige regens dezer dagen veroorzaak-ten groote overstroomingen in verschei-dene gemeenten : Yambol, Lom, Razgiad en Eski Djoumaya. Men heeft tôt nu toe 200 lijken opge-haald. Men denkt dat het getal dooden nog veel grooter is. De aangerichte sclia-de wordt geraamd op verscheidene dui-zenden millioenen. Hulpposten werden ingericht om de in nood verkeerende personen ter hulp te komen. ALBANIE Onvermijdelijk. De Duitsche pers vooi-ziet het aftreden ' van prins von Wied als onvermijdelijk. Er kan hier geen spraak zijn van een internationale tussehenkomst in Albanie. RUSLAND. Het bezoek van den Franschen presi= dent. — De derde dag van het verblijf van den heer Poincaré werd deels inge-nomen door een bezoek aan het kamp Krasnoe-Selo. De heer Poincaré was vergezeld van den czaar, de czarin, de groothertogin-nen, enz. Het was een zeer schitterende stoet. Stakingen te St=Petersburg. — In de wijk Wiborg hebben duizenden stakers gisteren een bijeenkomst gehouden. îoen zij het bevel der policie, om' uiteen te gaan,met steenworpen beantwoordden zijn kozakken de policie te liulp gekomen. Na een driemaal heiiiaalde opeji&chmgr hebben dezen met los kruit geschoten, waarop de stakers uiteen zijn gegaan. Op andere punten hebben stakers trains aangehouden, de passagiers ge^ dwongen uit te stappen en daarna de tramrijtuigee vernield. De stakers, ten getalle van 300, hebben gisteren, op 300 wersten van St-Peters-burg, een reizigerstrein, van deee stad kom-end, tegeng*eliouden. Zij verplichten de reizigers af te stappen. Zij haalden de ■ telegraaflijnen neer en versperden het spoor. Gendarmerie en troepen werden ter plaats gezonden. Thans is de dienst hersteld. Een piket soldaten bevindt zich op iederen trein. waalrondtV 10.000* havenlarbteâders Te St-Petersburg waren de grootst® policiemaatregelen genomen om betoo-gingen te voorkomen op den weg, dien président Poincaré en de Fransche offi-cieren moesten volgen. Toch hebben de stakers eenige tramrij-tuigen kunnen omverwerpen. De kozakken schoten Jan op het volk ; verscheidene personen zijn gewond. Tramdienst gegtaakt. — Te Moscou is het tramveiikejer gestaiak^t, (wegensi ste-king der arbeiders aan dei electrische centrale. Een wensch van den czaar. — Op het verslag betreffende de opruiende rede-voiering, in de Doema gehouden door den afgevaardigde Tsjkheidze, die des-weg voor het Opperste Gerechtshof gedaagd zou worden, schreef de. czaar de volgende kantteeke.ning : " Ik hoop dat de président van die Doema geen uitlatingen, strijdig met de wet en den eed, voortaan meer zal dulden. D'à Ve.rvolging moet ingetirokken worden."SERVIE De koning. — D& koning begeeft zich vrijdag aanstaande naar Ribars Kabaja ter voortzetting van zijn kuur. Zijn toestand moet reeds veel gebeterd zijn. MEXICO De vreemdelingen. De gezanten van Engeland en Duitschland hebben te Mexico eene ronde ge-daan om hunne landgenooten aan te zet-ten zich te vereenigen, uit vrees voor een aan/val van generaal Zapata. Vreemdelingen onthoold. De Fransche zaakgelastigde bracht een bezoek aan président Wilson, aan wien hij verklaarde, dat twee Franschen van de katholieke school van Zacatecas, op bevel van generaal Villa, werden gedood. De Fransche regeering is zeer ontroerd door den moord op de twee Franschen en de gevangenhouding der elf andere Franschen, en zij hoopt dat stappen zullen aangewend worden om vergoeding te bekomen. Generaal Carranza heeft na onderzoek geantwoord, dat de twee Franschen werden gedood, omdat zij hulp hadden ver-leend aan de federale troepen ; doch het Fransche gezantsohap te Washington werd verwittigd, dat zij werden gedood, omdat zij weigerden geld te geven. STADSNIEUWS. Hoogeschool van Gent Zittijd van juli 1914. Uitslagen der examens. Faculteit van wijsbegeerten en lette-ren. — Graad van kandidaat in wijsbe-geerte en letteren. — 1° proef.— A. Voor-bereidende tôt de rechten. -— Met d« grootste onderscheiding : P. Struye, van Gent. — Met onderscheiding: E. Burve-nich, van Gentbrugge ; Domela Nieuwen-huis Nyegaard, Onko, van Edimiburg ; H. Eeman, van Gent ; T. Roegiers, van Aalst ; Magdalena Schauwvlieghe, Gent ; O. Van den Abeele, Mariakerke (Oosten-de); F. Van Goethem, Lokeren ; H. Voet, Gent. — Op voldoende wijze : R. Colin, van Thy-le-Château ; J. Davin, Oosten-de ; P. De Ceuleneer, Gent; A. Delaere, idem ; J. Fraeys, Brugge ; A. Haus, Ne-vele ; M. Heynderyckx, Gent ; E. Lem-mens, Berlare ; G. Preud'homme, Kin-kempois ; F. Raemdonck, Lokeren ; G. 7 Feuilleton der Gazette van Gent. Verzegelde Lippen Roman van R. ORTMAN. Dagmar sloeg hare oogen neer, -en zaoht,^ nauwelijks hoorbaar, maar zonder weifeling toch, kwam het van hare lippen : Neen. — Nu — dan wil ik gaarne er in be-rusten, van al 't andere niets te hooren Wat raakt mij de schuld van een derde? — Het is mij enkel om u te doen — om u Dagmar ! 77 Gij moogt zoo niet spreken zonder mi) en mijne omstandigheden te kennen. Als ik nu slecht genoeg was om uwe grootmoedigheid te misbruiken >— Grootmoedigheid, zegt gij ? — Maak er tenmmste gebruik van, liefste ! Ik verzeker u op mijne eer, dat het ons geen van beiden ooit berouwen zal. Want ik u 8enoeg> om te weten wat ik doe. . ~ Maar_ het is onmogelijk. Kom toch iBHR bezmning, en laten wij er een einde aan maken. Anders beneemt gij mij ook nog het beetje verstand, dat ik zoo hoos noodig heb. g Lare stem trilde, en hare zichtbarç Ion loenng werkte op Herbert zoo be mr' i! afc zichzelven niet meei kuaseneibedaerktek0ele ha"d m6t gloeiendf •— Dagmar mijne lieve, aangebedent M - * *•» »» ■Een paar seconden bleef zij roerloos Eene lichte trilling voe.r haar door de le-den. Toen boog zij zich plotseling naar Herbert toe en fluisterde dicht aan zijn oor : Herebrt —■ — lieveling... ! — Dagmar ! Jubelend riep hij haren naam uit in de avondstilte, en onstuimig drukte ' hij haar aan zijne borst. Toen Dagmar weder den salon op de eerste verdieping van de Villa Rothe be-trad, waren de gasten van haren stief-vader reeds vertrokken ; maar de grau-we sigarenrook hing nog in de kamer, de stoelen stonden nog schots en scheef, en de bij het spel gebruikte kaarten la-gen in een verwarden hoop op de tafel. Aarzelend, als voor dezen aanblik te-rugdeizecd, bleef het meisje op den drempel staan .Haar ,stiefvadeir echter, van wiens gelaat het stéréotypé glimlach-je nu. totaal verdwenen was, staakte zijne wandeling door het veitrek en trad met snellen stap en schier in dreigende houding op Dagmar toe. — Waar komt gij vandaan? barstte hij los, geheel tegen zijne gewoonte op snau-wenden toon. Is dit voor een meisje een passende tijd om uit wandelen te gaan? Dagmar, op wier gelaat nog de zalig-heid blonk van de zooeven doorleefde ure, mat den driftigen man met een meewarigen dan verbolgen blik. Daaromtrent ben ik u geen rekenschap schuldig, zegde zij kalm. In elk geval was mijnei wandeling minder ongepast, dan een langer verblijven in het gezel-schap van uwe gasten zou zijn geweest. Dit antwoord prikkelde zijne kwade luim nog meer. Wat moeit dat beteekenen 1 Wat voor een toon slaat gij tegen mij aan ? Denkt gij dat ik van plan ben mijne vrien den door uw onhebbelijkheden te laten beleedigen? — Uwei vrienden? — Die menschen, die ik uit den grond van mijn hart ver-acht, zooals die zoogenaamde consul. —• of die ons verachten, zooals de overigen ! Gij kunt toch in ernst niet verwachten dat ik voor hen bijzondere plichtplegin-gen maken zou. — Dat verwacht en verlang ik. Want, of zij ons verachten, of niet, — het zijn de menschen van wie wij leven. Een geruisch achter haren rug deed Dagmar nu eerst bespeuren dat zij verge-ten had de deur te sluiten, door welke zij was binnengekomen, en dat er door den gang een knecht voorbijging, die de drif tige woorden van haren stiefvader wel kon hebben gehoord. Snel niaakte zij het begane verzuim weder goed. En toen, terwijl zij op haren stiefvader toetrad, zegde zij : — Schande genoeg, dat het zoo is, en dat gij het hart hebt om het mij in het gezicht te zeggen ! — Maar ik wil dit leven niet langer verdragen. Morgen verlaten wij elkander. Zijt gij ra.zend ! ? —■ Wat zoudt gij zonder mij willen beginnen î — Of denkt gi.l bij geval er over, u als dienstmeisje te gaan verhuren 1 —Dat — of iets anders. In elk geval zal ik een middel vinden om op betame-lijke manieir aan den kost te komen, tot-dat — — •— Nu — totdat —? Ik ben nieuwsgie-rig te hooren waarop u hoop gevestigd is. — Tôt ik de schande van mijn vorige bestaan voldoende zal hebben uitge- wischt, om de vrouw van een braaf man te kunnen worden. Op het zooeven nog door schampere woede verwrongen gelaat van Holnstein kwam eene merkwaardige verandering. Zijne (trekking verkregen een,e uitdruk-king van de hoogste spanning, en in zijne oogen kwam iets als het gretige flik-keren in de oogen van een roofdier. — Gij hebt dus dien braven man, van wien gij spreekt, reeds gevonden ? — Ik was niet voornemens, u heden al daarover te spreken. Maar gij moogt het wel weten. Dan zult gij des te beter begrijpen ,dat ik niet nogmaals getuige wil zijn van een tooneel, zooals ik hier vanavond weer moest bijwonen . Hij stond aan hare zij de en greep met trillende vingers hare hand. — Wie is het, Dagmar? vroeg hij. Ik bezweer u — spreek!... Is het — Herbert Vollmar? Zij bevrijde hare hand. — Ja. Hij is het. Holnstein was nauwlijks in staat, den jubel in zijn binnenste te bedwingen. — En dat izegt gij mij nu eerst? riep hij. Gij laat toe, dat ik u hard val over uw heimelijk uitgaan ,terwijl gij in wer-kelijkheid mijn dierbarsten hartewensch hebt vervuld?... O, gij dwaas, onbegrij-pelijk kind ! Hij maakte mine om haar te omhelzen. Maar Dagmar wist aan de haar toege-daohte liefkoozing te ontsnappen. — Gij vergist u, zegde zij, als gij meent dat ik was uitgegaan met het plan om hem te ontmoeten. Dat ik hem aantrof, was louter toeval. — Het was eene beschikking des H» mels, kind... En dus heeft hij het gr< ote woord gesproken?.,. En gij '/îjt > ver- tuigd, dat hij ook het stellige vcorn'j,men heeft u te trouwen 1 De toon zijner vraag krentie haar — Hij heeft mij gezegd dat hij mij ûef heeft, antwoordde zij. Méér weet ik niet —• en méér verlang ik ook niet te weten. Hij voelde dat zijnie opwinding haar verbaasde, en dus haastte hij zich om eene kalmere houding aan te namen. — Natuurlijk, natuurlijk ! -r- Wanneer zou een dwepend meisjeshart ook verder nog vragen ?... Maar waarom, in 's bemelfi naam, beste Dagmar, wilt gij het mij verzwijgen 1 1 — Omdat ik zelf er al tijd nog niet aan gelooven durf. Ik weet toch hoe wjixu^ ik zijne liefde waard ben. — Nu nu, dat zal schikken, lachte .Holnstein. Ik hoop toch dat mijne ver-istandige Dagmar niet zoo dwaas is geweest om iets dergelijks tegen hem te zeggen? — Zeer zeker heb ik het hem gîezegd — en nog honderdmaal zal ik het heriia-len. Hij zal niet mogen beweren kunnen cfiat ik hem bedrogen heb. —• Maar dat is toch eene on''erg"îef!ij-k>e... Neem mij niet kwalijk... ik wilde z«eggen : dat is toch wel een beeije over-d'reven. Wat heb gij u zelf dan eigeriiijk te verwijten, om dien jongen man in den ■«'aan te brengen dat hij, door u îe trou wretn, een allergrootmoedigste daai Léguât ? — Daarover zullen wij liever Ttiar niet spreken, weerde Dagmar af. Dat 7iji: dilngen, waarover wij het toch niet ems worden. Ondanks haar /tegemsitribbeieu '^atte h.'È wederom hare hand en trok 4:ur naai de sofa, om zich aan hare zijde neer te zetten. — Luister nu eens kalm toe, lieve Dagmar. Wat gij ook op mij moogt af te dingen hebben gehad — het gietuigMiis, Jat ik altoos als een liefhebbende vad»r wo' r u heb gezegd, kunt ge mij toch niet wei-geren.— Misschien zijt gij werkelijk in «le meening geweest, uw plicht t« doen. Waarom zullen wij dat nu ter sprake brengen ? — Omdat gij u ditmaal overtuigd kuafc houden, dat ik uw geluk op het oog heb, wanneer ik u verzoek naar inijne raad te handelen. —- En die is ? —_Gij moet voor Herbert Vollmar voor loopig nog mijn waren naam verzwijgen — tenminste nog totdat uw verloving openlijk bekend is gemaakt, en tôt hij als man van eer zich niet meer zal kunnen terugtrekken. — Dat is onmogelijk. Ik kan en ik wil hem niet voorliegen. — Hij zal u naar niets vragen. Want hoe (zou 'hij op het vermoeden kunnen komen, dat de naam dien ik voer niet mijn ware naapi is ? — Als gij hem werkelijk bemint, dan kan het ook niet uw plan zijn, ,door louter eigenzinnigheid ailes op het spel te zetten. — Gij meent dus, dat hij niet zou kunnen besluiten, de stiefdochter van den heer Ewald von Bendheim tôt zijne vrouw te maken ? (Wordt voortg"ezet.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Gazette van Gent behorende tot de categorie Culturele bladen. Uitgegeven in Gent van 1814 tot 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes